Naar de inhoud

Le Cercle Klercq

Educatief Internet-Magazine over historie van familie Klercq en duurzame mandenmakerscultuur
akke.beakke.be

Categorie: Historische Verhalen

De Grote Ramp van 1889

De Grote Ramp van 1889

Nederland is door de eeuwen heen geteisterd door vele rampen. De meeste rampen werden veroorzaakt door natuurgeweld, een hevige stadsbrand of munitie-explosie zorgden voor minder slachtoffers. Het ongeluk in 1275 toen de eerste Romeinse brug in Maastricht instortte tijdens een boete-processie, waren daar 400 doden te betreuren, de datum 12 juli van dat jaar zal niemand iets zeggen.

Van al die rampspoed is maar weinig in ons hedendaags geheugen bewaard gebleven. Dat is maar goed ook, je zou moedeloos worden van al die ellende die over ons land is heengespoeld. Niet voor niets wordt Nederland door de Fransen Les Pays Bas genoemd. De Lage Landen aan de Noordzee, onder zeeniveau. 

De allervroegst bekende ramp gebeurde in het jaar 838, toen tijdens een Stormvloed een aanzienlijk deel van Noord-West Nederland onder water liep. Een groot aantal plaatsen verdween van de landkaart. Meer dan 100.000 slachtoffers heeft dat gekost, heden ten dage is dat wereldnieuws. Er zullen er nog veel van zulke rampen volgen. In 1170 breekt bij de Eerste Allerheiligenvloed de zee door bij de duinenrij tussen Texel en Huisduinen, Den Helder. Het Marsdiep ontstaat dan.
35494-7e33966db817aa1e82da7f035cc71ed6.jpg
De Scheveningen Sch. 169 vaart uit ondanks het slechte weer.

Bij de Sint-Luciavloed van 1287 is de schade nog veel groter. Niet alleen vallen zo'n 80.000 mensen ten prooi aan het gulzige water, ook wordt nu West Friesland van Friesland en Groningen gescheiden. De Zuiderzee ontstaat door dit watergeweld. Het drama heeft ook een taalkundige catastrofe tot gevolg, want de Friese taal verdwijnt grotendeels uit Noord-Holland. De arme Friesen beklagen zich met het credo; "God doe sende ene vloet also groot, daer vele volx in bleef doot." 

Naast de grote vloedrampen, die ons land en de eilanden in vorm en omvang herhaaldelijk heeft doen veranderen, waren er ook de kleine rampen. In 1457 ontstond een grote brand in Dordrecht, 600 huizen, waaronder ook de Grote Kerk werden verwoest. Later zou 's Hertogenbosch ook voor een aanzienlijk deel door een hevige stadsbrand worden getroffen. In elke eeuw gebeurd er wel iets waar we nu niet meer bij stil staan.

In de nacht van 26 op 27 novermber 1790 vergaat bij de Koog de klipper Negotie. Het schip breekt in stukken; 238 doden. En dan een kort berichtje waar nu niemand meer van opkijkt, maar mij wel aan het denken zet. 18 oktober 1888, "Brand in de Korte Delft in Middelburg; 5 doden." Het is de straat waar ik heb gewoond.  
35494-5e4e2f9a265b4ab33a720cafb7982ecf.jpg
De bomschuit Sch 168, schilder Henk Dekker 1897-1974
.
Wanneer ik spreek over de winter van 1888-1889 zal niemand daar van opveren uit z'n stoel. Onze zaliger overgrootouders lagen er wel wakker van. Het hele leven was ontwricht door de meest barre winter.

De krant; Het Nieuws van de Dag, meldt; Zware regenbuien, windstoten, sneeuwstormen, ijsschotsen op de Zuiderzee en rivieren. Al die narigheid zorgde voor verlamming van het dagelijks leven.

De scheepvaart in Friesland was grotendeels gestremd. Door een snel invallende strenge vorst moest de dienst op de lijn Zevenaar - Kleef - Keulen andermaal worden gestaakt. Bij Lobith is het vaartuig van schipper Koek, geladen met steenkool, bestemd voor Rotterdam lek geslagen en gezonken. Met moeite zijn de opvarenden gered.

De sneltrein welke Zaterdag van Maastricht naar Aken om 4.09 uur vertrok, is tusschen Simpelveld en Aken in de nabijheid van Bochholtz, in de sneeuw blijven steken. Onmiddelijk werden van alle zijden werklieden ontboden om den in nood verkeerende trein te helpen. De locomotief, welke des avonds ter hulp gezonden werd, kwam, daar men door de sneeuwjacht den ingesneeuwden trein niet kon zien, in botsing met dezen, zodat de ingenieur, de Heer Coenegracht, van de hulplocomotief geslingerd werd, waardoor hij zijn schouder ontwrichtte, en een reiziger en een paar spoorwegbeambten licht gekneusd werden.

35494-e9bdd6ab7765d67836cb4c26381d60e2.jpg
Schipbreuk bij stormweer, de nachtmerrie voor iedere zeeman.

Het schip Marie, toebehorende aan Dolham te Maastricht en geladen met steenkolen, is Zaterdag op het zijkanaal tusschen Maastricht en Luik gezonken. De opvarenden zijn gered. 

Op het 3de blad van de krant staat nog te lezen. Men seint ons uit Keulen; Tengevolge van sneeuwstorm is het verkeer op de spoorweg-trajekten van de spoorweg-directie (Links Reinische) voor het ogenblik gestremd; Cöln - Bonn, Cöln - Trier, Eifellinie, Cöln - Neuss, Neuss - M. Gladbach en Aachen - Bleiberg.

Door de storm van Vrijdag  en Zaterdag is de voet van de duinen te noorden van Petten geheel weggenomen. Dit is ook het geval met de duinen ten zuiden van Kamp. Het voorkomen van de kust is daardoor geheel veranderd; de anders afhellende zandheuvels gelijken nu steile rotsen.

In de Wieringerwaard (N-H) is zaterdag de dienstbode van de landbouwer P. levenloos uit het water opgehaald. Men vermoedt dat zij, terwijl zij een emmer water wilde scheppen, bij ongeluk voorover is gevallen. Zaterdag is te Petten het lijk aangespoeld van een man met zwarten baard. de weinige nog overgebleven kleeding was niet gemerkt.  

35494-166cc3beaeaa49ea163ba1aec61b4473.jpg
Voormalige Chr. Geref. Kerk, Steengracht te Den Helder, waar ds. J.A. Klercq beroepen was.

Hoewel de kranten volstaan met verontrustende berichten, terwijl het weer in al haar grilligheid te keer gaat, varen toch vissers uit. Gedreven door reders of uit noodzaak vis te vangen, want zonder vis geen inkomsten en zonder inkomsten geen brood, geen monden te vullen van de kinderen thuis. De geharde visserslui, getaand, gelooid door zon, zilt en zeelucht zoeken dicht bij de kust viswateren op, die evenwel gevaarlijk en verradelijk zijn, vanwege zeestromingen, zandbanken of waar bij stormweer sterke slaggolven te keer gaan.

