Inhoud blog
  • De Knoop organiseert ARGOS-workshops
  • Hechtingsstoornis
  • Diagnose Hechtingsstoornis
  • Brochures en Lezingen bestellen bij de Knoop
  • Reactieve hechtingsstoornis
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Laatste commentaren
  • cheap calvin klein underwear (Cedric Mezo)
        op De Knoop organiseert ARGOS-workshops
  • calvin klein underwear for kids (CKunderwearwomen)
        op Gehechtheid als basis voor groei
  • What Kind Of Nike Free Should I Get (alecia7198)
        op De Knoop organiseert ARGOS-workshops
  • Does Nike Free Run Stretch (alecia7198)
        op Gehechtheid als basis voor groei
  • Big Shopping (comi3A)
        op De Knoop organiseert ARGOS-workshops
  • Een interessant adres?
    forum

    Druk op onderstaande knop om te reageren in mijn forum

    Dropbox

    Druk op onderstaande knop om je bestand naar mij te verzenden.

    Bindingsangst en Verlatingsangst
    Startpagina voor bindingsangst en verlatingsangst, hechtingsprobleem, borderline
    01-11-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Knoop organiseert ARGOS-workshops


    De Knoop organiseert workshops ga voor meer informatie naar: www.deknoop.org

    01-11-2012 om 12:47 geschreven door Webmaster

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (4)
    03-07-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hechtingsstoornis

    Hechtingstoornissen

    Ken je iemand in je omgeving die het heeft? Ooit een relatie of vriendschap op de klippen gelopen hierdoor?

    Hier een lijstje (van internet afgeplukt), mensen met een hechtingsstoornis zouden zich in bijna ieder regeltje moeten herkennen.

    • je durft je niet te binden of je kunt het helemaal niet.
    • je durft een ander niet te vertrouwen (ook als je het wel zou willen!)
    • je hebt grote angst een ander te verliezen
    • je niet kunnen inleven in een ander
    • je probeert veel te veel onder controle te houden
    • je bent weinig selectief of juist teveel selectief
    • je zorgt altijd voor anderen en verliest daarbij jezelf
    • je bent vaak boos of prikkelbaar om kleinigheden
    • Intens gevoel van leegte en eenzaamheid en het gevoel hebben dat niemand van je houdt.
    • Constant een strijdt voeren met aantrekken en afstoten van mensen die dichtbij komen.
    • Diep gewortelde angst om relaties aan te gaan. (hierbij horen ook vriendschappelijke en werkrelaties)
    • Angst en pijn als mensen weg gaan en het gevoel hebben dat ze niet terug zullen komen en daarbij een extreme verlatingsangst.
    • Moeilijk of helemaal geen vaste relatie kunnen aangaan.
    • Overlevingsmechanismen, dat zich uit in doorzettingsvermogen om koste wat het kost voor elkaar te krijgen wat je wilt.
    • Controledwang, je leven hoe dan ook onder controle willen houden.
    • Stemmingswisselingen, zeker meerdere keren per dag (van depressief, verdrietig, naar super vrolijk en andersom).
    • Piekergedachten en nervositeit, vooral voor het slapen gaan en uren achter elkaar.
    • Perfect willen zijn en hierbij steeds het gevoel hebben erin te zullen falen
    • Afwijzend tegenover meest nabije figuren (moeder/verzorger/ouders).
    • Extreem onnatuurlijk claimend gedrag.
    • Niet aangeraakt willen worden, en worden bij knuffel pogingen benauwd, angstig en/of agressief.
    • Voortdurend ruzie zoeken.
    • Bijna nooit spijt of berouw tonen.
    • Nooit een fout bekennen
    • Geniaal zijn in het ontdekken van kwetsbare plekken in hun onderlinge relaties.
    • Survivers  (overlevings)- gedrag en schijnaanpassing daar besteedt het kind onevenredig veel energie aan, die ten koste gaan van andere dingen.
    • Door negatieve faalangst niet beginnen aan dingen, al bijvoorbaat niet aan allerlei werkzaamheden, en wendt dan een soort onverschilligheid of schijn domheid voor.
    • Goed aanvoelen van wat mensen van hen verwachten dat het daar geniaal op inspelen.
    • Iets negatiefs over zichzelf wordt niet toegegeven; altijd onschuldig.
    • Er charmant en goed verzorgd uitzien; charmeren in de buitenwereld.
    • Egoïsme
    • Liegen en manipuleren in 't algemeen.
    • Vermijdingsgedrag thuis; bv. naar boven gaan als de ouders beneden zijn en omgekeerd.
    • Niet geborgen voelen en verbonden voelen.
    • Het gevoel hebben dat mensen iets van je verwachten en daarom vaak opgejaagd voelen
    • Fysiek en emotioneel veel ruimte in een relatie nodig hebben
    • Negatief denkbeeld
    • Twijfelen aan intenties van mensen als ze iets voor je doen
    • Houden zich nooit aan afspraken
    • Erkennen geen gezag hun wil is wet.
    • Vijandig
    • Veel kritiek op anderen
    • Gevoelig voor commentaar
    • Weinig medeleven
    • Steunt veel op de partner
    • Jaloers
    • Gevoelig voor afwijzing
    • De gewetensontwikkeling is niet opgang gekomen

    03-07-2011 om 00:00 geschreven door Webmaster

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (45 Stemmen)
    >> Reageer (7)
    05-06-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Diagnose Hechtingsstoornis

    Diagnose

    ICD-10 Reactieve en ontremde hechtingsstoornis op kinderleefijd.
    De artikelen F94.1 (reactieve hechtingsstoornis) en F94.2 (ontremde hechtingsstoornis) zijn met schriftelijke toestemming overgenomen.
    ICD-10 Classificatie van Psychische Stoornissen en Gedragsstoornissen, Klinische beschrijvingen en diagnostische richtlijnen.
    Eindredactie Nederlandse vertaling: Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie prof. Dr. M.W. Hengeveld - ISBN 9026513305 - Uitg. SWETS & ZEITLINGER B.V.

