Heilige huisjes.

Ik ben blij dat ik gegidst deze arbeiderswijk van Tilburg heb bezocht. Veel bouwstijlen, mooie architectuur, tenminste, als je er op wordt gewezen en veel leuke wetenswaardigheden.

Zo heeft zij dan ongetwijfeld zich ook verbaasd over de vele verhalen die onze gids over deze wijk kon vertellen. Bijvoorbeeld over de immigranten vanuit de (latere) Randstad, die hun werk vonden bij d’n Atelier, fabrieken en werkplaatsen van de Nederlandse Spoorwegen, waarschijnlijk de latere Werkspoor en inmiddels weer uit Tilburg verdwenen. Die Randstedelingen vonden als Protestanten in de parochie, zoals een Tilburgse wijk werd genoemd, geen geestelijke ondersteuning. Daarvoor kregen zij uiteindelijk hun eigen Protestante kerk, werd verteld, toen wij bij een complete bouwval stilhielden. Anno 2012 is er nog maar één Protestante kerk onder de katholieke Tilburgers te vinden. Een mededeling waarbij de gezichtsuitdrukking van de gids volledig neutraal bleef. Zijn leedvermaak was wel zichtbaar toen hij een anekdote over de Katholieke kerk vertelde.

De niet meer in gebruik zijnde protestante kerk.
Wij stonden stil bij een klooster, waar nog maar een paar decennia geleden nonnen van de meest strenge orde zaten, die in optimale armoede leefden. Door mijn gebrek aan kennis van de Katholieke kerk, en onvoldoende geheugen om te onthouden wat er werd verteld, ontbreekt hier de relevante informatie. Wel heb ik onthouden dat Monseigneur Bekkers, in de late vijftiger jaren Bisschop van
’s Hertogenbosch, ook geen lieverdje was. Hij had opvattingen die niets onder doen voor de opvattingen van de terecht verguisde Imam, die het heden ten dage nog vertikt om een vrouw een hand te geven. Willem Bekkers vertikte dat destijds ook. Hij mocht door de nonnen worden gezien, maar die zusters hadden geen enkel recht zichzelf te vertonen.
Natuurlijk kwam ook de historie van Tilburg als textielstad ter sprake, hoewel het daar niet echt de wijk voor was. De gasfabriek, waarvoor na vijftig jaar nog steeds een waterzuiveringsinstallatie werkzaam is, het Sint Josephgasthuis en de Spoorzone (alle werkzaamheden de NS betreffende) drukten de belangrijkste stempel op wijk Theresia.
Voor textielhistorie moet ik ongetwijfeld voor een ander gegidste wandeling inschrijven. Alleen de textielbaronnen Mutsaerts kwamen verbaal even langs. Maar dan alleen om het belang van de tweede t in hun naam te onderstrepen. Want alleen met díe t heb je toegang tot de grote kapitalen van deze familie. O ja, de Belgische broertjes Deprez kwamen ook ter sprake. Recht tegenover het huis van de directeur van de gasfabriek, het enige huis met een voortuin in de straat, hebben zij het kapitale tweelingen pand Casa Cara en Villa Anna laten bouwen, toen zij de eerste stoomketelfabriek van Nederland ten behoeve van de textielindustrie introduceerden.
Een leuke uitsmijter was de Strohulzenfabriek van Verbunt. Ja van die wijnkopers, maar dan wel van hun broer Henri. Hij hield zich bezig met het beschermen van de wijn tijdens transport. De strohulzenmanchet voorkwam het gerinkel en breken van de flessen. Bij de opkomst van karton als verpakkingsmateriaal zijn de strohulzenfabrieken als vanzelfsprekend op de fles gegaan.
Wat ik zei, leuke weetjes uit zomaar een wijk in Tilburg. Die Stadsgidserij heeft zo nog een tiental stadswandelingen. Voor mij een verademing. Eindelijk, na de zoveelste aflevering van de tv-serie Sopranos te hebben gezien, weer eens een vervolgserie in de buitenlucht. Ik ga ze zeker volgen en hoop natuurlijk dan weer een signaaltje van mijn Truus te krijgen.

De niet meer in gebruik zijnde Theresiakerk





















Mijn buitenlandgevoel werd verder aangewakkerd in
de mooie kroeg van start en finish. Conform mijn bestelling kreeg ik een heel
mooie biertje uitgeserveerd. Het viel mij direct op dat het niet zo’n
twee-slokken-biertje uit de Randstad was. Nee, een mooi vol glas, prima
getapt, waarop ook nog eens de inhoud in centiliters stond aangegeven, 0.3
cl. Wat een verademing.

