verlichtend.

Ik had er een persoonlijke reden voor....
dus weer
een kaarsje voor mijn Truus gebrand.
Natuurlijk naast mevrouw Maria zelf
neergezet.
verlichtend.
Ik had er een persoonlijke reden voor....
dus weer
een kaarsje voor mijn Truus gebrand.
Natuurlijk naast mevrouw Maria zelf
neergezet.
Banken kijken 2.0 (een Update van 1 juni 2013)
Eenmaal er toch in de buurt, bezocht ik een meubelshowroom in de hoop dat er dé bank zou staan, waar ik direct op zou vallen. Eenmaal de gehele zaak van twee etages doorgelopen te hebben, zou er misschien een bank bijstaan die qua model genomineerd zou kunnen worden.
Alsof ik bij de uitgang werd opgewacht, kwam er een oudere verkoper op mij af met de vraag “of ik het heb kunnen vinden.” In de wetenschap dat hierbij een ja of nee volstaat, waardoor de verkoper zichzelf buitenspel heeft gezet, gunde ik ‘m zijn kans: “Nou ja, misschien…, maar ik weet niet of er wel binnenvering in zit.” “Oh meneer, er worden nog maar weinig bankstellen met binnenveren geleverd en dan moet je toch gauw op zo’n € 5.000,= rekening. Maar ja, die bank gaat dan zeker 20 jaar mee. En wilt u dat wel?”
De man was duidelijk niet bezig met het inventariseren van mijn behoeften (verkoopcursus les 1). Nam zelfs niet de moeite om naar mijn keuze toe te lopen. Wel liep hij naar een door mij niet gewenst model, om verdere uitleg over binnenwerk en koud schuim, wat tegenwoordig de binnenvering vervangt, te praten. Het interesseerde mij totaal niet. Hij kon echter ook zelf niet warm lopen voor zijn eigen verhaal. Zijn stem verflauwde en zonder dat ik daar de aanleiding toe gaf, toonde hij mij zuchtend een stoffenboek, waar hij traag doorheen bladerde. Natuurlijk begreep hij dat ik er verder nog even over na moest denken.
Weinig geënthousiasmeerd ging ik toch ook nog even langs de tapijtafdeling van deze ‘alles-onder-één-dak-winkel’. Nu opende ik zelf het gesprek: Mijnheer, heb ik goed gelezen dat Hatéma tapijt niet meer bestaat?” “Ach meneer, al heel lang niet meer. Al die Nederlandse merken bestaan niet meer”, sprak de man in mijn ogen een beetje minzaam. Alsof ik het postuum een beetje voor Hatéma wilde opnemen, moest ik toch wel even kwijt dat ons karpet al meer dan twintig jaar ligt, dat ik eindelijk wel eens wat nieuws wil. “Dat wilt u nu meneer?,” klonk ongeloof in zijn stem “Ja, welk merk zou u nu dan adviseren?” “Ach al onze merken zijn goed. Tenminste, als ik onze klanten mag geloven. Maar u wilt op een verkeerd moment een karpet kopen. Dat doet men over het algemeen rond oktober.” Alsof er, zoals bij de boerenkool, voor een karpet een juist inkoopmoment bestaat. “Kijk meneer, ik heb hier nog een paar karpetten liggen, misschien ligt er een voor u tussen”. “Nee, dank u, ik wacht wel tot oktober.” Ik had het gevoel dat de man mij dankbaar nakeek. Tevreden over zijn afgegeven advies.
Lekker gelopen.

Mijn wandeltochten sluit ik nooit met een medaille af . Wat
moet je met die dingen. Oké er zijn bepaalde tochten, zoals de Dam tot Dam en
de Alkmaarse Vierdaagse, waar je het niet voor het kiezen hebt. Die medailles
liggen dan ook ergens in een la.
Op mijn ziekbed had ik echter besloten om de allereerste, georganiseerde wandeltocht van dit jaar met een medaille te laten belonen. Al zou het een tocht van vijf kilometer worden. Meleur!, met zo’n herinnering sluit ik dan mooi mijn kankerperiode af. Wat ik eigenlijk kort geleden ook al deed, achter een speciaal biertje op een zonnig terras. Een heel raar gevoel overviel mij. “Bij het nakijken van de passanten, het observeren van mijn terrasgenoten, kwam de vreemde gedachte binnen, dat deze mensen hier ook hadden gezeten en langs hadden gelopen op het moment dat ik het spannende moment van eind december niet had overleefd.” Raar toch!, wat mij er overigens niet toe aanzette, om met “Ik ben er nog hoor!,” naar hen te zwaaien. Maar ik dwaal af.
Natuurlijk werd het geen tocht van vijf kilometer. Als vanouds zou dat mij m’n eer te na zijn. Van de week had ik al een route van 8 en 10 kilometer afgevinkt. De 15 kilometer lonkte. Dat komt ook doordat ik Le Champion heb gevraagd om mijn inschrijving voor de Alkmaarse Vierdaagse, ondanks vier dagen te laat, bij hoge uitzondering te accepteren. Kijk, dan moet ik voor de 19e juni wel even die kilometers hebben gemaakt. Ook al zou ik zwart meelopen. Want, na 15 Rotterdamse kilometers achter m’n kuiten te hebben gelaten, ben ik er klaar voor.
Er valt aan de kust nú geld te verdienen.

Ten voeten uit.

567 kilometer later dan het vorige jaar verklaar ik mijn wandelseizoen, die overigens zomer en winter doorloopt, met de Zwanenwaterroute vandaag voor geopend. Voor deze vast uitgezette route pal bij Callantsoog koos ik, omdat er naast de zes kilometer een extra lus van 2 kilometer kon worden gemaakt. Met de zes had ik in ieder geval m’n‘langste tocht van dit jaar’ (7 mei jl.) overtroffen. Na driekwartier werden mijn voeten wel weer pijnlijker, maar het viel toch uit te houden. Zo heb ik mooi m’n persoonlijk afstandsrecord van dit jaar met 3 km en de moyenne met ruim 1,3 kilometer p/u verbeterd.
Ik heb dus toch nog wel een hele, naar ik hoop fraaie, weg te gaan, alvorens op m’n oude moyenne van 6,2 km/pu terug te zijn. Maar ja, ik moet dan ook van ver komen. Vooral die 14 dagen stil op een zandbed liggen, heeft mijn spieren tot slappe elastieken gedevalueerd. De eerste keer dat ik er even naast mocht staan, verrekte ik van de pijn. Onwaarschijnlijk, alsof tien keer mijn gewicht op mijn voeten werd teruggezet.
Bijna letterlijk stapje voor stapje kwam die pijn steeds wat later opzetten. Vandaag dus ‘pas’ na driekwartier, maar óók na ‘pas’ een maand uit het ziekenhuis te zijn, waarbij het kloten weer ook niet bepaald bevorderlijk voor mijn ‘doe-het-zelf-revalidatie’ is geweest.
De eerste stapjes van een dreumes maakt hij/zij met een lichaamsgewicht van zo’n 12 kilo. Mijn eerste stapjes, na totale spierverslapping, heb ik gedaan met maar liefst 90 kilo op m’n voeten(?!). Tja, misschien is het lullig om tegen hummeltjes van rond de twee jaar mijn prestatie af te zetten.
Ach jôh, laat me nou maar eventjes….
Hoera, ik heb m'n vrijheid terug!

Precies een half jaar nadat er effe, want zo liet zich de ingreep aanvankelijk aanzien, een kankertje bij mij is weggehaald, ben ik verlost van de meiden van de Thuiszorg. Niet dat ik wat tegen ze heb, integendeel want die zijn écht fantastisch.
Maar ja, twee tot drie keer per dag ‘klaar moeten liggen’ om door hen verzorgd te worden, gaat je op het laatst ontzettend tegenstaan. Zeker toen ik steeds meer aan het beteren was. Vanaf nu hoef ik niet meer elk dagdeel te plannen, kan ik zelfs na het avondeten even rustig op de bank gaan liggen, zonder er af te worden gebeld.
Meiden, door jullie goede zorg waren het zes fantastische maanden. Maar wat ben ik blij van jullie af te zijn!
Het zal mijzelf ook benieuwen.

