Mijn Oosterhout

21-04-2019
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Anna Wilhelmina
Klik op de afbeelding om de link te volgen
De Bouwlingstraat in Oosterhout is nu, 2019, heel anders dan 120 jaar geleden.
Het is een oude straat; waarschijnlijk bestond hij al in het jaar 1400 .
Vermoedelijk is deze straat genoemd naar een bewoner, Claes Bouwens.
De naam was toen Bouwensstraet, al zal het wel een brede zandweg zijn geweest.
Er stonden enkele boerderijen en later veel boerderijen.
In één van die boerderijen woonde 120 jaar geleden Willem Arend Bosgoed.
Hij was in 1889 getrouwd met Petronella Broeders, die afkomstig was uit Dongen.
Op zijn boerenbedrijf, zijn hofstede, probeerde hij zijn boterham te verdienen.
Van 1902 tot 1907 had hij een knecht, Albertus Broeders.
Ze zullen elkaar wel goed gekend hebben; ze waren even oud en afkomstig uit Voorst.
Willem en Petronella kregen 6 kinderen: 3 jongens en 3 meisjes.
Maar helaas, hun gezamenlijke geluk duurde tot 1901 .
Zijn vrouw beviel van een dochter, Anna Petronella, maar stierf in het kraambed.
Trots zal Willem geweest zijn op zijn zoon Johannes, die in het leger zat.
Kort daarna overleed zoon Arnoldus, slechts 3 jaar getrouwd.
En ook een aantal kleinkinderen overleden kort na de geboorte.
In 1925 gebeurde er iets verschrikkelijks; geen enkele ouder hoopt dat mee te maken.
Zijn dochter Anna Wilhelmina, 26 jaar oud, werd dood gevonden in de Seterse Bossen.
Mina, zo werd ze genoemd, was niet getrouwd en had geen beroep.
Ze woonde enkele jaren in Dongen, waarschijnlijk in verband met haar werk.
Vanaf december 1919 woonde ze weer bij haar vader en broer Antonie op de boerderij.
Mina, zo werd ze genoemd, wilde 9 augustus 1925 naar Dongen gaan.
Ze wilde daar familie gaan bezoeken en daar naar de kermis gaan.
En daar is niets op tegen voor een nette, rustige vrouw.
Ze ging alleen op de fiets, zonder vriendinnen of kennissen, want die had ze niet.
Ongetwijfeld heeft haar vader zich zorgen gemaakt en heeft hij niet kunnen slapen.
De andere dag werd er navraag gedaan en werd er naar haar gezocht.
De politie werd ingeschakeld, de pers werd ingelicht, maar geen Mina, die gevonden werd.
Een week later vonden een broer en een zwager van haar de fiets van Anna Wilhelmina.
De fiets lag in de Rijenseweg, nu Vijf Eikenweg, aan de kant.
De andere dag vonden ze hun zus en schoonzus, dood in de Seterse Bossen.
Ze lag in een greppel; haar dode lichaam bedekt met takken, takjes en bladeren.
Al gauw kwam de geruchtenstroom op gang, kleine verhaaltjes, die wel of niet waar waren.
Ze had een man leren kennen bij een processie in Meerseldreef.
Ze zou twee mannen gesproken hebben toen ze alleen thuis was.
Ze zou gezien zijn in de Eikdijk; ze zou vriendelijk dag hebben gezegd.
Ze kende iemand, die in Bavel woonde en daar wilde ze naar toe.
Ondanks alle meningen blijft de vraag: waarom ging ze met haar fiets door de bossen?
Ook toen waren niet alle wegen veilig voor vrouwen, die alleen waren.
Een zaak, die te oud is voor een cold case; hopelijk heeft Mina weinig geleden.


