SeniorenNetBlogs
't Schalkse Schrijverke
Inhoud blog
  • De Smid
  • Ik zag het licht
  • Rimpels
  • Nostalgie

    Zoeken in blog


    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     

    Knipoog naar het leven
    akke.beakke.be
    14-10-2026
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Smid
    De smid, dat zien wij nu niet meer Als kind wisten wij al vroeg wat een smid was. Een smidse in de buurt was voor ons een ideale pleisterplaats. Daar konden wij met grote ogen staan kijken hoe Michel, onze buurman, uit een stuk ijzer de meest uiteenlopende voorwerpen tevoorschijn toverde. Voor ons leek het wel toverij, al kwam er bij Michel vooral veel vuur, zweet en stevig hameren aan te pas. Dat de smid vroeger een veelvoorkomend beroep was, weten velen niet. Anderen zijn het misschien gewoon vergeten. Het beroep bestaat nog, maar heel wat werk dat vroeger met de hand werd gedaan, is intussen overgenomen door industriële machines. Michel was fier op zijn beroep. Dat begrepen wij als kinderen niet helemaal. Een smid was voor ons iemand die met een hamer op een stuk gloeiend ijzer sloeg en daarbij een indrukwekkende hoeveelheid vonken produceerde. Pas veel later beseften wij dat smid zijn veel meer was dan wat ijzer warm maken en er vervolgens een paar flinke meppen op geven. Wanneer wij in zijn zwartgerookte smidse stonden, zagen wij overal metalen staven in alle maten en gewichten. Ze lagen netjes, elk in hun eigen vakje, alsof ze op hun beurt stonden te wachten om door Michel tot iets nuttigs of moois te worden omgetoverd. En dan waren er die rondspattende gensters van het gloeiende ijzer! Voor ons was dat minstens even boeiend als een vuurwerk op de kermis, met dit verschil dat wij er gratis naar mochten kijken. Onze bewondering voor Michel groeide met de jaren. Misschien speelde ook mee dat wij in sprookjes en legenden smeden hadden leren kennen die niet bepaald met hun gestalte uitpakten. Soms waren het kleine dwergen die met wonderlijke vaardigheid metaal bewerkten, soms breedgeschouderde reuzen met een hamer waarvoor zelfs Goliath een stapje opzij zou hebben gezet. En daar stond dan onze Michel: eerder klein van gestalte en helemaal geen reus. Toch wist hij met zijn hamer dingen te doen waar wij met onze kinderhanden niet eens van konden dromen. Voor ons was hij een levende sprookjesfiguur. Zijn werkdag begon met het aanblazen van het vuur. Daarna werd een stuk ijzer verhit tot het roodgloeiend was en zich gewillig liet bewerken. Op het aambeeld kreeg het vervolgens, onder de deskundige slagen van zijn hamer, de gewenste vorm. Wij stonden erbij en keken ernaar. Althans, dat was de bedoeling. Want kijken alleen was voor nieuwsgierige kinderen blijkbaar niet voldoende. ‘Michel, wat doe je nu?’ ‘En Michel, waarom doe je dat?’ ‘En wat wordt dat eigenlijk?’ Michel probeerde geduldig te blijven, maar ook zijn geduld had grenzen. ‘Ik ga dat nu allemaal niet uitleggen. Jullie verstaan dat toch nog niet. Als je wat ouder wordt, zal ik het wel eens vertellen.’ Vervolgens somde hij een reeks geheimzinnige bewerkingen op: ijzer splijten, zagen, lassen, rekken, stuiken, buigen, wellen, ponsen en in vorm gieten. Onze mond viel open. Niet alleen van verbazing, maar ook omdat wij van die hele uitleg nauwelijks iets begrepen. Michel had zijn rust terug en smeedde rustig verder. Maar daarmee was de zaak niet afgelopen. Als het werkstuk nog niet helemaal naar zijn zin was — Michel was bijzonder precies — moest het opnieuw in het vuur. Het ijzer moest immers heet genoeg blijven om het verder te kunnen bewerken. Pas wanneer Michel vond dat het af was, mocht het afkoelen. Soms dompelde hij het gloeiende stuk in koud water. Dat was voor ons natuurlijk opnieuw aanleiding om vragen te stellen. ‘Michel, waarom moet dat stuk in het water en dat andere niet?’ ‘Dat is om te harden’, antwoordde hij. Wij waren nog niet overtuigd. ‘En wat is harden dan?’ Michel legde uit dat het ijzer bij een verkeerde behandeling zijn stevigheid kon verliezen of zelfs kon scheuren of breken. Het kwam erop aan het op de juiste manier te verhitten en af te koelen. Wij knikten alsof we het begrepen hadden. In werkelijkheid waren wij geen stap verder. Uiteindelijk dropen wij af, tot grote opluchting van Michel, die eindelijk weer ongestoord aan zijn werk kon. Hij ging verder met het verfraaien van zijn werkstuk door het te graveren en te polijsten. En toch bleef er in die smidse iets geheimzinnigs hangen. Vuur, rook, vonken en een man die met zijn hamer het ijzer naar zijn hand zette: het had iets magisch. Later leerden wij op school dat de smeedkunst al bij de Germanen en de Kelten hoog aangeschreven stond. Zij maakten niet alleen gebruiksvoorwerpen, maar ook prachtig versierde wapens en andere kunstwerken. Onze Michel stond dus eigenlijk in een eeuwenoude traditie. Hij droeg echter geen berenvel en zwaaide ook niet met een knots, zoals sommige oude smeden uit zeisels en vertellingen. Dat de smid van oudsher een onmisbare schakel was in het dagelijkse leven en de economie, leerden wij eveneens op school. Voor de boeren maakte hij ploegen, schoppen, harken en schoffels. Andere ambachtslieden, zoals kuipers, schoenmakers en timmerlieden, konden evenmin zonder het gereedschap dat de smid voor hen vervaardigde. En dan was er natuurlijk het leger. In de middeleeuwen maakte de smid zwaarden, strijdbijlen, speren en harnassen. Soms werkte hij zelfs mee aan de vervaardiging van katapulten, belegeringstorens en stormrammen. Een smid was dus niet zomaar iemand die met een hamer op ijzer sloeg. Hij was ook een soort ingenieur, die oplossingen bedacht voor de meest uiteenlopende problemen. Dat hebben wij Michel zelf zien bewijzen toen hij samen met de gebroeders Denecker een kraan maakte. Voor ons was dat opnieuw een staaltje van zijn kunnen. Michel was bovendien hoefsmid. Ook dat konden wij meer dan eens bewonderen. Een paard beslaan was voor ons een gebeurtenis waarvoor wij graag een plaatsje op de eerste rij innamen. Al moesten wij soms genoegen nemen met een plaatsje wat verder achteruit. Want een paard is nu eenmaal geen speelgoed en een hoef geen plaats om met kinderhanden aan te zitten. Eerst moest het paard veilig in een open box worden vastgebonden. Dat verliep niet altijd zonder spektakel. Sommige paarden waren blijkbaar minder opgezet met het vooruitzicht van een bezoek aan de hoefsmid en lieten dat duidelijk merken. Als ze steigeren, begint zo'n box plots een stuk kleiner te lijken. Michel waarschuwde ons dan ook dat we niet te dicht mochten komen. ‘Tot daar en niet verder!’ Die woorden waren duidelijk genoeg. Als Michel zoiets zei, wisten wij dat hij het geen tweede keer zou zeggen. En als wij toch niet luisterden, konden wij thuis rekenen op een navolgend bezoekje van Michel om onze ongehoorzaamheid eens haarfijn uit de doeken te doen. Dat vooruitzicht werkte doorgaans beter dan een heel opvoedkundig betoog. Eens het paard veilig stond, kon het echte werk beginnen. De losse hoorn van de hoef werd verwijderd en de hoef werd bijgewerkt. Daarna paste Michel het hoefijzer aan de vorm van de hoef aan. Soms moest het ijzer nog gloeiend heet worden gemaakt om het precies passend te krijgen. Dat gaf een indrukwekkend gesis en een rookwolkje dat ons telkens weer deed opkijken. Het paard vond die behandeling niet altijd even prettig en kon dan plotseling onrustig worden. Wij hoopten stiekem wel eens op wat meer spektakel. Wanneer Michel met zijn gereedschap de overtollige lengte van de hoef wegnam, hielden wij het paard nauwlettend in de gaten. Zou het deze keer eens flink tekeergaan? Maar nee hoor. De meeste paarden bleven rustig staan, alsof ze ons wilden duidelijk maken dat wij ons niet zo druk moesten maken. Voor ons was dat een kleine teleurstelling, maar voor Michel ongetwijfeld een hele opluchting. Net zoals de kerk een herkenningspunt was in het dorp, was ook de smidse een vertrouwde plek. Je hoorde het ritmische slaan van de hamer op het aambeeld en zag soms de vonken uit het vuur springen. Je hoefde niet eens binnen te gaan om te weten dat Michel aan het werk was. De smid werd vroeger niet alleen bewonderd om zijn vakmanschap, maar in sommige culturen werd hij soms met een zekere argwaan bekeken. Wie zo gemakkelijk met vuur en gloeiend metaal kon omgaan, moest wel over bijzondere krachten beschikken, dacht men. In verhalen en legenden kreeg de smid dan ook geregeld iets geheimzinnigs. Wij hadden daar als kinderen niet zoveel moeite mee. Voor ons was Michel gewoon Michel: onze buurman, die van een stuk ijzer iets bruikbaars of moois kon maken en die onze vragen soms met meer geduld beantwoordde dan wij eigenlijk verdienden. Vandaag leeft het oude ambacht nog voort bij hoefsmeden, restauratiesmeden en kunstenaars die met smeedijzer werken. Maar de smid zoals wij hem uit onze jeugd kenden, met zijn roetige smidse, zijn blaasbalg, zijn aambeeld en zijn hamer, is stilaan uit het dorpsbeeld verdwenen. En als wij nu terugdenken aan Michel, zien wij hem nog altijd staan bij zijn vuur, met de hamer in de hand en de vonken om zich heen. Wij begrepen toen misschien niet veel van wat hij deed. Maar één ding hebben wij wel geleerd: achter dat eenvoudige woord ‘smid’ zat een wereld van kennis, geduld en vakmanschap verborgen. De smid, dat zien wij nu niet meer. Sooi Uytterbroecken 