Op 9 februari 1889 vaart de bomschuit Scheveningen Sch. 169 toch uit. Het koerst met volle equipage richting Nieuwediep, komt in zwaar weer terecht, stuurman Krijn Dijkhuizen probeert het schip drijvende te houden door de netten met balast uit te werpen zodat De Vier Gebroeders, van reeder M.J. Tuyt, niet kapseist. Het is hem niet gelukt, de natuurelementen bleken sterker, dan zijn noest vergaarde kennis als zeeman. 
De krant Het Nieuws van de Dag doet op 9 februari hiervan verslag;
Het schip, De Vier Gebroeders, is in de zware Februaristorm omgeslagen, alle zeven bemaningsleden zijn jammerlijk verdronken. Vier dagen later is de Sch. 169 geborgen. Een dag later lezen we dat; eenig hout en ook een zwaard, afkomstig van de SCH. 169 aangespoeld wordt teruggevonden in Scheveningen. Op 13 februari zal bij gunstig weder de Scheveningsche bomschuit SCH 169, wier bemanning door het omslaan van het vaartuig in den Februaristorm zoo jammerlijk omkwam, van Nieuwediep met eigen tuigage naar Scheveningen komen zeilen.


35494-da9770eb16566d097e71abca0e0ef7c4.jpg
De Chr. Geref. predikanten van Den Helder

In die dagen is Johannes Anthonie Klercq, zoon van Johannes Cornelis Klercq en Wilhelmina Cornelia Gal uit Middelburg,  predikant in Den Helder. Hij is een geliefde dominee om zijn trouw en medeleven met zijn gemeente, toegevelijk om bezwaren weg te nemen, geen groot redenaar.  
35494-20608d178b07f2d1f1a13b1408cc1459.jpg
Begraafplaats Huisduinen in Den Helder, waar oude zeemansgraven zijn te vinden

Het ongeval met de vissersboot raakt zijn ziel diep, zijn medeleven met de door het noodlot bezochtte families is groot. Op het kerkhof te Huisduinen spreekt hij innig bemoedigende woorden, bij de teraardebestelling van de zes omgekomen schepelingen die daar begraven worden. Het zevende bemanningslid blijkt later de man met de zwarte baard te zijn. Aangespoeld in Scheveningen, vlak bij huis. Hoe tragisch kan het lot zijn loop hebben. 
35494-bf7ac8ef1cab8b184ea12eb66b4478b5.jpg
Vredige rust in Huisduinen

Tot slot nog dit. Bij het speuren in historische kranten kom je naast alle boven beschreven misère ook hilarische berichten tegen. Hiervan zou je een aparte rubriek kunnen maken, ter lering en vermaak. Zo stond in de krant op 13 maart 1889  landelijk het volgende te lezen.

Dat de hedendaagsche methode van huizen bouwen - een geheele reeks woningen van binnen als van buiten sprekend op elkaar gelijken - somtijds eigenaardige bezwaren kan hebben, bleek dezer dagen te Dordrecht.
In eene der woningen van de "Vereeniging" aan den Godfried Schalkensingel, kwam een tamelijk beneveld persoon des avonds half elf thuis; althans zoo meende hij. Hij begaf zich regelrecht naar het slaapvertrek en bemerkte niet, dat hij gekomen was in de slaapkamer zijner reeds rustende buurvrouw, die vergeten had hare huisdeur van binnen te sluiten.
De vrouw, die terstond zag, dat deze man met baard niet haar baardloze echtgenoot was, dien zij van een vergadering thuis verwachtte, schrikte hevig en snelde terstond de kamer uit. Gelukkig ontmoette zij reeds aan de deur haar eigen man, die nu den verdwaalde indringer op tamelijk onzachte wijze de deur uitwierp.

Servicepoint:
Inzage historische kranten zie; http://kranten.kb.nl
Lijst van Nederlandse rampen zie; http://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_Nederlandse_rampen
Geschiedenis van de Scheveningen SCH 169 zie; http://www.scheveningen-haven.nl

© 2011 Albert Prins
Videoclip Scheepsrampen aan de kust (6,20 min) http://youtu.be/nccYnHcRttg

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door albert65 om 00:00 Reageer op dit bericht

De mobilisatie van Theeuwes

Onrust op de Balkan

Het is een jaar na het huwelijk van Betje en Theeuwes toen de kranten volstonden met verontrustende berichten. Op de Balkan giste het van verlangen naar onafhankelijkheid. Het Ottomaanse Rijk en de Oostenrijks-Hongaarse monarchie overheersten grote delen van Europa. Daar kwam verzet tegen door een groeiend nationalisme in veel landen. De lont stak in het kruitvat, het was wachten op het fatale moment dat niet kon uitblijven.

Op 28 juni 1914 verscheen een alarmerend bericht in de krant waarvan de gevolgen nog lang niet te overzien zouden zijn. "Moord op Frans Ferdinand van Oostenrijk!!" Op die dag bracht troonopvolger aartshertog Frans Ferdinand met zijn vrouw Sophie Chotek, Grävin von Chotava, een bezoek aan Sarajevo, de hoofdstad van de Oostenrijks-Hongaarse provincie Bosnië-Herzegovina. De jonge nationalistische Bosnisch-Servische student Gavrilo Princip (Prins) schoot eerst Sophie, daarna Frans Ferdinand met een pistool neer. De laatste woorden van de aartshertog waren; "Sophie ga niet dood, blijf er voor de kinderen."
35316-395bf58a91ca8293f1ba0aa42317050d.jpg
Kort voor het fatale moment dat Frans Ferdinand en zijn vrouw Sophie worden vermoord

Aanloop naar de Eerste Wereldoorlog
De publieke opinie in Europa schaarde zich aan de kant van Wenen en niet aan de kant van Servië. Zelfs de Russen trokken de handen van Servië af, ondanks hun Slavische verwantschap. De aanslag leek in eerste instantie met een sisser af te lopen. Oosterijk scheen niet te reageren, maar achter de schermen overlegde Wenen succesvol met Berlijn. Pas op 23 juli stelde Wenen aan Servië een 48-uurs ultimatum, dat kortweg stelde, dat de zaak tot op de bodem zou worden uitgezocht, ondermeer door het toelaten van Oostenrijkse politieagenten in Servië. Servië stemde met alle eisen toe, behalve met het toelaten van Oostenrijkse agenten op hun grondgebied. Dat beschouwde ze als een inbreuk op hun souvereiniteit. Servië kondigde hierop een gedeeltelijke mobilisatie af, waarop Oostenrijk een gelijke maatregel nam.

Tijdens het kroonoverleg op 25 juli in Krasnoje Selo besloot Rusland, Servië toch te steunen. Tegelijk werd door Rusland, Duitsland en Engeland een bemiddelingsconferentie voorgesteld. Dit voorstel bleef onbeantwoord. Twee dagen daarna, op 27 juli, volgde de eerste fase van mobilisatie van het Russische leger. De ontwikkelingen volgden elkaar snel op. Een dag later, op 28 juli 1914, verklaarde Oostenrijk de oorlog aan haar kleine buurland. De dag daarop beschoot de Oostenrijkse artillerie de Servische hoofdstad.

