
Archief

Een beschrijving van een traditionele oud-Indiase methode van babymassage

Shantala babymassage
Leboyer, F.
De schrijver laat zien hoe een Indiase moeder volgens een traditionele methode haar baby gedurende de eerste maanden na de geboorte masseert, hetgeen van grote betekenis is voor het herstellen van het evenwicht dat verstoord werd op het moment van de geboorte.
Een beschrijving van een traditionele oud-Indiase methode van babymassage, die de auteur ter plaatse in Calcutta intensief heeft kunnen observeren en fotograferen. In eenvoudige bewoordingen geeft de auteur als inleiding het belang aan van de behoefte van een baby, waarbij zintuiglijke ervaringen een belangrijke rol spelen. De stap naar babymassage wordt daarbij beschreven als een natuurlijke en bijna vanzelfsprekende interactie tussen moeder en kind, waarbij de wisselwerking tussen moeder en kind die vooral uit oog- en huidcontact bestaat een essentieel element is van deze techniek. Stap voor stap wordt op heldere wijze uitgelegd hoe de massage uitgevoerd wordt ondersteund door prachtige zwartwitfoto's. Deze vullen de tekst goed aan zodat een mooi totaalbeeld ontstaat. Aan te bevelen voor ouders en verzorgers die beroepsmatig met baby's en jonge kinderen werken.
Panta Rhei, Uitgeverij ISBN: 9789076771298
Deze kinderen worden vanaf de vroege zwangerschap tot hun jong volwassenheid gevolgd.
De website van Generation R,
Generation R onderzoekt de groei, ontwikkeling en gezondheid van bijna 10.000 opgroeiende kinderen in Rotterdam. Deze kinderen worden vanaf de vroege zwangerschap tot hun jong volwassenheid gevolgd. Centraal staat de vraag waarom het ene kind zich optimaal ontwikkelt en het andere kind niet.
Door factoren te onderzoeken die deze ontwikkeling kunnen bevorderen, levert Generation R een belangrijke bijdrage aan de gezondheid en de zorg voor alle kinderen en hun ouders in Nederland.
Lees verder > > > http://www.generationr.nl/index.php?option=com_frontpage
Over de rooie

J. Bernard Over de rooie
Omgaan met woede en agressie
Woedeuitbarstingen, wie heeft er nog nooit een gehad? Steeds meer mensen komen tot uitbarsting in situaties die op het eerste gezicht weinig of geen aanleiding daartoe geven. In Over de rooie geeft de auteur adviezen hoe mensen zichzelf meer onder controle kunnen houden.
Velen schamen zich hier voor of zijn op zijn minst niet tevreden met hun eigen onbeheerste gedrag. Vaak krijgt de omgeving de schuld, maar toch blijft het idee groeien dat er iets is, iets sterker dan zijzelf, iets waardoor zij zich niet kunnen beheersen. Waarom kunnen wij niet altijd en overal ingrijpen in ons eigen gedrag? Door bepaalde “denkfouten” te corrigeren en beter naar je lichaam te luisteren kun je ingrijpen voordat het zwart voor je ogen wordt en het alweer te laat is. Ook wordt het verschijnsel woede nader bekeken vanuit historisch, psychologisch en subcultureel aspect, want wat gebeurt er nou eigenlijk met je als je woedend bent?
Het boek is bedoeld als leidraad voor mensen met agressieproblemen en hulpverleners.
Over de auteur(s):
Jan Bernard is psycholoog, psychotherapeut en gedragstherapeut en werkzaam bij polikliniek De Waag, Centrum voor Ambulante Forensische Psychiatrie. Ook is hij verbonden aan de Faculteit Huisartsengeneeskunde van de Vrije Universiteit van Amsterdam waar hij huisartsen in opleiding traint in het omgaan met moeilijke cliënten.