    F94.1 Reactieve hechtingsstoornis op kinderleeftijd.
    Deze stoornis, die optreedt bij jonge kinderen, wordt gekenmerkt door blijvende afwijkingen in het patroon van sociale betrekkingen van het kind die samengaan met emotionele stoornissen en die ontstaan als reactie op veranderingen in zijn omstandigheden. Angst en overmatige waakzaamheid die niet reageren op troosten zijn kenmerkend, gebrekkige sociale relaties met leeftijdgenoten zijn typerend, agressie jegens zichzelf en anderen komt zeer vaak voor, verdriet is gebruikelijk, en in sommige gevallen treedt groeiachterstand op. Het syndroom ontstaat waarschijnlijk als gevolg van ernstige ouderlijke verwaarlozing of mishandeling. Het ontstaan van dit gedragspatroon wordt algemeen erkend en geaccepteerd, maar er blijft onzekerheid bestaan met betrekking tot de diagnostische criteria, de grenzen van het syndroom, en de vraag of het syndroom een valide nosologische entiteit vormt. De categorie is hier echter toch opgenomen, omdat het syndroom belangrijk is voor de gezondheidszorg, omdat er geen twijfel bestaat over haar bestaan, en omdat de gedragspatronen duidelijk niet passen bij de criteria van andere diagnostische categorieën.

    Diagnostische richtlijnen
    Het essentiële kenmerk is een afwijkend patroon van betrekkingen met verzorgers, dat is ontstaan voor de leeftijd van 5 jaar, waarbij sprake is van aanpassingsproblemen die gewoonlijk niet gezien worden bij normale kinderen, en dat aanhoudend is, maar toch reageert op voldoende duidelijke veranderingen in de opvoeding.

    Jonge kinderen met dit syndroom vertonen sterk tegen strijdige of ambivalente sociale reacties, die het meest duidelijk kunnen zijn bij het nemen van afscheid of bij herenigingen. Het jonge kind kan toenadering zoeken met een afgewende blik, duidelijk wegstaren terwijl het wordt vastgehouden, of op verzorgers reageren met een mengsel van toenadering en vermijding, en verzet tegen laten troosten. De emotionele stoornis kan duidelijk zijn door een klaarblijkelijk verdriet, een gebrek aan emotionele reactiviteit, teruggetrokken reacties op hun eigen of andermans verdriet. In sommige gevallen komen vreesachtigheid en hypervigilantie (soms beschreven als ‘bevroren waakzaamheid’) voor die niet verdwijnen na troosten. In de meeste gevallen tonen de kinderen belangstelling voor de sociale interactie met leeftijdgenoten, maar het sociale spel wordt belemmerd door negatieve emotionele reacties. De hechtingsstoornis kan ook samengaan met groeistoornis of groeiachterstand (wat gecodeerd dient te worden met behulp van de geëigende somatische categorie (R62)).

    Veel normale kinderen vertonen onzekerheid in het patroon van hun selectieve hechting aan de ene of ander ouder, maar dit dient niet verward te worden met de reactieve hechtingsstoornis die hier in verschillende, cruciale opzichten van verschilt. De stoornis wordt gekenmerkt door een afwijkende vorm van onzekerheid die aan het licht treedt door opvallende tegenstrijdige sociale reacties die gewoonlijk niet aangetroffen worden bij normale kinderen. De afwijkende reacties strekken zich uit over verschillende sociale situaties en zijn niet beperkt tot een tweezijdige relatie met een bepaalde verzorger; de reactie op troosten is gebrekkig; en er is sprake van een samengaande emotionele stoornis in de vorm van apathie, verdriet, of vreesachtigheid.

    Deze toestand kan aan de hand van vijf belangrijke kenmerken onderscheiden worden van pervasieve ontwikkelingsstoornissen. In de eerste plaats hebben kinderen met een reactieve hechtingsstoornis een normaal vermogen tot sociale wederkerigheid en reactiviteit, terwijl kinderen met een pervasieve ontwikkelingsstoornis dat niet hebben. In de tweede plaats is het afwijkende patroon van sociaal reageren bij een reactieve hechtingsstoornis aanvankelijk een algemeen kenmerk van het gedrag van het kind in een verscheidenheid van situaties, maar dit vermindert in een belangrijke mate indien het kind in een normale opvoedingssituatie wordt geplaatst, met een blijvende en goed op het kind reagerende verzorging. Dit treedt niet op bij pervasieve ontwikkelingsstoornissen. Ten derde kunnen kinderen met een reactieve hechtingsstoornis een achtergebleven taalontwikkeling vertonen (van het type dat beschreven is onder F80.1), maar zij vertonen niet de afwijkende kwaliteit van de communicatie die karakteristiek is voor autisme. In de vierde plaats gaat een reactieve hechtingsstoornis in tegenstelling tot autisme niet samen met aanhoudende en ernstige cognitieve gebreken, die niet goed merkbaar reageren op verandering in de omgeving. Ten vijfde zijn voortdurend beperkte, zich herhalende en stereotiepe gedragspatronen, interesses en bezigheden geen kenmerk van een reactieve hechtingsstoornis.

    Reactieve hechtingsstoornissen ontstaan bijna altijd in samenhang met een ernstige tekortschietende verzorging van het kind. Dit kan in de vorm zijn van psychische mishandeling of verwaarlozing (zoals blijkt uit hardvochtig straffen, een aanhoudend falen om in te gaan op de toenaderingspogingen van het kind, of duidelijke onbekwame ouderlijke zorg), of van lichamelijke mishandeling en verwaarlozing (zoals blijkt uit de aanhoudende veronachtzaming van de basale lichamelijke behoeften van het kind, herhaaldelijke opzettelijke verwonding, of tekortschietende voedselvoorziening). Omdat er niet genoeg bekend is in hoeverre tekortschietende verzorging van het kind en de stoornis samenhangen, is de aanwezigheid van een verstoorde omgeving en ellende en gebrek geen vereiste voor de diagnose. Het stellen van de diagnose in de afwezigheid van bewijs voor mishandeling of verwaarlozing dient echter voorzichtig te gebeuren. Andersom dient de diagnose niet automatisch gesteld te worden bij aanwezigheid van mishandeling en verwaarlozing: niet alle mishandelde of verwaarloosde kinderen vertonen deze stoornis.

