Circus Salvatori. ( verhaal )
Circus Salvatori.
Het zal half drie in de middag zijn geweest toen de vijf en veertig jarige François Mourir met zijn tractor via het zandpad over zijn land terug reed naar de smalle macadamweg die het ,,Cirque de Baume,, vormt. De mooie smalle ringweg die het prachtige keteldal van Baume-les-Messieurs, gelegen in de Franse Jura, omsluit. François was een hardwerkende, wat opvliegende man. Een man met een kort lontje die snel gepikeerd was als er iets in zijn omgeving veranderde zonder dat hij daar kennis van had gehad. Hij was verder het prototype van de Kleine Franse keuterboer die zijn inkomen moest halen uit wat veeteelt, akkerbouw en wijnbouw. Zijn weilanden waarop en veertig witte Charolais koeien graasden waren op enige afstand van zijn bouwvallige oude boerderij gelegen. Al met al moest hij dagelijks met zijn bejaarde roestige Renault tractor een aardig stukje rijden om bij zijn vee te komen. Toen hij het zandpad afreed, schrok hij van het veranderde beeld van zijn vertrouwde omgeving dat zich voor hem opdoemde . Hij was ontzet en verbolgen over hetgeen hij aanschouwde. Te gek voor woorden vond hij het om in deze gewijde omgeving, op steenworp afstand van de grote oude Abdij van dit Franse dorpje, opeens een klein circus te ontwaarden. Hoe kwam men op het idee om daar een circustent neer te zetten, vroeg hij zich af.
En ook al werd de abdij al lang niet meer door monniken bewoond, dan nog kon je op deze heilige grond volgens, François, geen circus plaatsen. Twee kamelen, een grote kangoeroe en enkele gevlekte pony’s liepen ongegeneerd langs de weg en zelfs in de abdijtuin te grazen. Ongehoord vond François. Even verder stond in het gras langs de weg een rekstok opgesteld. Twee schaars geklede jongedames waren aan de provisorisch opgezette rekstok oefeningen aan het doen die hem zichtbaar het schaamrood op het gelaat deed komen. Hoe kon monsieur, le maire hier in hemelsnaam toestemming voor hebben verleend, en dan op deze plek nog wel, vroeg hij zich op zijn tractor af. Het ergste was nog dat de kleine circustent deels op zijn eigen landbouwgrond was neergezet, waarschijnlijk omdat zijn deel van het land - dat hij overigens deelde met de gemeente - in de schaduw van de hoge wit uitgeslagen kalkrotsen lag. François zette de rokende en bonkende tractor neer voor de circustent en stapte af waarna hij met grote passen naar de tent toeliep waar een tweetal stevige dames bezig was een primitieve kassa in elkaar te zetten. De directeur van het circus bleek een grote vent te zijn met een bos krullend zwart haar. De man had een vreemd wijd vallend en van voren opengeslagen hemd aan waardoor zijn gespierde half ontblootte bovenlijf zichtbaar was. Een rode wijde pantalon en een stel vreemd gevormde goudkleurige schoenen aan zijn voeten maakten zijn plaatje compleet. Twee grote goudenringen sierden zijn oren. De circusdirecteur hoorde de bezwaren met een glimlach aan en vertelde de boze François dat hij expliciete toestemming had om hier zijn circus voor twee dagen te mogen neerzetten.
‘Ach monsieur…, ik begrijp het best wel,’ zei de circusdirecteur met een vette glimlach. Alles berust waarschijnlijk gewoon op een klein misverstand. En we staan slechts twee meter op uw grond, dat moet toch geen bezwaarzijn lijkt mij zo.
‘Dan had u dat toch eerst even met me kunnen overleggen,’ sputterde François tegen.
‘Ja, goed…, dat hebben we inderdaad verzuimd. Maar weet u: We wilden met de huidige hitte graag wat schaduw op de tent hebben vandaar onze beslissing om hier maar te gaan staan.’ François moest over deze woorden even met een rood gelaat van opgekropte woede nadenken.
‘Maar komt u toch eens kijken wat wij als circus allemaal te bieden hebben, monsieur. Ik nodig u hierbij uit voor de avondvoorstelling. U krijgt een gratis ereplaats van mij op de tribune, samen met uw vrouw en eventuele kinderen.’ François mopperde nog wat door maar nam de uitnodiging toch aan. Thuis gekomen vertelde hij het hele gebeuren aan zijn echtgenote Marie die verheugd reageerde.
‘Jeetje, wat leuk…, dat doen we François. Uiteindelijk komen we zowat nooit ergens terwijl ik zeker weet dat de kinderen dit ook heel leuk zullen vinden.’ François schudde even zijn hoofd, verzuchtte vervolgens dat het zonde van de tijd was, maar gaf uiteindelijk toch toe om met elkaar van de aanbieding gebruik te maken.
De ludieke bokswedstrijd in het circus.
Omstreeks acht uur die avond meldde François zich samen met zijn echtgenote en hun twee kinderen bij de kassa van het circus. Monsieur Salvatori, de circusdirecteur, stond hen al met een brede glimlach op het gelaat op te wachten en begeleidde hen naar de zogenaamde ereplaatsen die zich vooraan, in het midden van de onderste rij, bleken te zijn gelegen. De bijdehandse circusdirecteur speelde zelf de rol van clown en kondigde ook de overige nummers aan. De kinderen genoten volop van het spektakel en ook François en Marie kregen de handen op elkaar voor de verschillende attracties. Na het leuke hondennummer dat werd uitgevoerd door vier Poedels, twee Cocker Spaniels en een Teckel kwam monsieur Salvatori aankondigen dat er een heel bijzonder circusnummer zou worden vertoond namelijk; een bokswedstrijd tussen een Kangoeroe en een eventuele manspersoon uit het publiek die het zou aandurven de kangoeroe uit te dagen. Op de winnaar wachtte, eeuwige roem, alsmede een fles champagne van onduidelijke afkomst. Terwijl de ring werd neergezet en het gejoel van het publiek aanzwol tot een orkaan liet een nukkige François zich toch overhalen door zijn vrouw en kinderen om ook mee te doen. Met een vuurrood gezicht en vele schouderklopjes van buren en kennissen verliet François de tent om zich buitende tent in een woonwagen van het circus in passende bokskleding te steken. Een paar minuten later kwam François terug, grijns op zijn gelaat, de handen omhoog geheven welke inmiddels van bokshandschoenen waren voorzien, terwijl een paar speciale sportschoenen met antislipzolen aan zijn voeten zaten. Het publiek joelde en gilde dat het een lust was. De sfeer was gespannen en de meest onsmakelijke kreten vlogendoor de tent. De aanwezige dorpsgenoten lieten zich even van hun andere kant horen.
‘Het gaat maar over één ronde beste mensen,’ schreeuwde de lachende monsieur Salvatori boven het gejoel en geschreeuw uit. ‘Als monsieur François weet te winnen krijgt hij de grote fles Champagne die naast mij staat.’
De bel ging en François nam, voor zover mogelijk, een professionele bokshouding aan. Maar voordat hij zijn hoofd weer helemaal had opgetild, had hij al een enorme muilpeer van de kangoeroe te pakken. Hij sloeg achteruit tegen de touwen aan. François hield zich groot ondanks dat hij stond te trillen op zijn benen en het bloed reeds flink uit zijn neus liep.
‘Kom op François, sla het beest op zijn kop, doe wat, sta niet zo dom te kijken…, sla hem dood, sla hem dood,’ krijste zijn hevig opgewonden echtgenote die blijkbaar een hysterische aanval nabij was.
Maar het zou François niet lukken zelfs maar in de buurt van de kangoeroe te komen, want het dier kende gewoon het verschil niet tussen boksen en kickboksen… Op het moment dat François naar voren sukkelde om de kangoeroe een enorme klap te geven schopte het dier hem keihard in de onderbuik en gaf hem daarna ook nog een ferme dreun op het gezicht waarna François met een smak onderuit ging en meer dan tien tellen buiten westen bleef liggen. De strijd was al na vijfentwintig seconden reeds over. De kangoeroe liep vervolgens overdreven met de gehandschoende voorpoten omhoog geheven door de ring terwijl de ongelukkige François door een drietal heren met bebloed gelaat en een vermoedelijk gebroken neus werd afgevoerd.
Circusdirecteur Salvatori hief breed lachende de armen omhoog om tot een applaus voor de ongelukkige François op te roepen en vervolgens een nieuwe kandidaat aan te kondigen, alhoewel de overige kandidaten na het zien van de eerste match, niet bepaald stonden te trappelen van enthousiasme. Marie en de kinderen hadden het overigens verder wel gezien en snelden naar buiten om te kijken hoe het met François ging. Deze zat buiten op een bankje met een dichtgeslagen oog en een tweetal watjes in de neus suf voor zich uit te kijken. Zijn oog waar hij een natte theedoek tegenaan drukte was zowat volledig dichtgeslagen.
‘Gaat het weer een beetje, François,ˈ vroeg Marie plagend, terwijl ze duidelijk moeite had om haar lachen in te houden. ‘Zal morgen wel weer beter gaan, François, dat weet ik zeker. Kom dan gaan we naar huis, want zo kun jij je eigen hier immers niet meer vertonen lijkt mij.’ Twee weken later, na bezoek aan een hospitaal wegens zijn neusbeschadiging, was zijn linkeroog nog steeds niet helemaal geopend. Een grote blauwe plek rond zijn oog gaf aan waar de kangoeroe hem had geraakt. Ook zijn tere delen waren nog altijd pijnlijk van de schop die hij daarop had ontvangen. Nee…, François zou zich wel niet meer in een circus laten zien, die had zijn portie circus wel gehad.
© Leonardo


