Naar de inhoud

Leer en Gedragsproblemen

Startpagina over Leer en Gedragsproblemen
akke.beakke.be

Archief

Juk of steun, was de vraag die we stelden. Bijna iedereen spreekt van een juk.

Peiling de Stentor: Cliënt vraagt meer begrip jeugdzorg

door Anne Boer. vrijdag 05 februari 2010 | 15:32 | Laatst bijgewerkt op: vrijdag 05 februari 2010 | 17:30

 
Vignet Jeugdzorg

Vignet Jeugdzorg

Archieffoto ANP Photo

Archieffoto ANP Photo

APELDOORN - Ruim 500 mensen hebben gereageerd op onze oproep over ervaringen met jeugdzorg. Juk of steun, was de vraag die we stelden. Bijna iedereen spreekt van een juk.

Morgen meer
over dit onderwerp in de Stentor
Jeugdzorg scoort een laag rapportcijfer in de reacties. Het gemiddelde cijfer is een 3. "Het lijkt wel of de hulpverlener de familie eerder als tegenstander ziet dan als medestander."

Het advies van onze lezers: toon meer begrip, schrijf ouders niet te snel af, haal kinderen niet te snel uit huis, bekijk veel zorgvuldiger wat het probleem is en los dat zoveel mogelijk op in eigen huis.

We zijn overspoeld met dramatische verhalen, van soms vele pagina's lang. Vaak persoonlijke verhalen die uiting geven aan onbegrip, van woede en frustratie over wat er gebeurde nadat jeugdzorg over de vloer kwam.

Van alle mensen die reageerden hebben er bijna 150 de moeite genomen een vragenformulier in te vullen om hun mening met naam en toenaam gefundeerd te geven. Wat opvalt is dat de klachten van al die verschillende mensen, van vaders en moeders, tot vrienden, buren, familieleden, kinderen, grootouders en zelfs hulpverleners en onderwijskrachten erg op elkaar lijken. Drie thema's springen er uit: communicatie, waarheidsvinding en de begeleiding.

De overheersende mening is dat jeugdzorg vooral beter moet luisteren, fatsoenlijker met mensen moet omgaan, persoonlijker, transparanter, medemenselijker moet zijn. De mensen missen begrip, vriendelijkheid, respect en goede uitleg over wat er gebeurt.

Naast communicatie, is waarheidsvinding een heet hangijzer. Dan gaat het over de feiten en de controle daarop. De opdracht in de reacties luidt dat de feiten beter gecontroleerd moeten worden, standpunten beter onderbouwd, dat jeugdzorg minder snel moet oordelen en zorgvuldiger onderzoek moet doen.

"Ze hebben gelijk een oordeel klaar zo gauw je binnenkomt en als er eenmaal iets op papier staat, krijg je het niet meer uit het dossier", is een veelgehoorde reactie. " De mening van een hulpverlener moet een indicatie zijn voor grondige observatie en geen oordeel", wordt gezegd. En: "Om een roddel kan je je kinderen kwijtraken", komt ook regelmatig terug.

Van de mensen die het formulier invulden, is de grootste groep (36) in aanraking gekomen met jeugdzorg nadat ze zelf om hulp vroegen. Verder bestaat een grote groep (29) uit mensen die na een scheiding in contact kwamen met jeugdzorg, gevolgd door pleegouders (14), mensen die in de jeugdzorg werken (13) en grootouders (9).

De Tweede Kamer is van mening dat jeugdzorg 'grote en aanhoudende' problemen kent en heeft daarom een parlementaire werkgroep aan het werk gezet om te kijken hoe het verder moet. Deze werkgroep praat maandag ook met vertegenwoordigers van jongeren, (ex)cliënten en ouders. In maart presenteert minister Rouvoet van Jeugd en Gezin zijn plannen met de jeugdzorg. De Kamer wil die plannen dan toetsen op basis van de bevindingen van de werkgroep.

Morgen meer over dit onderwerp in de Stentor
http://www.destentor.nl/algemeen/binnenland/6199358/Peiling-de-Stentor-Klant-vraagt-meer-begrip-jeugdzorg.ece

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Webmaster om 23:17 Reageer op dit bericht

Neurowetenschappelijk onderzoek helpt onderwijs aan kinderen en jongeren verder

 

Onze kennis over de ontwikkeling van het (kinder)brein is dankzij neurowetenschappelijk onderzoek de laatste jaren enorm toegenomen. Kennis hierover kan (aankomende) leraren helpen keuzes te maken op gebied van onderwijs en omgangsvormen. Tweeëntwintig pabodocenten kwamen daarom woensdag 1 oktober in Utrecht naar de Studiedag Hersenonderzoek en Opvoedingstheorieën. Kees Vreugdenhil, deskundig op beide terreinen, gaf op interactieve wijze hoorcollege over hersenonderzoek, hechtingstheorieën en morele vorming.

In de ochtend behandelde hij de globale anatomie van het brein en de ontwikkeling in fasen van de verschillende hersenfuncties. Cruciale wetenswaardigheden zijn de levenslange vorming van het brein (we zijn dus nooit uitgeleerd), de gevoelige fasen rondom het 2e levensjaar en de puberteit, en het belang van beweging voor de vitaliteit en plasticiteit van ons brein. Onze ‘bovenkamer’ wordt in gevoelige perioden grondig verbouwd. Hier moeten opvoeders en docenten rekening mee houden.

Leren is in feite het continu aanmaken van nieuwe verbindingen tussen de neuronen en het versterken van eerder aangelegde patronen. We moeten bewust leren echter ook weer niet óverschatten; volgens de sociaalpsycholoog Ap Dijksterhuis doen we erg veel dingen onbewust, gebaseerd op geautomatiseerde patronen en verbindingen in onze hersenen.