    F94.2 Ontremde hechtingsstoornis op kinderleeftijd.
    Een bepaald patroon van abnormaal sociaal functioneren dat ontstaat tijdens de eerste vijf levensjaren en dat, nadat het eenmaal is ontstaan, blijvend neigt te zijn ondanks belangrijke veranderingen in de omstandigheden. Rond de leeftijd van twee jaar komt dit doorgaans tot uitdrukking in het zich vastklampen en diffuus, niet selectief gericht hechtingsgedrag. Op de leeftijd van vier jaar is het diffuse hechtingsgedrag nog steeds aanwezig, maar het vastklampen zal in het algemeen vervangen zijn door aandacht vragen ongenuanceerde vriendelijkheid. In de middelste en latere kindertijd kunnen betrokkenen al dan niet selectieve hechtingen hebben ontwikkeld, maar het vragen om aandacht houdt vaak aan, slechte aanpassing in de omgang met leeftijdgenoten is gebruikelijk; en afhankelijk van de omstandigheden kan er ook sprake zijn van emotionele stoornissen of gedragsstoornissen. Dit syndroom is het duidelijkst aangetoond bij kinderen die van jongs af aan in instellingen zijn opgevoed, maar treedt ook op in andere situaties; aangenomen wordt dat het gedeeltelijk teweeggebracht wordt door het voortdurend ontbreken van gelegenheid tot selectieve hechting als een gevolg van de zeer regelmatige veranderingen van verzorgers. De conceptuele eenheid van het syndroom bestaat uit een vroeg begin van diffuus hechtingsgedrag, blijvende slechte sociale interacties en een ontbreken van specificiteit in situaties waarin het optreedt.

    Diagnostische richtlijnen
    De diagnose dient gebaseerd te zijn op bewijs dat het kind een ongewone mate van diffuusheid vertoont bij de selectieve hechting in de eerste vijf jaar en dat deze samengaat met aanklampend gedrag in de eerste levensjaren en/of ongenuanceerd vriendelijk en aandachtzoekend gedrag in de vroeg of middelste kindertijd. Doorgaans bestaan er moeilijkheden bij het aangaan van hechte, vertrouwde relaties met leeftijdgenoten. Er kan al dan niet sprake zijn van samengaande emotionele stoornissen en gedragsstoornissen (dit is gedeeltelijk afhankelijk van de huidige omstandigheden waarin het kind verkeert). In de meeste gevallen zal er een duidelijke voorgeschiedenis zijn waarbij de opvoeding van het kind in de eerste jaren gekenmerkt werd door een opvallend gebrek aan continuïteit in de verzorgers of door talrijke veranderingen in gezinsplaatsing (zoals bij plaatsing in steeds andere pleeggezinnen).

    ICD-10
    De tiende editie van de International Classification of Diseases (ICD-10) is de internationale standaard voor het classificeren van ziekten, gebreken en andere gezondheidsproblemen, ontwilleld door de World Health Organization. Dit boek is de Nederlandse vertaling van een uitgebreide handleiding bij hoofdstuk V van de ICD-10 en bevat een classificatie van meer dan 300 psychische stoornissen en gedragsstoornissen. Het is bedoeld voor de algemene klinische praktijk, het onderwijs en de hulpverlening. Voor iedere stoornis worden de belangrijkste klinische symptomen beschreven, aangevuld met enkele minder specifieke kenmerken. Daarna volgen de diagnostische richtlijnen die een indruk geven van het aantal en de ernst van de symptomen, nodig voor een betrouwbare diagnose. Bij veel stoornissen wordt tevens kort ingegaan op de verschillen met andere, gelijksoortige stoornissen. Het boek bevat een uitgebreide alfabetische index en een bijlage met andere stoornissen uit de ICD-10, die vaak met een psychische en gedragsstoornissen worden geassocieerd.
    Dank zij de grote hoeveelheid internationaal onderzoek die aan deze publicaties vooraf is gegaan, vormt dit boek een goede afspiegeling van de opvattingen van de meeste tradities en scholen in de psychiatrie.
    Deze vertaling is tot stand gekomen in samenwerking met verschillende instanties: de World Health Organization (WHO), de Vaste Commissie voor Classificatie en Definities (WCC), de Nederlandse Werkgroep Classificatie en Documentatie in de Kinder- en Jeugdpsychiatrie en de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (eindredactie).

    05-06-2011 om 13:31 geschreven door Webmaster

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    31-03-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Brochures en Lezingen bestellen bij de Knoop
    Genoemde prijzen zijn inclusief verzend kosten.
    U kunt de informatie online aanvragen door de onderstaande lijst in te vullen en via de verzendknop te verzenden.

    Let op: want u ontvangt in uw mailbox een link om deze binnen 24 uur te bevestigen daarna wordt de lijst pas verzonden naar het mailadres van de Knoop.
    U kunt de gevraagde informatie betalen door middel van een eenmalige machtiging of via een eigen overschrijving en dan op rekening 62.47.31.154 t.n.v. De Knoop te Emmeloord, o.v.v. de bestelcode(s), uw volledige naam en adres.

    Zodra wij uw betaling met uw volledige gegevens en het bestelformulier hebben ontvangen sturen wij binnen 10 werkdagen u de gevraagde informatie toe.

