Even wat geschiedenis. Aangezien er in de Bronstijd waarschijnlijk van west naar oost een handelsroute over en langs de Rijn liep, wordt de Eldense polder onder Arnhem al heel lang bewoond. In het naastgelegen Meinerswijk hadden de Romeinen in elk geval een legerkamp.
In 855 wordt de plek Elti genoemd als bezit van de benedictijneradbij Werden. Vandaag de dag is dit klooster gelegen in een stadsdeel van de stad Essen in Duitsland. Missionaris Liudger, die in 777 zijn bekeringsactiviteiten begon in Deventer, zou het klooster in Werden gesticht hebben. Liudger voltooide in het gebied van de Friezen de werkzaamheden van evangeliepredikers als Willibrord en Bonifatius.
In het begin van de 14e eeuw kreeg de kapel van Elden de status van kerk: de Bonifatiuskerk. Vanaf 1395 staat het kerkje op de kerkenlijst van de Domfabriek in Utrecht. Veel van de kerkgeschiedenis is verloren gegaan. De huidige kerk stamt uit 1866, terwijl de toren nog uit de 15e eeuw stamt.
Het witte kerkje werd vernoemd naar Bonifatius, die de kerk van Rome in West-Europa vestigde en daarmee min of meer een culturele eenheid in dit gebied bewerkstelligde. De missie van Bonafatius was trouwens vrij agressief. In 723 hakte hij de heilige Donareik in Geismar in het huidige Duitsland om. Toen er geen wraak volgde van de vereerde goden, stapten veel Germanen op het christelijk geloof over.
Ach, er is niks mis met het christelijk geloof, maar dat door de kerstening de geesten van bomen zo uit beeld zijn verdwenen, vind ik intens spijtig. Jammer dat niet meer te achterhalen is of er ooit een heidense offerplek in Elden is geweest. Warrior Iadied
Nee, ik ben niet ziek geworden. Ik wil kort iets vertellen over de buikpijn die ik al jaren heb. Het begint 15 september 2009 met een acute buikpijn die eerst wordt geïnterpreteerd als een galsteenaanval, maar waar later enkel een darmkoliek uit te concluderen valt. Nou ja, enkel... pijnlijk en bizar genoeg In de jaren daarna heb ik rechts in mijn lijf altijd buikpijn: hevig of minder hevig, meer of minder uitstralend, maar werkelijk altijd. In Nederland maar ook daarbuiten.
Bloed prikken, meerdere echo's maken, de uitslagen zijn altijd goed: "Gal, lever en nieren functioneren uitstekend. Er is ook geen reden om iets ernstigers te veronderstellen." Dan ga ik weer naar huis, gerustgesteld en in de war, want ik heb pijn. 's Avonds zit ik stijf rechtop in een leunstoel. 's Nachts word ik er wakker van, draaien in bed kan een ramp zijn. Op mijn werk wordt mijn bureaustoel nog maar eens opnieuw ingesteld. 'Zou het aan het vele werken achter de computer kunnen liggen?' Langzaam maar zeker komen er meer symptomen bij; mijn rechterheupbeen lijkt aan de bovenkant te ontsteken, mijn rechterribben doen pijn.
Er komen geen antwoorden. Nee, ik heb geen last van verstopping. Ja, ik heb een normale regelmatige dagelijkse stoelgang. Ja, een keertje aambeien, maar dat is ook zo weer over. Nee, geen last van winderigheid. Er lijken geen ophelderende antwoorden te komen. Vervolgens krijg ik last van mijn rechterbovenbeen. Bobbels in de achterste spier. Via de huisarts naar een fysiotherapeut. Oefeningen om de buikspieren te versterken en diepe massages die de verdikkingen weten weg te werken. Een, twee dagen geen pijn in mijn been en tralalala daar voel ik de steken en scheuten weer. Met behulp van een goede Shiatsu-therapeut is de pijn dragelijk. Maar waardoor ontstaan deze verklevingen? "Het lijkt wel of er 'vuil' in mijn been zakt."
Ook de Andere Werelden betrek ik in 'mijn ellende'. In WEDERWAARDIGHEDEN doe ik hier verslag van; op 6 januari 2012 ga ik verbouwereerd door de bekeuring in Groesbeek 's avonds laat naar Dekkerswald en daar stel ik Maria de volgende vraag: "U zei dat ik Vragen kon stellen als ik ze had. Ik heb een Vraag die ik nu wil stellen. Ik heb al lange tijd Pijn in mijn Rechterheup en -been. Kunt U die Pijn wegnemen? Dank U." Tss, wat geneerde ik me achteraf dat ik op deze wijze hoopte op een wonder.