    14-10-2026, 18:44 geschreven door Sooi Uytterbroecken

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    02-10-2026
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ik zag het licht
    Ik zag het licht. 
    Neen, ik ben geen verlichte geest. Ik zag het magische licht, het noorderlicht. Als je daar de gelegenheid toe krijgt, neem dit mee. Niet nadenken maar doen. Het noorderlicht, is een natuurfenomeen dat je moet gezien hebben. De Aurora Borealis of Aurora Polaris, is een kleurrijk lichtverschijnsel aan de nachtelijke hemel nabij de Noordpool, waarbij flarden of sluiers van licht hoog zwevend in de atmosfeer een onvergetelijk lichtspel opleveren. Het licht zweeft op hoogtes van ongeveer 100 tot 1000 kilometer boven het aardoppervlak en kan wazig uitgespreid zijn, of scherp afgelijnd. Hangt af van de hevigheid en de intense sterkte van het verschijnsel. Ik zag het in Noorwegen in Kirkenes. Spectaculaire kleuren in een wiegend en zwevend kleurenspectrum. Het was een van die avonden waarop je eigenlijk echt niets meer verwacht, een avond om te vergeten. Ik lag languit in een ligstoel naast mijn vrouw beiden de jas dichtgetrokken tot onder onze kin, op het terras van een houten vakantiewoning in Hamningberg Noorwegen. De stilte kan je snijden. Geen geraas van auto’s, geen stemmen, geen hond die blafte, ook geen kat die miauwde. Alleen af en toe het geroezemoes van de wind door de bomen. Boven ons stond de hemel als een eindeloos donkerblauwe catacombe. “Kijk, de eerste sterren beginnen fonkelen” zei mijn vrouw. En één na één, alsof iemand ze voorzichtig had aangestoken vervulden zij in een minimum van tijd de gehele sterrenhemel. Ik keek omhoog zonder een bepaalde reden. Gewoon omdat er in Noorwegen nu eenmaal zoveel hemel boven je hoofd hangt. Toen zag ik het. Eerst was het nauwelijks meer dan een lichte waas. Een bleke, groenachtige schijn aan de horizon. Zo ijl dat ik even dacht dat mijn ogen mij bedrogen. Ik bleef kijken. Het licht kwam dichterbij. Niet zoals een wolk die voorbijdrijft, maar als iets dat van binnenuit leek op te komen. Een zachte groene gloed die zich langzaam uitspreidde over gans het firmament. Eerst voorzichtig, bijna verlegen. Daarna werd het lichter en scherper, met tinten die moeilijk te benoemen waren. Groen was het, zeker. Maar welk groen? Soms het frisse groen van een weide in de lente. Dan weer het diepe groen van dennenbomen in de schemering. Aan de randen verscheen een bijna zilveren gloed, en hier en daar leek een sprankje geel door het licht heen te spelen. Boven dat groen bleef de hemel donkerblauw, bijna zwart, waardoor het licht nog helderder leek. En plots begon het te bewegen. Lange lichtbakens schoven langzaam door de hemelsfeer heen. Ze plooiden zich als reusachtige zijden gordijnen, draaiden rond en trokken samen, werden breder en breder om dan weer op te lossen in het duister. Een helgroene boog verscheen hoog boven de horizon en leek zich van de ene kant van de hemel naar de andere uit te strekken. Wij bleven alle twee roerloos liggen. Je kon onze adem horen. Wij durfden bijna niet te bewegen, als of de minste beweging van een van ons beiden het wonder zou kunnen verstoren. Het licht veranderde van minuut tot minuut. Het ene moment was het als een zachte fluwelen sluier, iets doorzichtig. Het volgende moment werd het hevig en leek het alsof de hemel in beweging kwam. Opeens schoten groene stralen omhoog, krinkelden en kronkelden door elkaar om weer te verdwijnen in het donker. En dan, heel even maar, verscheen er een floers van paars. Ik twijfelde een moment of het er werkelijk was, zo ongelooflijk wonderbaar. Ik kneep mijn ogen even dicht en keek opnieuw. Ja. Paars. Een heel fijn violet randje, nauwelijks zichtbaar, maar genoeg om het groen nog mooier te maken. Alsof de hemel zelf met zijn kleurenpalet aan het experimenteren was. Ik lag daar in mijn ligstoel en voelde mij plots een heel klein mens. Want wat kun je tegenover zoiets anders doen dan kijken? Je kunt zelfs geen foto maken die dit fenomeen werkelijk weergeeft zoals je het ziet. Je kunt erover vertellen, maar degene die tegenover je zit, zal toch nooit helemaal begrijpen wat je daar, onder die Noorse hemel, hebt gevoeld, gezien en ervaren. Het noorderlicht is geen licht dat je alleen maar ziet. Je ondergaat het. Het maakt je stil. En terwijl de groene sluiers langzaam verder dansten boven de donkere Noorse bergen, dacht ik: misschien is dit wel de mooiste voorstelling die de natuur ooit heeft bedacht. Zonder muziek. Zonder applaus. Zonder toegangskaartje. Alleen een ligstoel, een donkere hemel en twee mensen die even niet anders kunnen dan verwonderd omhoogkijken. En ergens daarboven danste het licht verder, het was alsof zelfs de hemel glimlachte. Sooi Uytterbroecken top-integration>

