Naar de inhoud

Hechtingsproblemen

Startpagina van Hechtingsproblemen
akke.beakke.be
Hechtingsproblemen, hechtingsstoornis, hechting, gehechtheid, borderline, persoonlijkheidsstoornis, bindingsangst, verletingsangst, ouders, babys, kinderen, pleegkinderen, stiefkinderen,jeugd, volwassenen, hulpverleners, onderwijs, jeugdzorg

Archief

Over hechting en separatie-individuatie

Bowlby en Mahler: over hechting en separatie-individuatie

Bespreking van: Phyllis Tyson, Fred Pine, Harold P. Blum, Anni Bergman & Ilan Harpaz-Rotem, Susan W.Coates (2004)
Journal of the American Psychoanalytic Association, 52, p. 499-603.

Bowlby en Mahler: over hechting en separatie-individuatie

Jaap Ubbels

In deze aflevering van de JAPA zijn een vijftal artikelen verschenen waarin de ontwikkelingstheorieën van Margaret Mahler en Bowlby met elkaar vergeleken worden. In de periode 1975-1985 was er voor het werk van Margaret Mahler veel belangstelling. Volgens Pine voorzagen haar op observatie gebaseerde theorieën op het gebied van separatie-individuatie destijds in een behoefte aan een begrippenkader voor het pre-oedipale aandeel van de neurose. Blum daarentegen vermeldt dat Mahler's theorieën destijds veel weerstand opriepen bij psychoanalytici die vasthielden aan de visie dat het oedipuscomplex de kern van de neurose is.

Een mooi en duidelijk voorbeeld van de klinische betekenis dat Mahler's werk destijds heeft gehad, is te vinden in het grote overzichtsartikel over de ontwikkeling van de psychoanalyse dat Niek Treurniet schreef in 1984. Uitvoerig gaat hij in op de ontwikkeling van het zelfgevoel en de worsteling met het reguleren van agressie in de separatie-individuatiefase.

Na 1985, het jaar waarin Daniël Stern zijn boek over de interpersoonlijke wereld van de baby publiceert, is de aandacht voor het werk van Mahler allengs verminderd. De laatste jaren staat Bowlby's hechtingstheorie in het centrum van de belangstelling mede omdat daarop een immense batterij van proefondervindelijk onderzoek is gebaseerd. Hechtingstheorie en separatie-individuatie theorie zijn in zekere opzichten complementair, maar ze hebben ook een heel verschillend referentiekader.

Blum vat in zijn artikel nog eens samen dat de hechtingstheorie gebaseerd is op gedragsobservaties en geen rekenschap geeft van de (onbewuste) fantasie van het kleine kind en de ouders, de betekenis van het primair proces en van het krachtenspel binnen de zich ontwikkelende persoonlijkheid. De hechtingstheorie valt niet te rijmen met een psychoanalytische ontwikkelingstheorie omdat de presymbolische interne werkmodellen van de verwachtingen van de baby niet zonder meer gegeneraliseerd en ge-extrapoleerd mogen worden naar latere ontwikkelingsfasen. Mahler heeft haar theorie over separatie-individuatie daarentegen wel binnen het psychoanalytische referentie kader van de ego-psychologie en theorie van de object-relaties ontwikkeld. Pas later verschuift het accent van Mahler's werk naar een psychoanalytisch model voor de ontwikkeling.

Zowel Bowlby als Mahler schreven weinig over affecten, terwijl tegenwoordig affecten beschouwd worden als het belangrijkste ingrediënt van de internalisatie van zelf- en object representaties. Vanuit dat gezichtspunt moet Mahler's theorie dan ook opnieuw geformuleerd worden. Wanneer er een goed affectief samenspel is tussen een moeder en haar kind, dan ontstaat er een dyadische biofeedback van affecto-motorische cognitieve signalen wat weer een positieve rol speelt bij de verinnerlijking van affectmodulatie en -regulatie. Zowel binnen een gehechtheidsrelatie als in het proces van separatie en individuatie spelen verschijnselen als basale veiligheid, het elkaar gevoelsmatig aanvoelen, de wederzijdse glimlach, spiegeling, 'holding en containing', en andere ervaringen in de object-relationele sfeer, een cruciale rol.

