In Etara zie je hoe het leven in de Centrale Balkan er vroeger uitzag, op het platteland en in de stadjes. Je ziet er ook ambachtslieden aan het werk, zoals een iconenschilder. Wie goed oplet ziet ook de geheel in suiker uitgewerkte Baba Marta of Moedertje Maart met haar roodwitte motieven - op 1 maart schenken de Bulgaren mekaar zo'n hangertje dat ze dragen totdat ze de eerste zwaluw of de eerste bloeiende bloem zien - en dan hangen ze het ding ergens aan een boom.
Van de winkeltjes in Etara ging het omhoog naar de Sjipkapas, waar de mist het ons onmogelijk maakte om het enorme monument te zien dat na de veldslag van 1878 (waar de Russen de Turken versloegen, zodat Bulgarije na vijf eeuwen onderdrukking eindelijk weer vrij kon zijn) opgericht werd. Ook het bijna buitenaardse Buzludzha-monument dat de oprichting in 1881 herdenkt van de Bulgaarse sociaal-democratische partij (de voorloper van de in 1981 regerende communistische partij) lag in de ijskoude mist verscholen (je leest er wel de Bulgaarse tekst van de Internationale). De mooie Russische kathedraal van Sjipka daarentegen, die de fameuze slag van 1878 herdenkt, was wél zichtbaar...
Van een volksfeest in Tryavna naar het Sokolski-klooster
Toevallig vierde de stad Tryavna tijdens ons bezoek zijn jaarlijkse feest met een eigen vrouwenkoor, dansen op straat en een lange tafel op straat, waar één van ons zich onder het Bulgaarse publiek mengde. 's Anderendaags reden we naar het Sokolski-nonnenklooster, met een superfijn geschilderd kerkje.
Een dagstaptocht van Tryavna naar Bozhentsi en terug
Vandaag splitste ons groepje zich in twee. De "sportieve" helft stapte een tweeëntwintig kilometer heen en weer vanuit Tryavna naar het "museumdorpje" Bozhentsi, dat reeds in de zestiger jaren als origineel geklasseerd werd. Een aangename tocht langs de Slangengrot en andere bijzondere zichten.
De "intellectuele" helft van ons groepje bezocht ondertussen enkele interessante musea in dit stadje, dat eeuwenlang een bakermat was van zeer verfijnde houtsnijkunst en iconenschilderijen: de Oude School en het Daskalov-huis.
We zijn nu in Tryavna, één van Bulgarije's tien mooiste kleine stadjes. De huizen zijn kenmerkend voor de Bulgaarse Wedergeboorte-stijl in de 18de en 19de eeuw. Let ook op het kerkje dat niet erg hoog gebouwd is, en dat had een reden: tijdens de vijf eeuwen Ottomaanse bezetting mochten kerken niet hoger gebouwd zijn dan "een moslim te paard". De christenen namen dus vaak hun toevlucht tot trucjes, zoals een binnenbouw onder de grond, of een Ottomaanse halvemaan boven het kerkportaal.
Op steile heuvelhellingen uitgestrekt ligt Veliko Târnovo met zijn smalle en soms steile straatjes en zijn weidse uitzichten. Het is overigens een unversiteitsstad en vol hippe souvenirwinkeltjes. We maakten er een aangename wandeling van.
De tsaren van het tweede Bulgaarse keizerrijk (van rond het jaar 1000 tot de Ottomaanse verovering in 1392) hadden hier hun centrale burcht uitgebouwd, die nu nog de hele stad beheerst.
Na een lange rit bereikten we het dorpje Arbanasi, waar zich de mooiste totaal beschilderde kerkjes van Bulgarije bevinden, en om in religieuze sfeer te blijven bezochten we ook nog twee kloosters.
Een deel van de groep bezocht met de lijnbus de derde grootste stad van het land, het mooi aan zee gelegen Burgas met zijn park vol beelden van Bulgaarse helden en kunstenaars. Een ander deel bleef van het strand genieten, en 's avonds bezochten we allen een restaurantje met inktvis en zo om te eindigen aan de pier met de piratenschepen die nu al "buiten seizoen" zijn...
Een rustige dag aan het strand - vranke meeuwen in de namiddag - en een onvoorziene voorstelling van volksdansen op het centrale plein... het leven kan eenvoudig zijn...
In de voormiddag bezochten we het Zoutmuseum en de zoutpannen waar nog steeds handmatig geneeskrachtig zout gewonnen wordt en modderbaden geboden worden (in Pomorie wordt al meer dan tweeduizend jaar zout gewonnen). Terwijl drie groepsleden van het zonnige strand genoten trotseerde één lid de hitte en stapte naar de unieke Thracische grafkoepel en naar het Sint-Jorisklooster, en fotografeerde het iconische beeld van Sint-Georges op zijn paard, die de draak verslaat.
Nesebar - de parel van de Bulgaarse Zwarte Zeekust
Met de lijnbus naar het kuststadje Nesebar, waar we een aantal uren rondwandelden. Nesebar ligt op een schiereiland en is al van in de verre Griekse Oudheid bekend; het is geen kilometer lang maar het bevat wel een twintigtal héél oude kerkjes, en veel houten gebouwen in de Bulgaarse Heroplevingsstijl van de 18de en 19de eeuw. De ontelbare winkeltjes en eethuisjes en de massa's toeristen moet je erbij nemen...
Via het dorpje Alexandrovo en zijn beroemde Thracische graftombe uit de 3de eeuw voor Christus reden we naar Pomorie aan zee, waarvan we onze lezers enkele eerste beelden tonen...
De archeologische opgravingen van Perperikon hebben het tot nu toe grootst bekende Thracische heiligdom blootgelegd, waar eerst de zonnegod vereerd werd en waar later ook het orakel van Dionysos gevestigd was, dat onder meer Alexander de Grote's roemvolle toekomst als heerser van Azië voorspeld zou hebben (ook de Griekse held Orfeus was uit deze streek afkomstig). Later was het een Romeinse, een Byzantijnse en een Bugaarse vestiging, tot de Ottomanen er in de 14de eeuw een einde aan maakten.
Midden in de Oostelijke Rhodopen ligt de overwegend door Bulgaarse Turken bewoonde stad Kârdzhali, in een streek die voornamelijk van tabakskweek leeft en de armste van het land is. Kenmerkend is de uitgebreide reigerkolonie net naast de brug over de Arda-rivier, die beide stadshelften scheidt.
Wie het oude Plovdiv, gelegen aan de Maritsa-rivier, bezoekt moet stevige schoenen hebben, wegens de ongelijke stoepstenen. Maar je wordt wel beloond met allerlei mooie zichten, en de mozaïekvloeren uit de Romeinse tijd zijn van de beste die je in Europa vinden kan.