Een bezwerende brief van de Duitse keizer Wilhelm III aan zijn neef de Tsaar Nicolaas II om niet tot een algehele mobilistaie over te gaan, tegen het advies in van zijn generale staf, bleef ook zonder effect. Toen een antwoord uitbleef, verklaarde op 1 augustus 1914 Duitsland aan Rusland de oorlog. Op hun beurt besloot Frankrijk hierop ook tot mobilisatie over te gaan, om haar verbond met Rusland gestand te doen. Frankrijk had na de Frans-Pruische oorlog van 1870 Elzas-Lotharingen aan Duitsland verloren, waardoor het verlangen bestond dit landsdeel terug te krijgen, wat ook door sterke Frans nationalistische stromingen werd ingegeven..   

35316-c2d0f58c165438193b5ee37438b40db4.jpg
De Oostenrijks-Hongaarse monarchie vóór de Eerste Wereldoorlog

Het Duitse plan voorzag in een omtrekkende beweging door België om Frankrijk aan te vallen. België weigerde deze doortocht waarop Duitsland op 4 augustus de neutraliteit van België schond. Binnen nog geen anderhalve maand waren grote delen van Europa in oorlog, waarvan de gevolgen jaren later nog zouden naklinken

Nederland blijft buiten schot
De Nederlandse regering was tot alles bereid om neutraliteit te bewaren. Grove schendingen, zoals het torpederen van tientallen Nederlandse vrachtschepen in 1915 werden stilzwijgend geslikt. Toen de geallieerden met een Brits vliegtuig in 1817 per "ongeluk" Zierikzee bombardeerden, reageerde de Nederlanders nauwelijks. De geallieerden wisten goed dat de stemming in Nederland over het algemeen pro-Duits en anti-Engels was, toen de aartsvijand van Nederland.

Dat laatste had nog steeds te maken met het optreden van de Britten, vijftien jaar eerder tijdens de Boerenoorlog in Zuid-Afrika. In die periode bezochten Louis Botha en Koos de la Rey onder andere Middelburg om steun te verkrijgen, waar niet veel van terecht kwam. Zelfs Paul Kruger kreeg geen asiel in Nederland na zijn vlucht uit de Boerenrepubliek, weliswaar met een Nederlands schip in opdracht van Koningin Wilhelmina, teleurgesteld in de Nederlandse houding overleed hij in Zwitserland.

35316-67b1975c5ba2086d49759663fc85504e.jpg
Bezoek van de Boerengeneraals, Louis Botha en Koos de la Rey aan Middelburg in oktober 1902

Onkel Willie
Tijdens de oorlogsjaren heeft het er enkele malen om gespannen of Nederland toch de kant van de Duitsers zou kiezen. Opperbevelhebber Snijders was daar een verklaard voorstander van. Steeds opnieuw ruzieëde hij daarover met de regering, die strikte neutraliteit wilde handhaven. Het is verwonderlijk dat de regering deze eigenzinnige generaal niet de laan uitstuurde. De enige reden daarvoor was dat koningin Wilhelmina, toen 35 jaar, bij die conflicten consequent de zijde van haar opperbevelhebber koos. De reden dat de koningin wellicht pro-Duits was, kwam doordat Wilhelmina in haar jeugd door haar moeder Emma vaak naar "Onkel Willie" in Berlijn werd gestuurd. Der Kaiser organiseerde dan grote militaire parades om het kind te laten zien, dat niet te spotten viel met de slagkracht van het Duitse leger.

35316-4529f736f6a97b7596023afefd774483.jpg
Kaiser Wilhelm III (Onkel Willie) en zijn neef Tsaar Nicolaas II

Theeuwes moet aan de slag
De bruiloft was voorbij. Het normale leven dient zich aan bij Theeuwes. Betje was ontslagen als dienstmeid. Dat was zo de regel, een getrouwde vrouw hoorde bij haar man te zijn, haar taak was een gezin te stichten en daar voor te zorgen. Het huis in Zanddijk bij Veere was niet groot, maar de huur moest wel worden betaald. Dus Theeuwes moest aan de slag. 

Voor een ambtenaarsbaantje was hij niet bijster geschikt, op het land werken vond Betje beneden alle waardigheid, trouwens zijn gestel was daar niet op gebouwd. Betje had in haar zakelijk visie een ander plan in gedachte. Als Theeuwes nu eens een vak ging  leren, dat hij aan huis kon uitoefenen. een beroep waar altijd vraag naar zal zijn, bijvoorbeeld mandenmaker. Boeren gebruikten manden, bakkers, slagers, vissers ook, en huisvrouwen hadden behoefte aan luxe boodschappenmandjes. De manden gingen ook weleens stuk, zodat er reparatiewerk aan te pas kwam. Dat was een profijtelijke vorm van klantenbinding. 

In Veere had Theeuwes met Jacob de Bruijn een vriend leren kennen, die mandenmaker was. Jacob had eens tegen Theeuwes gezegd; "Die vrouw van jou, is een pienter wuuf, die kan zo een winkel beginnen." Dat had Jacob goed gezien, daarom was Jacob bereid, Theeuwes het mandenmakersvak te leren. Ook kon hij Theeuwes al wat opdrachten geven zodat inkomsten van begin af aan gegarandeerd waren. Het klonk Betje als muziek in oren. Een betere start kon niet worden gemaakt, want er was een kind op komst. 

35316-183b324ffe56ad13920099caba103167.jpg
Theeuwes en Betje met hun eerste kind Nel

Donkere wolken trekken over Veere
Toch trokken al snel donkere wolken boven het vredige Veere samen. Het onbezorgde leven werd zwaar verstoord door onheilspellende berichten in de krant, die ook Veere bereikten. De gebeurtenissen op de Balkan waren bekend, maar dat was zover weg. Wat zou dat voor invloed hebben op hun leven? Toch helemaal niets!?  De daarop volgende ontwikkelingen van oorlogsdreiging in Duitsland, Rusland en Frankrijk begon wel zorgwekkender te worden. En toen Duitsland de oorlog verklaarde aan het neutrale België, toen werd de toekomst niet meer zo rooskleurig. Nederland begon ook de mobilisatie af te kondigen. het was gedaan met de opleiding voor mandenmaker.

35316-01cc5d28bf2ede0a2d00db5e388fa324.jpg
Theeuwes (2de rij helemaal links) met zijn kornuiten in mobilisatietijd

Enkele weken voor zijn verjaardag werd Theeuwes Klercq voor mobilsatie opgeroepen. Eén van zijn broers en ook een broer van zijn vrouw, met nog enkele neven, moest hij zich melden bij de kazerne in Middelburg. De hele situatie kwam hem zeer ongelegen, en dat met hem voor vele Nederlanders. Er waren 500.000 mannen gemobiliseerd, die hun gezin en werk in de steek moesten laten. De economie leed er zwaar onder.

Theeuwes trok zijn burgerkleding uit, in uniform kwam hij thuis. Betje stelde met trots vast dat het hem "pront" stond. Een dag later vertrok hij naar zijn onderdeel aan de Belgische grens vlakbij Koewacht, niet lang daarna werd hij overgeplaats naar Clinge. Er zat niets anders op dan zich te schikken in zijn lot. Betje had hem gezegd, dat het allemaal wel goed zou komen, daar vertrouwde hij dan ook op. Ook een slechte tijd komen we wel door, had ze hem voorspeld.

