Dwarslaesie, alleen in mijn dromen stap ik nog
rond.
Het is
onheilspellend rustig in de nacht van 26 op 27 mei van het jaar 2009. Na een
periode van lange voorjaarswarmte heeft het KMI voor deze nacht zwaar onweer met
kans op hevige rukwinden en hagel voorspeld. Om half twaalf, als wij het bed
induiken, niets daarvan, geen vuiltje aan de lucht. De vliegenhor staat nog in
het raam. Bij de overburen hoor ik de kikkers heftig kwaken in de grote
vijver.
Net als het
licht op de slaapkamer uit is, begint er een mug langs mijn oren te zoemen, mijn
echtgenote heeft er ook last van. Goed, dan het licht maar weer aan…… geen mug
meer te bespeuren natuurlijk. Bed uit, met een sok in de hand op jacht naar de
ten dode opgeschreven mug. Eén uithaal met mijn sok en als enige getuige van een
stille dood, een kleine bloedveeg op het behang. Rond 3.00 uur word ik plots
gewekt van iets, maar weet niet direct thuis te brengen wat ik gehoord heb. Het
vrouwtje slaapt nog, dus het zal wel niets ernstig zijn geweest . Ik ga even op
de rand van het bed zitten, maar hoor niets meer abnormaal. Wel zie ik in de
verte het regelmatige flitsen van een naderend onweer. Ik geraak niet meer in
slaap, en lig te luisteren of het onweer dichterbij komt. Het lijkt er lange
tijd op, dat het onweer voorlangs gaat over Nederland. Ik bedenk nog dat het
boven Bergen Op Zoom wel eens heel heftig te keer gaat. Om twintig minuten over
drie wordt het even heel stil, zelfs de kikkers houden op met kwaken. Deze
stilte trekt werkelijk mijn aandacht naar het venster toe. Ik ga terug rechtop
zitten en zie in de verte een rolwolk aanstormen. Bij elke bliksemflits achter
deze wolk zie ik hem dichterbij komen, en schat in dat hij recht over ons huis
gaat. Ik spring uit het bed om de vliegenhor uit het raam te halen, als er plots
een wind opsteekt waardoor ik nog maar amper en met veel moeite het raam kan
sluiten. Een hels lawaai van ritselende bladeren en krakende takken overstemt de
aankomende donder, die steeds luider en heviger wordt. Mijn zoon wordt eveneens
wakker. Ik hoor hem naar beneden gaan en ga hem achterna. Als ik halfweg de trap
ben, tikken de eerste hagelstenen al tegen de voordeur. In de keuken kunnen we
het buitenlicht aansteken. Eerst hagelstenen ter grootte van knikkers die plots
uitgroeien tot duiveneieren. Zo nu en dan zit er zelfs een kleine tennisbal
tussen. Halleluja, zegt mijn zoon, dat kan niet goed gaan. Zo’n twintig minuten
gaat de bliksem en donder tekeer alsof de wereld gaat vergaan, maar plots
verdwijnt het onweer zoals het gekomen is. We kijken samen even of alles buiten
in orde is. Enkele emmers die buiten stonden zijn de tuin in gerold en het
tuinstel is omver gewaaid, maar verder blijkt alles in orde te zijn, zelfs onze
auto’s aan de straatkant hebben op het eerste zicht geen schade van de hagel.
Het is de nacht van maandag op dinsdag en vermits we allemaal moeten gaan werken
op dinsdag kruipen we vlug het bed weer in. Wordt vervolgd.
Mijn echtgenote, Marie-claire, is blijkbaar
niet echt wakker geworden van het noodweer. Half slaapdronken vraagt ze wat er
eigenlijk allemaal aan de hand was. Ik stel haar gerust dat het ergste voorbij
is en kruip vlug naast haar en val redelijk snel terug in slaap. Dit is het
nieuws van Dinsdag 27 Mei , met als enige hoofdpunt het noodweer van afgelopen
nacht. Zo wekt de radiowekker ons . Volgens het radionieuws heeft het onweer
vooral huisgehouden boven de streek van Zandvliet en Berendrecht. Hier zijn
ontelbare auto’s zwaar beschadigd, bomen op de daken van de huizen terecht
gekomen, rolluiken doorzeeft van de hagel en serres en veranda’s volledig
vernield. Ik drink een tas koffie en ga buiten mijn ronde doen in het daglicht,
zodat ik een beter overzicht krijg van de aangerichte schade. Opgelucht haal ik
adem als ik zie dat het bij ons allemaal nogal meevalt, nog niet wetende dat de
afgelopen nacht later zou leiden tot een verschrikkelijk gebeuren. Na het
ontbijt trek ik mijn werkkleding aan, ik moet verder doen met de verbouwingen
aan het huis. Ik ben volop bezig met het renoveren van de keuken en de badkamer.