Coates vergelijkt de levens en de theorieën van Bowlby en Mahler. Vanuit de gedachte dat er altijd traumatische elementen in de persoonlijkheid zijn terug te vinden die de passie voor specifieke aspecten van het gevoelsleven zoniet verklaren dan toch reliëf geven, wordt allereerst een uitvoerige biografische schets van beiden gegeven. Bij Bowlby zou dat het feit kunnen zijn dat de relatie met personen aan wie hij zich in zijn jeugd hechtte bij herhaling verstoord werd. Toen hij 4 jaar oud was vertrok een Nanny die door Bowlby zelf als een 'primary caretaker' werd beschouwd. Zijn vader werd in de eerste wereldoorlog naar het front gestuurd toen Bowlby 7 jaar was en in het zelfde jaar ging hij naar kostschool.

Van Margaret Mahler wordt de versterkt ambivalente relatie met haar afstandelijke en vijandige moeder beschreven. Blum heeft uit haar eigen mond kunnen optekenen dat zij in haar latere leven deze ambivalentie nooit meer heeft kunnen doorwerken nadat haar moeder in Auschwitz bleek te zijn omgebracht.

Coates betoogt dat het te vroeg is om Bowlby en Mahler louter als historisch belangrijke theoretici te beschouwen. Hun werk is nog levend en nog van grote relevantie voor ons. Indien zij langer geleefd hadden, zouden Bowlby en Mahler misschien nu beiden aanwezig zijn geweest op een symposium gewijd aan de rol van de moeder bij de ontwikkeling van affect-regulatie.

Phyllis Tyson pakt dit thema op in haar inleiding die overigens net zo goed als een samenvatting van de andere artikelen en haar commentaar daarop kan worden gelezen. Omdat zij bij uitstek een specialist is op het gebied van de psychoanalytische theorievorming over de ontwikkeling, wekt het geen verwondering dat zij dit aspect naar voren haalt. Wanneer separatie-individuatie theorieën gebruikt worden voor de verklaring van verschijnselen bij volwassenen wordt de complexiteit van de ontwikkeling al te gemakkelijk gereduceerd. Dit probleem staat al lang bekend als de 'genetic fallacy' . Dit houdt in dat psychopathologie in het volwassen leven verklaard wordt uit gelijksoortige verschijnselen in het kinderleven zonder zich rekenschap te geven van het feit dat gelijksoortige verschijnselen in een andere ontwikkelingsfase een heel andere functie kunnen hebben. De complexiteit van de context zal verdisconteerd moeten worden in een levensvatbare psychoanalytische theorie van de ontwikkeling zodat deze een volledig uitgewerkte 'relationele dynamic systems theory' wordt.

Wanneer wij bijvoorbeeld het door Mahler gehanteerde begrip 'object-constantheid' opnieuw bekijken vanuit de huidige belangstelling voor de ontwikkeling van zelf-regulerende processen, dan blijkt het een misleidende term te zijn die verwijst naar een cruciaal element van affect-regulatie (Tyson, 1996).

Pine is eveneens wat voorzichtig in het klinische gebruik van de separatie-individuatietheorie, "de sprongen die bij interpretaties gemaakt worden zijn te groot, het verleden staat bloot aan zoveel omvormingen, en de psyche als een apparaat dat verhalen vertelt, verandert voortdurend betekenissen door deze te verschuiven, te combineren of te vermommen." Pine neemt nog eens zorgvuldig door wat Mahler nu eigenlijk bedoelde met wat zij beschreef als 'de normale autistische en symbiotische fase', Hoewel hij onderkent dat haar ideeën speculatief waren en moeten worden aangepast op grond van wat wij thans weten, wijst hij er ook op dat zij nog steeds een betekenis hebben. Mahler wou iets van de belevingswereld van heel kleine kinderen te pakken krijgen en met haar terminologie probeerde zij iets te beschrijven wat voor haar ook persoonlijk belangrijk was. "In deze fase heeft de diepste verbondenheid tussen mensen haar oorsprong. Deze verbondenheid, die nog onbelast is door het verstand of door objectiviteit, zou weleens de kern zou kunnen zijn van waaruit diepe liefde en intimiteit zich kunnen ontwikkelen." Ook een term als de 'autistische fase' is niet onredelijk wanneer je wilt aangeven dat een pasgeborene nu eenmaal meer naar binnen gericht is, en meer een puur fysiologisch wezen is. "In de vroegste periode zijn er bij de moeder en haar kind op zijn minst enkele ervaringen van ongedifferentïeerd zijn, en in sommige moeder-baby paren worden deze momenten zulke intense en met conflict beladen ervaringen dat zij levenslange consequenties voor het gevoelsleven hebben".

