|
DE JONGEN EN DE BIE.
J.A. VAN DROOGENBROECK.
Piet wijsneus zag een bietje vliegen.
Hij sprak:wel ,wel! gij aardig dier!
Mijn vader zegt dat gij kunt steken
Daarvan geloof ik niet een zier!
Wel,steek maar,zo ge durft, gij bieken;
Ik ben van u toch niet vervaard.
Zoudt gij het wagen mij te steken ?
Ge zijt niet eens een slagje waard!
Ik blaas op u,ge zijt verdwenen,
Eén vingerknip,en ge zijt dood.
Vrees gij voor mij:ik moet niet vrezen,
Want gij zijt klein en ik ben groot!
Zeg ,wil ik u eens vangen ,vliegsken?
Wel kom maar hier,mijn beestje :EI!
Mijn duim !mijn duim!zo riep de jongen,
En liep naar huis met groot geschrei.
Mijn vader kent zeer vele zaken;
En zegt hij :"jongen,doe dit niet!"
Dan zal ik steeds gehoorzaam wezen,
En denken aan de wijsneus :PIET. |
1 reactie op dit bericht
Goede middag Stupido
Ik heb het aangename gevoel dat ik je ken.
Ook van Antwerpen lees ik.
Wie weet hebben we ooit op hetzelfde terrasje gezeten.
Volgende keer trakteren dan hoor, hihihi.