Boetedoening.


Mijn voetenleed is nog niet ten einde. De omgeruilde wandelschoenen van een topmerk voor de populaire ‘vierdaagse schoenen’ van New Balance geven nog even niet de verademing waarop ik had gehoopt. Het lijkt mij dat mijn opgelopen voetblessure na een weekje rust nog niet geheel is hersteld.
Maar ja, als een renpaard in zijn startbox stond ik gisteren weer te popelen om 22 kilometer vanuit Castricum te gaan lopen. En toen maar een klein stukje blauwe lucht door de wolken heen viel waar te nemen trok ik, ondanks de weersvoorspelling, m’n nieuwe NB’s aan. Het weer leek mee te gaan vallen.
Zo was het ook, tenminste de eerste twee uur. De motregen diende, bijna tegelijk met schrijnende pijn aan mijn rechtervoet, zich aan. Gelukkig liep ik op dat moment door het bosrijke gedeelte van de tocht, zodat de bakken indirect op mij vielen. Niet de regen maar de schrijnende pijn verstierde een beetje deze ontzettend mooie wandeltocht.

Eenmaal terug in het dorpshuis had ik toch wel een ontzettend voldaan gevoel en bij de eerste goudgele rakker was het leed al nagenoeg geleden. Maandag weer effe gauw met mijn voetmecanicien in contact, in het vertrouwen dat ik tijdens mijn Portugese wandeltochten weer met volle teugen, vooral pijnloos, kan genieten.
In ieder geval genoot ik, na mijn barre tocht, van mijn biertje. Maar eigenlijk ook van de omgeving. Allereerst van de vier wandelverenigingsleden, die met de bus (waarschijnlijk vanuit Utrecht) naar hier zijn gekomen. Onderweg werd ik door hen in hun speedmars al eens gepasseerd, waarna zij kennelijk toch ergens een stop hadden gemaakt. Want uiteindelijk ben ik ze een halfuurtje voorgebleven. Maar goed, ze zaten nu bij een bokbiertje hun tocht te evalueren. “Ik ga in ons clubblad een nieuwe rubriek starten, waarin ik over onze tochten ga schrijven”, zei één van hen, de clubbladredacteur naar ik begreep. Dat zal hij nog niet zo lang zijn, want ik kan mij niet voorstellen dat je als wandelredacteur nu pas op het idee komt om over de bezigheden binnen de club te gaan schrijven. Maar ach, beter laat dan nooit. Hij liet zich in ieder geval door zijn medelopers goed voeden met stuf, waar hij achter zijn toetsenbord iets mee kan. Daarbij komt dat hij zijn wandelrubriek een wetenswaardig tintje mee wil geven, getuige het feit dat hij zijn tafelgenoten de tocht van een rapportcijfer liet voorzien. Zij kwamen op 2 zevens en 2 achten, waarbij werd aangemerkt dat de regen een negatieve invloed op hun waardering had. Ik kon mij, natuurlijk in stilte, vinden in die redenering. Kort daarna vertrok de bus, zodat ik mij op andere zaken kon concentreren. En die waren er….
Aan de andere kant van de bar was er een soort uitgeefluik, waar regelmatig wandelaars voor stonden om iets te bestellen, waarbij de groetensoep erg populair was. In het zaaltje achter, buiten mijn beeld, werd dit gezamenlijk geconsumeerd. Er bleef voldoende te kijken over, want binnen de commerciële ruimte van het dorpshuis waren maar liefst 7 vrijwilligers druk aan het werk, ondanks dat dit niet helemaal synchroon liep met de drukte. Het was vermakelijk te zien hoe deze 65++’s in alle vrolijkheid zich van hun taak kweten. Het kwam over als een goed geoliede horecaonderneming. Niet één keer heb ik, “M’n collega komt zo bij u,” gehoord. En iedereen was voor elke functie direct inzetbaar. Maar dan toch viel mij iets op wat mij enigszins te denken gaf. Ik nam nog maar een biertje om daarover meer te kunnen ontdekken.

Er moet iets met die 65++ mensen aan de hand zijn, of moeten zij in ieder geval een bijzonder verleden hebben. Naar het lijkt een crimineel verleden. Ik ging mij afvragen in wat voor een dorpshuis ik was terechtgekomen. Zou het iets met de reclassering te maken hebben?!, fantaseerde ik er op los. Was ik er getuige van hoe oudere delinquenten hun taakstraf ondergingen?! Het kon bijna niet anders, want vanaf het uitgifteluik gezien zat er een 65+++mevrouw, met pen en papier voor zich, verdekt opgesteld. Steeds als er een bestelling werd opgenomen, liep een van de bediendes naar haar toe, om de bestelling nog eens te herhalen. In de bekende streepjestaal, vier recht en één er schuin doorheen, werd alles nauwgezet genoteerd. Mij was het wel duidelijk, dit bedienend personeel kan heel goed wedijveren met menig professionele horecaan. Maar ja, je moet ze wel kort houden.