Het gehele proces van differentiatie, practicing, rapprochement naar object-constantheid wordt door Pine niet alleen uitvoerig, maar ook met een zekere voorzichtigheid en tentativiteit beschreven. Het rapprochement blijft van cruciale betekenis voor het begrijpen van ambivalentie-conflicten. In het rapprochement kan ook het almachtsgevoel geleidelijk gecompenseerd worden door een selectieve identificatie met een competente, tolerante en toegenegen moeder. Object-constantheid en veilige hechting zijn twee kanten van een complementaire ontwikkeling. Gedurende het proces van separatie-individuatie leert een kind ook om zich aan te passen aan te eigenaardigheden en voorkeuren van de moeder.

Belangrijk is verder dat Pine nog eens verwijst naar McDevitt die in 1983 beschreef hoe het tweejaar oude kind dat op zijn initiatieven geen antwoord krijgt, in staat is om deze krenkingen vast te houden en als wrok, een beleving van mislukking of hopeloosheid 'in eigendom' te nemen. Misschien gebeurt er iets vergelijkbaars binnen het domein van differentiatie en verlies? De verschillende wijze waarop kinderen separatie en individuatie kunnen beleven zou men wellicht beter kunnen begrijpen wanneer het gevoel van verlies en de daarmee verbonden gevaren, bezien wordt vanuit de cognitieve stabiliteit waarin een klein kind zijn of haar differentiatie van de moeder beleeft en hoe sterk en specifiek dat kind aan de moeder gehecht is.

De hamvraag is echter in 1991 door Lyons-Ruth al gesteld. Is het gedrag dat Mahler als rapprochement beschrijft nu specifiek voor een ontwikkelingsfase van alle kinderen of gaat dit alleen op voor een bepaalde groep onveilig gehechte kinderen? Pine houdt er aan vast dat Mahler's researchgroep destijds een leeftijdsspecifieke hechtingsangst heeft geïdentificeerd en geen kind-specifieke zoals de hechtingsresearchers beweren. Tyson wijst er in haar commentaar terecht op dat een werkelijk wetenschappelijk bewijs alleen geleverd kan worden als separatie-individuatie concepten geoperationaliseerd worden en er een gestandaardiseerde research methode ter beschikking komt, hetgeen nu nog niet het geval is.

Anni Bergman, net als Pine een vroegere medewerker van Mahler, neemt de rapprochement-crisis door in het licht van hedendaagse theorie. Uit de infant-research heeft zij het begrippenkader van co-constructie, mismatch en repair geleend. Zij gebruikt dit om te laten zien hoe moeder en kind in de rapprochement fase met elkaar onderhandelen. Door de ontwikkeling van nieuwe verbale capaciteiten, vindt er in de peuterleeftijd een geleidelijke verschuiving plaats van vroege sensorimotorische interacties naar talige interacties. In dit proces gaan kinderen ook meer begrijpen van hun gevoelsleven. In het klinische werk is het van belang om een verband te kunnen leggen tussen de eigen ervaringen van ouders in deze periode en de wijze waarop zij met het rapprochement van hun kinderen omgaan. Bergman meent ook dat het begrijpen van deze verschijnselen behulpzaam kan zijn bij de behandeling van borderline patiënten. In een klinisch voorbeeld probeert zij te laten zien hoe het er op lijkt dat rapprochement conflicten in de overdracht opnieuw worden beleefd. Ook nu valt op hoe voorzichtig zij is: het speculatieve wordt onderkend en voor een overtuigende reconstructie moet ook de vaak onbewuste betrokkenheid van de analyticus in de enactment goed onderzocht worden.

Concluderend wordt in deze artikelen duidelijk dat het werk van Mahler nog steeds belangrijk is als een klinische theorie. Deze klinische betekenis is destijds uitvoerig beschreven, bijvoorbeeld door Treurniet, (1984). Wat dat betreft zal men niet veel nieuws aantreffen. Over de klinische waarde van een psychoanalytische ontwikkelingstheorie schrijft Pine dat deze gelegen is in haar bruikbaarheid om het klinische denken te organiseren en te differentiëren. Maar deze bruikbaarheid betekent niet dat deze theorieën over de ontwikkeling daarmee ook bevestigd zijn. Integendeel, in dat opzicht behoeft het werk van Mahler een grondige revisie.

