Gedicht van het Leven


Gedicht van het Leven
Terugkijkend op jaren geleden,de lagere school, de rest van mijn jeugd
Dat stemt mij immer tevreden,
het was een mooie tijd van eer en deugd
Hoog in het vaandel stonden 'Normen en Waarden'
en niet geschuwd werd de corrigerende tik
Nu laten we alles maar ontaarden
en steken ze scholen in de fik
Vergeleken met nu, waren we toen niet rijk
en we waren heel klein behuisd
We woonden in een armoede wijk
toch voelden we on bepaald niet verguisd
Omdat we niet beter wisten
waren we gelukkig met alles wat we hadden
Natuurlijk hadden ook wij wel eens twisten
maar we hebben nooit op muren of ramen staan kladden
Het huisgezin was bij ons de centrale spil
Pa was het hoofd, en Ma haar wil was wet
Na het avond eten kregen we een davitamon pil
en hups, dan moesten we voor zeven uur naar bed
We hadden geen koelkast, computer of een TV
en leefden heel sober, en summier
Toch maakten we veel lol en waren te vree
we waren niet zielig en hadden vaak plezier
Kijk ik nu om mij heen, dan schaam ik me dood
toen waren we gelukkig met o, zo weinig
Nu blijven we kopen, ook al staan we Rood
Dat is heel bar en bepaald niet geinig
De economie moet draaien, en dus moeten we kopen
dat is de wijsheid van de 'geleerde bollen'
Dus moet iedereen hard hollend naar de winkels lopen
want het geld moet veel meer rollen!
Maar, zo is nu de vraag
zijn we nu gelukkiger dan zoveel jaar geleden?
Kijk naar alle problemen van vandaag
Wat is daarvan dan de reden?
De wereld is verandert, hoor je vaak zeggen
maar die mening kan ik niet delen
Niet de wereld, maar de mens is zich gaan verleggen
en nu vliegen we elkaar om niks, naar de kelen!
Tolerantie, ooit een deugd van ons allen
Het is vrijwel overal verdwenen
Normen en Waarden zijn weggevallen
ze schoppen je nu tegen je schenen!
De overheid wil zich nergens meer mee bemoeien
de politie kan en mag niets meer doen
De overheid kan alleen nog flink snoeien
voor kwaliteit of veiligheid hebben ze niet voldoende poen
De banken hebben zwaar zitten gokken
en dat ging natuurlijk een keertje goed fout
Nu moeten alle Nederlanders er voor knokken,
Dat wat je hebt, je ook nog behoud!
Want ook pensioenfondsen speculeerden er lustig op los
Dus werken we gewoon nog een paar jaar extra door
Uiteindelijk zijn we allemaal zwaar de klos
De 'top-mensen' tekenden hiervoor!
Zij kregen de vrije hand om te speculeren
tegen exorbitante bonussen en lonen
Zij hadden nog nooit gehoord van reguleren
alleen maar van nog méér belonen!
De hebzucht is de maatschappij in de bol geslagen
en wie niets heeft kan, of wil, toch kopen
Veel mensen hebben vaak nog geen werk,
maar willen toch niet steeds gaan lopen
Lenen of jatten om toch wat te kopen
dat is de maatschappij van vandaag de dag
En we vinden het allemaal nogal bezopen
dat een crimineel bijna alles mag
Een burger die zich wil verdedigen
wordt opgepakt en belandt in de cel
Je mag een crimineel niet beledigen
want dan trekt hij aan de bel!
Een geflipte rechter laat de crimineel dan gaan
en de burger moet hem dan de schade betalen
Want die crimineel had toch zeker niets gedaan?
Natuurlijk gaan de burgers hier van balen!
En dus wordt de politiek heel erg fel
partijen willen zich duidelijk profileren
Ze trekken luid aan de bel,
Stem op ons, wij zullen het tij doen keren!
De moraal van dit gedicht
we hebben heel erg veel, maar toch ook weer niet
We zijn voor het consumentisme gezwicht
maar zijn we nu gelukkig, of hebben we verdriet?
Geluk zit niet in het vele hebben
maar juist in de kleine dingen van elke dag,
Geluk is elke dag lekker 'beppen'
Met collega's of mensen die je graag mag
Gelukkig zijn zit niet in je portemonnee
maar veel meer tussen je oren
Geniet van je leven en wees eens te vree
Wees blij dat je kunt zien, en dat je kunt horen
Relativeer zo veel als je kunt
vraag je eens af of je wel zoveel nodig hebt
En hol niet naar de winkels bij alweer een prijs stunt
doe eens iets voor een ander en zie hoe je daar van oppept!
Het leven is nog steeds de moeite van het leven waard
Maar dat moet je wel willen zien en willen meemaken
Dus, leef heel onstuimig of juist heel bedaard
en besef, eens zullen we allemaal onze laatste tocht gaan maken.
Peter