Er werden ook mythes doorgeprikt op deze studiedag. Het aloude verhaal dat onze rechter- en linkerhersenhelft gescheiden opereren, blijkt niet correct te zijn; uit MRI-scans blijkt juist dat - zelfs bij eenvoudige taken - heel veel verschillende gebieden in de hersenen tegelijk actief zijn. Ook de theorie van het sociaalconstructivisme werd enigszins genuanceerd. Het brein van kinderen en jeugdigen rijpt geleidelijk en is pas na 20 à 22 jaar volgroeid. De prefrontale cortex waar hogere denk- en planningsactiviteiten vandaan komen, is een van de laatste gebieden die uitgroeit. Dat betekent dat complexe taken, zoals het eigen leerproces plannen, alleen met begeleiding goed kunnen worden uitgevoerd. Daarom zijn ‘leersteigers’ van docenten zo onontbeerlijk: grafische vormgevers en andere hulpmiddelen die helpen om structuur aan te brengen in de verwerking van informatie. Omdat onze hersenen dynamisch en plastisch zijn, is het de taak van opleiders om de aandacht te richten; variatie en keuzevrijheid mag er alleen zijn binnen een vooraf gedefinieerd kader. In dat licht dient het begrip ‘rijke leeromgeving’ genuanceerd te worden: rijk binnen de doelstellingen van het onderwijs op dat moment.

Het brein heeft verschillende geheugenfuncties. Hoe meer sleutels tijdens het leerproces worden aangeboden, hoe beter kennis beklijft. Voor studenten is het van belang dat ze situaties leren etiketteren. Bij de inzet van portfolio’s met reflectie op competentiegericht leren is dat van belang, meer dan het afvinken van standaardlijsten van wat ze wel en niet hebben gedaan.

Ook het feit dat leren altijd een emotioneel proces is, is een belangrijk gegeven. Een vertrouwde, veilige en uitdagende omgeving waarin successen worden geboekt, creëert positieve emoties, die de motivatie weer versterkt.

Tot slot van deze fascinerende ochtend gaf Vreugdenhil ons tips voor breinactiverende werkvormen: hands-on activiteiten, interactieve hoorcolleges met grafische vormgevers, succeservaringen faciliteren, mensen op het verkeerde been zetten, en essenties laten vastleggen.

’s Middags werden in aansluiting op de bevindingen uit hersenonderzoek nieuwe inzichten uit gehechtheidtheorieën en theorieën over morele ontwikkeling behandeld.

Wat betreft gehechtheid is gebleken dat kinderen ongelofelijk veerkrachtig zijn en dat bepaalde gebeurtenissen uit het verleden niet noodzakelijkerwijs determinerend voor de

rest van hun leven hoeven te zijn. De hechting aan meester of juf op school kan cruciaal zijn voor kinderen die het in de thuissituatie niet goed hebben. De neiging tot hechting is bij iedereen aangeboren. De behoefte aan hechting blijft ons hele leven aanwezig, wat overigens niet betekent dat mensen afhankelijk moeten worden. Veilige hechting lijkt to de groei van zelfvertrouwen en zelfrespect en tot persoonlijke autonomie. Naast de aloude 3 R’s (Rust, Reinheid en Regelmaat) plaatst Vreugdenhil het rijtje van de 3 L’s (Licht, Lucht en Liefde). Van ouders/opvoeders wordt verwacht dat ze Sensitiviteit, Stabiliteit en Continuïteit toepassen in hun opvoeding.

Het laatste deel van de dag was gewijd aan nieuwe inzichten op gebied van morele ontwikkeling van kinderen en jongeren. De domeintheorie van Turiel stond hierbij centraal. Turiel verbeterde de theorie van Kohlberg door duidelijk onderscheid tussen moraliteit en sociale conventies aan te brengen. Dit snijdt hout, omdat morele waarden cultureel universeel blijken te zijn, in tegenstelling tot sociale conventies.

Na afloop kregen alle deelnemers de boeken van Vreugdenhil en zijn co-auteur De Munnik (Kennis over onderwijs, Ontwerpen van onderwijs en Opvoeden in het onderwijs) en het populaire boek Ben ik dat? van Mark Mieras mee naar huis. Uit de evaluatie bleek dat de dag zeer hoog gewaardeerd werd met een 8,3 (waaronder maar liefst 5 negens). 

Tip: de sheets van de drie onderdelen van deze Studiedag kunt u vinden op www.aanmelden.noordhoff.nl/hersenonderzoek.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Webmaster om 20:36 Reageer op dit bericht

«k kan niet volgen

HelpLeerproblemen 

Onze Leendert heeft het niet gemakkelijk. Hij moet hard en lang werken om te kunnen wat zijn klasgenoten kunnen.Hij loopt altijd op de tippen van zijn tenen. In de klas is hij meestal als laatste klaar. Soms mag hij wat langer doorwerken van de leerkracht. Maar veel lost dat niet op. 's Avonds doen we niets anders dan samen oefenen. Als ik dan zie welke fouten hij vandaag in de klas maakte, begrijp ik het niet meer.'Ik ben de domste van de klas', zuchtte hij. (Kurt, vader)

Naar schatting één kind op vijf heeft leerproblemen op school.

LEERPROBLEMEN: «Wij zijn niet dom»

  • Wat? Kinderen met leerproblemen hebben het moeilijk met schoolse vaardigheden: lezen, schrijven, rekenen, een vreemde taal leren
  • Waarom? Leerproblemen kunnen het gevolg zijn van:
    • omstandigheden: weinig aandacht thuis, onvoldoende uitleg in de klas, gezinsproblemen
    • een verkeerde werkhouding: kind leert uit het hoofd en heeft geen inzicht, steekt uren in lijntjes en kleuren maar werkt weinig oefeningen af
    • emotionele problemen: faalangst, gebrek aan zelfvertrouwen, demotivatie
    • begaafdheid: het niveau en tempo op school ligt te hoog, het kind zit in de verkeerde school of studierichting
    • leerstoornissen zoals dyslexie (hardnekkige lees- en schrijfproblemen) of dyscalculie (hardnekkige rekenproblemen). Wie leerstoornissen heeft, is niet dom of achterlijk. Hij of zij leert alleen anders.
  • Gevolgen? Kinderen die met leren geen succes ervaren, reageren vaak heel verschillend: ze gaan zich aanstellen, de clown uithangen, verliezen hun zelfvertrouwen («Ik kan niks»), worden opstandig, agressief of trekken zich terug... Leerkrachten en ouders begrijpen hen vlug verkeerd. «Ze kunnen wel maar willen niet», zeggen ze dan.

