4. Route


4. Route
Nu een paar items over het plannen van een route. Allereerst moet je een doel uitkiezen, in ons geval is dat het Erzgebergte. Dan weet je ook al de afstand,ruwweg zo’n 700 km. vanaf de grens Nederland/Duitsland. Kun je op twee manieren overbruggen, of in één dag -is makkelijk te doen, maar wel door gebruik van de Autobahnen-, de andere manier is in etappes. Dat is de keuze die wij hebben gemaakt. Nu ligt Eisenach niet helemaal op de helft, daarom leggen wij de eerste dag meer kilometers af dan de tweede dag. De eerste dag is in aanvang landschappelijk niet zo interessant, daarom kiezen we voor een deel voor de Autobahn, zodat we in de rest van de dag meer binnenweggetjes kunnen nemen. De kruissnelheid op de Autobahn zal rond de 125 km/h liggen. Ervaring heeft geleerd dat je op binnenwegen geen hoge gemiddelden haalt, ga maar uit van 60 km/h. Ook bij dagtochten moet je daarvan uitgaan. Weet je hoeveel uren je onderweg bent,is het een makkelijk rekensommetje om te weten hoe lang de route mag zijn. Of andersom. De netto rij-uren zijn niet hoog. Maar daarover later meer. Even weer terug naar het plannen van de route voor de heenweg. Ervaring heeft ook geleerd dat de tankbeurten zo rond de 200 km afgelegde weg ligt. Tankbeurten vragen tijd. Ben je met bv 10 motorrijders, kunnen er soms maar 2 of 3 tegelijk tanken, dan moet er eerst worden afgerekend voordat de anderen kunnen tanken. Even terzijde, het is het meest practische dat iedereen gaat tanken, want anders staat we over 100 km weer aan de pomp. (Ok,ok… Pan rijders halen de 400 km.. pfff…) De eersten gaan na het tanken een sigaretje roken of ijsje eten of sanitair, maar dat zullen de laatste ook wel willen. Dus tankbeurten duren vanaf de eerste tanker tot de laatste sigaret. Niks mis mee, maar vaak wordt die tijd onderschat en moet men aan het eind van de dag soms jakkeren. Een terrasje pikken onderweg is minstens zo leuk als motorrijden, ook de lunch moet z’n tijd gegund worden.
Je ziet dat de gemiddelde snelheid over de dag wel laag is, en zo ook de af te leggen afstand. Als je op dagtochten uitgaat van 300 km. heb je het goed gedaan. Niet gestressed maar lekker relaxed en van alles wat. Natuurlijk maakt het landschap ook veel uit, rijdt je de Stelvio-pas met z’n 48 Tornantis (haarspeldbochten)of een polderweg… ? Ja, ja, ik weet het CJIB…. De route op de tweede dag gaat door heel afwisselend landschap, het is een voortzetting van het laatste gedeelte van het eind van de eerste dag, en het wordt alleen maar mooier… Na het weer opzadelen van de bagage, nemen we zoveel mogelijk binnenwegen, en stoppen hier en daar om wat bij te praten en voor de liefhebbers om foto’s te maken. Om de stops elke 200 km. te houden is natuurlijk niet meer aan de orde. Verder is het onze insteek om niet te veel afspraken te maken, want het komt toch altijd anders. Wel moeten we paar fundamentele afspraken maken zoals rijden in een groep, omtrent veiligheid enz.
Spelregels mbt het rijden in groepen komt in een ander artikeltje.
Groeten,
Henk en Bé