21-04-2019 om 15:01 geschreven door Ad Bol


17-03-2019
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Einde van alles
Klik op de afbeelding om de link te volgen
In Maarssen bij Utrecht staat aan de Vecht een schitterende villa.
Vorig jaar is deze verkocht; de vraagprijs was  € 3.425.000,-- , kosten koper.
Een van de bewoners was Martinus Wijnaendts, heer van Stein.
Het pand uit 1698 met de naam Vrede Hoop is een Rijksmonument (nummer 26362).
Martinus is geboren op 25 september 1786 te Breda als onwettige zoon van Cornelia Pietersom.
De biologische vader was Martinus Wijnaendts, onderluitenant bij de cavalerie.
Zoon Martinus woonde met zijn moeder in de Sint Janstraat (ook genoemd Veterstraat) in Breda.
Dicht bij de twee jonkvrouwen Falaiseau, dochters van generaal Joseph Falaiseau.
Zij woonden in het huis van hun overleden ouders aan de Oude Vest A 364 te Breda.
Op korte loopafstand naar Martinus; zij kenden elkaar ook.
Hij ging bij de twee oudere dames voorlezen; dat vonden zij bijzonder prettig.
Na hun dood in 1722 en 1723 ging hun vermogen naar de jonge Martinus.
Deze was intussen verhuisd naar Ginneken; zijn moeder naar Amsterdam.
Zij was getrouwd met Cornelis van Maanen, een meestertimmerman.
De jonge Wijnaendts ging in het pand aan de Oude Vest wonen met zijn vrouw.
Deze was Jacoba Anna Margaretha van Gils; haar vader Adriaan was schepen van Ginneken.
Haar moeder was Maria Adriana Henrietta Lauta van Aijsma.
Deze waren niet onbemiddeld; hun dochter erfde percelen grond in Oosterhout en Dongen.
De trouwdatum was 5 december 1825; het zal wel een groot feest geweest zijn.
Martinus en Jacoba kwamen in de kringen van de adel, zoals baronnen.
Maar ook bij eenvoudige mensen, gezien de leningen die zij aan hen gaven.
Hij leende bijvoorbeeld 200 gulden aan een naaister en aan een notaris 4500 gulden.
Het ging het echtpaar Wijnaendts--van Gils voor de wind, dank zij de erfenis.
Hun woning aan de Oude Vest bestond eigenlijk uit twee royale woningen.
De aangrenzende woningen en een groot pand achter hun huis, waren ook van hen.
Anna Hazeloop was hun dienstmeisje en Assar was de huisknecht.
In 1832 (7 juni) werd Vreede Hoop in Maarsseveen (Maarssen) gekocht.
Ook een gebouw, dat bestond uit vier huizen met de naam Het Klooster, in Maarsseveen.
30 mei 1848 werd op een veiling de Heerlijkheid Stein en Willens gekocht.
Ook de Heerlijkheid Vrijhoef en Kalverenbroek op dezelfde veiling.
Daardoor mocht hij zich heer van Stein noemen, of: Martinus Wijnaendts van Stein.
In 1856 werden op een openbare veiling 3 boerderijen (hoevens) in Alphen (NB) gekocht.
Met daarbij veel percelen grond, voor de aankoopprijs van 32.699 gulden.
Er zijn nu nog 2 van die hoevens en ze maken deel uit van het landgoed De Hoevens te Alphen.
Na hun dood gingen hun bezittingen over naar protestantse instellingen en de gemeente Breda.
De woningen in Maarsseveen gingen naar een neef van Martinus.
Jacoba en Martinus zijn begraven in een grafmonument op de Protestantse Begraafplaats.
De PGO (Protestantse Gemeenschap Oosterhout) onderhoudt het graf.
In ruil daarvoor mocht zij vanaf 1873 een perceel grond aan de Lage Ham in Dongen gebruiken.
Op het monumentale graf van het echtpaar is in hardsteen gebeiteld: Einde van alles.

