Psychiatrie informatie


Ieder uur een ander item uit 1.5: Kwaliteitscriteria


Categorieën
  • 0.1:Welkom (1)
  • 0.2:Hulp zoeken (1)
  • 0.2:Lotgenoten (1)
  • 0.3:Soorten hulp (1)
  • 0.4:Behandelingen (6)
  • 0.5:Hulpverleners (1)
  • 0.6:Informatie over (1)
  • 0.7:Bejegening (1)
  • 0.8:Rechten (8)
  • 0.9:PVP (1)
  • 1.0:Cliëntenraad (2)
  • 1.1:Betrokkenen (7)
  • 1.2:FVP (1)
  • 1.3:Familieraad (1)
  • 1.4:Triadekaart (1)
  • 1.5:Kwaliteitscriteria (6)
  • 1.6:Diagnose (3)
  • 1.7:Dubb. diagnose (1)
  • 1.8:Second opinion (1)
  • 1.9:Behandelplan (2)
  • 2.0:Signaleringsplan (1)
  • 2.1:Live Chart (1)
  • 2.2:Crisisplan (1)
  • 2.3:G Schema (1)
  • 2.4:Crisiskaart (1)
  • 2.5:Suïcidepreventie (1)
  • 2.6:Psychische pijn (1)
  • 2.7:Klachtrecht (3)
  • 2.8:Nazorg (1)
  • 3.0:Verslavingszorg (1)
  • 3.1:Beschermd wonen (1)
  • 3.2:DAC (1)
  • 3.3:Cursus-Opleiding-Baan (ex)cliënt (1)
  • 3.4:Cliëntenbelangen Organisaties (1)
  • 3.5:HKZ (1)
  • 3.6:Beroepscodes (1)
  • 3.7:Zorgverzekering (1)
  • 3.8:PGB (1)
  • 3.9:Nieuws (1)
  • 4.0:Links (7)

  • Zoeken in blog


    Zoeken met Google



    Mijn favorieten
  • seniorennet.nl
  • GGZ Routeplanner


  • Psychiatrie informatie biedt informatie voor cliënten & betrokkenen over de mogelijkheden binnen de GGZ Geestelijke Gezondheidszorg
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Arts & omgaan met een klacht

    Omgaan met incidenten, fouten en klachten:

    wat mag van artsen worden verwacht?

     

     

     

    April 2007

     

    Samenvatting

    Het is belangrijk dat artsen bereid zijn van incidenten, fouten en klachten te leren.

     

    1. Inleiding

    De laatste jaren is steeds meer de nadruk komen te liggen op het belang van een veilige gezondheidszorg, waarin hulpverleners en zorginstellingen zich transparant en toetsbaar opstellen. In dat kader wordt in toenemende mate verwacht dat er vanuit de zorg open en eerlijk wordt omgegaan met incidenten, fouten en klachten. Dit is een belangrijke maatschappelijke ontwikkeling, waaraan artsen en hun organisaties zoveel mogelijk tegemoet moeten komen.

    De KNMG acht het haar verantwoordelijkheid om een op openheid en toetsbaarheid gebaseerde professionele houding van artsen zoveel mogelijk te bevorderen. Met het onderhavige standpunt wil de KNMG verduidelijken wat met betrekking tot het omgaan met incidenten, fouten en klachten in de gezondheidszorg van artsen mag worden verwacht.1 In alle gevallen is het uitgangspunt dat artsen bereid zijn om van incidenten, fouten en klachten te leren.

    In het KNMG-Kwaliteitsmanifest uit 2003 wordt met betrekking tot het omgaan met klachten en fouten opgemerkt dat artsen zich toetsbaar opstellen en dat zij met patiënten open over klachten en fouten spreken (zie bijlage 1). Dit sluit aan bij de gedragsregels van de KNMG en ook bij de in 2003 herziene Nederlandse artseneed.

    Gedragsregel I.6 van de KNMG bepaalt dat de arts bereid is zich te verantwoorden en zich toetsbaar op te stellen. In de Nederlandse artseneed wordt dit als volgt geformuleerd: “Ik zal mij open en toetsbaar opstellen”. Het gaat daarbij zowel om het nemen van verantwoordelijkheid als om het afleggen van verantwoording.2 Aan incidenten en klachten kunnen verschillende oorzaken ten grondslag liggen. Deze oorzaken bevinden zich niet altijd binnen de invloedssfeer van individuele artsen. In een aantal gevallen is dat echter wel zo, en dan is het zowel voor artsen als patiënten belangrijk te weten op welke wijze de algemene KNMG-gedragsregel over toetsbaarheid en het afleggen van verantwoording moet worden geoperationaliseerd.