Mijn zoon jurgen, die installateur is van sanitair en centrale verwarming, heeft
afgelopen week heel hard gewerkt om de oude mazout gestookte ketel en brander te
vervangen door een moderne en zuinige gasketel. De nieuwe ketel hangt in de
garage achter het huis, nou garage is een groot woord, het is eigenlijk een
grote berging. In een garage hoort een auto te staan en dat is bij ons niet het
geval omdat we doodeenvoudig met de auto niet achteraan kunnen komen. Het is een
kleine woning in de rij, doch, het staat volledig vrij van de andere huizen
ernaast. Als je ervoor staat is er rechts een klein gezamenlijk gangpad dat
uitkomt op het terras . Het terras gaat via twee opstapjes over in de tuin. Het
is een kleine volkstuin met een mooi tuinhuis achterin. Voor het tuinhuis ligt
een gazon met in het midden een waterpartij. Deze laatste bestaat uit een
bronsgekleurd beeldje van een jongetje met een pet op. In zijn hand draagt hij
een kruik waaruit het water stroomt. Dit watervalletje komt uit op een
kiezelbed, omzoomd met buxus, en loopt vervolgens in een bassin van waaruit het
weer naar boven wordt gepompt . De hoeken van het gazon zijn schuin afgesneden,
waardoor er op elke hoek ervan een klein minituintje ontstaat waarop struikjes
en boompjes staan. Een klein vijvertje maakt de scheiding tussen het terras en
de tuin. Midden in het vijvertje staat op zijn beurt een ander beeldje van twee
kinderen die onder een paraplu op een bankje zitten. Op het topje van de paraplu
is er een tuitje waaruit het water stroomt en dat druppelsgewijs terug in de
vijver valt. Enkele veelkleurige koi’s en drie shubinkins hebben er hun
onderkomen. De randen van de vijver zijn beplant met allerlei soorten plantjes
en struikjes die in de lente en zomer een prachtig landschap vormen. Achter de
vijver tegen het laatste stuk van de garage staat een klimnet waartegen een
climatus groeit. Deze maakt in het voorjaar van de saaie muur één bloementapijt,
gewoon prachtig om zien, zeker als je dan vanuit het tuinstel, vlakbij de
vijver, ligt te peinzen over de nakende zomer. Nadenken over wat ik allemaal met
het gezinnetje ga doen de komende zomer. Vooral veel fietsuitstapjes net over de
grens naar Nederland met zijn veilige fietspaden waarop je ongestoord kan
genieten van de mooie landschappen. En deze zomer zou het allemaal anders zijn,
want mijn dochter An is met haar man Tom afgelopen winter vanuit Westmalle naar
Essen komen wonen. Het zou dan de bedoeling zijn om samen met hen die
fietstochten te gaan maken die ik en Marie-claire zo leuk vinden. Hier zouden we
dan eindelijk een beetje ontspanning krijgen na het afgelopen jaar van hard
zwoegen en werken. Het huis dan An en Tom gekocht hebben, was het ouderlijk huis
van mijn moeder. Mijn moeder leed al enkele jaren aan dementie en begin 2009
konden we haar niet meer alleen in haar woning laten. Ze was op korte tijd
zodanig achteruit gegaan dat ze niet meer wist waar ze was. Ze begon ook gekke
en gevaarlijke dingen te doen, waardoor ze geplaatst moest worden in een
rusthuis voor dementerenden. Ze heeft zich gelukkig snel aan haar nieuwe
woonomgeving aangepast en voelt zich goed tussen de andere bewoners. Daarom was
ik ook blij te horen dat An en Tom het ouderlijk huis gingen kopen. Zo blijf er
toch nog een stukje van je leven behouden waar ik als kind opgegroeid was en
waar je zoveel herinneringen aan overgehouden hebt. Het zou voor mezelf heel
raar geweest zijn moest ik er passeren en wildvreemde mensen zien binnen en
buitengaan in het huis waar eens mijn vader en moeder gewoond hadden. In
september 2008 waren An en Tom officieel de trotse bezitters van het typisch
witgeschilderde huis van de kleine landeigendom. Voor september had ik samen met
mijn zusters al veel werk gehad om het huis leeg te maken. Mijn vader was al
veertien jaar geleden gestorven en mijn moeder kon nooit iets weggooien.
Hierdoor zaten alle schuurtjes en garage vol met spullen waar al jaren geen mens
naar had omgezien. In de woonvertrekken was het al niet beter. Alle kasten
puilden uit van nutteloze dingen. Moeder kon een heel leger voorzien van
handdoeken, beddengoed en noem maar op. Heel veel spullen zijn naar de kringloop
gegaan, enkel de foto’s en enkele mooie stukken hebben een nieuw onderkomen
gekregen bij de kinderen. De rest is allemaal naar het containerpark gegaan.
Zoals gezegd zijn we dan in september aan de verbouwingen begonnen. Er moest
heel wat gebeuren vooraleer An en Tom er hun intrek zouden nemen. Het was een
solide woning maar heel veel dingen moesten vernieuwd worden. Er zijn nieuwe
ramen in geplaatst, de elektriciteit is compleet vernieuwd, net zoals het
sanitair en verwarming. Van de gesloten keuken moest een open keuken gemaakt
worden die uitzicht gaf op de eetkamer en salon. Op de slaapkamers moesten
verlaagde plafonds komen, de vloeren voorzien van laminaat en de muren opnieuw
geschilderd worden. De zolder had nog niets van isolatie en de roostering moest
nog een plankenvloer krijgen zodat men eindelijk gebruik kon maken van de zolder
als extra berging. De vloeren beneden waren niet voorzien van een stevige
fundering. De huidige tegels lagen nog in de zavel zoals men dat zegt. Kortom,
een hele hoop werk in het vooruitzicht maar gelukkig hadden we een
voortreffelijke nazomer waardoor we met volle moed aan de werken begonnen.
Gelukkig is Tom en An van geen kleintje vervaardigd en konden we rekenen op heel
veel hulp van enkele familieleden en vrienden langs beide kanten die de handen
uit de mouwen staken. Eerst werd er enkele uren in het huis gewerkt en later op
de middag begaven we ons naar de tuin om daar wat orde te scheppen. Er moesten
enkele stevige coniferen uitgegraven worden en dat gaf, na het stof binnenshuis,
een welkome afwisseling om even in het najaarszonnetje van de buitenlucht te
genieten. Tot eind oktober konden we zelfs op de middag buiten eten wat altijd
gezellige momenten opleverde. Er was altijd wel iemand die iets leuks te
vertellen had. Na oktober had Tom van de garage een leuk eetplaatsje gemaakt.