    LET OP!
    Bestelling vanuit het buitenland binnen Europa kunt u wel online aanvragen maar dan zonder een machtiging u dient dit dan ook zelf over te maken en houd u er rekening mee dat extra portokosten bij komen:
    Verzending standard tot 250 gram € 1,50 Verzending standard tot 500 gram € 2,00 Verzending priority tot 250 gram € 2,00 Verzending priority tot 500 gram € 2,95 de verzending gaat op deze manier nog wel eens mis vandaar dat wij dit even met u willen overleggen.
    De informatie kan ook: aangetekend extra zeker worden verzonden alleen is dit kosten plaatje hoger.
    Wilt u voordat u de betaling gaat doen via uw bank eerst even met ons overleggen (dit kan per mail) op welke manier u de informatie per post vanuit het buitenland wilt ontvangen zodat wij met u kunnen afspreken wat dan de porto kosten worden voor uw bestelling.
    Zodra wij uw betaling met uw volledige gegevens en het bestelformulier hebben ontvangen sturen wij binnen 10 werkdagen u de gevraagde informatie toe.

    Klik op de bijgevoegde Link http://www.redege...php?lng=nl

    31-03-2011 om 22:42 geschreven door Webmaster

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    10-11-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Reactieve hechtingsstoornis
    Reactieve hechtingsstoornis

    Een reactieve hechtingsstoornis is een psychische aandoening die in het DSM-IV is ingedeeld bij de ontwikkelingsstoornissen. De aandoening ontwikkelt zich in de eerste vijf levensjaren. Het DSM-IV onderscheidt het geremde (waakzaam, terughoudend) en het ongeremde type (gebrek aan onderscheid). In het ICD-10 is het ontremde type afzonderlijk beschreven (F94.2).

    Kinderen die aan deze stoornis lijden, slagen er niet in om zich op een gepaste wijze emotioneel te hechten aan hun ouders of anderen die voor hun zorgen. De oorzaak kan liggen in verwaarlozing of mishandeling (geestelijk of lichamelijk), maar kan ook ontstaan als het kind niet voldoende gelegenheid krijgt om emotionele banden te vormen, bijvoorbeeld als het regelmatig andere verzorgers krijgt.

    Emotioneel zijn de relaties van het kind korter en oppervlakkiger dan normaal. Het reageert op jongere leeftijd teruggetrokken of overdreven waakzaam. Ook zijn de reacties vaak onvoorspelbaar: het kind wijst soms toenadering van verzorgers af, is vaak overdreven waakzaam of verzet zich tegen troosten, gedraagt zich teruggetrokken en kan sociaal geïsoleerd raken (geremde type). Op wat oudere leeftijd maakt het kind vaak te weinig onderscheid tussen vertrouwde en onbekende personen (ontremde type). Soms slaat het gedrag om in een korte, maar zeer sterke aanhankelijkheid, ook bij relatief onbekenden. Het kind is verminderd gevoelig voor straf of pogingen het gedrag te corrigeren.

    De reactieve hechtingsstoornis is gevoelig voor comorbiditeit, dat wil zeggen dat deze gepaard kan gaan met of oorzaak kan zijn van andere stoornissen. Zo kunnen groei-, leer- en eetstoornissen (bv. pica) optreden.

    Een verleden van RHS speelt op later leeftijd soms een rol bij het ontstaan van angst- of gedragsstoornissen..

    Voor diagnose moet worden vastgesteld dat er geen sprake is van mentale retardatie of een pervasieve ontwikkelingsstoornis.

    10-11-2010 om 19:48 geschreven door Webmaster

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (7 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    19-09-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bindingsangst

    Bindingsangst

    Herkent u dit?

    De pijn door het einde van uw vorige relatie is nog altijd heftig. U bindt zich liever niet meer om nog meer pijn te voorkomen. U blijft oppervlakkig in uw nieuwe relatie, u durft zich niet te geven of u begint er zelfs helemaal niet meer aan.

    Start u toch een nieuwe relatie? Dan hebt u allerlei strategieën om u in te dekken. Soms doet uw partner dat ook. Mooie momenten afzwakken. Het uiterlijk van uw partner innerlijk bekritiseren. Complimenten van de ander wantrouwen. Flirten met anderen om het gevoel te hebben nog in trek te zijn, mocht de relatie toch ooit mislukken. Om bindingsangst adequaat op te lossen komt groepscoaching het eerst in aanmerking.

    Een dergelijke relatie heeft weinig kans van slagen. De angst voor de mislukking van de relatie werkt als een voorspelling die zichzelf vervult.

    Hoe ontstaat het?

    De angst om zich aan iemand te binden is tegenwoordig een van de grootste struikelblokken in relaties. De boosdoener is altijd een teleurstelling in het verleden: een verstoorde emotionele band met de ouder(s) of een mislukte relatie.

    Hoe komt u ervan af?

    Bent u uitermate gemotiveerd om iets van uw leven en relatie te maken? Dan hebt u met Mind Tuning® een grote kans van slagen.

    Wat is de beste training?

    Gewoonlijk voldoet groepscoaching uitstekend. Persoonlijke coaching heeft een exclusief karakter en is niet echt noodzakelijk. Wilt u héél snel uw persoonlijke coaching? Overweeg vipcoaching.

    19-09-2010 om 14:42 geschreven door Webmaster

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    15-02-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Meetbare littekens op de ziel
    dinsdag, 27 januari 2009 03:06 Asha ten Broeke 

    Bron:borderlinecase

    ‘Borderlinoloog' noemt dr. Thomas Rinne zichzelf wel eens gekscherend. Hij deed namelijk tien jaar lang onderzoek naar de effecten van jeugdtrauma's onder patiënten met een borderline persoonlijkheidsstoornis. Het proefschrift dat daar vorig jaar uit resulteerde, werd alom bejubeld en heeft hem inmiddels al drie prijzen opgeleverd.

