Naar de inhoud

Psychiatrie informatie

Psychiatrie informatie biedt informatie voor cliënten & betrokkenen over de mogelijkheden binnen de GGZ Geestelijke Gezondheidszorg
akke.beakke.be

Wet Bopz



Bopz - Bijzondere opnemingen psychiatrische ziekenhuizen
 

 

 

 

 

Uitgebreide informatie  Wet Bopz 

 

Voorlopige machtiging Artikel 2

Wie verzoekt?

De officier van justitie. Dat kan ambtshalve (d.w.z. uithoofde van zijn beroep) of op verzoek van de familie van betrokkene, zijn wettelijk vertegenwoordiger of zijn partner.

Wie verleent?

De rechter verleent de machtiging. Er is geen mogelijkheidvoor hoger beroep tegen deze beslissing. Alleen cassatie van de beslissing door de Hoge Raad, de hoogste rechter in Nederland, is mogelijk.

Doel?

Het wegnemen van het gevaar dat door de geestesstoornis wordt veroorzaakt.

Bij verzorgingstehuizen, instellingen voor verstandelijk gehandicapten en psychogeriatrische

verpleegtehuizen is de zorg voor betrokkene het primaire doel en niet het behandelen met het oog op het verbeteren van de geestesstoornis.

Eisen?

• De betrokkene heeft een geestesstoornis;

• Dóór deze geestesstoornis veroorzaakt hij een gevaar voor zichzelf of zijn omgeving(ook wel ’causaal verband’ genoemd);

• Dat gevaar kan alléén worden afgewend door opname in een psychiatrisch ziekenhuis;

• De betrokkene is ouder dan 12 jaar;

• En is niet bereid tot een vrijwillige opname.Uit de term ‘de nodige bereidheid’ wordt afgeleid dat de rechter enige ruimte heeft bij het toetsen of betrokkene bereid is tot opneming en verblijf. Maar,niet behandeld willen worden, is iets anders dan niet opgenomen willen worden. Dat is formeel geen criterium dat de rechter hoeft te toetsen.

Duur?

Maximaal zes maanden. De termijn begint te lopen op de dag dat de rechter de machtiging afgeeft.

De duur van bijvoorbeeld een voortgezette inbewaringstelling – eventueel voorafgaand aan de voorlopige machtiging – telt hierbij dus niet mee.Binnen veertien dagen na de dag van afgifte moet opname op basis van de machtiging volgen, anders verliest de machtiging zijn geldigheid. Om de betrokkene dan nog op te kunnen nemen, is een nieuwe machtiging nodig.Verlenging van de voorlopige machtiging is mogelijk.Dan moet er een machtiging voortgezet verblijf worden gevraagd. Verlenging met een nieuwe voorlopige machtiging is niet mogelijk.

Rechtspraak

• Een stempel van een handtekening onder een geneeskundige verklaring is geen handtekening.

• Het horen van de betrokkene zelf over het verzoek van de officier van justitie is een fundamenteel recht, waarvan alleen bij hoge uitzondering mag worden afgeweken.

• Het oproepen van de betrokkene gaat niet zover dat de rechter hem moet (laten) opsporen als zijn verblijfplaats onbekend is. Het enkel sturen vaneen oproepingsbrief is echter onvoldoende.

• Als de geneesheer-directeur bevoegdheden wil mandateren, hetgeen slechts zeer beperkt is toegestaan, moet dat in ieder geval volgens een schriftelijk door het bestuur van het ziekenhuis opgesteld protocol.

• De rechter mag nooit afgaan op oude gegevensmaar moet zich altijd baseren op feiten en

omstandigheden die zich ten tijde van de beslissing voordoen.

 

 

Voorwaardelijke machtiging Artikel 14a Wet Bopz

Wie verzoekt?

De officier van justitie. Dat kan ambtshalve (d.w.z. uithoofde van zijn beroep) of op verzoek van de familie van betrokkene, zijn wettelijk vertegenwoordiger of zijn partner.

Ook de betrokkene zelf kan bij de officier verzoeken om een voorwaardelijke machtiging, die zal het verzoek in de regel doorgeleiden naar de rechter.

Wie verleent?

De rechter verleent de machtiging. Er is geen mogelijkheidvoor hoger beroep tegen deze beslissing. Alleen cassatie van de beslissing door de Hoge Raad, de hoogste rechter in Nederland, is mogelijk.

Doel?

Mensen, die behandeling nodig hebben, te behandelen zonder gedwongen opname.Dat doel wordt bereikt door het opleggen van voorwaarden met betrekking tot het gedrag van betrokkene. Deze voorwaarden moeten in relatie staan tot het gevaar dat hij veroorzaakt door zijn geestesstoornis.

Eisen?

• De betrokkene heeft een geestesstoornis;

• Dóór deze geestesstoornis veroorzaakt hij een gevaar voor zichzelf of zijn omgeving (ook wel ’causaal verband’ genoemd);

• Dat gevaar kan worden afgewend door het stellenen naleven van voorwaarden die een opname in een psychiatrisch ziekenhuis voorkomen;

• De betrokkene is ouder dan 12 jaar;

• De betrokkene zal zich onder behandeling van de behandelaar stellen;

• De betrokkene verklaart zich bereid de voorwaarden na te leven;

• Bij het verzoek van de officier van justitie zit een behandelingsplan dat is opgemaakt door de psychiater die de behandelaar van betrokkene zal zijn;

• In het verzoek aan de rechtbank staat een psychiatrisch ziekenhuis waar betrokkene kan worden opgenomen in geval van omzetting (zie hierna);

• N.B.: de voorwaardelijke machtiging geldt alleen voor de psychiatrie en dus niet voor de psycho geriatrieen de verstandelijk gehandicaptenzorg.

Bereid verklaren

De betrokkene verklaart zich bereid met de voorwaarden waaronder de voorwaardelijke

machtiging door de rechter wordt verleend.Dat houdt in dat de rechter er voldoende vertrouwen in moet hebben dat betrokkene zich aan de voorwaarden zal houden.Dit wil niet zeggen dat hij met alle onderdelen van het behandelingsplan moet instemmen. Daarin staat veel meer dan alleen de voorwaarden voor de voorwaardelijke machtiging, zoals de diagnose, die veel patiënten niet willen onderschrijven.De patiënt moet dus wel instemmen met het feit dat er een behandelingsplan wordt opgesteld, maar niet met de inhoud ervan. Hij moet zich alleen bereid verklaren de voorwaarden na te leven.

Duur?

Maximaal zes maanden. De termijn begint te lopen op de dag dat de rechter de machtiging afgeeft. Verlenging is mogelijk op verzoek van de officier van justitie. De verlenging kan voor de duur van maximaal één jaar worden afgegeven en kan steeds opnieuw worden verzocht bij de rechter. 

 

Omzetting naar voorlopige machtiging

Lukt het niet de voorwaarden na te leven dan bestaat de mogelijkheid – en in sommige gevallen de verplichting – om de voorwaardelijke machtiging om te zetten in een voorlopige machtiging.

De volgende mogelijkheden zijn er:

• Verplichte omzetting naar een voorlopige machtiging, dat is vereist wanneer het gevaar niet langer kan worden afgewend door het naleven van de voorwaarden.

• Mogelijke omzetting is aan de orde wanneer:

• de betrokkene daarom vraagt of;

• wanneer hij de voorwaarden niet meer naleeft.

Eisen bij omzetting?

• De geneesheer-directeur is de functionaris die de voorwaardelijke machtiging omzet in een voorlopige machtiging;

• Hij stelt de betrokkene in de gelegenheid te worden gehoord over zijn voornemen de

machtiging om te zetten. De geneesheer directeur hoort zelf.

• Betrokkene moet worden onderzocht door de geneesheer-directeur of door een niet bij de

behandeling betrokken psychiater voordat opneming kan volgen;

• De beslissing van de geneesheer-directeur wordt schriftelijk meegedeeld aan betrokkene, uiterlijk vier dagen na die beslissing;

• De opneming moet worden gemeld aan de griffier van de rechtbank die de voorwaardelijke

machtiging heeft verleent.

Rechtspraak

Bereidverklaring van de betrokkene kan ook blijken uit een (schriftelijke) verklaring van zijn raadsman. De rechter kan er ook van overtuigd raken dat de betrokkene de voorwaarden zal nakomen indien de behandelaar of de advocaat van betrokkene dat aangeeft, ook al is de betrokkene zelf daarover minder expliciet. Dat is inmiddels door een aantalrechtbanken ook erkend.

 

Rechtelijke machtiging op eigen verzoek Artikel 32 Wet Bopz

Wie verzoekt?

De officier van justitie verzoekt de rechter de machtiging op eigen verzoek te verlenen.

Hij doet dit nadat betrokkene zelf aan hem heeft gevraagd bij de rechter het verzoek om een machtiging in te dienen.

Wie verleent?

De rechter verleent de machtiging op eigen verzoek.

Doel?

Het doel is om betrokkene te dwingen de behandeling af te maken waaraan hij is begonnen,

ook al wil hij dat op een bepaald moment zelf niet meer. Meestal is verslaving de reden om een machtiging eigen verzoek te vragen.

Eisen?

• De betrokkene veroorzaakt gevaar;

• De betrokkene heeft een geestesstoornis;

• Het gevaar hoeft niet te worden veroorzaakt door de geestesstoornis;

• De betrokkene is bereid zich te laten opnemen en een behandeling te ondergaan;

• Het verzoek van de officier van justitie aan de rechter wordt gedaan op verzoek van de betrokkene;

• Het verzoek vermeldt het psychiatrisch ziekenhuis waarin opname en verblijf zullen plaatsvinden;

• Naast de geneeskundige verklaring zit er ook een behandelingsplan bij het verzoek.

Duur?

Een machtiging op eigen verzoek heeft een duur van minimaal zes maanden en maximaal één jaar. Hij kanniet worden verlengd. Wil betrokkene blijven naafloop van de termijn dan is dat vrijwillig. Vindt het ziekenhuis het niet verantwoord dat betrokkene vertrekt, dan moet een voorlopige machtiging worden aangevraagd. Ook wanneer de machtiging op eigen verzoek al een looptijd had van een jaar.

Rechtspraak

• Na een machtiging op eigen verzoek kan nietdirect daarop aansluitend een tweede machtiging op eigen verzoek worden afgegeven.

• Na een machtiging op eigen verzoek kan niet eenverzoek om een machtiging tot voortgezet verblijf

worden gevraagd; wel een voorlopige machtigingof een voorwaardelijke machtiging.

 

Inbewaringstelling (ibs) Artikel 20 Wet Bopz

Wie verzoekt?

Een ieder die vindt dat iemand gevaar veroorzaakt,kan dit melden aan de politie, de RIAGG of bij het gemeentehuis.

Wie verleent?

De burgemeester verleent op basis van een geneeskundige verklaring de inbewaringstelling.

Er is geen mogelijkheid voor hoger beroep tegen deze beslissing.

Doel?

Het wegnemen van het onmiddellijk dreigend gevaar waarvan ernstig vermoed wordt dat het wordt veroorzaakt door een geestesstoornis.Het is een ordemaatregel die de burgemeester mag nemen vanwege het spoedeisende karakter van de opname.

Eisen?

• De betrokkene veroorzaakt gevaar. Gevaar betekent dat er een kans is op onheil. Met andere woorden, er hoeft nog niet daadwerkelijk iets te zijn gebeurd, maar die kans moet wel sterk aanwezig zijn.

• Het ernstige vermoeden bestaat dat het gevaar wordt veroorzaakt door een geestesstoornis;

• De procedure voor een voorlopige machtiging kan niet worden afgewacht omdat het gevaar onmiddellijk dreigend is;

• Het gevaar kan niet worden afgewend op een andere manier dan door een gedwongen opname;

• De betrokkene is 12 jaar of ouder;

• En is niet bereid tot een vrijwillige opname;

• De burgemeester bepaalt of een ibs noodzakelijk is, niet de arts die de geneeskundige verklaring opmaakt.

Ook wanneer de arts twijfelt over de ibs, doet hij er dus goed aan een verklaring op te maken.

Duur?

De inbewaringstelling van de burgemeester is een tijdelijke maatregel. Hij mag maar kort duren, namelijk gedurende de tijd die nodig is om:

• De officier een verzoek bij de rechter te kunnen laten indienen om de ibs voort te zetten en

• De tijd die de rechter nodig heeft om te beslissen

 

Voortzetting van de inbewaringstelling 

Wie verzoekt?

De officier van justitie. Dat doet hij na ontvangst van de stukken van de burgemeester, inclusief de last tot ibs. Hij is hiertoe niet verplicht.

Wie verleent?

De rechter beslist of de door de burgemeester afgegeven ibs wordt voortgezet. Er is geen mogelijkheid voor hoger beroep tegen deze beslissing. Alleen cassatie van de beslissing door de Hoge Raad, de hoogste rechter in Nederland, is mogelijk.

Eisen?

De eisen zijn dezelfde als de eisen die gelden bij de afgifte van een ibs door de burgemeester. Wel is het zo dat de rechter de situatie toetst zoals die is op het moment dat hij de betrokkene hoort.

Duur?

De duur van de voortgezette ibs is drie weken.Wanneer er vóór het verlopen van de termijn een verzoek is gedaan om betrokkene langer op te nemen tegen zijn wil, dan kan deze automatisch worden verlengd met maximaal drie weken. Dat moet dan met een voorlopige machtiging.

Rechtspraak

• Werken met een blanco volmacht van de burgemeester is verboden.

• In beginsel zal de rechter bij gelijktijdige behandeling van het verzoek tot voortzetting ibs en verzoek om voorlopige machtiging, eerst beoordelen of voldaan is aan de voorwaardenvoor een voorlopige machtiging. Want de ibs is er alleen voor noodsituaties, waarin de procedure van de voorlopige machtiging niet kan worden afgewacht.Pas wanneer hij het verzoek om voorlopige machtiging afwijst, zal hij beoordelen of er welredenen zijn de ibs voort te zetten.

• Ook wanneer een verzoek tot voorlopige machtiging wordt ingediend bij de rechtbank naafloop van de voortgezette ibs moet de geneesheer-directeur de geneeskundige verklaring tekenen.

• Er is een verplichting tot opname wanneer de burgemeester de ibs heeft bevolen.

Die opnemingkan ook bij kort geding worden gevorderd.

Afwijzing (voortzetting) ibs, en dan?

Wanneer een ibs, of een voortzetting van een ibs wordt afgewezen, wil dat niet zeggen dat de Wet Bopz niet van toepassing is. Er kan nog steeds een voorlopige of een voorwaardelijke machtiging aan de orde zijn, of in de toekomst een observatiemachtiging.

De vereisten daarvoor zijn immers anders. Zo is onmiddellijk dreigend gevaar daarbij geen vereiste, en dat is een voorwaarde waarop de ibs nogal eens wordt afgewezen.

 

Observatiemachtiging Artikel 14h Wet Bopz

 (nog niet in werking getreden)

Wie verzoekt?

De officier van justitie. Dat kan ambtshalve (d.w.z. uithoofde van zijn beroep) of op verzoek van de familie van betrokkene, zijn wettelijk vertegenwoordiger of zijn partner.

Wie verleent?

De rechter verleent de machtiging. Er is geen mogelijkheid van hoger beroep tegen deze beslissing. Alleen cassatie van de beslissing door de Hoge Raad,de hoogste rechter in Nederland, is mogelijk.

Doel?

Onderzoek op korte termijn om te bezien of er sprake is van een geestesstoornis en of die stoornis betrokkene gevaar doet veroorzaken.Het gaat hierbij alleen om gevaar dat betrokkene voor zichzelf veroorzaakt.

Eisen?

• Er moet een ernstig vermoeden zijn dat er sprake is van:

1. Een geestesstoornis;

2. Gevaar;

3. En dat hij dóór deze geestesstoornis een gevaar voor zichzelf veroorzaakt (ook wel

’causaal verband’ genoemd);

• De betrokkene is 12 jaar of ouder;

• En is niet bereid tot een vrijwillige opname.

Duur?

Maximaal drie weken. Die termijn wordt opgeschort in geval er een ibs wordt afgegeven voor betrokkene.Zet de rechter de ibs niet voort, dan herleeft de observatiemachtiging voor de dan nog resterende tijd.

Vervolg?

Als vervolg op de observatiemachtiging kan een voorlopige of een voorwaardelijke machtiging worden gevraagd of kan betrokkene een machtiging op eigen verzoek door de officier van justitie doen vragen aan de rechter.

 

Rechtspraak

Er is nog geen rechtspraak.

 

 

Machtiging tot voortgezet verblijf  Artikel 15 Wet Bopz

Wie verzoekt?

De officier van justitie. Dat kan ambtshalve (d.w.z. uithoofde van zijn beroep) of op verzoek van de familie van betrokkene, zijn wettelijk vertegenwoordiger of zijn partner. Wat in de praktijk ook vaak gebeurt, is dat het ziekenhuis zelf de machtiging tot voortgezet verblijf aanvraagt bij de officier. Het ziekenhuis moet er voor zorgen dat de stukken die de officier nodigheeft om het verzoek bij de rechter in te dienen, op tijd en volledig zijn.

Wie verleent?

De rechter verleent de machtiging tot voortgezet verblijf. Er is geen mogelijkheid voor hoger beroep tegen deze beslissing. Alleen cassatie van de beslissing door de Hoge Raad, de hoogste rechter in Nederland, is mogelijk.

Doel?

Doel is het voortzetten van het verblijf dat tegen de wil van betrokkene plaatsvindt, op grond van een voorlopige machtiging. De behandeling tijdens het voortgezet verblijf, blijft gericht op het laten afnemen van het gevaar.

Eisen?

• De geestesstoornis is nog aanwezig;

• Dóór deze stoornis veroorzaakt de betrokkene nog steeds gevaar;

• Dat gevaar kan niet worden afgewend op een andere manier dan door een gedwongen opname;

• Het verblijf kan niet op vrijwillige basis worden voortgezet.

Duur?