Op zijn post in Clinge was het niet geweldig spannend, de kleine compagnie waar hij was ingedeeld verbleef in een tentenkampje even buiten het dorp. Bij mooi weer geen probleem, maar bij regen, wind en sneeuw verkeerde de eenheid in een modderpool van ellende. Toch heerste er een ontspannen sfeer, wat een aantal foto's laat zien.
35316-2df2a743f489ad8e00a705178d235d33.jpg
Ook in Westkappelle was een legeronderdeel neergestreken

"De Draad," het eerste IJzeren Gordijn.
Helaas was het aan de overkant van de grens niet zo ontspannen. In oktober vluchtten duizenden Belgen voor het oprukkende Duitse leger, vooral veel Antwerpenaren vluchtten de eerste dagen naar de noorderburen. Op Walcheren was Middelburg één van de opvangplaatsen, waar ze zo goed en kwaad werden opgevangen. In totaal wisten één miljoen Belgen hun land te ontvluchten, een groot deel keerde later terug, nadat de rust in België was weergekeerd.

Dit was een reden voor de Duitsers om het land af te sluiten. Langs de hele Belgisch-Nederlandse grens van Vaals tot aan Knokke aan Zee, werd door de Duitse bezetter, aan de Belgische kant een draadversperring opgetrokken van ruim 220 kilometerlang van wel twee tot drie meter hoog, soms in dubbele rijen. Om de 50 meter werd stroom toegevoerd met een spanning van 2000 Volt. Hoe vernuftig oorlogsvoering ook kan zijn blijkt uit dit eerste IJzeren Gordijn. Het monsterlijk bouwsel kreeg in de volksmond al snel de naam "De Draad." 
35316-7dff38ad02b745a6c08af0f071158efe.jpg
Afschrikwekkend beeld van een Draad-slachtoffer

Het bleek voor de Duitsers een inventief middel om de Belgen binnnen de landsgrenzen te houden. Bovendien spaarde het arbeidsintensieve grenswachten, de soldaten konden beter worden ingezet aan het front. "De Draad" liep door dorpen, over pleinen, door weilanden en boomgaarden, de afscheiding werd zelfs over sloten en ondiepe rivieren doorgetrokken. Wie "De Draad" aanraakte was daardoor opslag dood. Dagelijks stond in de krant wie nu weer "doodgebliksemd" was. De verkrampte, zwartgeblakerde lijken werden ter afschrikking dagenlang te kijk gelegd. Tienduizenden Belgen zijn om het leven gekomen door "De Draad."
35316-6d1b14bb6cc2a5a8ff5f0c91afe99641.jpg
Doodgebliksemd aan "De Draad"

De dappere, elegante Edith Cavell
In het bezette België stond de doodstraf op het "de vijand toevoeren van manschappen", een ambtelijke taal wat hierop neerkwam dat de vluchteling was overlopen naar de veilige overkant. Met regelmaat verschenen aanplakbiljetten aan openbare gebouwen, met vermelding van terechtgestelden die vluchtelingen hadden geholpen. De bekendste onder hen was de charmante Engelse Edith Cavell. Deze vrome en strenge directrice van een Brusselse verpleegstersopleiding bekende na haar gevangschap en brute martelingen aan de Duitsers, dat zij een leidende rol had gespeeld bij het opzetten van een ondergrondse spoorweg. Ze had meer dan 200 Belgische soldaten helpen ontsnappen naar Engeland.

In de vroege ochtend van de 12de oktober 1915 werd Edith Cavell, door de Duitsers gefusilleerd, samen met de Brusselse architect Philippe Baucq, die ook deel had uitgemaakt van haar ondergrondse organisatie. Eén van de Duitse soldaten die weigerde aan de executie deel te nemen, werd vervolgens zelf ook door een vuurpeleton doodgeschoten. Graaf d' Oultremont daar en tegen ontsnapte aan de Duitsers. Na de oorlog richtte hij in de Voerstreek, bij Sippenaken, het monument op ter herinnering aan de vluchtingen, voor wie "De Draad" dodelijk bleek.

35316-4ec7e0bd0b29f0c0b6a5d2a6423487f9.jpg
Edith Louisa Cavell

Edith Louisa Cavell is geboren in Swardeston, Norfolk op 4 december 1865, gefusilleerd op 12 oktober 1915, 49 jaar. Ze was een Britse verpleegster die in Brussel leiding gaf aan een verpleeginstituut. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hielp ze veel dienstplichtige Belgische, Britse en Franse  soldaten over de Nederlandse grens. Haar dood veroorzaakte in 1915 internationale verontwaardiging. Na haar dood werd haar stoffelijk overschot gerepatrieerd naar Westminster Abby voor een plechtigeheid. Hierna werd ze overgebracht naar de kathedraal van Norwich, waar ze nu begraven ligt in het oostelijk gedeelte. Voor haar heldendaden kreeg ze een standbeeld in Londen, in de buurt van de National Portait Gallery. In Ukkel is een ziekenhuis naar Edith Cavell genoemd.
35316-dd1fbef2a9e2d41190c5a3eeb39f57ef.jpg
Belgische vluchtelingen

Het leven wordt duurder, de toekomst wordt niet beter.
De oorlog is voorbij. Theeuwes keert terug naar Veere, waar hij zijn beroep weer opneemt. Het gezin is nu uitgebreid met een zoontje. Joost is geboren. Betje begint zich zorgen te maken over de toekomst. Niet over wat in de kranten staat, al die grote gebeurtenissen, van onrust in Duitsland en Rusland, trekken aan het gezin voorbij. Eerder is ze bezorgd over de prijsstijgingen, het riet wordt duurder, de boodschappen ook. In welke tijd komt dit niet voor? Het werk is ook minder geworden. Waar ze opgerekend had dat veel aanloop van klanten zou zou zijn, viel dat toch tegen. Het grootste deel van de klanten waren vissers, daar waren de inkomsten ook sterk teruggelopen. Jacob de Bruijn had de donkere bui zien aankomen, hij was naar Vlissingen vertrokken.

Betje begreep dat in Veere verder weinig voorspoed te verwachten was. Het stadje was klein en bleef dat. Middelburg lonkte, daar was van oudsher meer bedrijvigheid, dus ook meer klanten te vinden. Bovendien woonden de meeste familieleden van Theeuwes en ook van Betje in en rond Middelburg. Een reden te meer om terug te keren naar haar geboortestad. Een niet alleen om die reden, Betje wilde een rol spelen in het verenigingsleven. Er was weinig voor nodig Theeuwes voor haar plan te winnen. Wat Betje goed vond, dat was ook goed voor Theeuwes.

