Mijn trieste bericht:


-o-o-o-
Haar adres onbekend?, stuur dan naar:
Charon
Uitvaartbegeleiding,
Slotweg 2
1934 CN Egmond aan den Hoeff
Mijn trieste bericht:

-o-o-o-
Haar adres onbekend?, stuur dan naar:
Charon
Uitvaartbegeleiding,
Slotweg 2
1934 CN Egmond aan den Hoeff
Tja...De eeuwige twijfelaar
schudde ja en knikte nee.
-o-o-o-
Meer 'gein uit m'n brein' lees je in mijn kroondomein:
www.kroondomein.com/gein.htm
Beter van niet.
Natte zomer 2011Regent het niet,
dan is er sprake van
een waterig zonnetje.
n.b. Meer Gein uit m'n brein vind je in mijn kroondomein:
www.kroondomein.com/gein.htm
Kattenkop.

Truus als zitzak.
Eerder schreef ik het al eens, bij ons thuis is er sprake van twee kampen. Lotta trekt heel erg naar Truus en Morro daarentegen voornamelijk naar mij. Hoewel, de laatste tijd raakt Truus steeds meer bij Morro in de gratie. Zeker nu zij zo ziek is. Meerdere keren heeft hij al bij haar op bed gelegen.
Door haar gebrek aan mensenkennis, dat zal toch wel ?!, ben ik bij Lotta nog steeds niet door de selectie gekomen. Het lijkt eerder op gedogen. Want ja, het baasje geeft tegenwoordig het eten. Het is ’t diertje eigenlijk niet kwalijk te nemen. Uiteindelijk kwam zij als niet te plaatsen poesje bij Stichting Zwerfdier vandaan. Schuw als zij was, was zij toch direct de beste maatjes met Truus.
Het poesenmadammeke ging in de loop der tijd steeds hogere eisen stellen. Het liefst had zij dat Truus van ’s ochtends tot ’s avonds op de bank zat, zodat zij lekker op schoot kon zitten. Truus was een ware zitzak voor haar kat geworden. Regelmatig kwam het op de dag voor dat Lotta indringend begon te miauwen, waarmee zij Truus de bank op wilde krijgen.
Haar zitzak ligt nu alleen nog maar in bed en daar begrijpt Lotta helemaal niets van. Dan komt in het poezenbrein niet de gedachte op: “Als de berg niet naar Mohammed komt, zal Mohammed wel naar de berg moeten”. Ook weer niet zo gek, als je bedenkt dat katten in de Arabische landen over het algemeen geen leven hebben.
Lotta eist haar zitzak op en dat maakt ze kenbaar door onaangenaam lang jankend te miauwen, waarmee ze ons behoorlijk op onze zenuwen werkt. Vandaag lukte het mij haar voor een behoorlijke tijd de tuin in te bonjouren. Vanavond ging ze weer los, om uiteindelijk toch bij Truus in de buurt, in de gang te gaan liggen slapen.
Het arme diertje begrijpt er niets van. Nee...., wij wel zeker?!
n.b. Eerder over Truus:
http://knetter.bloggertje.nl/note/26794/dan-maar-van-één-god-los.html

Lotta nam ook wel eens bescheiden bezit van
Truus.
n.b.: Meer over de komaf van
Lotta lees je in mijn Kroondomein:
http://www.kroondomein.com/poespas/stichtingpoezen.htm
Dan maar van (één) God los.

Door Truus haar huidige situatie, ben ik zo langzamerhand toch voorstander van democratisering van de hemel. Tenminste, als daar het domicilie van God zich bevind. Om het zo niet allemaal nog alleen aan onze Schepper over te laten. Daarvoor lijkt mij het aardse van deze tijd te ingewikkeld geworden.
Dan denk ik niet dat er, als een soort hulpsinterklazen, Bijgoden moeten komen. Nee, gewoon een Godencollectief, die gezamenlijk in een Godenraad over ons mensen zal beschikken. Eigenlijk terug in de tijd. Heel ver terug in de tijd, tot aan de Germaanse tijd aan toe. Wodan, Oppergod en baas van het Walhalla, zal dan samen met onze God ons lot moeten bestieren. Samen hebben zij dan de macht om Donar, de donderaar, van bovenaf mijn Truus met zijn bliksemschicht alsnog, maar dan hemels, te laten bestralen.
Want dat is nodig, echt heel hard nodig. Truus redt het niet met alleen de hulp van ons Opperwezen. Laten alle Goden zich alsjeblieft verzamelen. Onmachtig als we zijn, zullen wij kaarsjes, veel kaarsjes blijven branden. Langs de moderne, digitale weg zullen wij Truus per mail of Facebook blijven steunen. Ook al weten we dat haar wereldje steeds kleiner wordt en haar i-Pad niet of nauwelijks meer opengaat. Laten we desnoods teruggrijpen naar het bijna ouderwetse middel van een kaart per post. Geen mogelijkheid tot support zal ons te veel zijn.
Mijn meissie knokt voor haar leven. Zij geeft letterlijk alles! Houdt zich aan elke strohalm vast. Is nog steeds, ondanks dat ze vreselijk veel heeft te verduren, tijdens haar heldere momenten (versus het dutten) erg opgewekt. Zijn verdient de steun van àlle Goden aller tijden en zeker van ons allemaal.
Verder uitsmeren.Met vergelijkbare problemen, waarbij de uiterste houdbaarheid(fop)datum ook nog eens een rol speelt, had men in de Food sector te maken, waardoor uiteindelijk de voedselbanken zijn ontstaan. Een doorslaand succes.
Dan wordt het toch de hoogste tijd dat er ook een medicijnbank ontstaat! Niks weggooien van (vaak dure) medicijnen, maar inzamelen bij de medicijnbank. Langs die weg zullen de zalfjes, poedertjes en pilletjes een nieuwe bestemming moeten krijgen. Bijvoorbeeld, langs gecontroleerde weg, in zieken- en/of verzorgingshuizen. Of misschien wel richting de derde wereld.
Misschien pijnlijk voor de farmaceutische industrie, maar ja, wij hebben van die multinationals al genoeg moeten slikken.
Pet chauffeurs.