17-03-2019 om 15:41 geschreven door Ad Bol


01-03-2019
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hoekvorstpan / tegel in de Nieuwe Bouwlingstraat
Klik op de afbeelding om de link te volgen
In 2018 waren er in Nederland 7.740.984 woningen.
De meeste daarvan hebben daken, die bedekt zijn met dakpannen van beton of klei.
Soms wilden de bewoners een versiering, een verfraaiing, aan het dak hebben.
Dat gebeurde meestal bovenaan bij de nok, de vorst, en de voorgevel.
In de Nieuwe Bouwlingstraat is nog een huis te vinden, dat zo'n versiering heeft.
Dit pand, dat in 1933 is gebouwd, heeft bij de voorgevel en de nok zo'n tegel.
De eerste bewoner had er een winkel-woonhuis laten bouwen.
En misschien om het huis een uitstraling te laten geven, werd die tegel aangebracht.
Deze werd vastgezet bij de nok aan de voorgevel.
Behalve als verfraaiing werd het ook gebruikt om de boze geesten weg te houden.
Of om de bewoners te beschermen voor tegenslagen in het leven.
De eerste vorstpan kon verschillende motieven hebben.
Soms had het motief te maken met het beroep, dat de bewoner had.
Er werd op die eerste vorstpan ook weleens iets opgezet, gemaakt van klei.
Dat noemen dan een piron: een soort torentje, een zuil/kegel met een bal er op.
Of een afbeelding van een vogel, een kat, gezicht van een duivel of een mensenfiguur.
Ze worden nog steeds gemaakt; ook op wens van de opdrachtgever.
De tegel in de Nieuwe Bouwlingstraat bestaat uit een ronding.
In die ronding een vorm van een kruis en boven de ronding een soort krullen.
Zeer vermoedelijk is deze tegel gemaakt door de firma Gebroeders Laumans.
Dit bedrijf is in 1896 opgericht door Stephan Laumans.
Zijn broers Caspar en Jacques kwamen ook in het bedrijf.
Hun vader Cornelius zorgde ervoor, dat zij een oud bedrijf konden kopen.
Nu is er de vierde generatie, onder de naam Gebroeders Laumans (o.a. in Tegelen).
In Thorn staat de pannenfabriek van de Gebroeders van de Boel, dat dezelfde tegel gebruikt.
Precies zoals de keramische dakpannen worden ook de hulpstukken van klei gemaakt.
Hiervoor wordt zeeklei gebruikt en ook rivierklei; de laatste in de buurt van het bedrijf.
Het liefst tamelijk zware vette klei in verband met de hardheid.
Maar ook in verband met de dichtheid van het materiaal.
De klei, die hiervoor wordt gebruikt, wordt onderzocht of hij bruikbaar is.
Bij de hulpstukken, zoals de tegel, komt er veel handwerk aan te pas.
Als het bakklaar is, gaat het de oven in, waarin de temperatuur 1000 graden Celsius is.
Deze tegels werden gebruikt in de negentiende en in de twintigste eeuw.
Maar zo'n tweeduizend jaar geleden waren ze ook al bekend.
Behalve versiering had zo'n tegel ook het doel om de opening af te sluiten.
Er konden dan geen neerslag en ongedierte onder de dakpannen komen.
De tegel werd vastgezet met speciale kalkspecie (kalk en metselzand).
Er zijn ook houten plaatjes ter versiering; deze worden makelaars genoemd.
Een hoeknokpan, een hoekvorstpan, een gevelplaatje, een tegel in de Nieuwe Bouwlingstraat.
Jammer, dat er (waarschijnlijk) nog heel weinig van dergelijke tegels zijn.

