Prins Kroondomein.


Het is een rare gewaarwording om hartje zomer omringd te zijn door maar liefst vier Prinsen Carnaval. Nog maar een fractie van het aantal die op de muur waren geportretteerd. Ik zat in een heuse Prins Carnavalburcht. Een kroeg in het zuiden des Lands. Die dag had ik er een fantastische wandeltocht gelopen en had, speciaal daarvoor een kamer in de omgeving geboekt. Niet alleen om van de zonovergoten dagen te genieten, maar om ’s avonds ook een lekker biertje onder de Limburgers te drinken. Dat deed ik in het café waar die middag ook start en finish van de wandeltocht was. Het was mij toen al opgevallen dat er heel wat foto’s hingen van Prinsen Carnaval. Hier moest het wel een carnavalspaleis zijn, waar het ’s avonds ongetwijfeld goed toeven is. Leuk om eens in het hart van de echt dol dwaze februaridagen te zitten.
Om snel aansluiting bij de cafégangers te krijgen had ik, zoals voor mij gebruikelijk, voor een plekje aan de riante bar gekozen. Ondanks dat het nog maar net zeven uur was, was de bar behoorlijk bezet. Leek het op een uit de tijd gelopen bitteruurtje, zeker als je de bierdrinkers daarbij aanschouwde. Naast mij zat, naar ik ‘m hoorde aanspreken, Sjefke. Een dialectrijk prater. Verrassend genoeg richtte hij zich plotseling tot mij in bijna perfect Nederlands. “Je verstaat ons zeker niet Ollander?””Nee, niet zo goed, ik weet alleen dat jullie het over een paar mooie vrouwen hebben”. Er volgde een lachsalvo. “Ja da’s niet moeilijk te raden, Ollander, het gaat aan de bar altijd over drank, vrouwen en motoren. Waar komt u eigenlijk vandaan?” “Uit Den Haag”, noemde ik voor het gemak maar mijn geboortestad. “Ahh, een prachtstad, als jongen logeerde ik daar vaak bij mijn neefje”. “Vandaar dat je zo goed Hollands spreekt”, complimenteerde ik hem als beloning voor het pilsje wat namens hem voor mij werd neer gezet. “Proost!”
Ik liet voor het ploegje mannen later ook een biertje neerzetten, want waar zij konden betrokken zij mij in hun verhalen. Gelukkig lach ik makkelijk, wat mij bij de onverstaanbare teksten goed van pas kwam. Soms begreep ik ze, soms lachte ik mee.
Inmiddels waren er al heel wat biertjes van steeds weer een nieuwe afzender neergezet. Ik viel in het pulletje, wat ik ongetwijfeld aan mijn Haagse tongval heb te danken. Met dank aan Koot en Bier, of misschien wel aan Barbie, Sterretje en Joker van Oh Oh Cherso. De klappen op mijn schouder konden niet uitblijven. “Je moet hier met Carnaval komen Ollander”, werd er al een volgende ontmoeting geopperd. Voor mij een mooi moment om over al die Prinsen Carnaval aan de muur te beginnen. In een kakofonie aan Limburgse teksten kreeg ik van bijna alle mannen tegelijk uitleg over die Prinsen en deze kroeg. “Zo, zo een echt Prins Carnavaldomein. Een betiteling die de Limburgers met opnieuw een biertje beloonden, niet nadat de vier Prinsen Carnaval van de laatste jaren zich aan mij hadden voorgesteld. De anekdotes bleven toen ook niet uit, met natuurlijk een hoog drank-vrouwen-en-motorengehalte. “Kom volgend jaar nou maar gewoon hier naar toe!” “Oké, maar dan wil ik wel de Prins Carnaval zijn, Prins Kroondomein de eerste. Nadat ik die naamskeuze had verklaard leek de deal te worden gesloten. Tenminste, ik kreeg weer zo’n flinke klap op m’n schouder. “We houden een fotolijstje voor je leeg Ollander”.
Jammer dat ik helemaal niet van Carnaval houd.















Mijn buitenlandgevoel werd verder aangewakkerd in
de mooie kroeg van start en finish. Conform mijn bestelling kreeg ik een heel
mooie biertje uitgeserveerd. Het viel mij direct op dat het niet zo’n
twee-slokken-biertje uit de Randstad was. Nee, een mooi vol glas, prima
getapt, waarop ook nog eens de inhoud in centiliters stond aangegeven, 0.3
cl. Wat een verademing.