26 maart 2012 ga ik voor de zoveelste keer naar het ziekenhuis... weer een echo. Ook voor de darmen deze keer. De echoscopist zegt dat dit niet kan, een echo voor de darmen. Met gal, lever en nieren is alles nog steeds oké. Gelukkig maar. Dan zegt hij: "Ik kan wel zien dat er heel veel lucht in de darmen zit." Zijn opmerking echoot nog dagen door mijn hoofd: 'Wat kan ik daar nu mee?' Warrior Iadied
In de meivakantie is het zover. Mijn Lief en ik vliegen naar La Palma naar de badplaats Los Cancajos. Wat wil ik graag aan de westkant van het eiland de kraterpijpen in Jedey 'De Klokkentorens' bezoeken en bekijken!
Op vakantie ontbijten we meestal in het hotel. Deze keer hebben we besloten om in het appartement te ontbijten. Ik heb wel eens een keer mijn geliefde ontbijtgranen 'Kellog's All-Bran Plus' - een vezelrijk ontbijtproduct met 85% tarwezemelen - meegenomen, maar deze keer niet. In een supermarkt in het badplaatsje schaf ik muesli aan.
Op 2 mei gaat mijn wens in vervulling. In Jedey beginnen we aan de beklimming van Vulcán Tajuya. We beginnen bij een parkeerplaatsje op 730 meter hoogte en klimmen en klimmen. Het zicht op Los Campanarios is geweldig. Warrior Iadied
We klimmen en klimmen, zonder hoogtemeter. Vanuit het vlakke Nederland zijn we het klimmen niet gewend en dus ben ik op 1078 meter zo moe dat ik braaf de met een groen-wit symbool aangegeven weg volg in plaats van dat ik de steenmannetjes bij een weggetje linksaf naar de krater van vulkaan Tajuya zie. Even later zijn de kraterpijpen niet meer te zien. Ik denk dat we om 'een heuvel' lopen, maar dit blijkt niet te kloppen.
Als ik de wandelgids achteraf nog eens goed bestudeer zijn we uiteindelijk op een hoogte van 1199 meter linksaf gegaan en hoog achter Los Campanarios langs gelopen. Tss, we gaan het nog een keer proberen!
Als we na de afdaling aan de andere kant van Los Campanarios en idem van de Barranco de La Palma weer bij de auto zijn, trillen mijn beenspieren spontaan. Voor een oudere dame is dit blijkbaar een enorme beproeving... het voelt alsof ik mijn hele lichaam uitgeperst heb. Warrior Iadied
Ad foto: een van Los Campanarios. Zie je de grijze man met de hoed erin?
Op 3 mei wordt op San Miguel de la Palma, want zo heet het eiland volledig, gevierd dat het eiland tot Castilië, Spanje, is gaan behoren. Nou ja, is dat zo? Op 3 mei 1493 is de hoofdstad Santa Cruz de la Palma gesticht door Alonso Fernández de Lugo, en 3 mei is in de katholieke kerk de feestdag van het Heilig Kruis. Tja, geen nieuwe markt (Noviomagus), geen dam aan de Amstel (Amsterdam), maar een Heilig Kruis (Santa Cruz).
In plaatsjes en wijken aan de oostkant van het eiland worden op deze feestdag kruizen versierd. Meestal met witte stof en dan met de gouden sieraden van de vrouwen uit de betreffende gemeenschap. Er omheen wordt creatief vormgegeven aan een eigen thema. Oh, er staan vele houten kruizen langs de oude ezelpaden. Ik voel me verwant en ook een beetje verplicht aan dit feest want via het Fiesta de la Cruz ben ik bij Wim-del-Arte terecht gekomen, en via zijn fotoblog bij Los Campanarios, bij Hanuman en het Godenechtpaar Rama en Sita.
Mijn Lief heeft echter niet zo'n behoefte langs verschillende versierde kruizen te wandelen en zo aan het feest mee te doen. Hm, de laatste keer werd hij ziek toen wij langs de versierde kruizen liepen, en wat baalde hij van de automobilisten die van kruis naar kruis reden en in een lange file stonden te ronken. Eigenlijk is het ook een feest van de bevolking, het bevordert de hechtheid van de gemeenschap. Toeristen kunnen zoiets lijkt me enkel kapot maken.
Het kost me wat moeite, maar we komen overeen dat we gewoon gaan wandelen en dat we één kruis gaan bezoeken, een kruis dat we toevallig tegenkomen. Hm, dit is niet helemaal eerlijk want ik heb al aan vlaggetjes gezien dat er langs de weg die we gaan rijden een kruis versierd wordt. Het versierde Kruis van Botazo is met de Engelbewaarder achter het meisje en het jongetje een plaatje. Warrior Iadied
Aangezien Mijn Lief en ik de versierde kruizen laten voor wat ze zijn, worden we verrast door andere zaken. Op onze wandeling van Tijarafe naar Playa del Jurado (Strand van het Venster) treffen we bij een uitzichtpunt (Mirador del Barranco Jurado) de legende van Sint Brandaan: Aan de horizon, in het westen is soms het spookeiland San Borondon te zien!
