Inhoud blog
  • 6 Augustus 2018
  • 9 Februari 2018.
  • 20 juni 2015
  • Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Dwarslaesie.
    Enkel in mijn dromen stap ik nog rond.
    15-08-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Naar de afdeling Inwendige 3.
    Verhuis naar de kamer.
    Vorige keer, met mijn heupoperatie, had ik nog het genoegen om een hospitalisatieverzekering te hebben, waarbij ik van een éénpersoons kamer kon genieten zonder een dure opleg te moeten bijbetalen. Helaas werd dit in 2008 aangepast door de NMBS, waardoor onze, nu gratis, groepsverzekering enkel nog volledige dekking geeft voor een tweepersoonkamer . Niet dat ik ertegen opzie om met meerdere mensen op een kamer te liggen, maar in mijn geval toch moeilijk omdat je jezelf door een aanvaardingsproces moet worstelen. Enfin, ik heb twee weken op deze kamer gelegen en ik denk dat ik zowat vier verschillende kamergenoten gehad heb. Erik uit Brasschaat was de eerste, een man van mijn eigen leeftijd die mede door het warme weer, onwel geworden was op straat. Vervolgens een jongen uit mijn eigen gemeente, ik kom nu even niet op zijn naam, die opgenomen werd met een verschrikkelijke keelontsteking die acute verzorging nodig had. De derde was ‘Lowie’ uit Kapellen. De onfortuinlijke man was in de tuin gevallen en had zijn schouder uit de kom. Met hem heb ik de laatste week de kamer gedeeld. De laatste dag kwam er nog een jongen van een jaar of 17, die een dringende operatie nodig had, maar hem heb ik niet echt leren kennen. Op deze gewone kamer ben ik zowat aan mijn eerste revalidatie begonnen. Vanaf de eerste dag moest ik leren omgaan met het feit dat ik toch wel getoucheerd moest worden om van mijn ontlasting af te geraken. Ludo, een verpleger in hart en nieren, kwam om de drie dagen langs. Hij draaide me op mijn linkerzijde en deed zijn werk. Voor de ontlasting van mijn urine lag ik met een bestendige urinesonde die ze om de vijf uur leeg kwamen maken en waarvan nauwkeurig de hoeveelheden werden genoteerd in verband met de vochtbalans. Al wat erin ging moest er ook weer uitkomen. Ik lag nog altijd met een infuus waarlangs ik vocht en antibiotica kreeg toegediend. Tevens fungeerde deze ook om de rest van de medicijnen in te spuiten. Toen ik twee dagen op de inwendige afdeling lag, had ik regelmatig last van hoge koorts die de artsen niet onmiddellijk ergens aan toe konden wijzen. Dan maar een nieuwe scan, en gelijk een scan van de longen met contrast vloeistof. Wat bleek, ik had het begin van longembolie, opnieuw een enorme opdoffer. Gelijk starten met bloedverdunners die ik nog een half jaar lang zou moeten blijven innemen. Door deze embolie zit ik nu bijna twee jaar later ook nog steeds opgescheept met, op maat gemaakte, ted kousen. Niet dat ik daar veel van voel, maar het is toch een bijkomstigheid. Bijna 40° koorts en buitentemperatuur nog steeds 38°, hittegolf dus. Hadden we nog de pech dat onze kamer net op een hoek lag op de derde verdieping in de richting van het zuiden. Gelukkig had de nachtverpleegster nog ergens een ventilator gevonden op de afdeling. Deze heeft, zeg maar, twee weken constant gedraaid om toch maar een beetje afkoeling te krijgen. Net zoals op de intensieve waren de verplegers en verpleegsters zo vriendelijk en hulpvaardig dat je er een echte band mee kreeg. Zo was er Rudi, een jongen uit de duizend. Nu was mijn kapsel van nature niet zo weelderig, maar het was toch al enkele weken geleden dat ik voor mijn ongeval nog naar de kapper geweest was met gevolg dat mijn haar aan mijn oren alle kanten opstak. Geen probleem, zei Rudi, zodra de nietjes uit Uw hoofd zijn verwijderd, zorg ik ervoor dat je haar met de tondeuse geschoren wordt. En zo geschiedde het, één van de laatste dagen in de Klina, werd mijn kapsel terug in model gebracht. Nooit was er iets teveel als je iets vroeg, altijd probeerde men in de mate van het mogelijke een oplossing te zoeken. Op al die tijd daar, heb ik maar één keer een probleem gehad met een iets oudere nachtzuster. Tante Terry, noemde ik haar. Het was een dame die net tegen haar pensioen aanliep, je weet wel, zo’n mevrouwtje met een brilletje op die dacht dat de kliniek op haar draaide en éénmaal dat zij op pensioen zou zijn dat alles daar in duigen zou vallen. ’s Nachts kwam zij dan een nieuw infuus hangen en door haar kleine gestalte kon ze niet zo goed bij de staander waar het infuus aanhing. Hierdoor moest ze altijd een beetje omhoog springen en dan kon ze de zak net achter het haakje van de staander mikken. Meestal lukte dit haar wel, maar op een nacht sprong ze op en nam in het neerkomen mijn slangetje mee onder haar voet. Resultaat: infuusnaald afgebroken in mijn bovenhand. Gelukkig bleef er nog een stukje uitsteken, waardoor ze nog vrij eenvoudig de afgebroken naald kon verwijderen. Ik heb ze na die nacht niet meer teruggezien, waarschijnlijk is ze toen juist met verlof gegaan. De anderen konden hun oren niet geloven, maar zeiden er ook gelijktijdig bij dat dit niet het enigste was wat ze met tante terry meegemaakt hadden.
    Wordt vervolgd:

    15-08-2011 om 09:49 geschreven door karl

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Intensive care.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Vier maal per dag, gedurende 15minuten mag het naaste bezoek langskomen op de intensive care. Erg lang is dit niet, en toch leek het voor mij dat er constant iemand bij me was. Waarschijnlijk ben ik de uren tussendoor in een soort van “coma” gegaan of gebracht. Voor mij leek het in ieder geval, dat Marie-claire of ons An de hele tijd aan mijn bed stonden. De verpleging kwam elk kwartier langs om te zien of alles ok was. Zo nu en dan herkende ik andere gezichten bij het bezoek. Maar steeds had ik nog niet het gevoel dat ik erg ver heen was, en dat ik aan het vechten was voor mijn leven. De eerste fantoom pijn stak de kop op. Het voelde net of mijn onderbenen hingen van mijn bed af. Deze voelden erg zwaar aan. Ik vroeg geregeld om mijn benen terug op het bed te leggen en elke keer opnieuw probeerden ze me bij te brengen dat mijn benen wel degelijk op het bed lagen en niet ernaast. Door de enorme hoeveelheid “cortisone” die in mijn lichaam gepompt werd, kreeg ik ook nog eens acute diabetes. Links en rechts van me lagen kussens om mijn gebroken polsen op te laten steunen. Op mijn hoofd zat een soort van muts om het ergste zicht een beetje weg te moffelen. Marie-Claire vroeg op een gegeven moment aan de verpleging om eens te mogen kijken naar mijn hoofdwonde. De verpleging gaf zelf aan om dit best niet te doen, daar het helemaal geen fraai aanzicht gaf. Gelukkig werd ik de tweede dag naar de operatiekamer gebracht om mijn hoofdhuid dicht te nieten. 48 nieten hadden ze nodig om de hoofdwonde dicht te krijgen. De derde dag achtte de artsen me sterk genoeg om mijn polsen te opereren en gelijktijdig een soort van stelling rond mijn gebroken rugwervel te plaatsen, zodat de dwarslaesie zeker niet meer naar boven zou kruipen. Toen ik wakker werd, had ik verschrikkelijke pijnen in mijn bovenrug. Het was net alsof ze mijn rugwervels in een onmogelijke positie geplaatst hadden. Deze, bijna ondraaglijke, pijn bleek normaal te zijn. Hiervoor kreeg ik nog eens een enorme dosis pijnstilling onder de vorm van een morfinederivaat. Dit resulteerde al snel in waanvoorstellingen. In mijn gezichtsveld hing een ronde klok. Een witte wijzerplaat met zwarte cijfers en wijzers. Een klok die je kan vergelijken met een stationsklok, maar dan een maatje kleiner. Eigenaardig genoeg ging voor mij de wijzer van de minuten even snel als de secondewijzer. Soms draaiden de wijzers zelfs achteruit in plaats van vooruit. Naar mijn gevoel stond er ook een computer onder mijn bed, waar steeds maar weer, heel veel e-mails binnenkwamen. Ik weet nog dat ik hierover tegen een verpleger een opmerking over maakte, dat het hoog tijd werd om de mailbox na te kijken, want dat de computer zoveel lawaai maakte omdat er geen enkele mail meer bij kon. Eigenaardig genoeg zei hij me dat hij dat onmiddellijk na ging zien. Hij prutste wat aan de achterkant van mijn bed en zei dat ie de mailbox had leeggemaakt en dat de computer nu wel een stuk minder luidruchtig zou zijn. Achteraf hebben we hier nog goed mee gelachen. Die befaamde ‘computer’ bleek het apparaat van mijn alternerende matras te zijn, een soort van luchtpomp zeg maar. Marie-Claire vroeg aan de verpleging of dit wel normaal was, gezien ik toch een ferme klap op mijn hoofd had gehad, en of er toch niets aan mankeerde, zeg maar, een beetje gek geworden of iets dergelijks. Het geruststellende antwoord was dat alle patiënten op de intensieve dit meemaakten. Door alle toeters en bellen en de regelmatige check-ups van de verpleging, en natuurlijk ook door al het vergif dat in mijn aderen gespoten werd, herleidde men deze geestelijke toestand als ‘heel normaal’. Buiten was het volop zomer. Temperaturen van 3o° en meer waren de dagelijkse kost. Om het half uur koelden ze mijn mond met een ijslollie gemaakt van fruitsap of appelsap. Het enige dat ik gedurende vijf dagen kreeg. Ik zou ook niets anders weg kunnen slikken hebben. Mijn vocht kreeg ik via het infuus en eten was niet aan de orde. Mijn enige afleiding was het raam waardoor ik naar buiten kon kijken. Ik keek recht op de kindercrèche van het ziekenhuis. De kindjes van het personeel konden daar terecht, terwijl hun ouders in de kliniek werkten. Als het te warm werd, vulde de kinderjuffrouw een opblaasbaar zwembadje met wat water. Dit zwembadje stond dan op het gazonnetje naast de crèche met een parasol erboven zodat de stekende zon geen kwaad kon voor de kindjes. Zo bracht ik mijn eerste dagen door op de intensieve. Gelukkig heb ik hier maar vijf dagen moeten doorbrengen. De zesde dag was ik voldoende aangesterkt en mocht ik naar een gewone kamer op de gang. Ondanks mijn toestand viel het me toch zwaar om afscheid te nemen van het verplegend personeel van de intensif- care. Ze waren zo goed, zo lief voor mij geweest, zo meelevend met mijn echtgenote en kinderen. Zij hebben ervoor gezorgd dat we die moeilijke eerste week een beetje doorgekomen zijn. Ik begin voor het eerst de ernst van de situatie te beseffen. Ik ga nooit meer lopen. Ik ga geen conducteurtje meer spelen op de trein. Ik ga geen huizen meer kunnen verbouwen. Raar hé!!!!