    Rinne promoveerde in Amsterdam en is in september vorig jaar in het LUMC komen werken. Met onderzoek onder ‘borderliners' houdt hij zich sindsdien niet meer bezig, en dat vindt hij best jammer. "Toch sluit wat ik hier doe heel goed aan bij mijn promotieonderzoek, want ik kijk ook hier naar de gevolgen van jeugdtrauma's. Of je dat bij een borderliner doet of bij iemand zonder die stoornis, blijkt voor bepaalde hersenveranderingen weinig uit te maken." Een traumatische jeugd geldt wel als een sterke risicofactor om later een borderline-persoonlijkheid te ontwikkelen. Zestig procent van de borderliners is als kind langdurig mishandeld of seksueel misbruikt.

    Lastige mensen
    Rinne deed onderzoek naar afwijkingen in de biochemie van de hersenen van borderlinepatiënten. "In het verleden is er al veel onderzoek gedaan naar het verband tussen impulsiviteit en de signaalstof serotonine in de hersenen. Die stof speelt onder meer een belangrijke rol bij het leren en bij het onder controle houden van angstgevoelens. Serotonine maakt deel uit van een regulatiesysteem in de hersenen, dat het serotonerge systeem wordt genoemd. Ik vroeg me af of dat systeem verstoord is bij borderliners, die immers ook impulsief en agressief zijn. Dat was nog nooit expliciet vastgesteld." Borderliners zijn lastige mensen, ook voor zichzelf. Rinne zegt het voorzichtig: "De behandeling van borderline patiënten stelt nogal hoge eisen aan het uithoudingsvermogen van de behandelaar." Psychiaters die onderzoek willen doen, richten zich ook liever op andere patiënten.

    Alleen vrouwen
    Hoewel een borderline persoonlijkheidsstoornis zowel onder mannen als onder vrouwen voorkomt, onderzocht Rinne louter vrouwen. Dat had een praktische reden, zegt hij: "In de hulpverlening zie je veel meer vrouwen dan mannen met de stoornis. Mannelijke borderliners komen door hun gedrag vaker in het justitiële circuit terecht. Zij richten hun agressie in het algemeen meer naar buiten dan vrouwen." Al het onderzoek dat tot dan toe was gedaan aan de relatie van impulsiviteit en agressiviteit met het serotonerge systeem, is onder mannen uitgevoerd, voegt hij toe. "Het zou dus best kunnen dat mijn bevindingen alleen voor vrouwelijke borderliners opgaan."

    Seksueel misbruik
    Wat zijn die bevindingen? "Als je kijkt naar het serotonerge systeem, valt de groep duidelijk in twee delen uiteen: één met een normaal functionerend serotonine systeem en één met een ernstig verstoorde reactie. Die groep van de borderliners met een afwijkende serotoninehuishouding bleek te bestaan uit vrouwen die als kind langdurig waren mishandeld of seksueel misbruikt. In tegenstelling tot wat eerder bij mannen was gevonden, ging de verstoring in dit hormoonsysteem niet samen met impulsief en agressief gedrag. Het lijkt er dus op dat sekseverschillen een rol spelen. Dat zou bijvoorbeeld aan de mannelijke hormonen kunnen liggen."

    Rinne peilde de reactie van het serotonerge systeem met een zogenaamde provocatietest, waarbij een stof wordt ingespoten en vervolgens de concentraties van andere stoffen in het bloed worden gemeten. Het is een breed geaccepteerde maat voor het functioneren van het serotonerge systeem.

    Hardwareprobleem
    "Ik vond dus een duidelijk verband tussen jeugdtrauma's en het functioneren van het serotonerge systeem, maar opmerkelijk genoeg was er geen correlatie te vinden tussen dat functioneren en de mate van impulsief en agressief gedrag. Canadese onderzoekers hebben het onderzoek gerepliceerd en hetzelfde gevonden. Bovendien zagen ze hetzelfde bij mensen zonder borderlinestoornis. Kindermishandeling laat dus ook zijn sporen na bij mensen die later geen borderlinestoornis ontwikkelen." Rinne probeerde of behandeling met het middel fluvoxamine het serotonerge systeem kon normaliseren, maar dat bleek niet het geval. "Het is een stabiele afwijking. Een hardwareprobleem, zou je kunnen zeggen, geen fout in de software."

    Plankgas
    In een vervolgstudie nam de psychiater het stresshormoonsysteem van borderliners onder de loep. Ook bij dat systeem bleken de afwijkingen niet zozeer samen te hangen met de borderlinestoornis, maar vooral een sterk verband te tonen met langdurige mishandeling en misbruik als kind. "Het systeem is hyperactief. Je zou kunnen zeggen dat het gaspedaal ervan te gemakkelijk doorschiet, meteen naar plankgas. Dat zie je terug in het gedrag: er hoeft maar dít te gebeuren en de persoon schiet in de stress. En chronische stress geeft een grote kans op depressie." Hier heeft Rinne wel goed nieuws: een behandeling met fluvoxamine normaliseerde het stresshormoonsysteem van de langdurig getraumatiseerde patiënten volledig, en kan dus waarschijnlijk de kwetsbaarheid voor stress en het risico van depressie verkleinen.

    Leed besparen
    Fluvoxamine is, net als het bekende Prozac, een SSRI (selectieve serotonine heropname remmer). Waarschijnlijk geldt Rinne's conclusie voor deze hele klasse van middelen. Medicijnen alleen zijn trouwens niet genoeg, vindt hij: "Je moet deze mensen ook altijd met psychotherapie behandelen. Er zijn programma's voor cognitieve gedragstherapie die goed helpen. Voorkomen is echter beter dan behandelen - van genezen kun je niet echt spreken. Daarom kun je het niet vaak genoeg zeggen: er is veel meer aandacht nodig voor kindermishandeling én voor de behandeling van die kinderen. Je bespaart hen en hun omgeving daarmee veel leed, want de gevolgen kunnen levenslang doorwerken. Voor zover ik weet ben ik de eerste geweest die heeft aangetoond dat die neuro-endocriene gevolgen na dertig jaar nog meetbaar aanwezig zijn."