U VERMOEDT EEN PROBLEEM? Niemand is schuldig

  • Wat denkt, voelt, doet uw kind?
    • Huiswerk maken en lessen leren worden een hel. Uw kind probeert aan elke taak te ontsnappen en gaat niet graag meer naar school.
    • Het kind voelt zich schuldig omdat het niet meer voldoet aan de verwachtingen van zijn leerkrachten, ouders, grootouders.
    • Het verliest het geloof in zichzelf: «Ik kan niks».
    • Het wordt agressief, gaat zichzelf afsluiten, klaagt van buikpijn, weent voor het minste
  • Wat denkt, voelt, doet u?
    • U probeert te helpen en gaat overbeklemtonen: bent streng, moedigt extra aan, oefent samen, geeft tips.
    • U bent ongerust en angstig voor de toekomst: «Hoe moet dat aflopen?»
    • Misschien raakt u geïrriteerd en boos: op uzelf, uw partner, de andere kinderen, de leerkracht, de hele wereld.
    • U voelt zich schuldig: «Wat heb ik verkeerd gedaan?», «Ik ben niet geduldig genoeg»
    • U vergelijkt met andere kinderen van het gezin of van de klas en geraakt ontgoocheld.
    • Er komen spanningen in het gezin: elke ouder reageert soms anders op het probleem.

HOE BEKIJKT DE SCHOOL HET PROBLEEM? Al gezien?

  1. Stap naar de school. Soms aarzelen leerkrachten om ouders te contacteren of schamen ouders zich («Het komt wel goed») en gaat kostbare tijd verloren. Soms schatten de school en de ouders het kind heel verschillend in.
  2. Bespreek het probleem:
    • Het probleem is niet ernstig. Wat extra aandacht en hulp op school en een betere aanpak thuis lost al veel op.
    • Het probleem is ernstig en sleept aan. Ga samen met de leerkracht op zoek naar mogelijke oorzaken. Scheelt er wat met de werkhouding van het kind? Zijn er emotionele problemen? Is het niveau van de school of studierichting te hoog? Misschien heeft het kind één of andere leerstoornis (5 à 10% van de schoolbevolking heeft dyslexie, 2 tot 6% heeft hardnekkige rekenproblemen of dyscalculie)?

Beschuldig niemand: niet de leerkracht, niet het kind, niet uzelf

U ZOEKT HULP: Niemand kan toveren

  1. Leerkrachten zijn het best geplaatst om over leerproblemen van kinderen te praten. Op school hebben de verschillende leerkrachten van uw kind, de taakleerkracht in de basisschool, de CLB-medewerker, directeur, klasleraar ieder hun eigen deskundigheid, hun eigen inbreng. Ook ouders zijn deskundig. U kent uw kind. Probeer samen te overleggen. Heel wat scholen volgen leerlingen op een systematische wijze op met een leerlingvolgsysteem. Dat betekent dat ze kinderen met leer- of andere problemen vlug signaleren. Wat loopt er fout? En waarom? Ze stellen een diagnose vast en komen in overleg met de ouders en het kind tot een handelingsplan.
  2. Stel samen een handelingsplan op:
    • Wat kan de school doen, wie doet het en wanneer? (Extra oefeningen, hulpmiddeltjes in de klas, hulp van de taakleerkracht, bijles)
    • Wat kunnen de ouders thuis doen? (Wat kan het gezin nog aan?)
    • Welke extra hulp zoeken we buiten de school? (Het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB), logopedist, kinderarts, Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg) Overleg en samenwerking met ouders en school is ook hier nodig.
    • Wanneer zien we elkaar terug? (Hoe loopt het plan, moeten we niet bijsturen?)
  3. Zorg dat het actieplan ook duidelijk is voor uw kind. Laat hem of haar regelmatig mee beslissen. Geef uw kind het gevoel dat de situatie onder controle is.
  4. Hou de communicatie met de school open: blijf praten en blijf luisteren (wat zijn de vorderingen, hoe reageert het kind op de aanpak, hoe voelt het zich erbij, groeit zijn zelfvertrouwen?).
  5. Verwacht geen wonderen van welke behandeling dan ook. Als leerproblemen het gevolg zijn van ernstige leerstoornissen (dyslexie of dyscalculie bijvoorbeeld) kan je dat niet zomaar oplossen. Je kan het kind wel een aantal middelen aanbieden waarmee het zichzelf kan behelpen.
  6. Hou alle verslagen en attesten bij, vraag de school of het CLB een verslag te maken over de eindsituatie. Leg die ook voor als het kind naar een ander jaar of andere school gaat.

LEERPROBLEMEN BEHEERSEN UW GEZIN: 5 tips

  1. Zorg dat uw extra-hulp niet tot spanningen leidt. Word geen leerkracht, maar blijf op de eerste plaats ouder. Maak het rustig en veilig thuis. Dat komt ten goede aan alle kinderen (met of zonder leerproblemen). Zorg thuis voor evenwicht tussen ontspanning en inspanning.
  2. Leerproblemen mogen het gezin niet overheersen. Maak tijd voor het probleem, maar stel tegelijkertijd grenzen aan je beschikbaarheid.
  3. Praat met de andere gezinsleden over de leerproblemen en de gevolgen. Praat niet altijd óver het kind, maar ook mét uw kind. Geef het vertrouwen. Maak het niet wijs dat een leerprobleem zonder inspanning verdwijnt.
  4.  Zoek steun bij andere ouders van kinderen met leermoeilijkheden.
  5. Stimuleer uw kind in wat het goed kan: turnen, muziek maken, voetballen Leven is meer dan schoolleren alleen.