     

    Over deelaspecten van de hiervoor genoemde problematiek heeft de KNMG de afgelopen jaren een aantal standpunten en richtlijnen ontwikkeld. Vermeldenswaard zijn:

    • het KNMG-standpunt uit 2005 over het functioneren van individuele artsen, in welk standpunt ervoor gepleit wordt dat alle artsen deelnemen aan regelmatige evaluatiegesprekken;

    • de uitkomsten van voortdurend overleg tussen de KNMG en aansprakelijkheidsverzekeraars over de ruimte voor artsen om open en eerlijk met patiënten over fouten te kunnen praten;

    • het begin 2007 tot stand gekomen Beleidsdocument veilig melden, waarin onder meer wordt aangegeven hoe artsen en andere hulpverleners dienen om te gaan met het melden van incidenten in de zorg. Deze standpunten en richtlijnen hebben reeds op tal van plaatsen geleid tot aanpassing van beleid. Met de onderhavige tekst beoogt de KNMG de implementatie van de inhoud van de eerdere standpunten verder te bevorderen. Het is van belang dat aan de in dit standpunt verwoorde opvattingen en handelingsopties ruime aandacht wordt besteed in de medische (vervolg) opleidingen. De KNMG zal dit op de geëigende plaatsen aankaarten, onder meer bij het Disciplineoverlegorgaan Medische Wetenschappen van de VSNU.

    1 Deze tekst loopt vooruit op een nog nader uit te werken standpunt van de KNMG op het thema ‘arts en patiëntveiligheid’, in welk standpunt ook aandacht zal worden besteed aan organisatie- en omgevingsfactoren.

    2 Zie in algemene zin hierover het KNMG-manifest ‘Medische professionaliteit’ uit 2007 (§ 2.4 en 2.5).

     

    2. De arts en het melden van incidenten

    De opvatting dat het melden en analyseren van incidenten in de zorg zinvol is wordt breed gedeeld. Door de meldingen komt informatie beschikbaar die een belangrijke rol kan spelen bij het verbeteren van de kwaliteit/veiligheid van de zorg. Van doorslaggevend belang voor het welslagen van meldingssystemen is het bestaan van een veiligheidscultuur binnen instellingen. In een dergelijke open cultuur zijn artsen en andere hulpverleners zich bewust van het risicovolle karakter van het eigen handelen en zijn zij bereid incidenten en bijna-incidenten te melden en te bespreken, om daarvan te leren. Er wordt in brede kring voor gepleit de omschrijving van de te melden gebeurtenissen zo ruim mogelijk te maken (‘alles wat niet de bedoeling is’). Dat vloeit voort uit de gedachte dat naarmate er meer gemeld wordt, betere mogelijkheden ontstaan om voor de patiëntveiligheid relevante informatie boven tafel te krijgen. De te melden incidenten omvatten om die reden dan niet alleen gebeurtenissen die daadwerkelijk tot schade aan de patiënt hebben geleid, maar ook de zogenaamde ‘near misses’. Op artsen en andere hulpverleners rust veelal een meldingsplicht, op basis van arbeids- of toelatingsovereenkomst. Veel belangrijker dan een meldingsplicht in juridische zin is er een morele plicht om te melden. Voorop moet staan de door de

    hulpverlener gevoelde bereidheid om te melden. Cultuur en beroepsattitude zijn veel belangrijker dan een meer formele regeling van de meldplicht. Het behoort anno 2007 tot de professionele verantwoordelijkheid van de arts om incidenten te melden op de wijze die binnen zijn/haar instelling is afgesproken. Het mede door de KNMG onderschreven Beleidsdocument Veilig Melden bevat de spelregels voor meldingssystemen in zorginstellingen.

     

    Wat mag van de arts worden verwacht:

    De arts meldt incidenten op de wijze die binnen zijn/haar instelling of

    samenwerkingsverband gebruikelijk is.

    Nadere informatie:  Beleidsdocument veilig melden, februari 2007

     

     

    3. De arts en openheid over fouten

    De praktijk leert dat hulpverleners lang niet in alle gevallen voldoende openheid naar de patiënt betrachten. Hiervoor bestaan uiteenlopende redenen, zoals schuldgevoelens, gebrekkige zelfreflectie, te veel distantie, angst voor reputatieschade of juridische gevolgen e.d.. Daar staat tegenover dat patiënten eerlijkheid en openheid juist verlangen en zeer waarderen. In gedragsregels van hulpverleners en beleidsstandpunten en richtlijnen van brancheorganisaties wordt het belang van openheid steeds meer geaccentueerd.

