Vrijdag 28 april 2017
Hendrik H.
In de gemeente Alphen en Riel werd Hendrik geboren op 9 november 1855 .
Zijn moeder heeft hij amper gekend; hij was twee jaar toen deze overleed.
Vader Peter trouwde daarna nog twee keer.
Drik, Hendrikus, ging in 1878 als landbouwer naar Dongen.
Hij leerde Johanna kennen, die in Oosterhout, Heijkant A300, woonde.
Zij was weduwe geworden in 1881 na een huwelijk van zes weken met Adriaan Groenendaal.
Deze Adriaan was al eerder getrouwd geweest en had drie kinderen: Pieter, Johanna en Cornelis.
Na zijn dood zijn deze kinderen vermoedelijk naar familie gegaan.
Want tijdens het huwelijk van Johanna en Hendrikus waren er geen kinderen in het huis.
Hendrik werd koopman; althans zijn vrouw ging katoen en kamgaren verkopen.
Dat gebeurde in die tijd wel meer; dan ging men de huizen af om een boterham te verdienen.
Hun leven ging door in wat nu de Monnikendreef heet (zie foto: schilderstuk van het huis).
Iemand, van wie ik informatie heb, kwam daar wel eens met haar ouders.
Ze kreeg dan beschuit met geitenboter, wat ze afschuwelijk vond.
Appeltjes in de achtertuin rapen vond ze leuk; haar broer haalde appels uit de bomen.
Ze zei er Drikoom en tante Jansemui tegen.
Tot tante kwam te overlijden op 15 februari 1922, 'morgens om 7 uur.
Drik kwam alleen te zitten, maar bleef niet stil zitten.
Hij zag wel iets in zijn huishoudster, zijn dienstbode, en zij in hem.
Ze wilden met elkaar trouwen, ondanks het grote leeftijdsverschil.
Drik was 19 jonger dan zijn vrouw, maar veel ouder dan de aanstaande echtgenote.
Een dag vóór het huwelijk maakte de jonge vrouw het uit.
Waarschijnlijk kwam dat onder druk van de buurt van Drik, want die was het er niet mee eens.
Wel bleef ze zijn huis schoonmaken tot die dag.
Zij liep toen in haar nachthemd in de tuin en werd daar overvallen.
Door sterke mannen werd ze in een kar gezet ,terwijl de mensen joelden en lawaai maakten.
Onder veel kabaal reed de kar door straten van Oosterhout.
De eindbestemming was Raamsdonksveer, waar de ex-toekomstige bruid woonde.
Hendrik bleef alleen in zijn huis achter; maar het hoefde voor hem niet meer.
Zondag had hij nog een buurman gesproken, die zijn gedrag overigens eigenaardig vond.
En 's maandags, 6 augustus om half tien, nog twee buurvrouwen; ook zij vonden het raar.
Eén ging later zijn huis binnen door de openstaande achterdeur; dat was om kwart voor één.
Daar vond ze het levenloze lichaam van Hendrik, liggend tegen het bed.
Zijn lichaam zat onder het bloed; en in de linkerhand had hij een pistool.
De buurvrouw holde naar de dienstdoende politie-agent, Hidde Nota.
Deze ging met haar mee naar de Heijkant en maakte een rapport op.
Een notitie werd gemaakt van de portemonnee met F 25,00 en een zilveren horlogeketting .
Op een trieste manier is een einde gekomen aan het leven van de 67-jarige Hendrik.
Dit verhaal wil ik opdragen aan mijn broer Stan, die het een en ander heeft uitgezocht.
Maar door zijn te vroege dood heeft hij hier geen verhaal van kunnen maken.
Geschreven door Ad Bol om 17:27