McDevitt, J.B. (1983). The emergence of hostile aggression and its defensive and adaptive modifications during the separation-individuation process. JAPA 31, 273-300.
Treurniet, N., (1984). Over recente ontwikkelingen van het psychoanalytische denken. Tijdschrift voor Psychotherapie, 10,4, 232-275.
Tyson, Ph. (1996). Object Relations, Affect Management, and Psychic Structure Formation. Ps.St. Ch. 51, 172-189.

http://www.psychoanalytischinstituut.nl/kenniscentrum/boeken_en_artikelen/artikelen_vakbladen/2004_tyson.php

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Webmaster om 23:14 Reageer op dit bericht

PERSBERICHT ‘(On)volmaakte zorg’

Betreft: Landelijke themabijeenkomst over de (On)volmaakte zorg op woensdag 23 maart 2011

De heer Jan de Vries: ‘(On)volmaakte zorg’

De Knoop, op woensdag 23 maart 2011 in de Martuskerk te Amersfoort

De bijeenkomst is bedoeld voor een ieder die zich wil informeren en/of betrokken is bij hechtingsstoornis/problemen.

De heer Jan de Vries is kinder- en jeugdpsycholoog/orthopedagoog bij ZO!-zorgoplossingen

Inleiding

De afgelopen jaren is er toenemend aandacht voor hechtingstoornissen. De zorg is echter ook toenemend verbrokkeld en wordt aangeboden in korte modules. Hoe verleen je ambulante zorg aan kinderen, jongeren en hun ouders die met hechtingsstoornissen te maken hebben? Welke eisen stelt dat aan je organisatie en welke eisen stelt dat aan de zorgverlener?
Jan de Vries is kinder- en jeugdpsycholoog/orthopedagoog bij ZO!-zorgoplossingen, een kleine particuliere praktijk in Leeuwarden. Hij heeft lang gewerkt bij de jeugdbescherming, residentiële jeugdzorg, therapeutische pleegzorg en GGZ. Samen met zijn team van ZO! heeft hij zich de afgelopen jaren gericht op ambulante zorg aan systemen die met een hechtingsprobleem te maken hebben. Hij vertelt over de do’s en don’ts in de klinische praktijk en probeert ons te prikkelen in het kritisch nadenken over ons handelen.

Over De Knoop:
De Knoop is een stichting voor hechtingsstoornissen/Geen-Bodem-Syndroom(GBS).
Kenmerkend voor de Knoop is dat ze zich inzet voor ondersteuning, preventie, herkenning en erkenning door middel van informatie, onderling contact en themabijeenkomsten. Doel is naast het bieden van ondersteuning, de problematiek van de hechtingsstoornis onder de aandacht te brengen en te houden bij de hulpverlening, de politiek en de media. Erkenning te krijgen voor hechtingsstoornissen bij specialisten en in wetenschappelijke kringen is dringend nodig om de theorie en de praktijk van de hulpverlening op een hoger peil te krijgen.

De bijeenkomst wordt gehouden op woensdag 23 maart 2011 aanstaande in de Martuskerk aan de Copernicusstraat 18, 3817 VJ te Amersfoort. De avond begint om 19.30 uur en zal duren tot 22.00 uur, de zaal is open vanaf 18.30 uur.
Tot woensdag 9 maart kunt u zich aanmelden, de toegang bedraagt voor donateurs van De Knoop € 10,00 (max. 2 kaarten) en voor de overige bezoekers € 25,00.
Zie voor de uitnodiging, het inschrijfformulier en routebeschrijving op de website van De Knoop, www.deknoop.org of neem contact op met De Knoop, tel: 0527-614504

Noot voor redactie:
Wilt u een interview en/of een uitnodiging voor de landelijke themabijeenkomst ontvangen dan kunt u contact opnemen met: Secretariaat De Knoop, Rita Hendriks telefoon: 0527 – 614504 /email: info(A)deknoop.org

Uitgebreide informatie is ook te vinden op de website van de vereniging: http://www.deknoop.org / forum: www.hechtingsstoornis.nl
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Webmaster om 17:29 Reageer op dit bericht

Opstelten nagelt blowende scholieren aan schandpaal

Opstelten nagelt blowende scholieren aan schandpaal

DEN HAAG - Minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten (VVD) wil de naam van leerlingen die drugs gebruiken bekendmaken bij ouders, leraren en medescholieren. Hij heeft geen moeite met het aan de schandpaal nagelen van blowende kinderen.

Uit een enquête in opdracht van De Telegraaf bleek eerder dat een meerderheid het plan steunt. Nu geeft ook de VVD-bewindsman aan er wel iets voor te voelen. "Jongeren die dingen verkeerd doen, moeten nadrukkelijk zichtbaar zijn", zegt hij. "Blowen is slecht, het hoort niet op school."