    02-10-2026, 18:26 geschreven door Sooi Uytterbroecken

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rimpels
    Rimpels Er zijn mensen die ze met alle mogelijke middelen proberen te verbergen. Ze smeren, strijken, liften en spuiten erop los. Alsof een rimpel een vijand is die zo snel mogelijk uitgeschakeld moet worden. Alsof ouder worden een foutje van de natuur is dat dringend moet worden gecorrigeerd. Ik kijk daar anders naar. Rimpels zijn als ravijnen van het leven. Wanneer ik in de spiegel kijk en de lijnen in mijn gezicht zie, dan denk ik niet in de eerste plaats aan aftakeling of oud worden. Ik zie alleen ravijnen. Kleine en grote ravijnen, in grote en kleine groeven uitgesleten door de tijd. Ravijnen van innerlijke, wezenlijke schoonheid. Ik beweer zelfs weelderige schoonheid. Een ravijn valt niet zomaar uit de lucht. Daarvoor zijn jaren nodig. Regen, wind, stormen en soms verwoestende orkanen hebben ze door het vrij spel van de natuur zo gevormd. Zo vrij dat het water telkens opnieuw zijn weg zoekt, de harde rotsen uitslijpt, de kleine stukjes meeneemt en uiteindelijk een indrukwekkend landschap achter laat. Wees gerust, niet alles op enkele jaren. De natuur heeft er haar tijd voor genomen, vele jaren. Geen twee ravijnen zijn helemaal gelijk. Elk heeft zijn eigen vorm, zijn eigen diepte, zijn eigen verhaal, zijn eigen uitstraling. Zo is het ook met een menselijk gezicht. Geen twee gezichten dragen dezelfde rimpels. Bij de ene liggen ze als fijne lijntjes rond de ogen, als stille getuigen van vele lachbuien. Bij een andere trekken ze diep over het voorhoofd, als sporen van zorgen, twijfels en slapeloze nachten. Rond de mond vertellen ze misschien over liefde, verdriet, koppigheid of verwondering. Elke rimpel heeft haar eigen geschiedenis. Sommige zijn ontstaan tijdens intens gelukkige momenten. Wie veel gelachen heeft, krijgt daar vroeg of laat de rekening voor gepresenteerd, al is het een rekening die ik met alle plezier zou betalen. Lachrimpels zijn immers kleine herinneringen aan ogenblikken waarop het leven even licht en subtiel voorbij ging. Herinneringen aan een goed vertelde grap, aan een klein kind dat iets onschuldigs zei en de hele familie deed schateren. Aan avonden waarop men met vrienden zoveel plezier beleefde dat men vergat hoe laat het was. Andere rimpels hebben ernstiger oorzaken. Ze werden gevormd in perioden waarin het leven niet zacht was. Het verlies van iemand die men liefhad. Dagen van onzekerheid. Tegenslagen waarvan men dacht: nu weet ik niet meer hoe het verder moet. Ook die lijnen horen bij ons. Zij zijn de ravijnen die ontstonden nadat de storm was gaan liggen. Een ravijn draagt de sporen van alles wat het heeft doorstaan. Juist daardoor krijgt het karakter. Misschien is dat ook de grootste schoonheid van rimpels: ze maken een gezicht uniek. Een glad gezicht kan mooi zijn, zonder