Hij had de oude keuken tegen de wand geplaatst, inclusief de ijskast en de
microgolfoven. In het midden van de garage stond de tuintafel met twee
zitbanken. Als verwarming stond er een Zibro vuurtje te branden. Zodra het te
koud werd, nuttigden we hier onze maaltijden, dikwijls een broodje van de
broodjeszaak net om de hoek, of er werd een grote pot soep meegebracht die dan
warm gemaakt werd in de microgolfoven. Met een boterham erbij smaakte dit
geweldig, nog niet te spreken over de sterke verhalen die men vertelde tijdens
de pauzes. Kortom, iedereen vermaakte iedereen, ondanks het zware werk dat op
heel korte tijd geleverd werd. Dit moest ook wel, want in december liep het
huurcontract van hun vorige appartement af. Niet dat alles dan al klaar kon
zijn, maar toch het voornaamste. Er was tegen die tijd nieuw sanitair, de
slaapkamers waren klaar en de chape lag te drogen op de benedenverdieping. Enkel
de badkamer moest nog betegeld worden, de binnendeuren ontbraken nog en de
vloeren moesten nog gelegd worden op het gelijkvloers. Vermits ze nu in dezelfde
straat woonden als wijzelf, was het geen enkel probleem om bij ons te komen
douchen. Elke avond maakte Marie-claire een lekkere maaltijd voor ons klaar
zodat wij nergens, buiten de verbouwingen, naar om moesten zien. Ondertussen was
het volop gaan winteren. Regelmatig kwam er stevige vorst voor die op hun beurt
afgewisseld werden met mildere perioden van sneeuw, maar het werk ging gewoon
verder. Zelf viel ik er op een bepaald moment uit met een barst in mijn pols. Er
was niemand anders in de bouw aanwezig toen ik bezig was met twee openingen in
de keuken toe te metselen. Hier hadden vroeger twee deuren gestaan die enerzijds
toegang gaven tot de kelder en anderzijds een tweede toegang verschafte naar de
gang. Gelukkig konden we langs de gangkant een nieuwe toegang maken naar de
kelder. Hierdoor kwam een hele muur vrij om meer kastwerk te kunnen plaatsen in
de nieuwe keuken. Ik was aan de laatste rij stenen bezig van de eerste deur toen
het misging. Je moet weten dat de ondervloer van de oude keuken al verwijderd
was, waardoor de ondergrond heel oneffen was. De ruimte was ook te klein om een
volledige stelling te plaatsen, zodat ik me moest behelpen met een laddertje van
vijf treden. Het was misschien al de honderdste keer die dag dat ik van dat
trapje afkwam, maar de laatste keer zette ik mijn linkervoet op de grond, recht
op een stuk baksteen dat ik even voordien daar zelf had weggelegd . Je weet wel,
ik stapte net op de rand ervan en verloor mijn evenwicht. Ik viel opzij en
plaatste mijn linkerhand om de val op te vangen. Maar doordat mijn hand op het
beton kwam voelde ik onmiddellijk een fel stekende pijn in mijn pols. Je moet
weten dat ik vijf jaar voordien ook al geopereerd was van een volledige
heupprothese en zeven jaar geleden van een nekprothese. Daarom bleef ik even
liggen om te voelen of alles in orde was met mijn reserveonderdelen, maar dat
viel allemaal wel mee. Ondanks mijn jonge leeftijd van zesenveertig had ik al
vanaf mijn tienertijd te kampen gehad met gewricht- en rugproblemen. Op mijn
negentiende verjaardag zat ik al met mijn eerste hernia in de rug. Op mijn
zevenentwintigste hebben ze de eerste operatie uitgevoerd en me verlost van vier
hernia’s. Toch ben ik altijd bedrijvig gebleven in het bouwklussen. Als ik
langere tijd niets omhanden had werd mijn rug verschrikkelijk stijf en had ik
overal pijn. Toen ik merkte dat ik buiten de stekende pijn in mijn pols verder
geen letsel had, heb ik de andere deur ook nog dicht gemetseld. Alhoewel ik op
dezelfde tijd een hele muur had kunnen bouwen. Zo moeizaam ging het verdere
werk. Tegen de tijd dat ik naar huis ging, was mijn pols zo gezwollen dat ik hem
nog nauwelijks kon bewegen. Na de douche bracht ik een knelverband aan met wat
pijnstillende zalf, hopende dat het de volgende dag een stuk beter zou zijn.
Niet dus. De volgende morgen stond ik op met het gevoel dat ik die nacht geen
oog dicht had gedaan. Het voelde net of dat er een gewicht van vijftig kilogram
aan mijn hand hing en als ik mijn hand ergens tegenaan stootte, deed ik het
bijna in mijn broek van de pijn. Er zat maar één ding op. Een bezoek aan de
huisarts met een doorverwijzing naar de spoed in Brasschaat. Gevolg, mijn pols
in een ‘’breeze’’ en zes weken geen gebruik maken van mijn linkerhand! Gelukkig
kon ik , al was het dan met een “breeze” aan, toch mijn vaste job op de trein
als conducteur verder uitvoeren. Welgeteld vier weken heb ik me rustig gehouden,
mede dankzij mijn vrouw die erop toezag dat ik zeker niet eerder terug in het
huis van An en Tom ging werken. Gelukkig hadden ondertussen de stukadoors hun
werk kunnen doen zodat alle muren bijgewerkt waren. Op een gegeven moment was
Tom met de laminaat in de woonkamer bezig en daar ben ik terug opnieuw met
klussen begonnen. Af en toe moest ik een laminaatplaat vasthouden, zodat Tom ze
van lengte kon zagen. Godzijdank voelde ik me eindelijk weer een beetje nuttig.
Helemaal in het begin van de werken was ik er ook al enkele dagen tussenuit
gevallen. Het was op de dag dat de betonboer het beton voor de woonkamer en
keuken kwam brengen. Ik had voordien al regelmatig met beton gewerkt en wist
verdomd goed dat dit bij aanraking met de huid stevige brandwonden kon
veroorzaken. Mark, de stiefvader van Tom, en hijzelf stonden in voor het kruien
en storten van het beton. Ikzelf werkte het beton af, zodat er een mooie, bijna
vlakke ondergrond ontstond om later de leidingen op te leggen. Bij één van de
laatste vierkante meters verloor ik toch even mijn evenwicht, waardoor ik even
met mijn knieën in het zachte beton terecht kwam. Nog geen vijf minuten later
voelde ik mijn knieën beginnen branden. Nog eens vijf minuten later was het werk
klaar en ben ik gelijk naar huis gelopen om onder de douche te kruipen. Ondanks
het snelle reageren heb ik toch veertien dagen met verbrandde knieën rondgelopen
en met de nodige pijn tot gevolg. Hele potten flamazine hebben we eraan
gesmeerd, maar elke keer dat ik mijn benen plooide was het net of alles weer
openscheurde. Misschien was dit alles al wel een voorteken dat ik toch niet zo
goed meer uit de voeten kon met al mijn gebreken? Gelukkig kon ik altijd rekenen
op de goede verzorging van mijn vrouw en dochter. Ons An werkte al enige tijd
als verpleegkundige op de spoed in Malle, en kon ik altijd beroep doen op goede
en acute verpleging in noodgevallen. Als mijn echtgenote dan gezien had hoe het
moest, nam zij de verdere verzorging over van mijn dochter. Dit zou, zoals later
zal blijken, nog heel goed van pas komen. Ik had altijd gezegd dat de
verbouwingswerken bij ons An klaar moesten zijn tegen het eind van februari
2009. Natuurlijk was niet alles helemaal afgewerkt, maar de grootste werken
waren toch achter de rug. Tom kon op een rustige manier de laatste karweien
afwerken tijdens de weekends. Per slot van rekening hadden zij ook veel en zware
arbeid in het huis gestoken en werd het hoog tijd dat we het allemaal wat
rustiger aan gingen doen. Ikzelf moest nu de planning gaan maken om in mijn
eigen huis te gaan renoveren. Dat jaar waren Marie-claire en ik vijfentwintig
jaar gehuwd en zoals iedereen moesten ook wij weer eens aan een nieuwe badkamer
en keuken gaan denken. Typisch, maar na vijfentwintig jaar lijkt alles opeens
versleten of valt stuk. Onze installatie voor de verwarming had ook zijn beste
tijd gehad en was aan vernieuwing toe. En als er daarna nog tijd over was,
zouden we ook nog het plafond in de woonkamer verlagen en een nieuwe tegelvloer
leggen. Liefst zo snel mogelijk, zodat we ook nog konden profiteren van de
nakende zomer, denkende aan onze fietstochtjes. Geen probleem, zeiden de
kinderen, we laten bij ons alles even rusten en komen eerst bij jullie helpen.