01-03-2019 om 14:55 geschreven door Ad Bol


07-02-2019
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Lieveheersbeestje op stoeptegel
Klik op de afbeelding om de link te volgen
Vandaag, 7 februari 2019, start een landelijke voorlichtingscampagne.
Het doel is om de mensen te wijzen op de gevolgen en het voorkomen van huiselijk geweld.
Deze vorm van geweld komt voor in het huis waarin een familie woont, maar ook op straat.
Per jaar hebben 200.000 volwassenen en 100.000 kinderen te maken met huiselijk geweld.
Twaalf mensen overlijden er per jaar door huiselijk geweld.
Er zijn verschillende soorten van geweld, die in een gezin of op de straat voorkomen.
Lichamelijk geweld (slaan, schoppen), psychisch geweld (pesten), sexueel geweld.
Verbaal geweld (uitschelden, ruzie zoeken/maken), wapengeweld (mes, revolver).
Dikwijls wordt geweld gebruikt voor de lol of onder invloed van alcohol of drugs.
Dat noemen we zinloos geweld; er is niet gauw een reden te bedenken over het waarom.
In 1997 is er een stichting opgericht: Stichting tegen zinloos geweld.
Enkele jaren later kwam een stoeptegel met de afbeelding van een kevertje, lieveheersbeestje.
In Nederland werd dat het symbool, het logo, voor zinloos geweld.
Er liggen in ons land nogal wat van die tegels, ook in Oosterhout.
Bijvoorbeeld in de Nieuwe Bouwlingstraat en in Oosteind op het schoolplein.
Niet omdat de kinderen van de Sint Janschool gewelddadig zijn of pesters.
Maar gewoon, omdat daar veel mensen komen, die kunnen nadenken over het waarom.
Zo'n stoeptegel wordt ook dikwijls op een plaats gelegd, waar geweld is gebruikt.
Door omstandigheden is de dader de zelfbeheersing kwijtgeraakt.
Zo maar uit het niets heeft hij of zij een slachtoffer gemaakt.
Slachtoffer en dader kennen elkaar niet; ze hebben elkaar misschien ook nog nooit gezien.
In veel gevallen heeft het slachtoffer hulp nodig; de dader waarschijnlijk ook.
Als u zo'n situatie meemaakt, kunt u hulp geven aan het slachtoffer.
Probeer hem of haar te helpen met pleisters, verband, of een praatje, stel hem of haar gerust.
Als het ernstiger is, kunt u  112  bellen en eventueel voorbijgangers om hulp vragen.
Blijf bij het slachtoffer, totdat hij of zij weggaat of totdat de politie of ambulance er is.
Probeer, als het mogelijk is, contact te krijgen met de dader.
Probeer op hem/haar in te praten en wijs voorzichtig op het gedrag, dat niet kan.
Het slachtoffer is willekeurig gekozen, heeft zelfs geen aanleiding gegeven.
Geen reden, maar de gevolgen kunnen veel en groot zijn.
Dat kunnen schrammen zijn, maar ook levensbedreigende verwondingen, soms de dood.
Of angst, slapeloze nachten, trauma's, concentratiemoeilijkheden.
Ook pesten, intimideren en discrimineren horen bij zinloos geweld.
De gevolgen kunnen ook hier groot zijn en soms een mensenleven lang.
Zinloos geweld komt voor tijdens het werk, op het sportveld en in verkeerssituaties.
De laatste jaren ook bij bus- en taxichauffeurs, ambulance-medewerkers en brandweermensen.
Bent u slachtoffer (geweest) en u heeft hulp nodig: u kunt  112  bellen.
Of politie (0900 - 8844) of Bureau Slachtofferhulp (0900 - 0101).
En bij pesten: Verplaats je eens in de persoon tegen wie pestgeweld wordt gebruikt.
Dan zie je pas, dat zinloos geweld zinloos is en dat je voor iedereen respect moet hebben.


07-02-2019 om 16:52 geschreven door Ad Bol


29-01-2019
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Asbest in Oosterhout
Klik op de afbeelding om de link te volgen
174 miljoen ton asbestvezels zijn er in de twintigste eeuw verwerkt.
Waarvan 7.700.000 kg in Oosterhout bij Nefabas aan de Vijf Eikenweg. (intussen verdwenen)
Asbest werd verwerkt in vinyl, verf, isolatie, platen, buizen, deuren, tegels.
Het waren meer dan 3000 produkten; het afval werd dikwijls gebruikt om grond op te hogen.
Asbest is een delfstof, die o.a. was te vinden in Canada, Zuid-Amerika en Rusland.
Het zijn mineralen, opgebouwd tot vezels; er zijn verschillende soorten, o.a.
blauwe asbest (crocidoliet), witte asbest (chrysoliet) en bruine asbest (amosiet).
Nederland had verschillende asbestbedrijven, die uiteindelijk samen kwamen in Eternit.
Nefabas in Oosterhout maakte o.a. isolatie-pakkingen, platen, doeken en koorden.
In 1900 werden asbestvezels verbonden met cement; daar zorgde Ludwig Hatschek voor.
Het was een goedkoop materiaal, stevig en brandveilig.
Hele woonwijken zitten/zaten vol met de asbestvezels; en afval in de grond.
Vanaf de jaren vijftig werd het veel gebruikt, tot in de jaren negentig.
De asbest van Nefabas bestond uit vezels, die vermalen werden.
De gemalen vezels werden gemengd met lijm en porseleinaarde.
Het mengsel kwam onder een pers en de platen werden gedroogd en gesneden.
De medewerkers werkten letterlijk in het onzichtbare stof en gingen zo hun ziekte tegemoet.
Want er kwamen regelmatig geluiden over de schade, die asbest kon brengen.
Zelfs al in 1900; de Arbeidsinspectie in Oosterhout kende in 1931 al de gevolgen.
In 1950 werd longkanker in verband gebracht met de grondstof asbest.
Een ambtenaar van de gemeente Oosterhout bracht in 1972 een bezoek aan Nefabas.
Het water, waarin asbestslib was, stond op het fabrieksterrein.
In een gegraven kuil moest het afvalslib eigenlijk terecht komen.
Ook werd het afvalwater geloosd in een bos, dat aan het bedrijf grensde.
Er volgde beterschap van Nefabas, maar 3 jaar later was er weinig veranderd.
Medewerkers werden ziek of nog zieker; soms na vele jaren.
Zij, die miljardair werden in de asbestindustrie, lieten iets na.
Er werd geen onderzoek gedaan, ook niet bij de zieke (oud)werknemers.
Ze werkten zelfs tegen zoals in 1961 bij een medewerker van Nefabas.
Deze had een manier bedacht om asbestvrije platen te maken.
Maar hij kreeg een verbod van de directie; hij mocht er niet mee door gaan.
Later volgden in Nederland rechtszaken en in 2009 met eisen zoals:
16 jaar gevangenisstraf en een schade-vergoeding van € 120 miljoen.
Schade-vergoeding aan 2768 slachtoffers of hun nabestaanden.
In 2016 weer een rechtszaak, waarvan de uitslag nog niet bekend is.
En dat namens mensen met de ziekte mesothelium (soort longkanker) of asbestose (longziekte).
Eternit betekent onsterfelijk, maar niet voor de medewerkers in de asbestfabrieken.
Meent u, dat u recht heeft op een schade-uitkering en wilt u daarvan gebruik maken?
Dan kunt u kontakt opnemen met IAS Zoetermeer, info@asbestslachtoffers.nl 
Een verbod op asbestproduktie en 1400 asbestslachtoffers per jaar: dat zet je aan het denken.

29-01-2019 om 14:53 geschreven door Ad Bol


12-01-2019
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Oom Toon van Baal
Klik op de afbeelding om de link te volgen
Mijn oom Toon had in Oosterhout een autobedrijf in de Sint Jozefstraat (Touwbaan).
Nu is er een klein woonwijkje van enkele jaren oud.
Zoals veel bedrijven kort na de oorlog ging het zijne failliet.
Hij werkte hard, maar de economische tijd zat hem tegen.
De Staat (Belasting) nam hem zo ongeveer alles af.
Met heel weinig woonde het gezin even in de garage van zijn vader, mijn opa.
Daarna voor korte tijd in een huis in de Zandheuvel.
En tenslotte in een woning in de Graaf Engelbrechtstraat.
Vermoedelijk werkte hij toen voor een groente- en fruithandel.
Dat was te zien op foto's, die genomen werden na een aanrijding.
Een aanrijding op de Markt tussen zijn vrachtwagen en een motorrijder.
Die foto's trokken mijn aandacht, toen ik aan het surfen was op het internet.
De kentekenplaat was donkerblauw en het witte kenteken was: N - 48719 .
Het stond op naam van de eigenaar A.B. van Baal.
De aanrijding moet geweest zijn eind jaren veertig, begin jaren vijftig.
Op het internet zie je verschillende jaartallen, maar gezien het kenteken was dat na 1947 .
Wie zat er fout, wie reed op de verkeerde weghelft?
Aan de foto's te zien, is het waarschijnlijk de motorrijder, die fout was.
Of haalde oom weer één van zijn capriolen uit: achter het stuur onderuit zakken.
Zo leek het alsof er geen chauffeur in de vrachtauto zat.
Een ander ding waarin hij plezier had was steile wand-rijden met de motor.
Na veel sores en veel nadenken werd er in hun huis een idee geboren.
Oom en tante besloten te gaan emigreren en een nieuw bestaan op te bouwen.
Ze vertrokken 1 november 1956 met hun 6 kinderen naar Australië.
Dat was met het schip Johan van Oldebarnevelt van de Stoomvaart Maatschappij Nederland.
Dit schip was ruim 176 meter lang en werd gebouwd in 1928-1929 ; bouwkosten F 12 miljoen.
Na bijna 6 weken varen kwamen ze op 10 december 1956 aan in Sydney, Australië.
De eerste tijd woonden ze in een opvangkamp voor emigranten (daar: immigranten).
Dat waren dikwijls oude legerkampen met weinig privacy en een minimum aan luxe.
Naar schatting zijn er 200.000 Nederlanders geëmigreerd naar Australë. 
Oom begon daar met zijn vak: het beroep van automonteur.
Halverwege de jaren zeventig kwamen ze terug naar Nederland.
In Waalwijk begon hij een autobedrijf (Subaru) en een BP-tankstation.
Maar de heimwee kriebelde en in 1976 gingen ze terug naar Australië.
Oom en tante begonnen een autobedrijf in Gerringong, New South Wales, Australia.
De naam van het bedrijf was Gerringong Service Station; hij bouwde er ook takelwagens.
Het vak van automonteur, carfitter, leerde hij zijn jongste zoon, Anton.
Deze heeft ook een eigen autobedrijf: Uralla Motor Repairs.
Oom en tante zijn intussen overleden en twee kinderen zijn teruggekomen naar Nederland.
En: zonder de aanrijding en de blauwe kentekenplaat, was bovenstaande niet geschreven.