Een meldplicht voor scholen van betrapte blowers bij de politie, zoals een meerderheid van de ondervraagden wil, gaat de minister nog te ver. Het onder de pet houden van drugsmeldingen uit vrees voor reputatieschade werkt volgens Opstelten averechts. "Maar de reputatie van een school staat juist meer onder druk als dit soort zaken niet gemeld worden."
 
Opstelten verwacht ook dat ouders optreden tegen drugsgebruik onder scholieren. "Ouders moeten door scholen keihard worden aangesproken op drugsgebruik van hun kinderen, want het begint natuurlijk met ouders en jongeren zelf." (Novum)
29/11/10 06u44


http://www.ad.nl/ad/nl/1012/Binnenland/article/detail/545934/2010/11/29/Opstelten-nagelt-blowende-scholieren-aan-schandpaal.dhtml
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Webmaster om 14:08 1 reactie Reageer op dit bericht

Gehechtheid en sociale relaties

Gehechtheid en sociale relaties

Op deze site willen wij u graag inzicht geven in de gehechtheid en sociale relaties, de mogelijkheden gehechtheidsproblemen te behandelen en/of u als hulpverlener te scholen.

De afdeling Psychotherapie van Bartiméus in Doorn is gespecialiseerd in problemen of stoornissen in gehechtheid met betrekking tot diagnostisch onderzoek en behandeling. In samenwerking met de afdeling Orthopedagogiek van de Vrije Universiteit te Amsterdam doen we ook wetenschappelijk onderzoek op dit gebied.

Inleiding

Pasgeboren baby’s zijn de eerste paar jaren van hun leven totaal afhankelijk van de zorg van volwassenen. Maar ook daarna duurt de zorg voor het kind voort. Is het u wel eens opgevallen dat als u een baby hoort huilen, u vaak meteen de behoefte voelt om naar de baby toe te gaan om deze te troosten? Of als u naar een baby kijkt en de baby lacht naar u, dat u dan blijft kijken en misschien zelfs de baby even wilt vasthouden? Het is niet voor niets dat volwassenen aangetrokken worden door baby’s. U heeft zichzelf wellicht weleens afgevraagd wat dit toch precies is.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Webmaster om 21:14 Reageer op dit bericht

Beslissingen over kinderen in problematische opvoedingssituaties: inzichten uit gehechtheidsonderzoek

Beslissingen over kinderen in problematische opvoedingssituaties: inzichten uit gehechtheidsonderzoek
Print

Prof.dr. Femmie Juffer, hoogleraar Adoptie bij het Centrum voor Gezinsstudie en mede-oprichter van ADOC Adoptie Driehoek OnderzoeksCentrum (Universiteit Leiden), schreef een Research Memorandum over het belang van vroege gehechtheidsrelaties. Geschreven voor kinderrechters, maar ook relevant voor werkers in de jeugdzorg, jeugdbescherming en jeugdgezondheidszorg. Titel: "Beslissingen over kinderen in problematische opvoedingssituaties. Inzichten uit gehechtheidsonderzoek". uitgebracht voor de Raad voor de Rechtspraak. Lees meer over gehechtheid en de relevantie voor interventies en beslissingen.

Kinderrechters nemen beslissingen die verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor kinderen en hun ouders zoals het wel of niet uithuisplaatsen van een kind, of het toewijzen van een kind aan een van de ouders. Zij baseren hun oordeel mede op rapportages die zijn opgesteld door medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming, Bureau Jeugdzorg of andere instanties.

De in het onderzoek bijeengebrachte informatie ondersteunt kinderrechters bij hun inschatting van de opvoedingsproblematiek en helpt hen bij de beoordeling van de deskundigenadviezen. Het rapport laat zien hoe bepalend de kwaliteit van de interactie tussen de opvoeder en jonge kinderen, al vanaf hun geboorte, is voor de kwaliteit van de gehechtheid. Een veilige gehechtheidsrelatie geldt als een beschermende factor voor de verdere ontwikkeling van het kind.

Misverstand
Met nadruk waarschuwt de auteur voor het nogal wijdverbreide misverstand dat niet veilig gehechte jonge kinderen geen baat meer zouden hebben aan correctieve interventies op latere leeftijd. Het is daarom dat zij uitgebreid aandacht besteed aan populaire valkuilen en concrete aanbevelingen formuleert. Centraal daarbij staat de notie: sensitief ouderschap. Het is voor de rechters van belang daarop hun focus te richten bij hun poging om de ouder-kind relatie te verbeteren.

