Zijn ze nou helemaal van de pot gerukt in
Nederland. Ze willen de rollen uit het toiletpapier halen.
Elke keer wacht ik met smart op het
laatste vel.
Ik moet en zal die rol hebben.Taron
blokkeert mij dan, alsof de hal de straat van Hormuz is, maar ik kom er met de
mij toegeworpen harde kern van karton wel doorheen.
Ik leef me helemaal uit. Scheur hem in
stukken, alsof ik een Damverver te pakken heb.
En
nu willen ze de rollen er niet meer in doen. Weg met de fantasie, niets meer van
te maken. Ik word er zo moedeloos van.
Aan Taron heb ik ook niks. We kijken
ieder bij bepaalde dingen een andere kant op. Dat polariseert.
En daar rol ik dan van om.
We ruiken vaak de sporen van ratten.
Hier buiten op het weiland kan dat niet veel kwaad. In de stal mogen we nu niet
meer snuiven. Ratten schijnen een virus bij zich te kunnen dragen in een
handtas. Ik heb er nog nooit één zien lopen met een tas, maar het zou kunnen. De
duivel draagt ook Prada.
Boeren zijn opzichtiger. Die sproeien
met grote armen allerlei middelen om gewassen te beschermen, als wij niet
beschermd zijn. Laatst had ik traanogen. Het maakt dus niet uit of je
aardappelen eet of hond: overal zit gif in. Moet ik eigenlijk aan de teken
vertellen. Bijten ze mij vast niet meer.
Taron is in feite te vergelijken met
een bultrug. Hier opeens binnen gekomen. Het was wel de juiste afslag, maar af
en toe hoop ik, dat een cruiseschip hem naar zee brengt. Lig ik te genieten van
de zon, verzint hij weer iets om aan mijn lijf te zitten.
Hij zou meer moeten doen met
toiletrollen.
We zijn nog lang niet akkoord over een blijvend
staakt-het-vuren.