Luisteren naar Kinderen

Luisteren naar Kinderen
Leraren krijgen les in gedragsproblemen
Leraren krijgen les in rugzak-problemen van hun leerlingen. Foto: Flickr/Toastyken
Kennis over gedragsproblemen moet een vast onderdeel worden van elke lerarenopleiding. Dat stelt de Onderwijsraad in het advies De school en leerlingen met gedragsproblemen, dat maandag verscheen. Scholen en leraren moeten beter worden toegerust in de omgang met kinderen met gedragsproblemen.
Kinderen met gedragsproblemen, variërend van ADHD tot autistische en psychosociale stoornissen, plaatsen steeds meer scholen voor problemen. Niet altijd zijn scholen in staat om de extra aandacht die de kinderen vragen met eigen begeleiding via bijvoorbeeld interne begeleiders op te lossen.
Veel kinderen krijgen een doorverwijzing naar het (voortgezet) speciaal onderwijs, of vragen een rugzakje aan voor extra begeleiding in de klas. De laatste jaren is met name de groep gedragsgestoorde kinderen in het speciaal onderwijs spectaculair gegroeid.
Diagnose
Volgens de Onderwijsraad is het van belang dat leraren in hun opleiding zoveel over gedragsproblemen hebben opgestoken dat ze die op tijd kunnen signaleren, maar een diagnose moeten ze overlaten aan de echte deskundigen.
Te gemakkelijk wordt nu soms een kind een bepaald etiket opgeplakt zonder dat sprake is van die stoornis. Vanuit het speciaal onderwijs, waar veel meer expertise huist, kan hierbij actiever hulp worden aangeboden dan nu gebeurt.
De Raad oppert de oprichting van een nieuwe kennis- en adviesclub, de Academische Werkgemeenschap Gedragsproblemen en Onderwijs. Hierin zouden wetenschappers, opleiders en praktijkmensen moeten samenwerken om de actuele kennis op dit terrein op peil te houden en scholen en leraren concreet van advies te dienen.
Heb je al een abonnement op een van onze nieuwsbrieven? Je kunt ook voor jou relevante vacatures per e-mail ontvangen of je abonneren op onze rss-feeds.
http://www.vkbanen.nl/onderwijs/758054/Leraren-krijgen-les-in-gedragsproblemen.html
"Juffrouw ik verveel me, is het nog lang en het is hier maar stom."
Een autismevriendelijke speelplaats : Aanpassing van een speelplaats en het effect op het (speel)gedrag |
|
| 2009 | |
|
|
| Bachelor in de ergotherapie | |
| Trefwoorden: | |
| Samenvatting : "Juffrouw ik verveel me, is het nog lang en het is hier maar stom." Dit waren maar enkele reacties die ik hoorde tijdens de eindwerkweek stage in oktober 2008. Het was één grote chaos en onrust op de speelplaats. Regelmatig waren er ruzies die uitdraaide in vloekoorden met zelfs fysieke agressie als gevolg. Gedurende de uitwerking van mijn eindwerk heb ik een antwoord gezocht op de vraag: heeft het aanpassen van de speelplaats een effect op het (speel)gedrag bij kinderen met autisme? Ik deed mijn stage in BuBao Den Anker. Op de autiwerking van de lagere school heb ik geprobeerd om een antwoord te krijgen op deze vraag. Aan de hand van een zelfgemaakte observatielijst, ben ik tot de belangrijkste moeilijkheden of problemen gekomen. Deze gegevens heb ik vervolgens in mijn eindwerk beschreven. Op het einde van mijn stage heb ik deze observaties opnieuw uitgevoerd. Aan de hand hiervan kon ik dan een duidelijke conclusie trekken. Eveneens heb ik op het einde van mijn stage een enquête afgenomen bij de begeleiding. Op deze manier wilde ik nagaan wat de sterktes en zwaktes van het project waren. Ik wilde peilen naar de tevredenheid van de begeleiding en wat zij vonden van het resultaat. Op mijn stageplaats waren er al enkele aanpassingen doorgevoerd. Enkele hadden een duidelijk effect en enkele boden geen meerwaarde. Hierdoor kon ik terugvallen op een team met veel ervaringen en kennis. Op deze manier was er een mooie basis gelegd zodat ik niet van nul moest beginnen. Dit heeft dit eindwerk op een positieve manier beïnvloed. In mijn eindwerk heb ik gekozen om van de speelplaats een georganiseerde vrije tijd te maken. Eerst en vooral hebben we de omgeving aangepast. Dit hield in dat we verschillende hoeken hebben gemaakt waar er telkens één activiteit doorging. Deze hoeken werden afgebakend met rode hekjes. Een afbakening was belangrijk. Op deze manier werd de speelruimte beter gevisualiseerd. Een ander belangrijk aspect dat we hebben toegepast is het verhelderen van tijd. Via een time timer hadden de kinderen een controle over hoe lang het speelmoment nog duurde. Eveneens hadden we een weekschema opgesteld waarin stond vermeld wie, wat en wanneer moest doen. Op deze manier verhinderden we dat kinderen keuzes moesten maken aangezien dit vaak een frustratiegevoel met zich meebrengt. Deze opgelegde activiteiten waren gekend en de materialen waren duidelijk. Eveneens waren de opdrachten heel divers. De materialen voor de activiteiten zaten elk in een doos. In deze doos zaten eveneens spelhandleidingen. In deze boekjes stonden concrete handelingen uitgelegd. Op deze manier konden de kinderen allerhande activiteiten uitvoeren aan de hand van een gevisualiseerd stappenplan. We hebben geopteerd voor een doorschuifsysteem. Hiermee hoopten we de verveling tegen te gaan. Ook in andere scholen werd een doorschuifsysteem toegepast want zeg nu zelf, zou jij vijftig minuten dezelfde activiteit willen doen? Om de vijftien minuten schoof men door naar een andere activiteit. Dit was duidelijk gemaakt op het keuzebord dat op de speelplaats hing. De leerkrachten speelden een enorm belangrijke rol. Ze moesten ervoor zorgen dat het keuzebord in orde was zodat de kinderen hun volgende activiteit konden zien. Eveneens kreeg elke leerkracht de verantwoordelijkheid over een doos met materialen. Op deze manier hoopten we om de leerkrachten te blijven motiveren om zich in te zetten voor de speelplaats. Zonder goede begeleiding is dit namelijk niet mogelijk. Met deze aanpassingen proberen we vooral duidelijkheid te scheppen in tijd en ruimte. Eveneens willen we veiligheid creëren door de kinderen zelf