|
Ik stond op het bordes naast Prutzle en Knaagje en
keek neer op het volk. Dan voel je je ineens zó machtig. Ik wàs iemand.
Toen ik even naar beneden keek zag ik grijze
schoenen met stalen neuzen. Mijn blik dwaalde via een been omhoog. Verrek, het
was Hugenootje.
Die moest kennelijk gelijk de bouw in.
Naast mij hoorde ik overduidelijk geritsel. Bleek
Popke te zijn. Hij had iets in zijn handen. Een vliegticket!
Hij moest van zijn vrouw op buitenland. Die spaarde
namelijk huisjes van de KLM. Voor het einde van het jaar zou de schouw bij hem
thuis wel vol moeten staan.
Popke keek een beetje afgunstig naar
Knaagje.
Knaagje had aan zijn portefeuille zitten kluiven.
Ze stond aan mijn zij al te wuiven met nieuwe eurobiljetten. Al dansend op de
keukentafel had ze die door haar hulpje perfect glad laten strijken.
Haar hoofddoek had ze, ongestreken, al aan Popke
gegeven.
Graaf Dijk sprak nog, onwennig, Amerikaans, met
Boterkuipje. Die keek heel ernstig naar de Perssinaasappelen, die aan het
flitsen waren. In talkshows was hij al dat geflits niet gewend.
Hij miste ook de ziekenhuislucht, al snoof hij nu
een beetje verziekte lucht. Ik vermoed, dat Knaagje Prutzle al een poepje had
laten ruiken.
|