    ___________________________________________________________________________

    Een borderline persoonlijkheidsstoornis betekent dat je met je persoonlijkheid op het randje zit. Wat houdt die stoornis nu precies in? Psychiater dr. Thomas Rinne: "Het zijn mensen met een verstoorde regulatie van hun stemmingen, die agressie en andere impulsen slecht kunnen onderdrukken. Vaak hebben ze ook andere psychiatrische problemen, zoals posttraumatische stressstoornis, eetstoornissen, angststoornissen en depressie. Hun agressie kan zich uiten als gewelddadig gedrag tegen anderen, maar het kan zich ook tegen henzelf keren in de vorm van roekeloos gedrag, zelfverminking en pogingen tot zelfdoding. Het zijn kwetsbare mensen, ook omdat ze door hun gedrag vaak in relaties terechtkomen waarin ze mishandeld worden." Dit geldt waarschijnlijk zelfs voor kindermishandeling, denkt Rinne. "Bij het ontstaan van een borderlinestoornis hebben genetische factoren veel invloed, blijkt uit tweelingonderzoek. De borderline persoonlijkheidsstoornis wordt ook als een vroege hechtingsstoornis beschreven. Het is goed denkbaar dat het verstoorde hechtingsgedrag dat deze mensen als kind vaak vertonen, ervoor zorgt dat hun ouders zich ook minder aan hén hechten. Met soms mishandeling of verwaarlozing tot gevolg, wat het kind natuurlijk niet aangerekend mag worden." Van onderzoek bij couveusekinderen is bekend dat er een relatie bestaat tussen gestoorde hechting en mishandeling: vroeggeboren kinderen hadden door hun couveusetijd vroeger meer hechtingsproblemen dan hun leeftijdgenoten, en werden ook vaker mishandeld. Rinne: "Tegenwoordig worden de ouders van couveusekinderen al vroeg begeleid en probeert men de hechting te bevorderen."

    ___________________________________________________________________________

    Dieper inzicht
    In het LUMC zal Rinne verder onderzoek doen naar de gevolgen van (chronische) psychotrauma's. Bij traumagerelateerde aandoeningen, zoals depressie en posttraumatische stressstoornis, gaat hij afwijkingen in de aansturing en de functie van het stresshormoonsysteem bekijken. Het ontwikkelen van nieuwe behandelstrategieën, met medicijnen die direct op dat stresshormoonsysteem inwerken, zullen daarbij een belangrijke plaats innemen. Rinne: "Door de werkingsmechanismen van deze nieuwe medicamenten te onderzoeken kunnen we ook diepere inzichten krijgen over de stoornissen in het stresshormoonsysteem." De kans bestaat dat ook borderline-patiënten daar ooit van zullen profiteren.

    http://www.borderlinecase.nl/index.php/artikelen/borderline/188-meetbare-littekens-op-de-ziel.html

    15-02-2010 om 23:29 geschreven door Webmaster

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    12-02-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Verlatingsangst

    Verlatingsangst: 'Help, waar is mama?'

    Hartverscheurend, je kindje dat met dikke tranen achter het raam naar je staat te roepen. Hij wil niet alleen gelaten worden en gaat al huilen als je in een andere kamer bent. Hoe deal je met de verlatingsangst van je uk?

    De meeste kindjes krijgen rond de twaalfde en veertiende maand last van verlatingsangst. Ze zijn bang om alleen gelaten te worden. De eerste tranen biggelen al over hun wangen als je uit het zicht verdwijnt. Je kindje gaat op deze leeftijd steeds meer ontdekken van de wereld om hem heen. Op zijn ontdekkingstocht raakt hij steeds meer weg uit zijn vertrouwde omgeving. De wereld blijkt dan ineens ook wel erg groot. Voor zijn gevoel ben jij het enige veilige toevluchtsoord dat hij heeft. Als jij er dan niet bent, heeft hij geen houvast meer.

    Geen aandacht
    Als je kindje bang is als je even het huis uit gaat of hem achterlaat bij de crèche is dat heel vervelend. Vaak nog erger voor jou dan voor je uk. Jij wilt hem het liefst troosten en meteen weer mee naar huis nemen. Alleen is dit niet de juiste aanpak. Het beste is om niet te veel aandacht en ruimte aan de verlatingsangst te geven. Als jij er een big deal van maakt, denkt je kindje dat er echt iets aan de hand is. Op deze manier versterk je zijn angstgevoel alleen maar.

    Wees duidelijk
    Barst je dreumes in huilen uit als je hem ergens achterlaat? Glip er dan niet zomaar tussen uit in de hoop dat hij het niet ziet. Zo geef je hem alleen nog maar meer reden om de grote boze buitenwereld niet te vertrouwen. Beter is om je kindje even op schoot te nemen. Troost hem en vertel duidelijk wat er gaat gebeuren en maak een afspraak met hem. Vertel hem bijvoorbeeld dat mama even weg gaat, maar dat hij lekker gaat spelen bij tante Marieke. Maak een afspraak zoals: ‘Mama komt je weer ophalen als de dvd is afgelopen’. Maak het begrijpelijk voor hem.

    Fantasie
    Je kunt je kindje ook helpen met het overwinnen van zijn angst door fantasie te gebruiken. Als jij er niet bent, beschermt zijn liefste knuffelbeer hem misschien wel. Of een liedje dat hem rustig maakt en waarna hij kan luisteren als hij bang is. Een foto van jullie samen op het oppasadres wil ook nog wel eens helpen. Spelletjes als kiekeboe en verstoppertje leert je uk ook dat mensen en dingen niet weg zijn als je ze niet meer ziet.

