Misdadigerskerkhof


Dit kerkhof is vermoedelijk in 1876 aangelegd in de Oude Bredasebaan.
Het was bedoeld voor ongedoopten, vondelingen en misdadigers.
Deze begraafplaats was niet groot; ongeveer 50 vierkante meter.
Er zijn waarschijnlijk twee lichamen begraven (in 1891 en in 1897).
Lichamen van twee mannen, die het leven niet meer zagen zitten.
Beiden maakten door zelfdoding een eind aan hun leven.
Het doet de overledenen geen recht om te zeggen dat ze misdadigers waren.
Eigenlijk gaven zij een grote schreeuw om hulp af.
Zij zaten meer dan diep in de put en zagen geen uitweg meer.
Helaas voor de arme zelfdoders: er was geen geld om de pastoor om te kopen.
De eerste overledene was Balthazar L , geboren op 19 ktober 1853 in Duitsland.
Hij maakte op 16 juli 1891 een eind aan zijn leven.
Dat deed hij bij een boom achter de tuin van slotje Brakenstein.
Hij liet een vrouw, Johanna H , en 4 kleine kinderen achter.
Het vijfde kind was op komst en zou geboren worden op 25 februari 1892.
Balthazar was van beroep schoenmaker, wisselwachter en brievenbesteller.
Een wisselwachter laat de spoorrails voor treinen veranderen.
Zijn werkgever in 1891 was de Administratie der Posterijen.
In die tijd ging een postbode gekleed in een uniform.
Dagelijks ging hij vanuit zijn huis in wijk D, nummer 306 (centrum) naar zijn werk.
Omdat hij broederdienst had, hoefde hij niet in militaire dienst.
Toen waren dat 5 jaren, maar als je geld had, kon je dat afkopen.
Zijn vrouw ging na zijn overlijden de kost verdienen als koopvrouw.
Kort na het overlijden van haar jongste dochtertje verhuisde ze naar Antwerpen.
Een zus van Balthazar woonde daar met haar gezin.
Op 19 april 1943 overleed zij aan een hartziekte in Antwerpen; ze werd 87 jaar.
Johanna werd er begraven op de begraafplaats Schoonselhof.
De tweede overledene, ook door zelfdoding, was Adriaan S.
Deze man heeft bijzonder weinig geluk in zijn leven gehad.
Hij was de oudste in een gezin van veertien kinderen.
Lezen en schrijven kon hij niet en dat zal hem dikwijls opgebroken hebben.
Zijn geboortedatum was 24 augustus 1842, in het centrum van Oosterhout.
Dikwijls had hij geen werk en als hij werkte was dat niet voor lang.
Hij is bouwman (boer) geweest, arbeider en opperman.
Een opperman is de hulp van bijvoorbeeld een stratenmaker of bouwvakker.
Waarschijnlijk door alle ellende is hij gaan drinken.
En daardoor kwam hij dikwijls in de gevangenis.
Op 9 april 1897 zag hij het niet meer zitten en beeindigde zijn leven.
Beide mannen werden, hoe triest het ook is, gezien als misdadigers.
Daarom werd de grond waarin ze liggen/lagen misdadigerskerkhof genoemd.


