Naar de inhoud

Psychiatrie informatie

Psychiatrie informatie biedt informatie voor cliënten & betrokkenen over de mogelijkheden binnen de GGZ Geestelijke Gezondheidszorg
akke.beakke.be

LINKS

 

61.gifHerstellingsoord

 

Centrum voor Psychisch Herstel

Centrum voor Psychisch Herstel NB

Centrum voor Psychotherapie

Meer informatie

De Berkenhof

De Gelderse Roos

het Duinhuis ZH

Folder cliënten Duinhuis

Folder verwijzers Duinhuis

Pastoraal Centrum Saron

Velserpoort NH 

61.gifBeschermd - Begeleid Wonen

 

RIBW Alliantie

Drenthe

IJssel-Vecht

Twente

Arnhem & Veluwe Vallei

Nijmegen en Rivierenland

Oost-Veluwe

Kwintes Zeist eo.

SBW Utrecht eo.

Cordaan PC-Hooft

Volksbond Amsterdam

HVO-Querido Amsterdam

Gooi- en Vechtstreek

KAM Haarlem eo.

Zaanstreek Waterland & W-F

Pameijer Rotterdam eo.

PerspeKtief Rijswijk eo.

Fonteynenburg Zoetermeer

Anton Constandse Den Haag

Midden-Brabant

Mensana N & M Limburg

Heuvelland en Maasvallei

Wonen & Psychiatrie Terneuzen eo.

61.gifSpecialistische behandeling 

 

ADHD volwassenen

PsyQ Programma en Kenniscentrum

Autisme                  

Dr. Leo Kannerhuis

Lentis Autismeteam N Nld

Bipolaire stoornis 

Altrecht Behandelcentrum

Depressie           

PsyQ Programma Depressie

Eerste Psychose    

Parnassia Centrum Eerste Psychose

Eetstoornissen

Accare

Amarum

Breburg Groep

Human Concern

Novarum

Rintveld

Triade LIGHT-House

Ursula

Ned Academie voor Eetstoornissen

Kenniscentrum Eetstoornissen Ned

Therapievormen eetstoornissen

Getroffenen vervolging, oorlog, geweld

Stichting Centrum '45

Neuropsychiatrie

Centrum voor Neuropsychiatrie

Persoonlijkheidsproblematiek

Brinkveld

CSP Jelgersma

De Gelderse Roos

De Viersprong

De Zwaluw & De Enk

Mentrum

PsyQ CPP

Scelta

Sinaï Centrum

De Wende

Psychosomatiek

Eikenboom centrum Psychosomatiek

Psychotrauma jeugd

Rivierduinen Kinderen en Jeugd

 

 

 

 

61.gifGGZ Instellingen 

 

Landelijk

De Hoop ggz

Eleos Gereformeerde GGZ

Lievegoed Zorggroep

Psychoanalytisch Instituut

Zonnehuizen

 

Regionaal

Lentis Groningen

GGZ Friesland

In de Bres Drachten

GGZ Drenthe

Dimence Deventer

Mediant Enschede

De Gelderse Roos

GGNet Warnsveld

GGZ Nijmegen

Overwaal Lent

Meerkanten Ermelo

Pro Persona Wolfheze

Altrecht Den Dolder

RIAGG Amersfoort

Symfora Amersfoort

AMC De Meren

Arkin Amsterdam

GGZ Dijk en Duin

GGZ Noord-Holland N

GGZ inGeest Amsterdam

GGZ-Centrum W-Friesland

Inforsa

Jellinek Mentrum

Mentrum Amsterdam

Sinaï Centrum

Stichting Centrum '45

De Grote Rivieren

Delta Psychiatrisch Centrum

GGZ Delfland

Parnassia Den Haag

PsyQ Den Haag

PsyQbusiness

RIAGG Rijnmond

Rivierduinen

Emergis Zeeland

Bavo Europoort

GGZ Eindhoven & Kempen

GGZ Midden-Brabant

GGZ Oost-Brabant

GGZ Westelijk N Brabant

De Viersprong Halsteren

Reinier van Arkel Groep

GGZ-Groep N & M Limburg

Mondriaan Zorggroep

Orbis GGZ Geleen

RIAGG Maastricht

RIAGG Zuid

*
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Stuur door Reageer op dit bericht

1 reactie op dit bericht

Sjcg12318 februari 2017 om 11:10

011 6883 8056

Ray ban sale online

Air Nike

hogan scontate

adidas outlet stores online

ugg boots classic

Original Ugg Boots

Nike Shoes Sale Store

michael kors handbags on sale

Coach Bags On Sale

moncler outlet

Nike Store

pandora outlet store

cheap nike air max

Moncler Outlet Online

Moncler Jackets Discount Marketplace

Ugg Boots On Clearance

ugg boots for women

adidas store

hyperdunk 2014

uggs for cheap

Michael Kors

nike free

chaussures nike pas cher

Nike Pas Cher Femme

Toms Outlet Online

Ugg Femme Pas Cher

Chestnut Ugg Boots

michael kors bags outlet

Bottes Ugg Femme Pas Cher

nike sportschuhe

Vans Black Sneakers

Canada Goose Official Site

Boutique Ugg

Ray-Ban Official Discounted Site

zapatillas nike baratas

Air Max 90

ugg store

pandora jewelry store

prada outlet

Nike Air Women

Nike Soccer Cleats Boots

Adidas Shoes Discount Marketplace

christian louboutin outlet

nike shoes

Nike Zapatos

Nike Roshe Run Sale

Pandora Official Website

Uggs Outlet Store

Womens Ugg Boots

nike air schuhe herren

Moncler Jacket Womens

Air Jordan News

hogan rebel donna

Adidas Originals Superstar

huarache sneakers

Ugg Classic Tall

cheap real uggs

vans shoe store

converse store

Nike Air Sneakers

fitflops sale uk

Nike Shoes Discount Marketplace

sac coach soldes

Yeezy Black

Ugg Pas Cher En France

scarpe hogan outlet

Canada Goose Outlet

Nike Online Store

nike air max running shoes

air force one pas cher

cheap christian louboutin

moncler coats for women

Air Max Femme

air jordan

botas de futbol

Botte Ugg Femme

Uggs Pas Cher Soldes

Ugg Pas Cher Femme

Negozi Pandora

Ugg Button

nike tn pas cher

Bottes Ugg Pas Cher

chaussure Nike homme

Nike Air Jordan 11

nike chaussures

Moncler Sale

nike air

goedkope nike air max

pandora charm bracelet sale

longchamp tote bag

cheap air max outlet

Toms Shoes For Women

The official UGG

Moncler Store

ugg outlet online

moncler girls

religion store

Sportschuhe Nike

ugg boots cheap

retro jordans for cheap

Kobe Shoes Nike

chaussures de foot pas cher

Pandora Beads And Charms

Jordan Future

adidas outlet

nike mercurial soccer cleats

Nike Air 90

zapatilla adidas

louboutin heels

nike sneakers

Cheap Michael Kors

newest lebron shoes

uggs outlet

nike joggesko

cheap uggs for women

Jordan Store

scarpe nike

Boost Yeezy Sale On Line

ugg clearance

nike sb stefan janoski

Air Jordan Retro Sale

chaussure basket homme

Nike Shox Cheap

billige nike sko

pandora bracelet charms

Doudoune Moncler Femme Pas Cher

Adidas Superstar

Michael Kors Outlet

ugg boots outlet online

zapatillas running

nfl store

Sheepskin Ugg Boots

Nike Air Max Cheap

ADIDAS NMD SALE ON LINE

Jordan Schoenen

pandora rings

Ugg boots Sale

Nike Air Huarache For Sale

adidas schoenen

new jordan releases

reebok running shoes

canada goose jacket outlet

Air Max Sneakers

australia uggs outlet

official NHL jerseys

sac a main michael kors

Michael Kors Handbags Discount

new yeezy shoes

Timberland skor

womens nike air max

nike schuhe günstig

nike jordan shoes

canada goose sale online

zapatos de futbol nike

longchamp bags on sale

Doudoune Moncler Pas Cher

Air Jordan Release Date

Uomo Hogan

Boty Nike Air

Soccer Boots Outlet nike

Chaussure Nike Air Max Pas Cher

Nike Factory Store

toms sale

Adidas Originals Stan Smith

Jordan Sneakers For Sale

Stone Island Outlet

abercrombie and fitch store

Lebron 13

cheap uggs

nike air jordan pas cher

23 is back

adidas kläder

Chaussure Nike Pas Cher

coach factory outlet online

Yeezy Boost Sale Online

uggs for women

ray ban wayfarer eyeglasses

australia uggs outlet

new pandora charms

pandora beads

Doudoune Moncler Site Officiel

portafoglio michael kors

Timberland Outlet

Ugg Outlet Online Store

ugg factory outlet

canada goose jackets on sale

moncler jacket sale

Pandora Store

nike damenschuhe

Adidas Neo Discount Sale

toms shoes outlet

Oakley Sunglasses Cheap

Canada Goose Outlet

Sjcg0218-2
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

LINKS

61.gifRechten

 

BIG: Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg

BOPZ: Wet Bijzondere Opnemingen Psychiatrische Ziekenhuizen

KLACHTRECHT: Wet klachtrecht cliënten zorgsector

WGBO: Wet op de Geneeskundige Behandelings Overeenkomst

WMCZ: Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen

WMO: Wet Medisch-wetenschappelijk Onderzoek met Mensen

Wet Verplichte Geestelijke Gezondheidszorg

61.gifRegionaal Cliëntenbelangen Organisaties 

 

GRONINGEN

GGZ Cliëntenplatform

Mee

Klantenkrant

FRIESLAND

Steunpunt Aanzet

DRENTE

Informatie-& adviesbureau

OVERIJSEL

Focus Zwolle

Informatiecentrum Almelo

St. Cliënteninitiatieven

Trimaran Hengelo

FLEVOLAND

STIP GGZ

GELDERLAND

Informatiecentrum Arnhem

De Kentering Nijmegen

Questi ggzoostveluwe

UTRECHT

Altrecht Infocentrum

GGZ Wegwijzer

Infocentrum Hilversum

Steunpunt GGZ

Stichting Wegwijs

NOORD HOLLAND

A'dams PC Platform

CBB-KAM

Cliëntenbond

Cliënten Informatiepunt

Informatiecentrum GGz

Informatie Steunpunt

Informentaal

Netcliënten

Psychotheek

RCO De Hoofdzaak

Steunpunt GGZ

St. A'damse Vriendendiensten

Taste

ZUID HOLLAND

Basisberaad Rijnmond

Cliënten Belangen Bureau

Denkraam Rijnmond

Ggzplaza Rijnmond

Haags Platform

Informatiepunt Leiden

Stichting Kompassie

Zog midden holland

Zon

ZEELAND

Cliëntenbelangenbureau

 

BRABANT

EMO-C Borderlinecafé

GRIP: Info-winkel

Service Centrum

Stichting Info-Méér

St. Door en Voor

 

LIMBURG

Cliënten adviesbureau

GGZ-Zorgvragers

Informatiecentrum

Info Mondriaan Zorggroep

Infopunt

Zelfhulpgroep fobieën

 

 

 

 

 

 

 

 

61.gifLandelijk Cliëntenbelangen Organisaties 

 

ADHD Stichting

Angst, Dwang en Fobie Stichting

Anoiksis

Calaeidoscoop

Cliëntenbond in de GGZ

Cliëntondersteuning GGZ

Depressie Centrum

Impuls digitaal

Kenniscentrum Zelfhulp en Ervaringsdeskundigheid

Manisch-Depressieven & Betrokkenen

Ned Vereniging voor Autisme

Patiënt Vertrouwens Personen PVP

Psychiatrie netwerk

Stichting Anorexia Boulimia Nervosa

Stichting Borderline

Stichting Labyrint~In Perspectief

Stichting Leven met Borderline

Stichting Pandora

Stichting Weerklank

Stichting Zelfbeschadiging

Stichting ZieZo eetstoornis

Triade Borderline

Vereniging Eetstoornis Net

Ypsilon 

 

61.gifFamilie & Betrokkenen Organisaties 

 

Familie Psy Patiënten Brabant

Familieraden SLKF

Familie van

Familievertrouwenspersoon

Labyrint in perspectief

Ouders van Autisten

Oudervereniging Balans

Vrienden GGZ Friesland

61.gifOverkoepelende Cliëntenbelangen Organisaties 

 

Cliëntenbond in de ggz

Landelijk Platform GGZ

Patiënten Consumenten Federatie

Voice Nederland

Zorgbelang Nederland

Trimbos Instituut

GGZ Nederland

Ministerie van VWS


*
Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht Stuur door

LINKS

61.gifBehandelingen

 

Verbale therapie

 

Lees hier de informatie over:

 

Cliëntgerichte psychotherapie

Cognitieve therapie

Contextuele therapie

Counseling

Directieve therapie

Gedragstherapie

Groepspsychotherapie

Kinder- en jeugdpsychotherapie

Korte dynamische psychotherapie

Korte eclectische psychotherapie

 

Logotherapie en existentiële analyse

Mindfulness 

Neuro Linguïstisch Programmeren

Oplossingsgerichte therapie

Psychoanalyse en psychoanalytische

psychotherapie

Rationeel Emotieve Therapie

Relatietherapie en gezinstherapie

Speyertherapie

Transactionele Analyse

Voice Dialogue

 

Nonverbale therapie

 

Lees hier de informatie over:

 

Acupunctuur

EMDR 

Hypnose 

Psychodrama 

 

Regressie therapie 

Vaktherapie:

Beeldende therapie 

Danstherapie

Dramatherapie

Muziektherapie

Psychomotorische therapie

 

Lichaamsgerichte therapie

 

Lees hier de informatie over:

 

Bio-energetica

Bondingtherapie

Emotional FreedomTechniques

Gestalttherapie

 

Haptotherapie

Neuropsyrurgie

Pesso-psychotherapie

Rebalancing

Rebirthing

Transpersoonlijke therapie

 

Spirituele therapie

 

Lees hier de informatie over:

 

Aura- en chakratherapie

Psychosynthese

Reïncarnatietherapie

Zijnsorientatie

 

Alternatieve therapieën 

 

Lees hier de informatie over:

 

Autogene training

Bach

Biodanza

Kinesiologie

Mesologie

 

Neuro Emotionele Integratie

Reiki

Shiatsu

Simontontherapie

Tibetaanse klankschalen

Touch for Health

Voetreflexologie

61.gifInternetbehandeling

 

Anna Zorg

E-mental health

Email psycholoog

Grip op je dip

Het Luisterend Oog

Hulp & Advies online

Hulpmix Tip!

Interapy

Internet hulpverlening

Internet therapie

Levante onlinetherapie

Maatschappelijk Werk online

Mailtherapie

Online Pedagoog

Online Psycholoog

Online-psychologen

Webzorg

Zelfhulpcursus 

61.gifTijdens de Behandeling 

 

Mogelijkheden

Ondersteuning Cliënten 

Ondersteuning Betrokkenen

Clientenrechten

GGZ Richtlijnen

Meld je zorg  Tip!

Omgaan met automutilatie 

Second opinion

KNMG Arts en klacht

Wegwijzer klachtrecht

Zorgbelang klacht

Komen binnen de GGZ instelling op voor de belangen van de cliënt

 

Patiënt Vertrouwens Persoon

Cliëntvertrouwenspersoon RIBW

Cliëntenraad LPR

Komen binnen de GGZ instelling  op voor de belangen van familie en betrokkenen

 

Familievertrouwenspersoon Familieraad

Contact hulpverlener en familie

Regeling GGZ & Betrokkenen

*************************************
Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht Stuur door

Evaluatie: gesprek waarin u beiden het verloop van de behandeling bespreekt

Evaluatie

 

 

 

 

Evaluatie: gesprek waarin u beiden het verloop van de behandeling bespreekt.

 

Bij de tussentijdse evaluaties van de behandeling wordt het behandelplan ook getoetst aan de hand van uw meningen, opmerkingen en wensen. De behandelaar geeft u ruimte uw mening en wensen kenbaar te maken. 

 

Het is aan te raden dat u zich voorbereidt op een evaluatie.

Neem gerust een lijstje mee met aantekeningen, dit kan u helpen om structuur te geven aan deze evaluatie.

 

Gebruik hiervoor de volgende punten

                                           

Wat is er de afgelopen tijd bereikt

·         Wat ging goed

·         Wat ging niet goed

·         Wat zou ik anders willen

·         Vond ik de bejegening en de communicatie prettig, goed*

·         Medicatie: werking en evt. bijwerkingen van de medicijnen

·         Wat heb ik bereikt

·         Kloppen mijn doelen nog

·         Waar ik verder aan wil werken

·         Eventueel aanpassing behandelplan

·         Afspraak eerstvolgende evaluatie

·         Als het nodig is dat het plan wordt bijgesteld gebeurt dit met uw instemming 

 

* een goede bejegening houdt in: gelijkwaardige houding, respectvolle benadering, voldoende tijd en aandacht, dat u en uw klachten serieus genomen worden etc.

 

 

Frequentie en onderwerpen voor evaluaties

 

 

Wanneer zou ik de behandeling willen beëindigen   (als wat is bereikt)

Hoe zie ik de toekomst

 

 

 

Afsluiting van de behandeling

 

Bij de eindevaluatie van de behandeling, krijgt u van de behandelaar de ruimte uw mening, opmerkingen en wensen over de afsluiting kenbaar te maken.

  • Bent u van mening dat de behandeling dat de behandeling heeft bijgedragen aan het verminderen van de klachten waarvoor u in behandeling bent gekomen
  • Dat uw empowerment is vergroot, d.w.z. dat uw kracht en zelfredzaamheid zijn toegenomen.
  • Dat u in staat bent u zelfstandiger te handhaven op gebieden als wonen, werken, dagbesteding, financiën, relaties e.d.
  • Dat u mondiger en weerbaarder bent geworden, voor uzelf kunt opkomen en uw eigen beslissingen kunt nemen. 

 

Nazorg

 

In de nazorg biedt de behandelaar u, indien gewenst, begeleiding in de maatschappij zodat

terugval, preventie van problemen en nieuwe hulpvragen worden gesignaleerd.

De behandelaar informeert u over de keuzemogelijkheden aan nazorg. U krijgt de ruimte om

uw wensen en verwachtingen over nazorg aan de behandelaar kenbaar te maken.

Er worden heldere afspraken gemaakt tussen u en de behandelaar.

 

Afspraken over nazorg



 

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht Stuur door

Tips bij het indienen van een klacht

Klacht indienen

 

 

 

 

Een klacht is een gratis advies

 

Andere cliënten profiteren daar ook van

 

 

 

In het contact met de hulpverlener of in de organisatie van de zorg kan van alles misgaan.

Het gaat om zaken die volgens u anders hadden moeten of kunnen verlopen.

U kunt dit ook doen als u zich niet serieus genomen voelt of als u vindt dat de hulpverlening onvoldoende is. Of u bent u van mening dat u verkeerd of onzorgvuldig behandeld bent.

Het is geen uiting van een moeilijke cliënt, maar het aangeven van de cliënt dat de hulp op deze manier averechts werkt, niet bijdraagt aan herstel.

 

Iedere instelling hoort een klachtenreglement te hebben. Indien u in behandeling bent bij een onafhankelijk behandelaar die is aangesloten bij een overkoepelende belangen vereniging, dan kunt u ook hier uw klacht indienen.

 

U heeft altijd het recht om een klacht in te dienen.

 

 

De PVP voor ondersteuning en advies

Een klacht met een hulpverlener bespreken is vaak moeilijk. Als u een klacht heeft vraag de pvp om advies en ondersteuning. De pvp is in dienst bij de landelijke Stichting Patiëntenvertrouwenspersoon en is onafhankelijk van de instelling. De pvp kan u informeren over de klachtenregeling en u helpen bij het indienen van een klacht, kan u helpen bij het schrijven van de brief. Hij/zij is een deskundige en bekijkt op welke wettelijke gronden uw klacht het best gebaseerd kan worden. Ook wanneer u gesepareerd bent, kunt u de pvp om advies vragen. Als het mogelijk is, kunt u de pvp zelf bellen, of een naastbetrokkene, medewerker van de afdeling of een medecliënt. Elders kunt u ondersteuning vragen bij de cliëntvertrouwenspersoon.

 

Stichting Patiëntenvertrouwenspersoon

F.C. Donderstraat 9, 3572 JA Utrecht

tel 030 272 83 53/help desk 0900 444 88 88

e-mail helpdesk@pvp.nl

 

 

Door een slechte bejegening was het vertrouwen tussen de cliënt en de hulpverlener beschadigd. Zij vroeg de psychiater om verwijzing naar een andere hulpverlener. Hij vond dat niet nodig.

Toen zij de pvp om hulp vroeg ging hij met haar mee naar de psychiater en werd verwijzing naar een andere hulpverlener toegestaan.

 

 

Bespreek uw klacht eerst met uw hulpverlener.

Door uw klacht te melden maakt u duidelijk dat er volgens u iets veranderd moet worden. Het is goed mogelijk dat de hulpverlener niet weet dat u niet tevreden bent, mogelijk is er sprake van een misverstand en kan dat in een gesprek opgelost worden. Bovendien krijgt dan de hulpverlener de kans verbetering te tonen.

 

Blijf er niet mee lopen

  • Reageer zo snel mogelijk. Hoe langer u wacht, hoe moeilijker het vaak wordt.
  • Schrijf van tevoren voor uzelf op waarover u wilt praten
  • Bedenk van tevoren wat u met het gesprek wilt bereiken.
  • Neem iemand mee ter ondersteuning, wanneer u daar behoefte aan heeft.

 

Reageert deze niet, dan zijn er de volgende mogelijkheden:

 

  • U kunt naar een meerdere van de hulpverlener gaan
  • naar de cliënten/bewoners/ familie/bezoekersraad
  • naar de klachtenfunctionaris/vertrouwenspersoon. Deze persoon is meestal in dienst van de instelling, is bedoeld om de drempel om een klacht in te dienen zoveel mogelijk te verlagen In veel gevallen kan een klachtenfunctionaris een  bemiddelende rol spelen tussen u en de hulpverlener
  • naar een klachtencommissie

 

Klachtencommissie

U kunt uw klacht ter beoordeling voorleggen aan de klachtencommissie. Elke instelling en iedere hulpverlener is volgens de Wet Klachtrecht Cliënten Zorginstellingen en de wet Bijzondere Opneming in Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ), verplicht om een klachtenreglement en een klachtencommissie te hebben of bij een overkoepelende klachtencommissie te zijn aangesloten. In het reglement staat vermeld hoe de klachtencommissie uw klacht behandelt. De klacht kan elke hulpverlener en alle andere medewerkers van de instelling betreffen.

In theorie is er sprake van een onafhankelijke klachtencommissie, in de praktijk blijkt soms dus formeel niet strikt onafhankelijk, maar stelt zich wel onafhankelijk op

 

 

Wie kan een klacht indienen?

  • u kunt zelf een klacht indienen
  • partner
  • ouders, broer, zus of kind
  • familie in de tweede graad
  • mentor of curator
  • een medecliënt
  • u kunt u iemand machtigen om dit namens u te doen.  
  • ook nabestaanden 

 

 

Mogelijke procedure (kan per instelling verschillen)

 

 

Stappen voor het indienen van een klacht

Er zijn geen kosten verbonden aan deze klachtenbehandeling.

Stuur een brief met daarin uw klacht naar de Klachtencommissie waarin u vermeld:

 

  • Over wie u een klacht heeft
  • Een korte en duidelijke omschrijving van de gebeurtenis of de beslissing waarover u klaagt
  • Wat uw bezwaren zijn tegen die gebeurtenis of beslissing.
  • Uw handtekening zal worden gevraagd. Zodoende geeft u de klachtencommissie toestemming voor inzage in uw dossier. Dit is nodig om uw klacht te kunnen onderzoeken.

 

 

Binnen enkele werkdagen ontvangt u van de klachtencommissie een bevestiging van ontvangst van uw brief.

 

De hulpverlener tegen wie u een klacht heeft ingediend (de aangeklaagde), krijgt een kopie van uw brief en wordt gevraagd om daarop te reageren.

U krijgt een afschrift van deze reactie.

 

De klachtencommissie kan besluiten uw klacht niet in behandeling te nemen.

Dan ontvangt u daarover bericht

 

 

Inzage dossier

Vraag samen met de pvp voor u de klacht indient, of voor de hoorzitting om inzage in uw dossier.

U kunt dan samen, over de gebeurtenis betreffende uw klacht, lezen wat de hulpverlener hierover vermeld heeft in uw dossier. U bent dan op de hoogte van wat de klachtencommissie later voor waar zal aannemen. Vraag zonodig om een kopie van dit deel van uw dossier. 

U heeft ook het recht uw mening, visie toe te voegen in uw dossier. 

 

 

Verloop van de klachtbehandeling

De klachtencommissie onderzoekt uw klacht en kan voorstellen om te bemiddelen, met het doel het vertrouwen van u in hulpverlener en instelling te herstellen.

Als u dit niet wilt maar direct behandeling van uw klacht door de commissie wilt, kunt u dat al aangeven in uw klachtbrief.

  • U kunt toestemming geven voor de bemiddeling.
  • Na de bemiddeling kunt u aangeven of naar uw mening de klacht is afgehandeld.
  • U kunt toestemming geven voor de bemiddeling maar dit leidt niet tot een bevredigend resultaat.
  • U wilt geen bemiddeling.

 

 

Verwijs tijdens de hoorzitting

naar de wettelijke verplichtingen

van de hulpverlener

 

Deze kunt u vinden in 

Rechten - Arts & klacht - Beroepscodes

 

 

De hoorzitting

Daarna volgt een hoorzitting waar beide partijen mondeling hun standpunt kunnen toelichten.

 

  • De klachtencommissie zal u vragen uw klacht mondeling toe te lichten. U kunt iemand meenemen naar dit gesprek, bijvoorbeeld de pvp.
  • Degene tegen wie uw klacht is gericht, wordt ook gevraagd een toelichting te geven. Hij/zij kan ook iemand meenemen ter ondersteuning.
  • Houd er rekening mee dat dit in veel gevallen uw hoofdbehandelaar, psychiater kan zijn, terwijl dit niet wenselijk is.

 

Beslissing over uw klacht

Heeft u een klacht ingediend, dan beslist de klachtencommissie binnen zes weken na indiening van uw klacht.

 

Er zijn dan drie mogelijkheden:

  • Uw klacht is gegrond: de klachtencommissie geeft u gelijk
  • Uw klacht is gedeeltelijk gegrond: de klachtencommissie geeft u op sommige punten gelijk en op andere punten niet
  • Uw klacht is ongegrond: de klachtencommissie geeft u niet gelijk.

 

 

Als de behandeling van uw klacht langer duurt, is de klachtencommissie verplicht te vertellen waarom dit zo is en wanneer u de beslissing te horen krijgt.

 

  • De klachtencommissie laat u en aangeklaagde schriftelijk weten van haar oordeel en naar de Raad van Bestuur/ directie. Als iemand anders namens u de klacht heeft ingediend, krijgt deze ook een afschrift toegestuurd.
  • Na het besluit van de klachtencommissie hoort de Raad van Bestuur / Directie u binnen een maand te laten weten of er maatregelen worden genomen en zo ja, welke.
  • Wanneer de klachtencommissie uw klacht gegrond verklaart, wordt de beslissing waartegen uw klacht is gericht geheel of gedeeltelijk gewijzigd.
  • De klachtencommissie kan de hulpverlener opdragen binnen een bepaalde termijn een andere beslissing te nemen of een andere handeling te verrichten.
  • De klachtencommissie stuurt een afschrift van haar besluit naar u, naar degene tegen wie uw klacht is gericht, naar de Raad van Bestuur en de Inspecteur voor de Gezondheidszorg. Als iemand anders namens u de klacht heeft ingediend, krijgt deze ook een afschrift toegestuurd.

 

De klachtencommissie kan zelf geen maatregelen treffen. Wel kan zij aan de hulpverlener of de instelling aanbevelingen doen over hoe uw klacht opgelost kan worden, en/of in de toekomst kan worden voorkomen. De hulpverlener of instelling moet binnen een maand schriftelijk laten weten of en hoe de aanbevelingen worden overgenomen. Hiervan krijgt u een afschrift. Er is geen wettelijke verplichting om de aanbevelingen van de klachtencommissie te volgen.

 

 

Verslag van de Klachtencommissie

De klachtencommissie brengt elk jaar een verslag uit van haar werkzaamheden voor de Raad van Bestuur en aan de Inspecteur voor de Gezondheidszorg gestuurd.

 

 

Klacht ongegrond

Als uw klacht ongegrond wordt verklaard, dan moet u zich neerleggen bij het oordeel van de klachtencommissie. Er is geen beroepsmogelijkheid. Bent u het niet eens met het besluit van de klachtencommissie, dan is er de mogelijk uw klacht in te dienen bij het Medisch Tuchtcollege.

 

 

Bopz klacht ongegrond

Dan kunt u uw klacht aan de rechter voorleggen, daarbij kunt u vragen de beslissing waartegen de klacht gericht is te schorsen. Wanneer u uw klacht aan de rechter voorlegt, kunt u ook een verzoek tot schadevergoeding indienen.

Wanneer u uw klacht aan de rechtbank voorlegt, kunt u gratis hulp krijgen van een advocaat.

 

 

Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

U kunt zelf, of als partner, ouders, wettelijk vertegenwoordiger of andere rechtstreeks belanghebbende schriftelijk ook een klacht indienen bij het Regionaal Tuchtcollege.

U kunt ook iemand machtigen om namens u een klacht in te dienen.

De betreffende hulpverlener is verplicht zich in het BIG-register in te schrijven. 

 

Het tuchtrecht is vooral gericht op het handhaven van de normen en het handhaven van de kwaliteitsmaatstaven die in een bepaalde beroepsgroep gelden. Wanneer bijvoorbeeld een arts zijn werk niet volgens deze maatstaven uitvoert, kan een tuchtcollege bindende maatregelen opleggen.

Deze zijn: een waarschuwing, berisping, geldboete (vervalt aan de staat), schorsing en gedeeltelijke of gehele ontzegging het beroep uit te oefenen. Het tuchtcollege biedt echter voor u persoonlijk geen oplossing. Dat sluit niet uit dat u een gegrondverklaring van de klacht en het treffen van een maatregel door het tuchtcollege kunt ervaren als genoegdoening.

Ook in deze procedure vindt hoor en wederhoor plaats.

U kunt geen schadevergoeding toegewezen krijgen door het tuchtcollege.

De tijd van de gehele procedure kan oplopen van een half jaar tot een jaar of langer.

U kunt zich laten bijstaan door bijvoorbeeld een familielid. Er zijn geen kosten verbonden aan deze klachtenbehandeling. Door u zelf ingeschakelde juridische bijstand of deskundigheid komt wel voor uw rekening.

 

Zowel klager als aangeklaagde kunnen tegen de uitspraak in beroep gaan bij het Centraal Tuchtcollege voor de gezondheidszorg.

Het IKG Zorgbelang kan u vooraf ondersteunen en adviseren.

Tel: 0900 - 243 70 70 



 

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht Stuur door

Arts & omgaan met een klacht

Omgaan met incidenten, fouten en klachten:

wat mag van artsen worden verwacht?

 

 

 

April 2007

 

Samenvatting

Het is belangrijk dat artsen bereid zijn van incidenten, fouten en klachten te leren.

 

1. Inleiding

De laatste jaren is steeds meer de nadruk komen te liggen op het belang van een veilige gezondheidszorg, waarin hulpverleners en zorginstellingen zich transparant en toetsbaar opstellen. In dat kader wordt in toenemende mate verwacht dat er vanuit de zorg open en eerlijk wordt omgegaan met incidenten, fouten en klachten. Dit is een belangrijke maatschappelijke ontwikkeling, waaraan artsen en hun organisaties zoveel mogelijk tegemoet moeten komen.

De KNMG acht het haar verantwoordelijkheid om een op openheid en toetsbaarheid gebaseerde professionele houding van artsen zoveel mogelijk te bevorderen. Met het onderhavige standpunt wil de KNMG verduidelijken wat met betrekking tot het omgaan met incidenten, fouten en klachten in de gezondheidszorg van artsen mag worden verwacht.1 In alle gevallen is het uitgangspunt dat artsen bereid zijn om van incidenten, fouten en klachten te leren.

In het KNMG-Kwaliteitsmanifest uit 2003 wordt met betrekking tot het omgaan met klachten en fouten opgemerkt dat artsen zich toetsbaar opstellen en dat zij met patiënten open over klachten en fouten spreken (zie bijlage 1). Dit sluit aan bij de gedragsregels van de KNMG en ook bij de in 2003 herziene Nederlandse artseneed.

Gedragsregel I.6 van de KNMG bepaalt dat de arts bereid is zich te verantwoorden en zich toetsbaar op te stellen. In de Nederlandse artseneed wordt dit als volgt geformuleerd: “Ik zal mij open en toetsbaar opstellen”. Het gaat daarbij zowel om het nemen van verantwoordelijkheid als om het afleggen van verantwoording.2 Aan incidenten en klachten kunnen verschillende oorzaken ten grondslag liggen. Deze oorzaken bevinden zich niet altijd binnen de invloedssfeer van individuele artsen. In een aantal gevallen is dat echter wel zo, en dan is het zowel voor artsen als patiënten belangrijk te weten op welke wijze de algemene KNMG-gedragsregel over toetsbaarheid en het afleggen van verantwoording moet worden geoperationaliseerd.

 

Over deelaspecten van de hiervoor genoemde problematiek heeft de KNMG de afgelopen jaren een aantal standpunten en richtlijnen ontwikkeld. Vermeldenswaard zijn:

• het KNMG-standpunt uit 2005 over het functioneren van individuele artsen, in welk standpunt ervoor gepleit wordt dat alle artsen deelnemen aan regelmatige evaluatiegesprekken;

• de uitkomsten van voortdurend overleg tussen de KNMG en aansprakelijkheidsverzekeraars over de ruimte voor artsen om open en eerlijk met patiënten over fouten te kunnen praten;

• het begin 2007 tot stand gekomen Beleidsdocument veilig melden, waarin onder meer wordt aangegeven hoe artsen en andere hulpverleners dienen om te gaan met het melden van incidenten in de zorg. Deze standpunten en richtlijnen hebben reeds op tal van plaatsen geleid tot aanpassing van beleid. Met de onderhavige tekst beoogt de KNMG de implementatie van de inhoud van de eerdere standpunten verder te bevorderen. Het is van belang dat aan de in dit standpunt verwoorde opvattingen en handelingsopties ruime aandacht wordt besteed in de medische (vervolg) opleidingen. De KNMG zal dit op de geëigende plaatsen aankaarten, onder meer bij het Disciplineoverlegorgaan Medische Wetenschappen van de VSNU.

1 Deze tekst loopt vooruit op een nog nader uit te werken standpunt van de KNMG op het thema ‘arts en patiëntveiligheid’, in welk standpunt ook aandacht zal worden besteed aan organisatie- en omgevingsfactoren.

2 Zie in algemene zin hierover het KNMG-manifest ‘Medische professionaliteit’ uit 2007 (§ 2.4 en 2.5).

 

2. De arts en het melden van incidenten

De opvatting dat het melden en analyseren van incidenten in de zorg zinvol is wordt breed gedeeld. Door de meldingen komt informatie beschikbaar die een belangrijke rol kan spelen bij het verbeteren van de kwaliteit/veiligheid van de zorg. Van doorslaggevend belang voor het welslagen van meldingssystemen is het bestaan van een veiligheidscultuur binnen instellingen. In een dergelijke open cultuur zijn artsen en andere hulpverleners zich bewust van het risicovolle karakter van het eigen handelen en zijn zij bereid incidenten en bijna-incidenten te melden en te bespreken, om daarvan te leren. Er wordt in brede kring voor gepleit de omschrijving van de te melden gebeurtenissen zo ruim mogelijk te maken (‘alles wat niet de bedoeling is’). Dat vloeit voort uit de gedachte dat naarmate er meer gemeld wordt, betere mogelijkheden ontstaan om voor de patiëntveiligheid relevante informatie boven tafel te krijgen. De te melden incidenten omvatten om die reden dan niet alleen gebeurtenissen die daadwerkelijk tot schade aan de patiënt hebben geleid, maar ook de zogenaamde ‘near misses’. Op artsen en andere hulpverleners rust veelal een meldingsplicht, op basis van arbeids- of toelatingsovereenkomst. Veel belangrijker dan een meldingsplicht in juridische zin is er een morele plicht om te melden. Voorop moet staan de door de

hulpverlener gevoelde bereidheid om te melden. Cultuur en beroepsattitude zijn veel belangrijker dan een meer formele regeling van de meldplicht. Het behoort anno 2007 tot de professionele verantwoordelijkheid van de arts om incidenten te melden op de wijze die binnen zijn/haar instelling is afgesproken. Het mede door de KNMG onderschreven Beleidsdocument Veilig Melden bevat de spelregels voor meldingssystemen in zorginstellingen.

 

Wat mag van de arts worden verwacht:

De arts meldt incidenten op de wijze die binnen zijn/haar instelling of

samenwerkingsverband gebruikelijk is.

Nadere informatie:  Beleidsdocument veilig melden, februari 2007

 

 

3. De arts en openheid over fouten

De praktijk leert dat hulpverleners lang niet in alle gevallen voldoende openheid naar de patiënt betrachten. Hiervoor bestaan uiteenlopende redenen, zoals schuldgevoelens, gebrekkige zelfreflectie, te veel distantie, angst voor reputatieschade of juridische gevolgen e.d.. Daar staat tegenover dat patiënten eerlijkheid en openheid juist verlangen en zeer waarderen. In gedragsregels van hulpverleners en beleidsstandpunten en richtlijnen van brancheorganisaties wordt het belang van openheid steeds meer geaccentueerd.

Ook in de medische opleidingen wordt in toenemende mate het belang van openheid over fouten benadrukt.

 

Het behoort tot de professionele verantwoordelijkheid van hulpverleners om te voorkomen dat patiënten worden geschaad en om reeds ontstane schade zoveel mogelijk te beperken. Door de patiënt niet of niet tijdig over fouten te informeren kan schade ontstaan of verergeren en neemt de kans op escalatie in de arts-patiëntrelatie toe. De in 2004 tot stand gekomen Klachtenrichtlijn Gezondheidszorg bepaalt: "Ingeval sprake is van een fout of een complicatie, bespreekt de zorgverlener dit uit zichzelf met de cliënt". Daarbij gaat het om incidenten die voor de patiënt merkbaar zijn of waarvan de gevolgen mogelijk later nog aan het licht kunnen treden. Open met patiënten praten over fouten is belangrijk en noodzakelijk, evenals het uitspreken van excuses of een spijtbetuiging (zie nader bijlage 2). Polisvoorwaarden van aansprakelijkheidsverzekering staan daaraan niet in de weg, zolang de arts bij de feiten blijft. Daartegen zal de verzekeraar geen bezwaar hebben. Dat kan anders liggen als de zorgverlener speculatieve of onjuiste uitspraken doet. Aan te bevelen is dat de arts zich over een eventueel recht op schadevergoeding nooit uitlaat.

De algemene ervaring is dat fouten of mislukkingen waarover de arts open met de patiënt praat, door veel patiënten worden geaccepteerd. Het gevoel of het feit dat de arts informatie heeft achterhouden, levert bij de patiënt doorgaans meer achterdocht en aanleiding tot het indienen van een klacht op dan een behandeling die niet het beoogde resultaat heeft gehad. In het algemeen zullen informatie en openheid het vertrouwen binnen de arts-patiënt-relatie bevorderen. Tijdig openheid betrachten jegens de patiënt zal niet alle klachten kunnen voorkomen, maar zal het aantal klachten en procedures zeker doen afnemen. Daarnaast is van belang dat juist ook in het geval van fouten aan de betreffende patiënt zo nodig schadebeperkende of –herstellende zorg wordt aangeboden. Naast fouten kunnen zich in de praktijk van de zorg complicaties voordoen.

Anders dan bij fouten, is er in het geval van complicaties geen sprake van verwijtbaar handelen. Ook over complicaties behoort evenwel eerlijk en open met patiënten gesproken te worden.

 

Wat mag van de arts worden verwacht:

 

De arts bespreekt fouten en complicaties uit zichzelf met de patiënt en is daarover open en eerlijk.

Nadere informatie: J Legemaate, JJE van Everdingen, J Kievit, JWM Stappers, Openheid over fouten

in de gezondheidszorg. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 2007; 151: 319-322.

 

4. De arts en omgaan met klachten

Het klachtrecht van de patiënt is een belangrijk onderdeel van diens rechtspositie.

Patiënten die een klacht willen indienen hebben daarvoor verschillende mogelijkheden, afhankelijk van wat de patiënt met zijn klacht wil bereiken.

Onderzoek wijst uit dat patiënten laagdrempelige vormen van klachtenopvang prefereren boven formele procedures. Ook is uit onderzoek bekend dat patiënten door het indienen van een klacht vooral willen bereiken dat toekomstige patiënten niet met dezelfde fout worden geconfronteerd. Deze onderzoeksbevindingen pleiten voor het stimuleren van laagdrempelige klachtenvoorzieningen en een proactieve houding van artsen met betrekking tot klachten. Van belang is dat artsen en andere hulpverleners een klimaat bevorderen waarin de patiënt zich vrij voelt om klachten te uiten en te bespreken. De arts is bereid tot een open gesprek hierover met de patiënt en informeert deze zo nodig over andere mogelijkheden en procedures om een klacht in te dienen.

De ervaring leert dat een terughoudende of zelfs defensieve houding van artsen ten aanzien van patiënten die een klacht (willen) uiten, nogal eens formaliserend en escalerend werkt. Het indienen van een formele klacht (tuchtcollege, schadeclaim, verzoek aan de officier van justitie om de arts strafrechtelijk te vervolgen) hangt vaker samen met teleurstelling van de klager over de houding en reactie van de arts dan met de inhoud van de klacht. Hier liggen veel mogelijkheden voor artsen om onnodige formalisering van klachten te voorkomen. Dat is winst voor zowel artsen als patiënten.

 

Wat mag van de arts worden verwacht:

De arts bevordert een klimaat waarin patiënten zich vrij voelen klachten te uiten en gaat op een zorgvuldige wijze met klachten om.

Nadere informatie:  Klachtenrichtlijn gezondheidszorg 2004

 

 

5. De arts en de evaluatie van zijn/haar handelen

Uitgangspunt van het KNMG-Kwaliteitsmanifest 2003 is -zoals gezegd- dat elke arts zich open en toetsbaar moet opstellen. Dit houdt onder meer in “dat hij/zij bereid is tot reguliere gesprekken (…) over zijn/haar functioneren” (p. 33). In het kader van samenwerkingsverbanden van artsen moet ruimte bestaan voor intercollegiale toetsing, beoordelingsprocedures en evaluatiegesprekken. Binnen de medische beroepsgroep wordt veel aandacht besteed aan de kwaliteit van de verleende zorg. Dit gebeurt door middel van een breed scala van activiteiten: opleidingseisen, visitatie en andere vormen van intercollegiale toetsing, (her)registratie, richtlijnen e.d. In het kader van deze kwaliteitssystemen komt ook het functioneren van individuele artsen aan de orde, maar de genoemde kwaliteitssystemen zijn daarop niet primair gericht.

De vraag hoe het functioneren van individuele artsen getoetst kan worden, wordt wel in toenemende mate gesteld, maar een hierop gerichte methodiek is nog niet breed geïmplementeerd. Ook binnen de medische beroepsgroep kunnen periodieke gesprekken over het individueel functioneren een belangrijke bijdrage leveren aan de kwaliteit van zorg. De KNMG is dan ook van mening dat artsen die werkzaam zijn in de individuele patiëntenzorg dergelijke evaluatiegesprekken moeten houden. In het nadere KNMG-standpunt ‘Het functioneren van de indivuduele arts’ uit 2005 worden de grote lijnen geschetst van een systeem voor het bespreken en evalueren van individueel functioneren. Een dergelijke methodiek vormt een wenselijke en noodzakelijke aanvulling op de reeds bestaande kwaliteitssystemen voor medisch handelen. Het is van belang dat in alle sectoren van de zorg evaluatiegesprekken (kunnen) worden gevoerd.

Uiteraard vereist dit de aanwezigheid binnen de instelling of structuur waarin de arts werkzaam is van een op het voeren van evaluatiegesprekken gericht systeem. Dat kan een individuele arts niet zelf realiseren. In verschillende sectoren zijn op dit gebied ontwikkelingen gaande. Een goed voorbeeld is het project ‘Individueel Functioneren Medisch Specialisten’ (IFMS) van de Orde van Medisch Specialisten. Onder regie van de commissie-IFMS wordt in een aantal ziekenhuizen geëxperimenteerd met verschillende systemen voor het voeren van evaluatiegesprekken.

 

Wat mag van de arts worden verwacht:

 

De arts neemt deel aan regelmatige evaluatiegesprekken over zijn/haar individueel functioneren.

Nadere informatie:  KNMG-standpunt ‘Het functioneren van de individuele arts’

Utrecht, juli 2005

 

6. De arts en het functioneren van collega’s

In het Kwaliteitsmanifest 2003 is gesteld dat er tussen collega’s over (vermeende) fouten en disfunctioneren moet worden gesproken: “Een arts die bemerkt dat een collega niet juist handelt en schade of risico’s voor patiënten veroorzaakt, behoort dit bespreekbaar te maken. Het negeren van dergelijke situaties is ongepast” (Kwaliteitsmanifest, p. 33). Collega’s van een arts, die bemerken dat betrokkene onverantwoorde zorg biedt en daardoor (mogelijke) risico’s of schade voor patiënten veroorzaakt, hebben de verantwoordelijkheid daarop te reageren. Te denken valt aan leden van dezelfde huisartsengroep, maatschap, vakgroep, medische staf of ander samenwerkingsverband. De groep heeft een collectieve verantwoordelijkheid voor het goed functioneren van elk individueel lid. Wordt opgemerkt dat één van de groepsleden niet goed functioneert, dan behoren zijn/haar collega’s dit bespreekbaar te maken. Dit vraagt om een actieve houding van artsen die een dergelijke probleem signaleren. Het is niet aanvaardbaar ter zake een “conspiracy of silence” te laten bestaan. Huisartsengroepen, maatschappen, vakgroepen, medische staven en andere samenwerkings-verbanden van artsen behoren daarover duidelijke afspraken te maken. Hierdoor wordt het makkelijker om met een collega over zijn of haar functioneren in gesprek te gaan en wordt voorkomen dat deze stap pas gezet wordt als het eigenlijk al te laat is.

Niet alleen als er sprake is van disfunctioneren mag onder meer van de directe collega’s van de arts worden verwacht dat zij het mogelijke doen om het disfunctioneren bespreekbaar te maken en de arts in kwestie ertoe te bewegen een verbetertraject in te gaan. Ook in eerdere fasen, wanneer er aanwijzingen zijn dat de door een arts verleende zorg tekortschiet maar wellicht nog niet van disfunctioneren gesproken kan worden zal reeds actie moeten worden ondernomen.

Voorkomen is beter dan genezen.

 

Wat mag van de arts worden verwacht:

 

De arts die bemerkt dat een collega schade of risico’s voor patiënten veroorzaakt, onderneemt stappen om dit probleem te verhelpen.

Nadere informatie:  KNMG-standpunt ‘Het functioneren van de individuele arts’

Utrecht, juli 2005

4 Het KNMG-Kwaliteitsmanifest 2003 omschrijft disfunctioneren als volgt: “een structurele situatie van onverantwoorde zorg waarin een patiënt wordt geschaad of het risico loopt te worden geschaad, en waarbij de betreffende arts niet (meer) in staat of bereid is zelf de problemen op te lossen”.

 

 

Bijlage 1 – Kwaliteitsmanifest 2003 van de KNMG, onderdeel 6

(omgaan met klachten en fouten)

 

6. Omgaan met klachten en fouten

 

Niet alleen de medische beroepsgroep als zodanig stelt zich toetsbaar op, maar

ook individuele artsen: opdat zij door anderen beoordeeld kunnen worden, zowel in de context van hun professionele omgeving als in relatie met de patiënt. Dat houdt onder meer in dat artsen met patiënten open over klachten en fouten (kunnen) praten.

De juridische context is zodanig dat openheid wordt gestimuleerd, gericht op het voorkomen van klachten en fouten.

 

De algemene ervaring is dat fouten of mislukkingen waarover de arts open met de patiënt praat, door veel patiënten worden geaccepteerd. Het gevoel of het feit dat de arts informatie heeft achterhouden, levert bij de patiënt doorgaans meer achterdocht en boosheid op dan een behandeling die niet het beoogde resultaat heeft gehad. In het algemeen zullen informatie en openheid het vertrouwen binnen de arts-patiënt-relatie bevorderen. Tijdig openheid betrachten jegens de patiënt zal niet alle klachten en klachtenprocedures kunnen voorkomen, maar zal het aantal klachten en procedures zeker doen afnemen. Bekend is dat patiënten verhoudingsgewijs veel klagen over problemen inzake bejegening en communicatie.

Onder artsen bestaat ten aanzien van openheid inzake klachten en fouten nog steeds terughoudendheid. Dit hangt in belangrijke mate samen met de door artsen ervaren juridisering.

De KNMG heeft in het licht van de juridisering in de afgelopen jaren begrip voor de aarzelingen van artsen, maar meent evenwel dat een proactieve houding de voorkeur verdient boven een defensieve. Een defensieve reactie vergroot het risico op escalatie. In een open gesprek tussen arts en patiënt over fouten en klachten kan centraal staan dat de arts anders had moeten handelen, maar in bepaalde gevallen ook dat de patiënt inziet dat niet van een fout maar van een complicatie moet worden gesproken.

Belangrijk is dat de juridische context zo wordt ingericht dat artsen worden gestimuleerd om over complicaties, klachten en fouten open met patiënten te praten. Dan ontstaan mogelijkheden om op systematische wijze van klachten en fouten te leren (Chief Medical Officer, 2003). Aansprakelijkheidsverzekeraars mogen openheid inzake fouten niet verbieden of ontmoedigen. Patiënten moeten goede informatie krijgen over de mogelijkheden om klachten in te dienen, en over de beperkingen van klachtenprocedures. Niet zelden zijn patiënten achteraf teleurgesteld over een procedure, omdat zij daarvan onjuiste verwachtingen hadden. De evaluatie van de Wet Klachtrecht leert dat patiënten laagdrempelige vormen van klachtenopvang prefereren boven formele procedures. Laagdrempelige klachtenvoorzieningen moeten daarom worden gestimuleerd.

 

Bij klachtenafhandeling gaat het ook om preventie: een klacht is een gratis advies.

Een toetsbare opstelling van de arts houdt in dat hij/ zij bereid is tot reguliere gesprekken met afdelingshoofd, maatschapsvoorzitter, stafvoorzitter en/of, instellingsmanagement/ werkgever over zijn/ haar functioneren (zie ook thema 4 van dit manifest). Ook behoort er tussen collega’s over (vermeende) fouten of disfunctioneren te worden gesproken. Een arts die bemerkt dat een collega niet juist handelt en schade of risico’s voor patiënten veroorzaakt, behoort dit bespreekbaar te maken. Het negeren van dergelijke situaties is ongepast. Huisartsenpraktijken, maatschappen, medische staven en andere samenwerkingsverbanden van artsen behoren daarover afspraken te maken, waar nodig in overleg met het management van de instelling.

 

Aanbevelingen

• Artsen praten met patiënten open over klachten en fouten. Het beleid moet erop zijn gericht om op systematische wijze van klachten en fouten te leren;

• Het beleid van de overheid zou gericht moeten zijn op een krachtige stimulans van laagdrempelige klachtvoorzieningen. Ook moet de informatie aan patiënten over de mogelijkheden en beperkingen van de verschillende klachtenprocedures (klachtencommissie, tuchtrechter, civiele rechter) worden uitgebreid;

• Samenwerkingsverbanden van artsen maken afspraken over de beoordeling van individueel functioneren, zowel in reguliere situaties als in gevallen van disfunctioneren.

De KNMG zal hiertoe samen met de federatiepartners een, waar nodig op specifieke situaties toegesneden, modelregeling ontwikkelen.

 

Bijlage 2 – Openheid over fouten: aanbevelingen voor artsen

(Tabel overgenomen uit J Legemaate, JJE van Everdingen, J Kievit, JWM Stappers,

Openheid over fouten in de gezondheidszorg. Nederlands Tijdschrift voor

Geneeskunde 2007; 151: 319-322)

 

Aanbevelingen voor het omgaan met fouten in de gezondheidszorg

- Beoordeel naar aanleiding van een incident (= een onbedoelde gebeurtenis) of het gaat om een fout, dat wil zeggen verwijtbaar handelen van een hulpverlener of de zorginstelling. Vermijd het gebruik van het woord “fout” in gevallen waarin er geen verwijtbaar handelen is of lijkt te zijn.

- Neem in het geval van een fout zelf het initiatief en benader de patiënt. Stel dit niet uit, want dan wordt het steeds moeilijker.

- Wees alert op het fenomeen dat na een fout de patiënt en zijn of haar naasten meer aandacht behoeven en niet minder en dat zowel patiënten als hulpverleners in zo'n situatie de neiging hebben juist afstand te creëren.

- Laat zien dat u de verantwoordelijkheid neemt. Geef de fout toe en betuig spijt of maak excuses. Vermijd een afstandelijke houding of een defensieve reactie, maar trek ook niet te snel het boetekleed aan.

- Draai niet om de feiten heen. Geef de patiënt duidelijke informatie en vermijd speculaties.

Geef aan of er sprake is van nader onderzoek, en zo ja, op welke termijn daarvan resultaten zijn te verwachten.

- Geef de patiënt de gelegenheid zijn verhaal te doen. Nodig de patiënt uit tot het stellen van vragen en geef hem de toelichting die hij behoeft. Maak duidelijk dat de patiënt desgewenst op een later moment opnieuw vragen kan stellen en informatie kan krijgen, tot wie hij zich dan kan wenden en hoe.

- Laat u niet uit over aansprakelijkheid en schadevergoeding en voorkom dat u op dat punt verkeerde verwachtingen wekt. Verwijs de patiënt desgevraagd naar de persoon of de instantie waar de patiënt een claim kan indienen.

- Maak duidelijk dat er alles aan gedaan zal worden om te voorkomen dat andere patiënten de dupe worden van dezelfde fout.

- Informeer de patiënt nadien over maatregelen die naar aanleiding van de fout zijn getroffen.




 

Hoe vind je dit bericht?
1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Klachtrecht

Klachtrecht

 

 

 

Wat houdt de Wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector (WKCZ) in?

Deze wet bevat uitgangspunten waaraan alle klachtenprocedures van zorgverleners en hulpverleners moeten voldoen.

 

Zo moeten zorgaanbieders volgens deze wet:

 

Ø       een klachtenregeling hebben;

Ø       een klachtencommissie instellen.

 

 

Klachtencommissie

Iedere hulpverlener en instelling moet een klachtencommissie hebben van tenminste drie leden.

Vrij gevestigde hulpverleners moeten zich bij een klachtenregeling hebben aangesloten.

Vaak is dit via een beroepsvereniging geregeld.

 

 

Klachtenregeling

De voorzitter van de klachtencommissie mag niet in dienst zijn bij de instelling, of voor de hulpverlener werken. De klachtencommissie moet haar werkwijze vastleggen in een reglement.

Ook moet iedere zorginstelling een klachtenregeling opstellen en die onder de aandacht brengen van de cliënt. U leest daarin hoe u een klacht kunt indienen, en hoe uw klacht wordt behandeld.

 

  

Klachtencommissies zijn op grond van de WKCZ verplicht om:

ernstige klachten direct te melden bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), en niet eerst bij de zorgaanbieder;

na te gaan wat een zorgaanbieder met een klacht doet;

een jaarverslag te sturen aan de IGZ.

 

 

Ondersteuning bij klacht

 

De PVP voor ondersteuning en advies

Een klacht met een hulpverlener bespreken is vaak moeilijk. Als u een klacht heeft vraag de pvp om advies en ondersteuning. De pvp is in dienst bij de landelijke Stichting Patiëntenvertrouwenspersoon en is onafhankelijk van de instelling. De pvp kan u informeren over de klachtenregeling en u helpen bij het indienen van een klacht, kan u helpen bij het schrijven van de brief. Hij/zij is een deskundige en bekijkt op welke wettelijke gronden uw klacht het best gebaseerd kan worden. Ook wanneer u gesepareerd bent, kunt u de pvp om advies vragen. Als het mogelijk is, kunt u de pvp zelf bellen, of een naastbetrokkene, medewerker van de afdeling of een medecliënt. Elders kunt u ondersteuning vragen bij de cliëntvertrouwenspersoon.

 

Stichting Patiëntenvertrouwenspersoon

F.C. Donderstraat 9, 3572 JA Utrecht

tel 030 272 83 53/help desk 0900 444 88 88

e-mail helpdesk@pvp.nl

 

 

Zorgbelang Nederland

Heeft u een klacht over de gezondheidszorg? Is er iets mis gegaan in de zorgverlening en u weet niet wat u moet doen? De afdeling informatie en klachtenopvang van uw Zorgbelangorganisatie kan u helpen. Zij bieden u informatie over de gezondheidszorg. Daarnaast adviseert en ondersteunt zij u kosteloos bij het indienen van uw klacht. 

 

U kunt op verschillende manieren met de afdeling informatie en klachtenopvang in contact komen.

Zo kunt u doormiddel van dit formulier uw klacht aan ons doorgeven.

 

      De Zorgbelangorganisatie in uw regio neemt dan contact met u op.

 

Vindt u het prettiger om uw ervaring telefonisch door te geven? Dan kunt u uw ervaring ook telefonisch melden bij de afdeling informatie en klachtenopvang van de Zorgbelangorganisatie in uw buurt.

Zoek de gegevens van uw Zorgbelangorganisatie of bel met 0900 - 243 70 70 (€ 0,10 per minuut). U wordt dan automatisch doorverbonden met de juiste Zorgbelangorganisatie.

Meer informatie over de dienstverlening van de afdeling informatie en klachtenopvang vindt u bij informatie en klachtenopvang. 


Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht Stuur door

Ziektebeelden

 

ADD

ADHD


 

Angststoornissen


Bindingsangst

Claustrofobie

Gegeneraliseerde angststoornis

Hoogtevrees

Obsessief-compulsieve stoornis

Paniekstoornis

Pleinvrees

Posttraumatische stress-stoornis (PTSS)

Smetvrees

Sociale fobie

Somatoforme stoornissen 

Somatisatie en hypochondrie

Specifieke fobie

Verlatingsangst




Autismespectrum stoornissen

Autistische stoornis

Desintegratiestoornis van de kinderleeftijd

Pervasive Developmental Disorders (PDD-NOS)

De directe familie van PDD-NOS

Stoornis van Asperger

Stoornis van Rett

 

 

Bipolaire stoornis

Burnout

CD en ODD

Conduct disorder (CD)

Oppositioneel-opstandige gedragsstoornis (ODD)

Depressie

Dissociatieve identiteitsstoornis (DIS)

Dysthymie

 

 

Eetstoornissen

Anorexia Nervosa

Boulimia Nervosa

Binge Eating Disorder BED (eetbuistoornis)

Orthorexia

 

 

Persoonlijkheidsstoornissen

Afhankelijke PS

Antisociale PS 

Borderline PS

Dwangmatige PS

Narcistische PS

Ontwijkende PS

Paranoïde PS

Schizoïde PS

Schizotypische PS            

Theatrale PS         

 

 

Premenstrueel Syndroom (PMS)

Psychiatrische stoornissen in kraambed

Schizofrenie

Slaapstoornissen

Verslaving




 

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Reageer op dit bericht Stuur door

De psychiatrische diagnose volgens de DSM-IV-TR


De psychiatrische diagnose volgens de DSM-IV-TR

 

 

 

Bekwaam

De diagnostische categorieën criteria en beschrijvingen kunnen alleen goed toegepast worden door diegenen die voldoende opleiding en ervaring hebben in het stellen van een psychiatrische diagnose.

Het is van groot belang dat de DSM-IV niet op een mechanische wijze gebruikt wordt door onervaren en niet opgeleide personen. De diagnostische criteria zijn bedoeld als richtlijnen bij de beoordeling, en niet om gebruikt te worden als een soort kookboek. Een classificatie is alleen betrouwbaar te maken als de beoordelaar deze kan afwegen tegen zijn professionele ervaring.

 

De DSM is gebaseerd op consensus van Amerikaanse psychiaters. Om de 5 à 10 jaar wordt tijdens een grote vergadering besloten of diagnoses worden gewijzigd, of verwijderd, of dat nieuwe diagnoses worden toegevoegd. Dat leidt dan weer tot een nieuwe versie van het handboek.

In de gespecialiseerde GGZ in Nederland wordt de DSM in de dagelijkse praktijk ook vrijwel standaard gebruikt voor het stellen van diagnoses.

 

Meerdere dimensies (assen)

De stoornissen worden onderverdeel in meerdere dimensies, die in de DSM assen worden genoemd. Bij het stellen van de diagnose wordt per cliënt informatie verzameld op 5 assen:

 

As I:  Klinische syndromen

Hierbij gaat het om omschreven symptomen die in een bepaalde ernst en duur aanwezig moeten zijn. Alle stoornissen die tot nu toe zijn beschreven in het jaarboek behoren tot deze as.

 

As II:  Persoonlijkheidsstoornissen

Hierbij gaat het om stoornissen in de persoonlijkheid. Deze zijn nog niet uitgebreid aan de orde geweest in het jaarboek. Wel wordt naar persoonlijkheidsstoornissen verwezen in de subrubriek Comorbiditeit (het verschijnsel dat iemand aan meerdere chronische ziektes tegelijk lijdt).

 

As III: Lichamelijke toestand

Hier worden lichamelijke ziekten, aandoeningen of handicaps beschreven die van belang kunnen zijn voor de psychische stoornis en de behandeling. Dit wordt ook beschreven in subrubriek Comorbiditeit (het verschijnsel dat iemand aan meerdere chronische ziektes tegelijk lijdt).

 

As IV: Psychosociale problemen

Hier gaat het om negatieve levensgebeurtenissen, huisvestingsproblemen, economische problemen, studie- of werkproblemen, problemen in gezin of familie. Deze komen aan de orde in subrubriek

Hoe vaak en bij wie.

 

As V: Globale beoordeling van het functioneren

Het functioneren op verschillende levensgebieden wordt globaal beoordeeld met 1 cijfer.

De hoofdstukindeling van het jaarboek is gebaseerd op de eerste 2 assen. De informatie die valt onder de overige assen wordt verspreid over de hoofdstukken beschreven.

 

Categoriaal en niet dimensionaal

De DSM is vooral categoriaal opgebouwd: de diagnoses worden opgevat als elkaar uitsluitende catgorieën. Voordeel is dat over categorieën eenvoudig te communiceren is. Nadeel is dat de psychische problemen minder genuanceerd en gedetailleerd beschreven worden, dan mogelijk zou zijn in een dimensioneel systeem.

Probleem van de categoriale benadering is dat veel cliënten in de praktijk niet voldoen aan de strenge criteria van de verschillende stoornissen. Daarom zijn veel diagnoses in de DSM-IV veel globaler omschreven: mensen hoeven slechts aan een beperkt aantal van een lange lijst met symptomen te voldoen om de diagnose te kunnen krijgen. Dat betekent dat 2 mensen met volstrekt verschillende symptomen wel dezelfde diagnose kunnen krijgen. Anders gezegd: de diagnoses zijn vrij breed omschreven, en bevatten vaak verschillende subtypen.

Voor mensen die onder geen enkele diagnose vallen, zijn er restcategorieën gemaakt.

Deze zijn te herkennen aan de toevoeging NOS (Not Otherwise Specified), of in het Nederlands NAO (Niet Anderszins Omschreven).

 

Overlap en bijkomende stoornissen (comorbiditeit)

Door het assensysteem in de DSM is het mogelijk dat iemand als diagnose zowel een as I als een as II stoornis krijgt. Voor meerdere stoornissen op as I is minder ruimte in de DSM. In de praktijk levert dat problemen op, omdat bijvoorbeeld angststoornissen vaak samenhangen met alcoholmisbruik en afhankelijkheid. Voor de behandeling van mensen met zo'n dubbele diagnose is het stellen van beide diagnoses van groot belang.

De categoriale indeling van de DSM - en daarmee de hoofdstukindeling in dit jaarboek - suggereert dat de as I stoornissen elkaar uitsluiten. In werkelijkheid zijn bijkomende stoornissen eerder regel dan uitzondering. Om die reden wordt in subrubriek Comorbiditeit van ieder hoofdstuk aandacht besteed aan bijkomende psychische stoornissen (zowel op as I als as II) en lichamelijke aandoeningen (as III).

 

 

Onderzoek Trimbos-Instituut naar zogenoemde ‘voordeuren’ van GGZ

 

Uit dit onderzoek komt naar voren dat de protocollen vaak per instelling verschillen

Een algemeen gegeven is wel het door veld en overheid in 1997 vastgestelde ‘modelprotocol’ Indicatiestelling in de GGZ. Dit protocol maakt onderscheid tussen langdurende zorg op basis van een meervoudige hulpvraag (traject II) en kortdurende zorg (traject I).

De Trimbos-studie naar de voordeuren van de GGZ geeft aan dat de meeste instellingen de indicatiestelling volgens het eerdergenoemde ‘modelprotocol’ hebben gerealiseerd. Dat wil zeggen dat er een multidisciplinair ‘voordeurteam’ is gevormd dat de hulpvraag in ontvangst neemt.

Hierna volgt een intakegesprek met de hulpvrager door een lid van het voordeurteam, waarbij onder meer de diagnose wordt gesteld. (We hopen dat het hier gaat om een mogelijk voorlopige diagnose)

De voordeurteams zijn multidisciplinair en bestaan meestal uit psychiater en psychotherapeut, soms aangevuld met psycholoog en sociaal psychiatrisch verpleegkundige. De hulpverleners in het voordeurteam zijn meestal tevens werkzaam in een behandelteam.

Zelfstandig gevestigde psychiaters, psychologen en psychotherapeuten zullen naar hen verwezen patiënten zelf diagnosticeren. Het Trimbosonderzoek geeft aan dat zij dit bijna steeds doen in één of meer face to face intakegesprekken.

Voor het stellen van de diagnose kan zowel bij vrijgevestigde therapeuten als in instellingen gebruik worden gemaakt van interviewinstrumenten. Over de mate waarin dit het geval is, zijn geen gegevens voorhanden.

 

Twijfelt u aan de diagnose of aan de voorgestelde behandeling, dan kan dat aanleiding zijn voor een zogenaamde second opinion. Dit betekent dat u een tweede hulpverlener vraagt om een mening over de diagnose.

 


 

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Reageer op dit bericht Stuur door

Het stellen van een diagnose


Diagnose

 

 

 

 

Bij psychische problemen is niet altijd snel of eenvoudig vast te stellen wat iemand heeft.

Een diagnose wordt te vaak zonder deugdelijk psychologisch en psychiatrisch onderzoek gesteld. Bij het stellen van een diagnose is het van belang dat de cliënt en zijn omgeving zo veel mogelijk informatie geven. Kleine details kunnen van belang zijn.

 

Een voorlopige diagnose kan in de meeste gevallen binnen drie maanden gesteld worden.

Dit is van belang, omdat een goede behandeling altijd gebaseerd is op een (eventueel voorlopige) diagnose. In sommige gevallen kan het (maximaal) een half jaar duren voor een diagnose met zekerheid kan worden gesteld en dan nog kan ze later worden bijgesteld. Veel familieleden en cliënten hechten sterk aan een diagnose, omdat het houvast geeft. Toch kan men, juist voor hen, het belang ervan ook relativeren.

 

Het is immers het belangrijkst hoe het met de cliënt gaat

Als het goed gaat en hij reageert goed op de behandeling, dan heeft het etiketje veel minder waarde. Bijvoorbeeld een depressie bij ouderen. Veel ouderen rouwen om verloren vrienden of ze zijn eenzaam.

Bij complexe problemen zoals borderline of manisch - depressieve stoornis is het stellen van een diagnose een taak voor soms meerdere specialisten en kost het tijd.

De keuze van de behandeling en de effectiviteit van de ingezette behandeling moet tussentijds worden geëvalueerd.

 

Hoe betrouwbaar en geldig is een psychiatrische diagnose?

Als iemand met een titel een witte jas aan heeft betekend dat niet dat hij altijd gelijk heeft.

Een psychiatrische diagnose is niet te bewijzen met objectief onderzoek dmv. een hersenscan, röntgenfoto, urinetest, of welk lichamelijk of psychologisch onderzoek dan ook.  Het simuleren van diagnosen is dan ook niet moeilijk. Dat betekent dat op grond van een diagnose vrijwel niets te voorspellen valt over prognose of aangewezen therapie. Gaandeweg de behandeling is het niet ongewoon dat een cliënt meerdere verschillende diagnosen krijgt. Een belastend stempel wordt dan vervangen door een gunstiger etiket bv: eerst heb je een persoonlijkheidsstoornis, gaat het op den duur beter dan is het bv. ineens een stemmingsstoornis etc.

 

Het beste voor de cliënt is in een gelijkwaardige relatie; een aangenomen veronderstelling die leidt tot een gezamenlijke zoektocht naar een diagnose en behandeling, in plaats van iets dat eenzijdig wordt opgelegd. Een psychiatrische diagnose is zeer belastend voor de cliënt en vaak negatief beladen. Hulpverleners moeten ook zeker oog hebben voor de bijwerkingen van een diagnose zoals bv. verliesverwerking.

Een diagnose verwijst altijd naar een individuele afwijking, ongeacht de, mede mogelijk oorzakelijke, problemen ook in de omgeving. Arbeidsproblemen, relatieproblemen, verliesverwerking of trauma worden gemakkelijk over het hoofd gezien als men alleen maar bv. de stemming van de depressieve ‘cliënt’ behandelt. Dan worden problemen, uit het verleden en heden, in de omgeving van de cliënt vertaald in een medische diagnose en worden medisch behandeld. Een diagnose is vaak te vermijden bij vrijgevestigde psychologen en het algemeen maatschappelijk werk. Tegenwoordig kunt u met een Persoongebonden Budget (PGB) een begeleider inhuren op uw eigen voorwaarden.

Een voorwaarde kan dan zijn dat diagnose achterwege blijft.

 

Psychische klachten met een lichamelijke oorzaak

De meeste psychische klachten worden veroorzaakt door ingrijpende gebeurtenissen of psychische ziektes. Een klein percentage van de psychische klachten heeft een puur lichamelijke oorzaak. Een tumor in de hersenen kan bijvoorbeeld een depressie veroorzaken; na een auto-ongeluk met hersenletsel kan een karakterverandering optreden.

Een lichamelijke oorzaak van psychische klachten is niet altijd meteen te achterhalen.

Om het verband vast te stellen is uitgebreid onderzoek nodig.

 

Diagnostiek is geen eenmalige vaststelling 

Wat er met een patiënt aan de hand is, is een zich herhalende activiteit, die steeds nieuwe informatie op kan leveren. Dit kan leiden tot een aanpassing of bijstelling van een eerder opgestelde werkhypothese en van een eerder geformuleerd behandelplan.

 

Het is belangrijk dat het contact met de cliënt plaats vindt in een open sfeer. Daarmee wordt de cliënt op zijn gemak gesteld, zodat de noodzakelijke, soms ook pijnlijke informatie kan worden verzameld. De diagnostische evaluatie moet per individu op maat worden gesneden, rekening houdend met persoonlijke ontwikkeling (biografie), culturele achtergrond, etniciteit, gender, seksuele oriëntatie, familie- of gezinsstructuur, religiositeit en spiritualiteit, sociale klasse, en met de fysieke en sociale omgeving. Ook verdient het aanbeveling waar mogelijk gezins- of familieleden, of andere belangrijke anderen, bij de diagnostiek te betrekken. Ten eerste in verband met het verkrijgen van gegevens met betrekking tot de voorgeschiedenis, en ten tweede om een beeld te krijgen van hun ervaringen (positieve en negatieve) met de cliënt in het recente verleden. 

 

 

Psychische klachten grijpen vaak sterk in het dage­lijks leven in en kunnen het zelfvertrouwen van cliënten sterk onder­mijnen. Door onbegrip en door eigen of andermans schaamte over de klachten, zullen cliënten hun klachten, en met name hun suïcidale klachten, vaak niet uiten.

 

De herkenning van klachten door hulpverleners is in de ogen van cliënten vaak een probleem. Hulpverleners hebben soms moeite met het duiden van de klachten, vooral als cliënten deze niet volgens de boek­jes presenteren of zelf geen inzicht hebben in hun problemen. Voor cliënten is het belangrijk dat hulpverleners meer doorvragen naar klachten en de gevolgen, en initiatief nemen om iets aan de klachten te (laten) doen.

 

 

Tijdens de diagnostische fase is het belangrijk dat

  • Cliënten hun eigen verhaal kunnen vertellen en er niet uitsluitend naar klachten en symptomen wordt gekeken; de gevolgen van de klachten voor verscheidene levensgebieden, zoals werk en relatie, besproken worden.                                           
  • De diagnose gedeeld wordt door de cliënt en de hulpverlener. Hiervoor is het nodig dat de diagnose duidelijk wordt verteld en toegelicht en dat men uitgelegd krijgt welke klachten er allemaal bij kunnen horen. Verder is het belangrijk dat de cliënt zelf kan vertellen wat zijn beeld van een diagnose is;
  • Bij een verschil van mening over de diagnose ieders visie ter tafel komt en dat daaruit toch gezamenlijke afspraken voortkomen.
  • Cliënten de diagnose kunnen toetsen door middel van bijvoorbeeld een second opinion of contact met lotgenoten­organisaties of door objectieve voorlichting over de stoornis.

 

 

Als er in de ogen van hulpverleners sprake is van een diagnose dan moet dit expliciet met de cliënt besproken worden. Het stellen van de diagnose en het praten over de diagnose kan een belangrijke eerste stap zijn in de opbouw van een goede werkrelatie van cliënt en hulpverlener.

Zij dienen cliënten als de diagnose gesteld is, te wijzen op het bestaan van lotgenotenorganisaties en cliëntenverenigingen.

 

 

Hulpverleners kunnen cliënten ondersteunen door aandacht te schenken aan de individuele beleving van de problemen, door begrip te tonen voor de door cliënten ervaren lijdensdruk en door onzekerheid over de juistheid van de hulpvraag weg te nemen. Zij moeten alert zijn op signalen van cliënten en doorvragen naar aanwezige doodswensen - ook na de intake



 

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Het Behandelplan / Begeleidingsplan

Het Behandelplan / Begeleidingsplan

 

 

 

 

 

foto_247__original.jpg

 

 

 

 

Samen Deskundig

Samen werken aan Herstel

 

 

 

 

U bent doorverwezen naar een vrijgevestigde hulpverlener of een instelling voor de Geestelijke Gezondheidszorg (GGz).

Tijdens één of meerdere intakegesprekken bespreekt u met een behandelaar de (mogelijke) diagnose, die na  psychologisch / psychiatrisch onderzoek gesteld is en de behandeling of begeleiding die u nodig heeft . Het is belangrijk dat duidelijk wordt wat uw probleem is. 

Een diagnose kan gesteld worden door een psychiater, en/of een ervaren psycholoog. Niet door een arts-asistent (arts in opleiding tot psychiater) of door basisartsen, deze zijn niet gespecialiseerd, zij hebben alleen de medicijnenstudie afgerond.

 

Belangrijk is dat de hulpvraag duidelijk wordt en het hulpaanbod.

Ter voorkoming van een langdurige en moeizame weg of erger nog, een levenslange ggz-problematiek met langdurige maatschappelijke uitschakeling als gevolg.

Vervolgens hoe dit het beste kan worden aangepakt, en aan welke behandeldoelen er gezamenlijk gewerkt wordt. De afspraken die hierover gemaakt worden zullen voor u worden vastgelegd in een behandelplan, volgens de Wet Geneeskundige Behandel Overeenkomst (WGBO) 


Behandelplan?

Het komt regelmatig voor dat cliënten niet weten of ze een behandelplan / begeleidingsplan hebben, terwijl dit de start is van de behandeling.

De hulpverlener heeft dan zelf een behandelplan opgesteld, waarvan hij denkt dat de problemen zijn (diagnose), of er is helemaal geen behandelplan.

Vraag de hulpverlener om samen met u een behandelplan op te stellen, zie dit niet als een gunst van de hulpverlener maar als een wettelijk recht van de cliënt.

Een behandelplan geeft u meer zicht op uw eigen situatie en de behandeling. Als verbetering van uw situatie uitblijft kan de behandeling ook eerder aangepast of gewijzigd worden.

 

 

Samen met uw behandelaar gaat u dit plan opstellen

Als u samen de juiste invulling hiervan hebt gevonden kan het plan ondertekend worden.

U krijgt hiervan een kopie. Zo wordt het plan een overeenkomst tussen u beiden.

U kunt altijd nog terugkomen op uw instemming of wijzigingen aanbrengen als dat nodig is.

Om een goede samenwerking te bevorderen rondom het behandelplan kunt u deze handleiding als hulpmiddel gebruiken om samen met uw behandelaar de behandeling vorm te geven.

 

Maak gerust aantekeningen

U kunt bij ieder contact aantekeningen maken als u dat wenst. Noteer in ieder geval de afspraken die gemaakt worden.

 

 

Belangrijk voor het Behandelplan

Niet alleen de diagnose is doel van de behandeling, ook het sociaal maatschappelijk functioneren is van belang. Dit voorkomt dat stabilisatie niet het doel is maar dat rehabilitatie het einddoel is van de behandeling.

 

Gezondheid is niet alleen de afwezigheid van ziekte,

maar een toestand van lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk welbevinden.

 

 

 

Lichamelijke functioneren

Lichamelijk functioneren: fysieke gesteldheid en zelfzorg

 

 

Psychisch functioneren

Psychische klachten, eventueel psychiatrisch ziektebeeld en/of verslavingsgedrag

 

 

Sociaal functioneren

Relatie binnen de omgeving waaronder gezin, familie, maatschappelijk gedrag en/of justitie

 

Dagbesteding

werk, hobby's, studie, activiteiten

 

 

Huisvesting

huidige woonsituatie

 

 

Financiën

financiële situatie zoals inkomsten, uitgaven, schulden, bestedingspatroon

 

 

Zingeving

datgene wat motiveert om te leven, bv. een levens- of geloofsovertuiging

 

 

Hulpvraag

Waar hebt u naar aanleiding van deze klachten behoefte aan.

Wat verwacht u daarbij van de behandelaar. Psychologische test?

 

 

Doel

Wat wilt u bereiken, nu en in de nabije toekomst?

 

 

Middelen

Hebt u een idee hoe u uw doel zou kunnen bereiken?

Denk hierbij vooral ook aan de dingen waar u goed in bent.

Waar denkt u uw sterke kanten in te kunnen zetten in dit behandelproces?

 

  

Het voorgaande zal in het eerstvolgende gesprek met uw behandelaar aan bod komen.

Hierdoor krijgt u samen ideeën waaraan gewerkt moet worden.

                                 

Wat zijn de behandelmogelijkheden

De mogelijkheden voor uw behandeling worden door de behandelaar uitgelegd en beschreven in een folder uitgereikt.

 

Ø       Keuze man / vrouw

Ø       Individuele therapie 

Ø       Deeltijdtherapie (in groepsverband)

Ø       Beeldende, creatieve therapie  

Ø       Ergotherapie

Ø       Psychiater

Ø       Psycholoog

Ø       Psychotherapeut

Ø       Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige SPV

         etc.

 

 

U heeft recht op deskundige hulp

Het komt regelmatig voor in GGZ instellingen dat u bij ambulante hulp, individuele hulp of in groepstherapie, niet de hulp krijgt van de daarvoor bevoegde psychotherapeuten maar van daarin niet gespecialiseerde verpleegkundigen.

Het behoeft geen uitleg dat deze begeleiding ten koste gaat van uw welzijn & herstel en van de kwaliteit van verantwoorde zorg. Informeer hiernaar voor u aan de behandeling begint, of tijdens uw behandeling.

 

 

Keuzes maken

Samen met de behandelaar maakt u een keuze uit de mogelijkheden.

Zo kunt u samen komen tot een passend behandeladvies.

U kunt natuurlijk om bedenktijd vragen of met anderen overleggen voor u beslist.

Vraag dan uw behandelaar naar internetsites, lotgenotencontact of cliëntenorganisaties.

U kunt ook een second opinion (tweede mening) aan een andere dan uw eigen behandelaar vragen.

Als het contact naar uw mening niet goed verloopt breng dat dan gerust ter sprake, het kan het verloop van uw behandeling ten goede komen als u dit tijdig aangeeft. Dit komt vaker voor, samen kan dan gezocht worden naar een oplossing.

 

Afspraken

Samen bent u nu gekomen tot een keuze hoe verder te werken aan de doelen zoals u die in eerst instantie zelf hebt omschreven en zoals deze nu zijn geformuleerd.

Deze afspraken komen terug in uw behandelplan in de vorm van de volgende punten:

 

 

Doel(en) op korte termijn

 

 

Doel(en) op lange termijn

 

  

Hoe deze doelen te bereiken

 

  

Wie doet wat

 

  

Hoe vindt de behandeling plaats en hoe vaak

 

 

Eventueel medicijnen, dosering (bij)werking, bijsluiter

Kan ik dit medicijn gebruiken samen met andere medicijnen die ik al heb?

 

Naam

Dosis

Dosering

 

Wanneer u beiden tot overeenstemming bent gekomen wordt het behandelplan ondertekend.

U krijgt hiervan een kopie. Hierdoor kunnen we nu spreken van een overeenkomst.

De afspraken liggen voor beiden vast maar u kunt altijd nog wijzigingen aanbrengen.

Nu moeten er afspraken gemaakt worden wanneer er contact tussen u beiden zal zijn en wanneer er geëvalueerd wordt over het proces en de doelen.

 

 

Frequentie individuele contacten

Eindverantwoordelijke psychiater dr. ......................, .... x per .........

Behandelaar ................. functie .........................., .... x per .........

 

 

Termijn en data voor evaluatie

1 x per .........

dd: ..............

 

 

 

Behandelplan   datum:

 

 

Klachten:

 

Doelen op korte termijn:

 

Doelen op lange termijn:

 

Behandeling:

 

Medicijnen:

 

Frequentie behandeling:

 

Evaluaties:

 

Bereikte doelen:

 

Nazorg:

 

 

 

Nazorg

In de nazorg biedt de behandelaar u, indien gewenst, begeleiding in de maatschappij zodat terugval, preventie van problemen en nieuwe hulpvragen worden gesignaleerd.

De behandelaar informeert u over de keuzemogelijkheden aan nazorg. U krijgt de ruimte om uw wensen en verwachtingen over nazorg aan de behandelaar kenbaar te maken.

Er worden heldere afspraken gemaakt tussen u en de behandelaar.

 

Afspraken over nazorg

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht Stuur door

Beroepscodes

Beroepscodes

 

 

 

 

(van Dale: Geheel van ongeschreven regels waaraan de beroepsbeoefenaar zich moet houden bij de uitoefening van zijn beroep.) 

 

 

Een beroepscode is een samenhangend geheel van principes en regels met betrekking tot de uitoefening van het beroep. Een bekend voorbeeld van een beroepscode is de eed van Hippocrates die medici afleggen wanneer ze hun beroep gaan uitoefenen:

 

Ik zal mijn vermogens gebruiken om zieken naar beste weten en oordeel te helpen; ik zal me onthouden van het schaden en tekort doen van wie ook. Wat ik zie en hoor, hetzij beroepshalve of persoonlijk, en wat niet verder mag worden verteld zal ik geheim houden en aan niemand meedelen.

 

 

Ethiek en Beroepshouding in de zorg

 

 

Beroepsethiek

 

 

Beroepsethiek is een tak van de ethiek of moraalfilosofie en heeft betrekking op de algemeen aanvaarde norm voor het professioneel handelen.

 

 

Formele en informele beroepsethiek

Ethiek gaat over plichten, of over wat je behoort te doen, en bestaan uit principes en regels die je nodig hebt om goed en kwaad van elkaar te kunnen onderscheiden. Je kunt in de beroepsethiek een onderscheid maken tussen een formele beroepsethiek middels de beroepscode zoals de wet en formele uitspraken waarin de waarden en doelen van het beroep zijn vastgelegd. Deze beroepscode beschrijft bijvoorbeeld wat er van de professionele zorgverlening mag worden verwacht en helpt de verzorgende en verplegende bij het nemen van ethisch verantwoorde beslissingen.

 

Anderzijds is er ook een informele beroepsethiek, deze bestaat uit ongeschreven regels voor het beroepsmatig handelen. Ze zijn algemeen aanvaard en komen bijvoorbeeld tot uiting in het handelen van de zorgverlener. Door het goedkeuren of afkeuren van collega’s wordt duidelijk wat er van de ander ‘verwacht’ wordt en deze regels nageleefd worden. Men kan bij deze ongeschreven regels dingen bedenken als dat men vaardig blijft ook na diplomering, dat de zorgvrager op de eerste plaats komt, over machtsverhoudingen onderling en in relatie tot zorgvrager en zorgverlener en over loyaliteit jegens elkaar en tot slot over je (professionele) houding naar collegae en zorgvragers.

 

De informele beroepsethiek kan eigen gemaakt worden op twee manieren, namelijk door zelfkennis en praktische kennis van zaken. De eerste, zelfkennis heeft te maken met openstaan voor jezelf, inzicht hebben in innerlijke processen en de mogelijkheid aangrijpen tot zelf ontplooiing te komen. Kennis van zaken opdoen doe je op door middel van intuïtie, oppikken van traditie, autoriteit en door ervaring.

 

Uit Wikipedia

 

 

Beroepscodes:

 

Psychiater

 

Psycholoog

 

Psychotherapeut

 

Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundigen

 

Verpleegkundigen en Verzorgenden

 


 

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht Stuur door

Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector

HKZ - Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector

 

 

 

 

De organisatie HKZ

De stichting Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector (HKZ) is in 1994 opgericht. Initiatiefnemers waren de brancheorganisaties van patiënten/consumenten, zorgaanbieders en zorgverzekeraars. De drie partijen besloten hiertoe tijdens de Leidschendamconferentie van 1990. Daar stelden ze gezamenlijk de noodzaak vast van samenhangend kwaliteitsbeleid en kwaliteitsborging in de zorg.

 

De Kwaliteitswet Zorginstellingen verplicht instellingen om 'verantwoorde zorg' te leveren. HKZ zorgt ervoor dat kwaliteit genormeerd en toetsbaar wordt. En stelt zorginstellingen daarmee in staat om hun aanbod voortdurend te verbeteren.

Het doel van HKZ is harmonisatie van kwaliteitsbeoordeling in zorg en welzijn. Opdat kwaliteit in de verschillende sectoren op dezelfde manier beoordeeld wordt.

Optimale transparantie van kwaliteit kan bereikt worden door certificatie. HKZ ontwikkelt daar samen met de belanghebbende partijen de normen voor. Er zijn normenstelsels (certificatieschema's) ontwikkeld voor diverse sectoren in zorg en welzijn.

De certificatieschema's hebben allemaal dezelfde basis: het HKZ Harmonisatiemodel.

Het cliëntperspectief staat in dit model principieel centraal.

 

Het HKZ Keurmerk

Het HKZ Keurmerk heeft betrekking op het kwaliteitsmanagementsysteem van de organisatie. Zo'n systeem heeft een organisatie nodig om kwaliteit goed te kunnen managen. Het HKZ keurmerk maakt zichtbaar dat het kwaliteitsmanagementsysteem voldoet aan eisen die vanuit de sector zelf, door financiers, patiënten/consumenten en de overheid worden gesteld. Dit is vastgesteld door een onafhankelijke certificatie-instelling.

Het keurmerk biedt een basisgarantie voor kwaliteit. De gecertificeerde instelling heeft het werk zodanig georganiseerd, dat aan alle voorwaarden is voldaan om optimale zorg te kunnen leveren. Het perspectief van de cliënt is daarbij altijd het vertrekpunt.

Het HKZ Keurmerk betekent dat een organisatie:

- De zaken intern goed op orde heeft

- De klant principieel centraal stelt

- Betrouwbare resultaten kan presenteren

- Voortdurend werkt aan het verbeteren van de zorg- en dienstverlening

 

De HKZ-systematiek is bijzonder in de volgende opzichten:

• Een samenhangende benadering: alle processen in de zorgorganisatie zijn in hun samenhang genormeerd, met de nadruk op het primaire proces. De effectiviteit van de totale organisatie wordt dus beoordeeld bij certificatie.

• Een breed draagvlak: HKZ-normen worden ontwikkeld door de belanghebbende partijen zelf. Daardoor beschikken de normen over een breed draagvlak.

• Openbaarheid: De HKZ-normen zijn openbaar en worden regelmatig geactualiseerd.

• Normontwikkeling en toetsing vinden strikt gescheiden plaats en staan beide onder formeel toezicht (RvA)

• Toetsing voor het HKZ keurmerk is geen momentopname. Om het certificaat te behouden, laat een instelling zich jaarlijks extern en onafhankelijk toetsen.

 

HKZ-normen

Kwaliteit is geen toeval, maar een beredeneerd, georganiseerd en beheerst resultaat. Het is het vermogen om aan de verwachtingen en behoeften van de cliënten te voldoen.

Een kwaliteitsmanagementsysteem is een hulpmiddel voor het management om processen te beheersen en om de kwaliteit van een organisatie op systematische wijze te sturen. Het doel is de kwaliteit van de zorgverlening te verbeteren (met als gevolg tevreden klanten) én ook de interne organisatie. De eigen processen van de organisatie zijn hierbij het uitgangspunt.

 

HKZ-normen

Om het HKZ Keurmerk te verkrijgen moet het kwaliteitsmanagementsysteem voldoen aan de

HKZ-normen. Deze normen hebben de internationaal erkende ISO 9001:2000-normen als basis en omvatten daarnaast branchespecifieke eisen. Iedere branche heeft een eigen set normen (certificatieschema). De HKZ-normen hebben betrekking op zowel de kwaliteit van het zorgproces als op de organisatorische kwaliteit. Ze stellen eisen aan het primaire proces: intake/indicatie, de uitvoering van de diensten en evaluatie/nazorg. Daarnaast moeten ook de ondersteunende processen, zoals personeelsbeleid, diensten door derden, et cetera aan specifieke eisen voldoen. Het Harmonisatiemodel wordt bij de invulling van de normen als uitgangspunt genomen.

 

Cliëntveiligheid

HKZ vindt dat cliëntveiligheid een integraal onderdeel behoort te zijn van kwaliteit. Echter, niet iedere organisatie heeft een werkend kwaliteitsmanagementsysteem. Daarom ontwikkelt HKZ, mede op verzoek van de Inspectie en VWS, een aparte norm voor het toetsen van een veiligheidsmanagementsysteem. Deze norm richt zich op het in kaart brengen van de risico’s in de processen van zorg- en dienstverlening én op individueel cliëntniveau en op het reduceren van deze risico’s. De voor de ziekenhuizen ontwikkelde NTA (Nederlands Technische Afspraak) vormt input voor de norm.

Cliëntveiligheid kan in de toekomst apart gecertificeerd te worden. Daarnaast wordt cliëntveiligheid met de vernieuwde norm onderdeel van (opstap)certificatie van het kwaliteitsmanagementsysteem.

 

Hoe gaat certificatie in z’n werk?

Certificatie is tweeledig.Ten eerste wordt nagegaan wat er in de organisatie is afgesproken en hoe het mogelijk wordt gemaakt dat iedereen de afspraken kan nakomen (bijvoorbeeld door middel van werkinstructies/procedures en opleiding/training).

Ten tweede wordt gecheckt (o.a. door steekproeven in dossiers en interviews met uitvoerende medewerkers) of de afspraken ook worden nagekomen.

Certificatie vereist dus een gedocumenteerd en geïmplementeerd kwaliteitsmanagementsysteem. De organisatie mag (behalve op kritische onderdelen) verbeterpunten hebben.

Bij goedkeuring wordt een certificaat afgegeven dat drie jaar geldig is. Tussentijds wordt de organisatie minimaal jaarlijks getoetst. Daarbij moet men aantonen dat het kwaliteitssysteem onderhouden en verbeterd wordt.

 

Is certificatie verplicht?

Wettelijk gezien niet. De Kwaliteitswet Zorginstellingen stelt wel het hebben van een kwaliteitssysteem verplicht. Daarin moeten de resultaten van overleg met alle belanghebbenden tot uiting komen.

De laatste jaren signaleert HKZ de trend dat de Inspectie en de zorgverzekeraars meer waarde aan het HKZ-keurmerk gaan hechten.

Biedt het HKZ-keurmerk een garantie voor goede zorg?

Het keurmerk biedt een basisgarantie voor kwaliteit. De gecertificeerde instelling heeft het werk zodanig georganiseerd, dat aan alle voorwaarden is voldaan om optimale zorg te kunnen leveren. Het perspectief van de cliënt is daarbij altijd het vertrekpunt.

 

Wat levert een certificaat de zorginstelling op?

Uit onafhankelijk onderzoek blijkt dat gecertificeerde instellingen veel profijt hebben van hun certificaat. Het levert hun waardering op van verzekeraars, patiënten-/consumentenorganisaties en samenwerkingspartners. Sommige verzekeraars werken zelfs al met een preferred providership voor gecertificeerde organisaties.

De gecertificeerde organisatie wordt transparanter en werkt efficiënter. Cliënten worden helder en tijdig geïnformeerd. Hun wensen en behoeften zijn goed in beeld. Medewerkers zijn goed opgeleid en gemotiveerd voor hun werk. Fouten worden sneller ontdekt en beter voorkomen.

De instelling kan zich met een certificaat positief onderscheiden in een markt waarin zich steeds meer nieuwe aanbieders aandienen. Naar de overheid toe kan men met het certificaat aantonen dat iwordt voldaan aan de wettelijke verplichting om 'verantwoorde zorg' te leveren. Tevens voldoet men aan de internationale standaard ISO-9001.



 

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht Stuur door

Cliëntenbelangenorganisaties

Cliëntenbelangenorganisaties

 

 

 

 

Landelijk Platform GGz

 

Dé koepel in de ggz

 

Het Landelijk Platform GGz is een koepel van 20 cliënten- en familieorganisaties in de geestelijke gezondheidszorg. Het Platform behartigt de belangen van alle mensen, jong en oud, met psychische problemen en hun familie.

Lees verder

 

 

 

Zorgbelang Nederland

 

Wat doen ze?

Bij een Zorgbelangorganisatie zijn gemiddeld 80 tot 400 patiënten- en consumentenorganisaties per regio aangesloten. Om goed op de hoogte te zijn van de wensen, vragen en klachten van burgers onderhoudt een Zorgbelangorganisatie intensief contact met die lidorganisaties. Ook richt zij zich rechtstreeks tot de regionale patiënten en consumenten door bijvoorbeeld meldweken rond een bepaald thema te organiseren.

 

Taken

Zorgbelangorganisaties zijn actief binnen zorg en welzijn.

Het takenpakket van een Zorgbelangorganisatie bestaat uit de volgende onderdelen:

  • belangenbehartiging en beïnvloeding van zorg- en welzijnsbeleid
  • het geven van informatie en voorlichting aan burgers over de zorg en het zorgaanbod in de regio
  • het registreren van klachten en het bieden van ondersteuning bij klachtmeldingen
  • bevordering van de kwaliteit van zorg door het doen van onderzoek en het maken van verbeterafspraken.
  • ondersteunen van lidorganisaties bij verschillende activiteiten, zoals bijvoorbeeld het organiseren van bijeenkomsten en cursussen.

Zorgbelangorganisaties zijn opgericht om de samenhang tussen alle zorg- en welzijnsvoorzieningen in de regio te bevorderen.

Zij doen dat namens alle burgers. Daarnaast geven ze informatie over het regionale zorgaanbod.

Door hun werkzaamheden wordt bewerkstelligd dat mensen, ondanks ziekte, ouderdom of handicap, goede keuzes kunnen maken over noodzakelijke zorg.

 

Zo zijn er ook in iedere provincie cliënten belangenbureaus, platforms, bonden etc.

Ze hebben allemaal gemeen dat ze opkomen voor de belangen van de cliënt in de geestelijke gezondheidszorg, de maatschappelijke opvang en de verslavingszorg, en anderen die daar op een of andere manier bij betrokkenen zijn. Ook werken zij aan vernieuwing van de zorg en verbetering van participatie van cliënten in de zorg, opvang en samenleving.

Je kunt er met al je vragen en problemen terecht.

 

 

 

Ervaringen van patiënten zijn een goudmijn

 

Stille kennis moet beter benut worden

 

Onder de achterban van patiënten- en cliëntenorganisaties bestaat een grote stille kennis over de gezondheidszorg, ook op het gebied van de ggz. Als artsen, zorgverzekeraars en overheid die kennis beter benutten, wordt zorg beter en misschien ook wel goedkoper. Deze conclusie komt naar voren uit een groot onderzoek dat het Julius Centrum van het UMC deed naar de maatschappelijke meerwaarde van patiënten- en gehandicaptenorganisaties in Nederland die van het Fonds PGO overheidssubsidie ontvangen.

 

Stille kennis benutten

De uitdaging is om de ‘stille kennis’ manifest te maken zodat de cliëntenorganisaties daarmee de boer op kunnen; bij artsenorganisaties om professionele zorgstandaarden te formuleren, bij zorgverzekeraars om de zorginkoop te beïnvloeden, bij politici om wetgeving aan te passen en bij de media om aandacht van het grote publiek te vragen.

 

Rendement

Het rendement van cliëntenorganisaties is hoog; tezamen bereiken zij via websites en folders bijna 9,7 miljoen leden en niet-leden (cijfers 2005). Er is echter nog steeds een grote stille kennis aanwezig die door beleidsmakers onvoldoende benut wordt. Bovendien leeft bij alle partijen (cliëntenorganisaties, beleidsmakers, zorgaanbieders én zorgverzekeraars) de wens om van de koepels van cliëntenorganisaties een stevige derde partij te maken. Daarvoor moeten deze organisaties hun werkwijze professionaliseren, zo luidt een aanbeveling in het onderzoeksrapport. En daarvoor is meer overheidssubsidie nodig, vooral op structurele basis.

 

In het onderzoek is de ggz-cliëntenbeweging meegewogen. Zo hebben o.a. Anoiksis, Balans, VMBD, Impuls en Pandora meegewerkt. Het rapport werd op 28 mei j.l. door onderzoeksleider Guus Schrijvers overhandigd aan de voorzitter van het Fonds PGO, drs. Ferdinand Clevers

 

Bron: Platform ggz



 

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht Stuur door

Cursus - Opleiding - Baan (ex)Cliënt

Cursus - Opleiding - Baan

 

 

 

 

Het beroep ERVARINGSDESKUNDIGE

 

Instellingen ontwikkelen steeds meer inzicht in het belang van het inzetten van ervaringsdeskundigen.

Functiebeschrijvingen, takenpakketten en opleidingseisen voor ervaringsdeskundigen zijn nog in ontwikkeling.

 

 

Rolmodel

Een onderzoek brengt een aantal voordelen van de inzet van begeleiders met ervaringsdeskundigheid voor cliënten aan het licht.  Zoals een goede bejegening naar de cliënt, gelijkwaardiger contact, meer inlevingsvermogen en een positie als rolmodel. Voor de BGE’ers biedt het werk economische zelfstandigheid (betaalde baan), veel voldoening en een nieuwe stap in hun eigen herstelproces. Minder duidelijk is wat de invloed van BGE’ers is op de houding van teamleden en op het herstelproces van cliënten.

 

Functie:

Begeleider geestelijke gezondheidszorg met ervaringsdeskundigheid (BGE)

 

Databank Ervaringsdeskundigen

St Door en Voor Rosmalen Landelijk

 

 

 

Cursus:

 

 

Kijk hiervoor ook bij het Cliëntenbelangenbureau in je regioCu

 

Cliënten trainen Ambtenaren

Door en Voor Rosmalensus (

Cliënten trainen hulpverleners

Basisberaad Rotterdam

 

De cursus ‘Werken met eigen ervaring’

 

Je eigen ervaringen inzetten

Mensen die psychiatrische- of verslavingsproblemen hebben gehad, staan voor de taak hun leven weer vorm en inhoud te geven naar hun mogelijkheden en wensen. De weg naar herstel is er één van vallen en opstaan en verloopt voor een ieder anders. Gedurende het herstelproces ontwikkelen mensen een eigen deskundigheid over hun leven. Ze leren wat wel werkt en wat niet, wat ze op verschillende momenten nodig hebben en vinden manieren om zich staande te houden in het leven. Sommige personen willen deze verworven deskundigheid later actief inzetten in (vrijwilligers)werk. Er komt echter nog al wat bij kijken om eigen ervaringen functioneel in te zetten. Daarom heeft het Basisberaad Rijnmond in samenwerking met St. Rehabilitatie ‘92 de cursus ‘Werken met eigen ervaring’ ontwikkeld. Het doel van de cursus is: de eigen ervaringen in het kader van herstellen te leren gebruiken in activiteiten met en voor cliënten.

 

De cursus

De cursus is ontwikkeld door een groep van ervaringsdeskundigen en leert de deelnemers hun eigen ervaringen te gebruiken om anderen te ondersteunen. Het geleerde kan in verschillende functies ingezet worden. Hierbij kan gedacht worden aan individuele advisering (consulentfunctie), het geven van voorlichting of trainingen, het deelnemen aan een cliëntenraad of het opzetten van cliëntgestuurde initiatieven.

 

De cursus is opgebouwd uit drie blokken van in totaal 12 lessen die zijn opgenomen in het werkboek dat cursisten bij de cursus krijgen. In het eerste blok staat ‘het eigen verhaal’ centraal. De deelnemers wisselen onderling hun ervaringen als cliënt uit om ervaringskennis op te bouwen. Het tweede blok is gericht op werksituaties. Voor de lessen in dit blok zijn ervaringsdeskundige gastdocenten uitgenodigd om iets over hun werk te vertellen. In het derde blok worden vaardigheden geoefend die nodig zijn om te werken met eigen ervaringen.

 

Voorafgaand aan de cursus hebben de belangstellenden een gesprek met één van de docenten waarin verwachtingen en wensen worden besproken en gekeken wordt of de cursus geschikt is voor de persoon. Tijdens de cursus wordt, indien gewenst, persoonlijke ondersteuning geboden om eventuele problemen met de cursus op te lossen. Deelnemers ontvangen aan het eind een certificaat als zij voldoende aanwezig zijn geweest (80%) en voldaan hebben aan de opdrachten. De cursus wordt gegeven door twee ervaringsdeskundige docenten.

 

Praktische zaken

De cursus bestaat uit 12 lessen van 3 uur die iedere week en soms om de week plaatsvinden. Met voorbereidingstijd en tijd voor opdrachten meegerekend moeten de deelnemers rekenen op een investering van ongeveer 8 uur per week.

De groep bestaat uit minimaal 8 en maximaal 12 cursisten.

Bij voldoende belangstelling start in april 2008 in Rotterdam een nieuwe cursus, de lessen zijn steeds op de vrijdag van 10.00-13.00 uur.

Er zijn voor de deelnemers geen kosten aan de cursus verbonden, reiskosten komen echter wel voor eigen rekening.

 

Geïnteresseerd?

Heb je interesse voor de cursus of wil je meer weten? Neem dan contact op met Astrid van Bruggen bij het Basisberaad Rijnmond, tel. 010 - 466 59 62 of stuur een e-mail naar: a.vanbruggen@basisberaad.nl

 

 

 

Opleidingen:

 

 

Begeleider GGZ (BGE)

Academie voor Psychiatrie A'dam 

 

Begeleider GGZ

Zadkine Rotterdam

 

Begeleider GGZ

Utrecht

 

Begeleider GGZ 

Transitie Progamma Apeldoorn

 

Training Cliënten Participatie

Coöperatie Conquest 

 

Cliënten Participatie Jeugd

Coöperatie Conquest 

 

Cliënten Participatie Plus

Coöperatie Conquest 

 

Coach-Ondersteuner Cliëntenraden

Coöperatie Conquest 

 

Ervaringsdeskundige

Transitie Progamma Apeldoorn

 

Ervaringsdeskundigheid

Kenniscentrum 

Ervaringsdeskundigheid

Fontys 

 

Ervaringsdeskundigheid

Coöperatie Conquest 

 

Ervaringsdeskundigheid

IGPB 

 

Ervaringsdeskundigheid

Zorgbelang Groningen

 

GGz Ervaringsagoog

IGPB

 

Kwaliteitstoetsen

Coöperatie Conquest 

 

Schrijf persoonlijke verhalen

IGPB 

 

Trainingsvaardigheden

Coöperatie Conquest 

 

Voorlichting, Info en Advies

Coöperatie Conquest 

 

Werken vanuit Hart en Ziel 

Coöperatie Conquest 

 

 

BGE -  Begeleider GGz met Ervaringsdeskundigheid

 

De geschiedenis van de opleiding SPW-BGE 4   (Zadkine Rotterdam)

 

 

Maatwektraject begeleider GGz met ervaringsdeskundigheid

 

Wat doe je als begeleider GGz met ervaringsdeskundigheid?

Als begeleider GGz werk je in de geestelijke gezondheidszorg.

Daar begeleid je mensen met langdurige en ernstige psychische problemen:

  • in het dagelijks leven;
  • in het omgaan met anderen en
  • in het (opnieuw) innemen van een betekenisvolle plek in de samenleving.

Samen met de cliënt zoekt de begeleider naar wensen en doelen op levensterreinen als wonen, werken, leren, vrijetijdsbesteding en sociale contacten. Hierbij is het uitgangspunt dat de cliënt zoveel mogelijk de regie houdt over zijn eigen leven en waar nodig gesteund wordt door zijn omgeving. Zijn wensen, doelen, mogelijkheden en de kracht van het eigen herstelproces staan centraal. Je werkt samen in een team met collega’s en onderhoudt contacten met familie, vrienden en professionele ondersteuners van andere organisaties.

 

Wat houdt de opleiding BGE in?

Deze opleiding BGE is gericht op (aspirant-)deelnemers die zelf ervaring hebben opgedaan als cliënt in de geestelijke gezondheidszorg. Zij kunnen in combinatie met deze beroepsopleiding hun ervaringskennis ontwikkelen tot ervaringsdeskundigheid. De opleiding is een beroepsbegeleidende opleiding, wat wil zeggen een dag per week naar school en negentien klokuren per week beroepspraktijkvorming (bpv). De bpv kan alleen plaatsvinden in een door de OVDB (landelijk kwaliteitsorgaan) erkende werk- of stageplek.

De BGE-opleiding is als volgt ingedeeld:

 

Programma BGE voortraject (ongeveer zes maanden)

Belangrijke onderdelen tijdens het voortraject zijn:

kennismaking met beroep, werkveld, groepsgenoten en jezelf als toekomstig beroepskracht;

onderzoeken van eerder opgedane kennis, vaardigheden en inzicht (portfolio, assessment);

onderzoeken en oefenen van startvaardigheden (communicatieve en leervaardigheden);

opstellen individueel leerplan met afspraken over leerdoelen en toetsing.

 

Programma BGE middentraject (eerste opleidingsperiode - twaalf maanden)

Het middentraject vormt het centrale deel van de opleiding en bestaat uit een aanbod van agogische vakkennis, vaardigheidstraining en theorie in combinatie met eigen praktijkinbreng vanuit de stage.

Belangrijke onderdelen zijn reflectieve vaardigheden, ontwikkeling beroepshouding, beroepsethiek, ontwikkeling van werkrelatie met cliënten, professioneel omgaan met eigen ervaringen, methodisch werken, werken met individuen en groepen, rehabilitatiebenadering, betekenis herstel en presentie, maken van een begeleidingsplan, gespreksvaardigheden, presentatie en profilering, psychopathologie, cliëntenadvisering en -participatie, etc.