© 2011 Albert Prins
Photoclip;
The lost men of the Great War 1914-1918 (4.03 min) http://youtu.be/_oZUV7XDhuw
Videoclip; De Zeeuw van Vlaanderen WO I-De Draad (13,24 min) http://youtu.be/4vo1eN_KiNM

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door albert65 om 00:00 Reageer op dit bericht

De gesel van Tuberculose

De gesel van Tuberculose

Tuberculose is een ernstige en zeer besmettelijke ziekte, dat in het begin van 1900 op grote schaal slachtoffers maakte, met doorgaans een dodelijke afloop. De bacteriële infectieziekte sluimert in stilte nog steeds onder ons en steekt onverwacht de kop weer op.
34818-bf4084e395cdde485294c0ebdd2cf111.jpg
TBC poster

In de jaren twintig van de 20ste eeuw stierven er in Nederland ongeveer 10.000 patiënten per jaar aan deze ziekte, wat een ware gesel voor de bevolking was. In de familie Klercq maakte deze ziekte ook slachtoffers, vaak op jonge leeftijd. Bij Rinus, een broer van Theeuwes, en Bets Klercq was hun dochtertje Keetje ook aan de ziekte overleden. Een andere broer van opa, Cornelis Klercq, die getrouwd was met de Friese Berber Visser, werd wel het zwaarst bezocht door de dood.

Hun eerste kindje Minkje leefde nog geen jaar. Het daarop volgende meisje werd in navolging van haar overleden zusje Minkje Pieternella genoemd. Na de voorspoedige geboorte van Minkje Pieternella werd het gezin verheugd met de gezegende komst van vier zonen, zoals broeder Louw van opoe Betje dat zo plechtig kon verklaren. Het zaad ter verspreiding van het ware geloof had vruchtbare bodem gevonden, stelde hij goedkeurend vast, uit zijn professie als voorzanger in de kerk.

Helaas was deze zegening van korte duur. Van alle kinderen van Cornelis en Berber is er maar één in leven gebleven. Minkje, Johan, Cornelis en later Pieter stierven allemaal aan de tering, zoals de ziekte zo plastisch in de volksmond werd genoemd. Minkje werd maar 21 jaar. Twee van haar broers overleden toen ze 20 en 18 jaar waren. Cornelis was nog kapper geworden en Pieter jongste kantoorbediende. Het één na jongste kind leefde slechts 9 maanden. Alleen Johannes is verschoond gebleven van deze akelige ziekte.

Corrie is verschillende keren op bezoek geweest bij haar nichtje Minkje, ze vond haar toestand zielig. Hevig ontdaan was Corrie toen Minkje stierf. Zelf was ze nog maar zeven jaar, maar begreep al te goed dat die ziekte ook haar zou kunnen overkomen.
Zelfs Evert, de broer van haar moeder moest die ziekte met de dood bekopen, toen hij uit militaire dienst kwam. Evert had ook een tbc-infectie opgelopen. Zijn ziekte verliep wel zo snel, dat de familie erover sprak dat hij was overleden aan de "vliegende tering." Een vorm van tbc die razensnel je longen verwoest, of zich elders in je lichaam nestelt met fatale gevolgen. Evert was pas getrouwd en jong, nog maar 18 jaar, toen zijn vrouw in verwachting was van hun eerste kind. Joost, zijn zoon, zou zijn vader nooit kennen.

34818-99141a67e61d563c40bd6f54dee16b38.jpg
Een tbc-tuinhuisje. alias een lichthalletje.

De behandeling bestond uit langdurige rust en het isoleren van de patiënt. Om die reden stond in de tuin van Cornelis een tuinhuisje als onderkomen voor Minkje, later deed dit ook dienst voor haar broers. Het isolement betekende een zware belasting voor het gezinsleven. Het was zelfs ingrijpender voor de patiënt zelf, want naar school gaan was er niet meer bij. Spelen met vriendjes of vriendinnetjes al evenmin. Gesprekken werden gevoerd met een mondkapje op, als de dood zo bang zelf ook geïnfecteerd te raken.

Veruit de belangrijkste wijze van besmetting gebeurde door het inademen van kleine in de lucht zwevende tuberculosebacteriën bevattende druppeltjes die door de patiënt door hoesten verspreid werden. Maar een andere vorm van besmetting kon ook veroorzaakt zijn door het drinken van melk van koeien die aan rundertuberculose leden. Welke vorm van besmetting in Nederland het meest voorkwam, omdat de melk niet gepasteuriseerd werd. Nadat het pasteuriseren uitgevonden was en er antibiotica voor runderen ontwikkeld was, is de veestapel tbc-vrij gemaakt.

Voorlopig moest Minkje bedrust houden, schone frisse lucht en zonneschijn kwam haar tuinhuisje binnen door grote uitklapbare ramen. En het aardige van dit huisje was dat het kon meedraaien met de zonnestand. Een strandhuisje op wielen, leek het wel. Speciaal voor Minkje hadden haar ouders, wat een luxe was, een radio voor haar gekocht, zodat ze zich niet zo eenzaam hoefde te voelen. Van de zon kreeg Minkje een gezond kleurtje waardoor ze eigenlijk niet ziek leek te zijn. Schone schijn bedriegt, haar longen waren weldegelijk behoorlijk aangetast. Dat kon je niet zien, maar wel aan haar merken, omdat ze zo hevig lag te hoesten.

34818-f8f3641dbefbc6ed3bbc8cc6dab8898c.jpg
De Buitensociëteit op het Molenwater, de eerste tbc-kliniek van Middelburg

Voor de toen nauwelijks behandelbare longziekte ontstonden door het hele land sanatoria, waarvan het Zeehospitium Zonneveld, opgericht en nagelaten door de rijke ongehuwde dame Elisabeth van den Broecke,  in Oostkapelle het bekendst is geworden voor Walcheren. De bos- en zeelucht betekende hier de remedie, naast een gezonde voeding, de weg naar herstel. Niet voor niets werden deze sanatoria dan ook wel herstellingsoorden genoemd. In elke provincie werden er wel één  of meerdere gebouwd, in vaak idyllische bosrijke omgevingen. In Middelburg werd in 1923 een buitensanatorium geopend vlak naast het Gasthuis op het lommerrijke Molenwater.
34818-e43d2ccf6144174e272edff38a819373.jpg
Het oude Bagijnhof in Middelburg, inmiddels lang geleden gesloopt

Hoe kwam het toch dat die ziekte zich zo snel kon ontwikkelen? Over het algemeen was het slecht gesteld met de hygiëne. Het water voor eten en drinken werd opgepompt uit waterputten bij het huis. Niet overal was de luxe van een waterleiding aangelegd. De riolering bestond uit afgedekte geulen en op z'n best uit keramiek buizen, die evenwel lekten. Maar bovenal was de huisvesting allerbelabberst. Op oude foto's is te zien hoe verschillende straten in Middelburg verkrot waren. De oogwaarschijnlijk pittoreske straatbeelden zouden een inspratieborn voor Anton Pieck hebben kunnen zijn. De werkelijkheid was anders. Binnenshuis was de armoe troef, geld voor een frisse opknapbeurt was er nooit. Het volk was allang blij werk te hebben om de kinderen te eten te geven.
34818-78d4399366718a8f2579ccd5e7d24764.jpg
Verkrot huis aan het Bastion Veerse Bolwerk

Laat staan dat dagelijks een wasbeurt op het program stond. Van een douche of badkuip hadden die mensen nog nooit gehoord. Jawel...misschien drong het door dat "d'n rieke luu." over een badkuip beschikte. Die burgerlijke welvaart stond wel zover af van het gewone volk, dat het ondenkbaar was ooit die luxe te mogen beleven. Men waste zich aan de gootsteen en eens per week werd een grote zinken teil uit de kast gehaald voor de grote lichamelijke wasbeurt.
34818-7df92d079d96aa1a0246d0b32595869a.jpg
De drie gezusters Emily, Charlotte en Anne Brontë.