    Ook in de medische opleidingen wordt in toenemende mate het belang van openheid over fouten benadrukt.

     

    Het behoort tot de professionele verantwoordelijkheid van hulpverleners om te voorkomen dat patiënten worden geschaad en om reeds ontstane schade zoveel mogelijk te beperken. Door de patiënt niet of niet tijdig over fouten te informeren kan schade ontstaan of verergeren en neemt de kans op escalatie in de arts-patiëntrelatie toe. De in 2004 tot stand gekomen Klachtenrichtlijn Gezondheidszorg bepaalt: "Ingeval sprake is van een fout of een complicatie, bespreekt de zorgverlener dit uit zichzelf met de cliënt". Daarbij gaat het om incidenten die voor de patiënt merkbaar zijn of waarvan de gevolgen mogelijk later nog aan het licht kunnen treden. Open met patiënten praten over fouten is belangrijk en noodzakelijk, evenals het uitspreken van excuses of een spijtbetuiging (zie nader bijlage 2). Polisvoorwaarden van aansprakelijkheidsverzekering staan daaraan niet in de weg, zolang de arts bij de feiten blijft. Daartegen zal de verzekeraar geen bezwaar hebben. Dat kan anders liggen als de zorgverlener speculatieve of onjuiste uitspraken doet. Aan te bevelen is dat de arts zich over een eventueel recht op schadevergoeding nooit uitlaat.

    De algemene ervaring is dat fouten of mislukkingen waarover de arts open met de patiënt praat, door veel patiënten worden geaccepteerd. Het gevoel of het feit dat de arts informatie heeft achterhouden, levert bij de patiënt doorgaans meer achterdocht en aanleiding tot het indienen van een klacht op dan een behandeling die niet het beoogde resultaat heeft gehad. In het algemeen zullen informatie en openheid het vertrouwen binnen de arts-patiënt-relatie bevorderen. Tijdig openheid betrachten jegens de patiënt zal niet alle klachten kunnen voorkomen, maar zal het aantal klachten en procedures zeker doen afnemen. Daarnaast is van belang dat juist ook in het geval van fouten aan de betreffende patiënt zo nodig schadebeperkende of –herstellende zorg wordt aangeboden. Naast fouten kunnen zich in de praktijk van de zorg complicaties voordoen.

    Anders dan bij fouten, is er in het geval van complicaties geen sprake van verwijtbaar handelen. Ook over complicaties behoort evenwel eerlijk en open met patiënten gesproken te worden.

     

    Wat mag van de arts worden verwacht:

     

    De arts bespreekt fouten en complicaties uit zichzelf met de patiënt en is daarover open en eerlijk.

    Nadere informatie: J Legemaate, JJE van Everdingen, J Kievit, JWM Stappers, Openheid over fouten

    in de gezondheidszorg. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 2007; 151: 319-322.

     

    4. De arts en omgaan met klachten

    Het klachtrecht van de patiënt is een belangrijk onderdeel van diens rechtspositie.

    Patiënten die een klacht willen indienen hebben daarvoor verschillende mogelijkheden, afhankelijk van wat de patiënt met zijn klacht wil bereiken.

    Onderzoek wijst uit dat patiënten laagdrempelige vormen van klachtenopvang prefereren boven formele procedures. Ook is uit onderzoek bekend dat patiënten door het indienen van een klacht vooral willen bereiken dat toekomstige patiënten niet met dezelfde fout worden geconfronteerd. Deze onderzoeksbevindingen pleiten voor het stimuleren van laagdrempelige klachtenvoorzieningen en een proactieve houding van artsen met betrekking tot klachten. Van belang is dat artsen en andere hulpverleners een klimaat bevorderen waarin de patiënt zich vrij voelt om klachten te uiten en te bespreken. De arts is bereid tot een open gesprek hierover met de patiënt en informeert deze zo nodig over andere mogelijkheden en procedures om een klacht in te dienen.

    De ervaring leert dat een terughoudende of zelfs defensieve houding van artsen ten aanzien van patiënten die een klacht (willen) uiten, nogal eens formaliserend en escalerend werkt. Het indienen van een formele klacht (tuchtcollege, schadeclaim, verzoek aan de officier van justitie om de arts strafrechtelijk te vervolgen) hangt vaker samen met teleurstelling van de klager over de houding en reactie van de arts dan met de inhoud van de klacht. Hier liggen veel mogelijkheden voor artsen om onnodige formalisering van klachten te voorkomen. Dat is winst voor zowel artsen als patiënten.

     

    Wat mag van de arts worden verwacht:

    De arts bevordert een klimaat waarin patiënten zich vrij voelen klachten te uiten en gaat op een zorgvuldige wijze met klachten om.

    Nadere informatie:  Klachtenrichtlijn gezondheidszorg 2004

     

     

    5. De arts en de evaluatie van zijn/haar handelen

    Uitgangspunt van het KNMG-Kwaliteitsmanifest 2003 is -zoals gezegd- dat elke arts zich open en toetsbaar moet opstellen. Dit houdt onder meer in “dat hij/zij bereid is tot reguliere gesprekken (…) over zijn/haar functioneren” (p. 33). In het kader van samenwerkingsverbanden van artsen moet ruimte bestaan voor intercollegiale toetsing, beoordelingsprocedures en evaluatiegesprekken. Binnen de medische beroepsgroep wordt veel aandacht besteed aan de kwaliteit van de verleende zorg. Dit gebeurt door middel van een breed scala van activiteiten: opleidingseisen, visitatie en andere vormen van intercollegiale toetsing, (her)registratie, richtlijnen e.d. In het kader van deze kwaliteitssystemen komt ook het functioneren van individuele artsen aan de orde, maar de genoemde kwaliteitssystemen zijn daarop niet primair gericht.

    De vraag hoe het functioneren van individuele artsen getoetst kan worden, wordt wel in toenemende mate gesteld, maar een hierop gerichte methodiek is nog niet breed geïmplementeerd. Ook binnen de medische beroepsgroep kunnen periodieke gesprekken over het individueel functioneren een belangrijke bijdrage leveren aan de kwaliteit van zorg. De KNMG is dan ook van mening dat artsen die werkzaam zijn in de individuele patiëntenzorg dergelijke evaluatiegesprekken moeten houden. In het nadere KNMG-standpunt ‘Het functioneren van de indivuduele arts’ uit 2005 worden de grote lijnen geschetst van een systeem voor het bespreken en evalueren van individueel functioneren. Een dergelijke methodiek vormt een wenselijke en noodzakelijke aanvulling op de reeds bestaande kwaliteitssystemen voor medisch handelen. Het is van belang dat in alle sectoren van de zorg evaluatiegesprekken (kunnen) worden gevoerd.

    Uiteraard vereist dit de aanwezigheid binnen de instelling of structuur waarin de arts werkzaam is van een op het voeren van evaluatiegesprekken gericht systeem. Dat kan een individuele arts niet zelf realiseren. In verschillende sectoren zijn op dit gebied ontwikkelingen gaande. Een goed voorbeeld is het project ‘Individueel Functioneren Medisch Specialisten’ (IFMS) van de Orde van Medisch Specialisten. Onder regie van de commissie-IFMS wordt in een aantal ziekenhuizen geëxperimenteerd met verschillende systemen voor het voeren van evaluatiegesprekken.

     

    Wat mag van de arts worden verwacht:

     

    De arts neemt deel aan regelmatige evaluatiegesprekken over zijn/haar individueel functioneren.

    Nadere informatie:  KNMG-standpunt ‘Het functioneren van de individuele arts’

    Utrecht, juli 2005

     

    6. De arts en het functioneren van collega’s

    In het Kwaliteitsmanifest 2003 is gesteld dat er tussen collega’s over (vermeende) fouten en disfunctioneren moet worden gesproken: “Een arts die bemerkt dat een collega niet juist handelt en schade of risico’s voor patiënten veroorzaakt, behoort dit bespreekbaar te maken. Het negeren van dergelijke situaties is ongepast” (Kwaliteitsmanifest, p. 33). Collega’s van een arts, die bemerken dat betrokkene onverantwoorde zorg biedt en daardoor (mogelijke) risico’s of schade voor patiënten veroorzaakt, hebben de verantwoordelijkheid daarop te reageren. Te denken valt aan leden van dezelfde huisartsengroep, maatschap, vakgroep, medische staf of ander samenwerkingsverband. De groep heeft een collectieve verantwoordelijkheid voor het goed functioneren van elk individueel lid. Wordt opgemerkt dat één van de groepsleden niet goed functioneert, dan behoren zijn/haar collega’s dit bespreekbaar te maken. Dit vraagt om een actieve houding van artsen die een dergelijke probleem signaleren. Het is niet aanvaardbaar ter zake een “conspiracy of silence” te laten bestaan. Huisartsengroepen, maatschappen, vakgroepen, medische staven en andere samenwerkings-verbanden van artsen behoren daarover duidelijke afspraken te maken. Hierdoor wordt het makkelijker om met een collega over zijn of haar functioneren in gesprek te gaan en wordt voorkomen dat deze stap pas gezet wordt als het eigenlijk al te laat is.