Via de vijftien tweewekelijkse supervisiegesprekken leer je praktijkervaringen te verbinden met je eigen levenservaring en deze te ontwikkelen tot ervaringsdeskundigheid die je professioneel in kunt zetten. Je leert reflecteren op je eigen leren en functioneren in het werk en in de opleiding en ontwikkelt daarmee samenhangende persoonlijke leerdoelen.

 

Programma BGE eindtraject (tweede opleidingsperiode - ongeveer zes maanden)

Het eindtraject heeft het karakter van een individueel traject waarin gewerkt wordt aan verdieping en het onderzoeken van de individuele mogelijkheden tot doorstroming naar werk en eventueel vervolgonderwijs. 

Individuele studie- en loopbaanbegeleiding wordt geboden in de vorm van een aantal consultgesprekken. Iedere deelnemer heeft tijdens de opleiding een persoonlijke coach die vanuit de opleiding ook het contact met de praktijkinstelling onderhoudt.

De opleiding werkt met compentiegericht onderwijs en is sterk praktijkgericht. De leerstof is onderverdeeld in deelkwalificaties en wordt tussentijds op school en in de praktijkinstelling getoetst.

De opleiding kwalificeert op SPW4-niveau en je kunt kiezen voor een afstudeerrichting Woonbegeleiding of Activiteitenbegeleiding. Voor de diplomering  moet je kunnen aantonen dat je kunt voldoen aan de competenties die van een beginnend beroepskracht worden verwacht.

 

Wanneer kun je met de opleiding starten? 

De opleiding start in september van het schooljaar. De opleidingsdag is op donderdag of vrijdag.

Je kunt met de opleiding beginnen als je kunt aantonen aan de volgende criteria te voldoen:

  • een diploma vmbo in de theoretische leerweg, de kaderberoepsgerichte leerweg of de gemengde leerweg. Hoewel de opleiding geen eisen stelt aan het profiel worden de sectoren zorg en welzijn sterk aanbevolen;
  • minimaal diploma vbo met drie vakken op c-niveau, waaronder Nederlands (overige vakken minimaal op b-niveau);
  • of diploma mavo of overgangsbewijs van 3 naar 4 havo of vwo;
  • relevante werkervaring in de praktijk van de GGz;
  • eigen ervaring als cliënt van een GGz-instelling;
  • minimum leeftijd 18 jaar.

 

Toelating wordt pas definitief na een intakegesprek en het inleveren van de noodzakelijke documenten. Voor degenen die onvoldoende vooropleiding hebben om met een beroepsbegeleidende leerweg te starten, kan Zadkine in sommige gevallen dispensatie en ondersteuning verlenen. Wordt niet voldaan aan bovengenoemde voorwaarden, dan moet rekening worden gehouden met een langere opleidingsduur.

Veel aspirant-deelnemers hebben nog geen arbeidscontract. Zij zullen hun uitkerende instantie tijdig moeten betrekken bij hun plannen, dat wil zeggen toestemming vragen voor het volgen van de opleiding en meestal ook ondersteuning vragen bij de financiering.

 

Wat kun je met je diploma?

Met het diploma kun je onder andere werken bij instellingen voor beschermd wonen, dagactiviteitencentra, rehabilitatiecentra,  beschermd/begeleid werken, verslavingszorg, maatschappelijke opvang, ACT-teams, cliëntenorganisaties, etc.

Bijzonder aan de begeleider GGz is dat deze zelf ervaring heeft opgedaan als cliënt in de GGz. Tijdens de opleiding heeft hij geleerd deze ervaring op een professionele wijze in te zetten in begeleidingsrelaties. Daardoor heeft hij een meerwaarde in het groeiende aantal GGz-functies, waarin deze ervaringsdeskundigheid als een kwaliteit wordt beschouwd.

De behaalde competenties op het gebied van ervaringsdeskundigheid worden weergegeven in een bijlage bij het reguliere SPW4 diploma.

 

Wat kost de opleiding?

Je dient met de volgende kosten rekening te houden:

  • Lesgeld dat jaarlijks wordt vastgesteld door het ministerie van OCW 
  • Bijdrage voor leer- en hulpmiddelen, dit is een vaste bijdrage voor onder meer verzekeringen en lesmaterialen die jaarlijks opnieuw wordt vastgesteld
  • Aanschaf leerboeken en eventuele reiskosten

 

Deelnemers van een beroepsbegeleidende opleiding komen niet in aanmerking voor studiefinanciering. Deelnemers met een arbeidscontract kunnen hun werkgever aanspreken op een bijdrage in de financiering van de opleiding. Bent je afhankelijk van een uitkerende instantie, neem dan zo snel mogelijk contact op om hun medewerking te vragen bij het realiseren van uw werk- en scholingsplannen. Wij adviseren je om in een zo vroeg mogelijk stadium te informeren naar de mogelijkheden tot ondersteuning en het aanvragen van financiering van de opleiding (bijvoorbeeld via aanvragen IRO. Daaraan voorafgaand of tegelijkertijd kunt je je bij ons melden om een afspraak maken voor een aanmeldingsgesprek of een oriënterend gesprek.

 

Zadkine Rotterdam

010-243 34 99

bge@zadkine.nl

Aparte website voor instellingen en geïnteresseerden

Het maatwerktraject BGE heeft meer (achtergrond)informatie online beschikbaar als elektronische nieuwsbrief.



 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht Stuur door

Dag Activiteiten Centrum

DAC - Dag Activiteiten Centrum

 

 

 

 

Ontmoeting

Een DAC is een ontmoetingsplek en biedt mensen met een psychiatrische en/of psychosociale achtergrond, op vrijwillige basis, gelegenheid hun dag op een aangename en zinvolle wijze door te brengen. Belangrijke doelen zijn het bevorderen van sociale contacten, het ondersteunen bij het opbouwen van een dagritme en het aanbieden van steun bij het zoeken naar een passende dagbesteding.

 

 

Allereerst is er de ontmoetingsruimte waar u terecht kunt voor een praatje met andere bezoekers, de inloopfunctie erg belangrijk. Ook kunt u hier iets eten en drinken. Tevens is er de mogelijkheid om in een ongedwongen sfeer mee te doen aan een activiteit, zoals tekenen, bloemschikken, darten maar ook muziek maken, internetten en uitstapjes. 

 

 

U kunt vaardigheden aanleren of een hobby ontwikkelen. Er is de mogelijkheid voor spontane activiteiten zoals kaarten, puzzelen, tafeltennissen en biljarten. Ook kun je rustig een krant of tijdschrift lezen. Regelmatig worden activiteiten georganiseerd waaraan iedereen kan deelnemen, zoals bloemschikken, video, biljarten, bowlen, zwemmen, uitstapjes en museumbezoek.

De inloopvoorzieningen bevatten naast ontmoetingsactiviteiten ook activiteiten gericht op scholing, werkprojecten, arbeidsrehabilitatie en trajectbegeleiding.

Een DAC kan een organisatie zijn die helpt bij herstel en bij integratie in de samenleving.

 

 

Het DAC heeft meestal een weekprogramma waarbij elk dagdeel verschillende activiteiten kent.

Er zijn activiteiten in cursusvorm, andere zijn meer vrijblijvend.

De bezoekers worden zoveel mogelijk bij activiteiten betrokken, als deelnemer en zo mogelijk als medeorganisator. In overleg met de medewerkers kunnen zij ook zelf nieuwe activiteiten organiseren.

 

 

Er wordt ook veel werk verricht door bezoekers die zich hiervoor vrijwillig hebben aangemeld. Hierbij kunt u denken aan bijvoorbeeld; barwerkzaamheden, het registreren van in- en uitgaande bezoekers en het aannemen van de telefoon.

 

 

Verder kunt u ‘werken aan werk’ door middel van een leerwerktraject als voorbereiding op vrijwilligerswerk of betaald werk. U kunt dan bijvoorbeeld werken in de houtwerkplaats, de winkel, de keuken of productiewerk doen. 

 

 

 

Medezeggenschap

Het is belangrijk om zoveel mogelijk samenspraak en samenwerking met de bezoekers te hebben, over zaken die binnen het dac georganiseerd worden.

Tijdens de bezoekersraad is er de mogelijkheid om mee te denken over zaken die spelen binnen een DAC. Deze bezoekersvergadering vindt maandelijks plaats.

 

Huisregels

Om voor een goede sfeer te zorgen en de veiligheid te handhaven, zijn er een aantal huisregels opgesteld. Bijvoorbeeld: alcohol, drugs en agressie zijn taboe. Ook het bezorgen van overlast aan andere bezoekers en medewerkers wordt niet getolereerd.

 

 

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Beschermend - Begeleid Wonen

RIBW - Beschermende Woonvormen

 

 

 

 

Beschermd wonen

 

Als de overstap van een behandelomgeving (bijvoorbeeld een psychiatrisch ziekenhuis of kliniek voor verslaving) naar zelfstandig wonen te groot is kan er voor het beschermd wonen als tussenstap gekozen worden. Vanuit de veiligheid van zo'n beschermende woonvorm kunt u, in overleg met uw persoonlijk begeleider, samen vaststellen hoe u het aan gaat pakken om weer een eigen plek te krijgen. Hoe lang dat duurt, bepaalt u zelf. Anderen zien de beschermende woonvorm als ondersteuning waar ze veel langer gebruik van willen maken, de hulp is niet beperkt in tijd.

Een RIBW biedt mensen met een psychische beperking een zo gewoon mogelijke plek in de samenleving met ondersteuning bij het wonen, de dagbesteding, de stap tot vrijwilligerswerk, de reguliere arbeidsmarkt en bij de vrijetijdsbesteding, zodat mensen naar tevredenheid en met succes kunnen deelnemen aan de samenleving.

 

In een beschermende woonvorm heeft u een eigen zitslaapkamer, naar eigen smaak in te richten, en gebruik van een gemeenschappelijke woonkamer, keuken, sanitair en voorzieningen als berging, tuin, etc .

Alle beschermende woonvormen vindt u in woonwijken. Dat betekent dichtbij voorzieningen als winkels, openbaar vervoer, apotheek en huisarts, buurthuizen, etc.

U heeft een eigen voordeur met een sleutel en ook uw eigen kamer kunt u afsluiten. Begeleiders bellen aan en gebruiken slechts in noodgevallen een loper. Er zijn geen bezoekuren of tijdstippen waarop u 'binnen' moet zijn. Wanneer u met anderen samenwoont is wel van belang, dat er rekening wordt gehouden met huisgenoten. Regelmatig is er een huiskameroverleg, waarin zaken die de groep bewoners betreffen, worden besproken en waar afspraken worden gemaakt. Ook heeft een beschermende woonvorm een cliëntenraad, die opkomt voor de belangen van de bewoners tijdens regelmatig overleg met de directie.

 

 

Een beschermende woonvorm bestaat uit een aantal huizen waar diverse woongroepen gehuisvest zijn. De woongroepen verschillen in groepsgrootte en zelfstandigheid en varieert van dagelijks 1 of 2 uur begeleiding tot 24 uur per etmaal aanwezigheid en begeleiding.

 

Er zijn ook mogelijkheden om in een eenpersoonswooneenheid beschermd te wonen.

 

 

Begeleid Zelfstandig Wonen (Ambulant)

De RIBW biedt ook hulp aan huis voor mensen die zelfstandig (gaan) wonen en begeleiding en advies vragen omdat zo lang mogelijk te kunnen blijven doen. Een vaste begeleider komt op afspraak bij u thuis en bespreekt met u waar u hulp bij nodig heeft en hoe dat georganiseerd gaat worden.

Wanneer u tussen de afspraken door behoefte heeft aan overleg, kunt u altijd contact opnemen met het team van waaruit de hulp geregeld is. De frequentie van de huisbezoeken kan variëren van 1 keer per 2 weken tot enkele keren per week. Doorgaans duurt een huisbezoek een uur.

De onderwerpen waar de begeleiding zich op richt is afhankelijk van de wens van de cliënt.

 

 

 

Begeleiding

Uitgangspunt voor de begeleiding is, dat u daar waar nodig hulp krijgt.

Dus niet te weinig, maar ook niet te veel.

Ook speelt de begeleiding in op wisselingen in uw situatie. Wat de ene week wel lukt, valt u de andere keer zwaar. De begeleiding past zich hier zoveel mogelijk flexibel bij aan.

 

  • Hulp bij zelfverzorging. Hierbij moet u denken aan persoonlijke hygiëne, onderhoud van eigen kamer en kleding.
  • Praktische (huishoudelijke) vaardigheden als wassen, koken, inkopen doen.
  • Plannen en uitvoeren van schoonmaakwerkzaamheden.
  • Bankzaken regelen.
  • Budgetteren.
  • Beheren van medicijnen.
  • Hulp bij dagelijkse structuur. Het gaat hierbij om dag- en nachtritme waardoor uw stabiliteit behouden blijft.
  • Hulp bij omgaan met publieke instellingen, bijvoorbeeld uitkeringsinstanties, bewindvoerders, etc.
  • Bemiddeling en/of overleg met instellingen waar u specialistische hulp van ontvangt, bijvoorbeeld de psychiater van een polikliniek.
  • Leren van sociale vaardigheden; uw eigen mening verwoorden, een meningsverschil uitpraten, met afspraken omgaan.
  • Hulp bij het omgaan met de beperkingen die u ondervindt vanwege uw psychische handicap.
  • Hulp bij het leggen van contacten, opbouwen van vriendschappen.
  • Hulp bij het regelen en vasthouden van activiteiten op het gebied van werk, opleiding en vrije tijd.

 

Het kan zijn dat de begeleiding de vorm heeft van ondersteuning en advies. Daarnaast kan het accent liggen op het u aanleren van nieuwe vaardigheden (bijvoorbeeld uw persoonlijke administratie zelfstandig doen). Soms is het noodzakelijk dat zaken vóór u worden gedaan, omdat het voor u (nog) niet mogelijk is het zelfstandig te doen. In dat geval wordt er gezocht naar oplossingen om het tekort op te vangen.

 

 

Persoonlijk begeleider

De bewoner krijgt een persoonlijk begeleider. Samen stellen zij een begeleidingsplan op.

Uitgangspunten daarbij zijn de wensen en de behoeften van de bewoner, de mogelijkheden van de RIBW en de beschikbare indicatie.

Iedere bewoner heeft zijn of haar eigen wensen en behoeften ten aanzien van de begeleiding. Daarom worden met iedereen apart afspraken gemaakt over de aard en de hoeveelheid begeleiding, maar ook over de doelstelling van de begeleiding en manier waarop de begeleiding geboden zal worden.

Zowel u als uw persoonlijk begeleider hebben een begeleidingsplan in bezit. Per afgesproken periode worden de afspraken met u samen doorgesproken en zo nodig bijgesteld.

 

 

Groepsgerichte begeleiding

De groepsgerichte begeleiding richt zich op de verzorging van de huishouding, voeding en de hygiëne in huis. Per groep wordt besproken waar de wensen en behoeften uit bestaan. 

Er wordt aandacht geschonken aan de afspraken die tussen de bewoners onderling gemaakt (moeten) worden.

 

 

Dagbesteding en werken            

Dagbesteding is een belangrijk aandachtspunt in de begeleiding van de RIBW’s. Een goede dagstructuur geeft immers invulling aan het dagelijks leven en voorziet in mogelijkheden voor sociale contacten. De begeleiders stimuleren en begeleiden de bewoners zoveel mogelijk bij het zoeken naar dagbesteding binnen de algemene voorzieningen. Ook begeleiding naar (vrijwilligers)werk behoort voor een deel van de bewoners tot de mogelijkheden.

Daarnaast zijn er speciale dagbestedingvoorzieningen voor mensen met een psychiatrische achtergrond. Zoals daar zijn de dagactiviteitencentra en verschillende werkprojecten.

De begeleiding van de dagactiviteitencentra en de verschillende werkprojecten is veelal vraaggestuurd en gericht op de persoonlijke ontwikkeling van de cliënt. Dit is per individu verschillend. Juist omdat er geen behandelsignatuur is, wordt de verantwoordelijkheid voor het reilen en zeilen binnen deze voorzieningen vaak gedeeld. Tegelijk wordt een grote mate van saamhorigheid gecreëerd.

 

Relaties en sociale netwerken

Mensen met een psychiatrische achtergrond hebben veelal een beperkt sociaal netwerk. Het gevaar van vereenzaming is groot. In de begeleiding binnen het beschermd en begeleid zelfstandig wonen wordt daarom geprobeerd de contacten met andere mensen (weer) tot stand te brengen. Veel bewoners hebben intensief onderling contact.

De omgang met lotgenoten kan in belangrijke mate bijdragen aan de acceptatie van de situatie waarin mensen verkeren. Ook het aanhalen of herstellen van het contact met familieleden of bekenden is van belang. Begeleiders van de RIBW’s bieden hierbij ondersteuning op basis van de persoonlijke wensen van de bewoners. Ook als het gaat om vragen over intieme, persoonlijke relaties of seksuele contacten.

Vanuit het beschermd en begeleid zelfstandig wonen zijn de laatste jaren verschillende initiatieven genomen. Om zodoende bij te dragen aan de vorming van sociale contacten buiten het eigen kringetje. Voorbeelden zijn inloopmogelijkheden in of nabij beschermende woonvormen. Ook vriendendiensten, waarbij cliënten gekoppeld worden aan vrijwilligers die hen begeleiden bij recreatieve en sociale activiteiten, zijn nog steeds in opkomst. Daarnaast zijn er speciale bureaus opgericht die cliënten bemiddelen bij het vinden van een relatie of vriendschap.

 

 

Criteria

Om bewoner te kunnen worden van de RIBW is er een indicatie nodig door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ).

Verschillende instanties/hulpverleners kunnen u verwijzen.

Uw aanmelding wordt beoordeeld door een regionale indicatiecommissie. Hierin zitten mensen van een Algemeen psychiatrisch ziekenhuis, een GGZ-centrum en vaak ook zorgverzekeraars. Deze commissie bepaalt of u geschikt bent voor beschermd wonen.

 

 

De kosten

Het beschermd wonen wordt door de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) betaald. U betaalt hiervoor ook een eigen bijdrage. De hoogte van deze bijdrage is afhankelijk van uw inkomen of uitkering. De zorgverzekeraar stelt de eigen bijdrage vast aan de hand van een inkomensonderzoek. De folder 'Eigen bijdrage AWBZ', verkrijgbaar bij uw zorgverzekeraar, geeft hierover meer informatie.

 

Ambulante woonbegeleiding

Aan de ambulante woonbegeleiding zijn voor u geen kosten verbonden.

 

 

Meer informatie over de diverse specialismen van de RIBW's kunt u lezen op de site van  RIBW Alliantie

 

 

Vestigingen Regio

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht Stuur door

Verslavingszorg

Verslavingszorg

 

 

 

 

Wanneer ben je verslaafd?

Voordat je kunt bepalen wanneer je verslaafd bent, moeten we duidelijk maken wat we verstaan onder verslaving. Ben je (nog) niet verslaafd als je elke dag zeven glazen alcohol drinkt maar bij acht glazen wel? Veel mensen zouden graag zo'n criterium hanteren maar dat is te simpel. De vraag die je moet stellen, is wie in welke situatie waarom alcohol of een ander middel gebruikt.

 

Verslaving

Sommige mensen reduceren verslaving tot lichamelijke afhankelijkheid, de gewenning. Maar gewenning is hoogstens een aspect van sommige vormen van verslaving en zeker niet van alle. Typisch voor verslaving is de geestelijke afhankelijkheid. Alle verslavingen hebben dit met elkaar gemeen.

 

Onweerstaanbare behoefte

Bij verslaving gaat het om een zéér grote, onweerstaanbare behoefte een bepaald middel te gebruiken of een bepaald gedrag te vertonen. Deze behoefte bepaalt het hele leven van de gebruiker. Verslaving gaat gepaard met het besteden van heel veel tijd en energie aan het verkrijgen van het middel. Ook geven verslaafden belangrijke maatschappelijke, arbeids- en/of ontspanningsactiviteiten op of verwaarlozen ze deze activiteiten volledig. Ook wordt gebruik voortgezet ondanks het besef van negatieve gevolgen die ermee verbonden zijn.

 

Controlebeperking

Een ander kenmerk van verslaving is controlebeperking: de controle over het gebruik of gedrag is niet meer optimaal. De gebruiker wórdt beheerst. De alcoholist kan alleen maar denken aan de alcohol, de drugsgebruiker aan zijn drugs en hoe hij daar zo snel mogelijk aan kan komen.

 

Herkenning

Verslaafden maken anderen graag deelgenoot van hun ervaringen of ontkennen juist verslaafd te zijn en proberen tegenover hun omgeving mooi weer te spelen. Verslaafden herkennen elkaar bovendien heel gemakkelijk.

 

Signalering en dan?

Hoe er gehandeld moet worden bij constatering van gebruik, is sterk afhankelijk van de houding van de gebruiker. Als het bijvoorbeeld gaat om een jongere die zijn gebruik niet als problematisch ervaart, kun je slechts op de regels wijzen en bij overtreding daarvan sancties toepassen. Ook kun je met de jongere naar oplossingen zoeken om de negatieve gevolgen van het gebruik en overtreding van de regels te voorkomen. Door bijvoorbeeld alternatieven te bieden en oplossingen te zoeken voor de problemen die meestal achter drugsgebruik schuilgaan.

Wanneer een gebruiker aangeeft dat hij eigenlijk wil minderen of stoppen, kun je hem doorverwijzen naar bijvoorbeeld een huisarts of naar het Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs (CAD).

 

 

Belangenvereniging Druggebruikers MDHG 

 

Landelijke Stichting Ouders en Verwanten van Druggebruikers 

 

Gokverslaving

Relatieverslaving

Seksverslaving

 

Zelfhulp verslaving

Informatie over zelfhulpgroepen (soorten groepen, locaties, werkwijze) voor cliënten en professionals uit de verslavingszorg. Brochures en presentaties van het Informatie- en Ontwikkelingscentrum zelfhulpgroepen en verslaving zijn online beschikbaar.

 

AA Anonieme Alcoholisten

NA Anonieme Verslaafden

Informatie over het programma van Narcotics Anonymous, gegevens over bijeenkomsten en een test 'Ben ik verslaafd'.

 

Cannabis onder controle  

Cocaine Anonymous

 

Zelfhulp alcohol

Zelfhulp verslaving

Webzorg

 

De Twaalf Stappen

Twaalfstappen Groepen

 

 

Alcohol onder controle

Online behandeling voor mensen die de controle over hun alcoholgebruik kwijt zijn. Met op de site een alcoholtest, forum en hulp van een persoonlijk begeleider. Initiatief van Brijder Verslavingszorg.

Alcoholdebaas

Informatieve site van TACTUS over alcohol en overmatig drinken. Mogelijkheid tot online behandeling gericht op mensen die zich zorgen maken over hun drinkgedrag. Deelname is anoniem en gratis.

Cannabis onder controle

Online hulp bij het stoppen met blowen of minderen van het gebruik van hasj of cannabis.

Een cannabistest, hulp van een persoonlijk begeleider en toegang tot een forum maken onderdeel uit van de website.

Drinktest

Drinktest.nl is ontwikkeld door het NIGZ om mensen die alcohol drinken te voorzien van informatie en advies. De adviezen worden op basis van de antwoorden op de vragen geformuleerd en zijn gebaseerd op wetenschappelijke onderzoek.

Infectieziekten en drugsgebruik

Site gericht op professionals in de verslavingszorg met informatie over druggerelateerde infectieziekten, fact sheets voor cliënten, gegevens over spuitomruil en gebruiksruimten en informatie over lopende campagnes.

Sick of it

Informatie over de meest voorkomende infectieziekten voor druggebruikers en verslavingszorgmedewerkers. Verder een zelftest, forum en de mogelijkheid om online een vraag te stellen of een afspraak te maken voor een hepatitis B-vaccinatie bij de GGD.

CrisisCare

Een private verslavingszorg kliniek die door de overheid is erkend en verantwoordelijk is voor hoge slagingspercentages.

 

Stichting Verslavingsreclassering GGZ

Begeleidt verslaafden die een strafbaar feit hebben gepleegd of hiervan worden verdacht.

Door vroegtijdig contact, advisering aan Openbaar Ministerie en Rechterlijke Macht, intensieve reclasseringsbegeleiding en adequate nazorg leveren wij een bijdrage aan een succesvolle reïntegratie in de maatschappij.

 

 

Landelijk Verslavingszorg en hulpverlening

 

Arta Lievegoed Landelijk

Addiction Care Veldhoven

Cascade Verslavingszorg

Castle Craig Nederland

De Hoop Landelijk

Jellinek Minnesota

Roder Consult

Smith and Jones

Solutions

Hoog-Hullen Groningen

Horeb Beekbergen

The Home Clinic

 

 

Regionaal Verslavingszorg en hulpverlening

 

Brabant

Novadic-Kentron, Netwerk voor verslavingszorg

Informatie over middelen, veel gestelde vragen, een drinktest en een speciale jongerensite.

Vrijwel iedereen gebruikt genotmiddelen. Dit kan problemen geven, soms leidt dat zelfs tot verslaving. Novadic-Kentron biedt hulp bij problemen door gebruik van of verslaving aan alcohol, drugs, medicijnen of gokken.

 

Drente, Friesland en Groningen

Verslavingszorg Noord Nederland

In het noorden van het land zijn de drie instellingen voor verslavingszorg samengegaan in één organisatie: Verslavingszorg Noord Nederland (VNN).

 

Gelderland

IrisZorg

Instelling voor verslavingszorg en maatschappelijke opvang, ontstaan uit een fusie tussen Arcuris, De Grift en Passade. Op de site algemene publieksinformatie en informatie over behandeling, opvang, wonen en dagbesteding aangeboden door IrisZorg.

Tactus Instelling voor Verslavingszorg

Tactus werkt in de regio Stedendriehoek (Apeldoorn, Deventer en Zutphen), Oost Gelderland en Twente. De site biedt een forum voor lotgenotencontact tussen partners van mensen met een alcohol, drugs of gokprobleem en een speciale jongerenrubriek.

 

Limburg

De Mondriaan Zorggroep

Mensen met verslavingsproblemen kunnen terecht bij de huisarts. Wanneer dit nodig is kan de huisarts voor behandeling en begeleiding verwijzen naar een instelling voor geestelijke gezondheidszorg. De Mondriaan Zorggroep is zo'n instelling.

 

Noord Holland

Brijder Verslavingszorg

De Brijder biedt hulpverlening, begeleiding en preventie bij verslaving in de regio Noord en Zuid Holland (met uitzondering van Amsterdam en 't Gooi). Op de site staat informatie over het hulpaanbod en wordt de mogelijkheid voor online hulp (chatten) geboden

Jellinek

Informatie over alcohol, drugs, slaap- en kalmeringsmiddelen en gokken. En over de verschillende vormen van hulpverlening van de Jellinek, zoals online zelfhulp en online behandelprogramma’s voor alcohol en cannabis.

Verslavingszorg Noord Nederland

Naast informatie over alcohol, drugs, gokken en verslaving ook een overzicht van de mogelijkheden voor hulp. Toegang tot drie fora, waarvan één speciaal voor jongeren. Via de weblog kunnen de ervaringen van vijf medewerkers worden gevolgd.

Gezond Amsterdam

In de rubriek drugs staat informatie over o.a. drugshulpverlening, methadonverstrekking en medische heroïne. Sommige GG&GD publicaties kunnen worden gedownload.

 

Overijssel

TACTUS, Instelling voor Verslavingszorg

Welkom op de site van TACTUS, Instelling voor Verslavingszorg Wij bieden onze diensten aan in de Stedendriehoek (Apeldoorn, Deventer en Zutphen), Oost Gelderland en Twente. Via deze website bieden wij u actuele informatie over ons zorgaanbod en onze preventie-activiteiten.

 

Utrecht

Centrum Maliebaan

Biedt verslavingszorg aan iedereen in de provincie Utrecht. Informatie over alcohol, drugs, medicijnen en gokken en adressen voor advies en hulp.

 

Zeeland

Emergis

Dicht bij de eigen woon-, werk- en leefomgeving staan de hulpverleners van Emergis verslavingszorg klaar voor mensen die door middelengebruik of hieraan verwante risicovolle levensstijlen in de problemen zijn geraakt of dreigen te raken

 

Zuid-Holland

Bouman GGZ

Instelling voor verslavingszorg en psychiatrie in Rotterdam. Naast informatie over het hulp- en preventieaanbod wordt ook publieksinformatie over psychiatrie en verslaving gegeven.

Brijder Verslavingszorg

De Brijder biedt hulpverlening, begeleiding en preventie bij verslaving in de regio Noord en Zuid Holland. Op de site staat informatie over het hulpaanbod en wordt de mogelijkheid voor online hulp (chatten) geboden

De Hoop

Stichting De Hoop is een instelling voor evangelische hulpverlening in Dordrecht. De Hoop biedt kinder-, jeugd- en volwassenzorg op het gebied van verslaving, psychosociale en psychiatrische problematiek. Ook heeft De Hoop preventieprojecten voor kinderen, tieners, jongeren en ouders.

 


 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht Stuur door

Nazorg

Nazorg

 

 

 

 

In de nazorg biedt de behandelaar u, indien gewenst, begeleiding in de maatschappij zodat terugval, preventie van problemen en nieuwe hulpvragen worden gesignaleerd.

De behandelaar informeert u over de keuzemogelijkheden aan nazorg. U krijgt de ruimte om uw wensen en verwachtingen over nazorg aan de behandelaar kenbaar te maken.

Er worden heldere afspraken gemaakt tussen u en de behandelaar.

 

Nazorg gericht op de individuele cliënt

  •  voortgezette behandeling, bijvoorbeeld ambulant, deeltijd, opname vervangende deeltijd, in lijn met de eerder uitgevoerde intramurale behandeling
  • instelling, begeleiding en bewaking medicatie, eventueel ook de beëindiging, afbouw of vervanging daarvan
  • ondersteunende begeleiding, structurerende contacten, op afspraak en via huisbezoek
  • organisatie en ondersteuning van cliëntengroepen, bemiddeling vrijwilligerswerk ten behoeve van de cliënt
  • trainingsprogramma's voor verwerven van sociale contacten
  • maatschappelijke dienstverlening (huisvesting, werk, sociale uitkeringen, vervoer, studie, dagelijkse verzorging, etc)
  • begeleiding plaatsing in beschermende woonvorm
  • beschikbaar stellen van dagbestedingsmogelijkheden, bijv. clubhuis, sociale vaardigheden, dagopvang
  • opvang acute toestanden, crisisinterventie

 

 Nazorg gericht op de sociale omgeving

·         voorlichting over omgaan met en opvang van de cliënt

·         gezinsbehandeling en gezinsbegeleiding

·         begeleiding integratie cliënt in werk/studiesituatie, woonsituatie

·         stimulering contacten tussen verzorgers van cliënten (bijv. oudergroepen)

·         time-out mogelijkheid bij overbelasting van het sociale systeem waarin de cliënt leeft

 

 

 

 

Nazorg kan bestaan uit functies die door het ziekenhuis worden geboden, al dan niet als totaalpakket en op functies die een zo zelfstandig mogelijk bestaan in de samenleving tot doelstelling hebben (sociale contacten, huisvesting, onderlinge hulp, werk, vervoer). De nazorg die zich richt op de sociale omgeving valt onder de laatste categorie en is onder te verdelen in zorg voor opvang en begeleiding van de cliënt en zorg gericht op de verbetering van het functioneren van de sociale omgeving zelf.

Per cliënt, en zijn sociale systeem, zal moeten worden bezien aan welke vormen van nazorg behoefte is en welke vormen noodzakelijk zijn. In welke samenstelling, in welk tijdsverloop, door wie de nazorg wordt geboden. De nazorg moet als programma geregeld zijn, vóór de cliënt ontslagen wordt. Onderdelen van het programma moeten beschikbaar zijn en voor het ontslag moet duidelijk zijn dat er concrete afspraken bestaan over de nazorg.

Nazorg is dus een 'nazorgmix' op het niveau van het individu, een programma op maat, een continue zorg.

Hierbij kun je denken aan een casemanager of zorgcoördinator, maar de verantwoordelijke instelling zelf moet supervisie houden over het pakket aan nazorg.

 

 

Nazorg na een opname

Nazorg wordt nogal eens gezien als een mix van medicatieverstrekking en een reeks gesprekken. Nazorg kun je veel breder zien, als hulp van huisartsen, maatschappelijke dienstverlening en sociale dienst, vormen van semi-murale zorg en vrijwilligershulp, zelfhulpgroepen, lotgenotencontacten en mantelzorg.

De opname is een totaalaanbod. Er is niet alleen behandeling maar ook dagstructuur, dagelijkse begeleiding, gesprekken, contacten, bezigheden, voeding, onderdak, veiligheid, et cetera.

De nazorg moet natuurlijk aansluiten op de opnamesituatie. Na ontslag vallen er allerlei functies weg en het is belangrijk te inventariseren voor welke functies nazorg nodig is. Nazorg kan ook gezien worden als voorzorg. Preventie van heropname.

 

 

AWBZ: de zeven functies

 

Denken over nazorg is denken over verschillende vormen van zorg: functies

  • huishoudelijke
  • verzorging
  • persoonlijke verzorging
  • verpleging
  • ondersteunende begeleiding
  • activerende begeleiding
  • behandeling
  • verblijf
  • vervoer

De omschrijving van de zeven functies

Hieronder tref je de letterlijke tekst van de zeven functies zoals omschreven in het concept besluit Zorgaanspraken alsmede de toelichting die hierbij door het kabinet is gegeven.

 

Huishoudelijke verzorging (Artikel 3 BZA) 

Huishoudelijke verzorging omvat het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van het verzorgen van het huishouden in verband met een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking, een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap of een psychosociaal probleem die of dat leidt of dreigt te leiden tot het disfunctioneren van de verzorging van het huishouden van de

verzekerde dan wel van de leefeenheid waartoe de verzekerde behoort, teverlenen door een instelling.

Toelichting bij Artikel 3

Bij de huishoudelijke verzorging gaat het om het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de huishoudelijke dagelijkse levensverrichtingen (HDL).

Bij deze zorg kan gedacht worden aan opruimen, schoonmaken, het verzorgen van planten en huisdieren, het bed of de bedden opmaken in situaties waarbij de verzekerde niet bedlegerig is en de maaltijd klaarmaken.

Bij huishoudelijke verzorging gaat het om de verzorging van het huishouden van de verzekerde en dit speelt dus niet indien de verzekerde in een instelling verblijft. De huishoudelijke verzorging maakt dan onderdeel uit van de functie verblijf.

 

Persoonlijke verzorging (Artikel 4 BZA)

Persoonlijke verzorging omvat het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging in verband met een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking, een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap of een psychosociaal probleem, gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid, te verlenen door een instelling.

Toelichting bij Artikel 4

Bij de persoonlijke verzorging gaat het om het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL).

Daaronder is tevens zorg begrepen die in directe relatie staat tot de persoonlijke verzorging,bijvoorbeeld het opmaken van het bed tijdens het wassen van een bedlegerige cliënt.

Bij deze zorg kan gedacht worden aan het wassen en het kleden van de verzekerde al dan niet op bed, het douchen of baden van de verzekerde, de verzekerde opmaken, scheren, tandenpoetsen, het verzorgen van de huid, inclusief decubituspreventie en het aanbrengen van protheses, hulp bij de toiletgang, hulp bij eten en drinken en hulp bij beweging en houding (wisselligging, oefenen van ledematen, tillen, ondersteunen bij verplaatsen of houdingcorrectie, vervoeren in rolstoel).

Ook het stimuleren van de zelfredzaamheid en het zo mogelijk aanleren van ADL-activiteiten behoort tot deze functie.

 

Verpleging (Artikel 5 BZA)

Verpleging omvat verpleging in verband met een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking of een lichamelijke handicap, gericht op herstel of voorkoming van verergering van de aandoening, beperking of handicap, te verlenen door een instelling.

Toelichting bij Artikel 5

Bij verpleging gaat het om het herkennen en analyseren van gezondheidsproblemen en het uitvoeren van de daarmee samenhangende verpleegtechnische handelingen. Bij verpleging valt te denken aan het toedienen van medicijnen, zuurstof, het aanbrengen van een infuus of katheter, wondverzorging, lichamelijke controles en het geven van injecties. Ook gaat het om het oefenen met de verzekerde om zelf injecties te geven en om te gaan met zuurstof. Verder omvat verpleging onderzoek naar de gezondheid alsmede het geven van advies, instructie en voorlichting over hoe om te gaan met ziekte, preventie en hulpmiddelen en dergelijke.

De term 'voorkoming van verergering' houdt ook in dat het kan gaan om palliatieve zorg.

Aangezien verpleging niet aangewezen is in verband met een zintuiglijke of verstandelijke handicap staan deze handicaps niet in de omschrijving genoemd.

 

Ondersteunende begeleiding (Artikel 6 BZA)

Ondersteunende begeleiding omvat ondersteunende activiteiten in verband met een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking, een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap of een psychosociaal probleem, gericht op bevordering of behoud van zelfredzaamheid of bevordering van de integratie van de verzekerde in de samenleving, te verlenen door een instelling.

Toelichting bij Artikel 6

Ondersteunende begeleiding neemt de aandoening, beperking of handicap voor gegeven aan en bouwt daarop verder. De begeleiding gaat dus uit van de (rest)mogelijkheden van de verzekerde.

Bij ondersteunende begeleiding gaat het om activiteiten die de verzekerde ondersteunen bij zijn dagindeling en zijn participatie in de maatschappij bevorderen. Daarbij kan gedacht worden aan het structureren van de dag, het geven van praktische hulp, het in het kader van de doelstelling van de zorg vergezellen van de verzekerde, het bieden van ondersteuning bij het voeren van de regie over het leven en, met name als er sprake is van een verstandelijke handicap, het bieden van een gezinsstructuur. De ondersteunende begeleiding vindt onder andere plaats door middel van ondersteunende of structurerende gesprekken en non-verbale communicatie, het oefenen van dagelijkse vaardigheiden en het stimuleren van gedrag dat al bij de verzekerde aanwezig is.

Afhankelijk van de situatie kan de zorg zowel individueel als in groepsverband geboden worden.

Bij deze zorg gaat het derhalve ook om dag- of nachtopvang in een instelling.

 

Activerende begeleiding (Artikel 7 BZA)

Activerende begeleiding omvat door een instelling te verlenen activerende activiteiten gericht op:

a. herstel of voorkomen van verergering van gedrags- of psychische problematiek; of

b. het omgaan met de gevolgen van een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap.

Toelichting bij Artikel 7

Activerende begeleiding onderscheidt zich van ondersteunende begeleiding doordat activerende begeleiding de aandoening, beperking of handicap niet voor gegeven aanneemt, maar juist daarop ingrijpt. Met activerende begeleiding wordt de verzekerde geleerd om te gaan met de (gevolgen van de) aandoening, beperking of handicap. Bij deze zorg valt te denken aan het interveniëren in het gedrag van de verzekerde (gedragscorrectie), het houden van inzichtgevende gesprekken en non-verbale communicatie, het oefenen van sociale vaardigheden, onderzoek naar de aanwezigheid van problematiek alsmede advies, instructie of voorlichting over de aanpak van de problematiek.

Tevens valt te denken aan het case-management op het terrein van de geestelijke gezondheidszorg. Hierbij gaat het onder meer om de begeleiding die sociaal-psychiatrisch verpleegkundigen geven aan verzekerden met een psychiatrische stoornis die thuis wonen.

Deze begeleiding houdt in dat gedrags- en psychische problemen die voortkomen uit de psychiatrische stoornis zo mogelijk worden voorkomen of tijdig worden onderkend zodat een daarop afgestemde interventie kan plaatsvinden. Het gaat hier om begeleiding gericht op herstel of voorkomen van verergering van gedrags- en psychische problematiek. Voor de formulering van artikel 7 is het niet relevant dat het bij case-management gaat om een psychiatrische stoornis. Deze psychiatrische stoornis is dan ook niet in artikel 7 genoemd.

Afhankelijk van de situatie kan de zorg zowel geboden worden aan het individu of in groepsverband. Activerende begeleiding gedurende een dagdeel in een instelling valt eveneens onder deze functie.

 

Behandeling (Artikel 8 BZA)

1. Behandeling omvat behandeling van medisch-specialistische, gedragswetenschappelijke of specialistisch-paramedische aard gericht op herstel of voorkoming van verergering van een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening, een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, te verlenen door een instelling of door een psychiater of zenuwarts.

2. Indien de behandeling psychotherapeutische behandeling door een psychiater of zenuwarts betreft, bestaat aanspraak op ten hoogste negentig zittingen van vijfenveertig minuten per zitting bij individuele psychotherapie, van negentig minuten per zitting bij partnerrelatie psychotherapie en van honderdtwintig minuten per zitting bij gezins- en groepspsychotherapie.

3. Op de behandeling, bedoeld in het tweede lid, bestaat geen aanspraak indien na beëindiging van een voorafgaande psychotherapeutische behandeling in verband met het bereiken van de negentig zittingen, nog geen jaar is verstreken.

Toelichting bij Artikel 8

In het eerste lid is de behandeling waarop aanspraak bestaat omschreven.

Gezocht is naar een formulering van de AWBZ-behandeling die dusdanig afgebakend omschreven is dat er geen afwenteling plaatsvindt op de AWBZ van een ziekenfonds- of gelijke behandeling die voor rekening van een particuliere ziektekostenverzekering dan wel publiekrechtelijke ziektekostenregeling kan komen. Overwogen is om op te nemen dat behandeling datgene omvat, wat niet reeds uit hoofde van de ziekenfondsverzekering als verstrekking geldt. Het CVZ heeft dat voorgesteld. Het is echter de vraag is of een dergelijke regeling zich wel verhoudt met artikel 8, eerste lid, aanhef, van de Ziekenfondswet. Daarin is immers bepaald dat geen aanspraak bestaat op bij of krachtens de Ziekenfondswet omschreven zorg, indien daarop ingevolge de AWBZ aanspraak bestaat. Met andere woorden de AWBZ-aanspraak gaat voor op de ziekenfondsaanspraak.

Hoewel het voorstel van het CVZ zich op de inhoud van de zorg richt en in die zin juridisch wellicht wel zou kunnen, is toch besloten dit voorstel niet over te nemen.

Daarentegen is de afbakening bewerkstelligd door aan te geven dat het gaat om behandeling van medisch-specialistische, gedragswetenschappelijke of specialistisch-paramedische aard, door de in de bepaling opgenomen aandoeningen en handicaps en de doelstelling van de zorg.

Voor verzekerden die in bepaalde instellingen verblijven, gold onder het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering dat, met uitzondering van paramedische zorg, ook behandelingen van algemeen medische aard, die onder de ziekenfondsverzekering vallen of waarvan de kosten ten laste van particuliere ziektekostenverzekeringen dan wel publiekrechtelijke ziektekostenregelingen komen, ten laste van de AWBZ komen. Dit is met dit besluit gehandhaafd en geregeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel a.

Behandeling onderscheidt zich van activerende begeleiding in die zin dat bij activerende begeleiding de diagnose is gesteld en het bijbehorende onderzoek is verricht.