ISBN: 9789053527085
verschenen: mei 2002 druk:
tweede druk, 2004
omslagontwerp: Marjo Starink
http://www.boomsun.nl/catalogus/fondsen/psychologie/over_de_rooie_9789053527085.html
Infant Mental Health, vroege interacties tussen de baby en de ouders
Workshop Infant Mental Health
Tweedaagse workshop
De aard van vroege interacties tussen de baby en de ouders bepaalt, zo blijkt, in hoge mate de wijze waarop genetische en constitutionele factoren in het gedrag en de ontwikkeling tot uiting komen. Oude nature-nurture discussies hebben dan ook plaatsgemaakt voor dynamische en transactionele visies op de ontwikkeling van kinderen. Daarbij is grote nadruk komen te liggen op de interactionele aspecten van de ontwikkeling, de vele dimensies van de onverbrekelijke band tussen de baby en zijn ouders en de hechte relaties die de baby al vroeg kan opbouwen met verschillende belangrijke anderen.
docenten
Mevrouw drs. Yvonne de Roos, psychotherapeut, werkzaam bij Triversum in Alkmaar;De heer drs. Guy Couturier, klinisch psycholoog, kinder- en jeugdpsycholoog, werkzaam in het Catharina-Ziekenhuis, Eindhoven en aan de Universiteit van Tilburg.
Beide docenten zijn ook hoofdopleider van de opleiding Van-Nul-Tot-Drie.
doelgroep
GZ- en eerstelijnspsychologen, consultatiebureau-artsen, kinderartsen, huisartsen, psychotherapeuten, klinisch psychologen, K&J-psychiaters, ouderbegeleiders.doelstelling
In deze workshop maken de deelnemers kennis met de nieuwste inzichten op het gebied van Infant Mental Health en leren zij om vanuit deze visie te kijken naar ontwikkeling, psychopathologie, diagnostiek en behandelmogelijkheden bij zeer jonge kinderen.toelichting
Recente inzichten op het gebied van Infant Mental Health hebben geleid tot een hernieuwde kijk op zeer jonge kinderen en hun ouders en tot het besef dat deze doelgroep in een aantal opzichten om een zeer specifieke benadering vraagt. Deze benadering is in essentie ontwikkelingsgericht, waarbij oog is voor het ingewikkelde samenspel van genetische, somatische, relationele en sociale factoren, gedrag, emotie en beleving. Ook wordt rekening gehouden met het feit dat het kind zich ontwikkelt binnen een veelheid aan, dynamisch met elkaar interagerende, netwerken en contexten.inhoud
- De visie van infant mental health, meerdere perspectieven;
- De nieuwe neurobiologische inzichten: de invloed van de omgeving op het genetisch materiaal;
- Het transactionele ontwikkelingsmodel en ontwikkelingspychopathologie;
- Classificatiesysteem DC 0-3R;
- Baby- en peuterobservatie als basismethodiek;
- Kennismaken met verschillende interventiemethoden aan de hand van (ook eigen) casuistiek.
werkwijze
Korte theoretische inleidingen door de docenten, literatuurstudie, casuistiekbesprekingen, ook uit de praktijk van de deelnemers, videoanalyse.De cursisten dienen er rekening mee te houden dat zij tussen de twee bijeenkomsten in een baby of peuter in zijn/haar gezin zullen observeren. Het verdient de voorkeur om hierbij niet te kiezen voor familie of kennissen/collega's.
nota bene!
Deze workshop is ook relevant voor diegenen die overwegen de tweejarige opleiding Van-Nul-Tot-Drie te volgen, die in 2008 van start gaat. Wanneer u besluit aan deze opleiding deel te nemen wordt de helft van de kosten van deze workshop op de opleidingsprijs in mindering gebracht.U kunt hier de brochure van de tweejarige opleiding bestellen of downloaden.
accreditatie
- Accreditatie Huisartsen: 12 uren
- DAIMH: totaal 24 uren (12 literatuur en praktijk / 12 theorie en vaardigheid)
- Herkwalificatie Eerstelijnspsycholoog NIP: totaal 12 uren (4 diagnostiek & indicatiestelling / 6 behandeling / 2,0 overig)
- KP herregistratie: 12 uren
- KP overgangsregeling: totaal 21 uren (16 diagnostiek / 5 behandeling)
- Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie: 11 punten (wordt aangevraagd voor elke uitvoering)
- NVO Orthopedagoog-Generalist: totaal 13 uren (2 diagnostiek / 4 indicatiestelling / 4,0 behandeling / 3,0 praktijkopdrachten)
Op Ooghoogte van het Kind

Op Ooghoogte van het Kind
Over Infant Mental Health in Nederland
Begin jaren '90 bracht Marja Rexwinkel samen met RINO-directeur Marieke van Dam een bezoek aan de Londense Tavistock Clinic en maakte daar kennis met baby- en peuterobservatie. Bij terugkomst zette ze samen met andere docenten bij de RINO de eerste cursus op dit gebied op. Naast coördinator van het Infant Mental Health team van het Nederlands Psychoanalytisch Instituut in Amsterdam, is Marja Rexwinkel nu hoofddocent van de opleiding Van-nul-tot-drie en geeft ze ook de specialistische vervolgcursus Ouder-baby/peuter psychotherapie. Ze vertelt over de ontwikkelingen van de Infant Mental Health in Nederland.