geen keuzes te laten maken en zo het probleemgedrag te laten afnemen. Een andere doelstelling die ik via deze weg wilde bereiken is dat de kinderen en de begeleiding opnieuw plezier gaan beleven aan de pauzemomenten. Dit alles gebeurd aan de hand van verplichte activiteiten, verhelderingen in de ruimte en tijd en als meest belangrijke kenmerk visualisaties. Op sociaal vlak is er heel wat veranderd. De leerlingen zochten veel meer contact met elkaar dan voordien. Ze speelden samen, gingen interacties aan en de ruzies namen duidelijk af. Op materieel vlak was er eveneens een evolutie merkbaar. De kinderen droegen zorg voor het materiaal en gebruikten de materialen voor wat ze bedoeld waren. Men hield zich meer aan de sociale regels zoals beurtname en het afnemen van speelgoed. Het stereotiepe gedrag is duidelijk verminderd. Voordat we de aangepaste speelplaats gebruikten, stelden we bij tien van de dertien kinderen een vorm van stereotiep gedrag vast. Nu vertonen slechts nog twee kinderen stereotiep gedrag. Naast het stereotiepe gedrag is ook de veiligheid veranderd. Voordien brachten veel kinderen zichzelf en anderen in gevaar. Dit gedrag is sterk verminderd. De leerlingen krijgen nu een duidelijke activiteit aangeboden welke ze moeten uitvoeren. Dit heeft tot gevolg dat de kinderen zelfstandig kunnen beginnen met een activiteit. Wanneer de activiteit gedaan is, stoppen de kinderen meteen met het spel. Ze blijven niet rondhangen maar gaan meteen in de rij staan of beginnen met hun ander opgelegde activiteit. Het opruimen van de activiteiten verloopt eveneens vlotter. Waar voordien vaak materialen bleven rondslingeren, worden de materialen nu opgeruimd en op hun plaats gelegd. Op de vraag of het aanpassen van een speelplaats een effect heeft op het speelgedrag van kinderen met autisme kan ik volmondig ja zeggen. De speeltijden verliepen rustiger, zowel voor de begeleiding als voor de kinderen. "Het is nu fijn, we maken minder ruzie, we vervelen ons niet meer enz." Dit zijn maar enkele reacties die ik van de kinderen heb gekregen. Voor mij was dit het bewijs dat ik goed werk heb geleverd. Wanneer je de speeltijd organiseert, kan een speeltijd voor kinderen met autisme een ontspannende en aangename tijd zijn. De veranderingen die waren doorgevoerd waren slechts voor twee klassen tijdens de middagspeeltijd. Nu is het belangrijk dat de speelplaats verder wordt aangepast en uitgebreid. Er moet nu een georganiseerde vrije tijd komen voor alle speeltijden en voor alle klassen. |
Voor de behandeling van jongeren, in de leeftijd van 11-18 jaar, met ernstige gedragsproblemen
Oudhof, Marjolein, Berge, ten, Ingrid en Berger, Marianne
Voor de behandeling van jongeren, in de leeftijd van 11-18 jaar, met ernstige gedragsproblemen, zijn MST (Multi System Therapy) en FFT (Functional Family Therapy) twee geschikte behandelvormen. Het gaat om jongeren met ernstige gedragsproblemen, die oppositioneel gedrag met een antisociaal karakter vertonen. Ook is sprake van delinquent gedrag, in combinatie met een (zeer) problematische gezinssituatie. In het buitenland zijn deze behandelingen bewezen effectief. In 2007 zijn drie zorginstellingen, destijds verenigd in het consortium MST/FFT Nederland (De Viersprong, de Bascule en Yorneo), samen met het Nederlands Jeugdinstituut gestart met het project ‘Ontwikkeling & implementatieproject MST en FFT in Nederland’. Eén van de resultaten is de ‘Checklist MST/FFT’. Het rapport 'Checklist MST/FFT. Een indicatie-instrument voor MST en FFT in de vorm van een checklist' beschrijft de ontwikkeling. De checklist zelf is ook apart beschikbaar.
Op basis van de literatuur en het raadplegen van Nederlandse experts van deze programma’s, is de checklist ontwikkeld. Met behulp van de checklist kan eerst op basis van 12 criteria beoordeeld worden of MST/FFT of een intensieve ambulante gezinsinterventie ingezet kan worden. Vervolgens kan, aan de hand van 7 criteria, beoordeeld worden of MST of FFT de meest aangewezen behandelmethode is. Het instrument is in de ontwikkelingsfase aan een groep gebruikers voorgelegd. Daardoor is er nu in Nederland een in de praktijk getoetste en bruikbare checklist ter beschikking. Download de aparte 'Checklist MST/FFT' hier
.
Nederland is op dit moment één van de weinige landen waar, voor de behandeling van jongeren met complexe gedragsstoornissen, in de meeste regio’s zowel MST als FFT wordt aangeboden. Om in een specifieke casus een keuze te maken voor één van deze twee programma’s, moet de hulpverlener weten welke aspecten onderscheidend zijn. Hoewel de programma’s zeer uitvoerig beschreven en onderzocht zijn, was hiervoor nog geen hulpmiddel beschikbaar. In het innovatieprogramma van ZonMw, waarin de landelijke verspreiding van MST en FFT wordt gestimuleerd, is dit voorzien. Het Nederlands Jeugdinstituut kreeg de opdracht een instrument te ontwikkelen.
U kunt de publicatie Checklist MST/FFT. Een indicatie-instrument voor MST en FFT in de vorm van een checklist hier gratis downloaden als pdf-bestand (uitleg)
http://www.nji.nl/smartsite.dws?id=117446
Jeugdzorg ligt onder vuur. Schriftelijke vragen van Aasted-Madsen (CDA)
De Wajong: van afvoerputje naar talentpool van onze maatschappijIn de discussie die is ontstaan over de Wajong wordt sterk gerefereerd aan het WAO-drama. Er zitten momenteel 167.000 jongeren thuis die niet meer zouden kunnen werken. Daarom moet de uitkering worden aangepast en er moeten maatregelen worden genomen die ten koste gaan van de echt zwakste groep in de samenleving.
Waar voor alle gemak in deze discussie aan voorbij wordt gegaan is het feit dat veel zogenaamde Wajong gerechtigden over grote talenten beschikken. Helaas zijn dit vaak talenten die niet voldoen aan de standaard normen die binnen het Nederlandse bedrijfsleven gelden. Juist het moeten voldoen aan de standaard normen en standaard competenties verhinderen het gebruik van bijzondere talenten.
Neem je een andere focus, zoals o.a. Thom Hartmann en Thorkil Sonne dat doen, dan kom je tot heel andere conclusies. Hartmann ziet ADHD als een talent dat sommigen onder ons hebben overgehouden uit de prehistorie, toen de mensheid voor zijn voedstel nog afhankelijk was van de jacht. Jagers zijn hyperfocused, afleidbaar, impulsief en rusteloos, net als de huidige ADHD’ers.
Deze talenten zijn goed bruikbaar maar hebben de ruimte nodig om tot effectiviteit te komen. Daarnaast hebben veel ADHD’ers een gave tot analytisch denken, een hoge dosis creativiteit en een goed voorstellingsvermogen om problemen (anders) op te lossen. Beroemden onder de ADHD’ers zijn o.a. Albert Einstein, Thoman Edison en Leonardo da Vinci.
Zoals Thorkil Sonne gebruik maakt van de talenten die zijn verbonden aan autisme is een voorbeeld van hoe het ook kan. Met zijn bedrijf ‘Spesialisterne’ laat hij hoog opgeleide autisten werk doen dat prima past bij hun talenten, het testen van hoogwaardige software. Met name het talent zich compleet te kunnen concentreren op één aspect komt in deze functie goed tot haar recht. Hierdoor is het mogelijk om eenzijdig werk, waar ‘normale’ medewerkers na een aantal maanden op afhaakt wegens eentonigheid, langdurige hoogwaardig te laten uitvoeren.
Door niet langer te kijken naar de beperkingen van de doelgroep in de Wajong maar juist naar de talenten kunnen wij alle stakeholders een dienst bewijzen. De maatschappij door een grote groep mensen niet langer afhankelijk te laten zijn van een uitkering, de jongere door hem zingeving te bieden en ruimte om zijn talenten tot ontplooiing te brengen en het bedrijfsleven met een pool aan talenten die nieuwe inzichten kunnen toevoegen aan de al bestaande diversiteit.
Het vergt alleen dat we allen het lef hebben een andere bril op te zetten
http://www.managementpro.nl/gastcolumns/de-wajong-van-afvoerputje-naar-talentpool-van-onze-maatschappij/
Juk of steun, was de vraag die we stelden. Bijna iedereen spreekt van een juk.
door Anne Boer. vrijdag 05 februari 2010 | 15:32 | Laatst bijgewerkt op: vrijdag 05 februari 2010 | 17:30
Morgen meer over dit onderwerp in de Stentor
http://www.destentor.nl/algemeen/binnenland/6199358/Peiling-de-Stentor-Klant-vraagt-meer-begrip-jeugdzorg.ece
Neurowetenschappelijk onderzoek helpt onderwijs aan kinderen en jongeren verderOnze kennis over de ontwikkeling van het (kinder)brein is dankzij neurowetenschappelijk onderzoek de laatste jaren enorm toegenomen. Kennis hierover kan (aankomende) leraren helpen keuzes te maken op gebied van onderwijs en omgangsvormen. Tweeëntwintig pabodocenten kwamen daarom woensdag 1 oktober in Utrecht naar de Studiedag Hersenonderzoek en Opvoedingstheorieën. Kees Vreugdenhil, deskundig op beide terreinen, gaf op interactieve wijze hoorcollege over hersenonderzoek, hechtingstheorieën en morele vorming.
In de ochtend behandelde hij de globale anatomie van het brein en de ontwikkeling in fasen van de verschillende hersenfuncties. Cruciale wetenswaardigheden zijn de levenslange vorming van het brein (we zijn dus nooit uitgeleerd), de gevoelige fasen rondom het 2e levensjaar en de puberteit, en het belang van beweging voor de vitaliteit en plasticiteit van ons brein. Onze ‘bovenkamer’ wordt in gevoelige perioden grondig verbouwd. Hier moeten opvoeders en docenten rekening mee houden.
Leren is in feite het continu aanmaken van nieuwe verbindingen tussen de neuronen en het versterken van eerder aangelegde patronen. We moeten bewust leren echter ook weer niet óverschatten; volgens de sociaalpsycholoog Ap Dijksterhuis doen we erg veel dingen onbewust, gebaseerd op geautomatiseerde patronen en verbindingen in onze hersenen.
Er werden ook mythes doorgeprikt op deze studiedag. Het aloude verhaal dat onze rechter- en linkerhersenhelft gescheiden opereren, blijkt niet correct te zijn; uit MRI-scans blijkt juist dat - zelfs bij eenvoudige taken - heel veel verschillende gebieden in de hersenen tegelijk actief zijn. Ook de theorie van het sociaalconstructivisme werd enigszins genuanceerd. Het brein van kinderen en jeugdigen rijpt geleidelijk en is pas na 20 à 22 jaar volgroeid. De prefrontale cortex waar hogere denk- en planningsactiviteiten vandaan komen, is een van de laatste gebieden die uitgroeit. Dat betekent dat complexe taken, zoals het eigen leerproces plannen, alleen met begeleiding goed kunnen worden uitgevoerd. Daarom zijn ‘leersteigers’ van docenten zo onontbeerlijk: grafische vormgevers en andere hulpmiddelen die helpen om structuur aan te brengen in de verwerking van informatie. Omdat onze hersenen dynamisch en plastisch zijn, is het de taak van opleiders om de aandacht te richten; variatie en keuzevrijheid mag er alleen zijn binnen een vooraf gedefinieerd kader. In dat licht dient het begrip ‘rijke leeromgeving’ genuanceerd te worden: rijk binnen de doelstellingen van het onderwijs op dat moment.
Het brein heeft verschillende geheugenfuncties. Hoe meer sleutels tijdens het leerproces worden aangeboden, hoe beter kennis beklijft. Voor studenten is het van belang dat ze situaties leren etiketteren. Bij de inzet van portfolio’s met reflectie op competentiegericht leren is dat van belang, meer dan het afvinken van standaardlijsten van wat ze wel en niet hebben gedaan.
Ook het feit dat leren altijd een emotioneel proces is, is een belangrijk gegeven. Een vertrouwde, veilige en uitdagende omgeving waarin successen worden geboekt, creëert positieve emoties, die de motivatie weer versterkt.
Tot slot van deze fascinerende ochtend gaf Vreugdenhil ons tips voor breinactiverende werkvormen: hands-on activiteiten, interactieve hoorcolleges met grafische vormgevers, succeservaringen faciliteren, mensen op het verkeerde been zetten, en essenties laten vastleggen.
’s Middags werden in aansluiting op de bevindingen uit hersenonderzoek nieuwe inzichten uit gehechtheidtheorieën en theorieën over morele ontwikkeling behandeld.
Wat betreft gehechtheid is gebleken dat kinderen ongelofelijk veerkrachtig zijn en dat bepaalde gebeurtenissen uit het verleden niet noodzakelijkerwijs determinerend voor de
rest van hun leven hoeven te zijn. De hechting aan meester of juf op school kan cruciaal zijn voor kinderen die het in de thuissituatie niet goed hebben. De neiging tot hechting is bij iedereen aangeboren. De behoefte aan hechting blijft ons hele leven aanwezig, wat overigens niet betekent dat mensen afhankelijk moeten worden. Veilige hechting lijkt to de groei van zelfvertrouwen en zelfrespect en tot persoonlijke autonomie. Naast de aloude 3 R’s (Rust, Reinheid en Regelmaat) plaatst Vreugdenhil het rijtje van de 3 L’s (Licht, Lucht en Liefde). Van ouders/opvoeders wordt verwacht dat ze Sensitiviteit, Stabiliteit en Continuïteit toepassen in hun opvoeding.
Het laatste deel van de dag was gewijd aan nieuwe inzichten op gebied van morele ontwikkeling van kinderen en jongeren. De domeintheorie van Turiel stond hierbij centraal. Turiel verbeterde de theorie van Kohlberg door duidelijk onderscheid tussen moraliteit en sociale conventies aan te brengen. Dit snijdt hout, omdat morele waarden cultureel universeel blijken te zijn, in tegenstelling tot sociale conventies.
Na afloop kregen alle deelnemers de boeken van Vreugdenhil en zijn co-auteur De Munnik (Kennis over onderwijs, Ontwerpen van onderwijs en Opvoeden in het onderwijs) en het populaire boek Ben ik dat? van Mark Mieras mee naar huis. Uit de evaluatie bleek dat de dag zeer hoog gewaardeerd werd met een 8,3 (waaronder maar liefst 5 negens).
Tip: de sheets van de drie onderdelen van deze Studiedag kunt u vinden op www.aanmelden.noordhoff.nl/hersenonderzoek.
«k kan niet volgenNaar schatting één kind op vijf heeft leerproblemen op school.
Beschuldig niemand: niet de leerkracht, niet het kind, niet uzelf
Leestips leermoeilijkheden
Dankzij Villa Kakelbont - Nationaal Centrum voor Jeugdliteratuur vzw - Meistraat 2 - 2000 Antwerpen - tel: 03/202.83.58 - site www.villakakelbont.be
Dit is de vijfde bijdrage van De Eerste Lijn. Ongeveer één op vier kinderen heeft leerproblemen, maar eigenlijk zit elk kind wel eens met een probleem. Deze bijdrage kan u misschien helpen. Hou ze bij. Op pagina 7 vindt u een lijstje met interessante lectuur. Meer over leerproblemen kan u vinden op de internetsite van Klasse: www.klasse.be/archieven en in de bibliotheek bij het SISO-nummer 464 (Leerstoornissen). Zin in een boek? Een tip: «Als leren pijn doet» van W. Hellinckx en P. Ghesquière - Garant - 795fr.
Deze tekst kwam tot stand in samenwerking met leerlingen, ouders, leerkrachten, het CLB en andere specialisten.
http://www.klasse.be/ouders/help/43
2e Themabijeenkomst over: De vroege hechting van baby’s
Woensdag 25 november 2009
In de Martuskerk aan de Copernicusstraat 18 te Amersfoort.
Drs. R. Verdult zal spreken over:
De vroege hechting van baby’s
Drs. R. Verdult is Psycholoog - Psychotherapeut en Babypsychotherapeut
Inleiding
In de klassieke hechtingstheorie wordt het begin van hechting gesitueerd in het vierde kwartaal van het eerste levensjaar. Er zijn echter steeds meer wetenschappelijke en klinische bevindingen die aantonen dat hechting veel vroeger begint, en wel vóór en tijdens de geboorte. Blauwdrukken voor latere hechtingspatronen worden tijdens het prenatale leven reeds gevormd. Het hechtingsgedrag dat zichtbaar wordt vanaf de bekende eenkennigheidsfase heeft daarom een intense voorgeschiedenis. Onmiddellijk na de geboorte vertoont een baby hechtingsgedrag; hij verlangt naar het herstel van lichamelijk affectief contact en hij is in staat signalen te geven om dit te bewerkstelligen. De basis voor dit vroege hechtingsgedrag wordt gelegd in de prenatale relatie tot het lichaam en de psyche van de vrouw die hem negen maanden gedragen heeft en met wie hij negen maanden in symbiose heeft samengeleefd . Het hechtingspatroon van de baby is herkenbaar aan zijn signalen, zoals hyper- of hypo arousal. Deze ‘arousal’-patronen, die samenhangen met de klassieke hechtingspatronen, kunnen in verband gebracht worden met de reacties van de baby op prenatale stress.
In zijn praktijk van babypsychotherapie werkt Drs. R. Verdult met baby’s waarbij deze vroege hechting verstoord is geraakt tijdens de zwangerschap of tijdens de geboorte. Het is een vorm van lichaamsgerichte psychotherapie waarin de baby de kans krijgt om zijn ‘verhaal’ te vertellen. Zijn lichaam is een groot expressief instrument waarmee hij uitdrukking kan geven aan zijn emotionele belastingen. De behandeling bestaat uit het herbeleven van de zwangerschap en van de geboorte.
In deze voordracht komen aan bod: de geschiedenis van vroege hechting, de hechtingssignalen van baby’s, verstoringen van hechting tijdens de zwangerschap door prenatale stress en tijdens de geboorte door medische interventies, babypsychotherapie als vorm van traumatherapie.
Drs. R. Verdult (°1953) studeerde ontwikkelingspsychologie aan de universiteit van Groningen. Hij volgde een opleiding cliëntgerichte psychotherapie. In begin negentiger jaren raakte hij geïnteresseerd in prenatale psychologie en met name de vroege hechtingsrelaties van foetussen en baby’s. In Zwitserland volgde hij een opleiding tot prenatale psychotherapeut voor volwassenen en baby’s bij William Emerson en Karlton Terry. Hij werkt samen met zijn partner Gaby Stroecken in zijn eigen psychotherapiepraktijk met volwassenen en baby’s van 1- 18 maanden. Hij is lid van de adviesraad van de ISPPM (International Society of Prenatal en perinatal Psychology and Medicine).
PROGRAMMA
18.30-19.15 uur Ontvangst met koffie/thee
19.15 uur Welkomstwoord
door de heer G. van der Weide, voorzitter van De Knoop
19.30 uur Inleiding door Drs. R. Verdult
‘De vroege hechting van baby’s’
20.30 uur Pauze
Gelegenheid tot het opstellen van vragen en bezoek aan de informatiestand van ‘De Knoop’
21.00 uur Beantwoorden van de vragen en mondelinge gedachtenwisseling
ca. 22.00 uur Afsluiting
door de heer G. van der Weide.
Aanmelden
U kunt zich tot vrijdag 20 november 2009 aanmelden door middel van het (bijgevoegde) inschrijfformulier.
De toewijzing van aanmeldingen vindt plaats op volgorde van binnenkomst. Na ontvangst van zowel de betaling als het inschrijfformulier voor vrijdag 20 november 2009 ontvangt u uiterlijk maandag 23 november 2009 per email een bevestiging van inschrijving en tevens uw toegangskaart(en).
Toegangsprijs
De entree bedraagt € 12,50, inclusief koffie of thee.
Voor de leden van De Knoop is de toegang gratis.
Locatieadres
De landelijke thema-avond wordt gehouden in de: Martuskerk aan de Copernicusstraat 18 te Amersfoort.
Informatiestand
De informatiestand van De Knoop waar brochures, lezingen en boeken te koop zijn tijdens de bijeenkomst.
Routebeschrijving en parkeren
Voor een route beschrijving kunt u ook terecht op: http://www.routenet.nl/
Op de Leusderweg kunt u vrij parkeren bij de winkels. Ook is er parkeerruimte op het Juliana van Stolbergterrein,
Openbaar vervoer
Voor informatie over vertrek en aankomsttijden van het openbaar vervoer kunt u terecht op: http://www.9292ov.nl
Wij hopen u op 25 november 2009 te mogen begroeten.
Houdt U er wel rekening mee dat wij stipt op tijd beginnen.
Wilt u zo vriendelijk zijn deze uitnodiging en het inschrijfformulier te verspreiden binnen uw organisatie.
De uitnodiging en het inschrijfformulier kunt u ook vinden op de website: http://www.deknoop.org
Campus voor probleemjeugd in Amsterdam-West2009
Jeugdzorginstellingen Spirit en Altra en de Esprit Scholengemeenschap maken plannen voor een campus voor probleemjongeren in Amsterdam-West. De campus moet vijftig ontspoorde jongeren van 12 tot 15 jaar twaalf uur per dag onderwijs, zorg en vrijetijdsbesteding bieden. De doelgroep bestaat uit jongens en meisjes die veel spijbelen, leerachterstanden hebben en soms ook crimineel zijn. Ze kunnen zowel door de rechter naar de campus worden gestuurd als vrijwillig deelnemen voor een periode van een half tot maximaal drie jaar.
De eerste drie maanden zijn de jongeren twaalf uur per dag op de campus, later kunnen ze wel buiten de deur op school gaan. Het project kost 45 duizend euro per jongere. Het project is alleen haalbaar als het rijk mee betaalt. Minister André Rouvoet voor Jeugd en Gezin beslist daar waarschijnlijk volgende maand over.
Bron: Het Parool, 18 april 2009
Agressieve kinderen kunnen niet goed verzoenen
Dat concludeert dr. Maaike Kempes die aan de Universiteit Utrecht onderzoek doet naar agressie en conflicthantering. De onderzoekster publiceert hierover in het wetenschappelijke tijdschrift Behaviour.
In haar onderzoek liet Kempes kinderen op reguliere scholen en agressieve kinderen in het speciaal onderwijs met kinderen uit hun klas spelen, waarbij ze kleine conflicten uitlokte.
De agressieve kinderen blijken niet vaker conflicten te hebben dan kinderen op reguliere scholen, maar de conflicten die tussen de kinderen ontstaan, duren langer en lopen vaker uit de hand. Dit lijkt te komen door hun onvermogen om te verzoenen.
De onderzoekster stelt: "Verzoening is een belangrijke manier om de negatieve effecten van agressie te verminderen. Het afwezig zijn ervan kan bij agressieve kinderen de reden zijn dat hun agressie als abnormaal wordt ervaren."
Ongeveer 5 procent van de kinderen heeft een agressieve gedragsstoornis.
Wat is er voor nodig dat het thuis goed blijft gaan met Dylan?Geplaatst: 09 januari 2009 18:50, laatste wijziging: 09 januari 2009 18:59
Bron: Nederlands Dagblad
door Maarten Vermeulen
Het is feest, want Dylan is weer thuis. Alsof na vijf donkere jaren het licht weer aangaat. Want het was zwaar geweest, vertelt zijn vader. ,,Ik ben drie banen kwijtgeraakt door die uithuisplaatsing.''
Naast Dylan zit zijn moeder. Ze moest zelf ook veel problemen overwinnen, de afgelopen jaren. ,,Ik gaf hem nooit aandacht, zat alleen maar achter de televisie. Ik kon me niet uiten.''
En Dylan? Hij speelt met zijn mobiele telefoon. Hij wilde zelf naar huis, al mocht hij ook naar een begeleidwonenproject. ,,Maar ik ben al zo lang weggeweest.''
Ze hebben de hereniging gevierd, een paar weken geleden. Maar de problemen zijn niet zomaar voorbij. Dat de terugkeer van Dylan tegen de wens van de gezinsvoogd inging, zegt genoeg. Het rommelt al jaren in het gezin, want ook de oudere broer van Dylan kwam in aanraking met jeugdzorg. Waarom ging het mis met Dylan? Er waren problemen, zegt hij. ,,Wat meer dan in een gemiddeld gezin'', vult zijn vriendin aan. Ze zijn onafscheidelijk. Ze ontmoetten elkaar bij het jongerencentrum in het dorp, tijdens een weekendverlof van Dylan. Er was ruzie, veel ruzie, en soms bleef dat niet bij woorden. ,,Een moeilijke periode'', zegt zijn vader. ,,Het liep niet zoals het moest.''
Dylan kwam zelf met het idee van een eigenkrachtconferentie, om te voorkomen dat het weer mis zou gaan. Zo kwam coördinator Bettine Cleophas in beeld. Ze is niet de zoveelste hulpverlener. Sterker nog, ze heeft eigenlijk niets te maken met het gezin. Ze regelt alleen de praktische kant van de bijeenkomst, gestoeld op een oeroud Maori-gebruik: problemen los je op met behulp van familie.
De eigen kracht conferentie is bezig met een opmars in Nederland. Het begon ooit bij een vernieuwing van de jeugdzorg in Nieuw-Zeeland en sinds 2001 komen ook hier familieleden, vrienden en directbetrokkenen samen in klaslokalen, buurthuizen of kerkzaaltjes om te praten over jongeren zoals Dylan.
Iedereen kan een conferentie aanvragen: jeugdzorg, de wijkagent of iemand uit het gezin zelf. De Eigen Krachtcentrale regelt dat er een coördinator komt, die betaald wordt uit subsidiegeld van de overheid en particuliere fondsen.
Een duidelijk omschreven vraag staat centraal, waarna het gezelschap onderling afspraken op papier zet. De coördinator en eventuele gezinsvoogden zijn alleen in het begin en na afloop aanwezig. Dat werkt, mensen blijken verrassend zelfredzaam als ze zelf de regie krijgen.
Dylans vader verwacht veel van de bijeenkomst, vooral wat betreft de afspraken. ,,Hij heeft een stok achter de deur nodig'', zegt hij. ,,Ik maak ook fouten, wie niet? Ik heb moeite met sorry zeggen. Maar ik heb veel steun aan God. Ik zag laatst een meikever op de muur bij het kranten rondbrengen, voor mij een teken dat God erbij is.''
Ook voor zijn broer werd al eens een conferentie gehouden, een paar jaar geleden. Dat was een mislukking. ,,Ik hield me niet aan de afspraken, omdat anderen hun beloften niet nakwamen'', zegt hij er zelf over. Het komt doordat hij zo gesloten is, vindt zijn vader. ,,En het is allemaal geestelijke strijd. Satan zit niet stil.'' Dylans moeder schudt haar hoofd: ,,Het voelt als falen, we kunnen het niet alleen.'' Falen? Haar man gaat rechtop zitten. ,,Ik kom zelf uit een gezin waar alleen maar ruzie was, nooit een arm om je heen. Ik ben blij met elke ondersteuning.''
Al jarenlang hulp vanuit de kerk
Een paar weken voorafgaand aan de bijeenkomst, gaat coördinator Bettine Cleophas op pad met het lijstje genodigden dat Dylan zelf heeft samengesteld. Iedereen krijgt een bezoekje thuis, waarbij ze uitlegt wat een eigenkrachtconferentie is, wie er allemaal komen en wat de hulpvraag is.
Manuela, een vriendin van Dylan, hoeft niet lang na te denken. Het is nota bene de derde keer dat ze wordt uitgenodigd voor een conferentie. Ze heeft best veel vrienden met problemen, zegt ze. ,,Maar ik had niet gedacht dat Dylan mij zou vragen. Sinds hij uit huis werd geplaatst, hebben we niet zoveel contact.'' Wat later wordt duidelijk dat er meer banden zijn dan eerst gedacht. ,,O ja, zijn nichtje is mijn pleegzusje.''
Later op de avond zit Bettine op de bank bij een oudste van de baptistengemeente waarvan de ouders van Dylan lid zijn. Hij kent het gezin van dichtbij. ,,Vanuit de kerk wordt al jarenlang geprobeerd hulp te bieden. Het gaat moeizaam.''
Inhoudelijk commentaar wimpelt de coördinator af. Zij wil niet weten of de ouders de zwakke schakel zijn en bemoeit zich niet met meningen daarover. ,,Ik richt mij op de organisatie van de bijeenkomst.''
De oudste gaat op de uitnodiging in, maar wil wel weten hoe vrijblijvend de conferentie is. ,,Dylan wil het zelf'', zegt Cleophas. ,,Ja, natuurlijk kan hij over een maand de stekker eruit trekken. Soms gaat het mis.''
Een paar weken later, op een zaterdagmiddag, druppelen ze allemaal de aula van een plaatselijke basisschool binnen. Er is vlaai en koffie. In totaal veertien mensen, onder wie een oom en tante en de ouders van Dylans vriendin, zitten in een kring rond een paar tafels. De gezinsvoogd legt uit waarom Dylan destijds uit huis is geplaatst. Ook herhaalt ze dat ze geen voorstander is van zijn terugkeer naar huis, maar ze belooft dat ze zal instemmen met het plan dat vandaag gemaakt wordt. De ondertoezichtstelling loopt binnenkort af omdat Dylan achttien wordt.
Na drie kwartier verlaten de gezinsvoogd en coördinator Cleophas de ruimte. Nu is het gezelschap zelf aan zet. Een keer wordt een korte rookpauze ingelast en om vijf uur zijn ze klaar. Op tafel ligt een vel met afspraken waar iedereen zich in kan vinden. ,,Er is vooral gesteggeld over uitgaan'', zegt Dylans vriendin. ,,Zijn vader wilde uiterlijk een dag van tevoren weten of hij nog weg zou gaan, maar dat kan natuurlijk niet.''
Er is een compromis gevonden, blijkt uit het plan. Dylan en zijn broer moeten vertellen wanneer ze uitgaan, maar hun ouders mogen hen niet meer tussendoor opbellen. Ook is afgesproken dat Dylan en zijn vader in geval van een conflict iemand bellen uit het netwerk. Verder gaat Dylan om half elf 's avonds slapen en moet hij 's ochtends zijn eigen lunchpakket maken, zijn vader smeert de boterhammen voor het ontbijt.
Overigens blijft er hulp van buitenaf, want Danny gaat proberen of hij tot zijn 21e begeleiding kan krijgen van Bureau Jeugdzorg. Een eigenkrachtconferentie betekent namelijk niet dat een familie alles zelf moet doen, soms is de uitkomst dat ze het juist niet zelf kunnen.
Na afloop van de bijeenkomst is er soep en liggen er broodjes knakworst. ,,Een mooi concreet plan'', zegt Cleophas tevreden. ,,Er zijn conferenties waarin de emoties hoog oplopen, hier kunnen we in harmonie met elkaar eten.'' Dylan ziet eruit alsof hij op een verjaardagsfeestje is. Hij staat naast zijn vriendin. Relaxed bijt hij in een broodje.
Ik zit de hele dag thuis, dan ga ik me ergeren
Ruim anderhalve maand na de conferentie gaat het nog steeds goed, zegt Dylans moeder door de telefoon. Hij gaat weer naar school, voor het eerst sinds bijna een halfjaar. Vier dagen werken, een dag leren. Ja, ze ziet de toekomst hoopvol in. Tenminste, als ze even niet denkt aan die uitbarsting van vorige week. Dylan was al de hele dag chagrijnig en hij ontplofte toen zijn vader een kribbige opmerking maakte. Ineens vloog er een dreigement door de huiskamer, iets met neersteken. ,,Dylan is een paar dagen naar zijn vriendin gegaan. Daarna hebben we het netjes uitgepraat.''
Het had alles te maken met een conflict over geld, blijkt als Dylan zijn kant van het verhaal vertelt. Zijn broer had het aan hem gegeven en wilde het ineens terug. Het gaat stroef tussen hen. Een gevaarlijke stroefheid, want dat was medeoorzaak van de uithuisplaatsing, vijf jaar geleden. Ze hebben tijdens de eerste evaluatiebijeenkomst over het eigen krachtplan afgesproken niks meer aan elkaar te lenen of te geven. Bij die vergadering was een deel van het 'netwerk' aanwezig. Over twee maanden is de volgende.
,,Ik ben blij dat ik weer naar school kan'', zegt Dylan. ,,Anders zit ik de hele dag thuis, en ga ik me aan de rest ergeren.''
Volgens zijn vriendin is de invloed van de conferentie nog steeds merkbaar. Er wordt meer gepraat. ,,Dat werkt beter dan messentrekken.''
Zonder afspraken op papier zou er niks van komen, denkt Dylan zelf. ,,Alleen mijn broer houdt zich er niet echt aan. Hij moet ook helpen in het huishouden. Mijn vader is nog steeds bezorgd over uitgaan. Hij is bang dat ik drugs ga gebruiken. Daarover hebben we gepraat.'' Familie spreekt in zaaltjes af hoe het verder moet in probleemgezin
Minder zorg na conferentie
Uit onderzoek van de Vrije Universiteit blijkt dat bij probleemgezinnen die een eigenkrachtconferentie houden, het aantal zorgpunten veel sneller afneemt dan in gezinnen met vergelijkbare problemen zonder conferentie. Ook verblijven kinderen langer bij familie of elders in het netwerk, zijn betrokkenen meer tevreden over hun sociale contacten en hebben ze minder behoefte aan professionele ondersteuning. Steeds meer jeugdzorginstellingen maken gebruik van de eigenkrachtmethode.
Dit jaar start een pilot bij een aantal Centra voor Jeugd en Gezin die de conferentie gaan aanbieden voordat hulpverleners een plan maken. Bij Bureau Jeugdzorg in Overijssel werd hiermee al met succes geëxperimenteerd.
http://www.nd.nl/artikelen/2009/januari/09/eerst-op-eigen-kracht
Ik vermoed dat mijn dochter ADHD heeft

Ik vermoed dat mijn dochter ADHD heeft
We vermoeden dat mijn dochter (4) een gedragsstoornis heeft. We zijn naar een Centrum voor Ontwikkelingsstoornissen geweest, maar staan op een wachtlijst van anderhalf jaar. Ik denk zelf aan ADHD of een variant ervan, maar op den duur denk je van alles. Wat zijn haar toekomstperspectieven? Kan ze naar een normale school? Kan ze hogere studies aan?
Niet voor niets spreken we over 'uitdagend gedrag' van kinderen. Uitdagen staat hier niet alleen voor het aandachtszoekende van het kind, maar ook voor de letterlijke uitdaging die het inhoudt voor ouders: het steeds weer op zoek gaan naar het goede in het kind, naar inspiratie om gepast en ongepast gedrag van elkaar te onderscheiden. Heel wat normale kleuters vertonen gedrag dat aan ADHD doet denken, omdat het de leeftijd is waarop zij nog volop leren controle te krijgen over hun gedrag.
6 op 10 Nederlandse ouders zoekt hulp bij opvoeding
Zorgmap voor ouders van kinderen en jongeren met ADHDADHD is een stoornis met veel dimensies die vraagt om een veelzijdige aanpak. Opvoeders, hulpverleners, therapeuten, kind en ouders hebben allemaal iets bij te dragen. Het is belangrijk dat ze dat samen doen, in onderlinge verstandhouding en met begrip. Het zorgboek brengt informatie uit diverse disciplines en invalhoeken samen en is daardoor een kruispunt van gebundelde kennis.
Het boekje bestaat uit 4 delen. Een luik rond diagnostiek, medische zorg, niet-medische zorg en zorg op school. In het boekje staan tips en aandachtspunten bij het installeren en opvolgen van de zorg voor het kind met ADHD. Tegelijk kan het boek gebruikt worden als een persoonlijk dossier én centraal referentiepunt waarin de zorg vanaf diagnose tot de leeftijd van ongeveer 18 jaar kan worden geregistreerd Het is een persoonlijk logboek waarin de vele stappen van het groeiproces vanaf de diagnose tot de volwassenheid van het kind kunnen worden bijgehouden.
Bovendien start centrum ZitStil vanaf januari met een opleiding ‘zorgtrajectbegeleider’ voor professionele diagnostici en hulpverleners. De bedoeling is om in Vlaanderen een netwerk op te bouwen van professionelen, die ouders kort na de diagnose, kunnen verder helpen bij het organiseren van een kwaliteitsvolle hulpverlening. Hierdoor wordt tijd gewonnen én wordt een kwaliteitsgarantie ingebouwd. Via dit traject wordt geen nieuwe hulp geïnstalleerd, wel een persoonlijke wegwijzer aangeboden die snel en flexibel kan inspelen op de meest dringende zorgnoden van ouders.
http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=5877
Info: www.zitstil.be
http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=artperrub&c=205
Hechtinghttp://www.scem.nl/nl/p_agenda_file.lp?name=Hechting_08.pdf
http://www.scem.nl/nl/p_agenda_detail.lp?ID=1281&doelgroep=&trefwoord=&select=&expand=
Behandelingsmodel bij verstoorde ouder-kindrelatiesBron: De Knoop
Geachte bezoekers,
Op de website vindt u het persbericht voor de landelijke Themabijeenkomst die op 29 oktober 2008 zal plaatsvinden.
Wilt u zo vriendelijk zijn om hier aandacht aan te besteden en deze te verspreiden naar mogelijke belangstellenden en binnen uw organisatie?
Dit kan door:
-Het persbericht mailen naar werknemers en overige geïnteresseerden
-Het plaatsen van het bericht op uw website, intranet
-Het schriftelijk verspreiden van het bericht in uw Nieuwsbrief.