De begeleiding richt zich op het leren omgaan met de (gevolgen) van de aandoening of handicap. Voor behandeling is kenmerkend dat de diagnose nog niet is gesteld en het onderzoek ten behoeve daarvan nog moet worden verricht. De behandeling is vervolgens gericht op het herstel of voorkomen van verergering van de aandoening of handicap, niet op het leren omgaan met de (gevolgen van de) aandoening of handicap. Dit laatste vormt onderdeel van de functie activerende begeleiding.

In de praktijk zullen behandeling en activerende begeleiding vaak hand in hand gaan.

Toch is het zaak behandeling en activerende begeleiding goed uit elkaar te houden.

Het feit dat activerende begeleiding, zeker in de geestelijke gezondheidszorg, vaak wordt gegeven door personen die in hun beroepsgroep bekend staan als behandelaar, maakt van de te verrichten activiteit nog geen behandeling in de zin van de functie behandeling. Net zo min als uit de naam sociaal psychiatrische verpleegkundige kan worden afgeleid dat wat deze persoon doet, het bieden van de functie verpleging is.

Onder behandeling in dit artikel valt ook behandeling van een verzekerde met verslavingsproblematiek.

Zoals het CVZ opmerkt, vormt audiotechnische ondersteuning onderdeel van behandeling aan doven en slechthorenden. Verder stelt het CVZ de mogelijkheid van verpleging in gezinnen aan de orde. Deze zorg houdt in dat vanuit de instelling gezinsverpleging wordt georganiseerd geheel onder verantwoordelijkheid, waaronder de financiële verantwoordelijkheid, van de instelling. Het verblijf in een pleeggezin heeft vooral sociaal-therapeutisch en opvoedkundig betekenis en dient ter ondersteuning bij de behandeling.

De keuze voor de huidige regeling van de aanspraken brengt met zich dat deze verpleging in gezinnen niet meer expliciet geregeld is. Dat wil niet zeggen dat een dergelijke organisatie van zorg niet meer mogelijk is. Desgewenst kunnen instellingen met zorgkantoren hierover afspraken maken.

In de AWBZ gold tot nu toe, en dat is gehandhaafd, dat de zorg alleen in instellingsverband mag worden geleverd. Een uitzondering daarop heeft tot nu toe bestaan voor de zenuwarts en de psychiater. Ook deze uitzondering is gehandhaafd. Onder het oude besluit verleenden de regionale instellingen voor ambulante geestelijke gezondheidszorg de psychotherapie niet altijd zelf, maar schakelden daarvoor ook vrijgevestigde psychotherapeuten voor in. Om duidelijk te maken dat dit mogelijk was, stonden in de bepaling de woorden: door of vanwege. De toevoeging van de woorden 'of vanwege' is overbodig. Met het onderhavige besluit blijft de mogelijkheid dus bestaan om door of 'vanwege' een instelling zorg te laten verlenen door vrijgevestigde psychotherapeuten.

Het tweede en het derde lid strekken ertoe de bestaande beperkingen in de aanspraak op psychotherapie te handhaven.

 

Verblijf (Artikel 9 BZA)

Verblijf omvat het verblijven in een instelling indien de zorg, bedoeld in de artikelen 4, 5, 6, 7 of 8, noodzakelijkerwijs gepaard gaat met een beschermende woonomgeving, therapeutisch leefklimaat dan wel permanent toezicht.

Toelichting bij Artikel 9

Bij verblijf wordt de verzekerde een therapeutische of beschermende leefomgeving geboden waarin toezicht beschikbaar is. Het verblijf kan tijdelijk of duurzaam zijn.

Gaat het om tijdelijk verblijf dan staan herstel en het draaglijk maken van de gevolgen van hun aandoening of handicap centraal, dan wel het ontlasten van de mantelzorg.

Bij mensen die langdurig op verblijf in een instelling zijn aangewezen en die op grond van hun aandoening of handicap ook behoefte hebben aan toezicht, staat het garanderen van een zo hoog mogelijke kwaliteit van leven centraal.

De in het eerste lid opgenomen voorwaarden 'indien een therapeutische of een beschermende leefomgeving dan wel permanent toezicht is aangewezen' brengen met zich dat de verzekerde geen indicatiebesluit voor verblijf kan krijgen, als hij ook niet voor een of meer van de andere functies geïndiceerd wordt. Het is immers niet de bedoeling dat de verzekerde de functie verblijf los van een of meer andere zorgonderdelen kan krijgen.

De omschrijving houdt ook in dat het altijd om een instelling moet gaan die voor meer functies dan alleen verblijf is toegelaten. Immers, anders kan een instelling het leveren van een beschermende woonomgeving, een therapeutisch leefklimaat of permanent toezicht niet waarmaken.

Onder dit verblijf valt niet de dagzorg of de dag- en nachtopvang. Die zorg valt onder de twee begeleidingsfuncties die, in het kader van de indicatiestelling en bekostiging, naast de indeling gebaseerd op uren ook nog een indeling gebaseerd op dagdelen kent. 'Logeren' in de zin dat de verzekerde gedurende de dag en nacht een plaats in de instelling bezet, valt onder artikel 9.

Indien het gaat om 'logeren' louter als nachtopvang dan valt deze onder begeleiding.

Huishoudelijke verzorging maakt onderdeel uit van het verblijf. De verzekerde hoeft en dient dus geen indicatiebesluit voor huishoudelijke verzorging te krijgen indien hij in een instelling verblijft.

De instelling dient dus, als onderdeel van de functie verblijf, bijvoorbeeld de kamer van de verzekerde gewoon schoon te maken.

 

Vervoer (Artikel 10 BZA)

Indien de verzekerde zorg als bedoeld in de artikelen 6 en 7 gedurende een dagdeel in een instelling ontvangt, omvat de zorg tevens vervoer naar en van de instelling indien daarvoor een medische noodzaak bestaat.

Toelichting bij Artikel 10

Het vervoer is momenteel zeer versnipperd vorm gegeven. Soms valt het vervoer onder de Wet voorzieningen gehandicapten, soms onder ziekenvervoer in de zin van de Ziekenfondswet en soms (zeer beperkt) voorziet de AWBZ in vervoer. In het laatste geval gaat het om vervoer van de verzekerde terzake van dagbehandeling in een verpleeginrichting, zorg door een dagverblijf voor lichamelijk of verstandelijk gehandicapten en zorg door een instelling voor auditief of communicatief gehandicapten. Waar ik op termijn naar streef, is een structurele, uniforme regeling buiten de AWBZ waarin gewaarborgd is dat mensen die voor hun zorg afhankelijk zijn van vervoer daar ook een beroep op kunnen doen. Deze situatie is met ingang van 1 april 2003 evenwel niet bereikt.

Daarom heb ik gekozen voor een tussenoplossing die zoveel mogelijk parallel loopt aan hetgeen in het kader van de AWBZ reeds was geregeld. De tussenoplossing houdt in dat waar sprake is van zorg gedurende een dagdeel het daartoe medisch noodzakelijke vervoer wordt meegefinancierd.

Bij zijn indicatiebesluit moet het indicatieorgaan oordelen of er sprake is van zo'n medische noodzaak. Daarbij gaat het om het oordeel of de verzekerde in staat is gebruik te maken van een eigen vervoersvoorziening dan wel in staat is gebruik te maken van openbaar vervoer.

Beperking in het lopen, instappen, staan of desoriëntatie kan met zich brengen dat het indicatieorgaan oordeelt dat vervoer vanuit de AWBZ medisch noodzakelijk is.

Over het vervoer ten behoeve van behandeling heeft het CVZ op 26 september 2002, CZ/22044800, gerapporteerd als antwoord op vragen die ik het CVZ op 8 januari 2002, CZ/EZ/2241541, heb gesteld over het Besluit ziekenvervoer ziekenfondsverzekering (een ministeriële regeling). Over de aanbevelingen zal binnen afzienbare tijd een beslissing genomen worden.



 

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
3 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Psychische pijn

Psychische pijn

 

 

 

 

Door de pijn heen

 

Filosoof Piet Winkelaar: stop met het bestrijden van pijn

'Natuurlijk kan de psychische pijn heel groot zijn. Ik denk echter dat behandelaars verkeerd bezig als ze alleen maar pijn bestrijden. Je kunt mensen ook door de pijn heen leiden.'

 

Interview met Winkelaar 

 

Dr. Winkelaar, in uw boek 'Anders dan we denken' beschrijft u mystieke en religieuze ervaringen. Die zijn wat u betreft niet voorbehouden aan de godsdiensten.

Ja, dergelijke ervaringen worden nogal eens geclaimd door de godsdiensten, maar iedereen kan ervaringen hebben van eenheid, heelheid en alomvattendheid die uitstijgen boven het dagelijkse leven.

 

Geluk en lijden vormen een belangrijk thema in uw boek. Uiteindelijk komt u tot een beschrijving van geluk dat de pijn omvat.

Meestal wordt met geluk het tegenovergestelde van pijn en verdriet bedoeld. Dan gaat het over lol, plezier en vermaak. Ik bedoel met geluk een ervaring die uitstijgt boven pijn en verdriet. Vergelijk het met een bergbeklimmer. Hij heeft vreselijke pijnen doorstaan en eindelijk komt hij aan de top. Dan heeft hij een geluksbeleving waar het verdriet en de pijn bij inbegrepen zijn.

 

Maar moet je mensen met pijn dan niet helpen?

Ja, maar niet door pijn alsmaar te onderdrukken. Het lijkt me beter om mensen te leren omgaan met de pijn die nou eenmaal bij het leven hoort. Gelukkig gaat het wel een klein beetje die kant op. In sommige klinieken spreekt men niet meer van pijnbestrijding, maar van pijnbehandeling.

 

Dat geldt misschien als de pijn binnen de normale grenzen valt. Maar hoe zit het als je bijvoorbeeld een angststoornis hebt?

Ik heb voor mijn boek veel studie gedaan naar de mystici. Dat waren vaak mensen met psychische stoornissen. Omdat er geen behandeling was, moesten ze door hun angsten of psychosen heen. En als je door je dieptepunten heengaat, dan kan er iets gebeuren wat onvoorstelbaar is. Je kunt dan tot dingen komen waar anderen geen kijk meer op hebben. Ik noem bepaalde psychisch gestoorden daarom soms ook wel de mystici van deze tijd.

 

Vindt u dat medicijnen dit soort bijzondere ervaringen tegenhouden?

Je moet zo gedoseerd mogelijk omgaan met medicijnen. Als je er een ander persoon door wordt of heel vlak, dan lijkt me dat niet de goede weg. Laat mensen zoveel mogelijk zijn wie ze zijn.

 

Bent u ook tegen medicijnen als iemand een hersenaandoening heeft?

Het is natuurlijk prettig dat er medicijnen zijn om zoiets als schizofrenie te behandelen. Maar ik ken ook de verhalen van mystici die geweldige ervaringen hebben door hun psychose. Wie ben ik dan om te bepalen dat zij medicijnen moeten nemen. Mensen moeten zoveel mogelijk zelf hun grenzen kunnen bepalen. Je moet elk geval apart bekijken.

 

Is daar ruimte voor binnen de huidige GGz?

Veel ziektebeelden in de huidige GGz worden gestigmatiseerd. Het zijn etiketten waaraan bepaalde therapieën en medicijnen worden vastgeplakt: als je deze verschijnselen hebt, dan moet je die pil nemen. Het eigene en individuele van de mens worden zo veralgemeniseerd.

 

U ziet als gevaar dat medicijnen de mens vlak maken. Maar door angst en verdriet kan je leven ook vlak blijven.

Je moet er natuurlijk wel doorheen gaan. Je kunt het vergelijken met wat in de topsport de 'second wine' wordt genoemd. Dat kan gebeuren als je tegen je eigen grenzen aanloopt. Je zit dan kapot, maar als je er doorheen gaat, dan boor je onvermoede energiereserves aan. Dan kom je tot iets wat je niet voor mogelijk hield.

 

Dat lijkt me ook een risico. Dat de pijn zo groot wordt dat iemand zelfmoord wil plegen.

In zekere zin gebeurt dat ook als mensen door hun dieptepunt heengaan. Je hoort dat ook in de mystiek: het is alsof je doodgaat. Juist door die dood te omarmen kom je er doorheen. Maar je moet mensen daar natuurlijk heel goed in begeleiden. Vaak kunnen mensen meer aan dan ze denken.

 

 

Samenvallen met de pijn

 

Dr. Douwe Tiemersma: beperkt ik-gevoel maakt het lijden groter

 

Wij stellen wijsgerig antropoloog Dr. Douwe Tiemersma de vraag:

hoe ga je om met psychische pijn?

Tiemersma: 'Pijn hoort bij het leven. In de lente openen de bloemen zich. Maar die bloem kent, net als jij, naast bloei ook aftakeling en verdwijnt uiteindelijk weer. Dat moet op de koop toe genomen worden. Als je het over leven hebt, dan hoort daar groei en bloei bij, maar er hoort ook pijn bij.  

 

Maar is die pijn soms niet onevenredig verdeeld? Als je een angststoornis hebt, dan lijd je onevenredig veel psychische pijn.

Pijn hoort bij het leven, maar als mensen allerlei vormen van lijden ontwikkelen in verband met pijn, als er angsten bij komen, dan heb je een hele andere situatie.

 

Vormen van lijden ontwikkelen?

Dan gebeurt er iets met die pijn. Want wat gebeurt er waardoor lijden ontstaat? Dat gebeurt niet in elk organisme. Dan gaat het om een menselijk organisme dat vanuit een beperkte situatie die pijn ervaart en zegt: 'verschrikkelijk, ik wil dit niet', die zich verzet. Wanneer alles werkelijk losgelaten kan worden, als je bent zoals de bloemen die bloeien, de pijn automatisch inbegrepen, dan blijft het open.

 

Zegt u nu dat het verzet het probleem is?

Er is een bepaald persoon die zich verzet tegen de pijn en hoe heviger het verzet, des te groter is de pijn. Dat kan ook een positieve zin hebben. De grote vragen van het leven komen juist naar voren onder heel moeilijke omstandigheden met veel pijn. Dan kan er bewustwording optreden.

 

Bewustwording waarvan?

Dat verschilt. Het kan op een oppervlakkig niveau gebeuren. Dan ga je vragen stellen als: 'hoe kan ik die pijn vermijden' en 'waarom is dat zo', maar dan zit je in het denken en dan blijf je denken. Wat mensen doen in de ggz en de psychotherapie is natuurlijk allemaal prachtig; er is een probleem, door een stukje gedrag te veranderen verdwijnt dat probleem en klaar. Maar het is geen echte oplossing voor al die verwante problemen die daarna nog komen. Want het gaat niet tot de kern.

 

Wat is dan de kern?  

Dat is inzien dat die zware toestand niet komt door de pijn die er nu eenmaal is. maar door het beperkte 'ik' dat denkt dat het allemaal op zijn schouders terecht komt. Want we maken allerlei tegenstellingen die ons beperken. Wanneer je zegt: 'de pijn is kwaad', dan is er direct de tegenstelling met wat goed is; een staat van vitaliteit zonder pijn. Als je die tegenstelling absoluut maakt, dan accepteer je de pijn niet en dan verlengt de pijn zich in lijden. In de natuur zie je dat niet. De natuur is mooi, maar elkaars prooi zijn hoort er ook bij. Het is eten of gegeten worden. En natuurlijk zal een dier zich op lijfelijk niveau verzetten tegen pijn, dat hoort bij het overleven. Maar de mens verzet zich ook daarbuiten tegen de pijn.

 

Dus je moet pijn niet te persoonlijk opvatten? 

Het gaat om een werkelijk loskomen van de centrumgerichte ik-spanning. Je zijnssfeer komt dan open. Er is een openkomen van grenzen waardoor er geen scheiding meer is tussen jezelf en dat wat er gebeurt. Dan aanvaard je dat het gaat zoals het gaat. Het is zoals het is. Natuurlijk kunnen er nog vervelende gevoelens zijn, maar je zit er niet meer zo in vast. Dan neem je de pijn als een onderdeel van het leven, zoals in de natuur. Dat is werkelijk de enige oplossing.

 

Ik snap het nog niet zo, je maakt je ik beperkt door tegenstellingen groter te maken dan ze zijn en daardoor maak je de pijn erger dan het is, zoiets?

Al die tegenstellingen 'dit vind ik leuk' en 'dat vind ik niet leuk' bepalen grotendeels je gevoel van wie je bent. Zo neem je een identiteit aan die grotendeels wordt bepaald door het verzet tegen minder mooie dingen. Die beperkte identificatie en het verzet zijn twee dingen die bij elkaar horen. Dan is het óf die beperkte identiteit loslaten óf zeggen: 'ik accepteer alles', dat komt eigenlijk op hetzelfde neer. Wanneer alles geaccepteerd wordt, dan verdwijnt die hele structuur van een ik dat zich verzet tegen pijn.

 

Als je kind omkomt of je komt in een rolstoel, dan accepteer je dat niet zo makkelijk.

Natuurlijk is dat verschrikkelijk. Maar toch zul je ook met dat zware lijden in het reine moeten komen. Je hoeft het niet op het gewone menselijke vlak te accepteren, want het blijft verschrikkelijk. Maar op een bepaald niveau kan er een herkenning komen: ik kan er tegenaan blijven schoppen maar het is nou eenmaal zo gegaan.

Er zijn verhalen van overlevenden van de kampen in Auswitsch die het vol hebben gehouden omdat ze dat hele diepe lijden accepteerden. Het lijkt niet mogelijk voor mensen, maar blijkbaar zijn er dimensies die uitgaan boven wat wij normaal menselijk vinden. Wanneer je die pijn kunt accepteren, blijft er best wel pijn over, maar dat is dan inbegrepen in dat grote geheel. Dan is er geen verzet meer.

 

In accepteren zit ook iets van fatalisme.

Een fatalist is iemand die zich eigenlijk wil verzetten, maar dat heeft opgegeven omdat het toch niet lukt. Dan accepteert hij het noodlot, het fatum. Maar als het werkelijk helemaal openkomt, verdwijnt de notie van ik tegenover het gebeuren. Er is dan acceptatie, maar je gaat nog steeds naar de tandarts als je kiespijn hebt.

 

Hoe doe je dat, accepteren? Is het iets wat je kan leren?

Het is veel meer een herkenning. Als je bij de tandarts bent en je verzet je tegen de pijn, dan identificeer je je juist met die kies. Terwijl als je zegt: 'laat maar komen, ik duik in die pijn', dan verdwijnt die structuur van verzet en lijden.

 

Zou je kunnen zeggen dat je het puur op het lichamelijk gewaarworden houdt, zonder het denken dat vergelijkt en tegenstellingen maakt?

Dan maak je het in ieder geval niet groter door het denken. Maar ook al beperk je het tot een gevoelservaring van die pijn, dan is er nog steeds een iksfeer tegenover de pijnsfeer. Dan blijft die structuur van ik tegenover pijn.

 

Je zou dat 'ik' eraf moeten halen, dan is er alleen pijn.

Nog sterker, er moet een sfeer zijn waarin je die pijn van binnenuit zelf bent. Wanneer je werkelijk samenvalt met de pijn, dan kom je in het centrum van die pijn. Is er dan nog pijn? Nee. Als ik naar mijn bril kijk, dan kan ik er van alles van zeggen. Zet ik hem op, dan is er geen bril. Waarom niet. Omdat het object bril samenvalt met mij als subject dat ziet.

 

als je het zelf bent, dan.

Dan ben je het zelf van het verschijnsel. Dan is het niet meer een verschijnsel dat van een afstand naar je toekomt en je wilt het niet.

 

Ik snap het beeld wel van de bril die op je hoofd komt, maar hoe je dat precies doet.

Je moet het gewoon eens uitproberen als je ergens een klein beetje pijn hebt. Niet als de pijn heel sterk is, want dan is het verzet vaak ook te sterk. Maar die kiespijn. Probeer dat eens te accepteren tot je geen afstand meer ervaart tussen jezelf en die kiespijn.

 

Is dat je aandacht er naartoe brengen?

Die aandacht wordt vanzelf wel opgeroepen als je kiespijn hebt, daar hoef je geen moeite voor te doen. Het gaat erom dat je van die pijn niet je vijand maakt. Als je je vijanden liefhebt, dan heb je geen vijanden meer. Omdat je die ander bent.

Veel mensen zullen zeggen dat je juist afstand moet nemen van pijn. Als je het minder belangrijk maakt, dan heb je er minder last van.

Zolang er nog een ik-lijd-pijn-ervaring in die afstand wordt geschapen, is de fundamentele problematiek niet weg. Want het lijden ontstaat door die structuur van: 'ik hier en de pijn daar en ik wil die pijn niet.' Je kunt wel afstand nemen, maar laat die afstand dan wel oneindig groot worden. Ga er niet halverwege mee stoppen. Want dan ben je er nog door gefascineerd. Dan houd je er nog een innerlijke relatie mee en je hebt er een oordeel over 'dat wil ik niet.' Als je doorgaat, dan gaat het omklappen en zie je dat alles in de sfeer van jezelf als openheid komt. Dus in wezen is het hetzelfde.

 

Ik snap het niet zo dat afstand nemen van pijn hetzelfde is als opgaan in pijn.

Omdat de pijn ook op die manier samenvalt met het grenzeloze zelf-zijn. Als die bril iets is wat je steeds weer ziet, als je je daar helemaal op fixeert, dan word je specialist in brillen of zo, maar dan is die bril het belangrijkste wat er is. Totdat je ziet dat de wereld veel groter is. Dan praat je niet meer over die bril. En bij pijnbestrijding wordt dit ook verteld: 'denk nu eens aan de mooie dingen.' Wanneer dat wordt doorgezet, dan merk je dat de eigen sfeer steeds groter wordt en dan wordt de pijn ook geaccepteerd. Het gaat er om dat je in beide situaties voorbij het begrensde ik komt dat het ene wel accepteert en het andere niet.

 

 

Bron: NetCliënten


 

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Psychiatrie informatie

↑ Terug naar de berichten