Omdat de ziekte het meest slachtoffers maakte onder jonge mensen, en de oorzaak daarvan onbekend was, werd het beschouwd als een lot dat niet te ontlopen viel. De tragiek sloeg vooral ook toe bij jonge kunstenaars, die onder dramatische omstandigheden uit hun kring werden weggerukt, wat soms tot mytische legendes heeft geleid. Voorbeelden te over zijn hier te noemen.

Emily Jane Brontë, de middelste van de drie Brontë-zusters, de Britse schrijfster van de vermaarde roman Wuthering Heights, overleed op 19 december 1848 in Haworth. Haar oudste zuster Charlotte heeft het boek na de dood van Emily gepubliceerd. Charlotte die getrouwd raakte met de hulppredikant van haar vader; Arthur Bell Nichols, onder wiens pseudoniem ze als Currer Bell beroemd is geworden met haar roman Jane Eyre, stierf ook aan tuberculose. Anne Brontë de jongste van de drie gezusters schreef minder bekende romans, waaronder Agnes Grey, 1847 en The Tenant of Wildfell Hall, 1848. Romans die een weergave geven van het betere Victoriaanse milieu, waarin zij leefde.  


Ook van Franz Kafka en George Orwell is bekend had ze door tuberculose zijn geveld. Albert Camus leed ook aan deze ziekte, maar is bij een auto-ongeval om het leven gekomen. Het dramatische thema van ziekte en dood is in vele opera's gebruikt. Giacomo Puccini voert dit thema op in zijn serie-opera La Bohème, waar Mimi een zo tragische rol vervuld. In de beroemde opera La Traviata van Giuseppe Verdi vertolkt Violetta een aangrijpende sterfscene in het bijzijn van haar geliefde Alfredo Germont, waar zijn vader, Dottore Grenvil en de trouwe dienstmeid Annina het droevig einde van Violetta delen. 

© 2011 Albert Prins

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door albert65 om 00:00 Reageer op dit bericht

Het vergeten bombardement 1940

Het vergeten bombardement op Middelburg

Vorig jaar; 17 mei, was het 70 jaar geleden dat Middelburg hetzelfde lot trof als Rotterdam. Na de capitulatie van Nederland bleef Zeeland standhouden op bevel van Koningin Wilhelmina en de Nederlandse regering. De vrije vaart naar Antwerpen moest zolang mogelijk behouden blijven. Het was noodzakelijk de aanwezige geallieerde troepen in België de gelegenheid te geven zich opnieuw te formeren. Franse troepen, vergezeld van Marokkaanse eenheden, trokken in de eerste dagen van mei Zeeuws-Vlaanderen binnen. Bij Vlissingen staken ze de Westerschelde over, waarna ze posities innamen in Westelijk Noord-Brabant. De stellingen bij Bath en Zanddijk zouden de Duitse opmars moeten tegenhouden. De Duitsers braken door, in grote verwarring en totale paniek trokken de Franse troepen terug, richting Walcheren op de linie van de Sloedam. Hier werden de SS-troepen teruggeslagen, onverwacht leden ze zware verliezen, waaronder de compagnie-commandant sneuvelde. 
34769-dbf7639b83264fae9861efc04458b79b.jpg
De Middelburgse Markt van vóór 1940.

Voor veel Middelburgers was de oorlogsituatie een onbekende ervaring, zo naïef als ze waren trok het zelfs veel bekijks alsof het een vuurwerkshow betrof. Op de Hoge Brug bij het station stonden zowaar toeschouwers de beschietingen op Lewedorp te volgen. De kogels vlogen hen soms letterlijk om de oren. De Duitse artillerie richtten hun vuur vervolgens op Middelburg, waarvan ze het vermoeden hadden dat de stad als hoofdkwartier van de Fransen diende. Deze veronderstelling zou fataal worden voor de stad. Het bombardement op Rotterdam in gedachtte, besloten de Duitsers een soortgelijke tactiek op Middelburg toe te passen.

Enkele dagen voor de komst van de Duitse troepen had het gemeentebestuur de bevolking instructies gegeven; hoe te handelen bij beschietingen en branden. Van iedereen werd verlangd op zolder emmers met water en zand op te slaan, opdat bij een inslag de daarop volgende brand snel geblust kon worden. Toch beducht op een grootschalige aanval besloot burgemeester van  Walré de Bordes, de bevolking het bevel te geven de stad te verlaten. Daaraan werd vanzelfsprekend massaal gevolg gegeven, zodat nagenoeg alle inwoners vertrokken naar familie buiten de stad. Braaf deed iedereen de deur op slot.

34769-328581d238672d66f88656011e09ec9f.jpg
De deftige winkelstraat, De Lange Delft bij de Markt van vóór de oorlog.

Op 17 mei 1940 werden de beschietingen vanaf de Sloedam ingezet. In de pauzes vlogen onder sonoor aanzwellend geluid Heinkel bommenwerpers over de stad, de luiken werden geopend, de bommen daalden gierend en fluitend neer op het middeleeuwse hart van Middelburg. Het prachtige stadhuis in laat Vlaams gotische stijl werd zwaar getroffen. Ter nauwernood konden de burgemeester incluis de gemeenteraad een veilige schuilplek vinden. Hoewel de stad nagenoeg was uitgestorven bleek toch nog een koene klant bij Old England een paar collars voor zijn overhemd te bestellen. Bij barbier Julianus op de Markt zat zelfs een klant in de scheerstoel. Hoe laconiek kan men zijn bij de grootste doodsbedreiging?

Het Stadhuis waarvan zelfs Albrecht Dürer, bij zijn bezoek in 1520 aan de stad zijn waarneming omschreef als; "Eine gute Stadt; hat ein überschön rathausz mit einem köstliche thurm, do is an alle Dingen viel kunst an."  Inpandig ging het hele stadhuis in vlammen op, slechts de buitenmuren en de toren bleven overeind. Alles wat kostbaar was, ook het archief uit de middeleeuwen, de ziel van de Middelburgse historie, vervloog in as. Overal in de stad dreunde de aarde, het was tot in de verre omtrek te horen. Dikke vette rookpluimen stegen op ten hemel. De mensen die gevlucht waren stonden verbijsterd aan de grond genageld. Een macaber schouwspel, wat ze eerder in kranten hadden gezien op foto's van bombardementen in Spanje of Finland, zagen ze nu zelf vol ongeloof voor hun ogen voltrekken.
Waar hadden de Middelburgers dit aan verdiend?

Het meest schokkende moment was toen de Lange Jan getroffen werd. Onder donderend geraas viel het bovenste deel van de abbdijtoren ter aarde. De klokken lieten voor het laatst erbarmelijke klanken horen. Sommige mensen meenden uit die spontane carillonklanken; "Alle Menschen werden Brüder," te horen. Een verbeelding die voeding geeft aan een onzinnige legende. Door de hitte van de brand verbogen de wijzerplaten in eeuwige krampachtigheid. Kilometersver, zelfs tot in Oostkappelle, was de doodsmak van de trotse elegante toren te horen.

