Toekomst


*
Toekomst

*
Houd moed
Hebr. 12:1-3
HartHet leven heeft mij dag aan dag
heel duidelijk doen blijken,
de mooiste dingen die je ziet ...
die zie je zonder te kijken,
ze blijven bij je bovendien,
want je hebt ze met je hart gezien!
Het Uwe en het mijne

Het Uwe en het mijne
'k Hield vast omsloten in mijn hand een schone edelsteen;
zo zuiver en zo schitterend vond ik er nimmer een.
Het was mijn eigendom, mijn schat, geschenk van God de Heer,
geen ander die 't bewaken zou, zo liefdevol en teer.
Doch zie – daar vroeg op zek're dag de Meester mijn juweel...
Ik smeekte Hem: “Ach, Vader, nee! Dat niet, dat is te veel!”
Toen sprak de Meester zacht tot mij: "Ik doe 't uit liefde, kind,
opdat gij eenmaal in mijn kroon het schoner wedervindt."
Ach Meester, 't is mijn grootste schat, mijn wond're diamant;
ik zal er trouw voor zorgen, Heer, met liefdevolle hand.
“Dat weet ik”, sprak Vaders stem, "maar als men rooft uw steen?”
Geen dief heeft ooit de drempel van mijn woning overschreên.
En waar uw dierbaar kleinood is, daar zal uw hart ook zijn,
uw schat is u slechts voorgegaan en straalt in zonneschijn.
God sprak – mij trof een diepe blik vol deernis, mild en zacht –
toen heeft Hij stil mijn kost'bre schat in veiligheid gebracht.
In 't vale, bleke morgenlicht, stond ik, verblind van smart,
en drukte toen de lege doos zacht schreiend aan mijn hart.
Toch sprak ik: “Meester, ik vertrouw op Uw onfeilbaar Woord:
ik weet dat nu mijn liefst bezit ons beiden toebehoort.”
Glimlach
.
.
Als .....

als achterom kijken
je pijn doet
als vooruit kijken
je bang maakt
kijk dan naast je
IK ben er altijd

Ons kind, Uw kind
O Here God, ons liefst verlangen,
dit kind van ons, dit liefdespand,
wij hebben het van U ontvangen,
wij geven het U in Uwe Hand.
Als U het zelf niet vast blijft houden,
nu het in onze handen is,
dit kind voor´t licht bestemt, hoe zouden
wij´t hoeden voor de duisternis.
Geef dat wij niets zozeer begeren,
als dat ons kind U kennen zal,
die U in Christus onze Here,
geopenbaard hebt eens voor al.
Geef dat het van ons leert te kijken,
naar Hem die ´t licht der wereld is,
en altijd meer op Hem gaat lijken,
een lichtglans in de duisternis.
Opdat het eens met ons mag wonen,
Heer, in Uw hoge, heilige stad,
als al wie Christus´stralend schone,
verschijning hebben liefgehad.
Spijt
.
.
Hij zegt niet
De Heer zegt niet, dat je maar niet moet huilen
Dat het er nu op aan komt, sterk te zijn
Hij weet toch Zelf wat zwakheid is, en pijn?
Mijn kind, zegt Hij, kom nu maar bij Mij schuilen
De Heer zegt niet, dat je maar niet moet vragen
En dat je flinker zijn moet dan je bent
Hij heeft toch Zelf óók het "waarom" gekend?
Mijn kind, zegt Hij, laat Mij maar helpen dragen!
Dien de Haan
Zondaar
.
.
Dank U wel
.
.
Psalm 119:114



U bent mijn Schuilplaats
en mijn Schild;
op Uw Woord
heb ik gehoopt.
Psalm 119:114

Knuffel
.
.
Jesaja 40:28-31

Een eeuwig God is de Heere,
Schepper van de einden der aarde,
Hij wordt noch moede noch mat,
Zijn verstand is niet te doorgronden.
Hij geeft de moede kracht en
de machteloze vermeerdert Hij sterkte.
Jongelingen worden moede en mat,
zelfs jonge mannen struikelen,
maar wie de Heere verwachten,
putten nieuwe kracht;
zij varen op met vleugelen als arenden;
zij lopen, maar worden niet moede;
zij wandelen, maar worden niet mat.
Jesaja 40:28-31

Vriendschap
.
.
Mattheüs 20:32
![]()
Jezus zei:
Wat wilt u,
dat Ik u doen zal?
Mattheüs 20:32
![]()
Vandaag
.
.
Psalm 86:11



Wijs mij Uw weg, HEERE,
laat mij wandelen op het pad
van Uw waarheid,
vervul mijn hart met ontzag
voor Uw Naam.
U, Heere, mijn God,
zal ik loven met heel mijn hart,
Uw Naam voor eeuwig prijzen.
Psalm 86:11
Vele vrienden
.
.
Wees niet bang




Wees niet bang, want Ik zal je vrijkopen,
Ik heb je bij je naam geroepen,
je bent van Mij!
Moet je door het water gaan Ik ben bij je;
of door rivieren je wordt niet meegesleurd.
Moet je door het vuur gaan
het zal je niet verteren,
de vlammen zullen je niet verschroeien.
