Onderweg.

Onderweg.
Het nieuwe Haantje.
Toch denk ik met weemoed terug aan de tijd van Het Haantje op het Rotterdamse Noordplein. Die viskraam, van de familie Den Haan, was vermaard en na vlaggetjes dag, bij de start van de nieuwe haring, was het een waar feest om Het Haantje aan te doen. Naast de vaste viskraam stond dan een viskar, waar nog eens drie man permanent de haring aan het schoonmaken was. Om bij de visschaal te komen, moest je wel achter in de rij aansluiten. Eenmaal ter hoogte van “de schaal” vatte je de nieuwe aan de staart, en nog een en nog een. Dat was de extra charme van harinkie happen in Rotterdam en Den Haag. Daar “bestelde” je niet, maar nam je een haring. En natuurlijk niet aan stukjes. Eénmaal uitgegeten vertelde je de haringboer hoeveel je er had gegeten en rekende af.
Overigens kreeg ik bij mijn allereerste haring in Rotterdam de lachers op m’n hand. Niet bekend met de oude Rotterdamse gewoonte om een haring te scheuren, liet ik ‘m zo mijn strot inglijden. Verder dan mijn huig kwam ie niet. Proestend haalde ik de zilte vis, nog niet ontdaan van zijn graat, weer op. “Je moet ‘m niet binnen laten glijden, maar van de graat afscheuren. Zo doen wij dat in Rotterdam,” werd mij als Hagenees, met lachende omstanders, “geleerd” een haring te eten. Nadien ben ik overigens dat harinkie scheuren niet meer tegengekomen.
Nadat mijn werkterrein naar Noord-Holland was verlegd, kwam ik nog maar zo nu en dan in Rotterdam. Zodat voor mij, eigenlijk van de ene op de andere dag, Het Haantje was verdwenen. Ruim 20 jaar lang heb ik niet geweten waar Het Haantje was gebleven. Maar dan, lang leven internet! Gestimuleerd door de AD Haringtest ben ik op Het Haantje gaan Googelen. Niet te geloven Het Haantje kwam weer in beeld. Nu als Vishandel Ruud den Haan op de Oude Dijk in Rotterdam.

Weer eens in Rotterdam zal ik zeker bij “Het Nieuwe Haantje” een harinkie gaan happen.
-o-o-o-
Meer over mijn zilte genoegens lees je in mijn kroondomein:
www.kroondomein.com/kroonjuweeltjes/harinkiehappe.htm
www.kroondomein.com/kroonjuweeltjes/typicaldutch.htm
Als de dood.

Vrees (of verheug) niet. Het is beslist geen voorteken dat ik vandaag opnieuw over overlijdensberichten begin. Want op zich heb ik daar niets mee. Hoewel, dagelijks kijk ik deze familieberichten wel door. Maar niet om te constateren dat er steeds meer leeftijdsgenoten aan de verkeerde kant van het gras zijn komen liggen, zoals Harry Jekkers het luchtig noemt.
Door mijn “Lief en leed per millimeter” van afgelopen woensdag, werd ik er aan herinnerd dat ik een heel bijzondere overlijdensadvertentie in mijn archief moest hebben, die ik in dagbladpresentaties heb gebruikt. Het lijkt mij aardig genoeg om hier iets over te verhalen.
Waar je tegenwoordig de mooiste, meest ontroerende, uiterst persoonlijke overlijdensberichten tegenkomt, was het tot nog maar enkele jaren geleden regel bij de dagbladen, dat de particulier totaal geen zeggenschap had in het formaat of de lay-out van een overlijdensadvertentie. Er mocht uitsluitend in een voorgeschreven lettertje zogenaamde platte tekst worden geplaatst, waarbij alleen de naam van de betrokkene vet werd afgedrukt. Alleen de veelheid aan tekst bepaalde de grootte van de advertentie. Deze strikte regel was er voor bedoeld om postuum geen concurrentiestrijd “tussen de dooien” aan te wakkeren. Het ging immers “slechts” om een bericht. Tot 22 maart 1979 in De Telegraaf, daarin stond de overlijdensadvertentie van Kees Manders: “Bij deze kondig ik aan dat ik ben overleden…”
Als opfrissertje, dan wel aanvullende informatie: Kees was de oudere broer van Tom, de legendarische Dorus, ondermeer bekend van zijn revuecafé Saint-Germain-des-Prés op het Rembrandtplein in Amsterdam en zijn vele TV shows. Kees, zelf ook erg artistiek aangelegd, schreef het lied “Amsterdam huilt, waar het eens heeft gelachen,” aangrijpend, maar ook tot vervelens aan toe, vertolkt door zijn vrouw Zwarte Riek.
Maar goed, nog even die wel heel bijzondere overlijdensadvertentie van Kees Manders. Zeker in die tijd was het heel spraakmakend en tegen alle regels in. Het had echter geen enkele zin om hier tegen te protesteren, want Kees lag toen al “aan de andere kant van het gras”. Het was niet alleen de totaal afwijkende lay-out, maar ook zijn provocerende tekst “Ik hoop dat mijn vijanden mij vergeven zoals ik hen vergeven heb.”
Creatieve Kees was zijn tijd drie decennia vooruit. Het is al veel mooier, ontroerender, persoonlijker op de “dooienpagina” geworden. Ik zou me bijna verheugen op de dood.
n.b. Iets meer over de (Koninklijke) dood lees je in mijn kroondomein:
www.kroondomein.com/kroonjuweeltjes/milkakar.htm
Mediamaffia en hun eerste keer.