Vorig jaar kwamen de eerste gedachten er over bij mij op. Maar ja, toe kwam er effe een kankertje tussendoor. Vandaag werd ik met een folder weer met dat weggezakte idee geconfronteerd, ik wil een nieuw bankstel, een nieuw fauteuil en een bijpassend kleed.
Nou ben ik niet bepaald een impulsief aankoper. Bij mij moet het idee eerst postvatten, wat het nu heeft gedaan, waarna het verder gaat broeien. Het stadium dat ik er winkels voor ga bezoeken heb ik nog niet bereikt. En dan nog kan het alvorens ik tot een besluit kom heel lang duren.
Omdat ik zelf ook nieuwsgierig ben, naar het moment van aankoop en vooral hoeveel stappen ik daarvoor moest maken, ga ik in FaceBook mijzelf daar in volgen.
Second Life.Al eerder noemde ik mijn aanhoudende gemoedstoestand ‘kinderlijke blijheid’. En dat is bijna letterlijk zo. Dat komt doordat ik nagenoeg elke dag vooruitgang boek in mijn kunnen. Verbetering in de allerkleinste dingen. Pas genoot ik er bijvoorbeeld nog van, dat het mij lukte mijn sokken uit te trekken. Zoals het mij al eerder lukte om zelfstandig mijn broek aan te trekken én zonder hulpmiddelen van de bank af te komen. Vanaf morgenochtend stuurt de Thuiszorg mij zelfs alleen nog een sokkenaantrekmevrouw.
Oké vorige week nog voorspelde mijn huisarts dat het nog wel drie maanden duurt, alvorens ik mij redelijk de oude kan noemen. Daarin lijkt hij gelijk te krijgen, want meer dan de eerder gelopen vijf kilometers zit er nog niet in. Hoewel, zodra het zonnetje wat langer onder ons (liever gezegd: boven ons) is, zal ik toch mijn persoonlijk record (van na de operaties wel te verstaan) zien te verbreken.
Vandaag ‘helemaal’ (voor mijn doen dan) naar Kijkduin gereden, om een leuke vrouw te ontmoeten. Want, ook dat staat op het lijstje van mijn‘Second Life,’ sinds ik in het MCA net voor de doodlopende weg naar het levenspad wist af te slaan. Voor mijn ziek zijn, heb ik eerder gedatet, alleen leek het nu veel meer op een nieuwe levensopdracht die ik heb te vervullen. Een soort Day After. Nee, beter weet ik het niet te verwoorden.
De aangename ontmoeting liep ook heel anders dan de drie keren daarvoor. Ik was mij er sowieso veel meer van bewust dat het een mogelijke invulling van m’n verdere leven zou kunnen inhouden. Dan mis je op zo’n moment toch wel je jeugdige onbevangenheid. Tenminste, ik wel. Het heeft de ontmoeting overigens niet minder leuk gemaakt, verre van. Wat ik (misschien) miste, is mijn spontane vraag “Wat zullen we morgen, of zullen we morgen….
Of ligt dat aan het aard van het beestje?!
Uitgepraat.

Over een vervolg was er geen sprake. Janneke Willemse (Eva’s opvolgster) bakte er, samen met gastpresentator Charles Groothijsen, helemaal niets van. Beiden vielen nog al eens stil, waardoor de gasten niet alleen antwoord gaven op de vragen, maar daarna oninteressant door bleven wauwelen. Nooit zag ik een talkshow waarin zo weinig werd ‘getalkt’. Ze hadden er geen idee van wat ze de gasten moesten vragen. De mooiste vraag werd aan Guus Meeuwis gesteld: “Ga je tijdens jouw optreden in het Philips stadion ook liedjes van je nieuwe CD zingen?”
Geinige vraag hè Eva?!
Mazzel?

Je moet maar mazzel hebben, zoals ik. Voor de zekerheid hebben de mensen achter de site www.LeukVoorJou.nl speciáál voor mij een pracht ‘Man Bijt Hond’ windjack gereserveerd. En dat, terwijl er maar 200 windjacks worden weggegeven. Fantastisch toch… Dat zulke mensen nog bestaan?!
Moet ik het dan raar vinden dat zulke lieve mensen mij een paar dagen geleden ook al zo’n mailtje stuurde. Raar vinden dat ze die 200 windjacks niet binnen het uur kwijt waren??? Tja, dan kan je wel overal iets achter zoeken.
-o-o-o-
n.b.: Eerder had ik zo’n mazzeldag. Lees maar: www.kroondomein.com/kroonjuweeltjes/opkrassen.htm
Over de tong.

Langer kon ik echt niet wachten. Weer of geen weer, met 11 graden géén weer dus, ben ik toch naar m’n favoriete kustplaatsje gegaan. Effe lekker vis eten in een Egmondse strandtent. Op het uit de wind staande schoolbord stond al heel verleidelijk 350 gram tong voor € 23,50 gekrijt. “Dat zal effe lekker wezen….”
Nou effe niet dus. De gebruikelijke dinerkaart was voor de lunch niet meer beschikbaar. “Vorig jaar nog wel?!” Tja, dat klopt, maar door het slechte weer, waardoor veel minder mensen op het strand, is er op de dag onvoldoende keukenbezetting om de uitgebreide kaart te presenteren(!). Eerlijk gezegd vind ik dat gek, maar ja ik ben Herman de Blijker niet, heb dus te weinig autoriteit (let wel: op dit gebied) om even een adviesje weg te geven.
Gelukkig had ik wel een tafelgenote waarbij ik wel De Blijker kon uithangen. “Kijk, als ze nou een paar aantrekkelijke gerechten als middagtoppers aan de lunchkaart hadden toegevoegd, zouden ze tussen de middag veel meer kunnen omzetten.” Zonder op de ongewenste reactie te wachten rekende ik het zelfs voor.
“We hebben nu vooraf een Jus d’orange gedronken, namen een broodje beenham met honing en een broodje geitenkaas, met daarbij een glaasje rode wijn. Totale kosten € 28,30 (excl tip.)” Allebei hadden we wel smoel op die tong gehad, waarbij je per persoon in ieder geval twee glaasjes witte wijn zou drinken. Dat jusje had je evenzogoed vooraf gedronken. Na het eten zou er ook minstens nog een kopje koffie ingezeten hebben. Bij elkaar opgeteld zou je dan minstens € 75,= afgerekend moeten hebben. Bijna drie keer het lunchbedrag!”
Ik vrees dat mijn advies in (de stevige) wind zou zijn geslagen.
-0-0-0-
n.b. Mijn eerder
geconstateerde omzetverlies lees je in:
www.kroondomein.com/kroonjuweeltjes/slechtevangst.html
InBedBij.nl, voor een ziekenhuisdate.

Zodra ik mijn toetsenbord wil beroeren, is het onvermijdelijk dat ik zo nu en dan nog over het laatste halfjaar schrijf. Alle gebeurtenissen rond de geconstateerde kanker, de operaties, de herstelperiode en alles wat er mee samenhangt, heeft nog een te grote impact voor me. Er zijn dingen die gelukkig naar de achtergrond verdwijnen, maar juist ook zaken die als een soort nieuwe beleving, of meer als andersoortige beleving, bij mij boven komen. Zo ook de verschillende zaaltjes, met de daar liggende patiënten, waarop ik terecht kwam.
Chirurgie in combinatie met darmen (en vaak ook kanker) is nou niet bepaald de meest vrolijke afdeling om op te liggen. Daar lig je bepaald niet voor je lol. Maar dat zal voor elke ziekenhuisafdeling wel gelden. Het ene zaaltje was het andere niet, wat natuurlijk heel erg met de samenstelling van patiënten had te maken. De plezierige momenten, die er ondanks alles toch waren, kwamen doordat je met een gelijkgestemde, van dezelfde bloedgroep, op een zaal lag. Over al mijn opnames genomen kwam dat zo nu en dan voor. Met die mensen zou ik eigenlijk tegelijkertijd op een kamer hebben moeten liggen. Het begrip ‘verzachtende omstandigheden’ had dan een heel andere dimensie gekregen.
Dat brengt mij er op dat je voor het mooie invloed zou moeten kunnen hebben op de samenstelling van jouw ziekenzaal. Ik zie daar zelfs handel in. Hiervoor krijg ik een beeld voor ogen, wat een mix geeft van digitaal vliegtuigstoelen reserveren en een datingsite. Voor het gemak noem ik deze verbeelde site: “InBedBij.nl”
Stel je voor, zodra je weet wanneer je op welke afdeling van het ziekenhuis opgenomen gaat worden, kan je met een verkregen code van het ziekenhuis naar de website InBedBij.nl, waar je profielschetsen (inclusief hobby’s en voorkeuren), het liefst met foto, van lotgenoten kunt lezen. Voor meer info is het dan zelfs mogelijk om met hen te chatten. Heb je eenmaal een keuze gemaakt, kan je die voorkeur aangeven door ‘te bedden.’ ‘Bedden’ staat als nieuw werkwoord voor ‘ziekenhuisdaten’. Is dit ‘bedden’ wederzijds, heb je bij je ziekenhuisopname een of meerdere date(s) en kom je met die medepatiënt(en) op één kamer te liggen. Zo krijg je meer invloed op de leuke(re) momenten.
Die website moet, in samenwerking met het ziekenhuis voor de input, wel even worden opgezet. Wim, zullen wij ‘m opstarten?
Weer wisseltruc.