twijfel. Maar een gezicht waarop de tijd haar handtekening heeft gezet, is totaal iets anders. Het bezit echtheid. Het is echt. Een rimpel liegt niet. Hij vertelt dat men geleefd heeft. Hij is het onomstootbaar bewijs dat men niet altijd veilig binnen bij de pakken is gebleven terwijl buiten de storm woedde. Dat men liefhad, verloor en opnieuw begon. Dat men zich zorgen maakte om kinderen en kleinkinderen. Dat men soms huilde zonder dat iemand het zag. Dat men lachte tot de tranen over de wangen liepen. Wij zouden rimpels dus helemaal niet moeten beschouwen als barsten die moeten worden hersteld, maar als letters, uit het boek van een leven dat zijn eigen verhaal heeft geschreven. Samen vormen zij een boek dat niet op papier werd geschreven, maar op een gezicht. En wat is er eigenlijk mooier en interessanter dan een boek waarin echt geleefd wordt? De jeugd heeft haar eigen schoonheid. Dat spreekt vanzelf. Een jong gezicht is als een ongerept landschap, nog vol mogelijkheden en verwachtingen. Maar ouderdom heeft een andere schoonheid. Een landschap dat jarenlang zon en regen heeft gekend, wordt niet minder mooi omdat het veranderd is. Soms wordt het juist indrukwekkender. Kijk naar de ravijnen in de natuur. Hun ruwheid stoort ons niet. Integendeel. Wij bewonderen hun diepte, hun grillige vormen, hun kleuren en de sporen die de tijd erin heeft achtergelaten. Niemand zou op het idee komen om met een reusachtige strijkplank een ravijn weer glad te maken. We zouden het een aanslag op de natuur noemen. Maar bij een menselijk gezicht willen we plotseling dat alles gladgestreken wordt. Vreemd eigenlijk. Rimpels weerspiegelen de schoonheid van het werkelijke leven. Zij weerstaan trots de tand der tijd. Zij dragen de tegenslagen die wij overwonnen hebben en bewaren tegelijk de herinnering aan de mooie dagen die wij mochten beleven. Misschien moeten we af en toe wat milder zijn wanneer we in de spiegel kijken. Niet meteen zoeken naar wat verdwenen is, maar kijken naar wat gebleven is. Niet treuren om het gladde gezicht van vroeger, maar waarderen wat de jaren ons hebben geschonken: ervaring, wijsheid, herinneringen en – hopelijk – een beetje mildheid. Want wie negentig jaar lang door het leven wandelt, verzamelt nu eenmaal een landschap op zijn gezicht. Met heuvels en dalen. Met kleine beekjes van lachlijnen en diepe ravijnen van verdriet. Met sporen van stormen en orkanen, maar ook met de warmte van duizenden zonnige dagen. En misschien is dat wel de mooiste gedachte: een rimpel is geen teken dat de schoonheid verdwijnt. Integendeel. Soms begint de echte schoonheid pas zichtbaar te worden wanneer de tijd haar werk heeft gedaan. Rimpels zijn ravijnen van innerlijke schoonheid. Ze vertellen wie wij waren. Ze tonen wie wij geworden zijn. En als we goed kijken, horen we in elke lijn nog een beetje het geruis van het leven. Sooi Uytterbroecken