Half april zijn we dan gestart. Alles moest zowat tegelijkertijd gebeuren omdat
de nieuwe aardgasleiding via de kelder langs de achterkant van het keukenblok en
de badkamer verder naar de garage moest lopen. Eerst de oude badkamer gesloopt
zodat An en Marie-claire de oude tegels konden verwijderen. Ondertussen ging ik
verder met het grootste gedeelte van de keukenkasten weg te nemen, zodat Jurgen
in het weekend kon starten met het leggen van de nieuwe leidingen. Toen de losse
keukenkastjes veilig weggeborgen waren in de garage kon ik beginnen met het
afbreken van het vroegere plafond in de badkamer. Daar ontdekten we de eerste
tegenslag. Toen we ons huis voor de eerste maal verbouwd hadden, was er op de
achterbouw van de keuken en badkamer een nieuw plat dak geplaatst. Natuurlijk
hadden we toen niet veel geld op onze spaarboek en moest alles zo goedkoop
mogelijk gemaakt worden. Het gevolg was nu, vijfentwintig jaar later, dat
verschillende balken zodanig aangevreten waren door schimmels en vocht dat er
niets anders opzat dan het volledige dak te vernieuwen. Dus in plaats van
leidingen te leggen, werd het weekend ingeruild om een nieuw dak te plaatsen.
Gelukkig konden we weer rekenen op veel hulp van de kinderen en familie. Niet te
geloven, maar op zondagavond was het nieuwe dak geplaatst, inclusief de roofing
en afwerking aan de randen. Zelf heb ik aan het dak niet zoveel meegewerkt. Met
de heupprothese is het niet zo eenvoudig om het evenwicht te bewaren op de
balken en muren. Het op maat zagen van de balken en platen was mijn job. Her en
der moest er een steen bijgemetst worden zodat de steunbalken weer stevig op hun
plaats kwamen. Dankzij de goede samenwerking met de familie was dit werk op
korte tijd geklaard en dit zonder noemenswaardige tegenslagen. Nu het dak
opnieuw gedicht was, kon ik verder met het overige werk. Gelukkig had ik nog
veel achterstallige verlof, zodat ik bijna heel de maand april thuis was van het
werk. Met achterstallige verlof bedoel ik verlof van het jaar daarvoor. Deze
verlofdagen kon men dan meenemen naar het volgende jaar en moest men opnemen
voor einde april. De rest van de werken binnenshuis gingen heel vlot. De
elektriciteitsleidingen werden allemaal vervangen waarna het nieuwe plafond kon
geplaatst worden. In de badkamer werden de tegels geplaatst en de nieuwe
sanitaire toestellen werden uitgetest. Alles bleek goed te werken. Nu nog even
de vloeren egaliseren en de nieuwe tegelvloer plaatsen. Eenmaal dat de vloeren
gedroogd waren, konden de oude keukenkasten terug op hun plaats gezet worden.
Enfin, de laatste week van april was de keuken en de badkamer klaar en was het
weer leuk om op een deftige manier te kunnen koken, eten en douchen. Helaas was
er mede door het rotte dak en nog andere onvoorziene omstandigheden geen tijd
meer over om nog de nieuwe vloer en plafond in de woonkamer te plaatsen. Ergens
in mijn achterhoofd was ik hier ook niet rouwig om, vermits ik de zware
inspanningen van de afgelopen maanden toch wel begon te voelen. Mijn lijf deed
overal pijn en de gewrichten wilden niet meer mee. Ook Marie-claire was het moe
om toch weeral een hele maand in het stof en vuil te zitten van de verbouwingen.
Daarom namen we de beslissing om de rest van de werken volgend jaar te doen.
Begin Mei moest ik dan weer gaan werken bij de spoorwegen, mijn verlof zat erop
en de rest van de verlofdagen wilde ik pas nemen in de zomer om te kunnen gaan
fietsen en andere leuke dingen te doen. Op vakantie naar het buitenland zouden
we dit jaar niet gaan. Door al de werken hadden we geen tijd gehad om iets te
plannen. Het vorige jaar waren we naar Turkije geweest. Het zou een heel mooie
vakantie geworden zijn, maar helaas, op de tweede dag dat we in Antalya waren,
kregen we via de MSN van ons An het trieste bericht dat de broer van
Marie-Claire plots overleden was. Nou, ik kan je vertellen dat de wereld dan
eventjes stilstaat als je zo’n bericht op je vakantieadres krijgt. Hoe kon nu
een jongeman van zesenveertig zomaar plots sterven? Marc, zo heette hij, was
even oud als ik. We zaten vroeger in dezelfde klas en we kenden mekaar dus al
heel lang. Het is ook via hem dat ik mijn vrouw leren kennen heb. Twee weken
ervoor had Marc een ongeval gehad met zijn wagen. Eigenlijk was hij maar licht
gekwetst, maar werd toch voor alle zekerheid naar de spoedafdeling gebracht.