    15-08-2011 om 09:49 geschreven door karl

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.En toen sloeg het noodlot toe.
    Tweede week van Juni 2009. We waren 
    al heel goed gewoon aan het droge en 
    zonnige weer van de afgelopen weken. 
    Elke dag vrij waren we samen gaan fietsen. 
    Soms een ritje van enkele kilometers, 
    maar ook hele toeren van meer dan zestig 
    kilometer langs het Schelde Rijn kanaal op de 
    scheiding van Brabant en Zeeland. 
    Op de terugkomst van 1 van onze laatste fietstochten 
    pakte de wolken helemaal samen tot 1 zwart 
    wolkendek. Hier moest regen en onweer van komen. 
    Daarom namen we vlug een binnenweg zodat 
    we op een halfuurtje thuis waren. We hadden nog 
    maar net onze fietsen in de garage gezet toen 
    de eerste regendruppels naar beneden kwamen. 
    Gelukkig viel het nogal mee. Er zat ook helemaal 
    geen onweer bij, maar er was toch net genoeg 
    hemelwater naar beneden gekomen om mijn 
    garage na te zien hoe het met de lekken gesteld was. 
    Ik opende de deur zag tot mijn grote ontsteltenis dat 
    het dak nog steeds lekte. Dus er moest meer aan de 
    hand zijn met het dak. De volgende dag was het 
    gelukkig weer stralend weer en de golfplaten waren 
    door de zon opgedroogd. Vanaf de ladder ontdekte ik 
    eindelijk wat de oorzaak was van de lekken. 
    Nu het enkele weken droog weer was geweest en 
    het mos met de hogedrukreiniger verwijderd was, 
    zag ik dat er enkele golfplaten bedekt waren met 
    allemaal fijne scheurtjes. Deze waren voorheen niet 
    te zien door het overvloedige mos. Zolang het dak nat was, 
    waren deze ook niet te onderscheiden. 
    Herinnert U zich nog het beginverhaal in dit 
    boek over het zware nachtelijk onweer met 
    hagelstenen als duiveneieren? Deze hagel had 
    ontegensprekelijk het dak beschadigd zodat 
    de golfplaten gescheurd waren op verschillende plaatsen. 
    Er zat maar ��n ding op, en dat was het hele dak te 
    vernieuwen. De volgende dag stond ik al met de 
    aanhanger bij een doe-het-zelf zaak om nieuwe 
    golfplaten op te laden. Op Zaterdag 21 Juni 2009 was ik 
    afgesproken met Tom, Jurgen en Jean-Pierre om vanaf 
    08.00 uur te starten met de vernieuwing van het garage dak. 
    We gingen de isolatie laten zitten en zouden vanaf de 
    bovenkant de oude platen verwijderen om daarna de 
    nieuwe te kunnen plaatsen. Ik was al om zeven uur 
    wakker die ochtend en na een boterham en een kop 
    koffie begon ik al om de meeste schroeven van het 
    dak los te maken. Ik had wederom de ladder languit op 
    het dak gelegd, zodat dit de meeste ondersteuning gaf. 
    Rond acht uur had ik de meeste platen van de 
    bovenste rij al naar beneden geschoven. Er restte 
    nog twee platen. Helaas kon ik nu de ladder niet meer 
    laten liggen en moest ik deze verwijderen. Ondertussen 
    was Tom en Jean-Pierre al aangekomen en begonnen 
    direct aan de onderste rij platen. Voor de twee laatste 
    platen van de bovenste rij los te maken moest ik met 
    mijn volle gewicht op de muur steunen terwijl ik bovenop
     de laatste golfplaat zat. Om aan de verste schroef te 
    geraken, moest ik me nogal ver uitstrekken en op dat 
    ogenblik gebeurde het onvermijdelijke. Plots voelde ik 
    de golfplaat onder mijn achterste breken . Ik greep nog 
    alle kanten uit om een houvast te vinden maar die was er niet. 
    Als een baksteen zakte ik door het dak en bleef even met 
    mijn heup op een muurhaak hangen. Deze haak diende voor 
    de ladder aan te hangen als deze niet gebruikt werd. 
    Natuurlijk gebeurde dit allemaal in een flits van een seconde. 
    Door de muurhaak draaide ik 180graden en stortte recht 
    met mijn hoofd en lichaam naar beneden. Ik plaatste nog 
    mijn handen om de val te breken maar veel soelaas bracht 
    dit niet. Ik hoorde mijn polsen breken. Met mijn achterhoofd 
    raakte ik het beton. Het was net alsof mijn hoofd in mijn 
    lichaam werd gedrukt doordat de rest van mijn gewicht 
    achterop kwam. Een stekende pijn ging door mijn schouders 
    en de eerste bloeddruppels die van mijn hoofd rolden, 
    vertroebelden mijn zicht. Nog geen seconde later kwam Tom 
    en Jean-Pierre de garage binnengelopen. Tom ontfermde zich onmiddellijk over mij en zei dat ik een grote gapende 
    wonde aan mijn hoofd had. Jean-Pierre liep naar binnen en 
    vroeg mijn echtgenote om direct de ambulance te bellen. 
    Ondertussen was onze Jurgen door de klap van 
    mijn val wakker geworden en kwam de garage binnengelopen. 
    Tom nam een propere handdoek en depte hier het bloed 
    van mijn hoofd mee op. Vervolgens drukte hij met beide 
    handen de handdoek op mijn hoofd om het bloeden enigszins 
    te stelpen. Ik keek naar mijn polsen, die stonden helemaal 
    in een onnatuurlijke vorm en werden in mum van tijd 
    dubbel zo dik. Vervolgens realiseerde ik me dat ik geen 
    gevoel meer had in mijn benen en buik. Een heel raar 
    gevoel dat ik niet zo snel een bestemming kon geven. 
    Tom, zei ik, ik voel mijn benen en buik niet meer, 
    is dat wel normaal. Ik zag hem heel bedenkelijk kijken. 
    Hij bleef maar tegen mij inpraten zodat ik niet weg 
    zou vallen. Aan de blikken van de anderen zag ik wel 
    dat mijn toestand niet zo rooskleurig was. 
    An is spoedverpleegkundige en zag natuurlijk direct 
    wat er aan de hand was. Binnen de twaalf minuten was 
    de ambulance er. De MUG nog geen tien minuten later. 
    Meer dan twintig minuten hebben deze mensen er 
    alles aan gedaan om mijn gehavende lichaam te stabiliseren. 
    Veel plaats hadden ze niet in de garage daar ik tussen 
    de diepvriezer en een tafel in lag met allemaal stukken 
    van golfplaten en isolatie rondom mij. Ze deden een 
    soort van verband rond de gapende wonde op mijn hoofd. 
    Ze plaatsten zo�n vervelende plastieken steunkraag rond 
    mijn hals en schoven een draagplaat onder mijn rug. 
    Ondertussen werd ik door de MUG-arts voorzien van 
    allerlei apparatuur en baxters. Ik hoorde hen van alles 
    vertellen, maar echt doordringen wat er allemaal 
    gebeurde rondom mij deed het niet. Het was net alsof ze 
    niet aan mijn lichaam bezig waren maar aan dat van 
    iemand anders. Vervolgens werd ik door de smalle 
    deur van de garage gedragen richting de brancard die 
    op het terras op mij stond te wachten. Door het shock effect 
    bevond ik mij in een soort van roes. Ik beleefde alles in 
    realtime maar het drong niet tot me door. Eenmaal in de 
    ambulance hoorde ik de deur achter mij sluiten en de 
    spoedarts nam plaats naast mij. Marie-Claire, mijn echtgenote, 
    mocht plaats nemen naast de ambulance bestuurder en op 
    een slakkengangetje reden we richting Klina. 
    Normaal gezien rijdt een ziekenwagen altijd heel snel, 
    maar de mijne ging echt traag. Er moest iets ernstig mijn 
    rug aan de hand zijn anders zouden ze niet voor elke drempel vertragen. Stapvoets reden ze over elk bultje in de weg. 
    De weg van Essen naar Brasschaat leek eindeloos lang te duren. 
    De enige doffe pijn die ik voelde, situeerde zich in mijn polsen en bovenrug. Na een halfuurtje kwamen we aan op de 
    spoeddienst van Klina. Ik werd gelijk naar een 
    behandelkamer gereden en heb daar blijkbaar enkele 
    uren doorgebracht terwijl er van alle onderzoeken werden gedaan. Raar maar waar, ondanks dat ik altijd bij bewustzijn bleef, 
    weet ik van deze uren maar weinig meer te vertellen. 
    Waarschijnlijk had ik het gedacht dat ik daar wel in 
    goede handen was en dat ik het allemaal maar liet gebeuren. 
    Er werden verschillende scans gemaakt en ontelbare 
    fotos genomen. Uiteindelijk kreeg ik 1 van de kamertjes 
    op de intensive care toegewezen. Daar hoorde ik voor het 
    eerst van de neurochirurg dat mijn rug gebroken was op 
    het niveau Th3. Het drong op dat moment nog niet tot mij door, 
    maar voor de vrouw en de kinderen moeten dit 
    verschrikkelijke uren geweest zijn. Ik had nog zoiets van, 
    binnen een paar dagen ben ik hier weer weg nadat ze 
    me opgelapt hebben en dan kan ik weer verder doen 
    aan de garage. Op de intensive care kreeg ik van alle 
    toeters en bellen aangemeten. Draden links van me en 
    rechts van me. Slangetjes met alle soorten vloeistof, 
    zuurstofmasker, een knijper op mijn vinger, een constante bloeddrukmeter rond mijn bovenarm, enz. 
    Hier begint mijn eigenlijke dagboek, ik ga vechten om 
    te overleven. Ik ga moeten leren leven met een handicap. 
    Heel mijn leven zal vanaf deze dag veranderen. 
    Mijn vaste maatje zal mijn rolstoel worden. 
    Maar eerst staat er nog een lange revalidatie te wachten. 
    Wordt vervolgd.