n.b.: Meer mediamaffiapraktijken lees je in mijn kroondomein:
www.kroondomein.com/kroonjuweeltjes/krantenmagnaten.htm
Lief en leed per millimeter.

-o-o-o-
n.b.: Mocht de lezende leek hiervan de clou niet zien, volgt hier de verklaring:De krantenmevrouw bedoelde de advertentieruimte van, bijvoorbeeld 8x10 cm. (= 200 mm). Daarvoor zou dan 200 x € 1,26 = € 252,= moeten worden betaald. De man meende te moeten betalen 1900 (lengte van opa) x € 1,26 = € 2.394,=
n.b.: Meer krantenjargon lees je in mijn kroondomein:
www.kroondomein.com/kroonjuweeltjes/jfk.htm
Broederliefde.
Ik moet er heel voorzichtig mee zijn, om op welke gronden dan ook, te oordelen over persoonlijke kenmerken en mogelijke toekomst van jongelui. Dat heeft direct te maken met de frustraties die ik in mijn jeugd heb opgelopen. Mijn vader was ooit een begenadigd motor- en speedwayrenner, daarin dus gewend aan competitie. Ook na zijn gevecht om de eerste plaats, bleef competitie bij hem een belangrijke rol spelen. Hij kon het aan één van zijn zoons overdragen, die de competitie in de wielerwereld aanging. Niet geheel zonder succes, zelfs tot aan een nationale titel aan toe.
Maar ik was die andere zoon. In het geheel geen belangstelling voor die vorm van competitie. Tot op heden heb ik over die frustraties niets aan mijn toetsenbord toevertrouwd en ook nu ben ik er nog heel schuchter in. Op zeker is het dat de opgelegde competitie in mijn jeugd bij mij de nodige averij heeft aangebracht. Bij mijn broer eigenlijk ook, want die heeft zijn sportieve carrière niet weten te gebruiken, om maatschappelijk er beter van te worden. Sterker nog, ik sluit niet uit dat zijn kwaliteiten momenteel maximaal gebruikt kunnen worden voor de verkoop van de daklozenkrant. Het is gissen, want we hebben al jaren geen contact meer met elkaar.
Zijn opgefokte karakter in onze jeugd heeft elke vorm van broederliefde de nek omgedraaid. In latere tijden bleek dit, na een ogenschijnlijk geslaagde periode, niet meer te kunnen worden hersteld. Nog steeds opgefokt, maar nu chemisch aangestuurd, is hij kennelijk opnieuw op zoek naar erkenning.
Mijn maatschappelijke competitie is uitgespeeld en zeker niet zonder succes. Uit mijn prijzenkast weet ik dagelijks te putten, om mijn leven zo aangenaam mogelijk te maken. En echt, hierin ontbreekt het mij aan niets.
O ja, toch. Aan broederliefde, die er nooit meer van zal komen.

Toegegeven, maar....
Helaas, mijn stelling van zaterdag, dat wij volgens de Bijbel gaan winnen, was fout. Ik heb nu aan den lijve ondervonden hoe moeilijk het is om het Oude en Nieuwe Testament goed te interpreteren.

Maar, het is onzin om octopus Paul wel voorspelkwaliteiten toe te dichten. Zijn mosselkeuze was, evenals de wereldtitel voor de Spanjaarden, niets meer dan een toevalstreffer.

En Claudia koos opnieuw voor de verkeerde kant.
Eén ding is wel heel zeker: