|
Nostalgie
Als je ouder
wordt en je begint te dromen van vroeger, voel je binnen in je hart een zeker
spijt en een beetje weemoed met een verlangen naar de tijd van toen. Het is als
een film die draait. Je kijkt en bekijkt de film en je schudt je hoofd en fluistert
bij jezelf: “de tijd van toen, die komt niet meer terug.” de film rolt verder
en ik zie het ene tafereel na het andere: het vallen van de avond wanneer de
kat aan spinnen was rond de Leuvense stoof, de stoofpot een gloeiend hete
warmte uitstraalde, en door het spleetje in het deksel het vuur spookachtige
schimmen op het plafond schilderde, dat is allemaal verleden tijd. De centrale
verwarming zorgde voor een ommekeer.
Als je ouder wordt en je begint te dromen van vroeger dan denk je aan de
scharenslijper, je weet wel dat ventje die langs de straten liep met een
slijpsteen op een karretje en de messen ophaalde bij de mensen om ze dan
vlijmscherp op het juist adres terug te gaan afgeven. Ik zie hem nog altijd
zitten hoe hij met zijn beide voeten beurtelings op en neer bewegend die
slijpsteen in gang bracht. Wat zat dat ding in die tijd toch simpel en
vernuftig in elkaar. Het Is al lang uit het straatbeeld verdwenen.
Als je ouder wordt en je begint te dromen van vroeger dan zie je in je als in
een film hoe je voor een beetje zakgeld je vakantie doorbracht op het patattenveld,
bij de boer bonen ging trekken of ook nog op de hofstede wat kleine karwijtjes
opknapte. De ene dag was ook de andere niet en de ene boer was ook de andere
niet. De een was al vriendelijker dan de andere en sommige wat minder gierig
dan de andere. En toch, wij wisten van niets anders, leefden en speelden door
de dagen heen en maakten plezier, onbezorgd zoals kinderen en jongeren maar
kunnen zijn. Het is vandaag toch helemaal anders. Die onbezorgdheid van weleer
is er niet meer. De media hebben veel kapot gemaakt.
Als je ouder wordt en je begint te dromen van vroeger dan zie jezelf hoe je
voor wat schamele centen te strikken viel om alsmaar door hop te zitten plukken.
De boer telde dan telkens traag en netjes centje per centje neer, precies alsof
hij het ons niet gunde. Pas op, ze waren niet allemaal zo hé. De plukkers zijn
wel nog niet verdwenen. De hopfeesten zorgen ervoor dat dit soort bij lang nog
niet aan het uitsterven is. En ja, waar is de tijd van de tabaknaaiers?
Folklore geworden. Maar rokers zijn er nog altijd, zelfs de antireclame kan hen
niet tegen houden. En dan heb je nog een categorie van geldjoden die nu op een
andere manier, ander verslavend spul aan de man weten te brengen…jointjes,
canabis, vapen, de waterpijp… Tabaknaaiers, neen dat zie je niet meer enkel nog
op een oude postkaart of een vergeelde foto ergens diep achter in een schuif
van een oude commode op zolder.
Als je ouder wordt en je begint te dromen van vroeger hoe het tarwebrood zoveel
beter smaakte, omdat moeder er een kruisje op maakte. In die tijd dankte men nog
de Heer voor spijs en drank. Het kruisje is verdwenen op het brood. En dank
voor spijs en drank…? Brood? Is voor de meesten onder ons een normaal gegeven.
Het is zo vanzelfsprekend geworden dat we daarover geen verdere uitleg moeten
geven, laat staan danken voor iets dat dagelijks in alle winkels zo maar te
verkrijgen is en zo op de meeste tafels wordt opgediend.
Als je ouder wordt, stil in je knusse zetel zit te mijmeren en je ogen
dichtknijpt terwijl de film verder draait, dan zie ik die man terug die rondkwam
achter ‘konijnenvellen’. Het vel werd dan thuis bij hem binnenste buiten
gedraaid om te drogen en werd het opgespannen met een veer. En ondertussen kan
je dan ook nog eens genieten van de subtiele, warme en luxe zachtheid van een
konijnenvacht op je salontafel of kan je jezelf nog eens bewonderen met je
blote poep op een fluweelzacht konijnenvelletje. Meer luxe moest er toen niet
zijn. En de film draait verder. We zien een WC voorbijkomen, een plank met een
rond gat en denken spontaan terug aan het ‘toiletpapier’. Wat zeg ik, de ‘Poperingenaere’
zorgvuldig in gelijkmatige stukjes gesneden, kwestie van zuinig te zijn, dat
was het papier om na de grote boodschap onze kont proper te maken. Gelukkig zie
je dat niet meer. De nostalgie is meteen ook verdwenen. Zie daar stapt nu een
paard door het dorp. Het tafereeltje doet me glimlachen: een boer met paard en
kar en daarachter een paar snotjongens met ‘vuilblik’. Paardenmest was ideaal
voor de groenten uit de tuin. Maar waar zijn de paarden nu gebleven en waar zie
je nu nog paardenmest. Alleen nog als de toeristische huifkarren voorbijkomen.
