Donderdag 21 januari 2021
Jacobus Joannes Mol, pastoor in Dorst.
In dat gezin was een jongen geboren: Jacobus Joannes.
Vader Petrus Mol en moeder Antonia Hoevenaars kregen 8 kinderen:
Cornelia, Helena, Anna, Willem, Antonia, Petrus, Hubertus en Jacobus.
Zij woonden in de Kerkstraat, huisnummer 65.
Vader was gemeente-secretaris en ontvanger van de belastingen.
Later Rijksontvanger van de Directe Belastingen, griffier en vertaler.
De getuige bij zijn geboorte-aangifte was Gregorius Schrauwen, schoolonderwijzer.
En Cornelis van Gestel; hij was kuiper van beroep.
De naam Jacobus was in 1821 een populaire jongensnaam.
Na het lager onderwijs ging Jacobus studeren; hij wilde priester worden.
Zijn priesterwijding was op 17 mei 1845 .
Het jaar daarop werd hij benoemd als kapelaan / assistent te Rijen.
In 1854 werd hij benoemd als kapelaan in Hoeven.
En zoals dat met veel kapelaans ging: hij werd pastoor, in Stoppeldijk op 24 juni 1856 .
9 mei 1867 werd Jacobus Mol benoemd als pastoor te Dorst.
Hij volgde daar pastoor van Kakerken op.
Daar was hij verbonden aan de Sint Marcoenkerk (Sint Marculphuskerk).
Dit was een zogenaamde Waterstaatkerk en stond aan de Kapelhof.
Ongetwijfeld zal hij de verering van de heilige Marcoen hebben gestimuleerd.
Zijn werkzaamheden waren heel verschillend.
Elke dag voorgaan in een dienst en op zondagmiddagen in het lof.
Wekelijks bij mensen in de biechtstoel de biecht afnemen; hun fouten werden vergeven.
Zoeken naar misdienaars, een koster, een huishoudster.
Overleg met bijvoorbeeld een koor, dirigent, kerkelijke groeperingen.
Voorgaan bij huwelijksdiensten en uitvaartdiensten.
De financieen van de parochie bijhouden.
Zoeken naar vrijwilligers voor het werk in de kerk.
Soms het geven van godsdienstles op de lagere school in Dorst.
Op ziekenbezoek gaan en aan stervenden het heilig oliesel geven.
Op huisbezoek gaan bij parochianen.
Gesprekken met aanstaande bruidsparen.
De jaarlijkse processie op 1 mei ivm Sint Marcoen (diens sterfdag).
In de tijd van pastoor Mol was er in Dorst een grote Marcoenverering.
Mensen kregen in de kerk een handoplegging en er werd gebeden tot Marcoen.
Dit werd gedaan om ze te genezen of te behoeden van/voor het koningszeer.
In het dorp was het dan ook kermis; die dag werd Meikesdorst genoemd.
Op 9 oktober 1884 overleed deze pastoor.
Zijn graf is nog steeds te vinden op het Marcoenkerkhof; met gietijzeren kruis.
De opvolger van pastoor Mol werd pastoor Adrianus den Ronden.
Geschreven door Ad Bol om 10:40