behandelen op ooghoogte van het kind
Vóór de komst van de Infant Mental Health was de zorg voor het jonge kind in Nederland erg versnipperd en lag met name bij de consultatiebureaus. Rexwinkel werkte in die tijd bij de RIAGG Den Haag, waar ze onder andere samenwerkte met de afdeling Sociale Psychiatrie. "De zorg ging in die tijd voornamelijk uit naar de psychiatrie van de volwassen ouder en het was schokkend om te zien hoe weing aandacht er besteed werd aan de zorg voor jonge kinderen. Ik kan me een geval herinneren van een vrouw die op straat was aangehouden omdat ze rondliep met een bewegende sporttas. Daar bleek een baby in te zitten. Er was al die tijd aandacht voor de psychiatrie van de moeder geweest, maar niet voor de baby of de ouder-babyrelatie."
Toch werd vanuit de consultatiebureaus veel zorgwerk gedaan, zegt Rexwinkel. "Als ik een politieke opmerking mag maken, vroeger ging er veel geld naar preventie, en kon de GGZ ook meer doen – maar dat is in de loop der jaren allemaal wegbezuinigd. Inmiddels komt de aandacht voor preventie langzamerhand weer terug, mede door de media-aandacht die een aantal schrijnende gevallen hebben gekregen, maar ook op grond van onderzoeksgegevens, met name gehechtheidsonderzoeken die aangeven dat problemen bij de bron aangepakt moeten worden."
Geld op de bank
De laatste jaren wordt veel wetenschappelijk onderzoek gedaan waaruit blijkt dat de bron van veel problemen onder adolescenten en volwassenen gezocht moet worden in de eerste levensjaren. Maar, zo benadrukt Rexwinkel, "het is belangrijk om te beseffen dat dit niet een eenvoudig causaal verband is. Het is te makkelijk om te zeggen, als kind ging er iets mis, dus er zijn later problemen. Dat legt ook veel teveel de schuld bij de ouders. Het gaat om een complexe relatie tussen kind, ouder en omgeving."
De IMH werkt vanuit een zogenaamd transactioneel ontwikkelingsmodel. "De positieve ervaringen en vaardigheden die een kind op jonge leeftijd opdoet kan je zien als geld op de bank. Als je wat gespaard hebt kan je later leuke dingen doen. Met minder geld op de bank is dat moeilijker. En als je schulden hebt wordt het helemaal moeilijk."
"In een behandeling kunnen ouders en kinderen als het ware oefenen met nieuw gedrag in de veilige aanwezigheid van de therapeut."
Hoe meer risicofactoren op jonge leeftijd aanwezig zijn – of hoe meer protectieve factoren ontbreken – hoe meer kans op problemen. "Dat zijn vicieuze cirkels. Het kind vertoont een bepaald gedrag, het huilt bijvoorbeeld veel, de ouders weten zich geen raad, worden overbezorgd of trekken zich uit het contact terug, het kind voelt deze onrust en huilt nog meer, dit bevestigt de ouders in hun zorg enzovoorts." En dat kan al beginnen vanaf de geboorte. Immers, voor de ouders kan het krijgen van een baby een zeer stressvolle gebeurtenis zijn. "Als het evenwicht bij een van de ouders of tussen de ouders wankel is, kan dat verstoord worden door de komst van een kind."
