Een rustige dag aan het strand - vranke meeuwen in de namiddag - en een onvoorziene voorstelling van volksdansen op het centrale plein... het leven kan eenvoudig zijn...
In de voormiddag bezochten we het Zoutmuseum en de zoutpannen waar nog steeds handmatig geneeskrachtig zout gewonnen wordt en modderbaden geboden worden (in Pomorie wordt al meer dan tweeduizend jaar zout gewonnen). Terwijl drie groepsleden van het zonnige strand genoten trotseerde één lid de hitte en stapte naar de unieke Thracische grafkoepel en naar het Sint-Jorisklooster, en fotografeerde het iconische beeld van Sint-Georges op zijn paard, die de draak verslaat.
Nesebar - de parel van de Bulgaarse Zwarte Zeekust
Met de lijnbus naar het kuststadje Nesebar, waar we een aantal uren rondwandelden. Nesebar ligt op een schiereiland en is al van in de verre Griekse Oudheid bekend; het is geen kilometer lang maar het bevat wel een twintigtal héél oude kerkjes, en veel houten gebouwen in de Bulgaarse Heroplevingsstijl van de 18de en 19de eeuw. De ontelbare winkeltjes en eethuisjes en de massa's toeristen moet je erbij nemen...
Via het dorpje Alexandrovo en zijn beroemde Thracische graftombe uit de 3de eeuw voor Christus reden we naar Pomorie aan zee, waarvan we onze lezers enkele eerste beelden tonen...
De archeologische opgravingen van Perperikon hebben het tot nu toe grootst bekende Thracische heiligdom blootgelegd, waar eerst de zonnegod vereerd werd en waar later ook het orakel van Dionysos gevestigd was, dat onder meer Alexander de Grote's roemvolle toekomst als heerser van Azië voorspeld zou hebben (ook de Griekse held Orfeus was uit deze streek afkomstig). Later was het een Romeinse, een Byzantijnse en een Bugaarse vestiging, tot de Ottomanen er in de 14de eeuw een einde aan maakten.
Midden in de Oostelijke Rhodopen ligt de overwegend door Bulgaarse Turken bewoonde stad Kârdzhali, in een streek die voornamelijk van tabakskweek leeft en de armste van het land is. Kenmerkend is de uitgebreide reigerkolonie net naast de brug over de Arda-rivier, die beide stadshelften scheidt.
Wie het oude Plovdiv, gelegen aan de Maritsa-rivier, bezoekt moet stevige schoenen hebben, wegens de ongelijke stoepstenen. Maar je wordt wel beloond met allerlei mooie zichten, en de mozaïekvloeren uit de Romeinse tijd zijn van de beste die je in Europa vinden kan.
Met zijn meer dan zesduizend jaar bewezen constante bewoning is Bulgarijes tweede grootste stad Plovdiv de oudste stad van Europa: er zijn resten uit de voorhistorie, uit de tijden van de Thraciërs en de Romeinen en de Turken en uiteraard van de Bulgaren zelf. Wij wandelden er kort wat rond en bezochten het etnografisch museum.
Vanuit het buurdorpje Dobrinishte namen we de stoeltjeslift naar de Bezbog-hut op 2300 meter hoog en maakten daar een korte wandeling doorheen het idyllische berglandschap, rondom het mooie meertje.
Bansko is een stadje in het Pirin-gebergte, en is zowel een gezellig en typisch Bulgaars oud stadje als een ski-oord in de winter. Wij bezochten de binnenstad en ook het iconenmuseum, want de school van Bansko is één van de vier iconenscholen in de Bulgaarse geschiedenis. Een aangenaam en rustig bezoek.
Met een huurwagen zijn we van start gegaan en de eerste halte was het beroemdste en belangrijkste orthodoxe klooster van Bulgarije, dat van Rila, dat diep in de bergen ten Zuiden van Sofia ligt. Reeds duizend jaar leven en werken hier monniken, en het is "het hart van de Bulgaars-orthodoxe kerk", dat in het weekend ontzaglijk veel bezoekers aantrekt.
De eerste dag maakten we kennis met het oeroude verleden van de Bulgaarse hoofdstad, vol Romeinse resten (van de toen belangrijke stad Serdica) en orthodoxe kerken, een moskee en een synagoge, en een "De Keyserlei" van anderhalve kilometer lang: de Vitosha-boulevard voor voetgangers.