Buiten een lichte shock werd er niets vastgesteld. Enkele dagen na het ongeval
bleef hij toch overal pijn houden maar de huisarts zei dat er verder niets aan
de hand was. Waarschijnlijk zou het gaan om een griepje of iets dergelijks. Een
griepje???? Me hoela ja. Een week later kon hij het niet meer houden van de pijn
en werd hij met spoed naar de kliniek gevoerd. Opnieuw werden er scans en foto’s
gemaakt en op één van die behandeltafels is hij ineen gezakt en is niet meer
bijgekomen met de dood tot gevolg. Helaas is er geen autopsie gepleegd op het
lichaam van Marc. Zijn kersverse echtgenote wilde dit niet, hij was amper enkele
weken voordien terug hertrouwd met een vrouw die wij als familie totaal niet
kenden. Tot op de dag van vandaag weten we dus nog altijd niet waaraan Marc is
gestorven. Voor zijn moeder, mijn schoonmoeder, was zijn dood onaanvaardbaar.
Zij kon en kan er nog steeds niet over. Het was dan ook haar oogappel, ondanks
het feit dat ze in zijn puberjaren veel afgezien hebben met hem. Wij zaten dus
in Turkye als we dit verschrikkelijke nieuws vernamen. We zaten daar niet
alleen. Het was op aanraden van mijn zus Sabine dat we naar daar op verlof
gegaan zijn. Zij was er al enkel e keren geweest en vond het een geweldig hotel.
Vijf sterren all inclusive. Daarom beslisten we dat we samen met haar op reis
gingen en dat zij onze gids zou zijn in Antalya. Als we daar alleen zouden
geweest zijn, zouden we onmiddellijk het eerste vliegtuig terug naar Belgie
genomen hebben, maar nu ging dat een stuk moeilijker vermits we niet alleen
waren. Twee dagen later kregen we het bericht vanuit Essen dat Marc pas de dag
na onze voorziene terugkeer zou begraven worden. Zodoende konden we ons verblijf
in turkeye toch afmaken. Helaas, echt veel plezier hebben we na het droevige
nieuws niet meer gehad. Je zit vanaf dat moment toch met je gedachten thuis.
Mei, 2009. Veel zouden we niet meer ondernemen dit jaar op het vlak van
verbouwingen. Doch, de ergste vermoeidheid was ondertussen weeral verdwenen en
iets hield me toch nog heel de tijd bezig. Het golfplatendak van de garage bleef
maar lekken. En eigenaardig genoeg was er van op de ladder niks te zien van
buitenaf. Langs de binnenkant zat isolatie in de vorm van schuimplaten, zodat je
langs de binnenkant sowieso niet kon zien of er scheuren inzaten. Na enig
zelfberaad heb ik dan de slechtste beslissing in mijn leven genomen. De
golfplaten waren helemaal bedekt met een laag mos en de enige mogelijkheid om
dit eraf te krijgen, was deze af te spuiten met de hogedrukreiniger. Het dak
steunde volledig op drie houten langsbalken en vermits ik nogal een zwaarwichtig
persoon ben, nam ik de wijze raad om een stuk van mijn aluminium ladder langs op
de gehavende golfplaten te leggen zodat mijn gewicht zo breed mogelijk op de
platen gedragen werd. Nadat ik de hogedrukreiniger naar boven had gesjouwd en de
kraan opengedraaid had, kon ik aan de gang gaan. Het mos ging er vanzelf af. Ik
schaamde me wel een beetje voor de buren. Het losgekomen mos vloog langs alle
kanten weg en kwam natuurlijk ook tegen de gevel van de buren terecht. De
buurvrouw en haar dochter zaten op dat moment te genieten in hun tuin van het
mooie voorjaarszonnetje. Het was ook een lekker temperatuurtje met zo’n
21graden. Dus geen greintje last van het opspattende water. Gelukkig maakte de
buurvrouw er helemaal geen probleem van en op een mum van tijd was dan ook het
hele dak ontdaan van vuil en mos. Raar maar waar, ik zag geen enkele scheur of
barst in het nog natte dak. Voor mij bleef er dan maar één verklaring over voor
het lekken van het dak. Namelijk: het dak bestond uit twee dakplaten helften,
dus twee rijen golfplaten die halverwege het dak over mekaar lagen. Op die
scheidingslijn zat het meeste mos en vermits de hellingsgraat nogal aan de lage
kant was, moest het wel zo zijn dat heet regenwater langs die naad naar binnen
sijpelde. Dus het probleem zou nu opgelost moeten zijn nu het mos op de naad
verdwenen was. Om deze stelling te kunnen bevestigen moesten we wachten tot de
eerstvolgende regenbui. Eigenaardig genoeg hadden we een lange droogteperiode en
was het enkele weken wachten om te controleren of er nog andere lekken waren.
Wordt vervolgd:
Tweede week van Juni 2009. We waren al heel
goed gewoon aan het droge en zonnige weer van de afgelopen weken. Elke dag vrij
waren we samen gaan fietsen. Soms een ritje van enkele kilometers, maar ook hele
toeren van meer dan zestig kilometer langs het Schelde Rijn kanaal op de
scheiding van Brabant en Zeeland. Op de terugkomst van één van onze laatste
fietstochten pakte de wolken helemaal samen tot één zwart wolkendek. Hier moest
regen en onweer van komen. Daarom namen we vlug een binnenweg zodat we op een
halfuurtje thuis waren. We hadden nog maar net onze fietsen in de garage gezet
toen de eerste regendruppels naar beneden kwamen. Gelukkig viel het nogal mee.