34769-088412ebba1c44e0e98385ce8199f91e.jpg
Luchtfoto van het bombardement op Middelburg 17 mei 1940

Het gezin Klercq besloot ook gehoor te geven aan de oproep van de burgemeester. Maar waarheen konden ze vluchten? Opoe vertrok samen met haar zus Willemien naar Oostkapelle, waar ze onderdak vonden in kasteel Westhove. Nel en haar man, die in Souburg woonden, hadden hun huis ook moeten verlaten. Het huis was in puin geschoten. Ditmaal niet door de Duitsers maar door de Fransen, die onnauwkeurig vuurden. Nel wist een adres in Biggekerke, ze zouden daar nog lang tot na de oorlog blijven wonen. Lenie zat hoog en droog met een vriendin in Vrouwepolder. Corrie was bij familie van haar verloofde op St. Laurens terecht gekomen. Opa en Joost moesten achterblijven, omdat opa Klercq lid was van de vrijwillige brandweer en zijn zoon Joost hem een hand kon helpen,
34769-c512c2cdfe2067cfd7df6f6f33750565.jpg

De puinhopen van de Markt na het bombardement

Overal ontstonden branden. In de Lange Delft verdwenen statige historische panden, de Burg, de Botermarkt, de Gravenstraat, een deel van de Lange Noordstraat met de Rooms Katholieke kerk veranderden in rokende puinhopen. Onzuiver neergedaalde bommen sloegen in op de Rotterdamse en Rouaanse kaai, waardoor het West-Indisch Compagniegebouw werd getroffen, dat tot laat in dat jaar bleef nasmeulen. Ook het er tegenover liggende Renaissancehuis "De Steenrots" werd vernietigend getroffen. Enkele huizen buiten het centrum zoals, in de Brakstraat en op de Herengracht werden ook getroffen

De brandweer kon de veelheid aan branden onmogelijk bestrijden, laat staan beginnende branden in de kiem smoren, want alle huizen waren keurig op slot. Tot overmaat van ramp ontstaat bij dit soort omvangrijke branden een aanzuigende werking door luchtstromen, zodat de branden steeds heviger worden en nagenoeg onblusbaar zijn. De historische panden, die in hoofdzaak bestonden uit zeer brandbare en krukdroge materialen, bovendien ook nog volgestouwd waren met voorraden, vormden een dankbare voedingsbron voor brandhaarden. Door de droogteperiode begin mei stond het waterpeil laag, de waterdruk was matig en er was gebrek aan materieel. Het tekort aan bluswater werd hals over kop opgevangen door water te betrekken uit grachten en singels.

34769-806423d76c379df026cdf0bdd3eb96d5.jpg
Overzicht van de brandhaarden en vernielde straten.

Het mocht allemaal niet baten. De verwoestingen waren zo groot, dat de branden zelfs wekenlang aanhielden. Bij De Gruyter smeulde de koffie en chocolade dagenlang na. De geur van verbrande koffie dreef over de hele stad, het was beslist geen aanmoediging voor een koffiepauze. Op andere plaatsen was de stank van verbrande goederen zo intens dat het niet te verdragen was. Diepe kraters waren geslagen rondom de Markt. In nog geen halfuur tijd was het hart van de stad veranderd in wijdse puinhopen, een desolaat landschap met vergezichten over straten die ooit hadden bestaan. Hier en daar stond een geblakerd gevelstuk monumentaal overeind.

Tot ieders verbazing en opluchting waren ook delen van de binnenstad gespaard gebleven. De Vlasmarkt was intact gebleven, ook een deel van de Markt. Wonderlijk genoeg was Sociëteit De Vergenoeging niet geraakt, net zomin als de Lange Viele, de Korte Delft en het grootste deel van de Dam. De muziekkiosk op de Markt, die klaar stond voor een concert, overleefde de ramp wonderwel zonder een schrammetje. Bij terugkomst vonden veel burgers hun huis niet meer terug. De ultieme menselijke waanzin  die oorlog heet, had Middelburg zwaar getroffen.

34769-581140984c916d4f08e3bfc30e9243f1.jpg
Direct na het bombardement werd met puinruimen begonnen.

De Nazi-Duitse troepen trokken de stad binnen. Er stond geen juichende mensenmassa langs de straten. De nieuwsgierige blikken achter de ramen waren verstard van ingehouden woede. NSB-ers durfden zich ook nauwelijks te vertonen. De soldaten moeten de vijandigheid in de nek hebben gevoeld, nadat ze de enorme verwoestingen, die hun medebroeders hadden aangericht, nu met eigen ogen konden aanschouwen.

Collectief zou het Duitse volk, op vakantie in Zeeland, tot in lengte van jaren er fijntjes aan herinnert worden welk noodlot ze de Zeeuwen hadden aangedaan. De huur van een vakantiehuisje was beduidend duurder voor Duitse gasten. Een vriendin van mij, die met een Duitser is getrouwd en een vakantie doorbracht in Domburg, maakte het mee dat een Duitse klant vóór haar één gulden meer moest betalen voor een brood. Het was een klein protest van "Wiedergutmachung," zonder substantieel gevolg. Maar goed, het gaf de sfeer aan.

Nadat de Duitsers Middelburg hadden ingenomen stonden ze snel aan de kust van Vlissingen. De meeste soldaten waren simpele lieden die zelden een verre reis hadden ondernomen, en waarschijnlijk nooit verder kwamen dan de omgeving van hun dorp of stad in het Sauerland, Brandenburg of het Emsland. Opgejut om Engeland te veroveren stonden de soldaten op de Boulevard van Vlissingen. Aan de horizon zagen ze land opdoemen uit een lage mist. Juichend en joelend stonden ze te scanderen; "Wir fahren nach England, wir sollen Siegen!" Het was slechts de kust van Zeeuws-Vlaanderen met het sillouette van Breskens. Wat wisten ze beter?

34769-b158b9e4a47e76ca25728c5c645e2330.jpg
In 1940 werd al spoedig aanvang genomen met de herbouw van de stad.

In de oorlogsjaren kwam regelmatig een Duitse soldaat bij Theeuwes Klercq over de vloer. Hij was opgeroepen voor zijn nummer en beslist geen fanatieke SS-soldaat. Liever was hij thuis gebleven. Hij had geen keuze, op dienstweigeren stond de doodstraf. Vluchten naar het buitenland was ook geen optie, nergens zou een Duitser met open armen ontvangen worden. Het Duitse volk had voor een verfoeilijk regime gekozen, waar iedereen zich naar moest schikken.

De jongeman was bevriend geraakt met Joost, die bij de Onda-fanfare trombone speelde. Ze hadden elkaar ontmoet bij een concert, de Duitse knaap speelde verschillende instrumenten, zo waren ze aan de praat geraakt waaruit een vriendschap was ontstaan. Kurt, zo heette de jongeman, was afkomstig uit Noord-Duitsland, ergens aan de kust van Ost-Friesland bij het stadje Dornum. Een moerasachtige streek waar riet en biezen groeit. Toeval of niet, Kurt was mandenmaker, zodoende kon hij goed opschieten met Theeuwes. Samen zaten ze geregeld hele verhalen aan elkaar te vertellen, op een wijze dat alleen vakgenoten doen. De taal bleek geen onoverkomelijk probleem, want het Neder-Saksische dialect dat Kurt sprak kent een woordenschat die sterk verwant is aan het Nederlands.