    15-08-2011 om 00:00 geschreven door karl

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het vervolg.
    Mijn echtgenote, Marie-claire, is blijkbaar niet echt wakker geworden van het noodweer. 
    Half slaapdronken vraagt ze wat er eigenlijk allemaal aan de hand was. 
    Ik stel haar gerust dat het ergste voorbij is en kruip vlug naast haar en val redelijk snel terug in slaap. 
    Dit is het nieuws van Dinsdag 27 Mei , met als enige hoofdpunt het noodweer van afgelopen nacht. 
    Zo wekt de radiowekker ons . 
    Volgens het radionieuws heeft het onweer 
    vooral huisgehouden boven de streek 
    van Zandvliet en Berendrecht. 
    Hier zijn ontelbare wagens zwaar beschadigd, 
    bomen op de daken van de huizen terecht gekomen, 
    rolluiken doorzeeft van de hagel en serres en 
    verandas volledig vernield. 
    Ik drink een tas koffie en ga buiten mijn ronde doen 
    in het daglicht, zodat ik een beter overzicht krijg 
    van de aangerichte schade. 
    Opgelucht haal ik adem als ik zie dat het bij ons 
    allemaal nogal meevalt, 
    nog niet wetende dat de afgelopen nacht later zou leiden 
    tot een verschrikkelijk gebeuren. 
    Na het ontbijt trek ik mijn werkkleding aan, 
    ik moet verder doen met de verbouwingen aan het huis. 
    Ik ben volop bezig met het renoveren 
    van de keuken en de badkamer. 
    Mijn zoon jurgen, die installateur is van sanitair 
    en centrale verwarming, heeft afgelopen week 
    heel hard gewerkt om de oude mazout gestookte ketel 
    en brander te vervangen door een moderne 
    en zuinige gasketel. 
    De nieuwe ketel hangt in de garage achter het huis, 
    nou garage is een groot woord, 
    het is eigenlijk een grote berging. 
    In een garage hoort een auto te staan en dat is bij ons 
    niet het geval omdat we doodeenvoudig met de auto 
    niet achteraan kunnen komen. 
    Het is een kleine woning in de rij, 
    doch, het staat volledig vrij van de andere huizen ernaast. 
    Als je ervoor staat is er rechts een klein gezamenlijk 
    gangpad dat uitkomt op het terras . 
    Het terras gaat via twee opstapjes over in de tuin. 
    Het is een kleine volkstuin met een mooi tuinhuis achterin. 
    Voor het tuinhuis ligt een gazon met in het midden 
    een waterpartij. Deze laatste bestaat uit een 
    bronsgekleurd beeldje van een jongetje met een pet op. 
    In zijn hand draagt hij een kruik waaruit het water stroomt. 
    Dit watervalletje komt uit op een kiezelbed, 
    omzoomd met buxus, en loopt vervolgens in een 
    bassin van waaruit het weer naar boven wordt gepompt . 
    De hoeken van het gazon zijn schuin afgesneden, 
    waardoor er op elke hoek ervan een klein minituintje ontstaat 
    waarop struikjes en boompjes staan. 
    Een klein vijvertje maakt de scheiding tussen 
    het terras en de tuin. 
    Midden in het vijvertje staat op zijn beurt 
    een ander beeldje van twee kinderen 
    die onder een paraplu op een bankje zitten. 
    Op het topje van de paraplu is er een tuitje 
    waaruit het water stroomt en dat druppelsgewijs 
    terug in de vijver valt. 
    Enkele veelkleurige kois en drie shubinkins hebben er 
    hun onderkomen. De randen van de vijver 
    zijn beplant met allerlei soorten plantjes en struikjes 
    die in de lente en zomer een prachtig landschap vormen. 
    Achter de vijver tegen het laatste stuk van de garage 
    staat een klimnet waartegen een climatus groeit. 
    Deze maakt in het voorjaar van de saaie muur een bloementapijt, gewoon prachtig om zien, 
    zeker als je dan vanuit het tuinstel, 
    vlakbij de vijver, ligt te peinzen over de nakende zomer. 
    Nadenken over wat ik allemaal met het gezinnetje 
    ga doen de komende zomer. 
    Vooral veel fietsuitstapjes net over de grens naar Nederland 
    met zijn veilige fietspaden waarop je ongestoord 
    kan genieten van de mooie landschappen. 
    En deze zomer zou het allemaal anders zijn, 
    want mijn dochter An is met haar man Tom 
    afgelopen winter vanuit Westmalle naar Essen komen wonen. 
    Het zou dan de bedoeling zijn om samen met hen 
    die fietstochten te gaan maken die ik en Marie-claire 
    zo leuk vinden. 
    Hier zouden we dan eindelijk een beetje ontspanning 
    krijgen na het afgelopen jaar van hard zwoegen en werken. 
    Het huis dan An en Tom gekocht hebben, 
    was het ouderlijk huis van mijn moeder. 
    Mijn moeder leed al enkele jaren aan dementie en 
    begin 2009 konden we haar niet meer alleen 
    in haar woning laten. 
    Ze was op korte tijd zodanig achteruit gegaan dat 
    ze niet meer wist waar ze was. 
    Ze begon ook gekke en gevaarlijke dingen te doen, 
    waardoor ze geplaatst moest worden in een rusthuis voor dementerenden. 
    Ze heeft zich gelukkig snel aan haar nieuwe woonomgeving 
    aangepast en voelt zich goed tussen de andere bewoners. 
    Daarom was ik ook blij te horen dat An en Tom 
    het ouderlijk huis gingen kopen. 
    Zo blijf er toch nog een stukje van je leven behouden 
    waar ik als kind opgegroeid was en waar je zoveel 
    herinneringen aan overgehouden hebt. 
    Het zou voor mezelf heel raar geweest zijn 
    moest ik er passeren en wildvreemde mensen zien 
    binnen en buitengaan in het huis waar eens 
    mijn vader en moeder gewoond hadden. 
    In september 2008 waren An en Tom officieel 
    de trotse bezitters van het typisch witgeschilderde huis 
    van de kleine landeigendom. 
    Voor september had ik samen met mijn zusters 
    al veel werk gehad om het huis leeg te maken. 
    Mijn vader was al veertien jaar geleden gestorven 
    en mijn moeder kon nooit iets weggooien. 
    Hierdoor zaten alle schuurtjes en garage vol met spullen 
    waar al jaren geen mens naar had omgezien. 
    In de woonvertrekken was het al niet beter. 
    Alle kasten puilden uit van nutteloze dingen. 
    Moeder kon een heel leger voorzien van handdoeken, 
    beddengoed en noem maar op. 
    Heel veel spullen zijn naar de kringloop gegaan, 
    enkel de fotos en enkele mooie stukken hebben 
    een nieuw onderkomen gekregen bij de kinderen. 
    De rest is allemaal naar het containerpark gegaan. 
    Zoals gezegd zijn we dan in september aan de verbouwingen begonnen. 
    Er moest heel wat gebeuren vooraleer An en Tom 
    er hun intrek zouden nemen. 
    Het was een solide woning maar heel veel 
    dingen moesten vernieuwd worden. 
    Er zijn nieuwe ramen in geplaatst, 
    de elektriciteit is compleet vernieuwd, 
    net zoals het sanitair en verwarming. 
    Van de gesloten keuken moest een open keuken 
    gemaakt worden die uitzicht gaf op de eetkamer en salon. 
    Op de slaapkamers moesten verlaagde plafonds komen, 
    de vloeren voorzien van laminaat en de muren 
    opnieuw geschilderd worden. 
    De zolder had nog niets van isolatie en de roostering 
    moest nog een plankenvloer krijgen 
    zodat men eindelijk gebruik kon maken 
    van de zolder als extra berging. 
    De vloeren beneden waren niet voorzien van een stevige 
    fundering. De huidige tegels lagen nog in de zavel 
    zoals men dat zegt. 
    Kortom, een hele hoop werk in het vooruitzicht 
    maar gelukkig hadden we een voortreffelijke nazomer 
    waardoor we met volle moed aan de werken begonnen. 
    Gelukkig is Tom en An van geen kleintje vervaardigd en 
    konden we rekenen op heel veel hulp van enkele 
    familieleden en vrienden langs beide kanten 
    die de handen uit de mouwen staken. 
    Eerst werd er enkele uren in het huis gewerkt en 
    later op de middag begaven we ons naar de tuin 
    om daar wat orde te scheppen. 
    Er moesten enkele stevige coniferen uitgegraven worden en 
    dat gaf, na het stof binnenshuis, een welkome 
    afwisseling om even in het najaarszonnetje 
    van de buitenlucht te genieten. 
    Tot eind oktober konden we zelfs op de middag 
    buiten eten wat altijd gezellige momenten opleverde. 
    Er was altijd wel iemand die iets leuks te vertellen had. 
    Na oktober had Tom van de garage een leuk eetplaatsje gemaakt. 
    Hij had de oude keuken tegen de wand geplaatst, 
    inclusief de ijskast en de microgolfoven. 
    In het midden van de garage stond de tuintafel 
    met twee zitbanken. 
    Als verwarming stond er een Zibro vuurtje te branden. 
    Zodra het te koud werd, nuttigden we hier 
    onze maaltijden, dikwijls een broodje van de 
    broodjeszaak net om de hoek, 
    of er werd een grote pot soep meegebracht die 
    dan warm gemaakt werd in de microgolfoven. 
    Met een boterham erbij smaakte dit geweldig, 
    nog niet te spreken over de sterke verhalen die 
    men vertelde tijdens de pauzes. Kortom, iedereen 
    vermaakte iedereen, ondanks het zware werk dat 
    op heel korte tijd geleverd werd. 
    Dit moest ook wel, want in december liep het 
    huurcontract van hun vorige appartement af. 
    Niet dat alles dan al klaar kon zijn, maar toch het voornaamste. 
    Er was tegen die tijd nieuw sanitair, de slaapkamers 
    waren klaar en de chape lag te drogen op de benedenverdieping. 
    Enkel de badkamer moest nog betegeld worden, 
    de binnendeuren ontbraken nog en de vloeren 
    moesten nog gelegd worden op het gelijkvloers. 
    Vermits ze nu in dezelfde straat woonden als wijzelf, 
    was het geen enkel probleem om bij ons te komen douchen. 
    Elke avond maakte Marie-claire een lekkere maaltijd voor 
    ons klaar zodat wij nergens, buiten de verbouwingen, 
    naar om moesten zien. 
    Ondertussen was het volop gaan winteren. 
    Regelmatig kwam er stevige vorst voor die 
    op hun beurt afgewisseld werden met mildere perioden van 
    sneeuw, maar het werk ging gewoon verder. 
    Zelf viel ik er op een bepaald moment uit met een 
    barst in mijn pols. Er was niemand anders in de 
    bouw aanwezig toen ik bezig was met twee openingen in 
    de keuken toe te metselen. Hier hadden vroeger 
    twee deuren gestaan die enerzijds toegang gaven tot 
    de kelder en anderzijds een tweede toegang verschafte naar 
    de gang. Gelukkig konden we langs de gangkant een 
    nieuwe toegang maken naar de kelder. Hierdoor 
    kwam een hele muur vrij om meer kastwerk te 
    kunnen plaatsen in de nieuwe keuken. 
    Ik was aan de laatste rij stenen bezig van de eerste deur toen 
    het misging. Je moet weten dat de ondervloer van de 
    oude keuken al verwijderd was, waardoor de ondergrond 
    heel oneffen was. De ruimte was ook te klein om een 
    volledige stelling te plaatsen, zodat ik me moest 
    behelpen met een laddertje van vijf treden. 
    Het was misschien al de honderdste keer die dag dat 
    ik van dat trapje afkwam, maar de laatste keer zette ik 
    linkervoet op de grond, recht op een stuk baksteen dat 
    ik even voordien daar zelf had weggelegd . 
    Je weet wel, ik stapte net op de rand ervan en 
    verloor mijn evenwicht. Ik viel opzij en plaatste mijn 
    linkerhand om de val op te vangen. Maar doordat 
    mijn hand op het beton kwam voelde ik onmiddellijk 
    een fel stekende pijn in mijn pols. Je moet weten 
    dat ik vijf jaar voordien ook al geopereerd was van een 
    volledige heupprothese en zeven jaar geleden van een 
    nekprothese. Daarom bleef ik even liggen om te voelen of 
    alles in orde was met mijn reserveonderdelen, 
    maar dat viel allemaal wel mee. Ondanks mijn jonge 
    leeftijd van zesenveertig had ik al vanaf mijn tienertijd 
    te kampen gehad met gewricht- en rugproblemen. 
    Op mijn negentiende verjaardag zat ik al met mijn eerste hernia in 
    de rug. Op mijn zevenentwintigste hebben ze de eerste 
    operatie uitgevoerd en me verlost van vier hernias. 
    Toch ben ik altijd bedrijvig gebleven in het bouwklussen. 
    Als ik langere tijd niets omhanden had werd mijn rug 
    verschrikkelijk stijf en had ik overal pijn. Toen ik 
    merkte dat ik buiten de stekende pijn in mijn pols 
    verder geen letsel had, heb ik de andere deur ook 
    nog dicht gemetseld. Alhoewel ik op dezelfde tijd een 
    hele muur had kunnen bouwen. Zo moeizaam ging 
    het verdere werk. Tegen de tijd dat ik naar huis ging, 
    was mijn pols zo gezwollen dat ik hem nog 
    nauwelijks kon bewegen. Na de douche bracht ik een 
    knelverband aan met wat pijnstillende zalf, 
    hopende dat het de volgende dag een stuk beter zou zijn. 
    Niet dus. De volgende morgen stond ik op met 
    het gevoel dat ik die nacht geen oog dicht had gedaan. 
    Het voelde net of dat er een gewicht van vijftig kilogram aan 
    mijn hand hing en als ik mijn hand ergens tegenaan stootte, 
    deed ik het bijna in mijn broek van de pijn. 
    Er zat maar 1 ding op. Een bezoek aan de huisarts met een doorverwijzing naar de spoed in Brasschaat. 
    Gevolg, mijn pols in een ��breeze�� en zes weken geen 
    gebruik maken van mijn linkerhand! Gelukkig kon ik , 
    al was het dan met een �breeze� aan, 
    toch mijn vaste job op de trein als conducteur 
    verder uitvoeren. Welgeteld vier weken heb ik me 
