Interessant, maar jammer goeneg zegt het artikel niets over de periode waar wij hier over spreken, 1945-1950. Eigenlijk de hoogtijdagen van Masjoemi, een organisatie die in de clinch lag met gematigde leiders als Shahrir en Sjarafoeddin in Djokja, maar veel aanhang had op het platteland. Ook in Atjeh (misschien niet verwonderlijk) had de organisatie veel aanhang.Moorden in de buurt van Banjoewangi, zoals toegelicht in Archief van Tranen , werden toegeschreven aan leden van de Masjoemi.Hier enkele citaten uit Nederlandse bronnen: De Madjelis Sjoero'Oemat Islam (MASJOEMI) is in den Japanschen tijd ontstaan als fusie van alle bestaande godsdienstig-Mohammedaansche vereenigingen. Hoewel dus van oorsprong niet als politieke partij bedoeld, ging zij reeds spoedig na de afkondiging van de onafhankelijkheid zich volkomen achter de republiek scharen. Begin Oct. wekten althans in Midden- en West-Java verschillende Masjoemi-afdeelingen de Mohammedanen, mannen zoowel als vrouwen, op om actief deel te nemen aan den strijd om de republiek, waarbij alle physiek geschikte mannen aangespoord werden om in Hizboellah-verband in de T.K.R.-gelederen te vechtenals een leger van Allah in den weg van Allah. Eerste periodiek verslag van de NEFIS, afgesloten per ultimo december 1945 In dit verband kan worden opgemerkt, dat min of meer onder de auspiciebn van de Masjoemi op geheel Java bijeenkomsten en vergaderingen van Islamieten zijn gehouden in verband met den strijd voor de onafhankelijkheid, waarbij de fanatiek-religieuze hartstochten der bevolking worden opgezweept aan den strijd deel te nemen, die min of meer tot heiligen oorlog is verklaard.Voorbeeld: de vergadering te Malang op 10 Dec, waarbij onder zeer groote geestdrift der verzamelde menigte als besluit wordt aangenomen, dat indien het Britsche leger niet voor eind December Java zou hebben verlaten geen verantwoordelijkheid kon worden genomen, als te eeniger tijd de heilige aanval zou worden geopend. Eerste periodiek verslag van de NEFIS, afgesloten per ultimo december 1945 De breede Islamitische massa organiseert zich in de Masjoemi. Kwantitatief vormt deze verreweg de grootste partij. Het getal 15.000.000 leden, wat ongeloofelijk veel schijnt, wordt genoemd. Zij vormt nog een vrij logge massa en is de tegenhanger van Sjahrir. Een sociale politiek is nog niet uitgekristalliseerd. Zij kan nog alle kanten uit. De Masjoemi staat een coalitie-Kabinet voor, waarin zij als grootste partij ook het grootste aantal zetels zou hebben. Sjahrir weigert dit echter, omdat zij daarvoor niet goeneg geschikte menschen heeft. Hij is erin geslaagd zijn plan voor een Nationaal Kabinet door te drukken, waarin wel leden der Masjoemi zitting zullen hebben, doch niet als lid van de partij. Notulen van de 8e vergadering van de commissie-generaal op 24 sept., 1946 In de republiek staan tegenover elkaar twee groeperingen die zowel door ideeble als door maatschappelijke tegenstellingen van zuiver binnenlands politieke aard onverzoenlijk tegenover elkaar zijn gesteld. Enerzijds de Sajapkiri, het front der proletarische groepen die onder leiding van Alimin onder sterke communistische invloed gebracht en met de steun der onverzoenlijke extremistische elementen onder Soetomo, de regeringspartij is waarop het Kabinet Sjahrir steunt en daarom, voor zover men in de republiek waar alles betrekkelijk is, f3f3k het gezag der centrale regering van macht kan spreken, de teugels van het bewind in handen heeft.Daartegenover de Islamgetrouwe elementen, de behoudende groepen en de gegoede bourgeoisie die, samengebracht in de Benteng Republiek in hun verzet tegen de pogingen van de Sajapkiri om haar greep op de centrale regering te consolideren, in felle oppositie is tegen het kabinet-Sjahrir. Nota van het ministerie van overzeese gebiedsdelen inzake de binnenlandse machtsverhoudingen in de Republiek, 23 juni 1947 De Republiek stelt zich algemeen in op de