Woensdag 12 augustus 2020
Burgemeester de van der Schueren
Hij volgde jonkheer T.R.J.B. Grotenhuis van Onstein op.
In Noord-Brabant was het in om burgemeester te zijn als je van adel was.
Drs. Fredericus Maria Alphonsus Josephus ridder de van der Schueren.
Hij werd geboren op 24 januari 1878 in 's-Hertogenbosch.
En overleed 26 januari 1965 te Oosterhout; in een familiegraf te Zevenaar werd hij begraven.
Hij was getrouwd met E.M. J.A. baronesse van Voorst tot Voorst.
Zij gingen wonen aan de Heuvel 4 in een groot woonhuis. (zie foto)
De grote familie de van der Schueren had een eigen familie-wapen.
Hun stamboom gaat terug naar 1252 in Grimbergen (België, Goossen van der Scure).
De titel van ridder danken zij aan een adelsbrief uit 1715 .
Hierdoor werd de familie in 1821 door koning Willem l verheven, zoals dat heet.
En opgenomen in de Nederlandse adel.
Vroeger kon je gemakkelijker aan een adellijke titel komen dan nu.
Een groot huis kon al een reden zijn of een rang in het leger.
Alle mannen in de familie de van der Schueren mochten de titel van ridder dragen.
De dames werden jonkvrouwe genoemd; en er kwam de voor de naam.
Velen in de familie hadden een bestuurlijke functie of een rang in het leger.
Bij zijn komst in 1918 in Oosterhout hadden de notabelen het voor het zeggen.
Je kunt geen stukken lezen of je komt dezelfde namen tegen.
Er was wel een raad, maar deze vond alles goed en had ook weinig in te brengen.
De van der Schueren kreeg het verwijt, dat hij weinig deed voor de arme mensen.
En dat klopt ook wel: veel mannen uit Oosterhout gingen o.a. in Duitsland werken.
In Oosterhout was geen werk voor hen; dus voor hen hier geen brood op de plank.
Voor de armen, de sociaal zwakkeren, waren er te weinig huizen.
Af en toe werden er voor hen woningen gebouwd, maar deze waren van slechte kwaliteit.
Jammer, want met zijn studies en arbeidsverleden had hij veel kunnen bereiken.
Hij had op het Ministerie van Sociale Zaken gewerkt.
En bij verschillende Arbeidsbureaus en op de Hogeschool als docent.
Ook bekwaamde hij zich in zijn vrije tijd in de theologie (godgeleerdheid).
Naar aanleiding daarvan schreef hij een boek: Zonder God geen mens.
Commissaris van de Koningin in 1925 voor Noord-Brabant was Van Voorst tot Voorst.
Deze baron bracht geregeld een bezoek aan Oosterhout (en andere plaatsen).
In dat jaar maakte hij de opmerking, dat de burgemeester zuinig was.
En dan met name de woningnood in Oosterhout en de kerkdorpen.
In 1945 stopte de burgemeester met zijn ambt.
Daardoor kon hij meer aandacht besteden aan zijn zieke vrouw.
In Oosterhout is een straat naar hem genoemd: Burgemeester de van der Schuerenlaan.
Hij werd eind 1945 opgevolgd door F. van Oers, de gemeentesecretaris.
Deze burgemeester heeft Oosterhout, Den Hout, Oosteind en Dorst naar een hoger niveau gebracht.
Geschreven door Ad Bol om 16:00