    Fase
    Hoelang de fase duurt is verschillende per kind. Rond het eerste levensjaar is het normaal dat kindjes deze angst ontwikkelen. Dit is natuurlijk een gemiddelde. Sommige kindjes krijgen het pas veel later, andere hebben er helemaal geen last van. Hoe lang de fase duurt varieert ook. Er zijn kindjes die er na een paar jaar lagere school nog last van hebben. Maar als het goed is, komt iedere uk deze angst vroeg of laat te boven.

     http://www.mamaenzo.nl/moederschap/ontwikkeling/artikel/verlatingsangst-help-waar-is-mama

    12-02-2010 om 00:00 geschreven door Webmaster

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    20-10-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.2e Themabijeenkomst over: De vroege hechting van baby’s

    LANDELIJKE Themabijeenkomst

     

    Woensdag 25 november 2009

     

    In de Martuskerk aan de Copernicusstraat 18 te Amersfoort.

     

     Drs. R. Verdult zal spreken over:

     

    De vroege hechting van baby’s

     

    Drs. R. Verdult is Psycholoog - Psychotherapeut en Babypsychotherapeut

     

    Inleiding

     

    In de klassieke hechtingstheorie wordt het begin van hechting gesitueerd in het vierde kwartaal van het eerste levensjaar. Er zijn echter steeds meer wetenschappelijke en klinische bevindingen die aantonen dat hechting veel vroeger begint, en wel vóór en tijdens de geboorte. Blauwdrukken voor latere hechtingspatronen worden tijdens het prenatale leven reeds gevormd. Het hechtingsgedrag dat zichtbaar wordt vanaf de bekende eenkennigheidsfase  heeft daarom een intense  voorgeschiedenis.  Onmiddellijk na de geboorte vertoont een baby  hechtingsgedrag;  hij verlangt naar het herstel van lichamelijk affectief contact  en hij is in staat signalen te geven om dit te bewerkstelligen.  De basis voor dit vroege hechtingsgedrag wordt gelegd in de prenatale relatie tot het lichaam en de psyche van de vrouw die hem  negen maanden gedragen heeft en met wie hij negen maanden in symbiose heeft samengeleefd . Het hechtingspatroon van de baby is herkenbaar aan zijn signalen, zoals hyper- of hypo arousal. Deze ‘arousal’-patronen, die samenhangen met de klassieke hechtingspatronen, kunnen in verband gebracht worden met de reacties van de baby op prenatale stress.

     

    In zijn praktijk van babypsychotherapie werkt Drs. R. Verdult met baby’s waarbij deze vroege hechting verstoord is geraakt tijdens de zwangerschap of tijdens de geboorte. Het is een vorm van lichaamsgerichte psychotherapie waarin de baby de kans krijgt om zijn ‘verhaal’ te vertellen. Zijn lichaam is een groot expressief instrument waarmee hij uitdrukking kan geven aan zijn emotionele belastingen. De behandeling bestaat uit het herbeleven van de zwangerschap en van de geboorte.

     

    In deze voordracht komen aan bod: de geschiedenis van vroege hechting, de hechtingssignalen van baby’s, verstoringen van hechting tijdens de zwangerschap door prenatale stress en tijdens de geboorte door medische interventies, babypsychotherapie als vorm van traumatherapie.

     

    Drs. R. Verdult  (°1953) studeerde ontwikkelingspsychologie aan de universiteit van Groningen. Hij volgde een opleiding cliëntgerichte psychotherapie. In begin negentiger jaren raakte hij geïnteresseerd in prenatale psychologie en met name de vroege hechtingsrelaties van foetussen en baby’s. In Zwitserland  volgde hij  een opleiding tot prenatale psychotherapeut voor volwassenen en baby’s bij William Emerson en Karlton Terry. Hij werkt samen met zijn partner Gaby Stroecken in zijn eigen psychotherapiepraktijk met volwassenen en baby’s van 1- 18 maanden. Hij is lid van de adviesraad van de ISPPM (International Society of Prenatal en perinatal Psychology and Medicine).

     

    PROGRAMMA

     

    18.30-19.15 uur                         Ontvangst met koffie/thee

     

    19.15 uur                    Welkomstwoord

    door de heer G. van der Weide, voorzitter van De Knoop

     

    19.30 uur                      Inleiding door Drs. R. Verdult  

    ‘De vroege hechting van baby’s’

     

    20.30 uur                      Pauze

    Gelegenheid tot het opstellen van vragen en bezoek aan de informatiestand van ‘De Knoop’

     

    21.00 uur                      Beantwoorden van de vragen en mondelinge gedachtenwisseling

     

    ca. 22.00 uur                 Afsluiting

    door de heer G. van der Weide.

     

     

    Aanmelden

     

    U kunt zich tot vrijdag 20 november 2009 aanmelden door middel van het (bijgevoegde) inschrijfformulier.

     

    De toewijzing van aanmeldingen vindt plaats op volgorde van binnenkomst. Na ontvangst van zowel de betaling als het inschrijfformulier voor vrijdag 20 november 2009 ontvangt u uiterlijk maandag 23 november 2009 per email een bevestiging van inschrijving en tevens uw toegangskaart(en).

     

    Toegangsprijs

     

    De entree bedraagt € 12,50, inclusief koffie of thee.   

    Voor de leden van De Knoop is de toegang gratis.

     

    Locatieadres

     

    De landelijke thema-avond wordt gehouden in de: Martuskerk aan de Copernicusstraat 18 te Amersfoort. 

     

    Informatiestand

     

    De informatiestand van De Knoop waar brochures, lezingen en boeken te koop zijn tijdens de bijeenkomst.

     

    Routebeschrijving en parkeren

     

    Voor een route beschrijving kunt u ook terecht op: http://www.routenet.nl/

    Op de Leusderweg kunt u vrij parkeren bij de winkels. Ook is er parkeerruimte op het Juliana van Stolbergterrein,

     

    Openbaar vervoer

     

    Voor informatie over vertrek en aankomsttijden van het openbaar vervoer kunt u terecht op: http://www.9292ov.nl

     

    Wij hopen u op 25 november 2009 te mogen begroeten.

