Mijn papillen.


Bij het opstaan merkte ik het al, de zoveelste kloten tijd heb ik weer achter de rug. Dit keer was een blaasontsteking met de daarbij behorende antibiotica de boosdoener. Zelfs de matige eetlust is behoorlijk aan het verbeteren. Het water liep ‘bij de gedachte alleen al’ mij in m’n mond. Ik wilde weer een harinkie happen. Eenmaal een haring aan de staart begon m’n huig te kwispelen in m’n strot. Het werden er twee en wat waren ze weer lekker.
Zodra ik aan het beteren ben, en daar ken ik inmiddels een aantal perioden van, beginnen mijn papillen op te spelen. Dan moet er een visje worden gevangen. Jammer is wel dat ik maar twee dagen van ‘het lekker voelen’ mag genieten, want vrijdag aanstaande onder ga ik een (reconstructieve) operatie met een inpandige herstelperiode van drie weken. Daarbij kom ik op een zandbed te liggen, waarbij ik de gedachte aan Egmond aan Zee met een kuil gravende Duitser naast me, direct moest skippen. Van een verpleegkundige hoorde ik wat zo’n bed werkelijk inhoud. Het schijnt ‘bijna’ comfortabel te zijn en wordt het zeker geen paar weken stilliggen. Mijn vrees voor ‘het ongewisse’ heeft voor gelatenheid plaats gemaakt.
Ergens begin mei ben ik dan weer thuis aan m’n herstelperiode toe. In de hoop dat mijn papillen dan weer snel zullen opspelen.

