Passen met maten.


Gedurende het tijden dragen van mijn Lee spijkerbroek, is het me gelukt om nu aan een maatje minder toe te zijn. Inmiddels had de slijtage voldoende huisgehouden, zodat ik aan een nieuwe Jeans toe was. Het zou weer een Lee moeten worden, desnoods een Wrangler. Niet zozeer omdat ik zo merkvast ben, maar meer door mijn lichaamsbouw gedicteerd. "Breed op de heupen", zal wel een dikke kont mee worden bedoeld, maakt het voor mij onmogelijk om voor de meest hippe merken te kiezen. Iets waar het verkopend personeel van hippe Jeanszaken zich ook niet aan wilde wagen. "Tja, Lee en Wrangler zijn zo hip niet meer. Er zijn nog maar weinig Jeanszaken die ze verkopen. U kunt het beste naar De Bijenkorf gaan, ja dan moet u wel naar Amsterdam. Maar weet u wat, Man at Work heeft ook Levi 501, alle kans dat daar uw maat ook bij zit”. “Veel succes meneer", kreeg ik nog met het advies mee, waarin 'het medeleven om te kunnen slagen' doorklonk. Nou niet bepaald bemoedigend. Bij mij kwam het toch een beetje over alsof ik er niet meer bij mocht horen en daardoor de zaak werd uitgezet.
Om toch te knokken voor mijn recht op een Jeans outfit, kwam ik dubbel gemotiveerd bij Man at Work binnen. Maar goed ook, want dit keer ging het om de lange adem. De eerste niet passende broek moest wel een inschattingsfout van de verkoper zijn. “Ik geef u twee maten groter, dan moet het lukken meneer.” Ook niet bepaald een opmerking waar ik blij van werd, twee maten groter?! Alleen al mijn kuiten protesteerden tegen die nauwe Jeanspijpengangen. “Het past van geen kant. Heeft u ook Levis 501?, die schijnt veel royaler te vallen. De verkoper was bereidwillig genoeg, alleen leek hij niet zo’n Levi’s fan te zijn. “Het is te proberen meneer”.
Ook nu was ik vrij snel klaar met passen. Vanaf onderkant gulp vertoonde de broek een soort V naar boven, zodat de knoop zo’n 20 centimeter van het gat verwijderd bleef. “Deze V-hals broek past helemaal niet”, meldde ik op de dorpel van het kleedhokje. Mijn plastische uitleg werd niet begrepen en misschien omdat de verkoper vol ongeloof was, zei hij wat onhandig dat de passpiegel om het hoekje was. Natuurlijk nam ik niet de moeite om m’n V- halsbroek in spiegelbeeld te bekijken. “Ik pak nog wel even een maatje groter meneer”, trachtte de verkoper zich toch uit de situatie te redden. Pfff, weer een maatje meer. Al gauw zag ik dat de knoop ook nu geen hechte relatie met het knoopsgat aan zou gaan. Mijn lichaam stond die toenadering te nadrukkelijk in de weg.
Na tevergeefs toch weer op de passpiegel te hebben gewezen kreeg nu ook de verkoper de moraal om nu tot het gaatje te gaan. Tot het knoopsgaatje in dit geval. “Probeert u, als u wilt, toch maar even een Hilfiger, het is wel een 34/34, maar ja ik heb ‘m altijd nog wat groter”. Nou, ik wilde wel. Zeker omdat m’n te vervangen jeans een Lee 38/34 is. “De spiegel is hier om de hoek, toch?”, had ik halverwege het aantrekken al de nodige gein om wat stond te gebeuren.
Oké, het model is wat meer op de heupen, maar hij past. “Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wat is er met deze Hilfiger aan de hand?” Een warm, donkerbruine stem gaf hierop het antwoord: “Hij past goed meneer.” Het bleek de verkoper te zijn. Down to Earth, maar ik was in de zevende hemel.




