Leestips leermoeilijkheden

Dankzij Villa Kakelbont - Nationaal Centrum voor Jeugdliteratuur vzw - Meistraat 2 - 2000 Antwerpen - tel: 03/202.83.58 - site www.villakakelbont.be

  1. Juut / Karen Hesse, Averbode, 1999
    9+
    Juut is negen en de middelste van een gezin met vijf dochters. Ze heeft het niet gemakkelijk: haar familie heeft het niet breed, en zijzelf is dyslectisch. Toch is ze in haar element als ze bezig is met de dingen die ze kan. Een toegankelijk en prettig verhaal.
  2.  Een prijs voor de hanenpootkampioen / Anne Fine, Fontein, 1997
    10+
    In zijn nieuwe school leert Stijn Joop kennen. Joop heeft het moeilijk met taal en rekenen. Stijn verzint allerlei trucjes om Joop te helpen, maar op sommige vlakken heeft Joop helemaal geen hulp nodig, integendeel… 
  3. Slimoor / Luc van Tolhuyzen, Davidsfonds/Infodok, 1998
    10+
    Felix voelt zich een domoor, vergeleken bij zijn slimme broer Gil. Dat hij dyslectisch is en naar een speciale school moet - die hij al op voorhand verafschuwt - versterkt dat gevoel nog. Maar het loopt anders dan verwacht…
  4.  Joey slikte zijn sleutel in / Jack Gantos, Lannoo, 1999
    13+
    Joey is een hyperactieve jongen, en dat maakt het voor hem bijzonder moeilijk om zich te concentreren. Een sympathiek boek, dat begrip wekt voor wiebelkinderen. Het vervolg, Joey gaat uit de bocht, verschijnt binnenkort.

Dit is de vijfde bijdrage van De Eerste Lijn. Ongeveer één op vier kinderen heeft leerproblemen, maar eigenlijk zit elk kind wel eens met een probleem. Deze bijdrage kan u misschien helpen. Hou ze bij. Op pagina 7 vindt u een lijstje met interessante lectuur. Meer over leerproblemen kan u vinden op de internetsite van Klasse: www.klasse.be/archieven en in de bibliotheek bij het SISO-nummer 464 (Leerstoornissen). Zin in een boek? Een tip: «Als leren pijn doet» van W. Hellinckx en P. Ghesquière - Garant - 795fr.

Deze tekst kwam tot stand in samenwerking met leerlingen, ouders, leerkrachten, het CLB en andere specialisten.

http://www.klasse.be/ouders/help/43

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Webmaster om 19:28 Reageer op dit bericht

2e Themabijeenkomst over: De vroege hechting van baby’s

LANDELIJKE Themabijeenkomst

 

Woensdag 25 november 2009

 

In de Martuskerk aan de Copernicusstraat 18 te Amersfoort.

 

 Drs. R. Verdult zal spreken over:

 

De vroege hechting van baby’s

 

Drs. R. Verdult is Psycholoog - Psychotherapeut en Babypsychotherapeut

 

Inleiding

 

In de klassieke hechtingstheorie wordt het begin van hechting gesitueerd in het vierde kwartaal van het eerste levensjaar. Er zijn echter steeds meer wetenschappelijke en klinische bevindingen die aantonen dat hechting veel vroeger begint, en wel vóór en tijdens de geboorte. Blauwdrukken voor latere hechtingspatronen worden tijdens het prenatale leven reeds gevormd. Het hechtingsgedrag dat zichtbaar wordt vanaf de bekende eenkennigheidsfase  heeft daarom een intense  voorgeschiedenis.  Onmiddellijk na de geboorte vertoont een baby  hechtingsgedrag;  hij verlangt naar het herstel van lichamelijk affectief contact  en hij is in staat signalen te geven om dit te bewerkstelligen.  De basis voor dit vroege hechtingsgedrag wordt gelegd in de prenatale relatie tot het lichaam en de psyche van de vrouw die hem  negen maanden gedragen heeft en met wie hij negen maanden in symbiose heeft samengeleefd . Het hechtingspatroon van de baby is herkenbaar aan zijn signalen, zoals hyper- of hypo arousal. Deze ‘arousal’-patronen, die samenhangen met de klassieke hechtingspatronen, kunnen in verband gebracht worden met de reacties van de baby op prenatale stress.

 

In zijn praktijk van babypsychotherapie werkt Drs. R. Verdult met baby’s waarbij deze vroege hechting verstoord is geraakt tijdens de zwangerschap of tijdens de geboorte. Het is een vorm van lichaamsgerichte psychotherapie waarin de baby de kans krijgt om zijn ‘verhaal’ te vertellen. Zijn lichaam is een groot expressief instrument waarmee hij uitdrukking kan geven aan zijn emotionele belastingen. De behandeling bestaat uit het herbeleven van de zwangerschap en van de geboorte.

 

In deze voordracht komen aan bod: de geschiedenis van vroege hechting, de hechtingssignalen van baby’s, verstoringen van hechting tijdens de zwangerschap door prenatale stress en tijdens de geboorte door medische interventies, babypsychotherapie als vorm van traumatherapie.

 

Drs. R. Verdult  (°1953) studeerde ontwikkelingspsychologie aan de universiteit van Groningen. Hij volgde een opleiding cliëntgerichte psychotherapie. In begin negentiger jaren raakte hij geïnteresseerd in prenatale psychologie en met name de vroege hechtingsrelaties van foetussen en baby’s. In Zwitserland  volgde hij  een opleiding tot prenatale psychotherapeut voor volwassenen en baby’s bij William Emerson en Karlton Terry. Hij werkt samen met zijn partner Gaby Stroecken in zijn eigen psychotherapiepraktijk met volwassenen en baby’s van 1- 18 maanden. Hij is lid van de adviesraad van de ISPPM (International Society of Prenatal en perinatal Psychology and Medicine).

 

PROGRAMMA

 

18.30-19.15 uur                         Ontvangst met koffie/thee

 

19.15 uur                    Welkomstwoord

door de heer G. van der Weide, voorzitter van De Knoop

 

19.30 uur                      Inleiding door Drs. R. Verdult  

‘De vroege hechting van baby’s’

 

20.30 uur                      Pauze

Gelegenheid tot het opstellen van vragen en bezoek aan de informatiestand van ‘De Knoop’

 

21.00 uur                      Beantwoorden van de vragen en mondelinge gedachtenwisseling

 

ca. 22.00 uur                 Afsluiting

door de heer G. van der Weide.

