Verjaarsparty geboekt.
Een beetje lastig voor haar, want wij wonen 200 kilometer uit elkaar. Binnenkort zal ik haar onthullen, dat ik het afgeschreven Bib-boek voor een euro heb gekocht en dat zij het gewoon mag houden.
Verjaarsparty geboekt.
Genoeg gehoord.
Wereldwijd hebben we inmiddels zoveel goeie muziek tot onze beschikking, dat ik het prima zou vinden als er van nu af aan alleen nog maar covers worden uitgebracht. Zo zouden wij opnieuw kunnen genieten van hits van weleer, gestoken in het jasje van vandaag.

Bunkeren.

Dit was weer eens zo’n dag dat de weersvoorspellingen wél uitkwamen. Neemt niet weg dat de tocht enorm geslaagd was. Een Waddeneiland op zich is al een en al wonderlijk natuurschoon. Als dan de lokale wandelvereniging je nog eens langs de allermooiste plekjes loodst, is het genieten in optima forma.
De permanente motregen, begeleid door een stevige maar wel zwoele wind, deed daar niets aan af. Eigenlijk vind ik dat onstuimige ook helemaal bij zo’n eiland horen.

De hedendaagse Duitse bezetting gaat er op dit eiland veel gemoedelijker aan toe en dat is te merken ook, want iedere toerist krijgt er op Terschelling heel veel vriendelijkheid voor terug.
Zie ik zo bleek?

Ja, want ik ben door een dubbele oorontsteking, gelardeerd met hooikoorts, geveld. De koorts houdt mij (bijna) van mijn toetsenbord weg. Doet de in Rhodos gekiekte hond toch nog even dienst. Ik ga m’n mandje in.
n.b. Lees meer over mijn kwaal in mijn kroondomein: www.kroondomein.com/kroonjuweeltjes/kannietbeter.htm
Sterker nog.
Het mag zo zijn, dat we in ons communicatietijdperk, veel beter gebekt zijn. Naar mijn idee is ons taalgebruik daar niet creatiever van geworden. Misschien is beeldspraak zelfs wel helemaal verloren gegaan. Jammer, want het klonk zo leuk. Bijvoorbeeld, als je iemand niet geloofde, of dat je meende dat hij/zij sterk overdreef. Steevast zei je dan:

N.b. Kijk ook eens naar beeldspraak in mijn kroondomein:
www.kroondomein.com/beeldspraak.htm
Don Vlaar.
Ik was niet alleen onder de indruk van deze imposante kathedraal, maar had ook nog eens het genoegen om leuke wetenswaardigheden van een “kerkmeneer” aangereikt te krijgen. De man wist zoveel te vertellen, dat ik hem niet anders dan autoriteit moest toedichten. Toen zijn toelichting in afrondende fase verkeerde, wilde ik zijn mening, als vertegenwoordiger van een “concurrerend” bisdom, wel eens weten over de oranjekwestie “Viva Hollandia“, van Pastoor Vlaar uit Obdam.
Zijn reactie kwam meesmuilend: “Bisschop Punt van Bisdom Haarlem heeft met zijn herderlijke brief wel heel erg spastisch gereageerd. Het is nog al wat om de term profaan in één adem te noemen met een pastoor, die wekelijks een volle kerk heeft voor de viering van eucharistie, terwijl er juist een leegloop van de kerk is. En dan nog eens Priester Paul twee maanden schorsen?! Weet u, ooit was er een cabaretier die de kerk graag op de hak nam. Fons Jansen, ik vergeet nooit zijn uitspraak: Ik heb niets tegen God, maar wel tegen zijn grondpersoneel. Begrijpt u?” Ik begreep het. Ook dat het Bisdom Roermond heel anders zou hebben gereageerd.
Nadat “Roermond” Pastoor Vlaar in relatie bracht met Fons Jansen, schoot mij een Italiaanse Vlaar uit de jaren zestig te binnen, dorpspastoor Don Camillo, geweldig vertolkt door Fernandel. Don Vlaar dus. Of dichter bij huis: Pastoor Jacob, van Robert Long, die van kerkbezoek één groot feest wist te maken. Weliswaar te extreem, maar natuurlijk satirisch bedoeld.
Kom op Bisschop Punt, maak een profaan gebaar en hef de schorsing op, dan wordt het weer “leuk“ in de kerk. Tenminste, in die van Obdam.

Ieder zijn genot.
“Een terrasje pakken”, het lijkt mij een hobby van de hele westerse wereld. Lekker mensen kijken of, zoals in snobistische kringen, kijken en bekeken worden. Natuurlijk schaar ik mij ook onder de terrasliefhebbers. Veelal om “te kijken”, zo nu en dan ook, om mijn waarnemingen met mijn fantasie te combineren. Wat mij van de week weer op een zonovergoten terras in het zuiden des land overkwam.

Zij zaten twee tafeltjes van mij vandaan. Zij het Madonna type, hij een beetje lullig, maar zichtbaar vreselijk op haar verliefd. Zij had zin in een heerlijke salade, met een glaasje Chardonnay. Voor hem was een ijsthee goed genoeg. Met stijl zat zij te genieten van haar verlate lunch en nam een volgend glaasje wijn. “Nee dank je, ik heb nog,” voorkwam hij het bijzetten van een volgend flesje ijsthee. Veel conversatie was er niet. Wel keek hij erg veel naar al haar bewegingen, naar haar handen en haar koppie. Met korte, voor mij onverstaanbare teksten, rechtvaardigde hij zijn permanente blik haar richting uit. Ja, hij adoreerde haar.
Het leek mij wel duidelijk dat zij “onder haar verlangen” een date had, of na veel aandringen toch maar met een kennis iets was gaan drinken. Dat hij zich ook aan dat drankje drinken hield, had zij kennelijk geen boodschap aan, want zij had trek. Daardoor kwam dit beeld zo onevenwichtig bij mij binnen. Zij heerlijk lunchend, hij met ijsthee haar adorerend.
De laatste episode van dit tafereel heb ik niet afgewacht. Bij het verlaten van het terras zag ik nog wel dat haar een ijscoupe was voorgezet, terwijl hij nu maar een watertje had genomen. Ik geloof nooit dat hij nadien zijn investering heeft weten te verzilveren.
-o-o-o-
n.b.: meer terraswaarnemingen lees je in mijn kroondomein:
www.kroondomein.com/kroonjuweeltjes/bekaktterras.htm
Een blind paard..... (ongekuiste versie)
“Je moet wel een ongelooflijke paardenlul zijn, wil je een paard zoiets aandoen”, was mijn eerste gedachte toen ik dit paard op de kiek nam.

Al wandelend ben ik zulke “blinde paarden”, zelfs die ogenschijnlijk helemaal niets konden zien, inmiddels vrij regelmatig tegengekomen. Een graadje erger dan zo’n edel dier met oogkleppen op. Wat zou daar dan toch de bedoeling of functie van zijn? Wie het weet mag het zeggen. Ik kijk uit naar reactie(s).
-o-o-o-
Ingezonden dierenverhalen lees je in mijn kroondomein:
www.kroondomein.com/leeuwendeel.htm
Heil Blatter!-o-o-o-
n.b.: Over het WK’74 lees je in mijn kroondomein:
www.kroondomein.com/kroonjuweeltjes/lieverheersbeestje.htm
Bij wijze van babbelen.....

Tankdiscriminatie.
Vandaag kreeg ik eindelijk een keer het kwartje van Kok terug. Daarvoor moest ik dan wel bijna 200 kilometer rijden. Op zich geen probleem, want ‘daar’ moest ik toch zijn en was er, nog geen twee kilometer over de Nederlandse grens in België, een tankstation waar zij mij dat beruchte kwartje (oud geld) per liter terug gaven.

Met een chagrijnig gezicht? Welnee!, Ondanks dat het selfservice was, kwam er een jonge Belg met een blij gezicht aan mij vragen, of ik eventueel hulp zou willen. En geloof me, dit keer zag ik er zeker niet onbeholpen uit.
Wat worden wij dan toch geflikt in Nederland. Het land waar er gelukkig niet in hevige mate wordt gediscrimineerd. Hoewel…., dat valt eigenlijk wel mooi tegen. Tenminste, als je het niet betrekt op kleur, religie of afkomst. Ik, als Randstedeling, word hevig gediscrimineerd ten opzichte van mijn landgenoten, die dicht bij de Belse grens wonen. Bij èlke tankbeurt krijgen zij dàt kwartje van Kok in klinkende munt terugbetaald.
Wat gek toch dat wij dit pikken. Maar ja, zeker nu de regering demissionair is, hoef je op Den Haag niet te rekenen. “Hé hallo, Amsterdammer, je hebt toch altijd zo’n grote muil, loopt altijd met je borst vooruit, ‘omdat je uit de hoofdstad van Nederland komt‘. Waarom laat jij je uiteindelijk dan net zo erg piepelen als heel Nederland, dus ook als de Rotterdammer, jouw eeuwige rivaal?!”Mij kan je niet rekenen want, zeker volgens Amsterdamse normen, kom ik maar uit een provincieplaatsje. Ik ben al blij dat ik de eerstkomende 600 kilometer rijd tegen een gereduceerd tarief.
Een onschuldig biertje.

Vandaag was het weer zo vreselijk warm, dat ik “onderweg” snakte naar een biertje. Dan moet er natuurlijk maar net een kroeg op je pad komen. Gelukkig trok “het gevleugelde woord” AMSTEL mijn aandacht en leek ik nog maar enkele minuten weg van een goudgele rakker.
Maar ja, “Preuverie”? Zelfs: “Preuverie de Sjnats”?! Ondanks dat ik binnen eigen landsgrenzen was, had ik echt geen idee wat het betekent. In mijn fantasie kan de vertaling alle kanten op, maar dat wordt gokken. Stel je nou eens voor dat het een sexhuis is. Oké, daar kan ik mij ook laven en dan kennelijk ook met mijn favoriete Amstel bier. Nog los van het consumptieve tarief, valt dan te vrezen dat een vrouw van lichte, doch verre van onprettige, zeden mij ook op een geheel andere wijze dorstig wil maken. En zeker met deze warmte wil ik het, met betrekking tot mijn weerstand, er niet op aan laten komen. Dus maar niet bij de Preuverie naar binnengestapt.
Niet veel later werd mijn zelfdiscipline met een heerlijk De Leeuw bier-terras beloond, waarna het aangename verpozen een aanvang kom nemen. Ik bedacht toen wel dat de Amstelbrouwerij, dan met een eigen vertaalcentrum, er eigenlijk verantwoordelijk voor is om alle Nederlandse etablissementen, van onduidelijke aard of naam, met een verklaring in een boekje samen te vatten. Een soort vakantievertaalboekje zoals Wat & Hoe, die wij in het buitenland gebruiken.
Misschien had ik, na raadplegen van Amstel Wat & Hoe, dan zonder enige schroom bij de Preuverie aan de bar een biertje gepakt.
n.b.: Meer over horeca lees je in mijn kroondomein:
www.kroondomein.com/kroonjuweeltjes/bijonsthuis.htm
www.kroondomein.com/kroonjuweeltjes/kroegengordelhtm.htm
Onderweg.
Het nieuwe Haantje.
Toch denk ik met weemoed terug aan de tijd van Het Haantje op het Rotterdamse Noordplein. Die viskraam, van de familie Den Haan, was vermaard en na vlaggetjes dag, bij de start van de nieuwe haring, was het een waar feest om Het Haantje aan te doen. Naast de vaste viskraam stond dan een viskar, waar nog eens drie man permanent de haring aan het schoonmaken was. Om bij de visschaal te komen, moest je wel achter in de rij aansluiten. Eenmaal ter hoogte van “de schaal” vatte je de nieuwe aan de staart, en nog een en nog een. Dat was de extra charme van harinkie happen in Rotterdam en Den Haag. Daar “bestelde” je niet, maar nam je een haring. En natuurlijk niet aan stukjes. Eénmaal uitgegeten vertelde je de haringboer hoeveel je er had gegeten en rekende af.
Overigens kreeg ik bij mijn allereerste haring in Rotterdam de lachers op m’n hand. Niet bekend met de oude Rotterdamse gewoonte om een haring te scheuren, liet ik ‘m zo mijn strot inglijden. Verder dan mijn huig kwam ie niet. Proestend haalde ik de zilte vis, nog niet ontdaan van zijn graat, weer op. “Je moet ‘m niet binnen laten glijden, maar van de graat afscheuren. Zo doen wij dat in Rotterdam,” werd mij als Hagenees, met lachende omstanders, “geleerd” een haring te eten. Nadien ben ik overigens dat harinkie scheuren niet meer tegengekomen.
Nadat mijn werkterrein naar Noord-Holland was verlegd, kwam ik nog maar zo nu en dan in Rotterdam. Zodat voor mij, eigenlijk van de ene op de andere dag, Het Haantje was verdwenen. Ruim 20 jaar lang heb ik niet geweten waar Het Haantje was gebleven. Maar dan, lang leven internet! Gestimuleerd door de AD Haringtest ben ik op Het Haantje gaan Googelen. Niet te geloven Het Haantje kwam weer in beeld. Nu als Vishandel Ruud den Haan op de Oude Dijk in Rotterdam.

Weer eens in Rotterdam zal ik zeker bij “Het Nieuwe Haantje” een harinkie gaan happen.
-o-o-o-
Meer over mijn zilte genoegens lees je in mijn kroondomein:
www.kroondomein.com/kroonjuweeltjes/harinkiehappe.htm
www.kroondomein.com/kroonjuweeltjes/typicaldutch.htm
Als de dood.

Vrees (of verheug) niet. Het is beslist geen voorteken dat ik vandaag opnieuw over overlijdensberichten begin. Want op zich heb ik daar niets mee. Hoewel, dagelijks kijk ik deze familieberichten wel door. Maar niet om te constateren dat er steeds meer leeftijdsgenoten aan de verkeerde kant van het gras zijn komen liggen, zoals Harry Jekkers het luchtig noemt.
Door mijn “Lief en leed per millimeter” van afgelopen woensdag, werd ik er aan herinnerd dat ik een heel bijzondere overlijdensadvertentie in mijn archief moest hebben, die ik in dagbladpresentaties heb gebruikt. Het lijkt mij aardig genoeg om hier iets over te verhalen.
Waar je tegenwoordig de mooiste, meest ontroerende, uiterst persoonlijke overlijdensberichten tegenkomt, was het tot nog maar enkele jaren geleden regel bij de dagbladen, dat de particulier totaal geen zeggenschap had in het formaat of de lay-out van een overlijdensadvertentie. Er mocht uitsluitend in een voorgeschreven lettertje zogenaamde platte tekst worden geplaatst, waarbij alleen de naam van de betrokkene vet werd afgedrukt. Alleen de veelheid aan tekst bepaalde de grootte van de advertentie. Deze strikte regel was er voor bedoeld om postuum geen concurrentiestrijd “tussen de dooien” aan te wakkeren. Het ging immers “slechts” om een bericht. Tot 22 maart 1979 in De Telegraaf, daarin stond de overlijdensadvertentie van Kees Manders: “Bij deze kondig ik aan dat ik ben overleden…”
Als opfrissertje, dan wel aanvullende informatie: Kees was de oudere broer van Tom, de legendarische Dorus, ondermeer bekend van zijn revuecafé Saint-Germain-des-Prés op het Rembrandtplein in Amsterdam en zijn vele TV shows. Kees, zelf ook erg artistiek aangelegd, schreef het lied “Amsterdam huilt, waar het eens heeft gelachen,” aangrijpend, maar ook tot vervelens aan toe, vertolkt door zijn vrouw Zwarte Riek.
Maar goed, nog even die wel heel bijzondere overlijdensadvertentie van Kees Manders. Zeker in die tijd was het heel spraakmakend en tegen alle regels in. Het had echter geen enkele zin om hier tegen te protesteren, want Kees lag toen al “aan de andere kant van het gras”. Het was niet alleen de totaal afwijkende lay-out, maar ook zijn provocerende tekst “Ik hoop dat mijn vijanden mij vergeven zoals ik hen vergeven heb.”
Creatieve Kees was zijn tijd drie decennia vooruit. Het is al veel mooier, ontroerender, persoonlijker op de “dooienpagina” geworden. Ik zou me bijna verheugen op de dood.
n.b. Iets meer over de (Koninklijke) dood lees je in mijn kroondomein:
www.kroondomein.com/kroonjuweeltjes/milkakar.htm
Mediamaffia en hun eerste keer.

n.b.: Meer mediamaffiapraktijken lees je in mijn kroondomein:
www.kroondomein.com/kroonjuweeltjes/krantenmagnaten.htm
Lief en leed per millimeter.

-o-o-o-
n.b.: Mocht de lezende leek hiervan de clou niet zien, volgt hier de verklaring:De krantenmevrouw bedoelde de advertentieruimte van, bijvoorbeeld 8x10 cm. (= 200 mm). Daarvoor zou dan 200 x € 1,26 = € 252,= moeten worden betaald. De man meende te moeten betalen 1900 (lengte van opa) x € 1,26 = € 2.394,=
n.b.: Meer krantenjargon lees je in mijn kroondomein:
www.kroondomein.com/kroonjuweeltjes/jfk.htm
Broederliefde.
Ik moet er heel voorzichtig mee zijn, om op welke gronden dan ook, te oordelen over persoonlijke kenmerken en mogelijke toekomst van jongelui. Dat heeft direct te maken met de frustraties die ik in mijn jeugd heb opgelopen. Mijn vader was ooit een begenadigd motor- en speedwayrenner, daarin dus gewend aan competitie. Ook na zijn gevecht om de eerste plaats, bleef competitie bij hem een belangrijke rol spelen. Hij kon het aan één van zijn zoons overdragen, die de competitie in de wielerwereld aanging. Niet geheel zonder succes, zelfs tot aan een nationale titel aan toe.
Maar ik was die andere zoon. In het geheel geen belangstelling voor die vorm van competitie. Tot op heden heb ik over die frustraties niets aan mijn toetsenbord toevertrouwd en ook nu ben ik er nog heel schuchter in. Op zeker is het dat de opgelegde competitie in mijn jeugd bij mij de nodige averij heeft aangebracht. Bij mijn broer eigenlijk ook, want die heeft zijn sportieve carrière niet weten te gebruiken, om maatschappelijk er beter van te worden. Sterker nog, ik sluit niet uit dat zijn kwaliteiten momenteel maximaal gebruikt kunnen worden voor de verkoop van de daklozenkrant. Het is gissen, want we hebben al jaren geen contact meer met elkaar.
Zijn opgefokte karakter in onze jeugd heeft elke vorm van broederliefde de nek omgedraaid. In latere tijden bleek dit, na een ogenschijnlijk geslaagde periode, niet meer te kunnen worden hersteld. Nog steeds opgefokt, maar nu chemisch aangestuurd, is hij kennelijk opnieuw op zoek naar erkenning.
Mijn maatschappelijke competitie is uitgespeeld en zeker niet zonder succes. Uit mijn prijzenkast weet ik dagelijks te putten, om mijn leven zo aangenaam mogelijk te maken. En echt, hierin ontbreekt het mij aan niets.
O ja, toch. Aan broederliefde, die er nooit meer van zal komen.

Toegegeven, maar....
Helaas, mijn stelling van zaterdag, dat wij volgens de Bijbel gaan winnen, was fout. Ik heb nu aan den lijve ondervonden hoe moeilijk het is om het Oude en Nieuwe Testament goed te interpreteren.

Maar, het is onzin om octopus Paul wel voorspelkwaliteiten toe te dichten. Zijn mosselkeuze was, evenals de wereldtitel voor de Spanjaarden, niets meer dan een toevalstreffer.

En Claudia koos opnieuw voor de verkeerde kant.
Eén ding is wel heel zeker:
Een lange middag.
Hoe kom je in hemelsnaam de middag door, terwijl er vanavond àlles op het spel staat. Nee, dit valt niet te relativeren, want daarvoor hebben wij `iets ouderen` te veel meegemaakt. In 1974, het moment dat wij in de finale tegen Duitsland stonden, werd de Schwalbe uitgevonden, waarmee Oranje de wereldtitel werd ontnomen. In 1978, in overtreffende trap, met de finale tegen Argentinië. Ook daar mochten wij niet winnen. “Het snuitje” van prinses Maxima heeft ons uiteindelijk milder en vergevingsgezinder gemaakt ten opzichte van Argentinië. Maar ten slotte was de Europese titel in 1988 ons doekje voor het bloeien. Eerlijk gezegd heeft het 22 jaar goed gestelpt. Ook toen de huidige WK aan de gang was en Nederland in de voorronden weinig overtuigend overkwam.
Gaande de tijd werden de oude wonden toch weer opengereten. Nog maar enkele uurtjes voor “onze” wereldtitel komt een vreemd gevoel van nervositeit bij mij boven. Alsof ik zelf de voetbalschoenen moet onderbinden. Nee, mijn bijdrage is niets meer dan in oranje T-shirt naar m’n grootbeeld schreeuwen.
Gisteren heb ik al weten te onderbouwen dat Het Heilige Schrift voor òns heeft gekozen. Misschien wel als uitgestelde straf voor de Spaanse inquisitie. Er valt dus niets te vrezen.
Maar ja, die lange middag hè. Gelukkig kan de Tour de France, zeker doordat het de eerste bergetappe is, voor enige afleiding zorgen. Dan valt wel te hopen dat het geen slaapverwekkende etappe is, zoals ons de eerste week van dit Franse festijn werd voorgeschoteld. Met nog 95 kilometer te gaan geeft het hier nog geen blijk van, maar geduld alsjeblieft, want de eerste zware col moet nog komen.

De eerste Nederlandse vuvuzela’s laten in mijn omgeving al van zich horen, waarmee het avondverlangen verder wordt aangewakkerd. Ik ga mijn oranje T-shirt aantrekken. Veel plezier vanavond en maak er een groot feest van!
-o-o-o-
n.b.: Mijn WK74-frustraties lees je in het kroondomein:
www.kroondomein.com/kroonjuweeltjes/lieverheersbeestje.htm