Mentaliseren
Een belangrijk aspect is het vermogen tot mentaliseren, het vermogen om te zien dat het gedrag van een ander en jezelf voortkomt uit een binnenwereld van gevoelens en gedachten. Rexwinkel noemt een voorbeeld: "Een moeder is een dagje naar Artis geweest met haar kind. Het kind is bekaf, maar moeder moet nog boodschappen doen. In de supermarkt is het kind aan het jengelen en zeuren. Dan kan je als moeder twee dingen denken. Of je wordt boos op je kind omdat het zo ondankbaar is. Heb je je de hele dag uitgesloofd, loopt het nog te zeuren ook. Dan neemt ze het gedrag van het kind dus concreet. Of je denkt, dat kind is gewoon moe, laat maar even, straks kan 'ie naar bed. Dan snapt ze dus dat het gedrag voorkomt uit een gevoel. De moeder die boos wordt op haar kind mist daar het vermogen tot inleven in de situatie van haar kind."
En ook dat werkt weer interactioneel. Want een kind leert mentaliseren in de relatie met sensitieve en betrouwbare ouders, dus als de ouders dat niet kunnen dan zal het kind het ook niet leren. De omgeving kan voor het kind onvoorspelbaar en onveilig worden.
"Een baby is de beste cotherapeut die je je kan wensen."
De relatie is de patiënt
In de overkoepelende IMH-visie wordt vanuit twee perspectieven naar de ouder- kindrelatie gekeken: vanuit een ontwikkelingsperspectief en vanuit een relationeel perspectief. Rexwinkel: "De relatie is de patiënt. Wat overigens niet wil zeggen dat individuele- en omgevingsfactoren niet van belang zijn, maar die wegen we binnen de relatie. Dat zit dicht bij een systeemtherapeutische benadering, maar bij ons ligt uiteindelijk altijd de nadruk op de ontwikkeling van de baby."
In de opleiding Van-nul-tot-drie maken cursisten kennis met meerdere vormen van interventies: kortdurende, laagdrempelig interventies van vijf gesprekken, en langdurige, op gehechtheid gerichte interventies. "De kortdurende interventies lijken qua vorm op het model van het consultatiebureau. Daarom noemen we het ook geen therapie, maar een consultatie. Zoals je naar het consultatiebureau gaat voor een lichamelijk consult, zo kan je bij ons een emotioneel consult krijgen. Vaak blijkt vijf keer ook genoeg te zijn. En voor de complexere gevallen kunnen we in vijf keer zorgen voor een goede diagnostiek en doorverwijzing."
Participerende observatie
Naast theoretische kennis en klinische vaardigheden is baby-observatie de belangrijkste pijler van de opleiding. Cursisten observeren twee jaar lang wekelijks een baby in zijn of haar gezin. "Het gaat om participerende observatie, dus cursisten leren ook gevoelig te zijn voor hun eigen reacties. De ervaring van de baby-observatie helpt om nauwkeurig te observeren en te verdragen wat er in de therapiekamer gebeurt. Dat is immers een belangrijke basis voor elk interventie. In plaats van een baby die ontroostbaar huilt te willen troosten - wat toch je eerste reactie is – leer je om de moeder te helpen om haar baby te troosten. Want dat is waar het om draait. In een behandeling kunnen oude spoken uit het verleden van de ouders naar boven komen, maar kunnen ouders en kinderen ook oefenen met nieuw gedrag in de veilige aanwezigheid van de therapeut."
In de Nederlandse IMH wordt niet zozeer geprobeerd gedrag in de ouder-babyrelatie symbolisch te duiden, als wel om samen met de ouders naar betekenis te zoeken en nieuwe betekenissen uit te proberen. "Door bepaald gedrag te benoemen vergroten we het uit. Bijvoorbeeld: een moeder heeft verdriet, en we zien dat de peuter weg wil, de kamer uit. Door uit te leggen aan zo'n peuter wat er aan de hand is, reguleren we de gevoelens van ouder en peuter in de kamer."
"Zoals je naar het consultatiebureau gaat voor een lichamelijk consult, zo kan je bij ons een emotioneel consult krijgen."
Op bezoek bij een vreemde mevrouw
Het praten tegen baby’s en kleuters in de behandeling heeft nog een ander doel, namelijk modelling, het voordoen van gedrag aan de ouders. Als Rexwinkel nieuwe ouders met een kind op bezoek krijgt begroet ze ook de baby of peuter. "Dan vertel ik dat ze bij een vreemde mevrouw op bezoek zijn om te praten. Zo'n moeder zegt dan 'Je hoeft het niet aan hem uit te leggen hoor, hij begrijpt het toch nog niet.' Maar de volgende keer dat ze langskomen zie je dat de moeder tegen haar kind vertelt dat ze weer bij die mevrouw zijn. Dat heeft ze dan overgenomen – en daar gaat het om."