    rustig gehouden, mede dankzij mijn vrouw die 
    erop toezag dat ik zeker niet eerder terug in 
    het huis van An en Tom ging werken. 
    Gelukkig hadden ondertussen de stukadoors hun 
    werk kunnen doen zodat alle muren bijgewerkt waren.
    Op een gegeven moment was Tom met de laminaat in 
    de woonkamer bezig en daar ben ik terug opnieuw gaan klussen . 
    Af en toe moest ik een laminaatplaat vasthouden, 
    zodat Tom ze van lengte kon zagen. 
    Godzijdank voelde ik me eindelijk weer een beetje nuttig. 
    Helemaal in het begin van de werken was ik er ook al 
    enkele dagen tussenuit gevallen. Het was op 
    de dag dat de betonboer het beton voor de woonkamer en 
    keuken kwam brengen. Ik had voordien al regelmatig met 
    beton gewerkt en wist verdomd goed dat dit bij 
    aanraking met de huid stevige brandwonden kon veroorzaken. 
    Mark, de stiefvader van Tom, en hijzelf stonden in 
    voor het kruien en storten van het beton. 
    Ikzelf werkte het beton af, zodat er een mooie, 
    bijna vlakke ondergrond ontstond om later de leidingen op te leggen. Bij 1 van de laatste vierkante meters verloor ik toch 
    even mijn evenwicht verloor en in het zachte beton terecht kwam. 
    Nog geen vijf minuten later voelde ik mijn knieën 
    beginnen branden. Nog eens vijf minuten later was 
    het werk klaar en ben ik gelijk naar huis gelopen om 
    onder de douche te kruipen. Ondanks het snelle 
    reageren heb ik toch veertien dagen met verbrandde knieën rondgelopen en met de nodige pijn tot gevolg. 
    Hele potten flamazine hebben we eraan gesmeerd, 
    maar elke keer dat ik mijn benen plooide was het net of 
    alles weer openscheurde. Misschien was dit alles al 
    wel een voorteken dat ik toch niet zo goed meer uit 
    de voeten kon met al mijn gebreken? Gelukkig kon ik 
    altijd rekenen op de goede verzorging van mijn vrouw en dochter. 
    Ons An werkte al enige tijd als verpleegkundige op de 
    spoed in Malle, en kon ik altijd beroep doen op 
    goede en acute verpleging in noodgevallen. 
    Als mijn echtgenote dan gezien had hoe het moest, 
    nam zij de verdere verzorging over van mijn dochter. 
    Dit zou, zoals later zal blijken, nog heel goed van pas komen. 
    Ik had altijd gezegd dat de verbouwingswerken bij ons 
    An klaar moesten zijn tegen het eind van februari 2009. 
    Natuurlijk was niet alles helemaal afgewerkt, 
    maar de grootste werken waren toch achter de rug. 
    Tom kon op een rustige manier de laatste karweien 
    afwerken tijdens de weekends. Per slot van rekening 
    hadden zij ook veel en zware arbeid in het huis gestoken 
    en werd het hoog tijd dat we het allemaal wat rustiger aan 
    gingen doen. Ikzelf moest nu de planning gaan maken om
     in mijn eigen huis te gaan renoveren. Dat jaar waren 
    Marie-claire en ik vijfentwintig jaar gehuwd en 
    zoals iedereen moesten ook wij weer eens aan een 
    nieuwe badkamer en keuken gaan denken. 
    Typisch, maar na vijfentwintig jaar lijkt alles opeens 
    versleten of valt stuk. Onze installatie voor de 
    verwarming had ook zijn beste tijd gehad en was aan 
    vernieuwing toe. En als er daarna nog tijd over was, 
    zouden we ook nog het plafond in de woonkamer 
    verlagen en een nieuwe tegelvloer leggen. 
    Liefst zo snel mogelijk, zodat we ook nog konden 
    profiteren van de nakende zomer, denkende aan 
    onze fietstochtjes. Geen probleem, zeiden de kinderen, 
    we laten bij ons alles even rusten en komen eerst 
    bij jullie helpen. Half april zijn we dan gestart. 
    Alles moest zowat tegelijkertijd gebeuren omdat de nieuwe aardgasleiding via de kelder langs de achterkant van 
    het keukenblok en de badkamer verder naar de 
    garage moest lopen. Eerst de oude badkamer 
    gesloopt zodat An en Marie-claire de oude tegels 
    konden verwijderen. Ondertussen ging ik verder met 
    het grootste gedeelte van de keukenkasten weg 
    te nemen, zodat Jurgen in het weekend kon starten met 
    het leggen van de nieuwe leidingen. Toen de losse 
    keukenkastjes veilig weggeborgen waren in de garage kon 
    ik beginnen met het afbreken van het vroegere plafond in de badkamer. Daar ontdekten we de eerste tegenslag. 
    Toen we ons huis voor de eerste maal verbouwd hadden, 
    was er op de achterbouw van de keuken en badkamer een 
    nieuw plat dak geplaatst. Natuurlijk hadden we toen 
    niet veel geld op onze spaarboek en moest alles 
    zo goedkoop mogelijk gemaakt worden. 
    Het gevolg was nu, vijfentwintig jaar later, 
    dat verschillende balken zodanig aangevreten 
    waren door schimmels en vocht dat er niets anders 
    opzat dan het volledige dak te vernieuwen. 
    Dus in plaats van leidingen te leggen, werd het weekend 
    ingeruild om een nieuw dak te plaatsen. 
    Gelukkig konden we weer rekenen op veel hulp van 
    de kinderen en familie. Niet te geloven, maar op zondagavond 
    was het nieuwe dak geplaatst, inclusief de roofing en 
    afwerking aan de randen. Zelf heb ik aan het dak niet 
    zoveel meegewerkt. Met de heupprothese is het niet zo 
    eenvoudig om het evenwicht te bewaren op de balken en muren. 
    Het op maat zagen van de balken en platen was mijn job.
     Her en der moest er een steen bij gemetst worden zodat 
    de steunbalken weer stevig op hun plaats kwamen. 
    Dankzij de goede samenwerking met de familie was 
    dit werk op korte tijd geklaard en dit zonder noemenswaardige tegenslagen. Nu het dak opnieuw gedicht was, 
    kon ik verder met het overige werk. Gelukkig had ik 
    nog veel achterstallige verlof, zodat ik bijna heel de 
    maand april thuis was van het werk. 
    Met achterstallige verlof bedoel ik verlof van het jaar daarvoor. 
    Deze verlofdagen kon men dan meenemen naar 
    het volgende jaar en moest men opnemen voor einde april. 
    De rest van de werken binnenshuis gingen heel vlot. 
    De elektriciteitsleidingen werden allemaal vervangen waarna 
    het nieuwe plafond kon geplaatst worden. 
    In de badkamer werden de tegels geplaatst en de 
    nieuwe sanitaire toestellen werden uitgetest. 
    Alles bleek goed te werken. Nu nog even de vloeren 
    egaliseren en de nieuwe tegelvloer plaatsen. Eenmaal 
    dat de vloeren gedroogd waren, konden de oude keukenkasten 
    terug op hun plaats gezet worden. 
    Enfin, de laatste week van april was de keuken en de 
    badkamer klaar en was het weer leuk om op een deftige 