 

 

Aanmelden

 

U kunt zich tot vrijdag 20 november 2009 aanmelden door middel van het (bijgevoegde) inschrijfformulier.

 

De toewijzing van aanmeldingen vindt plaats op volgorde van binnenkomst. Na ontvangst van zowel de betaling als het inschrijfformulier voor vrijdag 20 november 2009 ontvangt u uiterlijk maandag 23 november 2009 per email een bevestiging van inschrijving en tevens uw toegangskaart(en).

 

Toegangsprijs

 

De entree bedraagt € 12,50, inclusief koffie of thee.   

Voor de leden van De Knoop is de toegang gratis.

 

Locatieadres

 

De landelijke thema-avond wordt gehouden in de: Martuskerk aan de Copernicusstraat 18 te Amersfoort. 

 

Informatiestand

 

De informatiestand van De Knoop waar brochures, lezingen en boeken te koop zijn tijdens de bijeenkomst.

 

Routebeschrijving en parkeren

 

Voor een route beschrijving kunt u ook terecht op: http://www.routenet.nl/

Op de Leusderweg kunt u vrij parkeren bij de winkels. Ook is er parkeerruimte op het Juliana van Stolbergterrein,

 

Openbaar vervoer

 

Voor informatie over vertrek en aankomsttijden van het openbaar vervoer kunt u terecht op: http://www.9292ov.nl

 

Wij hopen u op 25 november 2009 te mogen begroeten.

 

Houdt U er wel rekening mee dat wij stipt op tijd beginnen.

 

Wilt u zo vriendelijk zijn deze uitnodiging en het inschrijfformulier te verspreiden binnen uw organisatie.

 

De uitnodiging en het inschrijfformulier kunt u ook vinden op de website: http://www.deknoop.org

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Webmaster om 15:34 2 reacties Reageer op dit bericht

Campus voor probleemjeugd in Amsterdam-West

2009
Jeugdzorginstellingen Spirit en Altra en de Esprit Scholengemeenschap maken plannen voor een campus voor probleemjongeren in Amsterdam-West. De campus moet vijftig ontspoorde jongeren van 12 tot 15 jaar twaalf uur per dag onderwijs, zorg en vrijetijdsbesteding bieden. De doelgroep bestaat uit jongens en meisjes die veel spijbelen, leerachterstanden hebben en soms ook crimineel zijn. Ze kunnen zowel door de rechter naar de campus worden gestuurd als vrijwillig deelnemen voor een periode van een half tot maximaal drie jaar.
De eerste drie maanden zijn de jongeren twaalf uur per dag op de campus, later kunnen ze wel buiten de deur op school gaan. Het project kost 45 duizend euro per jongere. Het project is alleen haalbaar als het rijk mee betaalt. Minister André Rouvoet voor Jeugd en Gezin beslist daar waarschijnlijk volgende maand over.
Bron: Het Parool, 18 april 2009

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Webmaster om 21:32 1 reactie Reageer op dit bericht

Agressieve kinderen kunnen niet goed verzoenen

'Agressieve kinderen' kunnen niet goed verzoenen


Ruzies tussen kinderen met agressieve gedragsproblemen duren vaak lang en lopen sneller uit de hand. Dit komt door het onvermogen van deze kinderen om te verzoenen. Ze wijzen verzoeningspogingen vaak af.
agressieve kinderen, gedragsproblemen, verzoening

Dat concludeert dr. Maaike Kempes die aan de Universiteit Utrecht onderzoek doet naar agressie en conflicthantering. De onderzoekster publiceert hierover in het wetenschappelijke tijdschrift Behaviour.

In haar onderzoek liet Kempes kinderen op reguliere scholen en agressieve kinderen in het speciaal onderwijs met kinderen uit hun klas spelen, waarbij ze kleine conflicten uitlokte.

De agressieve kinderen blijken niet vaker conflicten te hebben dan kinderen op reguliere scholen, maar de conflicten die tussen de kinderen ontstaan, duren langer en lopen vaker uit de hand. Dit lijkt te komen door hun onvermogen om te verzoenen.

De onderzoekster stelt: "Verzoening is een belangrijke manier om de negatieve effecten van agressie te verminderen. Het afwezig zijn ervan kan bij agressieve kinderen de reden zijn dat hun agressie als abnormaal wordt ervaren."

Ongeveer 5 procent van de kinderen heeft een agressieve gedragsstoornis.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Webmaster om 16:18 Reageer op dit bericht

Wat is er voor nodig dat het thuis goed blijft gaan met Dylan?

Eerst op eigen kracht

Geplaatst: 09 januari 2009 18:50, laatste wijziging: 09 januari 2009 18:59

Bron: Nederlands Dagblad

door Maarten Vermeulen

Wat is er voor nodig dat het thuis goed blijft gaan met Dylan? Een indringende vraag over een jongen die na vijf jaar verblijf in een jeugdinstelling terugkeert naar huis. Zet er een legertje zorgverleners omheen, dan komt het vast goed. Maar dat is duur en kan altijd nog, eerst mag de familie het zelf proberen. Met een eigenkrachtconferentie.

Het is feest, want Dylan is weer thuis. Alsof na vijf donkere jaren het licht weer aangaat. Want het was zwaar geweest, vertelt zijn vader. ,,Ik ben drie banen kwijtgeraakt door die uithuisplaatsing.''

Naast Dylan zit zijn moeder. Ze moest zelf ook veel problemen overwinnen, de afgelopen jaren. ,,Ik gaf hem nooit aandacht, zat alleen maar achter de televisie. Ik kon me niet uiten.''

En Dylan? Hij speelt met zijn mobiele telefoon. Hij wilde zelf naar huis, al mocht hij ook naar een begeleidwonenproject. ,,Maar ik ben al zo lang weggeweest.''