Hm, in de zesde eeuw na Christus komt de zeevarende Ierse monnik Sint Brandaan, al zoekend naar het paradijs, op een bijzonder eiland terecht. Als hij er een vuur ontsteekt, begint de Aarde te beven. Geschrokken en angstig licht de monnik het anker om vast te stellen dat hij zijn kamp op de rug van een walvis heeft opgeslagen.
Tja, als ik zo'n legende lees vraag ik me altijd af hoeveel heidense elementen erin vervat zijn, en ook of en hoe het verhaal geduid zou kunnen worden. Thuis zal ik de legende eens bestuderen; lijkt me interessant. Warrior Iadied
Zaterdag 5 mei 2012, Bevrijdingsdag in Nederland, beklimmen we voor de tweede keer boven Jedey vulkaan Tajuya. En deze keer nemen we op 1098 meter de goede afslag naar links naar de krater. Mijn Lief beklimt een top aan de kant van Jedey terwijl ik me neerzet langs de kraterrand.
De rust en stilte hebben een ongekende intensiteit. Als Mijn Lief zich weer bij mij gevoegd heeft, besluit ik te proberen met de vulkaan contact te maken. Ik sluit mijn ogen en stem me af op de omgeving, dan begroet ik de vulkaan en stel me voor: "Goedemorgen Vulcán Tajuya, ik ben Thea, ooit Warrior genoemd. Ik ga niet iets specifieks vragen, maar misschien wil je me iets vertellen?" Het duurt even en dan zegt een voorbij zeilende Zware Stem: "Liefde is... ... ... zegenen!" 'Tja, zegenen... zegenen... ik praktiseer het al. Ik besef het.'
Dankbaar voor het vernomen Antwoord bid ik een Rozentientje, de Ring - van mijn Moeder - die ik draag, is daarbij behulpzaam. En dan realiseer ik me: 'Trekt mijn Buikpijn nu weg!?' 'Ja... ja... echt waar... het zal toch gebeuren... ja... ' Verbaasd open ik mijn ogen.
De buikpijn is weggebleven, ook na weken, en dat na jaren buikpijn. Heel dankbaar ben ik daarvoor. Naar La Palma gaan, is goed geweest. Kellog's All-Bran Plus eet ik ook niet meer, maar eerder heb ik dit tijdens vakanties ook gedaan en toen verdween de buikpijn niet. Lieve Vrouw zei later: "Mogelijk toch bijzondere energetische omstandigheden."
Tja, verstopten de ontbijtgranen mijn darmen toch? Hoopten zich daarachter gassen op. Is het dat? Maar waarom verdween de pijn dan niet bij andere vakanties? Bleef de lucht rechtsboven in een soort uitstulping in mijn darmen hangen? Werd de darmwand daar zo dun van dat er 'vuil' in mijn rechterbovenbeen zakte? Verdween de lucht uit mijn darm op 2 mei toen ik mezelf op de wand van vulkaan Tajuya zo inspande? Perste ik de lucht er toen toch uit? Niets gemerkt van winderigheid! Hoe dan ook in interactie met de Andere Wereld is de pijn verdwenen. Met dank aan Los Campanarios, Hanuman, Vulkaan Tajuya... en Maria. Ik voel me beschermd en geleid. Dankuwel! Warrior Iadied
Ad foto: mijn zicht op de krater van Vulkaan Tajuya op de plek waar de pijn verdween.
Lang heb ik getreuzeld met het beschrijven van Mijn Ervaring daar aan de kraterrand van vulkaan Tajuya. Als ik haar uiteindelijk op 15 juni 2012 beschrijf, krijg ik enorme buikpijn en diarree. Gelukkig pijn in mijn hele buik en niet enkel rechts. Is het zo spannend om deze Ervaring te delen? Waarschijnlijk, ik vind het ook niet meer dan logisch dat ik erdoor overdonderd ben.
Geniet trouwens nog erg van de foto's van mijn wandeltochten op La Palma. Een foto van Los Campanarios wil ik nog delen. Het is degene die ik de titel 'Converserende Reuzen' heb gegeven. Warrior Iadied
Vlak voor de terugreis tref ik een afgeschreven bibliotheekboek: De eenzame bruid. Echt een roman voor de terugweg in het vliegtuig.
Al lezend word ik getroffen door de volgende zin: 'Er zijn veiliger manieren om naar schoonheid en een heilige sfeer op zoek te gaan.'
Het geeft me te denken; ik ben nu helemaal naar La Palma gegaan en heb nieuwsgierig een berg beklommen. Hoe zou dit zitten in Nederland? Kan het gemakkelijker? Het idee vat post om in WEDERWAARDIGHEDEN gewoon de vredevolle plekken te gaan beschrijven. Hm, en meer contact met bomen te zoeken en van de interactie verslag te doen. Warrior Iadied
Putney, M.J. (2002). De eenzame bruid. Vianen: The House of Books, pg. 84.