Er zat ook helemaal geen onweer bij, maar er was toch net genoeg hemelwater naar
beneden gekomen om mijn garage na te zien hoe het met de lekken gesteld was. Ik
opende de deur zag tot mijn grote ontsteltenis dat het dak nog steeds lekte. Dus
er moest meer aan de hand zijn met het dak. De volgende dag was het gelukkig
weer stralend weer en de golfplaten waren door de zon opgedroogd. Vanaf de
ladder ontdekte ik eindelijk wat de oorzaak was van de lekken. Nu het enkele
weken droog weer was geweest en het mos met de hogedrukreiniger verwijderd was,
zag ik dat er enkele golfplaten bedekt waren met allemaal fijne scheurtjes. Deze
waren voorheen niet te zien door het overvloedige mos. Zolang het dak nat was,
waren deze ook niet te onderscheiden. Herinnert U zich nog het beginverhaal in
dit boek over het zware nachtelijk onweer met hagelstenen als duiveneieren? Deze
hagel had ontegensprekelijk het dak beschadigd zodat de golfplaten gescheurd
waren op verschillende plaatsen. Er zat maar één ding op, en dat was het hele
dak te vernieuwen. De volgende dag stond ik al met de aanhanger bij een
doe-het-zelf zaak om nieuwe golfplaten op te laden. Op Zaterdag 21 Juni 2009 was
ik afgesproken met Tom, Jurgen en Jean-Pierre om vanaf 08.00 uur te starten met
de vernieuwing van het garage dak. We gingen de isolatie laten zitten en zouden
vanaf de bovenkant de oude platen verwijderen om daarna de nieuwe te kunnen
plaatsen. Ik was al om zeven uur wakker die ochtend en na een boterham en een
kop koffie begon ik al om de meeste schroeven van het dak los te maken. Ik had
wederom de ladder languit op het dak gelegd, zodat dit de meeste ondersteuning
gaf. Rond acht uur had ik de meeste platen van de bovenste rij al naar beneden
geschoven. Er restte nog twee platen. Helaas kon ik nu de ladder niet meer laten
liggen en moest ik deze verwijderen. Ondertussen was Tom en Jean-Pierre al
aangekomen en begonnen direct aan de onderste rij platen. Voor de twee laatste
platen van de bovenste rij los te maken moest ik met mijn volle gewicht op de
muur steunen terwijl ik bovenop de laatste golfplaat zat. Om aan de verste
schroef te geraken, moest ik me nogal ver uitstrekken en op dat ogenblik
gebeurde het onvermijdelijke. Plots voelde ik de golfplaat onder mijn achterste
breken . Ik greep nog alle kanten uit om een houvast te vinden maar die was er
niet. Als een baksteen zakte ik door het dak en bleef even met mijn heup op een
muurhaak hangen. Deze haak diende voor de ladder aan te hangen als deze niet
gebruikt werd. Natuurlijk gebeurde dit allemaal in een flits van een seconde.
Door de muurhaak draaide ik 180graden en stortte recht met mijn hoofd en lichaam
naar beneden. Ik plaatste nog mijn handen om de val te breken maar veel soelaas
bracht dit niet. Ik hoorde mijn polsen breken. Met mijn achterhoofd raakte ik
het beton. Het was net alsof mijn hoofd in mijn lichaam werd gedrukt doordat de
rest van mijn gewicht achterop kwam. Een stekende pijn ging door mijn schouders
en de eerste bloeddruppels die van mijn hoofd rolden, vertroebelden mijn zicht.
Nog geen seconde later kwam Tom en Jean-Pierre de garage binnengelopen. Tom
ontfermde zich onmiddellijk over mij en zei dat ik een grote gapende wonde aan
mijn hoofd had. Jean-Pierre liep naar binnen en vroeg mijn echtgenote om direct
de ambulance te bellen. Ondertussen was onze Jurgen door de klap van mijn val
wakker geworden en kwam de garage binnengelopen. Tom nam een propere handdoek en
depte hier het bloed van mijn hoofd mee op. Vervolgens drukte hij met beide
handen de handdoek op mijn hoofd om het bloeden enigszins te stelpen. Ik keek
naar mijn polsen, die stonden helemaal in een onnatuurlijke vorm en werden in
mum van tijd dubbel zo dik. Vervolgens realiseerde ik me dat ik geen gevoel meer
had in mijn benen en buik. Een heel raar gevoel dat ik niet zo snel een
bestemming kon geven. Tom, zei ik, ik voel mijn benen en buik niet meer, is dat
wel normaal. Ik zag hem heel bedenkelijk kijken. Hij bleef maar tegen mij
inpraten zodat ik niet weg zou vallen. Aan de blikken van de anderen zag ik wel
dat mijn toestand niet zo rooskleurig was. An is spoedverpleegkundige en zag
natuurlijk direct wat er aan de hand was. Binnen de twaalf minuten was de
ambulance er. De MUG nog geen tien minuten later. Meer dan twintig minuten
hebben deze mensen er alles aan gedaan om mijn gehavende lichaam te
stabiliseren. Veel plaats hadden ze niet in de garage daar ik tussen de
diepvriezer en een tafel in lag met allemaal stukken van golfplaten en isolatie
rondom mij. Ze deden een soort van verband rond de gapende wonde op mijn hoofd.
Ze plaatsten zo’n vervelende plastieken steunkraag rond mijn hals en schoven een
draagplaat onder mijn rug. Ondertussen werd ik door de MUG-arts voorzien van
allerlei apparatuur en baxters. Ik hoorde hen van alles vertellen, maar echt
doordringen wat er allemaal gebeurde rondom mij deed het niet. Het was net alsof
ze niet aan mijn lichaam bezig waren maar aan dat van iemand anders. Vervolgens
werd ik door de smalle deur van de garage gedragen richting de brancard die op
het terras op mij stond te wachten. Door het shock effect bevond ik mij in een
soort van roes. Ik beleefde alles in realtime maar het drong niet tot me door.
Eenmaal in de ambulance hoorde ik de deur achter mij sluiten en de spoedarts nam
plaats naast mij. Marie-Claire, mijn echtgenote, mocht plaats nemen naast de
ambulance bestuurder en op een slakkengangetje reden we richting Klina. Normaal
gezien rijdt een ziekenwagen altijd heel snel, maar de mijne ging echt traag. Er
moest iets ernstig mijn rug aan de hand zijn anders zouden ze niet voor elke
drempel vertragen. Stapvoets reden ze over elk bultje in de weg. De weg van
Essen naar Brasschaat leek eindeloos lang te duren. De enige doffe pijn die ik
voelde, situeerde zich in mijn polsen en bovenrug. Na een halfuurtje kwamen we
aan op de spoeddienst van Klina. Ik werd gelijk naar een behandelkamer gereden
en heb daar blijkbaar enkele uren doorgebracht terwijl er van alle onderzoeken
werden gedaan. Raar maar waar, ondanks dat ik altijd bij bewustzijn bleef, weet
ik van deze uren maar weinig meer te vertellen. Waarschijnlijk had ik het
gedacht dat ik daar wel in goede handen was en dat ik het allemaal maar liet
gebeuren. Er werden verschillende scans gemaakt en ontelbare foto’s genomen.