De machtiging tot voortgezet verblijf heeft een geldigheidsduur van maximaal één jaar. Wanneer iemand al vijf jaar onafgebroken onvrijwillig is opgenomen, kan de machtiging worden afgegeven voor een periode van twee jaar.Voor machtiging tot voortgezet verblijf in een zwakzinnigen- of verpleeginrichting geldt dat die kan worden verleend voor een periode van maximaal vijf jaar.

Rechtspraak

• Al sinds jaren wordt er een machtiging tot voortgezet verblijf verleend voor een patiënt die niet meer in het ziekenhuis verblijft.Soms gebeurt dat omdat de patiënt met succes al een tijd met voorwaardelijk ontslag is en de machtiging slechts functioneert als stok achter de deur voor het geval de patiënt de voorwaardenniet meer naleeft.N.B.: Vanaf 1 januari 2004 geldt de voorwaardelijke machtiging en dan moet die machtiging worden verzocht. De regeling van het voorwaardelijk ontslag zal dan weer alleen kunnen worden gebruikt waarvoor hij is bedoeld: het gedurende korte tijd in stand houden van de band tussen de patiënt en het ziekenhuis om te bezien of de patiënt het weer redt in de maatschappij.

• Wanneer de officier van justitie te laat is met het indienen van zijn verzoek om een machtiging tot voortgezet verblijf, verbindt de Hoge Raad daaraan geen consequenties.

• De officier van justitie kan zelfs nadat de termijn van de voorlopige machtiging is verlopen nog een verzoek om een machtiging tot voortgezet verblijf indienen. Fraai is dit natuurlijk niet want de patiënt heeft er recht op te weten waar hij aan toe is en wat zijn status binnen het ziekenhuis is, die van vrijwillig of van onvrijwillig opgenomen patiënt.

De Hoge Raad heeft ook bepaald dat de machtiging tot voortgezet verblijf dan mag duren tot een jaar na de dag waarop de voorlopige machtiging eindigde.

 

Dwangbehandeling  Artikel 38, lid 5 Wet Bopz

Doel?

Dwangbehandeling in de zin van artikel 38, lid 5 wil zeggen dat het behandelingsplan, dat in overleg met de patiënt tot stand is gekomen, wordt uitgevoerd tegen zijn wil.

Eisen?

• Er moet sprake zijn van gevaar voor de patiënt of voor anderen;

• Toepassing van het behandelingsplan moetvolstrekt noodzakelijk zijn om dat gevaar af te wenden;

• Het gevaar vloeit voort uit de geestesstoornis;

• Het gevaar kan zich ook richten tegen andere patiënten of het personeel van de afdeling en hoeft niet hetzelfde (soort) gevaar te zijn op basis waarvan de betrokkene is opgenomen;

• Het gevaar hoeft niet acuut te zijn. Gevaar betekent de kans op onheil, d.w.z. dat er nog niets hoeft te zijn gebeurd.Latent (sluimerend) aanwezig gevaar kanvoldoende zijn;

• Het ingrijpen moet een therapeutisch karakter hebben;

• Wilsonbekwaamheid van de betrokkene is geen voorwaarde;

• Begin en einde van de dwangbehandeling worden gemeld aan de Inspectie voor de gezondheidszorg.Dwangbehandeling wordt ook gemeld aan de echtgeno(o)t(e)/ partner, wettelijk vertegenwoordiger of naaste familiebetrekking van de betrokkene.

Duur?

Er is geen maximum termijn verbonden aan het toepassen van het behandelingsplan tegen de wil

van betrokkene. Het volstrekt noodzakelijk zijn van de dwangbehandeling impliceert wel dat het niet langer mag duren dan strikt noodzakelijk is om het gevaar af te wenden.

Rechtsbescherming?

Op de toepassing van dwangbehandeling is de klachtenregeling van de wet van toepassing.

Rechtspraak

Dwangbehandeling zal in tijd beperkt moeten zijn.Dwangbehandeling moet voldoen aan de eisen van subsidiariteit (ofwel: er is geen andere manier),proportionaliteit (ofwel: er is geen minder ingrijpende manier) en doelmatigheid.

 

Middelen of maatregelen  Artikel 39 Wet Bopz

Doel?

Het wegnemen van acuut gevaar dat de patiënt veroorzaakt als gevolg van de geestesstoornis waaraan hij lijdt.

Eisen?

• Er is sprake van een tijdelijke noodsituatie die zijn oorzaak vindt in omstandigheden die zich in het ziekenhuis voordoen;

• Het moet gaan om niet te verwachten gevaar,want te verwachten gevaar moet worden voorkomen d.m.v. in het behandelingsplan opgenomen therapeutische middelen.

Dat mogen geen externe omstandigheden zijn,zoals te weinig personeel;

• Slechts een beperkt aantal middelen of maatregelen mag worden toegepast, te weten afzondering, separatie, fixatie, medicatie,toedienen voeding of vocht. Tussen deze middelen of maatregelen bestaat geen rangorde.De minst ingrijpende, meest effectieve methode wordt gekozen;

• De behandelend arts, of bij diens afwezigheid het verpleegkundig afdelingshoofd, beslist over de toepassing van middelen of maatregelen;

• Het minst ingrijpende middel of de minst ingrijpende maatregel wordt toegepast;

• Toepassing van middelen of maatregelen wordt direct gemeld aan de inspecteur en aan de echtgeno(o)t(e)/ partner, de wettelijk vertegenwoordiger of de naaste familiebetrekking.

Duur?

De middelen of maatregelen worden niet langer dan maximaal zeven dagen toegepast. Is de situatie eerder weer hanteerbaar, dan wordt de toepassing van middel of maatregel direct gestaakt. Binnen die termijn van zeven dagen worden deze middelen of maatregelen opgenomen in het behandelingsplan of is het gevaar zover geweken dat toepassing ervan niet langer noodzakelijk is.

Rechtsbescherming?

Op de regeling van het toepassen van middelen of maatregelen tegen de wil van betrokkene is de klachtenregeling van de wet van toepassing.

 

Behandelingsplan  Artikel 38 Wet Bopz

Wie stelt het behandelingsplan op?

De behandelaar stelt het behandelingsplan op.Hij doet dat in overleg met de patiënt en bij wilsonbekwaamheid met diens gemachtigde of vertegenwoordiger (bijvoorbeeld met ouder, kind, broer of zus van de patiënt). De behandelaar stelt het plan zo spoedig mogelijk na de gedwongen opneming op.

Doel?

De stoornis van de patiënt zo te verbeteren dat het gevaar – de reden voor zijn gedwongen verblijf in het ziekenhuis – wordt weggenomen.

Eisen?

• Het plan moet de therapeutische middelen bevatten die erop zijn gericht de stoornis weg te nemen of te dempen;

• De middelen kunnen worden getoetst aan de bereikte resultaten;

• Iedere maand wordt aan de inspecteur de stand van uitvoering gemeld;

• Het plan wordt steeds aanpast aan de situatie van de patiënt;

• Ondertekening door de patiënt is geen voorwaarde. Hij moet slechts met het plan kunnen instemmen.

Toepassing

Het behandelingsplan kan alleen met instemming van de patiënt worden uitgevoerd. Bij verzet is verdere behandeling uitgesloten. Uitzondering hierop is mogelijk indien toepassing van het plan volstrekt noodzakelijk is om gevaar voor de patiënt of voor anderen af te wenden. Dat gevaar moet wel voortvloeien uit de geestesstoornis. Maar dan is sprake van dwangbehandeling (zie hiervoor het tabje dwangbehandeling).

Rechtsbescherming

Iemand kan wilsonbekwaam worden verklaard omoverleg te voeren over het behandelingsplan. Ook kan het behandelingsplan tegen de wil van de betrokkene worden uitgevoerd in geval van dwangbehandeling. Op beide situaties is de klachtenregeling van de wet van toepassing.

 

Geneeskundige verklaring

Wie stelt de geneeskundige verklaring op?

Een onafhankelijke arts stelt de verklaring op.Er zijn twee situaties mogelijk:

• Verblijft de patiënt al in het psychiatrisch ziekenhuis op het moment van het opmaken van de geneeskundige verklaring, dan maakt de geneesheer-directeur de verklaring op. Hij doet dit zelf of laat het doen door een niet bij de behandeling betrokken psychiater. Hij moet het door een andere psychiater laten doen wanneer hij zelf bij de behandeling van de patiëntbetrokken is of recentelijk is geweest.

• Verblijft de patiënt tijdens het opmaken van de verklaring niet in het ziekenhuis, dan wordt hij opgesteld door een psychiater die niet bij de behandeling van de patiënt betrokken is.In beide gevallen moet de geneesheer-directeur de geneeskundige verklaring zelf ondertekenen.Gaat het om een ibs dan mag de geneeskundige verklaring ook worden opgemaakt door een arts niet zijnde psychiater (maar liever niet). De verklaring kan zelfs, omdat de ibs een noodmaatregel is, worden opgemaakt door de eigen huisarts van de betrokkene. De wet eist namelijk slechts dat de verklaring bij voorkeur wordt opgemaakt door een niet bij de behandeling betrokken arts.

Doel?

Doel is bieden van informatie over betrokkene, zodat de rechter (of de burgemeester in geval van een ibs)kan beslissen over de vraag of betrokkene voldoet aan de eisen voor een rechterlijke machtiging.

Inrichting van de verklaring

De geneeskundige verklaring moet worden opgemaakt zoals het model dat daarvoor is voorgeschreven aangeeft. Per opnamemodaliteit verschilt het model iets, daarom moet het juiste formulier worden gebruikt.Met uitzondering van de verklaring voor een ibs is het eigenlijk niet te rechtvaardigen dat de verklaringanders dan getypt ingevuld aan de officier van justitie wordt gestuurd.

Recentheid van de verklaring

De geneeskundige verklaring verschaft inzicht in de actuele situatie van de betrokkene. Dat wil zeggen dat hij is opgemaakt niet lang voordat de stukkennaar de officier worden gestuurd en dat betrokkene met het oog op het opmaken van de verklaring is onderzocht. De rechter maakt uit of de geneeskundige verklaring voldoende actueel is.

Rechtspraak

• Een stempel van een handtekening onder een geneeskundige verklaring is geen handtekening.

• Wat “niet bij de behandeling betrokken” betekent,dient per geval te worden beoordeeld. Dealgemene lijn is dat wanneer er gedurende een jaar geen therapeutische behandelrelatie meer is tussen de patiënt en de psychiater, laatst genoemde kan worden gezien als niet (meer) bij de behandeling betrokken.

• Een verkeerde geneeskundige verklaring leidt niet tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie. De rechter zal of op zitting de nodige informatie moeten verkrijgen, of de zaak aanhouden en de officier verzoeken een juiste geneeskundige verklaring over te leggen.

• In geval van een ibs moet de geneeskundige verklaring zijn opgemaakt voordat de burgemeester de last tot ibs afgeeft.

• Blanco volmachten van de burgemeester zijn niet toegestaan.

 

Kinder- en jeugdpsychiatrie

Minderjarigen jonger dan 12 jaar.

Ook op minderjarigen, jonger dan 12 jaar, is de Wet Bopz van toepassing. Tot hun 12e jaar vertegenwoordigende ouders het kind. Dus alleen als (een van) de ouders geen opname wil(len), is er sprake van gedwongen opname en verblijf.

Minderjarigen tussen de 12 en 18 jaar.

Bij minderjarigen tussen de 12 en de 18 jaar is alleen sprake van gedwongen opname en verblijf:

• Wanneer beide ouders het niet willen of wanneer zij het onderling oneens zijn;

• Of als de betrokken minderjarige niet bereid is tot een vrijwillige opneming en verblijf.Dit is dus een dubbele toetsing.

Verhouding Wet Bopz en ots

In het kader van de Wet Bopz wordt een ots(ondertoezichtstelling) gezien als een vrijwillige opname. Ook een uithuisplaatsing is geen gedwongen opneming in de zin van de Wet Bopz, daarvoor is een Bopz-maatregel nodig, bijvoorbeeld een voorlopige machtiging.

De observatieplaatsing

Wenselijk is om een observatieplaatsing in geval vaneen minderjarige te combineren met een voorlopige machtiging. Op die manier wordt voorkomen dat er onduidelijkheid is over de (on)vrijwilligheid van het verblijf en is de positie van de minderjarige optimaal beschermd.

Pedagogische maatregelen

Wanneer een minderjarige is opgenomen met een Bopz-maatregel, gelden binnen de instelling de regels van de Wet Bopz voor hem. Dus ook al heet het een pedagogische maatregel, toch moet gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden van de Wet Bopz, dat wil zeggen van:

• Dwangbehandeling (toepassen van de in het behandelingsplan opgenomen therapeutische middelen tegen de wil van de patiënt);

• Middelen of maatregelen;

• Huisregels en sancties op overtreding ervan, en

• Vrijheidsbeperkingen alleen op grond van artikel 40.Alleen als er een Bopz-maatregel is (ibs of voorlopige machtiging), mag er vrijheidsbeneming of dwang plaatsvinden.

Rechtsbescherming

Op de minderjarigen die met een Bopz-maatregel zijn opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis, is de klachtenregeling van de wet van toepassing.

Rechtspraak

• Een ots is geen onvrijwillige opneming in de zin van de Wet Bopz.

• Een ots met uithuisplaatsing is niet gelijk te stellen aan een plaatsing in de zin van de Wet Bopz.

 

 

Uitgave:Ministerie van VWS

December 2004



 



Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Stuur door Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector



WKCZ - Wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector 

 

 

De Wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector (WKCZ) bevat uitgangspunten waaraan alle klachtenprocedures van zorgverleners en hulpverleners moeten voldoen.

 

Zo moeten zorgaanbieders volgens deze wet

een klachtenregeling hebben;
een klachtencommissie instellen.

 

 

 

Klachtencommissie

Iedere hulpverlener en instelling moet een klachtencommissie hebben van ten minste drie leden. Vrij gevestigde hulpverleners moeten zich bij een klachtenregeling hebben aangesloten. Vaak is dit via een beroepsvereniging geregeld.

 

 

 

Klachtenregeling

De voorzitter van de klachtencommissie mag niet in dienst zijn bij de instelling, of voor de hulpverlener werken. De klachtencommissie moet haar werkwijze vastleggen in een reglement.

Ook moet iedere zorginstelling een klachtenregeling opstellen en die onder de aandacht brengen van de cliënt. U leest daarin hoe u een klacht kunt indienen, en hoe uw klacht wordt behandeld.

 

 

 

Klachtencommissies zijn op grond van de WKCZ verplicht om

 

  • ernstige klachten direct te melden bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), en niet eerst bij de zorgaanbieder;
  • na te gaan wat een zorgaanbieder met een klacht doet;
  • een jaarverslag te sturen aan de IGZ.

 

 



Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht Stuur door

Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen


WMCZ - Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen

 

 

 

 

Inleiding

Op 1 juni 1996 is de Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen (WMCZ) in werking getreden. Hierin is vastgelegd dat de cliënten van instellingen in de ouderen-, gezondheids- en welzijnszorg inspraak hebben door middel van een cliëntenraad. De wet wil mensen die afhankelijk zijn van zorg, invloed geven op de zorgverlening.

 

 

Wat doet een cliëntenraad?

De cliëntenraad behartigt de gemeenschappelijke belangen van mensen die op de zorg van een bepaalde instelling zijn aangewezen. De raad overlegt daarover met de directie van de instelling en denkt mee over onderwerpen die voor cliënten van belang zijn.

 

 

Welke instellingen moeten een cliëntenraad hebben?

Vrijwel alle instellingen op het gebied van de ouderenzorg en welzijnszorg moeten een cliëntenraad hebben. Bijvoorbeeld algemene en psychiatrische ziekenhuizen, RIAGG's, instellingen voor lichamelijk en verstandelijk gehandicapten, verzorgingstehuizen, peuterspeelzalen en instellingen voor maatschappelijke hulp en opvang.

 

 

Wie moet de cliëntenraad instellen?

De instelling roept cliëntenraad in het leven. Zij kan de invulling op haar eigen situatie toespitsen. Daarbij is belangrijk dat het bestuur tevoren formuleert wat het van een cliëntenraad verwacht.

Voor de voorbereiding kan de instelling een werkgroep vormen samen met cliënten en vertegenwoordigers van regionale patiënten/consumentenorganisaties.

 

 

Wie kunnen benoemd worden in de cliëntenraad?

De wet stelt als enige voorwaarde dat de cliëntenraad voldoende representatief is.

De raad moet de cliënten van de instelling vertegenwoordigen. Het ligt voor de hand om uit elke cliëntengroep iemand in de raad te benoemen.

De cliëntenraad bestaat zo veel mogelijk uit cliënten. Er zijn cliënten die hun belangen niet zelf kunnen behartigen. Dan kunnen vertegenwoordigers van hen in de raad zitting nemen, bijvoorbeeld familieleden.

 

 

Wat als de instelling valt onder een overkoepelende organisatie?

Vaak vallen meerdere instellingen onder een overkoepelende organisatie.

Elke instelling is verplicht om een eigen cliëntenraad te hebben.

Een stichting die een verpleeghuis, verzorgingshuis en een revalidatiecentrum beheert, heeft dus drie cliëntenraden.

 

 

Welke faciliteiten heeft de cliëntenraad nodig?

De cliëntenraad moet in staat zijn om de belangen van de cliënten te behartigen.

Daarvoor stelt de instelling materiële middelen beschikbaar zoals een vergaderruimte, een kopieerapparaat en een budget.

 

 

Wat als het niet lukt om een cliëntenraad van de grond te krijgen?

Misschien lukt het niet om voldoende kandidaten voor de cliëntenraad te vinden.

Dan is het aan te bevelen om de oorzaak van het gebrek aan belangstelling te achterhalen.

Elke twee jaar moet de instelling opnieuw proberen een cliëntenraad in te stellen

 

 

Wat zijn de bevoegdheden van de cliëntenraad?

 

1.

Adviesrecht
De instelling moet de mening van de raad vragen over:
een wijziging van de doelstelling of grondslag; samenwerking of fusie met een andere instelling; opheffing, verhuizing of ingrijpende verbouwing; belangrijke wijziging in de organisatie; belangrijke inkrimping of uitbreiding van de werkzaamheden; benoeming van leden van de directie en Raad van Bestuur; begroting en jaarrekening; algemeen toelatingsbeleid voor cliënten en beëindiging van zorgverlening.
De cliëntenraad heeft het recht, maar niet de verplichting tot advies. Als de instelling het niet eens is met het advies, moet zij eerst overeenstemming proberen te bereiken met de raad.

Als dit niet lukt, kan zij van het advies afwijken. Zij deelt dit schriftelijk, met haar argumenten, aan de cliëntenraad mee

2.

Verzwaard adviesrecht
Sommige onderwerpen zijn van zeer direct belang voor de cliënten (bijvoorbeeld het veranderen van het tijdstip van de warme maaltijd). Over deze onderwerpen kan de instelling in principe alleen besluiten nemen als de cliëntenraad ermee instemt.

De raad heeft dan verzwaard adviesrecht. Dit heeft betrekking op:

 

•

het algemene beleid van de instelling over voeding, veiligheid, gezondheid, hygiëne, geestelijke verzorging en maatschappelijke bijstand en recreatiemogelijkheden en ontspanningsactiviteiten

 

•

het kwaliteitsbeleid

 

•

de klachtenregeling en het aanwijzen van personen die klachten behandelen

 

•

een wijziging in de regeling voor de cliëntenraad en andere voor cliënten geldende regelingen

 

•

de benoeming van een afdelingshoofd van een intramurale instelling die 24-uurszorg verleent en waar cliënten in de regel langdurig verblijven

 

Juist omdat deze onderwerpen zo belangrijk zijn voor de cliënten, weegt de stem van de cliëntenraad zwaar. De instelling kan moeilijk van een verzwaard advies van de raad afwijken. De cliëntenraad heeft echter geen vetorecht. Als de directie toch een bepaald besluit wil nemen, moet zij dat voorleggen aan een commissie van vertrouwenslieden. Deze commissie probeert eerst te bemiddelen, lukt dat niet, dan doet zij een bindende uitspraak.
De instelling stel in overleg met de cliëntenraad de commissie van vertrouwenslieden in.

Hierin hebben drie personen zitting: de instelling en de cliëntenraad dragen ieder één persoon voor, beide benoemen het derde lid van de commissie

3.

Recht op informatie
Om goed te kunnen functioneren heeft de cliëntenraad tijdig goede informatie nodig.

De directie kan met de raad afspreken welke informatie zij op welk moment verstrekt. Voor zijn adviesfunctie heeft de cliëntenraad specifieke informatie nodig over een voorgenomen besluit, met name over de beweegredenen, de mogelijke gevolgen en over de te nemen maatregelen, De instelling moet de raad deze informatie verschaffen

4.

Recht van voordracht van een bestuurslid
De cliëntenraad heeft het recht om ten minste één persoon bindend voor te dragen voor benoeming in het bestuur of de Raad van Toezicht

 

 

Hoe gaat de cliëntenraad te werk?

De cliëntenraad bepaalt zijn eigen werkwijze. Zo regelt hij zelf het aantal vergaderingen, wijze van besluitvorming, taakverdeling, beheer van financiën, vertegenwoordiging van de raad en het contact met de cliënten. Dit legt de raad vast in een huishoudelijk reglement.

 

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht Stuur door

Kwaliteitswet



De Kwaliteitswet zorginstellingen

 

 

 

 

Inleiding

De zorgsector is de laatste decennia ingrijpend veranderd. Zo zijn op technologische gebied grote stappen vooruit gezet. Ook zijn patiënten en consumenten mondiger geworden en neemt door meer keuzemogelijkheden de concurrentie toe. Verder zijn fusies en reorganisaties aan de orde van de dag en bereikt de gezondheidszorg in financieel opzicht haar grenzen. Deze ontwikkelingen vragen om een brede aandacht voor de kwaliteit van zorg in instellingen.

Ongetwijfeld is er in uw instelling de afgelopen jaren gewerkt aan kwaliteitsbeleid.

Sommige instellingen hebben een aparte kwaliteitsfunctionaris in dienst. In andere zijn het de medewerkers die zich in werkgroepen met het kwaliteitsbeleid bezighouden.

Ook de overheid hecht belang aan een kwalitatief goede gezondheiszorg. Daarom stelt zij door middel van wetten en regels eisen aan de kwaliteit van de zorgverlening.

De kwaliteitswet zorginstellingen is één van de belangrijkste wetten op dat gebied.

De centrale gedachte van deze wet is dat de instellingen in eerste instantie zelf verantwoordelijk zijn voor de kwaliteits van de zorgverlening en daarom de ruimte moeten hebben om een eigen kwaliteitsbeleid vorm te geven.

 

Kwaliteitsbeleid

In de jaren zeventig zette de zorgsector de eerste voorzichtige stappen op het gebied van kwaliteitsbeleid. Dit beleid was met name gericht op de inhoudelijke kanten van de zorgverlening. Zo beoordeelden specialisten in verschillende ziekenhuizen regelmatig elkaars werk en stelden zij op basis daarvan criteria op voor behandelmethoden. In jaren tachtig namen andere beroepsgroepen zoals huisartsen, fysiotherapeuten en verpleegkundigen deze 'intercollegiale toetsing' over. Veel van deze beroepsbeoefenaren werken inmiddels aan de hand van richtlijnen, standaarden en protocollen.

Velen denken bij het begrip 'kwaliteit van zorg' aan de effectiviteit van een behandeling.

Is de juiste diagnose gesteld? Is de behandeling juist gekozen en uitgevoerd? Kwaliteit van zorg houdt echter meer in. Omdat patiënten en consumenten van zorginstellingen mondig zijn, moeten hulpverleners ook over goede communicatieve vaardigheden beschikken. Verder zullen materiële voorzieningen zoals het gebouw, de apparatuur, de bedden en het eten aan specifieke eisen moeten voldoen. Tenslotte zijn kundig management en een gezonde financiële situatie voorwaarden voor een goed functionerende instelling. Kwaliteitsbeleid gaat dus de gehele organisatie en al haar medewerkers aan. Structurele, systematische aandacht voor kwaliteit kan tot concrete verbeteringen van de dienstverlening leiden. Een voorbeeld daarvan is het verkorten van de wachttijd.

 

Achtergronden

Tot april 1996 stelde de overheid kwaliteitseisen aan instellingen via een erkeningenstelsel. Alleen instellingen met een erkening van het Ministerie van VWS mochten zorg verlenen voor rekening van de Ziekenfondswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten(AWBZ).

Aan dit stelsel kleefden enkele belangrijke nadelen.De kwaliteitseisen waren niet erg overzichtelijk en behoorlijk gedetailleerd.Daarom lieten ze de instellingen te weinig ruimte voor eigen beleid en was de samenhang tussen de regels soms moeilijk te zien.Ook waren de eisen moeilijk te handhaven. De enig mogelijke sanctie was het intrekken van de erkenning.Feitelijk zou dat sluiting van de instelling betekenen, een wel erg zware straf.

Er is dan ook nooit een erkenning ingetrokken.

Tenslotte golden de kwaliteitseisen alleen voor de erkende instellingen en niet voor particulier gefinancierde organisaties, zoal commerciële thuiszorginstellingen en privé-klinieken.Daardoor vielen deze instellingen buiten het gezichtsveld van de Inspectie voor de Gezondheidszorg, terwijl ze de laatste decennia behoorlijk in aantal groeien.

In 1989, 1990 en 1995 kwamen vertegenwoordigers van zorgaanbieders, verzekeraars, organisaties van patiënten/consumenten en de overheid in Leidschendam bijeen om gezamelijk afspraken te maken over kwaliteitsbeleid.

Deze afspraken zijn bepalend geweest voor het kwaliteitsbeleid van de instellingen en de overheid:

De verantwoordelijkheid voor het leveren van kwalitatief goede zorg ligt primair bij degenen die de zorg verlenen:instellingen en beroepsbeoefenaren.De overheid blijft eindverantwoordelijk, maar op afstand. Zorginstellingen gaan systematisch en structureel werken aan kwaliteitsbeleid. Bij de vormgeving daarvan is afstemming met organisaties van patiënten/consumenten en verzekeraars van wezenlijk belang.

De nadelen van de oude regels en de veranderende opvattingen over kwaliteitsbeleid maakten nieuwe kwaliteitsregels voor zorginstellingen noodzakelijk.De kwaliteitswet zorginstellingen is het resultaat.

 

Welke zorginstellingen vallen onder de Kwaliteitswet?

In principe moeten alle instellingen in de zorgsector aan de Kwaliteitswet zorginstellingen voldoen.Ongeacht de financieringswijze.Ook commerciële zorginstellingen vallen dus onder de wet.

De meeste mensen denken bij het begrip 'zorginstelling' aan een ziekenhuis of bijvoorbeeld een verpleeghuis.De kwaliteitswet omschrijft het begrip als 'het organisatorisch verband dat strekt tot de verlening van zorg'.Een ruime omschrijving, waaronder bijvoorbeeld ook een groepspraktijk van samenwerkende fysiotherapeuten valt of een centrum waar mondhygiënisten en een diëtist werken.Ook apotheken en enkele diensten van de GGD's vallen eronder.Alleen solistisch werkende beroepsbeoefenaren, zoals een huisarts met een assistente, vallen niet onder de reikwijdte van de wet. Om er voor te zorgen dat zij aan soortgelijke kwaliteitseisen voldoen, bevat een speciaal artikel in de Wet Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (de Wet BIG) voor hen bijna dezelfde regels.

De enige uitzondering is dat zij geen kwaliteitsjaarverslag hoeven op te stellen.

 

Kwaliteitseisen

De Kwaliteitswet stelt globale eisen en laat de invulling daarvan over aan de zorginstelling zelf.

Dit hoofdstuk behandelt de vier belangrijke punten uit de wet.

 

Verantwoorde zorg

Instellingen moeten verantwoorde zorg leveren. Dat wil zeggen, zorg van een goed niveau en in ieder geval doeltreffend, doelmatig, patiëntgericht en afgestemd op de reële behoefte van de patiënt.

De overheid laat verdere uitwerking van het begrip'verantwoorde zorg' over aan de zorginstellingen, de verzekeraars en de organisaties van patiënten/consumenten. Mede op aandringen van die partijen zelf. Het gaat erom elke keer opnieuw de juiste verhouding tussen de aspecten doeltreffend, doelmatig en patiëntgericht te vinden. Zo kan een hulpverlener, terwijl hij technisch tot meer in staat is, op uitdrukkelijke wens van de patiënt voor een bepaalde behandeling kiezen. Ook schaffen instellingen uit het hoogte punt van doelmatigheid soms samen met andere instellingen in de regio dure apparatuur aan.

Daar komt bij dat zorginstellingen buitengewoon van aard verschillen. Een verzorgingshuis bijvoorbeeld wil het bedrijf voor de bewoners zo aangenaam mogelijk maken. En een apotheek wil haar klanten op een juiste, veilige wijze van geneesmiddelen voorzien.

Elke instelling heeft haar eigen doelstellingen en dat vraagt om eigen kwaliteitseisen. Bij de uitwerking van die eisen kunnen de instellingen bijvoorbeeld bestaande standaarden en protocollen als uitsgangspunt nemen.

Zij hebben deze vaak samen met de koepelorganisatie ontwikkeld. Daarnaast kan samenwerking met verzekeraars en organisaties van patiënten/consumenten bijdragen aan een doelmatiger en klantvriendelijker zorgverlening.

 

Bewust beleid

Hoe is verantwoorde zorg nu het beste te bereiken en te behouden? De Kwaliteitswet benadrukt dat verantwoorde zorg tot stand komt op basis van bewust beleid.

Dat betekent: er doelbewust aan werken. De wet geeft aan welke aspecten een instelling in ieder geval bij haar kwaliteitsbeleid moet betrekken:

Duidelijke verdeling van taken en verantwoordelijkheid

Het moet duidelijk zijn welke medewerkers welke taken uitvoeren en wie daarvoor verantwoordelijk zijn. Uiteraard is daarbij goede communicate tussen de medewerkers, tussen de verschillende afdelingen en tussen derectie en medewerkers noodzakelijk. Duidelijkheid over taken en verantwoordelijkheden, een goede communicatie en daardoor vertrouwen in elkaars werk en expertise leveren een positieve bijdrage aan de kwaliteit van de zorgverlening.

 

Kwaliteit van personeel en materieel

Om verantwoorde zorg te kunnen leveren moet een instelling beschikken over voldoende en capabel personeel èn het juiste materieel. Dat betekent onder meer dat de hulpverleners een goede opleiding hebben en zich regelmatig laten bijscholen. Daarnaast stelt de zelfstandiger en mondiger houding van de patiënt en consument belangrijke eisen aan de communicatieve vaardigheden van hulpverleners.

 

Geestelijke verzorging

In instelling waar mensen langer dan vierentwintig uur verblijven, is geestelijke verzorging beschikbaar die aansluit bij de levensovertuiging van de patiënt en consument. Uiteraard hoeft niet iedere zorginstelling haar eigen dominee of priester aan te stellen. Zij kan ook afspraken maken met geestelijk verzorgers in de regio.

Om al deze aspecten bij het kwaliteitsbeleid te betrekken, kunnen instellingen zeer uiteenlopende activiteitn ontwikkelen. Ze zijn onder te verdelen in vier categorieën:

-Activiteiten gericht op het creëren van een noodzakelijke basis

Voorbeelden zijn opleiding en bijscholing, de aanschaf van nieuwe apparatuur en onderhoud van het gebouw.

-Activiteiten gericht op het behouden en verbeteren van de zorg zelf

Deze activiteiten omvatten onder andere het formuleren ven richtlijnen, standaarden en protocollen, het maken van een kwaliteitshandboek en het opstellen van een duidelijke klachtenregeling.

-Activiteitn gericht op evaluatie van de zorgverlening

Denk aan een enquête onder patiënten of intercollegiale toetsing.

-Externe beoordeling

Een instelling kan zich laten beoordelen door een ofhankelijke commissie van deskundigen [visitatie]. Uiteindelijk kan zij zelfs proberen om een kwaliteitscertificaat van een onafhankelijke instantie te verkrijgen.

 

Kwalitetssysteem

Juist door hun uiteenlopende aard krijgen de hierboven beschreven kwaliteitsactiviteiten vaak geen logisch vervolg. Bijvoorbeeld: een enquête onder patienten besteedt geen aandacht aan de nieuwe klachten regeling. Terwijl de patiëntenvertrouwenspersoon juist daarvoor de mening van patiënten wilde weten. Ook ontbreekt dikwijls de onderlinge samenhang tussen de verschillende activiteiten.

In de Kwaliteitswet staat daarom dat een instelling de kwaliteit van zorg systematisch moet bewaken, beheersen en zo mogelijk verbeteren. Dat kan zij het beste doen door een kwaliteitssysteen te ontwikkelen. In zo'n systeem zijn alle kwaliteitsactiviteiten op elkaar afgestemd. Door regelmatig gegevens over deze activiteiten en de kwaliteit van de zorgverlening te registeren krijgt zij inzicht in de resultaten van het gevoerde kwaliteitsbeleid.

Eventuele problemen kunnen aanleiding zijn om het beleid aan te passen.

De eerste stap in het ontwikkelen van een kwaliteitssysteem is het formulren van duidelijke kwaliteitsdoelstellingen.

 

Voorbeeld

De afdeling eerste hulp registreert al enkele jaren het aantal gemaakte fouten en bijna-ongevallen. Het personeel maakt de kwaliteitsfunctionaris erop attent dat verbeteringen mogelijk zijn.

Na overleg met deze functionaris besluit men gezamelijk te gaan werken aan een reductie van het aantal fouten en bijna-ongevallen met tien procent.

Wil het nieuwe beleid succes hebben, dan zullen alle medewerkers daarachter moeten staan en daaraan mee willen werken. Dat kan worden bereikt door hen actief bij de ontwikkeling van het kwaliteitsbeleid te betrekken. Ook moeten zij op de hoogte zijn van het ontwikkelde beleid en daar in de praktijk mee kunnen werken.

 

Voorbeeld

Het personeel inventariseert samen met de kwaliteitsfunctionaris van het ziekenhuis welke fouten en bijna-ongevallen het meeste voorkomen op de afdeling eerste hulp. Daarna bespreken zij hoe zij deze het beste kunnen voorkomen. De oplossingen leggen ze vast in een handboek met standaardprocedures. Alle personeelsleden krijgen een exemplaar van dit kwaliteitshandboek.

Na enige tijd is evaluatie noodzakelijk: zijn er inderdaad minder fouten gemaakt?

Zo niet, wat is daarvan de oorzaak?

 

Voorbeeld

De afdeling gaat een jaar aan de slag met de nieuwe procedures. De medewerkers registreren niet alleen het aantal gemaakte fouten en bijna-ongevallen, maar ook de aard daarvan. Uit die gegevens blijkt dat zij op een aantal fronten vooruitgang hebben geboekt en dat op enkele andere gebieden nog verbeteringen nodig zijn.

De resultaten van de evaluatie kunnen aanleiding zijn om het beleid en eventueel de doelstellingen aan te passen. het proces begint dan van voren af aan.

Vooral in grotere instellingen is het vaak lastig om in één keer een goed functionerend kwaliteitssysteem in te voeren. In zo'n situatie is het soms aan te bevelen om eerst per afdeling aan de slag te gaan. Zoals in bovenstaand voorbeeld.

Wanneer de afzonderlijke kwaliteitssystemen goed werken, kunnen zij worden ondergebracht in een overkoepelend systeem voor de hele instelling.

 

Kwaliteitsjaarverslag

In een kwaliteitsverslag legt een isntelling verantwoording af over haar kwaliteitsbeleid.

De kwaliteitswet stelt instellingen verplicht om jaarlijks een kwaliteitsverslag te publiceren.

Het verslag is ten eerste bedoeld voor de eigen organisatie. Door op te schrijven wat de instelling aan kwaliteitsbeleid heeft gedaan en wat de resultaten zijn, krijgt de leiding een goed beeld van de sterke en zwakke kanten in de organisatie. Met die informatie kan zij toekomstig kwaliteitsbeleid ontwikkelen. En het personeel kan zien wat voor resultaten hun inspanningen om de kwaliteit te verbeteren hebben opgeleverd. De informatie kan ook nuttig zijn voor externe organisaties zoals het regionaal patiënten/consumentenplatform, de verzekeraars en de Inspectie voor de Gezondheidszorg. In het kwaliteitsjaarverslag moet een instelling in elk geval aandacht besteden aan:

1 de kwaliteit van de verleende zorg

2 het gevoerde kwaliteitsbeled

 

Voor het eerste deel kan de instelling van uiteenlopende gegevens gebruik maken. Bijvoorbeeld de aard en de omvang van het aantal klachten, een systematische analyse van de resultaten van een behandeling en het registreerde aantal fouten en bijna-ongevallen.

In het tweede deel komt het kwaliteitsbeleid aan bod. Hierin geeft de instelling aan hoe zij verantwoorde zorg, de centrale eis van de Kwaliteitswet, tot stand brengt. Daarom zullen in ieder geval de volgende vragen aan de orde moeten komen:

-Wat waren in het verslagjaar de kwaliteitsdoelstellingen en welke kwaliteiesactiviteien heeft de instelling ondernomen om die doelstellingen te bereiken?

-Op welke manier wordt de kwaliteit van de geleverde zorg in de instelling geëvalueerd, en wat zijn de resultaten van die evaluatie?

-Wat heeft de instelling gedaan met klachten en meldingen over de kwaliteit van de verleende zorg?

-Zijn naar aanleiding van de evaluatie en de binnengekomen klachten beleidsaanpassingen noodzakelijk?

 

Ook moet de instelling in het verslag aangeven hoe zij patiënten en consumenten en hun belangorganisaties heeft betrokken bij haar kwaliteitsbeleid.

De vorm van het verslag is verder vrij. Instellingen kunnen bijvoorbeeld een apart kwaliteitsjaarverslag opstellen, maar ook een hoofstuk inruimen in het algemene jaarverslag.

Vanaf 1997 moeten zij het verslag vóór 1 juni niet allen de Minister van Volksgezondheid en de regionale Inspectie voor de Gezondheidszorg toezenden, maar ook aan het regionale patiënten/consumentenplatform.

 

Toezicht en handhaving

Hoewel de instellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van de zorg blijft onafhankelijk toezicht op de naleving van de Kwaliteitswet noodzakelijk.Dat is de taak van de Inspectie voor de Gezondheidszorg.Het toezicht richt zich met name op het kwaliteitsbeleid van zorginstellingen.

Zo zal de inspectie toezien op de aanwezigheid en werking van een kwaliteitssysteem.

Bij de beoordeling van zo'n systeem zullen naast de wettelijke regels ook de standaarden en protocollen die de instellingen en hun organisaties zelf hebben een belangrijke rol spelen.

De kwaliteitswet heeft de Inspectie meer bevoegheden gegeven om de kwaliteit van zorg te handhaven.Ten eerste kan een inspecteur een instelling een bevel geven.Dat is een dwingende opdracht om bepaalde maatregelen te nemen.Dat kan alleen als er direct gevaar voor de gezondheid van de patiënten of consumenten is.In het uiterste geval kan de inspecteur zelfs het bevel geven de zorgverlening tijdelijk te staken.Verder heeft de inspecteur de bevoegheid om in instellingen poolshoogte te nemen.Hij mag hun gegevens inzien, zonodig kopiëren of tijdelijk meenemen.

 

Tenslotte heeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de bevoegheid om een zorginstelling een schriftelijke aanwijzing te geven. In die aanwijzing staat op welke punten de zorgverlening niet voldoet en binnen welke termijn de instelling maatregelen moet nemen.

Wanneer een instelling een bevel van de inspecteur of een aanwijzing van de minister niet opvogt, kan de minister haar een dwangsom opleggen of zolfs bestuurdwang toepassen.

 

Tenslotte

Een zorginstelling moet de ruimte hebben om een eigen kwaliteitsbeleid te ontwikkelen dat is afgestemd op de behoeften van haar cliënten. De Kwaliteitswet zorginstellingen biedt die ruimte en stelt daarom geen gedetailleerde kwaliteitseisen.Centraal in de wet staat dat instellingen verantwoorde zorg leveren op basis van bewust kwaliteitsbeleid. Dat kan op vele verscillende manieren en in vele verschillende vorm.

Het is aan de zorginstellingen om samen met organisaties van patiënten/consumenten en verzekeraars de eisen in de wet verder uit te werken, zodat de kwaliteit van zorg ook in de toekomst gewaarborg is. De overheid is daarvoor eindverantwoordelijk, maar wel op afstand.



 



Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht Stuur door

WGBO



WGBO - Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst

 

 

 

Inleiding

Deze wet regelt de relatie tussen patiënt en zorgverlener (artsen, verpleegkundigen, psychologen, etc) Wanneer een patiënt de hulp van een zorgverlener inroept, ontstaat een geneeskundige behandelingsovereenkomst tussen hen. De patiënt is opdrachtgever tot zorg, hetgeen gedefinieerd wordt als: onderzoek, het geven van raad en handelingen op het gebied van de geneeskunst, die het doel hebben iemand van een ziekte te genezen, ziekte te voorkomen of de gezondheidstoestand te beoordelen, of het verlenen van verloskundige bijstand.

De WGBO is dwingend recht, dat wil zeggen dat zorgverleners (of zorgverlenende instanties) en patiënten onderling geen afspraken kunnen maken die in strijd zijn met de WGBO.

In de WGBO zijn een aantal spelregels vastgelegd, die voorheen in losse wetten en in rechterlijke uitspraken te vinden waren.

 

De plichten van de patiënt

De patiënt moet de zorgverlener goed, eerlijk en volledig op de hoogte stellen van zijn problematiek. Met juiste en volledige informatie kan de zorgverlener sneller en beter een diagnose stellen en kan hij beter zorg verlenen. Dit klinkt logisch en redelijk, maar vaak worden uit schaamte, gemakzucht of onverschilligheid, of in de overtuiging dat het onbelangrijk is zaken verzwegen of anders voorgesteld. De patiënt moet zo veel mogelijk met de zorgverlener meewerken en adviezen opvolgen. Een andere belangrijke plicht van de patiënt is de zorgverlener te betalen.

 

Het recht van de patiënt op informatie

Als patiënt hebt u recht op informatie, in begrijpelijke taal, over uw ziekte, de behandeling, de gevolgen en risico's van die behandeling en over eventuele alternatieve behandelingen.

De zorgverlener zal, als dat gewenst en noodzakelijk is, de informatie schriftelijk geven, zodat de patiënt die nog eens rustig kan nalezen. Als de zorgverlener denkt dat bepaalde informatie bij de patiënt slecht zal vallen, dan is dat geen reden om de patiënt deze informatie niet te geven. Alleen als naar het oordeel van de zorgverlener het geven van bepaalde informatie ernstig nadeel voor de patiënt zal opleveren, dan verstrekt hij die informatie niet.

De zorgverlener is wel verplicht dit met een andere zorgverlener te overleggen.

Alleen met voldoende informatie kunt u goed meedenken en meebeslissen over de behandeling. De WGBO schrijft dit ook voor: u beslist samen met de hulpverlener wat er gaat gebeuren.

 

Het recht van de patiënt om geen informatie te willen

Als een patiënt zegt bepaalde informatie niet te willen, dan krijgt hij die informatie niet, tenzij dit ernstig nadeel voor hemzelf of anderen oplevert, dan krijgt de patiënt toch die informatie van de zorgverlener.

 

Het recht van de patiënt op inzage in zijn dossier

Van iedere patiënt wordt een medisch dossier bijgehouden. Hierin staan alle gegevens die betrekking hebben op uw behandeling. Omdat het dossier gaat over úw lichaam en gezondheid kunt u het uiteraard inzien, met uitzondering van de gegevens die niet over uzelf gaan. Op de hulpverlener na mag niemand anders het dossier inzien, tenzij u daar toestemming voor geeft.

Tot inzage dient zo spoedig mogelijk gelegenheid te worden gegeven. U heeft recht op kopieën van uw dossier, waarvoor de zorgverlener een redelijke bedrag in rekening mag brengen.

Als u een andere visie heeft dan welke in uw dossier staat, dan mag u aan de zorgverlener vragen om het dossier te wijzigen of om uw visie toe te voegen aan het dossier.

Medische dossiers moeten minimaal 10 jaar bewaard blijven. Op verzoek van een patiënt moet echter een dossier binnen 3 maanden vernietigd worden door de zorgverlener, tenzij dat in strijd is met de wet of nadeel voor een ander dan de patiënt kan opleveren. Daarbij moet bijvoorbeeld gedacht worden aan aandoeningen die mogelijk erfelijk bepaald zijn. In het belang van anderen zal een goed zorgverlener in zulke gevallen het verzoek om vernietiging van een dossier naast zich neer leggen.

Ook de mogelijkheid van wetenschappelijk onderzoek verzet zich tegen het vernietigen van bepaalde medische dossiers.

 

Het recht van de patiënt op bescherming van zijn privacy

De zorgverlener dient de privacy van de patiënt te beschermen en te bewaren. Alles moet vertrouwelijk worden behandeld. Medische handelingen mogen alleen uitgevoerd worden als niemand anders die kan waarnemen, tenzij de patiënt daarmee instemt. Het medisch dossier is alleen ter inzage aan de zorgverlener en degenen die betrokken zijn bij de behandeling.

De zorgverlener mag geen enkele informatie aan derden verstrekken (inclusief directe familie), tenzij de patiënt daar uitdrukkelijk toestemming voor heeft gegeven of als de wet de zorgverlener daartoe verplicht, of als het informatie betreft ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek, maar dan alleen onder strikte voorwaarden.

Het beroepsgeheim vindt zijn grondslag in het recht van de patiënt op geheimhouding van zijn persoonlijke gegevens. Dit recht op bescherming van de privacy ligt besloten in artikel 10 van de Grondwet.

Het overlijden van een patiënt betekent niet dat diens privacy niet meer beschermd hoeft te worden. Ook na de dood hebben derden geen recht op inzage in het dossier, tenzij de zorgverlener zeker weet dat de patiënt daar geen bezwaar tegen gehad zou hebben.

 

De plicht van de zorgverlener informatie te verstrekken

Niet alleen heeft de patiënt recht op informatie, de zorgverlener is zelfs verplicht de patiënt informatie te verschaffen. De zorgverlener moet in voor de patiënt te bevatten bewoordingen vertellen over het onderzoek, de voorgestelde behandeling en alternatieven, en de gezondheidstoestand van de patiënt. Hierbij wordt wel het principe der redelijkheid gehanteerd: als er bijvoorbeeld een kans van één op een miljoen is op een bepaalde bijwerking van een bepaalde behandeling, dan hoeft dat niet besproken te worden.

 

De plicht van de zorgverlener een medisch dossier bij te houden

In het medisch dossier moeten aantekeningen gemaakt worden door de zorgverlener over de behandeling en de gezondheidstoestand van de patiënt. Dit alles voor zover dit voor een goede zorgverlening aan de patiënt nodig is. De zorgverlener moet het dossier minimaal 10 jaren bewaren, of zoveel langer als redelijkerwijs uit de zorg van een goed hulpverlener voortvloeit. Er is een dringend advies gedaan aan de hulpverleners om de bewaartermijn van dossiers te stellen op 15 jaar.

De termijn in de WGBO is nog altijd 10 jaar, maar er is een wetsvoorstel (is dus nog geen wet) dat die termijn op 15 jaar gaat stellen. De wetswijziging gaat met terugwerkende kracht in werking. Het advies is gegeven om te voorkomen dat hulpverleners dossiers die al tien jaar oud zijn vernietigen (wat volgens de letter van de WGBO moet).

 

De plicht van de zorgverlener de privacy van de patiënt te bewaren

Het is de plicht van de zorgverlener er voor te zorgen dat geen inlichtingen over de patiënt aan derden ter beschikking komen. Tenzij de patiënt hier uitdrukkelijk toestemming voor heeft gegeven.

Alleen personen die direct bij het onderzoek en de behandeling betrokken zijn, mogen over de patiëntgegevens beschikken.

Zonder toestemming van de patiënt kunnen wel gegevens aan derden verstrekt worden ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek of statistiek indien het vragen van toestemming niet mogelijk is en de patiënt niet onevenredig wordt geschaad, of het vragen van toestemming niet redelijk is en de gegevens niet tot de patiënt herleidbaar zijn.

Als een patiënt echter uitdrukkelijk bezwaar heeft gemaakt tegen het verstrekken van gegevens ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek of statistiek, dan mag de zorgverlener geen gegevens verstrekken.

Het wetenschappelijk onderzoek moet wel een algemeen belang dienen en het moet niet ook zonder de patiëntgegevens uitgevoerd kunnen worden. Als er gegevens ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek of statistiek verstrekt worden, dan wordt dat door de zorgverlener in het dossier genoteerd.

 

Het recht van de zorgverlener om verzoeken van een patiënt te weigeren

Voor diverse beroepen in de gezondheidszorg gelden professionele standaards. De zorgverlener heeft het recht om niet op een onredelijk verlangen van de patiënt in te gaan.

De zorgverlener laat zich bij nemen van zijn beslissingen leiden door zijn eigen deskundigheid en mag bijvoorbeeld een verzoek van de patiënt weigeren om een röntgenfoto te laten maken.

 

Toestemming van de patiënt is vereist

Voor ieder onderzoek en voor iedere behandeling is toestemming nodig van de patiënt.

De patiënt beslist uiteindelijk of er wel of niet behandeld wordt, niet de zorgverlener.

De patiënt heeft het recht een behandeling of onderzoek te weigeren en gegeven toestemming weer in te trekken.

Bij ingrijpende onderzoeken of behandelingen wordt uitdrukkelijk om de toestemming van de patiënt gevraagd. In de overige gevallen wordt ervan uitgegaan dat de patiënt stilzwijgend toestemming geeft. Wanneer de patiënt daar om vraagt, wordt in het medisch dossier genoteerd voor welke behandelingen of onderzoeken toestemming is verleend.

 

 

Bron: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport



 



Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht Stuur door

Rechten samengevat



Rechten / Wettelijke regelingen

 

 

 

 

Een gelijkwaardige relatie tussen u en de hulpverlener,

 

respect, samenwerking en wederzijds vertrouwen

 

is belangrijk en kan niet in een wet worden uitgedrukt.

 

 

In onderstaande wetten is vastgelegd dat u recht heeft op:

 

  • Deskundige hulp, verantwoorde zorg
     
  • Informatie
     
  • Ondersteuning door familie, betrokkenen of contactpersoon
     
  • Mogelijkheid tot psychologisch en/of psychiatrisch onderzoek
     
  • Second opinion
     
  • Inspraak, mogelijkheid om uw mening en wensen over de behandeling kenbaar te maken
     
  • Toestemmingsrecht voor een bepaalde behandeling  
     
  • Uw toestemming in te trekken, als u van mening verandert
     
  • Keuze uit behandelmogelijkheden individueel/groep
     
  • Verandering van behandeling
     
  • Keuze man / vrouw
     
  • Verandering van hulpverlener
     
  • Samen opstellen van het Behandelplan / Begeleidingsplan 
     
  • Evaluatie van het behandelplan & de behandeling 
     
  • Samen opstellen van een Verpleegplan bij opname
     
  • Inzage van uw dossier
     
  • Toevoeging van een eigen verklaring aan uw dossier
     
  • Kopie van uw dossier
     
  • Telefonische bereikbaarheid buiten kantooruren / in crisis
     
  • Indienen van een klacht 
     
  • Signaleringsplan
     
  • Crisiskaart

 

  • Continuïteit van de zorg, vervanging bij ziekte van uw hulpverlener 
     
  • Bescherming van uw privacy, bescherming van uw persoonsgegevens
     
  • Begeleiding bij doorverwijzing naar een andere instelling.
     
  • Geen informatie aan anderen zonder uw schriftelijke toestemming. Alleen uw huisarts over het verloop of het resultaat van de behandeling, tenzij u daar uitdrukkelijk bezwaar tegen maakt.
     
  • Beroep kunnen doen op een tolk voor cliënten die de Nederlandse taal onvoldoende beheersen
     
  • Nazorg om terugval te voorkomen 
     
  • Vernietiging van het dossier
    Na een vrijwillige opname en/of behandeling blijft uw dossier ten minste acht jaar bewaard, na een gedwongen opname vijf jaar.
     
    U kunt bij uw hulpverlener schriftelijk een verzoek tot vernietiging indienen, daarvoor dient u een kopie van uw paspoort mee te sturen. Vernietiging moet binnen drie maanden gebeuren.
     
    Uitzondering: als er informatie in uw dossier staat die voor een ander van groot belang kan zijn, mag uw hulpverlener vernietiging weigeren.
    Geneeskundige verklaringen, lasten en beslissingen tot ibs en rm dient de instelling vijf jaar na uw ontslag te vernietigen. 
     
     

Uw medewerking is uiteraard heel belangrijk door:

  • uw behandelaar zo goed mogelijk te informeren.
  • mee te werken aan de behandeling.
  • u aan de gemaakte afspraken te houden.

 

 

Uw positie als cliënt. Wat doet de overheid daaraan?

De positie van de cliënt in de zorgsector is de laatste decennia sterk veranderd.

Cliënten zijn mondiger geworden en er is meer sprake van een gelijkwaardige relatie tussen cliënt en de hulpverlener.

Deze tendens wordt door de overheid ondersteund en versterkt, onder meer via een aantal wetten die de positie van de consument in de zorgsector proberen te versterken en eisen stellen aan de kwaliteit van de zorgverlening.

 

 

Uw rechten ten aanzien van uw behandeling zijn vastgelegd in de volgende wetten:

 

 

Ø     Wet Bijzondere Opnemingen Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ)

Ø      Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO)

Ø      Kwaliteitswet Zorginstellingen

Ø      Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG)

Ø      Wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector

Ø      Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen

Ø      Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO)

 

 

Seksueel misbruik en seksuele intimidatie

     Ø      Bestrijding van seksueel misbruik minderjarigen

     Ø      Seksuele intimidatie door hulpverleners

 

 

Hoe lang worden uw gegevens bewaard?

Gegevens uit uw dossier moeten minimaal tien jaar worden bewaard op basis van de Wet op de Geneeskundige Behandelovereenkomst (WGBO) en vijf jaar op basis van de Wet Bijzondere Opnemingen Psychiatrische Ziekenhuizen (WBOPZ). Na die tijd kunnen uw gegevens vernietigd worden.

U kunt ook zelf om vernietiging vragen. In principe zal uw hulpverlener op uw verzoek ingaan, behalve wanneer een ander daar ernstig nadeel zou kunnen ondervinden.  Wanneer uw hulpverlener uw gegevens niet wil vernietigen, moet hij dat aan u mededelen.

Gedwongen opname 

In sommige gevallen is het onder strikte voorwaarden mogelijk dat u tegen uw wil wordt opgenomen. Dat gebeurt alleen als u ernstig ziek bent en door uw ziekte een gevaar voor uzelf of voor uw omgeving vormt. In dat geval kunt u gedwongen worden opgenomen.

De rechter toetst dat en bepaalt of dat mag. Ook is het mogelijk dat u dan tegen u wil een bepaalde behandeling krijgt. Een gedwongen opname of dwangbehandeling duurt altijd zo kort mogelijk en hoogstens zo lang als strikt noodzakelijk is.

De toepassing van de dwang gebeurt op grond van de Wet Bijzondere Opnemingen Psychiatrische Ziekenhuizen (WBOPZ).

 

 

Uw rechten als u opgenomen bent:

  • Als u opgenomen bent, en dus langer tijd op het terrein van de instelling verblijft, gelden bovendien nog de volgende rechten:
    U hebt recht op bewegingsvrijheid en contact met de buitenwereld.
    *Voor gedwongen opgenomen cliënten geldt dat dit recht beperkt kan worden. Dat gebeurt op grond van de WBOPZ, uitsluitend in situaties waarin ernstig gevaar dreigt.
  • U hebt het recht om uw eigen geloof en politieke mening te uiten.
  • U behoudt het recht op het beheer van uw persoonlijke eigendommen.
    * Voor cliënten met een ondercuratelestelling of een onderbewindstelling geldt dat dit recht beperkt kan worden.
    In het kader van uw behandeling kunnen, wanneer u vrijwillig bent opgenomen, afspraken met u worden gemaakt over een tijdelijke beperking van uw bewegingsvrijheid. Deze afspraken worden vermeld in uw behandelplan.

 

 

Rechten van kinderen tot 12 jaar:

Kinderen onder de twaalf jaar mogen niet voor zichzelf beslissen. Dat doen hun ouders of voogd.

Als een kind jonger is dan 12 jaar, worden de ouders vaak nauw bij de behandeling betrokken. Bij een kind van die leeftijd zijn de ouders bevoegd om beslissingen te nemen met betrekking tot de behandeling. Aan jonge kinderen moet wel op begrijpelijke manier worden verteld wat er met hen gaat gebeuren.

 

 

Rechten van kinderen van 12 tot 16 jaar

Kinderen tussen de twaalf en zestien zijn over het algemeen goed in staat hun situatie te overzien en een eigen mening te hebben.

Daarom is voor een behandeling toestemming van zowel ouders als het kind nodig. De ouders krijgen ook geen informatie over hun kind, als deze daar geen toestemming voor geeft. 

 


 



Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht Stuur door

Bejegening



Het belangrijkste tijdens de behandeling is de bejegening;
hoe de hulpverlener en de cliënt met elkaar omgaan etc.



Wederzijds vertrouwen  

Maak het bespreekbaar als het niet klikt, en/of als het vertrouwen beschadigd is, verandering van hulpverlener is dan (eventueel) wenselijk en mogelijk.

 

Respectvolle bejegening

Dat de cliënt met zijn/haar problematiek serieus genomen wordt als persoon, en zeker niet gezien wordt als een wandelende diagnose

 

Gelijkwaardige houding

Biedt overleg & samenwerking

Maakt het mogelijk meningsverschillen op te lossen en elkaar feedback te geven, ook een hulpverlener kan fouten maken en zich kwetsbaar opstellen, dit toegeven

Sluit macht uit en voorkomt betutteling (behandeld worden als een kind).

 

Erkenning & begrip

Voor de bijwerkingen van de gestelde diagnose, de ervaren problemen en de kwetsbaarheid

Voorcliënten die het moeilijk vinden hun problemen (pijn) te uiten, meer doorvragen is gewenst

 

Luisterend oor

Voorkomt bij de cliënt het idee dat hij/zij zeurt, en een nummer is.

Het non-verbale gedrag van de hulpverlener is belangrijk. Vaak op de klok kijken, telefoontjes aannemen, of andere dingen doen, wekt bij de cliënt de indruk dat er geen interesse is en werkt niet motiverend voor de cliënt om zijn verhaal te doen.

 

Voldoende informatie en keuze uit mogelijkheden van behandeling

De cliënt heeft baat bij voldoende informatie, uitleg en evaluatie over diverse soorten behandelingen. Inzicht krijgen in de problematiek en deskundig advies over het op een andere manier omgaan met de problemen. Te vaak wordt tijd verspilt aan koetjes en kalfjes.

 

Eigen verantwoordelijkheid

Het kan gestimuleerd worden, maar met inzicht in de mogelijkheden en beperkingen van de cliënt. Er kan een appèl op worden gedaan, maar er wordt ook rekening gehouden met (tijdelijk) onvermogen.

 

Betrokkenen

Als de cliënt daarvoor toestemming geeft is hij/zij erbij gebaat als betrokkenen inzicht krijgen in de situatie van de cliënt en hoe daar het beste mee omgegaan kan worden.

Ook het ondersteunen van betrokkenen is van belang.

 

Actieve ondersteuning

"Je moet leuke dingen gaan doen" is een veel gehoord (deskundig?) advies. De cliënt had het al eerder bedacht dat hij/zij daar niet meer toe kwam. De cliënt is gebaat bij (tijdelijke) ondersteuning bij het zoeken naar activiteiten t/m de activiteit.

 

Continuïteit van de zorg

Het soms (vaak) moeten wisselen van hulpverlener draagt niet bij aan het herstel, geeft onrust, vertrouwen moet weer worden opgebouwd, met alle risico's voor de cliënt.

 

Bij opname

Verpleegkundigen op de afdeling (niet elders of in het aquarium) biedt veiligheid voor cliënten en de mogelijkheid tot een gesprek als de cliënt dat nodig heeft.

 

Mogelijkheid tot gesprek

Veel cliënten vinden het moeilijk een gesprek te vragen, zeker als de indruk gewekt wordt dat de verpleegkundige zodoende een "gunst" verleent. Aanbod van de mogelijkheid van een gesprek is wenselijk, bv. ook als de cliënt medicatie vraagt die "zo nodig" is voorgeschreven.

 

Nazorg

Na een opname of behandeling is het spannend of het goed blijft gaan. Bespreek welke nazorg ondersteuning biedt. Maak heldere afspraken tussen cliënt en hulpverlener, zodat terugval voorkomen kan worden.

 

 

Herkent u iets van het bovengenoemde en vindt u het niet prettig?

Bespreek dit met uw hulpverlener!

 

 

 

 

De kwaliteit van hulpverlening

vanuit het perspectief van cliënten

 

 

 

  • Verlies van rollen

 

Trefwoorden uit ervaringen van cliënten

Machteloosheid

Geen eigen beslissingen meer kunnen nemen

Verlies van eigenwaarde

Alleen als cliënt gezien worden

 

 

Gelijkwaardigheid

Het realiseren en in stand houden van een hulpverleningsrelatie is gebaseerd op gelijkwaardigheid. In een hulpverleningsproces hebben zowel hulpverleners als cliënten een aandeel. Beide hebben een eigen rol en verantwoordelijkheid. Om die beide rollen tot hun recht te laten komen is respect voor elkaars verantwoordelijkheden en kennis van elkaars leefwereld nodig.

 

Aandacht voor andere rollen in het dagelijks leven van cliënten is een voorwaarde om de cliënt als mens te kunnen benaderen

 

Psychiatrisch ziek zijn gaat gepaard met het verlies van rollen.

Cliënten hebben de ervaring dat ze vanuit de hulpverlening vaak alleen als patiënt worden gezien. Er is geen of weinig aandacht voor de rollen die ze verloren zijn of die ze nu onder andere omstandigheden moeten vervullen, of het behoud van rollen (tijdens opname).

De nieuwe rol van cliënt zijn, brengt met zich mee dat gedrag snel wordt gekoppeld aan de diagnose van de cliënt ipv dit te zien als reactie op regels en bejegening.

 

 

 

  •  Afhankelijke situaties

 

Trefwoorden uit ervaringen van cliënten

hokjes-denken

vast behandelstramien

verwarring over de regels

samen deskundig, ieder zijn eigen rol en verantwoordelijkheid

niet als individu gezien worden

niet serieus genomen worden

 

Samenspel tussen leiden en volgen.

Het realiseren en in stand houden van een hulpverleningsrelatie gebaseerd op gelijkwaardigheid vergt ruimte voor de eigen oplossingen en zeggenschap van cliënten.

In de praktijk lukt dit helaas niet altijd. Cliënten bevinden zich in een afhankelijke situatie waarin zeggenschap en keuzevrijheid makkelijk ondersneeuwt. In de hulpverlening verleer je daardoor het nemen van je eigen verantwoordelijkheid, doordat bepaald wordt hoe je je moet gedragen, wat je moet doen. De hulpverlening heeft de leiding en de cliënt moet volgen. Hierdoor kan je je eigenheid kwijt raken, kan het zijn dat je werkt aan problemen waar je niet voor kwam, of dat je focus verschuift van je probleem naar het goed houden van de relatie met je hulpverlener.

 

Vermindering van afhankelijkheid, een goede balans tussen leiden en volgen

Oplossingen waar je zelf achter staat werken het best.

Ruimte voor de eigenheid van cliënten: iedere cliënt is anders

De cliënt in de gelegenheid stellen de regels en gebruiken te leren kennen, te begrijpen en te leren hanteren.

Eigen keuzes kunnen maken, betekent zelf verantwoordelijkheid kunnen nemen. Dit versterkt je gevoel van eigenwaarde en verbreedt je perspectief. Je kunt je daardoor meer richten op de dingen waar je energie van opdoet.

Je veilig kunnen voelen voor het kunnen opbouwen van een vertrouwensband, die nodig is voor het hulpverleningsproces

Hulpverlening nodig hebben wil niet zeggen dat je niets meer kunt.

Door hokjes-denken pas je als cliënt vaak niet binnen het aanbod van de hulpverlening. Als cliënt ervaar je 2 mogelijkheden, je voegen naar het systeem of het gevecht aangaan. Uiteindelijk krijg je dan niet de hulp die past bij jouw probleem.

Weten wat ervan je verwacht wordt en wat je van de hulpverlener en instelling kan verwachten

 

Als cliënt en hulpverlener aan verschillende doelen werken, als er geen duidelijke afspraken zijn, gaat de cliënt of de hulpverlener een strijd aan.

Beiden reageren daarin verschillend en zo gaat kostbare tijd verloren!!

 

 

  •  Vertrouwen en macht

 

Trefwoorden uit ervaringen van cliënten

Het niet mogen nemen van eigen verantwoordelijkheden

Controle kwijtraken over je eigen behandeling

Angst, (on)macht van hulpverleners

Verschuilen achter regels

Aanpassen of strijd aangaan

Gebrek aan informatie over het waarom van bijv. RM’s, gebruik van de separeer en andere machtsmiddelen

 

Een goed gebruik van macht kan alleen op basis van vertrouwen

Vertrouwen is een voorwaarde voor het kunnen realiseren en in stand houden van een gelijkwaardige relatie tussen cliënt en hulpverlener.

 

Het realiseren van een hulpverleningsproces dat gebaseerd is op gelijkwaardigheid vereist een gelijkwaardige benadering van de cliënt door de hulpverlener. Deze gelijkwaardige benadering komt in het geding bij het gebruik van dwang en drang. Het vertrouwen van de cliënt wordt geschaad en dit vertrouwen is nodig voor een goed hulpverleningsproces. Persoonlijke waarden en normen liggen vaak bij het gebruik van macht ten grondslag aan het handelen. Welke waarden en normen hanteert de hulpverlener en hoe verhouden die zich tot de waarden en normen van de cliënt?



 



Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Informatie over .....


 

Iedere cliënt heeft recht op volledige en begrijpelijke informatie van de hulpverlener 

over de mogelijkheden binnen de zorg.

Zowel mondeling als schriftelijk, 

en wordt indien nodig herhaald.

 

Als het aanbod uitblijft, voel je vrij en vraag ...... 


Informatie over:
 

 

 

 

Visie/missie van de instelling

 

Financiële zaken / zorgverzekering

 

Hoe lang is de wachttijd voor ik hulp krijg

 

Telefonische bereikbaarheid buiten kantooruren / in crisis

 

Mogelijkheid om mijn mening en wensen over de behandeling kenbaar te maken

 

Mogelijkheid tot psychologisch / psychiatrisch onderzoek

 

De diagnose

 

Medicijnen en bijwerkingen

 

Second opinion

 

Behandelmogelijkheden individueel/groep

 

Keuze man / vrouw

 

Behandelplan / Begeleidingsplan

 

Evaluatie behandelplan

 

Verpleegplan bij opname

 

Inzage dossier (belangrijkste info staat in het zgn. schaduwdossier!)

 

Signaleringsplan

 

G schema 

 

Crisisplan / Crisiskaart

 

Privacy

 

Verandering van behandeling

 

Verandering van hulpverlener

 

Vervanging bij ziekte

 

Cliëntenraad

 

Familieraad

 

Patiënt Vertrouwens Persoon PVP

 

Familievertrouwenspersoon

 

Waar kan ik een klacht indienen

 

Bed Op Recept BOR

 

Telefoon Op Recept TOR

 

Stoel Op Recept STOR

 

Maaltijd op recept MOR

 

Afsluiting van de zorg / behandeling

 

Nazorg

 

Kopie van het dossier

 

Vernietiging van het dossier



 



Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht Stuur door

Hulpverleners


 

Goed hulpverlenerschap bestaat hoofdzakelijk uit:

een menselijke benadering van hulpverleners

deskundige, goed opgeleide, hulpverleners

continuïteit van hulpverleners, steeds weer nieuwe hulpverleners betekent voor cliënten; opnieuw een vertrouwensrelatie opbouwen, met alle risico's......



 

Op zoek naar een hulpverlener: waar moet je aan denken?
 

Het is niet altijd eenvoudig om een goede hulpverlener te vinden. Zowel cliënten als hun familieleden weten dat. Enkele tips voor vragen die je bij je zoektocht kunt stellen. Wat zijn de harde en zachte kenmerken waaraan de hulpverlener zou moeten voldoen, en hoe is zijn of haar attitude tegenover de ……. diagnose?

 

Vragen naar harde kenmerken

- Neemt u nieuwe patiënten aan?

- Wordt uw behandeling vergoed door de verzekering?

- Bent u buiten kantooruren bereikbaar? Wie vervangt u als u er niet bent?

- Wat is uw opleiding en specialisatie?

- Bent u ingeschreven bij een beroepsvereniging?

- Bent u BIG-geregistreerd?

 

Vragen naar zachte kenmerken

- Hoe ziet u uw rol in de therapie, wat is uw stijl van werken?

En ga na of je vindt dat de therapeut luistert, je op je gemak stelt en accepteert en of hij zich ook stevig durft op te stellen.

Heb je het idee dat de therapeut zelfvertrouwen heeft?

Durft hij ook te zeggen dat hij iets niet weet? Of stelt hij zich juist verdedigend op?

Hoe kijkt de therapeut naar invloeden van man/vrouw-rollen?

 

Visie op uw diagnose

- Hoe denkt u over de diagnose …….. en over de behandeling?

- Denkt u dat zowel therapie als medicijnen nodig zijn voor de behandeling?

- Heeft u ervaring met de behandeling?

- Heeft u tijd om uw vakliteratuur bij te houden?

- Geeft u ook gezinstherapie? Wat denkt u van de invloed van iemand met mijn diagnose op de andere gezinsleden?

- Denkt u dat genezing van de diagnose mogelijk is. Zo ja, in welke mate?

 

 

Zoek een hulpverlener

 

Zoek Hulpverlener

 

Verwijslijst 

 

Christelijke Vereniging voor Psychiaters, Psychologen en Psychotherapeuten

 

 

 

Psychiater

Coöperatie van Zelfstandig Gevestigde Psychiaters in de provincie Utrecht

De psychiater is als medisch specialist BIG-geregistreerd. Na de studie geneeskunde, heeft hij zich in de psychiatrie gespecialiseerd. De meeste zelfstandig gevestigde psychiaters zijn daarnaast ook als psychotherapeut BIG-geregistreerd. Veel psychiaters zijn ook een vraagbaak voor de professionals in de eerstelijn. Daarnaast behandelen zij vooral personen die meerdere of zwaardere psychiatrische stoornissen/aandoeningen hebben. De behandeling kan bestaan uit begeleidende, ondersteunende, maar ook gestructureerde gesprekken. De laatste dan in de vorm van psychotherapie. Een psychiater is een medisch specialist en stelt de diagnose en stelt een behandelplan op en mag medicijnen voorschrijven.

 

 

Psycholoog

Alle psychologen

Psycholoog NIP

De titel psycholoog NIP is door het NIP ingesteld toen in 1993 de wettelijke bescherming van de titel "psycholoog" wegviel. Vanaf die datum mag iedereen zich psycholoog noemen en biedt het vermelden van "psycholoog" bij de naam dus geen waarborg meer voor de kwaliteit van de dienstverlening. De titel psycholoog NIP mag gebruikt worden door NIP-leden die aan bepaalde eisen voldoen. Met een psycholoog NIP heeft men met een "'echte" psycholoog te maken. Psycholoog NIP is een basiskwalificatie. De titel zegt niets over de verdere specialisatie van een psycholoog na de universitaire opleiding.