Ze hebben de hereniging gevierd, een paar weken geleden. Maar de problemen zijn niet zomaar voorbij. Dat de terugkeer van Dylan tegen de wens van de gezinsvoogd inging, zegt genoeg. Het rommelt al jaren in het gezin, want ook de oudere broer van Dylan kwam in aanraking met jeugdzorg. Waarom ging het mis met Dylan? Er waren problemen, zegt hij. ,,Wat meer dan in een gemiddeld gezin'', vult zijn vriendin aan. Ze zijn onafscheidelijk. Ze ontmoetten elkaar bij het jongerencentrum in het dorp, tijdens een weekendverlof van Dylan. Er was ruzie, veel ruzie, en soms bleef dat niet bij woorden. ,,Een moeilijke periode'', zegt zijn vader. ,,Het liep niet zoals het moest.''

Dylan kwam zelf met het idee van een eigen­krachtconferentie, om te voorkomen dat het weer mis zou gaan. Zo kwam coördinator Bettine Cleophas in beeld. Ze is niet de zoveelste hulpverlener. Sterker nog, ze heeft eigenlijk niets te maken met het gezin. Ze regelt alleen de praktische kant van de bijeenkomst, gestoeld op een oeroud Maori-gebruik: problemen los je op met behulp van familie.

De eigen kracht conferentie is bezig met een opmars in Nederland. Het begon ooit bij een vernieuwing van de jeugdzorg in Nieuw-Zeeland en sinds 2001 komen ook hier familieleden, vrienden en directbetrokkenen samen in klaslokalen, buurthuizen of kerkzaaltjes om te praten over jongeren zoals Dylan.

Iedereen kan een conferentie aanvragen: jeugdzorg, de wijkagent of iemand uit het gezin zelf. De Eigen Krachtcentrale regelt dat er een coördinator komt, die betaald wordt uit subsidiegeld van de overheid en particuliere fondsen.

Een duidelijk omschreven vraag staat centraal, waarna het gezelschap onderling afspraken op papier zet. De coördinator en eventuele gezinsvoogden zijn alleen in het begin en na afloop aanwezig. Dat werkt, mensen blijken verrassend zelfredzaam als ze zelf de regie krijgen.

Dylans vader verwacht veel van de bijeenkomst, vooral wat betreft de afspraken. ,,Hij heeft een stok achter de deur nodig'', zegt hij. ,,Ik maak ook fouten, wie niet? Ik heb moeite met sorry zeggen. Maar ik heb veel steun aan God. Ik zag laatst een meikever op de muur bij het kranten rondbrengen, voor mij een teken dat God erbij is.''

Ook voor zijn broer werd al eens een conferentie gehouden, een paar jaar geleden. Dat was een mislukking. ,,Ik hield me niet aan de afspraken, omdat anderen hun beloften niet nakwamen'', zegt hij er zelf over. Het komt doordat hij zo gesloten is, vindt zijn vader. ,,En het is allemaal geestelijke strijd. Satan zit niet stil.'' Dylans moeder schudt haar hoofd: ,,Het voelt als falen, we kunnen het niet alleen.'' Falen? Haar man gaat rechtop zitten. ,,Ik kom zelf uit een gezin waar alleen maar ruzie was, nooit een arm om je heen. Ik ben blij met elke ondersteuning.''

Al jarenlang hulp vanuit de kerk

Een paar weken voorafgaand aan de bijeenkomst, gaat coördinator Bettine Cleophas op pad met het lijstje genodigden dat Dylan zelf heeft samengesteld. Iedereen krijgt een bezoekje thuis, waarbij ze uitlegt wat een eigenkrachtconferentie is, wie er allemaal komen en wat de hulpvraag is.

Manuela, een vriendin van Dylan, hoeft niet lang na te denken. Het is nota bene de derde keer dat ze wordt uitgenodigd voor een conferentie. Ze heeft best veel vrienden met problemen, zegt ze. ,,Maar ik had niet gedacht dat Dylan mij zou vragen. Sinds hij uit huis werd geplaatst, hebben we niet zoveel contact.'' Wat later wordt duidelijk dat er meer banden zijn dan eerst gedacht. ,,O ja, zijn nichtje is mijn pleegzusje.''

Later op de avond zit Bettine op de bank bij een oudste van de baptistengemeente waarvan de ouders van Dylan lid zijn. Hij kent het gezin van dichtbij. ,,Vanuit de kerk wordt al jarenlang geprobeerd hulp te bieden. Het gaat moeizaam.''

Inhoudelijk commentaar wimpelt de coördinator af. Zij wil niet weten of de ouders de zwakke schakel zijn en bemoeit zich niet met meningen daarover. ,,Ik richt mij op de organisatie van de bijeenkomst.''

De oudste gaat op de uitnodiging in, maar wil wel weten hoe vrijblijvend de conferentie is. ,,Dylan wil het zelf'', zegt Cleophas. ,,Ja, natuurlijk kan hij over een maand de stekker eruit trekken. Soms gaat het mis.''

Een paar weken later, op een zaterdagmiddag, druppelen ze allemaal de aula van een plaatselijke basisschool binnen. Er is vlaai en koffie. In totaal veertien mensen, onder wie een oom en tante en de ouders van Dylans vriendin, zitten in een kring rond een paar tafels. De gezinsvoogd legt uit waarom Dylan destijds uit huis is geplaatst. Ook herhaalt ze dat ze geen voorstander is van zijn terugkeer naar huis, maar ze belooft dat ze zal instemmen met het plan dat vandaag gemaakt wordt. De ondertoezichtstelling loopt binnenkort af omdat Dylan achttien wordt.

Na drie kwartier verlaten de gezinsvoogd en coördinator Cleophas de ruimte. Nu is het gezelschap zelf aan zet. Een keer wordt een korte rookpauze ingelast en om vijf uur zijn ze klaar. Op tafel ligt een vel met afspraken waar iedereen zich in kan vinden. ,,Er is vooral gesteggeld over uitgaan'', zegt Dylans vriendin. ,,Zijn vader wilde uiterlijk een dag van tevoren weten of hij nog weg zou gaan, maar dat kan natuurlijk niet.''