Uiteindelijk kreeg ik één van de kamertjes op de intensive care toegewezen. Daar
hoorde ik voor het eerst van de neurochirurg dat mijn rug gebroken was op het
niveau Th3. Het drong op dat moment nog niet tot mij door, maar voor de vrouw en
de kinderen moeten dit verschrikkelijke uren geweest zijn. Ik had nog zoiets
van, binnen een paar dagen ben ik hier weer weg nadat ze me opgelapt hebben en
dan kan ik weer verder doen aan de garage. Op de intensive care kreeg ik van
alle toeters en bellen aangemeten. Draden links van me en rechts van me.
Slangetjes met alle soorten vloeistof, zuurstofmasker, een knijper op mijn
vinger, een constante bloeddrukmeter rond mijn bovenarm, enz. Hier begint mijn
eigenlijke dagboek, ik ga vechten om te overleven. Ik ga moeten leren leven met
een handicap. Heel mijn leven zal vanaf deze dag veranderen. Mijn vaste maatje
zal mijn rolstoel worden. Maar eerst staat er nog een lange revalidatie te
wachten. Wordt vervolgd.
Vier maal
per dag, gedurende 15minuten mag het naaste bezoek langskomen op de intensive
care. Erg lang is dit niet, en toch leek het voor mij dat er constant iemand bij
me was. Waarschijnlijk ben ik de uren tussendoor in een soort van “coma” gegaan
of gebracht. Voor mij leek het in ieder geval, dat Marie-claire of ons An de
hele tijd aan mijn bed stonden. De verpleging kwam elk kwartier langs om te zien
of alles ok was. Zo nu en dan herkende ik andere gezichten bij het bezoek. Maar
steeds had ik nog niet het gevoel dat ik erg ver heen was, en dat ik aan het
vechten was voor mijn leven. De eerste fantoom pijn stak de kop op. Het voelde
net of mijn onderbenen hingen van mijn bed af. Deze voelden erg zwaar aan. Ik
vroeg geregeld om mijn benen terug op het bed te leggen en elke keer opnieuw
probeerden ze me bij te brengen dat mijn benen wel degelijk op het bed lagen en
niet ernaast. Door de enorme hoeveelheid “cortisone” die in mijn lichaam gepompt
werd, kreeg ik ook nog eens acute diabetes. Links en rechts van me lagen kussens
om mijn gebroken polsen op te laten steunen. Op mijn hoofd zat een soort van
muts om het ergste zicht een beetje weg te moffelen. Marie-Claire vroeg op een
gegeven moment aan de verpleging om eens te mogen kijken naar mijn hoofdwonde.
De verpleging gaf zelf aan om dit best niet te doen, daar het helemaal geen
fraai aanzicht gaf. Gelukkig werd ik de tweede dag naar de operatiekamer
gebracht om mijn hoofdhuid dicht te nieten. 48 nieten hadden ze nodig om de
hoofdwonde dicht te krijgen. De derde dag achtte de artsen me sterk genoeg om
mijn polsen te opereren en gelijktijdig een soort van stelling rond mijn
gebroken rugwervel te plaatsen, zodat de dwarslaesie zeker niet meer naar boven
zou kruipen. Toen ik wakker werd, had ik verschrikkelijke pijnen in mijn
bovenrug. Het was net alsof ze mijn rugwervels in een onmogelijke positie
geplaatst hadden. Deze, bijna ondraaglijke, pijn bleek normaal te zijn. Hiervoor
kreeg ik nog eens een enorme dosis pijnstilling onder de vorm van een
morfinederivaat. Dit resulteerde al snel in waanvoorstellingen. In mijn
gezichtsveld hing een ronde klok. Een witte wijzerplaat met zwarte cijfers en
wijzers. Een klok die je kan vergelijken met een stationsklok, maar dan een
maatje kleiner. Eigenaardig genoeg ging voor mij de wijzer van de minuten even
snel als de secondewijzer. Soms draaiden de wijzers zelfs achteruit in plaats
van vooruit. Naar mijn gevoel stond er ook een computer onder mijn bed, waar
steeds maar weer, heel veel e-mails binnenkwamen. Ik weet nog dat ik hierover
tegen een verpleger een opmerking over maakte, dat het hoog tijd werd om de
mailbox na te kijken, want dat de computer zoveel lawaai maakte omdat er geen
enkele mail meer bij kon. Eigenaardig genoeg zei hij me dat hij dat onmiddellijk
na ging zien. Hij prutste wat aan de achterkant van mijn bed en zei dat ie de
mailbox had leeggemaakt en dat de computer nu wel een stuk minder luidruchtig
zou zijn. Achteraf hebben we hier nog goed mee gelachen. Die befaamde ‘computer’
bleek het apparaat van mijn alternerende matras te zijn, een soort van luchtpomp
zeg maar. Marie-Claire vroeg aan de verpleging of dit wel normaal was, gezien ik
toch een ferme klap op mijn hoofd had gehad, en of er toch niets aan mankeerde,
zeg maar, een beetje gek geworden of iets dergelijks. Het geruststellende
antwoord was dat alle patiënten op de intensieve dit meemaakten. Door alle
toeters en bellen en de regelmatige check-ups van de verpleging, en natuurlijk
ook door al het vergif dat in mijn aderen gespoten werd, herleidde men deze
geestelijke toestand als ‘heel normaal’. Buiten was het volop zomer.
Temperaturen van 3o° en meer waren de dagelijkse kost. Om het half uur koelden
ze mijn mond met een ijslollie gemaakt van fruitsap of appelsap. Het enige dat
ik gedurende vijf dagen kreeg. Ik zou ook niets anders weg kunnen slikken
hebben. Mijn vocht kreeg ik via het infuus en eten was niet aan de orde. Mijn
enige afleiding was het raam waardoor ik naar buiten kon kijken. Ik keek recht
op de kindercrèche van het ziekenhuis. De kindjes van het personeel konden daar
terecht, terwijl hun ouders in de kliniek werkten. Als het te warm werd, vulde
de kinderjuffrouw een opblaasbaar zwembadje met wat water. Dit zwembadje stond
dan op het gazonnetje naast de crèche met een parasol erboven zodat de stekende
zon geen kwaad kon voor de kindjes. Zo bracht ik mijn eerste dagen door op de
intensieve. Gelukkig heb ik hier maar vijf dagen moeten doorbrengen. De zesde
dag was ik voldoende aangesterkt en mocht ik naar een gewone kamer op de gang.
