Naar de inhoud

Knetter

akke.beakke.be

Berichten van 14 mei 2012 tot 20 mei 2012

Durfkoken.

Bonenrol.jpg

Als je ergens toe geen aanleg hebt, er niet mee opgegroeid bent, is het niet eenvoudig je iets eigen te maken. Zoals ik zo langzamerhand heb ervaren met het koken. Ik heb er eerlijk gezegd ook niets mee. Neemt niet weg dat ik vrij behoorlijk gedisciplineerd, een kwaliteit die mij door mijn Truus is bijgebracht, mijn eigen potje kook.

In mijn eerste periode van alleen zijn, heel veel afgewisseld met de magnetronmaaltijden van de supermarkt. Inmiddels een hoge uitzondering. Ik eet veel fruit en groenten, maar mijn maaltijden zijn gezond, maar redelijk saai. Heel veel met sla, soms lof en af en toe een Hak potje spinazie, of rode kool en zo. Altijd met aardappels en óf een balletje gehakt óf een Lidl Loetje biefstuk. Een andere manier van koken moet zich nog in mijn systeem settelen.

Dat gaat ongetwijfeld gebeuren. Eens per drie weken komt een vriendin, met de oven als middelpunt, mij kookles geven. Met mijn verjaardag kreeg ik een basis kookboek met veel plaatjes, waardoor ik met zelfwerkzaamheid ook mijn kookkwaliteiten en vooral de variatie kan verbeteren.

Die behoefte probeerde ik zelf al eerder in te vullen. Bij de supermarkt trof ik in de diepvries haricots verts met spek aan. Dat leek mij een welkome afleiding. Maar steeds als ik ’t uit de vriezer had gehaald om de bereidingswijze even door te lezen schrok ik er van terug en gingen de bonenrollen weer terug de vriezer in. Tot aan vandaag.

Bereidingswijze.jpg

Onder het motto kan mij het schelen kwam de maaltijd weer de vriezer uit, om opnieuw de bereidingswijze te lezen. Opnieuw viel het tegen: “Aanstoven in wat boter. Nog een zevental minuten op een laag vuurtje laten opstaan”. Wat bedoelen ze in hemelsnaam met aanstoven??? Het deed me gewoon denken aan het laten sudderen van vlees. Daarom leek mij dat hiervoor de juspan nodig was. Dus boter gesmolten en de bonenrolletjes in die pan gedeponeerd. Ja lekker, maar in bevroren toestand krijg ik die gestapelde rolletjes nooit gebruind. Daarom de hele boel toch maar overgegooid in een koekenpan.

Kortom, daarin bleef ik de bonenrolletjes draaien totdat ze mij bruin genoeg leken. Zonder deksel, want die heb ik niet bij die koekenpan, alles nog zeven minuten laten doorgaren. De manier van bereiden week ontzettend van de voorschriften af.

Maar weet je, het was nog nest te eten ook. Zeker met een lekker glaasje wijn. Ik moet gewoon meer durven.

panbonenrol.jpg

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door kroontjespen om 23:17 Reageer op dit bericht

Schijtlollig.

Ongetwijfeld heeft het heel erg met de jaren zeventig van de vorige eeuw te maken. Op mijn W.C. m/v hing destijds een prikbord met een varia aan grappige zaken. Helaas is daar veel van verloren gegaan. Maar, nu ik stapsgewijs kasten en laatjes aan het schonen ben, kom ik zo nu en dan toch weer iets van die tijd tegen. Zoals onderstaande hilarische grap:

wijnkaartKnetter.jpg

Trouwens, door het prikbord geïnspireerd, begon ik toen ook mijn eigen spreukjes te schrijven. Inmiddels onder de rubriek Gein uit m’n Brein in mijn Kroondomein.com behoorlijk uitgegroeid, zie: www.kroondomein.com/gein.htm

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door kroontjespen om 22:29 Reageer op dit bericht

Met hulp van Leo.

Doordat ik het niet met mijn Truus kon vieren, had ik het met mijn 65e verjaardag natuurlijk behoorlijk te kwaad. Nu, twee dagen nadien, heb ik het opnieuw even moeilijk. Mijn gabbertje van weleer had nu 65 jaar moeten worden. Wij scheelden slechts twee dagen met elkaar. Op 14.2 schreef ik onder “All in the Family” al over Leo, zelfs met de overweging om nog eens “een verhaal in concept” verder uit te schrijven. Snuffelend in mijn verhalen, bleek dat ‘het verhaal over Leo’ slechts een inleiding was tot datgene wat Alfred was overkomen. Een verhaal wat ik nooit heb afgeschreven.