Er is een compromis gevonden, blijkt uit het plan. Dylan en zijn broer moeten vertellen wanneer ze uitgaan, maar hun ouders mogen hen niet meer tussendoor opbellen. Ook is afgesproken dat Dylan en zijn vader in geval van een conflict iemand bellen uit het netwerk. Verder gaat Dylan om half elf 's avonds slapen en moet hij 's ochtends zijn eigen lunchpakket maken, zijn vader smeert de boterhammen voor het ontbijt.

Overigens blijft er hulp van buitenaf, want Danny gaat proberen of hij tot zijn 21e begeleiding kan krijgen van Bureau Jeugdzorg. Een eigenkrachtconferentie betekent namelijk niet dat een familie alles zelf moet doen, soms is de uitkomst dat ze het juist niet zelf kunnen.

Na afloop van de bijeenkomst is er soep en liggen er broodjes knakworst. ,,Een mooi concreet plan'', zegt Cleophas tevreden. ,,Er zijn conferenties waarin de emoties hoog oplopen, hier kunnen we in harmonie met elkaar eten.'' Dylan ziet eruit alsof hij op een verjaardagsfeestje is. Hij staat naast zijn vriendin. Relaxed bijt hij in een broodje.

Ik zit de hele dag thuis, dan ga ik me ergeren

Ruim anderhalve maand na de conferentie gaat het nog steeds goed, zegt Dylans moeder door de telefoon. Hij gaat weer naar school, voor het eerst sinds bijna een halfjaar. Vier dagen werken, een dag leren. Ja, ze ziet de toekomst hoopvol in. Tenminste, als ze even niet denkt aan die uitbarsting van vorige week. Dylan was al de hele dag chagrijnig en hij ontplofte toen zijn vader een kribbige opmerking maakte. Ineens vloog er een dreigement door de huiskamer, iets met neersteken. ,,Dylan is een paar dagen naar zijn vriendin gegaan. Daarna hebben we het netjes uitgepraat.''

Het had alles te maken met een conflict over geld, blijkt als Dylan zijn kant van het verhaal vertelt. Zijn broer had het aan hem gegeven en wilde het ineens terug. Het gaat stroef tussen hen. Een gevaarlijke stroefheid, want dat was medeoorzaak van de uithuisplaatsing, vijf jaar geleden. Ze hebben tijdens de eerste evaluatiebijeenkomst over het eigen krachtplan afgesproken niks meer aan elkaar te lenen of te geven. Bij die vergadering was een deel van het 'netwerk' aanwezig. Over twee maanden is de volgende.

,,Ik ben blij dat ik weer naar school kan'', zegt Dylan. ,,Anders zit ik de hele dag thuis, en ga ik me aan de rest ergeren.''

Volgens zijn vriendin is de invloed van de conferentie nog steeds merkbaar. Er wordt meer gepraat. ,,Dat werkt beter dan messentrekken.''

Zonder afspraken op papier zou er niks van komen, denkt Dylan zelf. ,,Alleen mijn broer houdt zich er niet echt aan. Hij moet ook helpen in het huishouden. Mijn vader is nog steeds bezorgd over uitgaan. Hij is bang dat ik drugs ga gebruiken. Daarover hebben we gepraat.'' Familie spreekt in zaaltjes af hoe het verder moet in probleemgezin

Minder zorg na conferentie
Uit onderzoek van de Vrije Universiteit blijkt dat bij probleemgezinnen die een eigenkrachtconferentie houden, het aantal zorgpunten veel sneller afneemt dan in gezinnen met vergelijkbare problemen zonder conferentie. Ook verblijven kinderen langer bij familie of elders in het netwerk, zijn betrokkenen meer tevreden over hun sociale contacten en hebben ze minder behoefte aan professionele ondersteuning. Steeds meer jeugdzorginstellingen maken gebruik van de eigenkrachtmethode.

Dit jaar start een pilot bij een aantal Centra voor Jeugd en Gezin die de conferentie gaan aanbieden voordat hulpverleners een plan maken. Bij Bureau Jeugdzorg in Overijssel werd hiermee al met succes geëxperimenteerd.

http://www.nd.nl/artikelen/2009/januari/09/eerst-op-eigen-kracht

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Webmaster om 23:40 Reageer op dit bericht

Ik vermoed dat mijn dochter ADHD heeft

Ik vermoed dat mijn dochter ADHD heeft

We vermoeden dat mijn dochter (4) een gedragsstoornis heeft. We zijn naar een Centrum voor Ontwikkelingsstoornissen geweest, maar staan op een wachtlijst van anderhalf jaar. Ik denk zelf aan ADHD of een variant ervan, maar op den duur denk je van alles. Wat zijn haar toekomstperspectieven? Kan ze naar een normale school? Kan ze hogere studies aan?

Niet voor niets spreken we over 'uitdagend gedrag' van kinderen. Uitdagen staat hier niet alleen voor het aandachtszoekende van het kind, maar ook voor de letterlijke uitdaging die het inhoudt voor ouders: het steeds weer op zoek gaan naar het goede in het kind, naar inspiratie om gepast en ongepast gedrag van elkaar te onderscheiden. Heel wat normale kleuters vertonen gedrag dat aan ADHD doet denken, omdat het de leeftijd is waarop zij nog volop leren controle te krijgen over hun gedrag.

Het is dan ook niet zo eenvoudig om de diagnose te stellen in de jonge leeftijdscategorie. Jonge kinderen zijn een bron van energie, ze leggen de basis voor de ontwikkeling van hun gevoelens, hun denken, sociale contacten. Het is goed dat je alert bent voor de goede start van je kind in het leven, maar het is zeker een brug te ver daar al met pessimisme naar te kijken. Soms heeft wat je ziet te maken met de aanleg van je kind; op andere momenten zijn het reacties op stress of verwachtingen uit de omgeving die meer bepalend zijn. Een vierjarige heeft in elk geval nog veel te leren van de informatie die ze krijgt van haar ouders. Jonge kinderen zoeken aandacht, maar ook steun en warmte. Zij hebben ouders nodig die hun noden kunnen lezen en die er met zorg op reageren. Door dagelijks op elkaar in te spelen, schaaft het leven aan de ontwikkeling van je kind, maar ook aan de band tussen jullie beiden. Zelfs al zou je kind een ernstig probleem hebben, dan nog wordt heel veel bepaald door een gezonde kijk van de volwassenen eromheen, de inspanningen die zij doen om de kar op het goede spoor te houden met hoop op een goede afloop. Dat is niet altijd gemakkelijk, en we kijken tegenwoordig misschien wel wat te veel naar wat níet goed gaat bij kinderen. Veel te snel vraagt men zich af of het om ADHD, autisme of andere stoornissen zou gaan. We moeten grondig en vooral lang genoeg blijven kijken naar wat ieder kind in zich heeft aan beschermende factoren. Ouders die hun kind graag zien, er veel mee praten en spelen, samenwerken met de school: het helpt allemaal om vast te stellen dat het met veel kleuters uiteindelijk beter gaat dan men op een bepaald moment dacht.