"Je hebt ook therapeuten die alleen met de ouders praten, die het lastig vinden zo'n baby in de kamer. Een baby praat niet, dus hoe betrek je die bij een behandeling? Dat vergt een speciale expertise. Maar ik zeg vaak, een baby is de beste 'cotherapeut die je je kan wensen. Er gebeurt immers van alles – een baby wil aandacht, huilt, lacht, moet verschoond of gevoed worden, reageert op zijn ouders en op wat er in de kamer gebeurt – en dat zijn allemaal interacties waar je meteen op kan reageren. Wij leggen ouders dan ook uit dat wij de baby belangrijk vinden, omdat door samen goed te kijken en erover te praten we misschien beter kunnen gaan snappen wat er aan de hand is. Vandaar ook dat we op de grond zitten en werken, op ooghoogte van het kind."
Dit artikel is een vervolg op The Cellotaped Therapist, On psychotherapeutic treatment for infants, dat eerder verscheen in de RINO brochure 2007-08.
Tekst Bernard Vehmeyer
http://www.rino.nl/paginas/29119.html
Kinderen beinvloed door emoties moeder


Kinderen beïnvloed door emoties van moeder
Uitgegeven: 6 mei 2008 11:44
Laatst gewijzigd: 6 mei 2008 10:52
Foto en artikel, Bron NU
Voor meer nieuws http://www.nu.nl/news/1554172/151/rss/Kinderen_be%EFnvloed_door_emoties_van_moeder.html
De mate van angst die een moeder ervaart tijdens haar zwangerschap beïnvloedt de manier waarop haar kinderen informatie verwerken. Dit is de conclusie van het onderzoek van Maarten Mennes aan de Universiteit van Leuven.
Vooral wanneer kinderen op zichzelf zijn aangewezen om beslissingen te nemen, blijkt de angst die hun moeder ervoer tijdens haar zwangerschap invloed te hebben.
Emotionele toestand
De onderzoeker heeft voor zijn studie gebruik gemaakt van een onderzoek dat 20 jaar geleden werd opgestart door Bea Van den Bergh. Zij volgde een groep zwangere vrouwen en ondervroeg hen over hun emotionele toestand op verschillende momenten tijdens hun zwangerschap.
Vervolgens onderzocht ze de kinderen later op vaste tijden in hun ontwikkeling. Zij concludeerde dat een deel van de aandachtsproblemen en hyperactief gedrag bij kinderen verklaard kan worden door de mate van angst ervaren door de moeder tijdens haar zwangerschap.
20-jarigen
Mennes onderzocht dezelfde groep, inmiddels 20-jarigen, met computertaken die onder andere het geheugenfunctioneren en het strategisch combineren van taken of informatie nagingen. De resultaten tonen aan dat de mate van angst die een moeder ervaart tijdens de 12de tot de 22ste week van haar zwangerschap de prestatie van haar kind negatief beïnvloedt.
De onderzoeker pleit voor preventiemaatregelen rond stress en angst tijdens de zwangerschap.
Hechting kan veilig zijn maar, afhankelijk van de omstandigheden, ook op verschillende manieren onveilig
Hechting is de band tussen ouder en kind die voort- komt uit de manier waarop ouder en kind vanaf de geboorte met elkaar omgaan. Hechting kan veilig zijn maar, afhankelijk van de omstandigheden, ook op verschillende manieren onveilig.
Een veilige hechting is belangrijk omdat het de basis legt voor de manier waarop het kind met zijn om- geving omgaat. Op basis van de vertrouwensband met de eerste verzorger (meestal de moeder) ontwikkelt het kind een bepaalde mate van vertrouwen in zichzelf en in de ander.
Dit vertrouwen is van groot belang voor de hele verdere ontwikkeling. Veilig gehechte kinderen hebben een grotere kans op een gunstige psychosociale ontwikkeling, ze zijn doorgaans coöperatiever, hebben minder conflicten, kunnen beter omgaan met emoties en hebben meer zelfvertrouwen.