    02-10-2026, 00:00 geschreven door Sooi Uytterbroecken

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    24-08-2026
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nostalgie

    Nostalgie

    Als je ouder wordt en je begint te dromen van vroeger, voel je binnen in je hart een zeker spijt en een beetje weemoed met een verlangen naar de tijd van toen. Het is als een film die draait. Je kijkt en bekijkt de film en je schudt je hoofd en fluistert bij jezelf: “de tijd van toen, die komt niet meer terug.” de film rolt verder en ik zie het ene tafereel na het andere: het vallen van de avond wanneer de kat aan spinnen was rond de Leuvense stoof, de stoofpot een gloeiend hete warmte uitstraalde, en door het spleetje in het deksel het vuur spookachtige schimmen op het plafond schilderde, dat is allemaal verleden tijd. De centrale verwarming zorgde voor een ommekeer.
    Als je ouder wordt en je begint te dromen van vroeger dan denk je aan de scharenslijper, je weet wel dat ventje die langs de straten liep met een slijpsteen op een karretje en de messen ophaalde bij de mensen om ze dan vlijmscherp op het juist adres terug te gaan afgeven. Ik zie hem nog altijd zitten hoe hij met zijn beide voeten beurtelings op en neer bewegend die slijpsteen in gang bracht. Wat zat dat ding in die tijd toch simpel en vernuftig in elkaar. Het Is al lang uit het straatbeeld verdwenen.
    Als je ouder wordt en je begint te dromen van vroeger dan zie je in je als in een film hoe je voor een beetje zakgeld je vakantie doorbracht op het patattenveld, bij de boer bonen ging trekken of ook nog op de hofstede wat kleine karwijtjes opknapte. De ene dag was ook de andere niet en de ene boer was ook de andere niet. De een was al vriendelijker dan de andere en sommige wat minder gierig dan de andere. En toch, wij wisten van niets anders, leefden en speelden door de dagen heen en maakten plezier, onbezorgd zoals kinderen en jongeren maar kunnen zijn. Het is vandaag toch helemaal anders. Die onbezorgdheid van weleer is er niet meer. De media hebben veel kapot gemaakt.
    Als je ouder wordt en je begint te dromen van vroeger dan zie jezelf hoe je voor wat schamele centen te strikken viel om alsmaar door hop te zitten plukken. De boer telde dan telkens traag en netjes centje per centje neer, precies alsof hij het ons niet gunde. Pas op, ze waren niet allemaal zo hé. De plukkers zijn wel nog niet verdwenen. De hopfeesten zorgen ervoor dat dit soort bij lang nog niet aan het uitsterven is. En ja, waar is de tijd van de tabaknaaiers? Folklore geworden. Maar rokers zijn er nog altijd, zelfs de antireclame kan hen niet tegen houden. En dan heb je nog een categorie van geldjoden die nu op een andere manier, ander verslavend spul aan de man weten te brengen…jointjes, canabis, vapen, de waterpijp… Tabaknaaiers, neen dat zie je niet meer enkel nog op een oude postkaart of een vergeelde foto ergens diep achter in een schuif van een oude commode op zolder.
    Als je ouder wordt en je begint te dromen van vroeger hoe het tarwebrood zoveel beter smaakte, omdat moeder er een kruisje op maakte. In die tijd dankte men nog de Heer voor spijs en drank. Het kruisje is verdwenen op het brood. En dank voor spijs en drank…? Brood? Is voor de meesten onder ons een normaal gegeven. Het is zo vanzelfsprekend geworden dat we daarover geen verdere uitleg moeten geven, laat staan danken voor iets dat dagelijks in alle winkels zo maar te verkrijgen is en zo op de meeste tafels wordt opgediend.
    Als je ouder wordt, stil in je knusse zetel zit te mijmeren en je ogen dichtknijpt terwijl de film verder draait, dan zie ik die man terug die rondkwam achter ‘konijnenvellen’. Het vel werd dan thuis bij hem binnenste buiten gedraaid om te drogen en werd het opgespannen met een veer. En ondertussen kan je dan ook nog eens genieten van de subtiele, warme en luxe zachtheid van een konijnenvacht op je salontafel of kan je jezelf nog eens bewonderen met je blote poep op een fluweelzacht konijnenvelletje. Meer luxe moest er toen niet zijn. En de film draait verder. We zien een WC voorbijkomen, een plank met een rond gat en denken spontaan terug aan het ‘toiletpapier’. Wat zeg ik, de ‘Poperingenaere’ zorgvuldig in gelijkmatige stukjes gesneden, kwestie van zuinig te zijn, dat was het papier om na de grote boodschap onze kont proper te maken. Gelukkig zie je dat niet meer. De nostalgie is meteen ook verdwenen. Zie daar stapt nu een paard door het dorp. Het tafereeltje doet me glimlachen: een boer met paard en kar en daarachter een paar snotjongens met ‘vuilblik’. Paardenmest was ideaal voor de groenten uit de tuin. Maar waar zijn de paarden nu gebleven en waar zie je nu nog paardenmest. Alleen nog als de toeristische huifkarren voorbijkomen. Paardenmest is folklore geworden. Wacht maar, straks is er de Ommegang en de hoppestoet, paarden genoeg en paardenstront ook. Het is nog niet allemaal verdwenen. En terwijl we nu toch over str… bezig zijn, weet je dat men de ‘aalput’ voeger met een aalschepper lepel na lepel uitgeschepte in een ton die dan met een kruiwagen naar het land werd gevoerd om daar met de wind in de rug op het land te worden uitgegoten. Ieder jaar terug. De film toont ons ook de pastoor met zijn zwarte soutane en zijn witte rochet, stapvoets door de velden, samen met een misdienaar met bel en lantaarn, op weg naar een stervende met de heilige olie. De ‘berechtinge’ noemde men dit. Wij knielden toen devoot neer en maakten een kruisteken. Devoot staat niet meer in ons woordenboek en het kruisteken heeft voor velen zijn betekenis verloren. Vaders en moeders met een groot gezien van 10 kinderen en soms meer, waren geen uitzonderingen. Soms armoede en schijnbaar toch gelukkig. Ieder jaar eentje erbij. “waarom zou men armoede lijden om een mondje meer”, een mooi liedje, maar of dit een mooi leven was. Dat is een andere vraag. Nu bestaat dit niet meer. ‘De Pil’ is voor velen een mooie uitvinding geweest. Waar is de tijd dat we met onze kloefen naar school gingen, dat meisjes hinkelden en de jongens knikkerden of pikkelden. Dit is allemaal vervangen door ‘games’ en ‘speelgoed’ van een ander kaliber. En ik zie nog altijd moeder bij het licht van een petroleumlamp kousen stoppen, doeken plooien of de was dampen. De elektriciteit was daar nog niet voorbijgekomen, de radio was te kostelijk en een TV bestond dan nog niet in de huiskamers. En het petroleumlampje is ook verdwenen, is antiek geworden en kost nu meer dan in die ‘goede’ oude tijd. ’s Avonds in de zomer, hoe gezellig kon het wel zijn. Tot in de late uren keuvelen en als het dan soms te warm was mochten de kleinen wat langer opblijven. Er werd gezongen en gelachen samen met de buren en wij, jongeren luisterden aandachtig naar de verhalen van de ouderen voor zover onze oortjes het mochten horen, anders werden we vrijwillig gedwongen verder te gaan spelen. Brood en vlees op de plank ontbrak ook wel niet, hoewel het leven voor velen even zwart-wit was als de film. Een ‘smoutsutte’ en een ‘Schelle van de zeuge’ met bier uit een ton kon er af en toe wel van af. De smoustutte en de schelle van de zeuge zijn blijven hangen in de toeristische menu’s. Een wijwatervat, nog zo iets dat verdwenen is. In de meeste slaapkamers hing er een wijwatervat aan de muur. Als we gingen slapen moesten we een kruisje maken op ons voorhoofd met gewijd water. Als het donderde of bliksemde werd een palmtakje in het gewijd water gedoopt en werd al sprenkelend rond gegaan in de woning om deze te beschermen tegen blikseminslagen en brand. Ik zou zeggen: als de nood het hoogst is, denken we nog eens aan Onze Lieve Heer. Zoals nu overal ter wereld oorlog woedt, komt die tijd wellicht nog wel eens terug. En de film blijft maar draaien. Zie daar zijn de ‘nonnekens’ met de zwarte kappen en de lange rokken, die iedere morgen naar de vroegmis gingen. Een geit, dat was de koe van de werkman, aan een ketting gebonden in de graskant langs de straat. Ze zorgde voor melk maar ook voor veel geblaat, soms tot vervelens toe. Een goedkoop beestje. Met wat gras en hooi was ze tevreden. Zie je nu nog geiten langs de graskant? En de film rolt maar verder af in zwart-wit, een verhaal even zwart-wit als de film zelf. Ik schiet wakker en ik realiseer mij even weer dat die ‘goede oude tijd’ al lang voorbij is. “In onze tijd…” Neen beste lezer zegt dat nooit meer “Wij leven nu, vandaag, in deze tijd”
    Sooi Uytterbroecken

    24-08-2026, 00:00 geschreven door Sooi Uytterbroecken

    Reageer (2)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Archief per week
  • 12/10-18/10 2026
  • 28/09-04/10 2026
  • 24/08-30/08 2026

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !

    Zoeken in blog


    Zoeken in blog



    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.nl - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jou eigen blog!