Natuurlijk.


Mijn volgende (be)stralen, worden weer de
zonnestralen.
Natuurlijk.

Mijn volgende (be)stralen, worden weer de
zonnestralen.
Sta op!

Vanavond stond ik niet alleen op, maar belde ook: 0800 1160 en werd natuurlijk donateur.
Mijn sinterklaas bestaat.

Met nog twee bestralingen te gaan, voel ik inmiddels wel dat de radiotherapie z’n werk aan het doen is. Iets aan bijverschijnselen spelen op. Ik mis een beetje spirit, voel de bestralingsplekken gloeien en heb aan mijn dijbenen een soort spierpijn. M’n arts wist dat het daarvan ging komen en adviseerde de pijn met paracetamol te bestrijden. “Zo erg is het nog niet dokter… Maar, kan ik wel zaterdag een wandeltocht van 20 kilometer lopen?” “Uhh, nee dat kan je niet…., tenminste, als je dat normaal ook niet zou kunnen.” De grappenmaker liet zo weten dat ik mij in niets hoef te beperken.
Hij was overigens zeer tevreden over de resultaten van de behandeling en zei nog eens met klem, heel erg positief over de afloop te zijn. “Dus, erg veel succes volgende week meneer Kroon.” “Nou dokter, ú heel veel succes met de operatie!” Tja, uiteindelijk moet hij de klus klaren, al lijkt het volume aan meegekregen documentatie erg op een doe-het-zelf-pakket. Sinterklaasavond zet ik mijn schoenen onder een bed van het MCA, om donderochtend te worden geopereerd. Ja, het gaat nu best spannend worden.
L en R.

Vandaag heb ik er extra op gelet, dat ik m’n sokken niet binnenstebuiten aan had. Was ik er zelfs kien op dat het elletje en erretje van mijn dagelijkse sokken ook aan de juiste voeten zaten. Dat komt doordat de meiden van het bestralingsapparaat vorige week, tijdens het vooronderzoek, lacherig opmerkte dat ik wél mijn sokken goed aan had. “Want echt meneer Kroon, heel veel mannen komen hier met hun sokken verkeerd om aan.” “Aha, en wie heeft dit keer de weddenschap gewonnen?” Nee, zover gingen ze dan weer niet, misschien wel om het serieuze karakter van hun werk niet te ondermijnen.
Dit was mijn eerste dag van bestralen, dit keer niet door de sokkenmeisjes uitgevoerd. In een kwartiertje tijd was het voorbij. Nog vier bestralingen te gaan. Aansluitend had ik een afspraak met de ‘schètzakkeizustâh’. Uhhh, vergeef mij, door de ontlading (want ik was toch wel een beetje nerveus), speelde mijn platte Haags weer erg op. Ik bedoel natuurlijk, de Stomaverpleegkundige. In alle rust werd, vooral zo luchtig mogelijk, verteld wat mij de aankomende tijd te wachten staat. En dat is nog al wat, waarbij de mate van zelfwerkzaamheid min of meer het genezingsproces positief kan beïnvloeden. Wel van het begin tot het eind, van de ziekte wel te verstaan, goed door hen gecoacht en met alle denkbare hulp. Dat halfjaartje met een stoma in de dunne darm (aan de rechter kant, ter geruststelling van mijn wandelmaatje) zal hooguit lastig zijn, maar nauwelijks beperkingen met zich meebrengen.
Het lijkt zelfs geen probleem te zijn om zondag 30 december in een volle zaal van Sjaak Bral te genieten. Aanvankelijk dacht ik zo’n zit niet reukloos door te kunnen komen, waarbij ik al had bedacht op een ‘verkeerde lucht moment’ stiekem wat Boldoot 4711 te sprenkelen. Alle kans dat er dan in mijn omgeving een oudere vrouw zit die dan collectief verwijtend zou worden aangekeken. Nou, op voorhand heeft die mevrouw al mazzel, want het stinkt niet.
De windjes die gedurende mijn stoma-periode onhoudbaar het zakje in worden geblazen zijn volkomen reukloos. Bij het aanhoren van deze geweldige eigenschap neigde ik er toe te vragen of zo’n stoma, bijvoorbeeld in een light versie, ook als sinterklaascadeautje gegeven kan worden. Want er zijn me een paar stinkerds….. Natuurlijk hield ik, nu het nog kan, mij in.
En weer kwam de wandelmarathon van Egmond ter sprake. “Nou ja, dat lijkt mij eerlijk gezegd een beetje te snel, want reken maar dat u na de operatie even niets waard bent. ”De tien kilometer dan?” De zorgelijke blik verdween als sneeuw voor de zon: “ja, dat moet wel kunnen lukken….” Yessss!, want waar tien kilometer lukt, blijft voor mij de 21 nog lang niet uitgesloten.