verwachte Nederlandse aanval, hetgeen met intensivering van de reeds gemelde afweer-maatregelen gepaard gaat. De bevolking wordt thans bovendien tot daadwerkelijk verzet met alle beschikbare middelen aangezet, Bersiap acties. Lt. gouverneur-generaal (Van Mook) aan minister van overzeese gebiedsdelen (Jonkman), 4 juli 1947 De Masjoemi en voor een belangrijk deel de directe aanhang van Sjahrir is uit de regering verwijderd. Voor het State Department kan als achtergrond van dit alles een uiteenzetting worden gegeven van de volgende factoren:1) Het blijkt steeds meer dat bijna alle Republikeinse leiders en groepen onder druk staan van Jongeren-organisaties (Pemoeda's) welke ten dele bewapend zijn en waarbij in het algemeen rationele maatstaven ontbreken of geheel door sentiment worden overheerst.2) Door de Republiek wordt, anders dan Brits-Indieb en in mindere mate Burma, niet beschikt over een redelijk werkend administratief en economisch apparaat en, blijkens de ontwikkeling van het laatste jaar, is de Republiek niet in staat een zodanig apparaat op te bouwen uit eigen kracht, mede omdat in toenemende mate ervaren en bekwame oudere krachten worden geweerd uit leidende functies.3) Herstel van recht en orde en opheffing van de terreur zijn mede daardoor en door de onafhankelijke positie der gewapende groepen, welke door de Regering van de Republiek onvoldoende betaald en verzorgd kunnen worden, waardoor haar invloed op deze groepen gering blijft, zonder hulp van buiten niet mogelijk hetgeen derhalve ook een voorwaarde is voor het herstel der productie met name in de Westerse bedrijven. Lt. gouverneur-generaal (Van Mook) aan minister van overzeese gebiedsdelen (Jonkman), 4 juli 1947Op basis van deze en andere verklaringen mogen we dus concluderen dat de Masjoemi niet alleen tegen de Nederlanders streed, maar ook in conflict lag met de meer westers-georienteerde partijen. De toegang tot de regering hadden ze in juli 1947, aan de vooravond van de Eerste Politionele Actie, verloren, en waren, zo zou je eveneens mogen concluderen, getergd.Op 21 juli 1947 landden de Nederlandse mariniers in het kader van Operatie Product op de kust even ten noorden van Banjoewangi. Op 22 juli 1947 des morgens circa 11 uur was een twintigtal Masjoemi-leden van een niet nader vast te stellen plaats in althans ter hoogte van kampong Litjin samengekomen voor ene bespreking onder leiding van Sardam, afkomstig uit kampong Djamboe, Achmad Asarie, zoon van de aldaar bekende Hadji Asari, wonende te Litjin ongeveer 2 kilometer van Tamansari, Ashat, afkomstig van kampong Djamboe-Sawahan, district Litjin, en Djoo, Javaan, oud naar aanzien 40 jaar, eveneens afkomstig van kampong Djamboe.Tijdens deze bijeenkomst kwamen berichten binnen, dat de Hollanders in de nabijheid van Banjoewangi waren geland. Deze berichten werden nu door de bende uitvoerig besproken en werden onder meer door de reeds genoemde Ashat en Asarie opruiende redevoeringen gehouden en de bende opgehitst totdat men het onderling eens was, dat nu de tijd gekomen was om met de Europeanen af te rekenen, met als resultaat, dat de bende besloot de Europeanen, waarvan algemeen bekend was dat deze mensen, door de TRI geefnterneerd zijnde, ondergebracht waren in Panggang en Tamansari, te vermoorden. Verklaring ambtenaar ter beschikking van de Officier van Justitie bij het Landgerecht te Soerabaja, (handtekening onleesbaar), Soerabaja, 25 augustus 1947Het gevolg is bekend. Tenminste 17 personen werden gedood:- vader, moeder en drie kinderen Leidelmeijer;- vader en dochter De Lang;- Willy Ottolander;- heer en mevrouw Nieuwenburgh;- mevrouw J. Schalk;- vader en vijf kinderen Van der Linden.Met verontschuldiging voor de uitgebreidheid van deze reactie. Misschien, Surya Atmadja, is dit een antwoord op je vraag, en geeft het anderen houvast in het begrijpen van de reden van deze moorden.
15-07-2013 om 21:21
geschreven door Fcy8byhLhSI
|