Het omgekeerde houdt een risico in: als volwassenen de hoop verliezen en zich overspoeld voelen door het moeilijke gedrag van hun kind, dan ontstaan er gevaarlijke vicieuze cirkels. Ouders kunnen geholpen worden met trainingen waarin ze leren om moeilijk gedrag te stoppen of om te buigen. En sommige kinderen zullen geholpen worden via een opname. Vast staat dat in gezinnen van kinderen die een moeilijk gedrag hebben, er ook kans is dat de ouders onder meer stress leven. Ze lijden onder het feit dat Jan en alleman hun advies geeft, terwijl ze het gevoel hebben er alleen voor te staan. Daarom dat ouders zoals jullie vooral nood hebben aan vrienden en familie. Geïsoleerd raken met je moeilijke kind omdat niemand in de familie het nog leuk vindt jullie erbij te hebben, is een heel dramatisch gevolg. Blijf dus geregeld een feestje bouwen.

Een jong kind met moeilijk gedrag is een uitdaging voor ouders en professionelen. We moeten goed kijken naar het geheel: de ontwikkeling van het kind, de ouders, de school. We evalueren wat behoort tot normale ontwikkeling en wat afwijkt. Stellen we nadien behandeling voor, zal dat ook steeds inhouden dat we kinderen én ouders steunen. Het versterken van de positieve en weerbare vaardigheden staat daarbij voorop.

Je bij een normaal begaafde vierjarige afvragen of die later hogere studies aankan, is een vraag waarvan ik hoop dat ze je leven niet bepaalt. Het klinkt misschien simpel, maar in deze kersttijd is het geen luxe om er nog eens aan te herinneren: wat we kinderen toewensen, is te evolueren tot wijze en gelukkige mensen die hun mogelijkheden willen gebruiken om op een positieve manier deel te nemen aan de wereld. Welk studieniveau dat inhoudt, wijst zich wel uit.

http://www.nieuwsblad.be/GT/Index.aspx?genericId=365&articleId=GFV248O8C

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Webmaster om 20:57 1 reactie Reageer op dit bericht

6 op 10 Nederlandse ouders zoekt hulp bij opvoeding

6 op de 10 ouders in Nederland vraagt hulp bij de opvoeding van de kinderen. Tegelijkertijd zijn 94 procent van de ouders tevreden over het verloop van de opvoeding.

Problemen

Een derde van de ouders met een partner heeft zorgen over de opvoeding, tegenover 55 procent van de eenoudergezinnen. Eenoudergezinnen maken zich vooral zorgen over emotionele problemen, gedragsproblemen en ongehoorzaamheid. 1 op de 10 ouders zegt het ouderschap niet aan te kunnen. Allochtone ouders zeggen meer moeite te hebben met de opvoeding dan autochtone ouders. Beide groepen zijn even tevreden over het verloop van de opvoeding.

Geen bemoeienis

Ouders die hulp zoeken richten zich vooral tot consultatiebureaus, huisartsen, leerkrachten en kinderopvangmedewerkers. Van de ouders die geen hulp of advies zoeken, 40 procent, geeft een vijfde aan geen bemoeienis van anderen te willen. Andere redenen zijn dat de zorgen minder groot waren dan verwacht, of dat zelf een oplossing is gevonden. (novum/ep)
03/12/08 12u04
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Webmaster om 22:44 Reageer op dit bericht

Zorgmap voor ouders van kinderen en jongeren met ADHD

ADHD is een stoornis met veel dimensies die vraagt om een veelzijdige aanpak. Opvoeders, hulpverleners, therapeuten, kind en ouders hebben allemaal iets bij te dragen. Het is belangrijk dat ze dat samen doen, in onderlinge verstandhouding en met begrip. Het zorgboek brengt informatie uit diverse disciplines en invalhoeken samen en is daardoor een kruispunt van gebundelde kennis.

Het boekje bestaat uit 4 delen. Een luik rond diagnostiek, medische zorg, niet-medische zorg en zorg op school. In het boekje staan tips en aandachtspunten bij het installeren en opvolgen van de zorg voor het kind met ADHD. Tegelijk kan het boek gebruikt worden als een persoonlijk dossier én centraal referentiepunt waarin de zorg vanaf diagnose tot de leeftijd van ongeveer 18 jaar kan worden geregistreerd Het is een persoonlijk logboek waarin de vele stappen van het groeiproces vanaf de diagnose tot de volwassenheid van het kind kunnen worden bijgehouden.


Bovendien start centrum ZitStil vanaf januari met een opleiding
‘zorgtrajectbegeleider’ voor professionele diagnostici en hulpverleners. De bedoeling is om in Vlaanderen een netwerk op te bouwen van professionelen, die ouders kort na de diagnose, kunnen verder helpen bij het organiseren van een kwaliteitsvolle hulpverlening. Hierdoor wordt tijd gewonnen én wordt een kwaliteitsgarantie ingebouwd. Via dit traject wordt geen nieuwe hulp geïnstalleerd, wel een persoonlijke wegwijzer aangeboden die snel en flexibel kan inspelen op de meest dringende zorgnoden van ouders.

 

http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=5877


Info: www.zitstil.be

 

http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=artperrub&c=205

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Webmaster om 20:17 Reageer op dit bericht

Meer van Leer en Gedragsproblemen

↑ Terug naar de berichten