Paardenmest is folklore geworden. Wacht maar, straks is er de Ommegang en de
hoppestoet, paarden genoeg en paardenstront ook. Het is nog niet allemaal verdwenen.
En terwijl we nu toch over str… bezig zijn, weet je dat men de ‘aalput’ voeger
met een aalschepper lepel na lepel uitgeschepte in een ton die dan met een
kruiwagen naar het land werd gevoerd om daar met de wind in de rug op het land
te worden uitgegoten. Ieder jaar terug. De film toont ons ook de pastoor met
zijn zwarte soutane en zijn witte rochet, stapvoets door de velden, samen met
een misdienaar met bel en lantaarn, op weg naar een stervende met de heilige
olie. De ‘berechtinge’ noemde men dit. Wij knielden toen devoot neer en maakten
een kruisteken. Devoot staat niet meer in ons woordenboek en het kruisteken heeft
voor velen zijn betekenis verloren. Vaders en moeders met een groot gezien van
10 kinderen en soms meer, waren geen uitzonderingen. Soms armoede en schijnbaar
toch gelukkig. Ieder jaar eentje erbij. “waarom zou men armoede lijden om een
mondje meer”, een mooi liedje, maar of dit een mooi leven was. Dat is een
andere vraag. Nu bestaat dit niet meer. ‘De Pil’ is voor velen een mooie
uitvinding geweest. Waar is de tijd dat we met onze kloefen naar school gingen,
dat meisjes hinkelden en de jongens knikkerden of pikkelden. Dit is allemaal
vervangen door ‘games’ en ‘speelgoed’ van een ander kaliber. En ik zie nog altijd
moeder bij het licht van een petroleumlamp kousen stoppen, doeken plooien of de
was dampen. De elektriciteit was daar nog niet voorbijgekomen, de radio was te
kostelijk en een TV bestond dan nog niet in de huiskamers. En het
petroleumlampje is ook verdwenen, is antiek geworden en kost nu meer dan in die
‘goede’ oude tijd. ’s Avonds in de zomer, hoe gezellig kon het wel zijn. Tot in
de late uren keuvelen en als het dan soms te warm was mochten de kleinen wat
langer opblijven. Er werd gezongen en gelachen samen met de buren en wij,
jongeren luisterden aandachtig naar de verhalen van de ouderen voor zover onze
oortjes het mochten horen, anders werden we vrijwillig gedwongen verder te gaan
spelen. Brood en vlees op de plank ontbrak ook wel niet, hoewel het leven voor
velen even zwart-wit was als de film. Een ‘smoutsutte’ en een ‘Schelle van de
zeuge’ met bier uit een ton kon er af en toe wel van af. De smoustutte en de
schelle van de zeuge zijn blijven hangen in de toeristische menu’s. Een
wijwatervat, nog zo iets dat verdwenen is. In de meeste slaapkamers hing er een
wijwatervat aan de muur. Als we gingen slapen moesten we een kruisje maken op
ons voorhoofd met gewijd water. Als het donderde of bliksemde werd een
palmtakje in het gewijd water gedoopt en werd al sprenkelend rond gegaan in de
woning om deze te beschermen tegen blikseminslagen en brand. Ik zou zeggen: als
de nood het hoogst is, denken we nog eens aan Onze Lieve Heer. Zoals nu overal
ter wereld oorlog woedt, komt die tijd wellicht nog wel eens terug. En de film
blijft maar draaien. Zie daar zijn de ‘nonnekens’ met de zwarte kappen en de
lange rokken, die iedere morgen naar de vroegmis gingen. Een geit, dat was de
koe van de werkman, aan een ketting gebonden in de graskant langs de straat. Ze
zorgde voor melk maar ook voor veel geblaat, soms tot vervelens toe. Een
goedkoop beestje. Met wat gras en hooi was ze tevreden. Zie je nu nog geiten
langs de graskant? En de film rolt maar verder af in zwart-wit, een verhaal
even zwart-wit als de film zelf. Ik schiet wakker en ik realiseer mij even weer
dat die ‘goede oude tijd’ al lang voorbij is. “In onze tijd…” Neen beste lezer zegt
dat nooit meer “Wij leven nu, vandaag, in deze tijd”
Sooi Uytterbroecken
|