Eén op vier vrouwen weet wat Lily Allen doormaakt

Eén op vier vrouwen weet wat Lily Allen doormaakt
Eén op vier vrouwen krijgt te maken met een miskraam. In tegenstelling tot zangeres Lily Allen, die haar kindje na zes maanden verloor, vindt het overgrote deel van de miskramen plaats voor de cruciale 12 weken wordt gehaald. Slechts één tot twee procent van de miskramen vindt plaats na 12 weken.
De helft van de miskramen is te wijten aan genetische abnormaliteiten, die het kind weinig tot geen overlevingskansen zou geven waarna een spontane abortus optreedt. Een andere belangrijke oorzaak van miskramen zijn infecties, hormonale afwijkingen en levensstijl.
Verloskundige Maggie Blott voegt er wel aan toe dat het erg ongewoon is dat een virale infectie een miskraam uitlokt, zoals schijnbaar het geval was bij Lily Allen.
Het belangrijkste waarschuwingssignaal is bloed. Regelmatige bloedingen zijn niet normaal tijdens een zwangerschap en kunnen erop wijzen dat de baby aan het sterven is.
In principe wordt enkel van een miskraam gesproken als de foetus overlijdt voor het 20 weken is. Daarna wordt gesproken van een doodgeboorte. Maar dit onderscheid is enkel juridisch, en maakt voor de aanstaande ouders geen verschil uit.
Het verlies blijft moeilijk en is vaak niet onder woorden te brengen, omdat ze het kindje zelfs niet hebben kunnen vasthouden. Ook de omgeving weet niet altijd goed hoe reageren. Websites als De Verdwaalde Ooievaar en Met lege handen proberen ouders die dit meemaken op te vangen.






