     

    Houdt U er wel rekening mee dat wij stipt op tijd beginnen.

     

    Wilt u zo vriendelijk zijn deze uitnodiging en het inschrijfformulier te verspreiden binnen uw organisatie.

     

    De uitnodiging en het inschrijfformulier kunt u ook vinden op de website: http://www.deknoop.org

    20-10-2009 om 00:00 geschreven door Webmaster

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-07-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.'De vroege hechting van baby's'

    PERSBERICHT

     

     

    Betreft: Landelijke themabijeenkomst over de vroege hechting van baby’s op woensdagavond 28 oktober 2009

     

    Drs. R. Verdult zal spreken over: ‘ De vroege hechting van baby’s’

     

    De Knoop, op woensdag  28 oktober 2009  in de Martuskerk aan de Copernicusstraat 18  te Amersfoort

     

    De bijeenkomst is bedoeld voor een ieder die zich wil informeren en/of betrokken is bij hechtingsstoornis /problemen.

     

     

    Drs. R. Verdult is: Psycholoog – Psychotherapeut en Babypsychotherapeut

     

    Inleiding

     

    In de klassieke hechtingstheorie wordt het begin van hechting gesitueerd in het vierde kwartaal van het eerste levensjaar. Er zijn echter steeds meer wetenschappelijke en klinische bevindingen die aantonen dat hechting veel vroeger begint, en wel vóór en tijdens de geboorte. Blauwdrukken voor latere hechtingspatronen worden tijdens het prenatale leven reeds gevormd. Het hechtingsgedrag dat zichtbaar wordt vanaf de bekende eenkennigheidsfase  heeft daarom een intense  voorgeschiedenis.  Onmiddellijk na de geboorte vertoont een baby  hechtingsgedrag;  hij verlangt naar het herstel van lichamelijk affectief contact  en hij is in staat signalen te geven om dit te bewerkstelligen.  De basis voor dit vroege hechtingsgedrag wordt gelegd in de prenatale relatie tot het lichaam en de psyche van de vrouw die hem  negen maanden gedragen heeft en met wie hij negen maanden in symbiose heeft samengeleefd . Het hechtingspatroon van de baby is herkenbaar aan zijn signalen, zoals hyper- of hypo arousal. Deze ‘arousal’-patronen, die samenhangen met de klassieke hechtingspatronen, kunnen in verband gebracht worden met de reacties van de baby op prenatale stress.

     

    In zijn praktijk van babypsychotherapie werkt Drs. R. Verdult met baby’s waarbij deze vroege hechting verstoord is geraakt tijdens de zwangerschap of tijdens de geboorte. Het is een vorm van lichaamsgerichte psychotherapie waarin de baby de kans krijgt om zijn ‘verhaal’ te vertellen. Zijn lichaam is een groot expressief instrument waarmee hij uitdrukking kan geven aan zijn emotionele belastingen. De behandeling bestaat uit het herbeleven van de zwangerschap en van de geboorte.

     

    In deze voordracht komen aan bod: de geschiedenis van vroege hechting, de hechtingssignalen van baby’s, verstoringen van hechting tijdens de zwangerschap door prenatale stress en tijdens de geboorte door medische interventies, babypsychotherapie als vorm van traumatherapie.

     

     

    Over De Knoop:
    De Knoop is een algemene landelijke vereniging voor hechtingsstoornissen/Geen-Bodem-Syndroom(GBS).
    Kenmerkend voor de Knoop is dat ze zich inzet voor ondersteuning, preventie, herkenning en erkenning door middel van informatie, onderling contact en themabijeenkomsten. Doel is naast de ondersteuning van de leden om de problematiek van de hechtingsstoornis onder de aandacht te brengen en te houden bij de hulpverlening, de politiek en de media. Erkenning te krijgen voor hechtingsstoornissen bij specialisten en in wetenschappelijke kringen is bitter nodig om de theorie en de praktijk van de hulpverlening op een hoger peil te krijgen.


    De bijeenkomst wordt gehouden op woensdag 28 oktober 2009 aanstaande in de Martuskerk aan de Copernicusstraat 18, 3817 VJ te Amersfoort. De avond begint om 19.15 uur en zal duren tot +/- 22.00 uur, de zaal is open vanaf 18.30 uur.

    Tot vrijdag 21 oktober kunt u zich aanmelden, de toegang bedraagt € 12,50, voor de leden van de Knoop gratis. 

    Zie voor de uitnodiging, het inschrijfformulier en routebeschrijving op de website van De Knoop, www.deknoop.org of neem contact op met De Knoop, tel: 0527-614504

     

     

    Noot voor redactie:
    Wilt u een interview en/of een uitnodiging voor de landelijke themabijeenkomst ontvangen dan kunt u contact opnemen met: Secretariaat De Knoop, Rita Hendriks telefoon: 0527 – 614504 /  06-22475835 /email: info@deknoop.org

    Uitgebreide informatie is ook  te vinden op de website van de vereniging: http://www.deknoop.org / forum:
    www.hechtingsstoornis.nl

    01-07-2009 om 00:22 geschreven door Webmaster

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)

    Archief per week
  • 29/10-04/11 2012
  • 27/06-03/07 2011
  • 30/05-05/06 2011
  • 28/03-03/04 2011
  • 08/11-14/11 2010
  • 13/09-19/09 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 19/10-25/10 2009
  • 29/06-05/07 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 10/11-16/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !

    Mijn favorieten
  • seniorennet.nl
  • Hechtingsprobleem
  • Hechtingsproblemen

    Willekeurig SeniorenNet.nl Blogs
    sprokkels
    blog.seniorennet.nl/sprokke
    Zoeken met Google




    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.nl - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jou eigen blog!