 

 

Eerstelijnspsycholoog

Landelijke Vereniging Eerstelijnspsychologen (LVE)

De eerstelijnspsycholoog is een psycholoog die zich heeft gevestigd in de eerstelijns-gezondheidszorg. "Eerste lijn" betekent dat de cliënt zich ook zonder doorverwijzing kan aanmelden, echter om in aanmerking te komen voor vergoeding is vaak een verwijzing van de huisarts nodig. Eerstelijnspsychologen zijn breed georiënteerd. Ze hanteren een probleemgerichte aanpak: er wordt in de eerste plaats aan de klacht gewerkt en bijvoorbeeld niet aan een uitvoerige persoonlijkheidsanalyse, zoals bij sommige vormen van psychotherapie. De behandeling is kortdurend: gemiddeld tien sessies. Sommige verzekeraars vergoeden enkel eerstelijnspsychologen die tevens lid zijn van een (Regionaal Orgaan Eerstelijnspsychologen (ROEP). In een ROEP zijn binnen een regio een aantal eerstelijnspsychologen georganiseerd.

 

 

Klinisch psycholoog

De klinisch psycholoog is gespecialiseerd in de (psycho)diagnostiek en beheerst de psychotherapie. Daarnaast beheerst de geregistreerd klinisch psycholoog ook de overige psychologische behandelmethoden, zoals advisering, begeleiding, counseling en vaardigheidstrainingen. De klinisch psycholoog is een gespecialiseerde gezondheidszorg- psycholoog (op basis artikel 14 wet BIG). De meeste klinisch psychologen zijn ook geregistreerd als psychotherapeut. De werkzaamheden van de klinisch psycholoog hebben een psychotherapeutisch karakter. De psycholoog probeert door middel van gesprekken een beeld te krijgen van de persoonlijkheid en klachten, om vervolgens te proberen de problemen aan te pakken.

 

 

Gezondheidszorgpsycholoog (gz-psycholoog)

De gz-psycholoog is een generalist die inzetbaar is in alle sectoren van de gezondheidszorg.

De gz-psycholoog een zelfstandig behandelaar van psychische stoornissen en van psychische aspecten bij lichamelijke ziekten, invaliditeit en problemen in de levenssfeer. De deskundigheid van de gz-psycholoog ligt in de toepassing van psychologische kennis en vaardigheden met als hoofdtaken diagnostiek en behandeling. De gz-psycholoog beschikt niet over psychotherapeutische deskundigheid.

 

 

Psychotherapeut    

Nederlandse Vereniging van Vrijgevestigde Psychologen & Psychotherapeuten

De werkzaamheden van de psychotherapeut bestaan uit het vaststellen van de aandoening en oorzaak daarvan en interventie. De interventie bestaat voor het grootste deel uit gesprekstherapie. De problemen die de psychotherapeut behandelt, zijn vaak erg ingewikkeld, waardoor de behandeling ook langer duurt. Er wordt niet alleen aan de klacht gewerkt, maar ook aan de persoonlijkheid. De problemen zitten dieper dan alleen wat de klacht aangeeft. Het ministerie van VWS houdt een BIG-register van gekwalificeerde psychotherapeuten bij. Opname in het register van psychotherapeuten is voorbehouden aan degenen, die na hun universitaire studie in de medische, sociale wetenschappen (psychologie en pedagogiek) of maatschappelijk werk, een zogenaamde "basisopleiding" tot psychotherapeut met goed gevolg hebben afgerond. Psychotherapeut is een beschermde titel en mag alleen gevoerd worden door iemand die ingeschreven staat als psychotherapeut in het BIG-register.

 

 

Systeemtherapeut

De relatie- en gezinstherapeut, ook wel systeemtherapeut genoemd, bekijkt de problemen van individuen niet als op zichzelf staand, maar plaatst ze steeds in relationeel verband. Bij het zoeken naar oplossingen ligt de nadruk op het veranderen van interactionele patronen die het problematische gedrag van de individuele cliënt of de problematische relatie in stand houden. Met de cliënt(en) wordt een keuze gemaakt welke systemen feitelijk betrokken worden bij de therapie. 

 

 

Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige (SPV-er)

De sociaal psychiatrisch verpleegkundige is een functionaris die vanuit een autonome verantwoordelijkheid haar activiteiten richt op het realiseren van een sociaal psychiatrisch verpleegkundig zorgaanbod. De verpleegkunde, sociale psychiatrie en preventie zijn bepalende uitgangspunten voor het beschrijven en uitvoeren van diagnostiek, interventies en resultaten.

De sociaal psychiatrisch verpleegkundige neemt altijd het individu en/of het systeem en het functioneren ervan in een sociale context als vertrekpunt bij het aanbieden van zorg. De sociaal psychiatrisch verpleegkundige zet haar verpleegkundige specialistische competenties in zowel op individueel niveau als op systeemniveau, op instellingsniveau en regionaal niveau. Vanuit een eigenstandige, professionele positie - en in samenwerking met anderen - levert de sociaal psychiatrisch verpleegkundige een actieve bijdrage aan het ontwerpen, bijstellen, vaststellen en uitvoeren van GGZ-beleid. Dit geldt zowel op team-, instellings- of regionaal niveau.

 

 

Maatschappelijk werker

Het Algemeen Maatschappelijk Werk (AMW) biedt laagdrempelige hulp voor mensen met psychosociale problemen en daardoor belemmerd worden in hun dagelijkse functioneren. Karakteristiek voor het AMW is dat het aandacht schenkt aan zowel de materiële als niet-materiële aspecten van de problemen.

 

 

Vaktherapeut

Een vaktherapeut is gespecialiseerd op een van de volgende terreinen: beeldende therapie, danstherapie, dramatherapie, muziektherapie of psychomotorische therapie.

Lidmaatschap van de Nederlandse Beroepsverenigingen en het register SRVB.

 

 

Verpleegkundige 

Bij verpleegkunde zijn alle activiteiten uiteraard gericht op de gezondheid van mensen. Het kan gaan om het bevorderen van de gezondheid of het opheffen van gezondheidsproblemen. Het gaat om het verminderen van én bijstand verlenen bij de gevolgen van beperkingen en handicaps in het dagelijks leven gericht op zo optimaal mogelijk functioneren in de samenleving (rehabilitatie). De verpleegkunde richt zich op het individu als geheel met aandacht voor de psychische, sociale, lichamelijke en levensbeschouwelijke kanten.

 

 

U heeft recht op deskundige hulp

Het komt veel voor in GGZ instellingen dat er bij individuele hulp of in groepstherapie niet de begeleiding wordt gegeven van de  daarvoor bevoegde psychotherapeuten maar van daarin niet opgeleide verpleegkundigen.

Het behoeft geen uitleg dat deze begeleiding ten koste gaat van uw welzijn & herstel en van de kwaliteit van verantwoorde zorg.

Informeer hiernaar voor u aan de behandeling begint, of tijdens uw behandeling.

 

 

Alternatieve behandelaars

Alternatief verwijst naar het feit dat de betreffende vakopleiding niet aan erkende universiteiten of hogescholen worden onderwezen. In georganiseerd verband gaat het om ongeveer 4.000 beroepsbeoefenaren. Kies bij voorkeur een alternatieve therapeut die lid is van een bonafide beroepsvereniging. Wanneer iemand niet georganiseerd is in een beroepsvereniging heeft u op geen enkele manier duidelijkheid over de betrouwbaarheid van de persoon. Wanneer iemand weigert inzicht te geven over het al dan niet lid zijn van een beroepsorganisatie is er reden tot wantrouwen. Ook patiëntenverenigingen kunnen helpen u op de hoogte te stellen van de achtergronden van een therapeut.

 

 

Beroepsorganisaties

In Nederland bestaan naast de erkende psychotherapie-richtingen, meer dan 300 verschillende alternatieve behandelwijzen, waarvan er in Nederland naar schatting jaarlijks drie miljoen mensen van gebruik maken. Er zijn normen ontwikkeld die regels voor beroepsuitoefening inzichtelijk maken en de manier waarop naleving van de regels waarborgen. Het lidmaatschap van een beroepsorganisatie geeft de cliënt enige garanties over de kwaliteit van de opleiding, stelt eisen aan de beroepsuitoefening van de betreffende persoon en u kunt een beroep doen op een klachtenreglement. De normen waaraan een goede beroepsorganisatie voldoet betreffen: duidelijke opleiding, bij- en nascholing; een beroepsregister; omschreven behandelwijze; regels aangaande organisatie zorgverlening (o.a. dossiervorming, praktijkruimte, tarieven); attitude en gedrag beroepsbeoefenaar vastgelegd in beroepscode of gedragsregels; tuchtrecht en klachtenopvang; kwaliteitsbewaking- en verbetering; relatie met reguliere zorg.

 


 



Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht Stuur door

Muziektherapie etc.


 

Wanneer in het dagelijkse leven door verschillende oorzaken de draaglast en de draagkracht uit evenwicht zijn geraakt en problemen zijn ontstaan kan muziektherapie ingezet worden. Hierbij kun je denken aan: somberheid, angst, slapeloosheid, verdriet, het ontbreken van structuur, piekeren, agitatie, nervositeit, vergeetachtigheid, gevoelens van minderwaardigheid, faalangst en/of andere klachten. Muziektherapie richt zich tevens op problemen die veroorzaakt worden door een stoornis of een handicap, zoals autisme, ADHD, angststoornissen, negatieve verschijnselen van psychotische stoornissen en depressie.

 

Hoe werkt muziektherapie?

Binnen muziektherapie ligt de nadruk op de muziekbeleving. Tijdens de therapie maak je zelf muziek en/of luister je naar specifieke muziek. Muzikale vaardigheden of kennis zijn niet vereist aangezien muziek tijdens de therapie het middel is om aan de klacht of het probleem te werken. De manier van muziek maken is verbonden aan de hulpvraag die het uitgangspunt is tijdens de behandeling. Dit kan zowel individueel als in een groep. Muziek is een middel om met anderen te communiceren, muziek kan mensen aanzetten tot bewegen en muziek heeft invloed op de stemming van mensen. De muziektherapie maakt hiervan gebruik. Er zijn werkvormen gericht op het emotionele gebied, het fysieke gebied, het cognitieve gebied en het sociale gebied. Met muziektherapie kan het evenwicht tussen de draagkracht en de draaglast weer hersteld worden.

 

Wat kun je bereiken met muziektherapie?

De therapeut en de cliënt stellen zo mogelijk samen de doelen op. Je kunt hierbij denken aan het bevorderen van communicatie, het oefenen van sociale vaardigheden of het verstevigen van je gevoel van eigenwaarde en zelfvertrouwen. Ook kun je werken aan het uiten van emoties en gevoelsbelevingen of leren structuur aan te brengen in je eigen handelen. Samenvattend kun je dus in de muziektherapie nieuwe vaardigheden aanleren,ontwikkelingen in gang zetten en problemen overwinnen.

Het eindresultaat van de therapie is bereikt wanneer je hulpvraag behaald is of wanneer geen vooruitgang meer te verwachten is.

 

Wanneer kiest men voor muziektherapie

Concentratieproblemen, burn-out, depressie, spanningsklachten, gedragsproblemen, rouwverwerking, negatief zelfbeeld, trauma, angst, seksueel misbruik, eetstoornis, verslaving, relatieproblemen, communicatieproblemen.

 

 

 

Dramatherapie

 

 

Hoe werkt dramatherapie?

Dramatherapie is een behandelvorm die zich richt op psychische, sociale en emotionele problemen. Het doel is om deze problemen op te heffen, overwinnen, onderkennen, verminderen of accepteren. Binnen dramatherapie wordt gebruik gemaakt van verschillende theaterwerkvormen en expressietechnieken zoals bijvoorbeeld rollenspelen, maskers, improvisatiespel, theaterteksten, regisseren, gedichten en decors. Het Griekse woord ‘drama’ betekent handelen en daar ligt ook het accent binnen dramatherapie. Door op een ‘speelse’ manier met uw problemen aan de slag te gaan, kan het u helpen er op een andere manier tegenaan te kijken. De dramatherapeut zet de genoemde technieken bewust in om een acceptatie- en/of veranderingsproces op gang te brengen. Dramatherapie werkt ervaringsgericht. De elementen van spel worden door de therapeut methodisch zo toegepast, dat deze als veilig worden ervaren. Dit nodigt uit tot het vormgeven en uiten van emoties, ervaringen en ideeën. De ‘aslof’ situatie biedt de mogelijkheid te experimenteren met nieuw gedrag. Dramatherapie baseert de methoden en werkvormen mede op bestaande kennisvelden zoals psychologie, psychotherapie en orthopedagogiek. 

 

Wat kan ik met dramatherapie bereiken?

De behandeling is gericht op het bereiken van veranderingen in denken, voelen en handelen.

Zo kunnen uw klachten verdwijnen, verminderen of u leert omgaan met uw klachten.

Het vooraf vaststellen van concrete doelen kan u helpen richting te geven aan uw therapieproces. Behandeldoelen kunnen zijn: beter functioneren op het gebied van communicatie, inlevingsvermogen, sociale interactie, zelfvertrouwen, zelfbeeld en zelfpresentatie. De therapie begint doorgaans met een observatieperiode.

In deze observatie wordt gekeken op welke manier uw klacht binnen het dramatisch spel zichtbaar wordt. Dramatherapie kan zowel individueel, in een groep, met partner of andere gezinsrelaties gevolgd worden.

 

Wanneer kiest men voor dramatherapie:

Angsten, verslaving, burn-out, negatief zelfbeeld, gepest, moeite met verwoorden, eetproblemen, misbruik, verstoorde ontwikkeling, dwangmatig, relationele problemen, moeite met grenzen, passiviteit, moeite met voelen.

 

 

Relatie- of systeemtherapie

 

 

Deze vorm van therapie is erop gericht stoornissen in de onderlinge communicatie tussen echtgenoten en/of gezinsleden te signaleren en mogelijk op te lossen. Dit wordt bereikt als mensen zich anders gaan gedragen ten opzichte van elkaar en/of een andere kijk krijgen op de problemen. In de therapie kunnen de partners of gezinsleden zich bewust worden van de reacties op elkaar en begrijpen welke invloed zij op anderen hebben. Vaak wordt er huiswerk afgesproken om uit te proberen hoe het bevalt om zaken anders aan te pakken dan voorheen.




Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
3 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Psychomotorische therapie - PMT


 

Psychomotorische therapie is een behandelmethode voor mensen met psychische klachten en problemen. Klachten zoals somberheid, angsten, prikkelbaarheid, onzekerheid tegenover anderen, spanningen, eetproblemen of burn-out hebben ook een lichamelijke kant. Daarom richt een psychomotorisch therapeut zich speciaal op wat uw lichaam aangeeft: lichamelijke spanningen, lichaamstaal, lichaamshouding, uw manier van bewegen, ademhaling en lichaamsbeleving.

 

 

Hoe werkt een psychomotorisch therapeut?

Tijdens een intake onderzoekt een psychomotorisch therapeut de aard en oorzaak van uw klachten. Aan de hand van de diagnose en uw hulpvraag wordt een behandelplan gemaakt. Een psychomotorisch therapeut hanteert een ervaringsgerichte werkwijze en maakt gebruik van bewegingsvormen en lichaamsgerichte technieken. Al doende leert u lichaamssignalen, gevoelens en gedragspatronen te herkennen en te begrijpen en uw klachten en problemen anders te benaderen.

 

 

Wat is het doel van psychomotorische therapie?

Het doel van PMT is het verminderen of wegnemen van klachten. Dit bereikt u door probleemsituaties anders te benaderen en/of door acceptatie van beperkingen. Soms wordt aandacht besteed aan gebeurtenissen uit het verleden. PMT kan ook gericht zijn op actuele situaties en daarmee verbonden gedragspatronen of conflicten. Psychomotorische therapie wordt gegeven aan individuele cliënten, echtparen, gezinnen of in een groep. PMT is er voor ouderen, volwassenen, jongeren en kinderen.

 

 


 



Hoe vind je dit bericht?
4 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Beeldende therapie



Wanneer kiest men voor beeldende therapie

ADHD, burn-out, relatieproblemen, onzekerheid, spanningsklachten, traumatische ervaringen, eetproblemen, faalangst, negatief zelfbeeld, gedragsproblemen, concentratieproblemen, verliesverwerking, agressief, geen overzicht meer, leeg voelen, emoties moeilijk kunnen verwoorden, contactproblemen of sociaal onhandig, wie ben ik, wat kan ik, wat wil ik? seksueel misbruik, chronische pijn, somberheid, moeite met samenwerken, moeilijk grenzen kunnen aangeven, angstig.

 

Hoe werkt beeldende therapie? 

Beeldende therapie is een behandelmethode voor mensen met psychosociale problemen en psychiatrische stoornissen. De therapie kan individueel plaatsvinden, maar er kan ook worden gewerkt in groepen of in zorgsystemen zoals ouder-kind, gezin of relatie. De beeldend therapeut gebruikt verschillende therapeutische invalshoeken, variërend van gedragstherapeutisch tot psychoanalytisch. Kenmerkend is de inzet van beeldende middelen, zoals teken- en schildertechnieken, houtbewerking en werken met stof, klei, steen en metaal. Beeldende therapie is een ervaringsgerichte therapie, waarbij sprake is van een concreet werkproces en eindresultaat. De problemen worden door beeldend werken ervaren en zichtbaar, en daarmee helder en bespreekbaar. Het aanbod dat de therapeut op u afstemt en de daarbij passende interventies, zorgen ervoor dat er een proces in het beeldende werken op gang wordt gebracht dat gelijk loopt met het door u beoogde psychische proces. De therapeut stemt zijn aanpak en behandeling af op uw hulpvraag, levensfase en draagkracht. Na aanmelding volgt een intake en observatie waar de aard en oorzaak van de problemen wordt onderzocht. Aansluitend wordt, op grond van de hulpvraag, in samenspraak met u, een behandelplan opgesteld. De therapie richt zich bijvoorbeeld op het oefenen van alternatief gedrag, het ervaren van gevoelens en gedrag, of op verwerking. Nadat de behandeling is gestart, wordt op vaste momenten met u geëvalueerd. De beeldende therapie wordt in overleg met u afgerond als het gestelde doel bereikt is.

 

 

Wat kan ik met beeldende therapie bereiken?

