Maandag 28 mei 2018
Soldaat in Blitar


De Tabinta, een omgebouwd passagiersschip, was op weg naar Nederlands-Indië.
Het schip werd door de Nederlandse regering voor enkele jaren gebruikt.
Van 1946 tot en met 1949 werden soldaten naar het huidige Indonesië gebracht.
Dat gebeurde ook op 4 juni 1947 toen dit schip vertrok naar Tandjong Priok.
Aan boord waren nogal wat soldaten, die de "orde en rust" moesten gaan bewaren.
Voor het merendeel jonge mannen, jonge soldaten, die gingen vechten voor het vaderland.
Een van hen was Hubertus Marinus van M, geboren te Oosterhout op 20 september 1926.
Wat liet hij veel achter in Nederland, in Zeeland.
Zijn woonplaats Middelburg, zijn ouders, zijn broers en zussen.
Maar vooral zijn jonge vrouw en hun nog niet geboren kind.
De reis met de Tabinta duurde ruim drie weken.
En vanuit de havenplaats bij Jakarta was het nog een grote afstand tot Blitar.
Hubertus was dienstplichtig soldaat bij de Koninklijke Landmacht, zoals vele anderen.
Hij hoorde bij het Vierde Bataljon van het Garde Regiment Prinses Irene.
In Blitar was een legerkamp, dat hun eindbestemming was.
Het was hun taak om de vechtende partijen uit elkaar te houden.
En dat waren er nogal wat, kort na het einde van de Tweede Wereldoorlog.
17 augustus 1945 was de Republiek Indonesia uitgeroepen door Soekarno.
Er was dus een grote groep republikeinen (Indische bevolking en hun strijders).
Er was het Nederlandse Leger, Engelse Leger, Koninklijk Nederlands Indisch Leger,
Euro-Aziatische bewoners, Chinezen, Arabieren, Nederland-aanhangers,
rebellen, oorlogsvrijwilligers, Indiase soldaten, teruggekeerde krijgsgevangenen,
vrijgelaten gevangenen en achter gebleven Japanse soldaten.
Daarbij kwamen nog de gevolgen van de Bersiap (opstand van oktober 1945 tot februari 1946).
Er waren plunderende partijen, martelende partijen, moordende partijen.
Bijna iedereen van de strijdende groepen maakte zich schuldig aan gruweldaden.
Onnodige daden, onmenselijke akties tegen vooral de gewone bevolking.
Er werd een vuile oorlog gespeeld, een oorlog van ongekende gemeenheid.
En daarin waren Hubertus en zijn mede-soldaten terecht gekomen.
Een jonge leeftijd en een korte leger-opleiding was alles wat ze hadden meegenomen.
Op 17 maart 1949 werden Hubertus en een mede-soldaat, Feller, in Blitar gedood.
Aan hun jonge leven kwam een einde in een plaats hier 20.000 km vandaan.
Twee van de 44 soldaten, die in Blitar het leven lieten.
De gemeente Middelburg, waarnaar Hubertus op jonge leeftijd verhuisde, kreeg bericht.
"Op 30 mei 1949 ontvangen van het Hoofd van het Departement van Justitie
een afschrift van een akte ingeschreven in het register van overlijden
van krijgslieden te Blitar, Indonesië, waaruit blijkt, dat op zeventien maart
dezes jaars te twaalf uur vijftien minuten in het district Blitar is overleden
van M. Hubertus Marinus, oud twee en twintig jaren, dienstplichtig soldaat Eerste Klasse."
Hubertus is begraven op het Nederlandse Ereveld Kembang Kuning te Surabaya, Indonesië.
Geschreven door Ad Bol om 16:19