Bovendien blijkt hun zelfvertrouwen bij te dragen aan een gunstige verstandelijke ontwik- keling. Veilige hechting is een basis voor een optimale ontwikkeling.
Hoe ontstaat veilige hechting?
Voor het ontstaan van een veilige hechting is de mate waarin het kind zich begrepen en geaccepteerd voelt van groot belang.
Veilige hechting ontstaat als een kind merkt dat zijn gedrag tot positieve reacties leidt. Door reacties leert het kind dat zijn gedrag effectief is; het kind kan iets bewerkstelligen. Iedere keer als een kind een positieve reactie op zijn gedrag krijgt wint het kind aan zelfvertrouwen.
Tegelijkertijd leert het kind de positief reagerende persoon steeds meer te vertrouwen. Het kind leert die persoon kennen als iemand die hem begrijpt en het beste met hem voor heeft.
Wat doen kinderen om een hechtingsband te krijgen?
Kinderen doen vanaf hun geboorte hun best om hun ouders aan zich te binden. In het begin hebben ze daartoe slechts zeer beperkte middelen: kijken, huilen en zuigen. In de loop van de tijd krijgen ze meer bindingsmogelijkheden: lachen en zich vastklampen en later bijvoorbeeld ook volgen en roepen.
Voordat kinderen kunnen praten is huilen één van hun belangrijkste communicatiemiddelen. Kinderen huilen niet, zoals vroeger wel gedacht werd, om 'hun stem te oefenen' of omdat ze niets beters te doen hebben. Huilen is bij baby's een manier om iets duidelijk te maken.
Wat zij duidelijke willen maken verschilt. Het kind kan honger hebben, het te koud of juist te warm hebben, bang of moe zijn, zich vervelen of ziek zijn. Het is de taak van de ouders om uit te vinden wat er aan de hand is.
Door steeds te zoeken naar welke behoefte het kind duidelijk wil maken met het huilen leren ouders na verloop van tijd verschillende manieren van huilen van hun kind te onderscheiden.
Wat kunnen ouders doen om een veilige hechting met hun kind te bevorderen?
Ouders dragen bij aan het ontstaan van een veilige hechting door zoveel mogelijk gepast te reageren op signalen van hun kind. Een gepaste reactie maakt het kind duidelijk dat het begrepen is, dat de ouder bereid is te helpen en dat het probleem, eenmaal kenbaar gemaakt, begrepen en verholpen kan worden.
Prompt reageren betekent ook dat ouders reageren als het signaal gegeven wordt. Het zal niet voor iedere ouder op ieder moment mogelijk zijn direct te reageren. Maar het helpt al als de ouder aan het kind duidelijk maakt meteen het signaal te hebben opgevangen en zo snel mogelijk te zullen helpen.
Gepast reageren houdt verder in dat de reactie aansluit bij de stemming en behoeften van het kind. Een huilend kind zal zich eerder begrepen voelen door troostende woorden/gebaren dan door afleiding of vrolijk gelach.
Tips:
•Borstvoeding is bevorderlijk voor de band tussen moeder en kind. Dit wil niet zeggen dat alleen bij het geven van borstvoeding de band versterkt wordt. Het geven van kunstvoeding is ook een bevorderlijk moment voor ouder en kind om de band te versterken, met name als de ouder hierbij veel huid op huid contact heeft.
•Baby's voelen zich het beste in de nabijheid van hun ouder(s), ook 's nachts. Het in elkaars nabijheid slapen heeft verschillende voordelen: a) (borst)voeding geven is minder bewerkelijk b) ouders kunnen 's nachts sneller op hun kind reageren.
Het in elkaars nabijheid slapen betekent niet dat het kind in het ouderlijk bed slaapt maar in een eigen wieg of bed naast het bed van de ouder. Dit om de kans op wiegendood te verkleinen.
•Baby's hebben veel behoefte aan lichamelijk contact. Veel dragen (gebruik een draagzak/doek), knuffelen en bijvoorbeeld babymassage is bevorderlijk voor een veilige hechting.