Kurt voelde zich op zijn gemak bij de familie Klercq. De warme huiselijkheid die hij hier aantrof deed hem aan thuis denken. Na het eten, want daar werd hij ook meermalen voor uitgenodigd, speelde Kurt op het harmonium Lutherse liederen. Opoe Betje, die aanvankelijk niet zo gecharmeerd was van zijn bezoeken, raakte haar vooroordeel kwijt door de ontroerende wijze waarop Kurt zijn stichtelijke liederen zong.
Kurt die niet gewend was zo ver van huis te zijn kreeg steeds vaker last van heimwee. Opoe moest hem aan de borst troosten bij zijn onbedaarlijke huilbuien. De vriendelijke zachtaardige jongen verafschuwde de oorlog en de verwoestingen die zijn landgenoten hadden aangericht. Het beeld dat alle Duitsers nazi-gezind waren is daarom niet terecht.
Op een gegeven moment kwam Kurt niet meer opdagen. Zijn eenheid zou verplaatst zijn, misschien naar het gevreesde Ostfront of de Atlantikwall. Nooit is meer iets van Kurt vernomen. Ook niet na de oorlog, toen sommige Duitsers voorzichtig kontakten probeerden te herstellen. Aangenomen mag worden dat de arme Kurt naamloos, roemloos is gesneuveld. Opgelost in het stof van miljoenen oorlogsslachtoffers, weggedreven in het zwarte gat van het niets in de geschiedenis.

34769-e3907320dbf0c07e4c64e2b3bcda0c1c.jpg
Van Kurt bestaat geen foto, deze jongeman zou Kurt kunnen zijn.

Nu, Middelurg onder Duits gezag stond was ook hun invloed op de herbouw voelbaar. Merkwaardig genoeg streefden ze ernaar historische steden in traditionele stijl te herstellen, na die eerst kapot geschoten te hebben! Niet voor niets plaatsten de Duitsers borden bij de resten van verwoeste monumentale gebouwen, met de aankondiging dat de puinhopen onder hoogst persoonlijke bescherming stonden van Der Fuhrer. Een grotesker cynisme is haast niet denkbaar. De herbouw werd in 1940 al snel ter hand genomen, tot de aanvoer van materialen wegens geldgebrek begin 1942 werd stilgelegd. Inmiddels waren toen al veel gebouwen rond de Markt en op de Burg gereed gekomen. Op 't Zand was zelfs een hele nieuwe woonwijk aan de stad toegevoegd.

Op grote schaal een nieuwe stijl invoeren in een zwaar gehavende stad, dat door de eeuwen heen naar behoefte op organische wijze was gebouwd. Waar vele monumentale gebouwen hun karakter en charme uitstraalden in het straatbeeld, wanneer hier een breuk zou ontstaan met de bouw van monotone moderne gebouwen, dan betekende dat verlies aan historisch karakter. Het kenmerkende beeld van elke middeleeuwse stad is de vermenging van kleinschaligheid naast imponerende gebouwen met een stratenpatroon van smalle stegen, beschutte pleintjes, kronkelige straten en grachtengordels, waardoor intimiteit ontstaat.

De bouwcommissie voor wederopbouw stond voor de keuze, welke bouwstijl de voorkeur zou hebben. Veel tijd voor overwegening was er niet. Men was het er wel overeens dat de "Middelburgse sfeer" moest terugkeren. Voorstanders voor de opvatting van Modern Functioneel Bouwen of de principes van het Bauhaus bleven in de minderheid. Het is niet gekomen tot grootschalig transparant bouwen met veel glas, beton en staal, zoals in Rotterdam. Aan een reeks architekten in het land werden opdrachten verstrekt, ontwerpen te leveren in de stijl van de Delftse- en Bossche school. De ambachtelijke bouwstijl die in de jaren '20 en '30 tot bloei was gekomen. Hierdoor keerden de Hollandse trap- en tuitgeveltjes weer terug, zij het in een moderne sobere vertaling

34769-98b5d8f383d2594db72fc4c7e2cca387.jpg
De Middelburgse Markt rond 1965

Aanvankelijk bestond kritiek op deze conservatieve opvatting, de stad op dit bouwprincipe te herbouwen. Waardoor de schrijver Henri Knap ooit verzuchtte; "Er is wel mooi herbouwd, maar aan sfeer heeft het niet gewonnen." Toch is door het consequent doortrekken van deze ambachtelijke bouwstijl een goede aansluiting ontstaan tussen de breuk met het verleden en het naoorlogse Middelburg. De argeloze toerist ziet het verschil bijna niet. Fraaie details in metsel- en timmerwerk kunnen het oog weer verwennen. De tijd heeft over de herbouwde binnenstad een patina getrokken, waardoor nu geconcludeerd kan worden dat indertijd de juiste beslissing is genomen.
34769-ca7f02b3d56c7e4c5a45b704e0bcc9ba.jpg
Het gedenktegeltje aan elk herbouwd pand

17 mei 2010 kwamen ooggetuigen van het bombardement op Middelburg bijeen in het stadhuis van Middelurg. Het zal de laatste keer zijn geweest, want het overgrote deel van de gasten bestond uit hoogbejaarden. De langstlevende brandweerman, die deel had genomen aan de blussingswerken, was kort daarvoor overleden. Nu rest de oude garde. Evert Blaas die een ruime dokumentatie bezit met uniek filmmateriaal. Gerard de Voogd, verslaggever van de toenmalige Middelburgse Courant, mijn moeder Corrie Klercq die vele herinnneringen aan de eerste oorlogsdagen levendig kan navertellen.

Na afloop van de herdenking zaten we gezellig op een terrasje met koffie en iets lekkers erbij. Naast en achter ons zaten Duitse toeristen uitgebreid te verkondigen hoe heerlijk het vertoeven is in Zeeland. "Keine Ahnung" wat wij enkele minuten eerder te herdenken hadden. Het ontging hen volkomen welke rampspoed hun voorfamilie had aangericht. Hen is niets te verwijten, we moeten er maar eens mee ophouden het anti-Duits gevoel te cultiveren. 

34769-3d522b8ebc283b1c1cba5e1334778030.jpg
De oude garde oorlogsgetuigen

Middelburg anno heden is een bloeiende stad, vol culturele evenementen, een internationale universiteitsstad met de Roosevelt University, een stad die het bezoeken waard is, waar stenen een roemrijke geschiedenis vertellen, waar mensen vriendelijk zijn, waar meer zon schijnt dan in de rest van Nederland, waar men met de tijd meegaat. Waar niet haastig wordt geleefd.
34769-adeeee192c59523f265e5dcbc90a0389.jpg
Bezoek http://slikopdeweg.blogspot.com voor prachtige Zeeuwse fotoreportages.

© 2011 Albert Prins

Hoe vind je dit bericht? 11 stemmen
Geschreven door albert65 om 00:00 4 reacties Reageer op dit bericht

Meer van Le Cercle Klercq

↑ Terug naar de berichten