Zondag 20 mei 2018
Pastoor verbannen uit Dorst
Dorst, een klein kerkdorp van Oosterhout, met nog geen 300 inwoners in 1740.
Alleen de eerste mei van elk jaar kon je "over de koppen lopen".
Dan was het "Meikesdorst"; in de volksmond "Maaikesdorst".
Die dag werd Sint Marcoen extra vereerd en er werd gebeden om genezing.
De mensen wilden gezegend worden met Marcoen-water tegen klierziekten in de keel.
Van heinde en verre kwamen de mensen; de meesten lopend.
Buiten, bij de zogenaamde schuurkerk, werden kraampjes met koopwaar gezet.
Die schuurkerk was op de zolder van de school; op die plaats staat nu de voormalige pastorie.
De pastoor van die kerk genoot, want zoiets bracht geld in het laatje.
Een bakker, Adriaan Struijk, uit Oosterhout, was bijzonder boos.
Hij mocht zijn kraam niet zetten; misschien omdat hij Protestant was?
Een aanklacht diende hij in tegen de pastoor, Augustinus van Rijckevorsel.
En die boze brief stuurde hij naar de "Raad van Brabant" in 's Gravenhage.
Pastoor Augustinus van Rijckevorsel kwam uit een vooraanstaande familie.
Hij werd in 1669 geboren in Breda als zesde zoon in het gezin.
Zijn broers waren Cornelis (1655), Johannes (1660), Joachem (1660), Francois (1664),
Jacob (1667) en Godefridus (1674); een zus heette Anna (1658).
Zijn vader was Augustinus van Rijckevorsel; moeder was Anna van den Kieboom.
De pastoor verzorgde de katholieke erediensten op de zolder van het schoolgebouw.
En niet in de toenmalige Drievuldigheidskapel; deze was van de Protestanten.
Adriaan Struijk wachtte op antwoord van de "Raad van Brabant".
En dat antwoord kwam: pastoor van Rijckevorsel werd verbannen.
Hij mocht geen priester meer in Dorst zijn; hij moest weg, weg uit Dorst.
En daarvoor moest de schout van Oosterhout zorgen, Simon Adriaan de Vries.
Deze woonde aan de Heuvel, daarvoor huurde hij slotje Brakestein.
De Vries deed wat hij moest doen; hij was bang om anders zijn baan te verliezen.
Destijds had hij deze baan gekocht voor 20.000 gulden.
Kun je wel nagaan, dat er aan het schoutschap goed te verdienen was.
Dit ontslag moet ook gezien worden tegen de achtergrond van die tijd.
De strijd van Protestanten tegen Katholieken in de achttiende eeuw.
Zijn moeder Anna was oorspronkelijk Protestant, maar werd Katholiek.
Augustinus zelf koos uitdrukkelijk voor het katholieke geloof: hij werd priester.
Ook zijn broer Francois werd priester; later werd deze pastoor in Loon op Zand.
Een andere broer, Jacob, was notaris en wilde dat in Breda zijn.
Om dat te bereiken heeft hij 5 jaar moeten schrijven naar de "Raad van Brabant".
De bedevaart ter ere van Marcoen in Dorst kwam op een laag pitje te staan.
De marktkraampjes op het Kapelerf en bij de schuurkerk verdwenen.
Dorst bleef vanaf 1 mei 1741 weer het kleine dorp, althans voorlopig.
En wat gebeurde er met de Dorstse pastoor van Rijckevorsel?
Er is alleen bekend, dat hij vertrok naar Meerle (nu België) en overleed op 23 augustus 1748.
Geschreven door Ad Bol om 14:45

