Woensdag 12 juni 2019
Pastoor Cornelius Luijkx te Oosteind
In 1852 had Oosteind een eigen kerk, de Sint Johannes de Doperkerk.
Per 30 november 1852 werd als eerste pastoor benoemd C. Luijkx.
Deze C. Luijkx, Cornelius Luijkx, was daarvoor kapelaan.
Kapelaan in Klundert en kapelaan in Ulvenhout.
In Hoeven was hij in 1834 tot priester gewijd.
Cornelius Luijkx was in Etten-Leur geboren in het jaar 1810 .
Zijn vader was Marinus Arnoldus Luijkx en moeder was Dingena Pieter Oonincx.
Hij was enig kind in dat huwelijk, maar had 8 stiefbroers en stiefzussen.
Zijn vader was eerder getrouwd geweest met Cornelia Pieter Dirven.
Deze was overleden in 1806, waardoor 8 kinderen zonder moeder kwamen.
Marinus (Marijn) hertrouwde 2 jaar later, in april 1808 .
De opa van C. Luijkx, P. Dirven, was 4 keer getrouwd en had 15 kinderen.
De pastoor ging wonen in de splinternieuwe pastorie naast de kerk.
Waarschijnlijk woonde zijn huishoudelijke hulp (de pastoorsmeid) daar ook.
Er was ook iemand gevonden, die de tuin onderhield.
En ook een klein bosje, dat achter de tuin lag.
Omdat de kerk door de Nederlandse Staat werd erkend, kreeg hij een salaris.
Een rijksjaarwedde van 400 gulden; ook in 1866 was dat nog 400 gulden.
De pastoor van de Sint Janskerk op de Markt verdiende 600 gulden.
Waarschijnlijk zal de Oosteindse pastoor wel wat gehad hebben van parochianen.
En dat in de vorm van eten; dat was in die tijd gebruikelijk.
Zoals alle pastoors zal ook deze wel zijn stempel op de parochie hebben gedrukt.
Voorop gesteld: In die tijd had de pastoor het voor het zeggen.
Hij werd voorzitter van het Armbestuur van Oosteind.
Dat is begrijpelijk, want daar heb je een vertrouwenspersoon voor nodig.
Veel mannen wilden vanaf 1853 lid worden van het Mannenkoor.
Maar de pastoor beoordeelde wie wel en wie niet lid mocht zijn.
Dat viel soms tegen, want het was een eer om bij het koor te zijn.
Pastoor Luijkx bepaalde ook, dat mannen en vrouwen gescheiden in de kerk moesten zitten.
Hierover had hij ruzie ("tegenkanting") met het kerkbestuur.
Pas ruim 100 jaar later mochten zij naast elkaar zitten in Gods huis.
En vol trots schreef de pastoor het volgende aan de bisschop, monseigneur van Hooydonk.
Op 14 december 1852 had hij zitplaatsen in de kerk verpacht voor 300 gulden.
Een bijzonder hoog bedrag, zeker in de tijd van 1852 .
Maar goed, de mensen hadden het er voor over en zij dachten in achting te stijgen.
Ruim 39 jaar is Cornelius Luijkx pastoor te Oosteind geweest.
Wie de begraafplaats naast de kerk bezoekt, kan niet om zijn graf heen.
Je ziet een groot gietijzeren kruis met een herinneringstegel (zie foto).
Hij werd 81 jaar en "heeft dezelve met veel beleid wijsheid en voorzichtigheid bestuurd".
Na hem kwamen nog 6 pastoors, 3 pastores en een team van pastores.
Geschreven door Ad Bol om 18:06