Maatje Leo zou mij er zeker toe hebben aangespoord dat alsnog te doen. Sorry Leo’tje, daar heb ik helemaal geen zin in, waarna natuurlijk een concessie onder vrienden volgt. Een groot deel van dat concept publiceer ik daarom alsnog in Knetter. Daarbij moet ik dan wel vertellen dat binnen een deel van het verhaal ik Alfred ben, die na meerdere voorhoofdsholteoperaties door algemeen directeur Paul L. onheus werd bejegend. Zijn doel was het om mij alsongezond object de tent uit te flikkeren. Nico NSB-H. heeft hem daar met verve in bijgestaan, in de verwachting dat hij daar carrièretechnisch beter van zou worden. Uiteindelijk hebben die twee proleten zelf het veld (moeten) ruimen. Mijn eervolle ontslag volgde tien jaar later. Ondanks dat ik dit tuig heb overwonnen, ben ik toen natuurlijk niet onbeschadigd gebleven.

De setting van mijn verhaal is wel heel natuurgetrouw en ging als volgt:

Hij had veel beter verdiend, mijn maatje Leo, die veel te vroeg overleed. Het is heel gek om nagenoeg je eigen leeftijd, het scheelde maar twee dagen, ten grave te brengen. Maar, hoe verschrikkelijk de gebeurtenis ook was, er ontstond na de plechtigheid wel een reünieachtig feest, waarbij traditioneel de drank onder zijn maten rijkelijk zou gaan vloeien. Toen de koffiemetcaketijd door Leo’s vriendenbestand was weggedronken, gingen wij naar een van die ouderwets gezellige kroegen, waar anders dan ik, menigeen Leo heeft leren kennen. De lolmaker is niet meer. Door mijn redelijke moyenne van cafébezoek kende ik het merendeel van Leo’s maten. Vogels van allerlei pluimage. Zoals het rooie groenteboertje, die altijd voor een rotgeintje in was. De uitnemende, geslepen, vooral onterecht kakkerige beleggingsdeskundige, die na de rode beursnoteringen van 2003, ongetwijfeld in de goot is terechtgekomen. Vergeten en vergeven, moeten zij hem maar aan een baan bij de krant helpen. Bij de daklozenkrant dan wel.

Zo was Hans de notaris, destijds het altijd ladderzatte rijkelui’s zoontje waarvan wij niet geloofden dat hij ooit werkstudent af zou zijn, een allerhartelijkste vent geworden, die zeker nog van een stevig biertje drinken hield. Maar die daarbij, ogenschijnlijk onbeschonken, veel interesse toonde in het wel en wee van zijn kroegmaten van weleer. Om automonteur Willem bleven we weer lachen, ondanks of misschien wel juist, doordat zijn moppenrepertoire al die jaren ongewijzigd is gebleven. Het werd weer ouderwets lol maken, met de kroegmaten van het vrije jongenstijdperk. Alleen Alfred leek veel van zijn humoristische spraakwaterval te zijn verloren. En dat, terwijl hij toch had bereikt, wat hij wilde bereiken, leraar Nederlands. Ik schoof hem een biertje toe en ging naast hem zitten, in de uiterste hoek van de bar. “Heiho!”, proostte Alfred, om met een beweegloze huig het biertje nagenoeg in een keer weg te spoelen. “Nou Alfred, zuipen kan je nog wel, maar kennelijk heb jij je in de loop der jaren behoorlijk in het Nederlands verslikt”, probeerde ik met een brede grijns Alfred uit zijn tent te lokken. Je rommelt verbaal nog steeds met jouw woordenboek, Kroontje”, leek de Neerlandicus toch op gang te komen. “Nou voor mij is die gein er voorlopig wel af”, torpedeerde hij zijn eigen humor. “Kom op man, zo beroerd is het leven toch ook weer niet.”