    manier te kunnen koken, eten en douchen. 
    Helaas was er mede door het rotte dak en nog andere 
    onvoorziene omstandigheden geen tijd meer over om 
    nog de nieuwe vloer en plafond in de woonkamer te plaatsen. 
    Ergens in mijn achterhoofd was ik hier ook niet rouwig om, 
    vermits ik de zware inspanningen van de afgelopen maanden 
    toch wel begon te voelen. Mijn lijf deed overal pijn en de 
    gewrichten wilden niet meer mee. 
    Ook Marie-claire was het moe om toch weeral een 
    hele maand in het stof en vuil te zitten van de verbouwingen. 
    Daarom namen we de beslissing om de rest van de 
    werken volgend jaar te doen. Begin Mei moest ik 
    dan weer gaan werken bij de spoorwegen, mijn verlof zat 
    erop en de rest van de verlofdagen wilde ik pas nemen 
    in de zomer om te kunnen gaan fietsen en andere 
    leuke dingen te doen. Op vakantie naar het buitenland 
    zouden we dit jaar niet gaan. Door al de werken hadden we 
    geen tijd gehad om iets te plannen. Het vorige jaar 
    waren we naar Turkije geweest. Het zou een 
    heel mooie vakantie geworden zijn, maar helaas, 
    op de tweede dag dat we in Antalya waren, 
    kregen we via de MSN van ons An het trieste bericht dat 
    de broer van Marie-Claire plots overleden was. 
    Nou, ik kan je vertellen dat de wereld dan eventjes stilstaat als 
    je zo een bericht op je vakantieadres krijgt. Hoe kon nu 
    een jongeman van zesenveertig zomaar plots sterven? 
    Marc, zo heette hij, was even oud als ik. We zaten 
    vroeger in dezelfde klas en we kenden mekaar dus al 
    heel lang. Het is ook via hem dat ik mijn vrouw leren 
    kennen heb. Twee weken ervoor had Marc een 
    ongeval gehad met zijn wagen. Eigenlijk was hij 
    maar licht gekwetst, maar werd toch voor alle 
    zekerheid naar de spoedafdeling gebracht. 
    Buiten een lichte shock werd er niets vastgesteld. 
    Enkele dagen na het ongeval bleef hij toch overal 
    pijn houden maar de huisarts zei dat er verder 
    niets aan de hand was. Waarschijnlijk zou het gaan om 
    een griepje of iets dergelijks. Een griepje???? Me hoela ja. 
    Een week later kon hij het niet meer houden van de pijn en 
    werd hij met spoed naar de kliniek gevoerd. 
    Opnieuw werden er scans en fotos gemaakt en op 1 van 
    die behandeltafels is hij ineen gezakt en 
    is niet meer bijgekomen met de dood tot gevolg. 
    Helaas is er geen autopsie gepleegd op het lichaam 
    van Marc. Zijn kersverse echtgenote wilde dit niet, 
    hij was amper enkele weken voordien terug 
    hertrouwd met een vrouw die wij als familie totaal 
    niet kenden. Tot op de dag van vandaag weten we dus 
    nog altijd niet waaraan Marc is gestorven. 
    Voor zijn moeder, mijn schoonmoeder, was zijn dood 
    onaanvaardbaar. Zij kon en kan er nog steeds niet over. 
    Het was dan ook haar oogappel, ondanks het feit dat 
    ze in zijn puberjaren veel afgezien hebben met hem. 
    Wij zaten dus in Turkye als we dit verschrikkelijke 
    nieuws vernamen. We zaten daar niet alleen. 
    Het was op aanraden van mijn zus Sabine dat we 
    naar daar op verlof gegaan zijn. Zij was er al enkele 
    keren geweest en vond het een geweldig hotel. 
    Vijf sterren all inclusive. Daarom beslisten we dat 
    we samen met haar op reis gingen en dat zij onze 
    gids zou zijn in Antalya. Als we daar alleen zouden 
    geweest zijn, zouden we onmiddellijk het eerste 
    vliegtuig terug naar Belgie genomen hebben, 
    maar nu ging dat een stuk moeilijker vermits 
    we niet alleen waren. Twee dagen later kregen we 
    het bericht vanuit Essen dat Marc pas de dag na 
    onze voorziene terugkeer zou begraven worden. 
    Zodoende konden we ons verblijf in turkeye toch 
    afmaken. Helaas, echt veel plezier hebben we na 
    het droevige nieuws niet meer gehad. Je zit vanaf 
    dat moment toch met je gedachten thuis. 
    Mei, 2009. Veel zouden we niet meer ondernemen dit 
    jaar op het vlak van verbouwingen. Doch, de ergste 
    vermoeidheid was ondertussen weeral verdwenen en 
    iets hield me toch nog heel de tijd bezig. 
    Het golfplatendak van de garage bleef maar lekken. 
    En eigenaardig genoeg was er van op de ladder 
    niks te zien van buitenaf. Langs de binnenkant zat 
    isolatie in de vorm van schuimplaten, zodat je langs 
    de binnenkant sowieso niet kon zien of er scheuren inzaten. 
    Na enig zelfberaad heb ik dan de slechtste beslissing in 
    mijn leven genomen. De golfplaten waren helemaal bedekt met
     een laag mos en de enige mogelijkheid om dit eraf te krijgen, 
    was deze af te spuiten met de hogedrukreiniger. 
    Het dak steunde volledig op drie houten langsbalken en 
    vermits ik nogal een zwaarwichtig persoon ben, 
    nam ik de wijze raad om een stuk van mijn aluminium 
    ladder langs op de gehavende golfplaten te leggen zodat 
    mijn gewicht zo breed mogelijk op de platen gedragen werd. 
    Nadat ik de hogedrukreiniger naar boven had gesjouwd en 
    de kraan opengedraaid had, kon ik aan de gang gaan. 
    Het mos ging er vanzelf af. Ik schaamde me wel een 
    beetje voor de buren. Het losgekomen mos vloog langs 
    alle kanten weg en kwam natuurlijk ook tegen de gevel van 
    de buren terecht. De buurvrouw en haar dochter zaten op 
    dat moment te genieten in hun tuin van het mooie 
    voorjaarszonnetje. Het was ook een lekker temperatuurtje met 
    zowat 21graden. Dus geen greintje last van het 
    opspattende water. Gelukkig maakte de buurvrouw er 
    helemaal geen probleem van en op een mum van tijd was 
    dan ook het hele dak ontdaan van vuil en mos. 
    Raar maar waar, ik zag geen enkele scheur of barst in 
    het nog natte dak. Voor mij bleef er dan maar 1 verklaring over 
    voor het lekken van het dak. Namelijk: het dak bestond uit 
    twee dakplaten helften, dus twee rijen golfplaten die 
    halverwege het dak over mekaar lagen. 
    Op die scheidingslijn zat het meeste mos en 
    vermits de hellingsgraad nogal aan de lage kant was, 
    moest het wel zo zijn dat heet regenwater langs die naad 
    naar binnen sijpelde. Dus het probleem zou nu opgelost 
    moeten zijn nu het mos op de naad verdwenen was. 
    Om deze stelling te kunnen bevestigen moesten we 
    wachten tot de eerstvolgende regenbui. Eigenaardig genoeg 
    hadden we een lange droogteperiode en was het 
    enkele weken wachten om te controleren of er nog 
    andere lekken waren. Wordt vervolgd:

    15-08-2011 om 00:00 geschreven door karl

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wat voorafging.
    Dwarslaesie, alleen in mijn dromen stap ik nog rond.
     
    Het is onheilspellend rustig in de nacht van 26 op 27 mei 
    van het jaar 2009. 
    Na een periode van lange voorjaarswarmte heeft het KMI 
    voor deze nacht zwaar onweer met kans op 
    hevige rukwinden en hagel voorspeld. 
    Om half twaalf, als wij het bed induiken, 
    niets daarvan, geen vuiltje aan de lucht. 
    De vliegenhor staat nog in het raam. 
    Bij de overburen hoor ik de kikkers 
    heftig kwaken in de grote vijver.

    Net als het licht op de slaapkamer uit is, 
    begint er een mug langs mijn oren te zoemen. 
    Mijn echtgenote van weleer, heeft er ook last van. 
    Goed, dan het licht maar weer aan.
    Geen mug meer te bespeuren natuurlijk. 
    Bed uit, met een sok in de hand op jacht naar de ten dode opgeschreven mug. Een uithaal met mijn sok en als 
    enige getuige van een stille dood, 
    een kleine bloedveeg op het behang. 
    Rond 3.00 uur word ik plots gewekt van iets, 
    maar weet niet direct thuis te brengen wat ik gehoord heb. 
    Het vrouwtje slaapt nog, dus het zal wel niets ernstig zijn geweest . 
    Ik ga even op de rand van het bed zitten, maar hoor niets meer abnormaal. 
    Wel zie ik in de verte het regelmatige flitsen van een naderend onweer. 
    Ik geraak niet meer in slaap, en lig te luisteren of het onweer dichterbij komt. 
    Het lijkt er lange tijd op, dat het onweer voorlangs gaat over Nederland. 
    Ik bedenk nog dat het boven Bergen Op Zoom wel eens heel heftig te keer gaat. 
    Om twintig minuten over drie wordt het even heel stil, 
    zelfs de kikkers houden op met kwaken. 
    Deze stilte trekt werkelijk mijn aandacht naar het venster toe. 
    Ik ga terug rechtop zitten en zie in de verte 
    een rolwolk aanstormen. 
    Bij elke bliksemflits achter deze wolk 
    zie ik hem dichterbij komen, 
    en schat in dat hij recht over ons huis gaat. 
    Ik spring uit het bed om de vliegenhor 
    uit het raam te halen, 
    als er plots een wind opsteekt 
    waardoor ik nog maar amper en 
    met veel moeite het raam kan sluiten. 
    Een hels lawaai van ritselende bladeren 
    en krakende takken overstemt de aankomende donder, 
    die steeds luider en heviger wordt. 
    Mijn zoon wordt eveneens wakker. 
    Ik hoor hem naar beneden gaan en ga hem achterna. 
    Als ik halfweg de trap ben, 
    tikken de eerste hagelstenen al tegen de voordeur. 
    In de keuken kunnen we het buitenlicht aansteken. 
    Eerst hagelstenen ter grootte van knikkers 
    die plots uitgroeien tot duiveneieren. 
    Zo nu en dan zit er zelfs een kleine tennisbal tussen. 
    Halleluja, zegt mijn zoon, dat kan niet goed gaan. 
    Zo�n twintig minuten gaat de bliksem 
    en donder tekeer alsof de wereld gaat vergaan, 
    maar plots verdwijnt het onweer zoals het gekomen is. 
    We kijken samen even of alles buiten in orde is. 
    Enkele emmers die buiten stonden 
    zijn de tuin in gerold en 
    het tuinstel is omver gewaaid, 
    maar verder blijkt alles in orde te zijn, 
    zelfs onze autos aan de straatkant 
    hebben op het eerste zicht geen schade van de hagel. 
    Het is de nacht van maandag op dinsdag 
    en vermits we allemaal moeten gaan werken 
    op dinsdag kruipen we vlug het bed weer in. 
    Wordt vervolgd.

    15-08-2011 om 00:00 geschreven door karl

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wat vooraf ging.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Hallo allemaal,
    Op 20 juni 2009 werd mijn leven en het leven van mijn naasten volledig overhoop gehaald
    door een stom ongeval. Bij herstellingen aan het dak van mijn garage verloor ik mijn evenwicht
    en zakte door het dak. Gevolg: een complete dwarslaesie op Th3.
    Elke dag vanaf mijn ongeval tot op vandaag de dag heb ik een dagboek bijgehouden.
    Uit al deze fragmenten heb ik een boek geschreven dat ik met U wil delen via dit blog.
    Het verhaal start enkele weken voor het ongeval, eindigen zal het nooit omdat ik nu nog
    steeds elke dag nieuwe dingen te ontdekken heb en met jullie wil delen.
    Voor wie doe ik dit:
    -Voor mezelf (leg ik later nog wel uit)
    -Voor mijn ex-vrouw, kinderen en kleinkinderen.
    -Voor Jacqueline, mijn nieuwe, grote liefde in mijn leven
    -Voor mijn familie, die ik heel dankbaar ben.
    -Voor vrienden, collega's van mijn (vroegere) werk, enz.....
    -Voor medepatiënten en andere rolstoel gebruikers,.....
    -Voor ieder die het lezen wil.
    Op regelmatige tijdstippen zal dit verhaal groeien.
    Veel leesplezier.
    Karl

    15-08-2011 om 00:00 geschreven door karl

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (21 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Archief per week
  • 06/08-12/08 2018
  • 05/02-11/02 2018
  • 29/06-05/07 2015
  • 15/06-21/06 2015
  • 09/02-15/02 2015
  • 26/11-02/12 2012
  • 15/08-21/08 2011

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.nl - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jou eigen blog!