Alvast hartelijk bedankt voor uw medewerking.
Als u vragen heeft kunt u contact opnemen met het secretariaat van de Knoop.
PERSBERICHT (de links kunt u vinden onderaan dit bericht)
Betreft: Landelijke themabijeenkomst over hechtingsstoornis/problemen op woensdagavond 29 oktober 2008 te Amersfoort
Bebeth
Praktijk voor hechtingsproblemen, *Diagnostiek en Behandeling, *Training en *Supervisie
Sprekers: Ben van Berkel, systeemtherapeut & Betty Smit, ouder-kindtherapeut
Met het thema: Terug naar de basis
Behandelingsmodel bij verstoorde ouder-kindrelaties
De Knoop, op woensdagavond 29 oktober 2008 in de Martuskerk te Amersfoort
De bijeenkomst is bedoeld voor een ieder die betrokken is bij hechtingsstoornis /problemen.
We kunnen aannemen dat het voor een jong kind belangrijk is om in de eerste fase van zijn leven geborgenheid te ervaren. Vanuit dit gevoel van geborgenheid kan het jonge kind emotioneel groeien, leert het later ook met woorden delen en leert het grenzen kennen door liefdevol grenzen stellende ouders. Het kind ervaart dat zijn ouders zijn behoeften kunnen begrijpen en accepteren maar dat het niet altijd mogelijk, of niet altijd goed, is om aan die behoeften tegemoet te komen. De kans is vrij groot dat je een kind dat in een dergelijk opvoedingsklimaat is opgegroeid een veilig gehecht kind kunt noemen.
Veilige hechting vormt de basis van een evenwichtige uitgroei naar volwas¬sen¬heid. Voor een veilige hechting is nodig dat belangrijke hechtingsfiguren (meestal de ouders) gevoelig zijn voor – en ingaan op - de fundamentele behoeften, geborgenheid en veiligheid, van elk kind.
In het kind ontwikkelt zich, door hetgeen hij in de relatie met zijn hechtingsfiguren heeft ervaren, een emotionele blauwdruk van waaruit hij of zij later relaties aangaat en ook kinderen opvoedt.
Een positieve emotionele blauwdruk vergroot de kans dat het kind later, als volwassene, zijn kind opvoedt tot een zich emotioneel evenwichtig ontwikkelende volwassene.
Een negatieve blauwdruk kan tot het tegenovergestelde leiden.
Als hulpverleners, verbonden aan een praktijk voor kinderen met gedrags- en/of hechtingsproblemen hebben we veel te maken met gezinnen waarin opvoedingsproblemen spelen. De mate waarin ouders gevoelig kunnen zijn voor de fundamentele behoeften van het kind, maar ook de mate waarin het kind in staat is om die fundamentele behoeften adequaat te uiten, spelen o.i. een grote rol in het ontstaan van de opvoedingsproblemen in die gezinnen.
In deze voordracht zullen we schetsen op welke manier deze gegevenheden een rol spelen in een vastgelopen ouder-kindrelatie en zal in woord en beeld worden getoond hoe onze meerzijdige benadering kan leiden tot herstel van de ouder-kindrelatie.
Opvoeden gaat meer vanzelf als de ouder-kindrelatie “goed genoeg” is.
Over De Knoop:
De Knoop is een algemene landelijke vereniging voor hechtingsstoornissen/Geen-Bodem-Syndroom(GBS).
Kenmerkend voor de Knoop is dat ze zich inzet voor ondersteuning, preventie, herkenning en erkenning door middel van informatie, onderling contact en themabijeenkomsten. Doel is naast de ondersteuning van de leden om de problematiek van de hechtingsstoornis onder de aandacht te brengen en te houden bij de hulpverlening, de politiek en de media. Erkenning te krijgen voor hechtingsstoornissen bij specialisten en in wetenschappelijke kringen is bitter nodig om de theorie en de praktijk van de hulpverlening op een hoger peil te krijgen.
De bijeenkomst wordt gehouden op woensdagavond 29 oktober 2008 aanstaande in de Martuskerk aan de Copernicusstraat 18, 3817 VJ te Amersfoort. De avond begint om 19.30 uur en zal duren tot +/- 22.00 uur, de zaal is open vanaf 18.45 uur.
Tot woensdag 22 oktober 2008 kunt u zich aanmelden, de toegang voor belangstellenden bedraagt € 10,00, voor leden van de Knoop is de toegang gratis.
Wilt u de informatie ontvangen per post of per mail neem contact op met De Knoop, tel: 0527-614504
http://www.deknoop.org/themabijeenkomst/uitnodiging.doc
http://www.deknoop.org/themabijeenkomst/persbericht.doc
http://www.deknoop.org/themabijeenkomst/inschrijfformulier.doc
http://www.deknoop.org/themabijeenkomst/route.doc
Opvoeden van kinderen met problemen
Per Saldo voert actie tegen de kabinetsplannenDe regering wil 800 miljoen bezuinigen op de AWBZ. Zij wil o.a. de AWBZ alleen nog toegankelijk maken voor de meest kwetsbaren in onze samenleving, zoals mensen met ernstig regieverlies of mensen met een ernstige, invaliderende aandoening of beperking. Daarbij wil men ook participatie als doelstelling uit de AWBZ schrappen.
Per Saldo is geschokt over deze maatregelen. Deze ingreep raakt niet de kern van de kostenstijging en er wordt voorbijgegaan aan een hele grote groep mensen die het pgb keihard nodig hebben om te leven en te overleven!
Denk aan jongeren (al dan niet met een psychiatrische problematiek) die dagelijks begeleiding nodig hebben.
Denk ook aan gezinnen waar kinderen met forse beperkingen opgroeien, waarbij specifieke deskundigheid vereist is en ouders al jaren zwaar overbelast zijn. De inzet van het pgb is vaak plaatsgebonden en op speciale momenten van de dag. Hele gezinnen blijven overeind door deze begeleiding op maat. Dit zijn geen kinderen die intramuraal behoren te wonen, die horen thuis bij hun ouders!
Per Saldo verzet zich tegen de plannen van het kabinet. Daarom verzamelen wij voorbeelden en verhalen uit de praktijk waaruit blijkt dat de maatregelen onacceptabel zijn.
Op de homepage van Per Saldo (www.pgb.nl) kunnen budgethouders a.d.v. twee vragen aangeven wat deze plannen voor effect gaan hebben op hun leven.
bron: http://www.pgb.nl
http://www.leefwijzer.nl/default.asp?location=nieuwsartikel&layout=nieuws&id=5080