Download
Download het rapport via deze LINK (pdf, 1835 kb)

De professionele homepage van Femmie Juffer is te vinden onder deze LINK




Prof.dr. Femmie Juffer, hoogleraar Adoptie bij het Centrum voor Gezinsstudie en mede-oprichter van ADOC Adoptie Driehoek OnderzoeksCentrum (Universiteit Leiden), schreef een Research Memorandum over het belang van vroege gehechtheidsrelaties. Geschreven voor kinderrechters, maar ook relevant voor werkers in de jeugdzorg, jeugdbescherming en jeugdgezondheidszorg. Titel: "Beslissingen over kinderen in problematische opvoedingssituaties. Inzichten uit gehechtheidsonderzoek". uitgebracht voor de Raad voor de Rechtspraak. Lees meer over gehechtheid en de relevantie voor interventies en beslissingen.

Kinderrechters nemen beslissingen die verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor kinderen en hun ouders zoals het wel of niet uithuisplaatsen van een kind, of het toewijzen van een kind aan een van de ouders. Zij baseren hun oordeel mede op rapportages die zijn opgesteld door medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming, Bureau Jeugdzorg of andere instanties.

De in het onderzoek bijeengebrachte informatie ondersteunt kinderrechters bij hun inschatting van de opvoedingsproblematiek en helpt hen bij de beoordeling van de deskundigenadviezen. Het rapport laat zien hoe bepalend de kwaliteit van de interactie tussen de opvoeder en jonge kinderen, al vanaf hun geboorte, is voor de kwaliteit van de gehechtheid. Een veilige gehechtheidsrelatie geldt als een beschermende factor voor de verdere ontwikkeling van het kind.

Misverstand
Met nadruk waarschuwt de auteur voor het nogal wijdverbreide misverstand dat niet veilig gehechte jonge kinderen geen baat meer zouden hebben aan correctieve interventies op latere leeftijd. Het is daarom dat zij uitgebreid aandacht besteed aan populaire valkuilen en concrete aanbevelingen formuleert. Centraal daarbij staat de notie: sensitief ouderschap. Het is voor de rechters van belang daarop hun focus te richten bij hun poging om de ouder-kind relatie te verbeteren.

Download
Download het rapport via deze LINK (pdf, 1835 kb)

De professionele homepage van Femmie Juffer is te vinden onder deze LINK

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Webmaster om 23:42 Reageer op dit bericht

Zwangerschapsbegeleiding

Zwangerschapsbegeleiding

Waarom zwangerschapsbegeleiding?
Elke vrouw die een kind heeft gebaard zal zich de zwangerschap herinneren als een periode van fysieke, sociale én emotionele verandering. Zwangerschap is een natuurlijk proces en dit proces kan in principe zonder al te veel problemen doorgemaakt worden. Maar het kan ook anders verlopen: aanstaande moeders kunnen met verrassende ervaringen geconfronteerd worden.
Zo kunnen er storende emoties de kop opsteken: onzekerheid, twijfels, verdriet, woede, verlatenheid. Een zwangerschap kan angst oproepen: om de gezondheid van het kind, om de oudertaak die te wachten staat, om de partnerrelatie. Ook onbestemde angsten kunnen naar boven komen.

De emoties van de moeder.
Zwanger-zijn is een emotioneel gebeuren. Zowel uit vakliteratuur als uit ervaringen in onze praktijk blijkt, dat sterke emoties in de zwangerschap een onbewuste achtergrond hebben. Het zijn oude emoties die door de zwangerschap geactiveerd worden. Ze kunnen verband houden met de eigen kindertijd, met de relatie van de zwangere vrouw met haar eigen moeder, ja zelfs met de eigen geboorte- en prenatale ervaringen. Dit kan de zwangere vrouw kwetsbaar maken.

De band met de baby.
Een foetus leeft niet alleen in het lichaam van zijn moeder; hij is ook sterk verbonden met haar psyché. Reeds vóór de geboorte zoekt de baby naar een hechte band met zijn moeder. Deze band is voor hem van levensbelang. Helaas kan de relatie met zijn moeder verstoord geraken, als er te veel (onbewuste) emoties of stress van zijn moeder in zijn wereld terecht komen. Een foetus is daar heel gevoelig voor. Zijn moeder kan een veilige ‘bonding' geven door zichzelf te ‘zuiveren' van haar onbewuste emoties, door stress te vermijden of te ontladen, en dicht bij haar eigen gevoelens te komen.