12-01-2019 om 00:00 geschreven door Ad Bol


07-01-2019
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Jan Aerts van Rijen, schout
Klik op de afbeelding om de link te volgen
Jan was Oosterhoutenaar en zoon van Aert Jan van Rijen en Lijsbeth Jacobs Crauwels.
Vermoedelijk woonde hij in een huis, dat tussen slotje Beveren en slotje Borsselen stond.
Hij was in 1580 secretaris van de Vrijheid Oosterhout.
In dat jaar kocht hij het buurhuis, slotje Beveren, in (toen) de Ridderstraat.
De eigenares was Elisabeth Cornelius Christoffel van der Spout - Venetaux.
Hij kon het goed met de mensen vinden en had veel vrienden.
Aan veel mensen leende hij geld, ook aan het bestuur van Oosterhout.
Hij was getrouwd met Cathelijne Cornelis Henrick Dijrven en had 6 kinderen.
Per 16 oktober 1590 werd hij benoemd tot schout als opvolger van Joachim Tack.
Daarvoor kreeg hij een riant salaris: 400 gulden (Karolus guldens) per jaar.
Ook kreeg hij een knecht en een paard en hij hoefde geen belasting te betalen.
Na zijn herbenoeming, 4 jaar later, verdiende hij 450 gulden.
Met de schepenen en secretaris vormde hij het dagelijkse bestuur van Oosterhout.
Dit college had bestuurlijke taken en gerechtelijke taken.
Bij het laatste o.a. gerechtelijke uitspraken bij de Vierschaar op De Heuvel.
Ook moesten zij ervoor zorgen, dat de openbare orde goed bleef.
Als kastelein moest Jan Aerts van Rijen toezicht houden op het kasteel.
Een greep uit de bestuurlijke taken van schout en schepenen en secretaris toen:
Oosterhout moest een bijdrage van 1100 gulden betalen.
Dit aan de prins van Oranje, want deze wilde op reis naar Spanje.
Een verplichte bijdrage aan de scherprechter te Breda.
I.v.m. de geleden oorlogsschade werd aan de prins kwijtschelding van belasting gevraagd.
Vreemde bedelaars mochten niet langer dan een nacht in Oosterhout zijn.
Onderhoud aan de vaart, aan dijken en aan wegen.
Op goederen, die Oosterhout uitgingen of binnenkwamen, mocht belasting worden geheven.
Dit werd gebruikt om de haven uit te diepen en om sluizen te bouwen.
Er werden sloten gegraven en bruggen gebouwd, o.a. in de polders.
Van Rijen begon een rechtszaak i.v.m. de vrije uitoefening van de handel.
Tegenhouden en eventueel gevangen nemen van plunderende soldaten.
Meebetalen aan het onderhoud van soldaten in Bergen op Zoom.
Meebetalen aan het onderhoud van Spaanse soldaten in Geertruidenberg.
Helaas, het verhaal van Jan Aerts van Rijen was misschien te mooi om waar te zijn.
In 1601 moest hij voor prins Maurits 6000 gulden naar Brussel brengen.
En in dat zelfde jaar werd hij gearresteerd omdat hij geld verduisterd zou hebben.
Tien jaar later werd het proces gehouden en de eisen waren niet mis.
Tien jaar verbanning en een boete van 1000 gouden realen.
Natuurlijk moest hij ook de proceskosten betalen.
Het is onbekend hoe deze strafzaak is afgelopen; misschien werd alles afgekocht.
Jan stierf in 1613 en werd door zijn zoon Michiel opgevolgd als schout.
Zijn kinderen erfden veel geld, huizen, land en andere bezittingen in verschillende plaatsen.

07-01-2019 om 14:55 geschreven door Ad Bol


03-12-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Tol in Den Hout
Klik op de afbeelding om de link te volgen
De grens van de provincies Holland en Brabant was vroeger dichtbij Den Hout.
Het grondgebied van Geertruidenberg (Holland) was tot dit plaatsje.
Er liep/loopt een weg waarvan veel gebruik werd gemaakt.
Mogelijk is deze weg al zo'n drieduizend jaar oud.
De Romeinen, die 2000 jaar geleden in ons land waren, maakten er ook al gebruik van.
Die wegen waren: Steelhovensedijk. Stelvenseweg, Hespelaar, Houtse Heuvel.
Dan Ruiterspoor of Vrachelsestraat en Herweg.
De Steelhovensedijk werd, volgens een oude kaart, Lage weg genoemd.
Deze weg en het buurtschap Steelhoven horen sinds 1997 bij Drimmelen.
Deze zandweg lag in een moerassig gebied, een waterig gebied.
Het was een slechte weg en bovendien ook niet goed onderhouden.
Filips de Schone, vader van Karel V, had hierover al eens geklaagd.
Hij had de stad Geertruidenberg gevraagd om hieraan iets te doen.
Maar deze stad deed er niets aan; alles bleef dus zoals het was.
Tweehonderd jaar later werd er bij stadhouder prins Willem Hendrik geklaagd.
Deze was een prins van Oranje-Nassau en later zelfs koning van Engeland.
De prins gaf toestemming om tol te heffen op de Steellovense Dijk.
Volgens een kaart uit 1840 was dat bij de kruising Stelvenseweg en Hespelaar.
Die heffing ging in op 19 november 1681 en gold voor 15 jaren tot 1696 .
Er was een voorwaarde: de weg moest regelmatig onderzocht worden op gebreken.
Met de opbrengst van de tol werd er zand gekocht om de weg op te hogen.
Een paard en kar, dat langs de tolplaats kwam, was 8 penningen kwijt, nu € 0,045