Ondanks mijn toestand viel het me toch zwaar om afscheid te nemen van het
verplegend personeel van de intensif- care. Ze waren zo goed, zo lief voor mij
geweest, zo meelevend met mijn echtgenote en kinderen. Zij hebben ervoor gezorgd
dat we die moeilijke eerste week een beetje doorgekomen zijn. Ik begin voor het
eerst de ernst van de situatie te beseffen. Ik ga nooit meer lopen. Ik ga geen
conducteurtje meer spelen op de trein. Ik ga geen huizen meer kunnen verbouwen.
Raar hé!!!!
Vorige keer, met mijn heupoperatie, had
ik nog het genoegen om een hospitalisatieverzekering te hebben, waarbij ik van
een éénpersoons kamer kon genieten zonder een dure opleg te moeten bijbetalen.
Helaas werd dit in 2008 aangepast door de NMBS, waardoor onze, nu gratis,
groepsverzekering enkel nog volledige dekking geeft voor een tweepersoonkamer .
Niet dat ik ertegen opzie om met meerdere mensen op een kamer te liggen, maar in
mijn geval toch moeilijk omdat je jezelf door een aanvaardingsproces moet
worstelen. Enfin, ik heb twee weken op deze kamer gelegen en ik denk dat ik
zowat vier verschillende kamergenoten gehad heb. Erik uit Brasschaat was de
eerste, een man van mijn eigen leeftijd die mede door het warme weer, onwel
geworden was op straat. Vervolgens een jongen uit mijn eigen gemeente, ik kom nu
even niet op zijn naam, die opgenomen werd met een verschrikkelijke
keelontsteking die acute verzorging nodig had. De derde was ‘Lowie’ uit
Kapellen. De onfortuinlijke man was in de tuin gevallen en had zijn schouder uit
de kom. Met hem heb ik de laatste week de kamer gedeeld. De laatste dag kwam er
nog een jongen van een jaar of 17, die een dringende operatie nodig had, maar
hem heb ik niet echt leren kennen. Op deze gewone kamer ben ik zowat aan mijn
eerste revalidatie begonnen. Vanaf de eerste dag moest ik leren omgaan met het
feit dat ik toch wel getoucheerd moest worden om van mijn ontlasting af te
geraken. Ludo, een verpleger in hart en nieren, kwam om de drie dagen langs. Hij
draaide me op mijn linkerzijde en deed zijn werk. Voor de ontlasting van mijn
urine lag ik met een bestendige urinesonde die ze om de vijf uur leeg kwamen
maken en waarvan nauwkeurig de hoeveelheden werden genoteerd in verband met de
vochtbalans. Al wat erin ging moest er ook weer uitkomen. Ik lag nog altijd met
een infuus waarlangs ik vocht en antibiotica kreeg toegediend. Tevens fungeerde
deze ook om de rest van de medicijnen in te spuiten. Toen ik twee dagen op de
inwendige afdeling lag, had ik regelmatig last van hoge koorts die de artsen
niet onmiddellijk ergens aan toe konden wijzen. Dan maar een nieuwe scan, en
gelijk een scan van de longen met contrast vloeistof. Wat bleek, ik had het
begin van longembolie, opnieuw een enorme opdoffer. Gelijk starten met
bloedverdunners die ik nog een half jaar lang zou moeten blijven innemen. Door
deze embolie zit ik nu bijna twee jaar later ook nog steeds opgescheept met, op
maat gemaakte, ted kousen. Niet dat ik daar veel van voel, maar het is toch een
bijkomstigheid. Bijna 40° koorts en buitentemperatuur nog steeds 38°, hittegolf
dus. Hadden we nog de pech dat onze kamer net op een hoek lag op de derde
verdieping in de richting van het zuiden. Gelukkig had de nachtverpleegster nog
ergens een ventilator gevonden op de afdeling. Deze heeft, zeg maar, twee weken
constant gedraaid om toch maar een beetje afkoeling te krijgen. Net zoals op de
intensieve waren de verplegers en verpleegsters zo vriendelijk en hulpvaardig
dat je er een echte band mee kreeg. Zo was er Rudi, een jongen uit de duizend.
Nu was mijn kapsel van nature niet zo weelderig, maar het was toch al enkele
weken geleden dat ik voor mijn ongeval nog naar de kapper geweest was met gevolg
dat mijn haar aan mijn oren alle kanten opstak. Geen probleem, zei Rudi, zodra
de nietjes uit Uw hoofd zijn verwijderd, zorg ik ervoor dat je haar met de
tondeuse geschoren wordt. En zo geschiedde het, één van de laatste dagen in de
Klina, werd mijn kapsel terug in model gebracht. Nooit was er iets teveel als je
iets vroeg, altijd probeerde men in de mate van het mogelijke een oplossing te
zoeken. Op al die tijd daar, heb ik maar één keer een probleem gehad met een
iets oudere nachtzuster. Tante Terry, noemde ik haar. Het was een dame die net
tegen haar pensioen aanliep, je weet wel, zo’n mevrouwtje met een brilletje op
die dacht dat de kliniek op haar draaide en éénmaal dat zij op pensioen zou zijn
dat alles daar in duigen zou vallen. ’s Nachts kwam zij dan een nieuw infuus
hangen en door haar kleine gestalte kon ze niet zo goed bij de staander waar het
infuus aanhing. Hierdoor moest ze altijd een beetje omhoog springen en dan kon
ze de zak net achter het haakje van de staander mikken. Meestal lukte dit haar
wel, maar op een nacht sprong ze op en nam in het neerkomen mijn slangetje mee
onder haar voet. Resultaat: infuusnaald afgebroken in mijn bovenhand. Gelukkig
bleef er nog een stukje uitsteken, waardoor ze nog vrij eenvoudig de afgebroken
naald kon verwijderen. Ik heb ze na die nacht niet meer teruggezien,
waarschijnlijk is ze toen juist met verlof gegaan. De anderen konden hun oren
niet geloven, maar zeiden er ook gelijktijdig bij dat dit niet het enigste was
wat ze met tante terry meegemaakt hadden.