Er was ooit een tijd dat over het algemeen werd aangenomen dat chauffeurs die met een hoed op in de auto zaten, een heel slechte rijstijl hadden. In ieder geval ben ik de bevestiging in de praktijk heel wat keren tegengekomen. De hoedjesrijders reden nog slechter dan de chauffeurs van zo’n Daffodil. Waar ik overigens via Dagblad Het Vrije Volk ook in heb gereden. (Lees: heb moeten rijden) Twee maanden zelfs zo’n gemeen kanariegele, waar Freek de Jonge in zijn conferences de draak mee stak. Gevolgd door een beige Daf 66, inmiddels door het Zweedse autoconcern geadopteerd, zodat ie Volvo 66 mocht heten. Maar was toch eigenlijk niet meer dan een Daf met Volvo bumpers.
Ik beschouwde mijzelf dan ook als de uitzondering op de regel. Maar over het algemeen werd er in een Daf erg slecht auto gereden. In overtreffende trap was het de hoed dragende Daf-rijder. Die combinatie was fnuikend in het verkeer. En nog, nu de Daf uit het straatbeeld is verdwenen, is het voor de hoed dragende autorijder altijd uitkijken geblazen.
Maar heden ten dage kan het nog veel erger. Nu is de hoed met zijn truttig autorijden niet de belangrijkste risicofactor meer in het verkeer. Het is nu petje. Veel jonger dan hoedje, maar ook veel gevaarlijker in het verkeer. Geen truttig maar met asociaal rijgedrag. Petje, vaak rijdend in een VW Golf, liefst zwart, trapt het gaspedaal zo ver mogelijk in, kleeft bumper, haalt rechts in, heeft lak aan vele verkeersregels en heeft zijn middelvinger regelmatig tegen de voorruit aan. Natuurlijk wil ik niet generaliseren, daarom: petje af voor de uitzonderingen op deze regel.
Bar onbeleefd.

Omdat ik mij gisteren voor Truus verzekerd wist van goede zorg van onze lieve buurvrouw, kon ik weer even genieten van de mooie natuur in de Noord-Hollandse polders en de eeuwen oude dorpjes. Om mijn genot nog verder te optimaliseren, nam ik na afloop van die wandeltocht een heerlijke biefstuk met champignons. Een lekkernij die thuis niet valt te consumeren, doordat Truus niet meer tegen de baklucht kan.
Mijn dankbaarheid van dat moment maakte mij echter niet minder kritisch en kon ik het niet nalaten corrigerend op te treden. Ik zat aan de bar van het fraai ingerichte Café Restaurant, waar een viertal aardige serveersters af en aan liepen om het volle terras te bedienen. Hun onderlinge grappen en grollen was voor mij een extra vermaak. Op een gegeven moment kwam er een kelner van rond de 35 jaar achter de bar staan en dolde even hard met de dames mee. Mij, normaal toch de gerespecteerde gast, zag hij niet staan, uhh zitten.
Op het moment dat hij recht tegenover mij iets moest pakken, mij nog steeds voor lucht hield, stelde ik hem de vraag: “Jij bent hier zeker de baas?” “Nee hoor”. “Oh…, dat dacht ik zo, van een kelner mag je namelijk verwachten dat hij zijn gasten aan de bar netjes groet”. “Uhh, sorry meneer, ik was zeker even in gedachten.” Alleen al omwille van zijn carrièreverloop, hoop ik van harte dat die gedachten de rest van de dag met mijn kritische opmerking waren vervuld.
De hoofdprijs.

Het
lichtpuntje boven Maria brandt voor mijn Truus.
Het is zeker niet onder het motto niet goedschiks dan kwaadschiks, maar meer mijn schreeuw om aandacht voor mijn vrouw. Want, in het bedevaartsoord Onze Lieve Vrouw ter Nood brandde ik een speciale kaars op een speciale plek voor Truus. (blog 9.5.) Samen met haar herhaalden we het in een ander bedevaartsplaatsje boven Schagen, in de Mariakapel de Keins (blog 23.6.) Tijdens een kakdorpenwandeltocht liet ik het uitnodigende gebaar van een openstaande deur van een kerk in Aerdenhout niet aan mij voorbij gaan. Mijn kaarsje liet ik niet in de massa verdwijnen (blog 10.7), maar eiste alle aandacht op, direct binnen het gezichtsveld van de Heilige Maria.
Geen enkele actie heeft maar enigszins geholpen of heeft maar iets aan verlichting gebracht. Het gaat inmiddels zo verdomde slecht met Truus, dat ik dan toch maar een stapje verder ga. Dit keer in een kerk in het dorpje Graft de Rijp. Niks kaarsje in de massa. Ook geen plekje binnen het gezichtsveld van Maria. Nee, een kaarsje boven het hoofd van de Heilige Maagd. Symbolisch gesproken zet ik zo een prijs op het hoofd van Maria. Een hoofdprijs…., mijn eigen Truus. Wat zou ik die prijs graag willen incasseren.