Waaraan wordt gewerkt?
De zwangerschapsbegeleiding die wij aanbieden richt zich vooral op de emotionele en relationele aspecten van de zwangerschap. Zij omvat de volgende aandachtspunten: het verhelderen van de veranderingen in het psychische leven van de vrouw, het eventueel bewust maken van haar eigen onverwerkte ervaringen, de versterking van de relatie tussen de vrouw en haar prenatale kind, én het bespreekbaar maken van de veranderingen in de partnerrelatie.

 http://www.stroeckenverdult.be/site/nl/page.asp?pageid=54

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Webmaster om 22:36 Reageer op dit bericht

Reactieve Hechtingsstoornis

Reactieve hechtingsstoornis

Een reactieve hechtingsstoornis is een psychische aandoening die in het DSM-IV is ingedeeld bij de ontwikkelingsstoornissen. De aandoening ontwikkelt zich in de eerste vijf levensjaren. Het DSM-IV onderscheidt het geremde (waakzaam, terughoudend) en het ongeremde type (gebrek aan onderscheid). In het ICD-10 is het ontremde type afzonderlijk beschreven (F94.2).

Kinderen die aan deze stoornis lijden, slagen er niet in om zich op een gepaste wijze emotioneel te hechten aan hun ouders of anderen die voor hun zorgen. De oorzaak kan liggen in verwaarlozing of mishandeling (geestelijk of lichamelijk), maar kan ook ontstaan als het kind niet voldoende gelegenheid krijgt om emotionele banden te vormen, bijvoorbeeld als het regelmatig andere verzorgers krijgt.

Emotioneel zijn de relaties van het kind korter en oppervlakkiger dan normaal. Het reageert op jongere leeftijd teruggetrokken of overdreven waakzaam. Ook zijn de reacties vaak onvoorspelbaar: het kind wijst soms toenadering van verzorgers af, is vaak overdreven waakzaam of verzet zich tegen troosten, gedraagt zich teruggetrokken en kan sociaal geïsoleerd raken (geremde type). Op wat oudere leeftijd maakt het kind vaak te weinig onderscheid tussen vertrouwde en onbekende personen (ontremde type). Soms slaat het gedrag om in een korte, maar zeer sterke aanhankelijkheid, ook bij relatief onbekenden. Het kind is verminderd gevoelig voor straf of pogingen het gedrag te corrigeren.

De reactieve hechtingsstoornis is gevoelig voor comorbiditeit, dat wil zeggen dat deze gepaard kan gaan met of oorzaak kan zijn van andere stoornissen. Zo kunnen groei-, leer- en eetstoornissen (bv. pica) optreden.

Een verleden van RHS speelt op later leeftijd soms een rol bij het ontstaan van angst- of gedragsstoornissen..

Voor diagnose moet worden vastgesteld dat er geen sprake is van mentale retardatie of een pervasieve ontwikkelingsstoornis.
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Webmaster om 19:40 Reageer op dit bericht

Altijd hetzelfde, daar hou ik van

'Altijd hetzelfde, daar hou ik van'      
donderdag, 28 oktober 2010 06:42

Op woensdag 17 november spelen Lara Bellis en Mathieu Pater van Muziek & Therapie de voorstelling 'Altijd hetzelfde, daar houd ik van' in Theater De Kamers. Het is een voorstelling over hoe een autist communiceert met de wereld om hem heen. De voorstelling is geschikt voor alle mensen die werken of leven met kinderen met een autisme spectrum stoornis (ASS). Centraal staat de positieve invloed die muziek heeft op het welbevinden van mensen met autisme. De voorstelling begint om 20.15 uur.

De 16 jarige Sjoerd is autistisch. Hij houdt niet van onverwachte harde geluiden, maar wel van Knex, auto's, tante Juliëtte en zijn moeder. Sjoerd vindt het fijn als de dagelijkse dingen altijd hetzelfde gaan. Omdat dit niet altijd mogelijk is, loopt het contact met de mensen om hem heen moeizaam. Hoe moet Sjoerd met al die 'rare' mensen omgaan en hoe doen die mensen dat met hem?

Sjoerd houdt er ook niet van om nieuwe dingen te proberen, maar als er op een doordeweekse dag zomaar ineens een groot zwart ding in de woonkamer staat, wekt dat uiteindelijk toch zijn belangstelling. Wie had kunnen bedenken dat dat onbekende ding zoveel gevolgen zou hebben voor iedereen...

