
In Turnhout werd op 24 februari 1746 geboren Adriaan van Campen.
Hij en zijn ongetrouwde moeder van 33 jaar, Jacomijna Adriaan Willemse; onzekere toekomst.
Zijn vader was schepen (wethouder) in Baarle en afkomstig van Meer.
Hij, Peeter Aart van Camp, was weduwnaar van Maria Joannis Olislagers sinds oktober 1731.
Hun kinderen: Arnoldus, 1724, Petronilla,1725, Joannes,1727, Anna,1729, en Cornelius,1730.
In dat gezin werkte Jacomijna als hulp in de huishouding (dienstmeid, dienstbode).
Zij wilde, dat Peeter Aart betaalde voor het onderhoud van de kleine Adriaan.
Daarvoor ging ze naar de schout en schepenen van Baarle.
Haar werden twee advocaten toegewezen en zij won de zaak.
Jacomijna zorgt alleen voor het kind en Peeter Aart betaalt haar 280 gulden.
De overeenkomst wordt door hen ondertekend, maar ook door schout, schepenen en secretaris.
Adriaan en zijn moeder verhuizen naar Weelde, waar hij naar school gaat.
Later verhuizen ze naar Ulvenhout; ook hier gaat hij naar school.
Jacomijna leert Peeter Berckmans kennen en ze trouwen op 30 mei 1751 in Bavel.
Met zijn vieren, Peeter had ook een zoon, Cornelus, proberen ze iets van het leven te maken.
Als Adriaan ouder is, verdient hij de kost als schaapherder, koeienhoeder en boerenknecht.
Daarvoor woonde hij in Bavel, Ginneken, Terheijden en Langeweg.
Op 21 januari 1770 trouwt hij met Maria van Loon (Loonen) uit Oosterhout.
Het jonge stel huurt een boerderij in de Brede Heistraat te Oosteind.
Na enkele jaren verhuizen ze naar een boerderij op de Heuvel in Dongen.
Ze krijgen zeven kinderen, waarvan er één vroeg overlijdt.
Willemijntje (1771), Maria (Mieke, 1773, Johannes (1775, trouwt met Adriana van Bavel).
Adriana (1778), Johanna (1780), Petronella (1783), Arnoldus (1785, trouwt Adriana van Gool)
In 1783 verhuist het gezin naar een boerderij in Dorst.
De huur is 125 gulden per jaar, maar de eigenaresse, Cornelia Peeter Hooijen-Peeters, woont in.
Het boerenbedrijf bestaat uit een huis, stal, schuur, turfkooi, een tuin, bouwland en weiland.
Er worden nog stukken land bij gehuurd, waarvoor drie personen garant staan.
De boerderij stond waar nu de woning Bavelstraat 4 te Dorst is (foto).
Intussen was Adriaan al op het criminele pad; hij schreef dreigbrieven, brandbrieven.
En als er niet betaald werd, werd de woning in brand gestoken.
Dat was geen loze bedreiging, want er zijn 5 panden afgebrand.
Ook klopte Adriaan 's nachts op de ramen van woningen en vroeg om geld.
Hij had een pistool, waarvan hij gebruik maakte door te dreigen en door te schieten.
Zijn laatste brand was op 29 juni 1784 te Oosterhout.
Het was de boerderij van Jan Peeter Scheerders aan de Heistraat in Oosteind.
Maar de veroorzaker werd gevonden, gearresteerd, ondervraagd en schuldig bevonden.
Op de Grote Markt van Breda lag zijn lot: een weggenomen hand, geradbraakt en onthoofd.
Hij was de laatste veroordeelde in Breda, die ter dood is gebracht.
Maria, zijn weduwe, 37 jaar oud, werd ondervraagd en 5½ jaar gevangen gezet.
Wat rest is een gebed, een lied, een fietsroute, geschreven boeken en een stamboom.