Het petje van de buren.

Het spreekwoord “Het gras van de buren lijkt altijd groener” kan ook meer zijn dan dat het lijkt. Als je het over een petje hebt tenminste. Het afgelopen weekend, tijdens de wandelmarathon van Egmond, werd ik met mijn neus weer eens op die feiten gedrukt. Vooral zondag regende het niet alleen, maar stond er ook een fikse storm van minstens windkracht 6.
Ondanks dat ik elk weekend zo’n 20 kilometer mijn kuiten laat passeren, ben ik niet echt het prototype wandelaar. Nooit draag ik een rugzak, heb ik wat mondvoorraad eten in de zakken van mijn shirt en zijn mijn twee halve liters water óf in mijn broekzakken (in de zomer) óf in mijn wandeljack (in de winter) weggestopt. Regenkleding heb ik niet ‘aan boord’. De Halfords poncho heb ik inmiddels 10 jaar in mijn bezit, heb ik af en toe voor een tocht bij mij gestoken, om later weer in de kast ongebruikt terug te leggen. Het komt ook niet veel voor dat ik in regen loop en de weinige keren dat het wel gebeurd wacht ik te lang, ben ik al zeik nat, waardoor de poncho niets meer voor mij kan betekenen.

Met mijn petje op, bij windkracht zes, laveer ik mijn hoofd 'al zeilend' alle kanten op, zoals een zeiler zijn zeilen bol zal houden. Al lopend staat mijn hoofd meestal schuin tegen de wind in om de storm er geen vat op te laten krijgen. Mijn zicht is hiermee beperkt, waardoor de kans op herkenning van wandelbekenden bijna een onmogelijkheid is. De wind heeft mij zo ogenschijnlijk arrogant gemaakt.
Terug naar dat groene gras, naar dat petje van de buren. Hoe krijgen ze het voor elkaar?!