Niet alleen in economisch opzicht verkeert Europa in een crisis. Meteorologisch gezien hebben we het ook nog nooit zo slecht gehad. Ik kan mij namelijk niet herinneren dat de vakantiegangers met Pinksteren de ruiten van hun caravan ijsvrij moesten krabben, alvorens op pad te kunnen gaan. In bijna heel West Europa verrekken we van de kou. Storm, regen, zelfs sneeuwbuien en nog geen 15 graden, zelfs in Spanje en Italië. Oké dat zijn ook de zwakkere landen van Europa, waar men ‘s lands huishoudboekje niet op orde heeft. Maar dat heeft er niets mee te maken. De euro staat hier volledig buiten.
Heeft het dan met het opwarmen van de aarde te maken? Lijkt me niet, dan zou het hier juist warmer dan normaal moeten zijn. Ik geloof eerder dat men in Oost Europa, waar het wel warmer dan normaal is, hier de hand in heeft. Ja, letterlijk de hand, geholpen door de hedendaagse techniek, met dank aan Apple en Google. Want, volgens mij hebben de weermannen in Oost Europa op hun iPad Google Earth geopend, de aardbol een paar slagen ‘omgeveegd’ en door middel van een ons onbekende, maar heel vernuftige methode zo hun temperaturen met de onze verwisseld.

De verjaarsoverdenking.