Doelen worden gesteld op de volgende gebieden:

  • Emotionele problemen
    Het verwerken van traumatische ervaringen of het leren uiten en vormgeven van emoties.
  • Gedragsmatige problemen
    Het leren structuur aanbrengen, leren chaotisch gedrag tegen te gaan, verminderen van probleemgedrag, leren beter om te gaan met frustraties, leren om controle te verminderen, concentratie leren verhogen, doorzettingsvermogen vergroten.
  • Conflictverwerking
    Om leren gaan met tegenstellingen, conflicten leren vormgeven en verwerken.
  • Egoversterking
    Ontdekken en uitbreiden van mogelijkheden en onmogelijkheden, vergroten van zelfvertrouwen en zelfbeeld, leren accepteren van grenzen en beperkingen, ontwikkelen van eigenheid en identiteit.
  • Sociaal functioneren
    Leren samenwerken, leren kijken en luisteren naar anderen, bevorderen van assertiviteit, leren grenzen te stellen, rekening leren houden met anderen.

 

 


 



Hoe vind je dit bericht?
5 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Dynamische Psychotherapie


 
Dynamische Psychotherapie is gebaseerd op het psychoanalytisch referentiekader.

De gestructureerde wijze, waarop de therapeut in samenwerking met de cliënt de problemen benadert en behandelt, verschilt echter van de psychoanalytische methode en technieken.

Dynamische Psychotherapie is vooral geschikt voor mensen, die zich met verschillende soorten klachten (b.v. fobische klachten, dwang, eetstoornissen, somberheid etc.) kunnen aanmelden, maar die daaraan onderliggend z.g. "autonomie en intimiteitsproblemen" hebben.

D.w.z. voor mensen, die op basis van hun levenservaringen  "geleerd"  hebben om intimiteit met zichzelf en/of met anderen te schuwen en/of uit de weg te gaan. Mensen met dit soort problemen herkennen vaak hun eigen gevoelens niet doordat zij deze b.v. bij voorbaat negeren, overschreeuwen, bagatelliseren of doordat zij deze gevoelens met hun verstand wegredeneren of geneigd zijn een ander eerder te begrijpen dan zichzelf.
Wat ook kan voorkomen is, dat de eigen gevoelens van binnen nog wel herkend worden, maar dat deze gevoelens meteen angstig en schuldig maken zodat de persoon in kwestie ze alsnog wegdrukt of b.v. zich niet meer rechtstreeks zal uiten.

 

Doordat de therapeut op actieve wijze, aan de hand van concrete situaties, zo snel mogelijk de aandacht van de cliënt richt op de verschillende mechanismen, waarmee deze voorkomt/vermijdt om eigen gevoelens bewust te ervaren en te onderzoeken, is de cliënt in relatief snelle tijd zelf in staat deze mechanismen te herkennen en - naar keuze - los te laten. Vervolgens staat in principe voor cliënt en therapeut de weg open om aan de hand van concrete situaties en interacties de verschillende gevoelens (zoals boosheid, verdriet, schuld, blijheid) naar boven te laten komen en deze te laten winnen van angst.
Tijdens dit proces duiken er vaak pijnlijke herinneringen uit het verleden op. De therapeut en cliënt zullen dan nagaan wat het verband is tussen deze vroegere en de huidige pijnlijke ervaringen.

Ook de "vroegere" pijnlijke gevoelens zullen bewust onderzocht worden zodat ze verwerkt en opgeruimd kunnen worden.

 

Tot slot: in deze vorm van therapie staat een actieve samenwerking van cliënt en therapeut centraal, beiden hebben een eigen taakstelling om het gezamenlijk doel te bereiken: gevoelens durven te herkennen, te begrijpen en deze desgewenst te uiten.



 


Hoe vind je dit bericht?
7 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Psychotherapie


Psychotherapie is een behandelmethode die wordt toegepast bij psychische klachten en stoornissen, zowel bij kinderen en jeugdigen als bij volwassenen en ouderen. De therapie bestaat als regel uit gesprekken met een deskundige hulpverlener - een BIG-geregistreerde psychotherapeut / psycholoog.

De behandeling kan individueel zijn, maar ook in groter verband (relatie, gezin, groep) plaatsvinden.

De psychotherapeut lost geen problemen voor u op, maar helpt u nare dingen anders te zien, pijnlijke gevoelens te verwerken of moeilijke situaties anders aan te pakken.

Het doel van de therapie is uw psychische klachten en problemen op te heffen, of zoveel te verminderen dat u er minder last van hebt.

De problemen waarvoor mensen in psychotherapie gaan zijn heel verschillend. Voorbeelden van psychische problemen zijn: angst, depressie, problemen met rouwverwerking, eenzaamheid, relatieproblemen, verslavingsproblemen, fobieën en dwanghandelingen. Vaak liggen negatieve ervaringen aan de problemen ten grondslag.

 

 

Wat is gedragstherapie, cognitieve therapie en cognitieve gedragstherapie?

Beide psychotherapeutische methoden zijn sterk gericht op de actualiteit. In gedragstherapie en cognitieve therapie gaat het met name over moeilijkheden die in het heden spelen en veel minder over problemen die in het verleden hebben bestaan.

Beiden stoelen op een open en gelijkwaardige samenwerkingsrelatie tussen therapeut en cliënt. Behandelingen zijn klacht- of probleemgericht en kortdurend van opzet.

 

 

Cognitieve therapie

In cognitieve therapie is altijd veel belang gehecht aan de invloed van het denken op het gevoelsleven en het doen. Wie belangrijke zaken en gebeurtenissen in zijn leven gewoonlijk vanuit een negatief standpunt beziet, wordt makkelijker angstig, somber of geïrriteerd, met alle negatieve gedragingen vandien.

Therapeut en cliënt onderzoeken of die negatieve wijze van denken wel helemaal klopt. Dat gebeurt in nauwe samenwerking met elkaar. Wanneer inderdaad blijkt dat de cliënt geneigd is om te negatief over allerlei zaken te oordelen, wordt samen uitgezocht welke adequatere manier van denken passend is. Bij het uitwerken van meer realistische standpunten en gedachten wordt gebruik gemaakt van specifieke cognitieve oefeningen en huiswerkafspraken.

 

 

Gedragstherapie

In gedragstherapie staat het gedrag van de cliënt centraal. Hoe men handelt bepaalt immers in belangrijke mate hoe men zich voelt. Wie geneigd is om uit angst bepaalde zaken uit de weg te gaan, zal zijn angst vaak eerder versterken dan verminderen. Wie niet goed weet hoe hij zijn mening het beste naar voren kan brengen, zal eerder onzeker of juist geïrriteerd worden. Wie niet heeft geleerd hoe hij zich moet beheersen, zal gemakkelijk het slachtoffer worden van zijn eigen impulsiviteit.

Men brengt eerst de problematische gedragingen en de omstandigheden waarin die voorkomen in kaart. Vervolgens helpt men de cliënt om met beter passende gedragspatronen te reageren op die omstandigheden. Hiervoor worden diverse oefeningen en huiswerk gedaan. Zowel het inventariseren van problematisch gedrag als het bedenken en oefenen van nieuw, beter passend gedrag is een gezamenlijke onderneming van cliënt en therapeut.

 

 

Cognitieve gedragstherapie

Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat cognitieve therapie en gedragstherapie dikwijls vergelijkbare gunstige effecten hebben op de problemen van cliënten. Ook is steeds duidelijker aangetoond dat de werkwijze van beide methodes - huiswerk, oefeningen en samenwerking tussen therapeut en cliënt - goed op elkaar aansluit. In de psychologie ziet men steeds beter in dat 'anders leren denken' en 'anders leren doen' uitstekend met elkaar kunnen worden gecombineerd in één en dezelfde behandeling.

Door al deze inzichten zijn cognitieve therapie en gedragstherapie steeds hechter verweven tot cognitieve gedragstherapie. Cognitieve gedragstherapie kan dus zowel de manier van denken en interpreteren van de cliënt beïnvloeden, als diens manier van doen en laten. Soms ligt de nadruk meer op denken, soms meer op doen en laten. In andere gevallen werkt men gelijktijdig met beide aspecten.

 

 

Eén soort gedragstherapie of verschillende vormen?

Cognitieve gedragstherapie bestaat in verschillende vormen en soorten. De meeste cliënten komen in individuele cognitieve gedragstherapie, maar er bestaat ook cognitieve gedragstherapie voor groepen evenals voor echtparen of gezinnen.

Soms hebben dergelijke benaderingen een aparte naam. Zo bestaat er constructionele gedragstherapie, dialectische gedragstherapie, schema-gerichte cognitieve therapie en rationeel-emotieve therapie (RET). Enkele van die cognitief-gedragstherapeutische stromingen zijn ontwikkeld voor cliënten met specifieke problemen. Dikwijls weerspiegelen de verschillende vormen de specifieke voorkeuren voor een bepaalde werkwijze van de betreffende therapeuten.

 

 

Wanneer kiest men voor cognitieve gedragstherapie?

Voor een aantal emotionele problemen is cognitieve gedragstherapie al vaak de meest effectieve soort psychotherapie gebleken. Dat geldt met name voor allerlei angstklachten. Voor de meeste angstklachten is cognitieve gedragstherapie ongeveer even effectief als de behandeling met bepaalde soorten medicatie. 

 

 

Actief werken met het heden

Een cognitief gedragstherapeut is met name geïnteresseerd in de wijze waarop de cliënt zich in moeilijke situaties gedraagt. Daar vraagt hij meestal uitvoerig naar. Hij wil ook graag weten hoe de cliënt over dergelijke moeilijke situaties denkt. De cognitief gedragstherapeut zal betrekkelijk kort stilstaan bij de jeugdervaringen van de cliënt. Cognitieve gedragstherapie richt zich veel vaker op het heden en minder op het verleden van de cliënt. Een cognitief gedragstherapeut praat niet alleen over andere onderwerpen met zijn cliënt dan veel andere therapeuten, de gesprekken hebben dikwijls ook een wat andere kleur of toonzetting. In veel andere therapieën wordt de cliënt gestimuleerd om bij zichzelf te onderzoeken wat hij voelt of wat hij wil. In dat proces van zelfonderzoek zijn andere therapeuten betrekkelijk zwijgzaam en terughoudend.

Cognitief gedragstherapeuten zijn doorgaans actiever. Zij gaan eerder met de cliënt op zoek naar knelpunten en manieren om met zaken om te gaan. Dat uitgangspunt zorgt ervoor dat cognitief gedragstherapeuten eerder dan veel andere psychotherapeuten adviezen en richtlijnen geven; dat zij huiswerkafspraken maken met de cliënt; en dat zij bepaalde oefeningen met de cliënt doen in de therapie.

 

 

Welke effecten heeft cognitieve gedragstherapie?

De mate van succes daarbij, hangt enigszins af van de problematiek waarvoor men wordt behandeld. Het werkt beste bij verschillende angstklachten, bij depressies die nog niet al te lang bestaan en bij een aantal seksuele problemen. Positieve behandelingsresultaten worden over het algemeen wat minder snel verkregen bij sommige eetstoornissen en bij verregaande persoonlijkheidsproblematiek.

Dat een behandelmethode effectief is voor bepaalde groepen cliënten, wil nog niet zeggen dat ieder individu uit zo'n groep ook in gelijke mate van die effectiviteit zal profiteren. Het is ook belangrijk dat een cliënt vertrouwen heeft in zijn of haar behandelaar en in de methode die deze toepast. Naast de bewezen effectiviteit is daarom ook de persoonlijke voorkeur van de cliënt een argument om al dan niet voor een bepaalde soort psychotherapie te kiezen.

 

 

Psychoanalyse en psychoanalytische psychotherapie

Hierin wordt er vanuit gegaan dat mensen vooral gevormd worden door belangrijke ervaringen uit hun jeugd. Het doel van de behandeling is het bewust worden van verborgen gevoelens en gedachten, waardoor een cliënt inzicht krijgt in de oorzaak van onze problemen

 

Cliëntgerichte psychotherapie

Hierin wordt uitgegaan van de persoonlijke ervaring en ontwikkeling van een cliënt. Door meer in contact te komen met de eigen unieke gevoelens kan een cliënt beter leren omgaan met mogelijke situaties in zijn leven, waardoor er meer ruimte ontstaat voor persoonlijke ontwikkeling.

 


 



Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Behandelingen



Enkele van de meest voorkomende behandelingen kunt u hieronder lezen: 

Psychotherapie - Dynamische psychotherapie - Vaktherapie

 

 

Verbale therapie

 

Lees hier de informatie over:

Cliëntgerichte psychotherapie
Cognitieve therapie Contextuele therapie Counseling Directieve therapie Gedragstherapie Groepspsychotherapie Kinder- en jeugdpsychotherapie Korte dynamische psychotherapie Korte eclectische psychotherapie Logotherapie en existentiële analyse Mindfulness  Neuro Linguïstisch Programmeren Oplossingsgerichte therapie Psychoanalyse en psychoanalytische Psychotherapie Rationeel Emotieve Therapie Relatietherapie en gezinstherapie Speyertherapie Transactionele Analyse Voice Dialogue

 

 

Nonverbale therapie

 

Lees hier de informatie over:


 

Acupunctuur EMDR  Hypnose  Psychodrama  Regressie therapie  Vaktherapie:

Beeldende therapie 

Danstherapie

Dramatherapie

Muziektherapie

Psychomotorische therapie

 

 

Lichaamsgerichte therapie

 

Lees hier de informatie over:


 

Bio-energetica Bondingtherapie Emotional FreedomTechniques Gestalttherapie Haptotherapie Neuropsyrurgie Pesso-psychotherapie Rebalancing Rebirthing Transpersoonlijke therapie

 

 

Spirituele therapie

 

Lees hier de informatie over:


 

Aura- en chakratherapie Psychosynthese Reïncarnatietherapie Zijnsorientatie

 

 

Alternatieve therapieën 

 

 

Lees hier de informatie over:


 

Autogene training Bach Biodanza Kinesiologie Mesologie Neuro Emotionele Integratie Reiki Shiatsu Simontontherapie Tibetaanse klankschalen Touch for Health Voetreflexologie

 

 

Bron Hulpgids   


 

Hoe vind je dit bericht?
11 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Soorten Hulp



Diverse soorten GGZ

De Geestelijke Gezondheidszorg GGz biedt verschillende vormen van zorg en hulpverlening:

 

 

Ambulante hulpverlening / gesprekken

Deze hulp wordt onder andere gegeven door:

• Regionale Instellingen voor Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg (RIAGG’s)

• Vrijgevestigde hulpverleners

• Consultatiebureaus voor Alcohol en Drugs (CAD's).

 

 

Klinische hulpverlening / opname en behandeling

• In een Algemeen Psychiatrisch Ziekenhuis (APZ, GGz instelling)

• Psychiatrische Afdeling van een Algemeen Ziekenhuis (PAAZ)

• Verslavingskliniek

 

Dagbehandeling / deeltijdbehandeling

Deze zorg en hulpverlening wordt gedeeltelijk binnen en buiten een instelling gegeven.

 

 

Beschermd wonen (RIBW)

 

 

Dagbesteding (DAC)

 

 

Welke behandelingen zijn er voor mensen met psychische problemen?

Verschillende vormen van behandeling:

 

Door gesprekken met een psychiater, een psycholoog of een psychotherapeut (gespecialiseerde psycholoog of psychiater). Er zijn diverse soorten psychotherapie, zoals psychoanalyse en gedragstherapie. Gesprekken kunnen ook met het gezin, de partner (systeemtherapie) of in een groep plaatsvinden.

Door activerende therapieën waarbij mensen activiteiten ondernemen om verbetering te bereiken. Bijvoorbeeld door te bewegen; psychomotorische therapie, of door creatief bezig te zijn; beeldende therapie.

 

Met medicijnen waarmee bepaalde stoornissen behandeld kunnen worden, medicijntherapie

 

GGZ-instelling

GGZ-zorg wordt niet alleen geleverd door zelfstandige zorgverleners, maar ook door instellingen.

Instellingen moeten voldoen aan veel kwaliteitseisen en hebben bijvoorbeeld een cliëntenraad, (zij behartigen de belangen van de cliënt) en rapporteren periodiek over kwaliteit van zorg.

Een groot verschil is dat binnen instellingen meerdere beroepsbeoefenaren actief zijn waardoor een breed aanbod geleverd kan worden. Meestal is een psychiater hoofdbehandelaar, eindverantwoordelijke.

Een aantal instellingen heeft de mogelijkheid om cliënten op te nemen, heeft een 24-uurs crisisdienst en/of een verslavingszorgafdeling.

 

 

U heeft recht op deskundige hulp

Het komt veel voor in GGZ instellingen dat er bij individuele hulp of in groepstherapie niet de begeleiding wordt gegeven van de  daarvoor bevoegde psychotherapeuten maar van daarin niet opgeleide verpleegkundigen.

Het behoeft geen uitleg dat deze begeleiding ten koste gaat van uw welzijn & herstel en van de kwaliteit van verantwoorde zorg. Informeer hiernaar voor u aan de behandeling begint, of tijdens uw behandeling.                                    

 

 

                                                                                                

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht Stuur door

Lotgenoten


Lotgenotengroepen zijn uiterst effectief

 

Lotgenoten.nl

 

Lotgenotendatabank  

 

 

Meer informatie over lotgenotengroepen kunt u vinden op de sites van Patiëntenverenigingen en Ciëntenbelangenbureaus

 

Bij cliënten en betrokkenen was het al bekend, nu is door een onderzoek bevestigd dat lotgenotengroepen uiterst effectief zijn.

Hier wordt gesproken over mensen met psychotische klachten, het is uiteraard niet alleen voor deze groep mensen belangrijk maar voor mensen met welke lichamelijke of psychische klachten dan ook.

Jammer dat nog zo weinig professionals cliënten doorverwijzen naar lotgenotengroepen.

 

 

Mensen met psychotische klachten die met lotgenoten praten, vergroten hun sociale netwerk en voelen zich meer gesteund. Dat blijkt uit onderzoek van Stynke Castelein, medisch socioloog aan het Universitair Medisch Centrum Groningen.

‘We hopen dat alle ggz-instellingen in de nabije toekomst standaard een lotgenotengroep als interventie aanbieden.’