Je ziet aan Leo’tje, hoe kloten en kort het leven ook kan zijn”, probeerde ik het nog maar een keertje. “Ach ja, Schrijvertje bleef lachen en weet je, daar kon ik ook zo vreselijk goed mee praten. Hij is eigenlijk de enige die weet wat ik allemaal heb meegemaakt”. Ik begreep dat elke grap nu misplaatst zou zijn en hield mijn mond. Alsof dit in regie zo was bepaald, ging hij verder: “Weet je vanaf m’n 26e jaar heb ik Nederlandse les gegeven, op die kleine scholengemeenschap, bij de Bosjes van Pek. We hadden daar een vreselijk leuke club van leeftijdgenoten, met niet te grote klassen. Nu, bijna zes jaar geleden, werden we door een grote scholengemeenschap opgeslokt. In het begin leek alsof er niets voor ons ging veranderen, maar dat was slechts schone schijn. Na een jaar werd onze school gesloten en gingen wij op in de nieuwbouw van één groot scholencomplex, met een hufter van een vent als directeur. De ene na de andere collega werd door die kwal weggegriept, niet voordat ze eerst een tijdje met een burn-out thuis hadden gezeten. Gelukkig zijn zij stuk voor stuk nog goed terecht gekomen.”

“Maar waarom ga jij daar dan niet weg?” vroeg ik min of meer verontwaardig. “Ja kon dat maar. Ik moest in die tijd aan een hernia worden geopereerd, waarvoor ik een tijdje niet kon werken. Zo goed en zo kwaad het ging, heb ik de invallende collega vanuit huis zoveel mogelijk kunnen ondersteunen. Wat eerst nog erg op prijs werd gesteld. Toen ik weer eenmaal aan het werk ging, bleek er veel te zijn veranderd. Op de scholengemeenschap werkten er alleen nog maar jonge leerkrachten, die zich behoorlijk als yuppen gedroegen. Nico, mijn directe collega, die veel van mijn werkzaamheden had overgenomen, was inmiddels behoorlijk close met meneer de directeur. Er gingen zelfs geruchten dat hij binnen afzienbare tijd adjunct-directeur zou worden, om te zijner tijd de directeurspost over te nemen. Ik weet niet wat er van waar was. Wel merkte ik dat Nico onwaarschijnlijk was veranderd. Hij was totaal niet meer te vertrouwen. Weet je waarom hij trouwens nooit als NSB’er is opgepakt?” “NOU?” “Alleen omdat hij ná de oorlog is geboren. Herbergier, geef hier nog eens twee biertjes”,orderde Alfred met een cynische lach, waarna hij onverstoord zijn verhaal weer oppikte.

Tot zo ver mijn onafgemaakte verhaal, waarvoor ik als inleiding de hulp van Leo nodig had. Postuum heeft mijn maatje weer even veel voor mij betekend.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door kroontjespen om 22:54 Reageer op dit bericht

Vuil kijken.

Niet altijd begrijpen wij de Belgen. Ook niet toen we het Museum Aan de Stroom (MAS) bezochten. Op het panoramadak kwamen we kijkgaten tegen die verwezen naar de prullen(afval)bak. Dan is het toch niet gek dat wij geneigd waren ‘ons vuil’ door het gat te deponeren. De onlogica hiervan heeft ons er van weerhouden.

Antwerpenvuilbak-1.jpg

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door kroontjespen om 19:45 Reageer op dit bericht

De laatste post.

Doordat een fantastisch mooie wandeling, Maastrichts Mooiste, altijd rond mijn verjaardag viel, was het traditie geworden dat Truus en ik die week dan in die omgeving vakantie hielden. Afgelopen jaar was zij al te ziek om aan die vakantieweek alleen al te denken.

Emotioneel kon ik het niet aan om dit jaar dan toch maar thuis mijn (bijzondere) verjaardag te vieren. Op een of andere wijze wilde ik terug naar die goeie oude tijd, wat mij deed besluiten om gewoon weer mijn wandelschoenen aan te trekken. Om buiten de sfeer van een herdenkingstocht te blijven en er toch plezier aan te kunnen beleven, had ik gelukkig een heel goede vriendin van ons als zeer aangename, respectvolle remplaçante.

Het is heel waarschijnlijk dat ik, buiten mijn korte Facebook-meldingen, meer over die dagen in België in mijn blog zal schrijven. Maar om Truus vandaag toch, met haar handschrift een beetje fysiek, bij mij te hebben, zet ik haar laatste kaart op het digitale dressoir.

Truusverjaarskaart.jpg

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door kroontjespen om 19:06 Reageer op dit bericht

Meer van Knetter

↑ Terug naar de berichten