Nu,
zesenzestig jaar verder, moet ik mijn vader misschien wel dankbaar zijn voor de
upgrading van mijn geboorteadres, want al met al heb ik over mijn levensloop
niet te klagen. Van jongs af aan lonkte de commercie, waar mijn studierichting
vanaf de kleuterschool al volledig op was gericht.
Mijn
vervolgopleidingen verliepen echter veel minder gladjes. Mede door spanningen
thuis, ontstaan door een dreigend faillissement van mijn vaders motorenzaak
(iedereen ging auto rijden), ging ik steeds minder goed leren. Dit in combinatie
met puberaal gedrag ging ik steeds meer van het fenomeen spijbelen genieten.
Voor mijn vader tijd om in te grijpen. Niet, zoals dat heden ten dage zou gaan,
door in overleg met de school mij weer aan leren te krijgen. Nee, ik moest van
school, gaan werken en geld verdienen.
Als ‘werkstudent’
had ik inmiddels al de nodige commerciële ervaring opgedaan. Met kerstbomen
verkopen, wat helaas maar twee weken per jaar kan, wat ik overigens niet als een
nadeel beschouwde, maar wat mijn vader als onvoldoende arbeidsinzet zag. Wat ook
gold voor die ene dag in het jaar dat ik op Koninginnedag op het Haagse
Buitenhof oranje speldjes op revers prikte, wat naar ieders eigen inzicht
geldelijk beloond mocht, uhh moest, worden.
Mijn vader zag
meer in het uitbouwen van de portiekenwijk, die ik van een vriend had
overgenomen. Elke zaterdag ging ik met dweil, bezem en emmer mijn wijk in om de
portieken schoon te maken. Met niet te grote inspanningen, verdiende dat goed.
Zeker als het ’s winters had gevroren, want ook dán kwam de portiekenman,
weliswaar alleen maar om aan te vegen, waar gewoon het volle pond voor moest
worden betaald. Toch zag ik het niet zitten om in de schoonmaakbranche verder te
gaan. Wederom onder druk van mijn vader werd het uiteindelijk een baantje als
jongste bediende op kantoor bij Rubberfabriek Vredestein. Tot het moment dat
mijn toenmalige verloofde trouwplannen kreeg verdiende dat genoeg. Toen moest er
worden bijverdiend, waarvoor ik ’s avonds verzekeringen voor de Nationale
Nederlanden ging verkopen.
Na ons trouwen kregen we in Maassluis een
huis van Vredestein toegewezen. Baantechnisch gesproken, had de rubberfabrikant
in de nabije toekomst echter onvoldoende perspectieven te bieden, dus werd het
tijd om naar een andere baan uit te kijken. Maar dan iets wat ik altijd al
wilde, een job in de buitendienst. Spaarbrieven verkopen voor, “sparen, sparen,
kapitaal vergaren,” de NCV/NSL leek mij hiertoe een leuk opstapje. Vooral de
provisie en bonussen waren heel aantrekkelijk, maar uiteindelijk ging het
ondoorzichtige product mij tegenstaan. Opnieuw ging ik op zoek en vond een baan
als advertentievertegenwoordiger bij het Rotterdamsch Nieuwsblad, onderdeel van
de Haagsche Courant. Vanaf dat moment kreeg mijn carrière een
boost.
Nou ja, niet direct. Eerst moest ik ervaren wat
voor knullig advertenties winkeliers ter plaatsing aanboden. Zoals Radio
Simonis, vooral uw TV’s, radio’s en bandrecorders (Ja, over díe tijd heb ik
het). “Meneer Simonis, het is toch logisch dat u als radiospeciaalzaak radio’s
en televisies verkoopt.” “Ja, én?” “Nou, dan hoeft u dat toch niet in uw
advertenties te zetten?! Het lijkt mij beter dat u een goeie aanbieding
plaatst.” “Kroon, ik adverteer zo al jaren én met succes.” Volgens mij een
slechte redenering, alleen wist ik dat niet goed gefundeerd te verwoorden. Ik
wilde me in de materie scholen.
Zo werd ik opnieuw werkstudent. Alleen
werkte ik op de dag om ’s
avonds te studeren en in Utrecht college te lopen. Een heel riedel diploma’s in
de Reclame wist ik zo in vier jaar tijd, mede door de aansporing van mijn Truus,
te behalen. De winkeliers maakten nadien graag gebruik van mijn gediplomeerde
adviezen. Daarnaast wist ik met de opleiding Copywriting niet alleen mijn lust
tot schrijven te bevredigen, maar ook leuke bijbaantjes te creëren. ’s Avonds
schreef ik teksten voor brochures in opdracht van reclamebureaus, schreef als
rechtaardige socialist zelfs rond de verkiezingstijd een lezing voor de VVD. Een
actie wat mij toen weer aan een bijbaantje hielp bij een huis aan huisblad, waar
ik wekelijks een column mocht schrijven.
Dagblad Het Vrije
Volk, waar ik inmiddels werkte, verbood echter om voor concurrerende media te
werken. Een onrechtvaardige huisregel, waar ik mij niets van aantrok omdat de
hoofdredacteur Herman Wigbold ook zijn zakken vulde, ondermeer als (TV)
presentator van VARA’s Achter het Nieuws.
Zekerheidshalve
had ik mij wel met Ed de Keizer een pseudoniem aangemeten. Een naam waar ik dan
weer niet naar luisterde, als ik door een redacteur van de gratis krant werd
geroepen. Wat zullen zij mij een arrogante kwast hebben gevonden. Een aantal
jaren heb ik deze leuke bijbaan gehad, zonder dat het mij problemen gaf. Hoewel,
kennelijk is er ooit een poging gedaan om achter de ware persoon van Ed de
Keizer te komen. (De perikelen hierover vallen te lezen in mijn
www.Kroondomein.com onder de kroonjuweeltjesnaam “Wie O
Wie”.)
In Dagblad Nederland heb ik uiteindelijk tot mijn
VUT aan toe 35 jaar lang de mooiste baantjes gehad. Tevreden kijk ik op mijn 66e
verjaardag terug op mijn Route 66. Natuurlijk met dank aan mijn vader voor zijn
valse geboorteaangifte.
Het gaat steeds beter.
Na zes maanden ziekenhuis in en ziekenhuis uit:

Op handen gedragen.

Eind goed, al goed...
Na in zes maanden tijd, ziekenhuis in, ziekenhuis uit, om vier keer geopereerd te worden, kan ik eindelijk zeggen:

Veel praten.Volgens mij heeft 'het veel praten'
van vrouwen een
dienstbare functie voor de man.
Wij mannen worden daarmee namelijk in de gelegenheid
gesteld,
mooie vrouwen lang (genietend) aan te kunnen kijken, zonder dat dit
gênant is.
Daarmee lijkt dan ook verklaard waardoor mannen 'slecht
luisteren'.



Sorry Anne Vegter, ik weet dat je nog maar sinds 30 januari
2013 Dichter des Vaderlands bent, maar wat mij betreft krijg je nu al een
opvolger. Vanaf Koninginnedag (30 april 2013) rond 11:00 uur moést André van
Duin tot Dichter des Vaderlands worden benoemd en misschien wel voor de rest van
zijn leven. Door André is namelijk het volksliedje "Oranje
Boven", bij afscheid van Koningin Beatrix, niet verworden tot het armzalige
busreizenliedje "We zijn er bijna", wat immers door hetzelfde
melodietje wordt ondersteund.
"Oranje Boven, Oranje Boven, Leve de Koningin", eind 19e eeuw bij het aantreden van Koningin Emma ontstaan, zou in melodieuze zin alleen maar hakkelend voor Koning Willem Alexander kunnen worden voortgezet, wat wij onze kersverse vorst natuurlijk niet aan konden doen. Met André's geniale aanpassing, "Oranje Boven, Oranje Boven, Leve de Koning én Maxima”, is de aubade aan ons staatshoofd voorgoed veilig gesteld. Na het tekenen van de Akte van Abdicatie galmde het "...... én Maxima" uit duizenden kelen op de Dam. Het was en is een voltreffer, waardoor alleen André van Duin nog de Dichter des Vaderlands kan zijn.
Mijn papillen.

Bij het opstaan merkte ik het al, de zoveelste kloten tijd heb ik weer achter de rug. Dit keer was een blaasontsteking met de daarbij behorende antibiotica de boosdoener. Zelfs de matige eetlust is behoorlijk aan het verbeteren. Het water liep ‘bij de gedachte alleen al’ mij in m’n mond. Ik wilde weer een harinkie happen. Eenmaal een haring aan de staart begon m’n huig te kwispelen in m’n strot. Het werden er twee en wat waren ze weer lekker.
Zodra ik aan het beteren ben, en daar ken ik inmiddels een aantal perioden van, beginnen mijn papillen op te spelen. Dan moet er een visje worden gevangen. Jammer is wel dat ik maar twee dagen van ‘het lekker voelen’ mag genieten, want vrijdag aanstaande onder ga ik een (reconstructieve) operatie met een inpandige herstelperiode van drie weken. Daarbij kom ik op een zandbed te liggen, waarbij ik de gedachte aan Egmond aan Zee met een kuil gravende Duitser naast me, direct moest skippen. Van een verpleegkundige hoorde ik wat zo’n bed werkelijk inhoud. Het schijnt ‘bijna’ comfortabel te zijn en wordt het zeker geen paar weken stilliggen. Mijn vrees voor ‘het ongewisse’ heeft voor gelatenheid plaats gemaakt.
Ergens begin mei ben ik dan weer thuis aan m’n herstelperiode toe. In de hoop dat mijn papillen dan weer snel zullen opspelen.
1 reactie op dit bericht
Even een bezoekje brengen