 

‘Praten met lotgenoten vergroot het sociale netwerk van mensen met psychotische klachten,’ vertelt onderzoeker Stynke Castelein. ‘Bovendien wordt de standaardzorg niet duurder als je die aanvult met de lotgenoteninterventie. Dus waarom zou je patiënten die interventie niet altijd aanbieden?’

Om de groepsgesprekken te begeleiden, moet er weliswaar een verpleegkundige worden betaald, legt Castelein uit, ‘maar patiënten voelen zich veel beter en dus ben je minder geld kwijt aan andere interventies zoals psychotherapie en psycho-educatie.’

 

Subsidie ZonMw

Nu de onderzoekers het effect van de lotgenotengroepen hebben aangetoond, heeft ZonMw - de Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie - ook de subsidie-aanvraag van de onderzoekers gehonoreerd. ‘Met de subsidie kunnen we producten ontwikkelen waarmee lotgenotengroepen landelijk, bij alle ggz-instellingen, kunnen worden ingevoerd.

Denk bijvoorbeeld aan een informatieve website en een trainings-dvd voor verpleegkundigen.

De hoop is dat iedereen met psychotische klachten in de nabije toekomst kan deelnemen aan een lotgenotengroep bij hem in de buurt.’

 

Landelijk onderzoek

Aan het onderzoek deden 106 mensen met psychotische klachten mee. Vijftig daarvan bezochten zestien groepsbijeenkomsten met lotgenoten. De andere 56 deelnemers - de controlegroep - kregen de reguliere behandeling. Met een aantal vragenlijsten maten de onderzoekers het interventie-effect.

Castelein: ‘Dat leverde de volgende resultaten op: deelname aan lotgenotengroepen vergroot het sociale netwerk van de patiënt, onze methodiek waarbij de verpleegkundige de groep minimaal begeleid werd positief geëvalueerd, de individuele zorgkosten stijgen niet en de grootte van het effect blijkt afhankelijk van de trouw waarmee patiënten de groepsbijeenkomsten bezoeken.

Trouwe bezoekers voelden zich meer gesteund en hadden een betere kwaliteit van leven.’

 

Sociaal en emotioneel isolement

Een derde van alle patiënten met chronische klachten heeft behoefte aan meer contact met lotgenoten, weet Castelein. ‘Ze hebben niet alleen een klein sociaal netwerk - sociaal isolement - maar ze kunnen hun ervaringen ook moeilijk met anderen delen - emotioneel isolement.

Het delen van ervaringen is belangrijk omdat veel patiënten niet alles met hun behandelaar en familie kunnen delen.’ (JH) 

Verpleegkundigen die een training willen volgen, zodat ze een lotgenotengroep kunnen leiden, kunnen zich nu al opgeven bij de Schizofreniestichting.

 

Bron: Psy.nl

 

 

Helaas wordt hier een oproep gedaan aan verpleegkundigen die zich op kunnen geven voor begeleiding van lotgenotengroepen.

In feite zijn het dan geen lotgenotengroepen meer. Een oproep voor cliënten, ervaringsdeskundigen, om een training voor begeleiding te volgen ligt meer voor de hand. Als zij een groep leiden is er pas sprake van een echte lotgenotengroep. Lotgenoten versterken elkaar vanuit een gelijkwaardige relatie, delen ervaringen met elkaar waardoor het resultaat des te groter is.





Hoe vind je dit bericht? 1 stem
6 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Welkom





KIJK OOK OP 




Het is een dagelijkse gebeurtenis, overkomt het mensen, dat zij zich (moeten) aanmelden bij de Geestelijke Gezondheidszorg, en dan .....



Veel cliënten ervaren de GGZ als een mistig doolhof

 

Mistig: omdat je als  "cliënt"  immers wel  "wat anders aan je hoofd hebt"  en hulpverleners het beste voor hebben met cliënten, maar ook vaag kunnen zijn. Het verschil in de belevingswereld kan een belangrijke reden zijn voor miscommunicatie.

Het moeilijkste is dat je zeer kwetsbaar bent, (mogelijk) verward en dat je in een afhankelijke positie zit.  En ook afhankelijk bent van welke therapie en soort hulpverlener je toegewezen krijgt.

Het vertrouwen op de hulpverlener wordt, niet altijd terecht, gesteld boven het vertrouwen op je eigen intuïtie. 

 

Doolhof: binnen de GGZ wordt verwacht dat je aangeeft hoe je geholpen moet worden:

 

terwijl je niet weet welke mogelijkheden, rechten en plichten er zijn

 

Je komt in een onbekende wereld terecht waar je de weg niet kent. 

Het vraagt een behoorlijke dosis eigen initiatief om de behandeling te krijgen die wenselijk is voor herstel. Dat kost energie, iets waar de meeste cliënten een gebrek aan hebben.

 

 

Kinderschoenen

Binnen de GGZ heb ik de indruk gekregen dat de psychiatrie misschien nog wel in de kinderschoenen staat. Beleid, protocollen en richtlijnen zijn in ontwikkeling. Instellingen zijn, zonder samenwerking, het wiel aan het uitvinden. Overal wordt weer anders gewerkt, zelfs op diverse locaties van een instelling.

Daarbij komt dat in tegenstelling tot de lichamelijke zorg de behandeling én verpleging in de psychiatrie (nog?) nauwelijks toetsbaar is. Een internist die een foute diagnose stelt of een chirurg, die niet kan opereren zijn makkelijker toetsbaar en dus ook aan te spreken op hun fouten.

 

Van stabilisatie naar rehabilitatie?

Het komt regelmatig voor dat mensen vergeefs bij de zorg aankloppen, ze worden van het kastje naar de muur gestuurd of aan het lijntje gehouden. Aan de onderliggende oorzakelijke klachten wordt dan niet gewerkt, alleen het hier en nu is dan het doel van de behandeling.

De cliënt kan zijn verhaal niet kwijt, wat kan leiden tot klachtenprocedures, en het vroegtijdig beëindigen van de contacten met de hulpverlening. Vervolgens tot frustraties, vermeerdering van problemen, draaideurcliënten en tenslotte tot zorgmijders.

 

Informatie over mogelijkheden binnen de GGZ

Door alles wat ik binnen de GGZ ben tegen gekomen, en gehoord en gezien heb van anderen, leek het mij niet overbodig om zoveel mogelijk versnipperde informatie, over de hulpverlening, tot een overzichtelijk geheel te maken op deze site.

Aangevuld met diverse .....plannen, informatie en tips vanuit persoonlijke- en werkervaringen.

Mijn werkervaringen: onderzoek naar de kwaliteit van de zorg binnen GGZ instellingen, gespreksleider Cliënten trainen Hulpverleners, consulente crisiskaart.

 

Meer informatie maakt mensen mondiger, minder afhankelijk en vergroot de zelfredzaamheid.

Ik hoop dat u er iets aan heeft, mee kunt voor uw herstel.

Ervaringsdeskundige


 

*****************************************************************

De behandeling van aanpassingsstoornissen
(burnout, psychische stress bij belangrijke gebeurtenissen)
wordt in 2012 niet meer vergoed vanuit het basispakket.
U betaalt deze behandelingen zelf.
U kunt de behandelaar vragen deze diagnose
in te delen (DBC) als depressie licht of remissie 
dan wordt uw behandeling wel vergoed!
****************************************************



 

Om te voorkomen dat u in een doolhof aan informatie verdwaald op dit blog 

deze routeplanner;

welke informatie u kunt vinden in het menu
 

 

Hulp zoeken

Lotgenotengroep

Wanneer kun je hulp zoeken,

hoe gaat dat?

Op zoek naar een hulpverlener: waar moet je aan denken? 

Wat is 1e, 2e & 3e lijnszorg,

wordt alles vergoed?

Biedt oa. steun en vergroot het sociale netwerk

Soorten hulp

Behandelingen

Verschillende vormen van hulp zijn mogelijk

Vele soorten behandelingen

 

Enkele meest voorkomende genoemd

Hulpverleners

Informatie over ...

Verschillende hulpverleners en wat zij doen

Iedere cliënt heeft recht op informatie. Vraag naar de mogelijkheden binnen de zorg

Bejegening

Rechten

Belangrijk voor cliënten, hoe er met je wordt omgegaan

 

Verlies van rollen

Afhankelijke situaties

Vertrouwen & macht

Wat zijn je rechten?

De rechten van de cliënt zijn

vastgelegd in 7 wetten

PVP

Cliëntenraad

Patiënt Vertrouwens Persoon, komt op voor de belangen van de cliënt, geeft advies en bijstand bij de handhaving van hun rechten, is onafhankelijk van de instelling

Behartigt de belangen van cliënten

 

Modelreglement

Budgetregeling

Betrokkenen

FVP

Worden familie, partner, naastbetrokkenen, wel of niet bij de behandeling betrokken?

In 2004 zijn hier richtlijnen voor ontwikkeld

Familie

Vertrouwenspersoon

Schakel tussen cliënt, hulpverlener en familie

 

Links naar FVP's

Familieraad

Triadekaart

Behartigt de belangen van familie van cliënten

Een Keuzekaart

familie-inbreng bij schizofrenie

Kwaliteit van zorg

Diagnose

Wat u van de hulpverlening mag verwachten

Heldere normen waaraan de hulpverlening moet voldoen voor verantwoorde zorg

De diagnose van meerdere kanten bekeken.

Hoe wordt een diagnose gesteld?

DSM-IV-TR

Enkele diagnoses genoemd

Dubbele Diagnose

Second opinion

Psychische problemen en een verslaving, wat het betekent en de gevolgen, zowel voor de cliënt als de hulpverlening

Wanneer, wie en hoe je een tweede mening  vraagt over je diagnose en/of de behandeling

Behandelplan

Signaleringsplan

De start van de behandeling

Inhoud van een plan en de behandeldoelen

Evaluatie

Belangrijke punten voor de tussentijdse bespreking van de behandeling

Hoe kan je signaleren dat het slechter met je gaat, en hoe kan je eventueel een crisis voorkomen?

Life Chart

Crisisplan

De manisch depressieve stoornis, het bijhouden van uw stemmingenverloop

 

Noodplan & signaleringsplan

 

Psycho-educatiecursussen

Maak een crisisplan zodat duidelijk is en afspraken gemaakt zijn hoe het beste met je omgegaan kan worden tijdens een crisis

G Schema

Crisiskaart

Gedachten bepalen hoe je je voelt

Uitleg en schema om erachter te komen hoe je gedachten je gevoel kunnen bepalen

Handig om op zak te hebben, en zodoende zelf te bepalen hoe het beste met je omgegaan kan worden tijdens een crisis

Suïcidepreventie

Psychische pijn

Ervaringen van cliënten over de preventie en suggesties over het omgaan met een dreigende zelfmoord

Behandelaars zijn verkeerd bezig als ze alleen maar pijn bestrijden, je kunt mensen ook door de pijn heen leiden

Klachtrecht

Nazorg

Wanneer en hoe kan je gebruik maken van dit recht?

Arts & klacht

Over het omgaan van artsen met cliënten die een klacht uiten en/of indienen

Klacht indienen

Uitleg en tips over hoe je een klacht kunt indienen

Hoe dient de nazorg geregeld te worden en welke onderdelen belangrijk zijn

 

Verslavingszorg

 

Links naarZelfhulpgroepen

en Organisaties

Beschermd Wonen RIBW

DAC

Wonen in de samenleving, voldoende ondersteuning bij het wonen, de dagbesteding enz

Links naar RIBW's

 

Verveling is een veel gehoorde klacht van cliënten

Wat er zoal te doen is binnen een Dag Activiteiten Centrum

Cursus-Opleiding-Baan Cliënt

Cliëntenbelangen Org.

Bevordert het herstel: cursus, opleiding en een baan: Ervaringsdeskundige

Organisaties komen op voor de belangen van de cliënt

HKZ

Beroepscodes

Stichting Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector  

De Kwaliteitswet verplicht zorginstellingen om verantwoorde zorg te leveren

De rechten en plichten

van de hulpverlener

Zorgverzekering

PGB

Over de kosten van een behandeling

Met een Persoons Gebonden Budget kun je zelf de zorg inkopen voor wat nodig is en bij wie je dat wil

Nieuws

Links

Nieuws over alles wat met de geestelijke gezondheids-zorg te maken heeft

Boordevol links

Contact

 

Als je een opmerking, vraag, suggestie of tip hebt,

stuur even een e-mail

 

 

 

 

...
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
9 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Hoe gaat dat?


Hulp zoeken

 

Iedereen heeft wel eens een keer zijn dag niet of voelt zich wel eens depri, somberder dan normaal of weinig eetlust. U piekert veel of u bent ineens bang voor alledaagse dingen.

Als uw klachten niet vanzelf verdwijnen of erger worden is het goed om hulp te zoeken. Misschien worden uw klachten veroorzaakt door een psychisch probleem.

 

  • vage lichamelijke klachten zoals vermoeidheid, hoofdpijn, rugpijn,maagpijn, benauwdheid waarvoor geen duidelijke verklaring is
  • problemen in uw relatie, thuis of daarbuiten
psychische problemen met werk/studie of juist met werkloosheid
onzekerheid, gebrek aan zelfvertrouwen
moeite om voor u zelf op te komen of contacten te maken
moeilijkheden met de opvoeding van uw kinderen
ontwikkelings- en gedragsproblemen bij kinderen
problemen binnen de gezinssituatie
problemen met ouder worden
problemen op het gebied van seksualiteit
onverwerkte rouw, na overlijden, echtscheiding ed.
het verwerken van een schokkende gebeurtenis of trauma
angst, hyperventilatie, paniekaanvallen
depressie, schuldgevoel, somberheid
stressklachten, overspannenheid, burnout
dwangmatig handelen of gedachten die steeds terug komen
psychotische stoornissen
persoonlijkheidsstoornissen zoals bv. borderline
etc  

 

Hoe vindt u hulp bij een psychisch probleem?

 

  • U kunt er met uw huisarts over praten. Hij schat in of hij u zelf, als u lichte psychische klachten heeft, kan helpen of dat hij u moet doorverwijzen naar een eerstelijns zorgverlener.
  • Ook bedrijfsartsen kunnen u doorverwijzen.
  • U kunt ook zelf direct contact opnemen met een vrijgevestigde psycholoog. Kijk hiervoor in de polis van uw zorgverzekering.


 

Op zoek naar een hulpverlener: waar moet je aan denken?

 

Het is niet altijd eenvoudig om een goede hulpverlener te vinden. Zowel cliënten als hun familieleden weten dat. Enkele tips voor vragen die je bij je zoektocht kunt stellen. Wat zijn de harde en zachte kenmerken waaraan de hulpverlener zou moeten voldoen, en hoe is zijn of haar attitude tegenover de ……. diagnose?

 

Vragen naar harde kenmerken

- Neemt u nieuwe patiënten aan?

- Wordt uw behandeling vergoed door de verzekering?

- Bent u buiten kantooruren bereikbaar? Wie vervangt u als u er niet bent?

- Wat is uw opleiding en specialisatie?

- Bent u ingeschreven bij een beroepsvereniging?

- Bent u BIG-geregistreerd?

 

Vragen naar zachte kenmerken

- Hoe ziet u uw rol in de therapie, wat is uw stijl van werken?

En ga na of je vindt dat de therapeut luistert, je op je gemak stelt en accepteert en of hij zich ook stevig durft op te stellen.

Heb je het idee dat de therapeut zelfvertrouwen heeft?

Durft hij ook te zeggen dat hij iets niet weet? Of stelt hij zich juist verdedigend op?

Hoe kijkt de therapeut naar invloeden van man/vrouw-rollen?

 

Visie op uw diagnose

- Hoe denkt u over de diagnose …….. en over de behandeling?

- Denkt u dat zowel therapie als medicijnen nodig zijn voor de behandeling?

- Heeft u ervaring met de behandeling?

- Heeft u tijd om uw vakliteratuur bij te houden?

- Geeft u ook gezinstherapie? Wat denkt u van de invloed van iemand met mijn diagnose op de andere gezinsleden?

- Denkt u dat genezing van de diagnose mogelijk is. Zo ja, in welke mate?



 

Eerstelijns zorg:

Zij kunnen hulp bieden bij allerlei lichte psychische en/of sociale problemen. De hulp is direct gericht op uw klachten en problemen.

De behandeling is kortdurend,meestal tussen de 5 en 12 gesprekken. Indien noodzakelijk is het ook mogelijk het aantal gesprekken te verlengen.

  • De eerstelijns vrijgevestigde psychologen 
  • Het Algemeen Maatschappelijk Werk, voor bv. huisvesting of financiële zaken

 

Tweedelijns zorg:

De eerstelijnzorg kan u niet altijd verder helpen. U wordt dan doorverwezen naar andere, meer gespecialiseerde hulpverleners in de tweede lijn van de gezondheidszorg.

  • Zoals psychiaters en psychotherapeuten.
  • Zij kunnen u helpen bij complexere psychische problemen zoals bv. depressie, angst, traumaverwerking of ADHD.

 


 

Wat is gespecialiseerde derdelijnszorg:

 

Stichting Topklinische GGz voor de allerbeste zorg

De meeste patiënten met psychische problemen kunnen goed worden behandeld door de huisarts of een ggz-instelling. Een klein deel van hen heeft echter uiterst gespecialiseerde zorg nodig. Bijvoorbeeld omdat de behandeling in de eerste- en tweedelijn onvoldoende resultaat biedt. Of vanwege een zeldzame stoornis of een ingewikkelde combinatie van psychische en somatische problematiek. De behoefte aan dit type topklinische zorg neemt toe, terwijl de ontwikkeling daarvan juist onder druk staat door de toenemende marktwerking. Topklinische zorg vergt immers veel deskundigheid en moet voldoen aan hoogwaardige kwaliteitscriteria.

 

De nieuwe stichting Topklinische GGz wil de topklinische- en topreferente zorg binnen de geestelijke gezondheidszorg bevorderen en faciliteren. Dit moet leiden tot een breder aanbod van gespecialiseerde derdelijnszorg.  

Op de site kunt u zien welke instellingen en afdelingen inmiddels een TOPGGz-keurmerk hebben, m.a.w. ‘wie waar goed in is’.

 


 

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Psychiatrie informatie

↑ Terug naar de berichten