Datum: woensdag 17 november; Locatie: De Kamers, Wezeperberg 1, Amersfoort (Vathorst); Tijd: 20.15 uur; Toegang: 10 euro en 8 euro (jongeren).

Meer informatie en reserveren via www.dekamers.nl , info(A)dekamers.nl Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. of 033-2012343.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Webmaster om 21:33 Reageer op dit bericht

Jeugdpsychiatrie Sophia 'over hele linie uitstekend'

Jeugdpsychiatrie Sophia 'over hele linie uitstekend'

De afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie van het Erasmus MC-Sophia Kinderziekenhuis levert 'over de hele linie uitstekende en goed georganiseerde zorg' en is een voorbeeld voor andere instellingen. Dat stelt de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

jongen02-klBeste twee
De meeste kinder- en jeugdpsychiatrische klinieken in Nederland leveren zorg van voldoende kwaliteit, stelt de IGZ. Twee instellingen springen eruit: Erasmus MC-Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam en de Reinier van Arkelgroep, locatie Vught. Deze zijn goede praktijkvoorbeelden voor andere klinieken.

Meest kwetsbaar
De inspecteurs onderzochten de zorg voor de meest kwetsbare kinderen met ernstige psychische problematiek of psychiatrische stoornissen. Deze kinderen zijn voor hun behandeling meestal aangewezen op klinieken van kinder- en jeugdpsychiatrie.

Gezondheidsschade
Gezondheidsschade tijdens de behandeling kan worden veroorzaakt door een onzorgvuldig insluitingsbeleid (separeren, afzonderen of op een andere wijze opsluiten) en slecht medicatiebeleid. Ook het ontbreken van een eenduidige visie op de bejegening, opvoeding en behandelingsmogelijkheden kan zulke schade veroorzaken. Daarom richtte het onderzoek van de inspectie zich op deze drie thema's.

Voortvarende aanpak
Sinds 2001 is er veel verbeterd, constateren de inspecteurs. Medewerkers en bestuurders zetten zich voortvarend in om het aantal insluitingen en de duur ervan terug te dringen. Ook hebben ze oog voor het verantwoord verstrekken van geneesmiddelen. Doorgaans worden opgenomen kinderen en jongeren vanuit een eenduidige pedagogische visie bejegend en behandeld, blijkt uit het onderzoek.

Erasmus MC-Sophia Kinderziekenhuis krijgt van de inspectie de hoogste beoordeling van zestien instellingen: 100%-goed. Ook de Reinier van Arkelgroep haalt deze maximale score.

gepubliceerd: 11 oktober 2010

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Webmaster om 18:22 Reageer op dit bericht

Landelijk symposium: Hechtingsproblematiek in gezinnen

Landelijk symposium: Hechtingsproblematiek in gezinnen

4 november 2010 - Eindhoven
 
In de zorg, de hulpverlening en het onderwijs zijn veel kinderen te vinden die op de één of andere manier een probleem ervaren dat met het onderwerp ‘hechting’ te maken heeft. Zij zijn vaak niet in staat om op een adequate manier een emotionele band aan te gaan met een ander. De basis van het vermogen van kinderen om zulke banden aan te gaan, wordt gelegd in het contact tussen de ouders / verzorgers en het kind.
Wanneer deze hechting niet goed verloopt, kunnen kinderen onveilig gehecht raken of zelfs een hechtingsstoornis ontwikkelen. Vaak zien we dat zulke kinderen zich geen houding weten te geven in relaties met anderen en zich terugtrekken, contact met ouders of verzorgers afwijzen en sociaal geïsoleerd raken. Aan het andere uiterste vinden we de kinderen die juist sociaal ontremd raken en geen onderscheid maken tussen bekende en onbekende personen.
Daarnaast toont onderzoek aan dat hechtingsproblematiek vaak gepaard gaat met groeiproblemen, leerproblemen en eetproblemen, waardoor (pleeg)ouders en andere opvoeders soms tot wanhoop gedreven kunnen worden. Anderzijds veroorzaakt problematiek aan de kant van de opvoeders vaak de hechtingsproblemen bij hun kinderen.
Op dit symposium zal een vijftal sprekers deze problematiek vanuit verschillende invalshoeken benaderen en aanknopingspunten voor behandeling en begeleiding presenteren.

Meer over dit symposium is te lezen op: http://congresburo.com/agenda.php?id=23 
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Webmaster om 14:15 Reageer op dit bericht

Meer van Hechtingsproblemen

↑ Terug naar de berichten