•Baby's zijn leergierig, samen spelen is goed voor de (hechtings-) ontwikkeling. Ook het aanmoedigen van het doen van ontdekkingen werkt gunstig. Baby's hebben geen kwade bedoelingen, hoe lastig hun gedrag soms ook kan zijn. Probeer het gedrag te accepteren. Als ouders kinderen vertrouwen in hun goede bedoelingen, gaan kinderen ouder(s) en zichzelf vertrouwen. Voor meer informatie of vragen kunt u terecht bij uw consultatiebureau-team of op www.oudersonline.nl
NB waar ouders staat kan ook ouder/verzorger(s) gelezen worden. NB waar hij staat in de tekst kan ook zij gelezen worden. Bron: Mr. Drs. Noortje Tan
10/2006 GkD-JGZ401 (043) 3 690 630
Kraamzorg (24 uur per dag) (043) 3 690 680
Jeugdgezondheidszorg (043) 3 690 670
Verplegen en Verzorgen (24 uur per dag) (043) 3 690 660
Uitleen van hulpmiddelen (043) 3 690 620
Voedingsvoorlichting en dieetadvisering (043) 3 690 610
GroenekruisService (lidmaatschap) E-mail info@groenekruisdomicura.nl info@groenekruisdomicurakraamzorg.nl Internet www.groenekruisdomicura.nl www.groenekruisdomicurakraamzorg.nl
Bezoekadres Mockstraat 1, Maastricht Postadres Postbus 1307, 6201 BH Maastricht GroenekruisDomicura Kraamzorg is in bezit van het ISO HKZ kwaliteitscertificaat en het kwaliteitskeurmerk van Zorg.
Onzekerheid bij de opvoeding van kinderen

Onzekerheid bij de opvoeding van kinderen
|
IPZO behandelt angstklachten die typisch gebonden zijn aan opvoeding en ontwikkeling van het kind. Bij ouders ontstaan soms veel onzekerheden over thema's als: eten, slapen, zindelijkheid, grenzen stellen en contact maken met het kind. Wenst u aanvullende informatie dan kunt u contact opnemen met een van onze psychologen.
|
Reactieven Hechtingsstoornis
Reactieve hechtingsstoornis
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Reactieve hechtingsstoornis is een psychische aandoening die in het DSM-IV is ingedeeld bij de ontwikkelingsstoornissen. De aandoening ontwikkelt zich in de eerste vijf levensjaren. Het DSM-IV onderscheidt het geremde (waakzaam, terughoudend) en het ongeremde type (gebrek aan onderscheid). In het ICD-10 is het ontremde type afzonderlijk beschreven (F94.2).
Kinderen die aan deze stoornis lijden, slagen er niet in om zich op een gepaste wijze emotioneel te hechten aan hun ouders of anderen die voor hun zorgen. De oorzaak kan liggen in verwaarlozing of mishandeling (geestelijk of lichamelijk), maar kan ook ontstaan als het kind niet voldoende gelegenheid krijgt om emotionele banden te vormen, bijvoorbeeld als het regelmatig andere verzorgers krijgt.
Emotioneel zijn de relaties van het kind korter en oppervlakkiger dan normaal. Het reageert op jongere leeftijd teruggetrokken of overdreven waakzaam. Ook zijn de reacties vaak onvoorspelbaar: het kind wijst soms toenadering van verzorgers af, is vaak overdreven waakzaam of verzet zich tegen troosten, gedraagt zich teruggetrokken en kan sociaal geïsoleerd raken (geremde type). Op wat oudere leeftijd maakt het kind vaak te weinig onderscheid tussen vertrouwde en onbekende personen (ontremde type). Soms slaat het gedrag om in een korte, maar zeer sterke aanhankelijkheid, ook bij relatief onbekenden. Het kind is verminderd gevoelig voor straf of pogingen het gedrag te corrigeren.
De ernst en duur van de aandoening is afhankelijk van een aantal factoren, maar over het algemeen treedt een sterke verbetering of genezing op als het kind in een veilige en verzorgende omgeving wordt ondergebracht.
De reactieve hechtingsstoornis is gevoelig voor comorbiditeit, dat wil zeggen dat deze gepaard kan gaan met of oorzaak kan zijn van andere stoornissen. Zo kunnen groei-, leer- en eetstoornissen (bv. pica) optreden.
Een verleden van RHS speelt op later leeftijd soms een rol bij het ontstaan van angst- of gedragsstoornissen.
Voor diagnose moet worden vastgesteld dat er geen sprake is van mentale retardatie of een pervasieve ontwikkelingsstoornis.

