Naar de inhoud

Knetter

akke.beakke.be

Berichten van 28 mei 2012 tot 3 juni 2012

Truus in haar eigen tuin.

Je was wel heel erg voornaam wilde je, pakweg in de 16e en 17e eeuw, in de kerk worden begraven. In het daarop volgende tijdperk vol is vol was het nog even betekenisvol als je rondom die kerk je graf vond. Ook die plekken raakten, als een Bakkum-camping, overvol. Niet veel meer dan een gewone begraafplaats bleef er over. Mijn ouders liggen op Nieuw Eykenduynen in Den Haag. Maar dan wel heel sjiek in een familiegraf.

In het verleden kwamen we daar soms, momenten dat we daar echt onze rust vonden, maar echt trekken deed hun graf ons niet. Al vrij snel kwamen wij er niet meer. Overigens is er nog steeds één ruimte binnen het familiegraf beschikbaar. Begin van het jaar overleed op trieste wijze mijn broer Edward. Wederzijds was er, al sinds onze jeugd, weinig gevoel van broederliefde. Jammer dat het zo is gelopen. Deels door de verschillende karaktertrekjes, deels ook door het schoonheidsfoutje in onze opvoeding, waarop mijn vader zijn stempel hevig heeft gedrukt. Neemt niet weg dat mijn broer na zijn dood de derde plek in het familiegraf niet heeft opgeëist. Maar ook ik zal met de jaren niet tot dit graf toetreden.

Begraven vind ik niet meer van deze tijd. Want ook door crematie doe je de Bijbelspreuk “Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren” geen enkel geweld aan. As is er stoffig genoeg voor. Mijn Truus is dus (september 2011) gecremeerd. Voor haar hoef ik niet naar een begraafplaats om haar te eren.

Toch was het even een issue waar ik haar stoffelijk overschot, een tering woord voor haar as, moest laten. Uit laten strooien? Nou, waar dan?! Op het strand, waar zij graag was, of simpel op een speciaal veldje?! Nee, rot op.Truus moest ook stoffelijk veel dichter bij mij blijven.

Toen onze tuin, waar zij zo ontzettend graag in was, haar definitieve plek was geworden, moest ik nog bedenken hoehaar resten de tuin in konden komen. Verstrooien, mooi niet! Mijn meissie gaat echt niet door delevensversnipperaar. Alles wat van haar is overgebleven zal bij elkaar blijven! Googelend zocht ik daar de mogelijkheden voor af.

Hulde voor internet, want al gauw zag ik dat Truus ontzettend mooi verpakt kon worden. Zelfs in het beeldje waar zij zo van hield, waar zij in haar tuin zo graag naar keek. De lachende monnik. Op zeker zou Truus daar in reïncarneren, zelfs in haar eigen tuin. Die gedachte werd helemaal een grand spectacle toen een vriendin van ons speciaal voor Truus haar beeld wilde maken.

Truusintuinterug.jpg

Vandaag zijn Truus d’r  resten haar Boeddha ingedaald en heeft zij een plekje in haar tuin terugverworven. Daar waar ze zo graag was, kijkend over haar tuin en kijkend over het water. Niks in een kouwe kerk, of saaie plek daar omheen. Niks in een familiegraf, of waar dan ook op een buitenbereik-kerkhof….

Nee, Truus haar stoffelijke is heel dicht tegen al mijn herinneringen aangekropen. Ik koester al die memories, zo ook haar stoffelijke resten, heel mooi verpakt, op een dominante plaats in onze tuin. Mooier kan het echt niet zijn.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door kroontjespen om 00:00 Reageer op dit bericht

Afgelopen.

Metznbroer.jpg

Onderweg kwamen we hem al tegen, de wandelaar in z’n eentje. Hij liep als een ervaren wandelaar, maar voor ons toch in net een teentje te lichte cadans. Tijdens ons passeren werden wij vriendelijk door hem gegroet.

Wij zaten al ruim een kwartier aan een biertje toen de solistische wandelpassant terug kwam op het honk. Na zich te hebben afgemeld, kwam hij op onze hoogte aan de bar een drankje bestellen. Direct herkende hij ons, schoof twee krukken op om graag nog even een praatje pot te maken. Waar wij vandaan kwamen, hoeveel kilometers we hadden gelopen en of wij ook de Vierdaagse van Nijmegen lopen. Wat rond deze tijd van het jaar een standaard vraag van de wandelaars lijkt te zijn.

Nee, ook hij liep ‘m niet. “Vroeger wel gedaan, maar met mijn zestig jaar vind ik die prestatie niet meer nodig. Tegenwoordig loop ik niet meer dan 25 kilometer en dat is genoeg, als je alleen loopt.” Waarna hij na drie klokken bier nog iets meer over zichzelf aan ons kwijt wilde: Ach weet je, voorheen liep ik àltijd met mijn broer. Toen liepen we zelfs zaterdag en zondag. Maar ja….” We begrepen dat dé vraag gesteld moest worden. “Waarom nu niet meer met uw broer?” “Mijn broer is nu al dertig jaar dood.”

Even dachten wij dat er een loopje met ons werd genomen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door kroontjespen om 22:07 Reageer op dit bericht

Meer van Knetter

↑ Terug naar de berichten