Maandag 16 november 2020
Het Geel Huis
Het is ook een opmerkelijk gebouw; het valt op door de gele kleur.
Adriaen Ghijsels en zijn vrouw Conegund van Tolloysen hadden in die straat een woning.
Deze stond achteraan in de Leijsenstraat, bij de kruising met Vijfhuizen en Helleke.
Hun zoon, die de woning, een hoeve, erfde, verkocht een stuk grond.
Dat was ongeveer drie hectaren en wel aan Dirck Back in 1557 .
Deze begon daar een boerenbedrijf, want hij bouwde een schuur.
Dat was waarschijnlijk een Vlaamse schuur, maar helaas, deze is er niet meer.
Bij zijn dood, in 1587, was dit bedrijf flink gegroeid.
Er was intussen een woning gebouwd, die ook dienst deed als herberg en logement.
De combinatie boerderij - herberg kwam in die tijd wel meer voor.
Het gebouw bestond uit een schuur (links) en een opkamer (rechts), met daaronder een kelder.
Later is aan de rechterkant een deur en een trap gemaakt.
In het midden was de woning met herberg / logement.
Door vererving en verkoop kwam het in handen van Michiel Goossens.
Deze breidde het gebouw uit met een eigen brouwerij.
Later kreeg de bierbrouwerij de naam De Twee Belle.
Dat had misschien te maken met de bloem van de hop, die bel heet.
De herberg en de bierbrouwerij deden goede zaken.
Dat kwam onder andere door de ligging van het gebouw.
De Leijsenstraat was een invalsweg naar Oosterhout.
En het lag dicht bij de grens van Noord-Brabant met Zuid-Holland.
Michiel Goossens verkocht in 1653 alles aan Adriaen Huijben.
Deze heeft er niet lang gewoond; hij en zijn vrouw overleden op jonge leeftijd.
Hun kinderen verkochten alles aan Embrecht Anthony Janssen van Dongen.
Na zijn dood verkocht zijn weduwe grond en gebouwen aan Walterus van de Huijssen.
Diens dochter en haar man, Adriaan van de Corput, erfden alles.
Dat wil zeggen: grond, woning, herberg, logement, schuur, schop (grote schuur) en brouwerij.
Zij kochten ook een paar percelen grond.
Op een zo'n perceel grond stond een woning, die zij lieten afbreken.
In 1877 werd er door verschillende kinderen geerfd.
In dat jaar werd de woning Geelhuijs genoemd.
Volgende eigenaren waren Johan Baptist Poppelaars en zijn vrouw Johanna van der Pas.
Zij bezaten voor die tijd aardig wat: een boerenbedrijf, vee, de herberg met logement, de bierbrouwerij en grond.
De genoemde werkzaamheden werden in de Leijsenstraat 51 tot 1954 gedaan.
Toen werd het van boerderij / brouwerij / herberg / logement een burgerwoning.
Tot op de dag van vandaag blijft het een van de bekendste huizen.
Het GeelHuijs, Het Gele Huijs; er blijven nogal eens fietsers en wandelaars staan.
Door de gemeente Oosterhout is het geplaatst op de Gemeentelijke Monumentenlijst (nr. 2001-074).
Bij de woning is een bord met daarop informatie.
Geschreven door Ad Bol om 16:01