    Niet alleen als er sprake is van disfunctioneren mag onder meer van de directe collega’s van de arts worden verwacht dat zij het mogelijke doen om het disfunctioneren bespreekbaar te maken en de arts in kwestie ertoe te bewegen een verbetertraject in te gaan. Ook in eerdere fasen, wanneer er aanwijzingen zijn dat de door een arts verleende zorg tekortschiet maar wellicht nog niet van disfunctioneren gesproken kan worden zal reeds actie moeten worden ondernomen.

    Voorkomen is beter dan genezen.

     

    Wat mag van de arts worden verwacht:

     

    De arts die bemerkt dat een collega schade of risico’s voor patiënten veroorzaakt, onderneemt stappen om dit probleem te verhelpen.

    Nadere informatie:  KNMG-standpunt ‘Het functioneren van de individuele arts’

    Utrecht, juli 2005

    4 Het KNMG-Kwaliteitsmanifest 2003 omschrijft disfunctioneren als volgt: “een structurele situatie van onverantwoorde zorg waarin een patiënt wordt geschaad of het risico loopt te worden geschaad, en waarbij de betreffende arts niet (meer) in staat of bereid is zelf de problemen op te lossen”.

     

     

    Bijlage 1 – Kwaliteitsmanifest 2003 van de KNMG, onderdeel 6

    (omgaan met klachten en fouten)

     

    6. Omgaan met klachten en fouten

     

    Niet alleen de medische beroepsgroep als zodanig stelt zich toetsbaar op, maar

    ook individuele artsen: opdat zij door anderen beoordeeld kunnen worden, zowel in de context van hun professionele omgeving als in relatie met de patiënt. Dat houdt onder meer in dat artsen met patiënten open over klachten en fouten (kunnen) praten.

    De juridische context is zodanig dat openheid wordt gestimuleerd, gericht op het voorkomen van klachten en fouten.

     

    De algemene ervaring is dat fouten of mislukkingen waarover de arts open met de patiënt praat, door veel patiënten worden geaccepteerd. Het gevoel of het feit dat de arts informatie heeft achterhouden, levert bij de patiënt doorgaans meer achterdocht en boosheid op dan een behandeling die niet het beoogde resultaat heeft gehad. In het algemeen zullen informatie en openheid het vertrouwen binnen de arts-patiënt-relatie bevorderen. Tijdig openheid betrachten jegens de patiënt zal niet alle klachten en klachtenprocedures kunnen voorkomen, maar zal het aantal klachten en procedures zeker doen afnemen. Bekend is dat patiënten verhoudingsgewijs veel klagen over problemen inzake bejegening en communicatie.

    Onder artsen bestaat ten aanzien van openheid inzake klachten en fouten nog steeds terughoudendheid. Dit hangt in belangrijke mate samen met de door artsen ervaren juridisering.

    De KNMG heeft in het licht van de juridisering in de afgelopen jaren begrip voor de aarzelingen van artsen, maar meent evenwel dat een proactieve houding de voorkeur verdient boven een defensieve. Een defensieve reactie vergroot het risico op escalatie. In een open gesprek tussen arts en patiënt over fouten en klachten kan centraal staan dat de arts anders had moeten handelen, maar in bepaalde gevallen ook dat de patiënt inziet dat niet van een fout maar van een complicatie moet worden gesproken.

    Belangrijk is dat de juridische context zo wordt ingericht dat artsen worden gestimuleerd om over complicaties, klachten en fouten open met patiënten te praten. Dan ontstaan mogelijkheden om op systematische wijze van klachten en fouten te leren (Chief Medical Officer, 2003). Aansprakelijkheidsverzekeraars mogen openheid inzake fouten niet verbieden of ontmoedigen. Patiënten moeten goede informatie krijgen over de mogelijkheden om klachten in te dienen, en over de beperkingen van klachtenprocedures. Niet zelden zijn patiënten achteraf teleurgesteld over een procedure, omdat zij daarvan onjuiste verwachtingen hadden. De evaluatie van de Wet Klachtrecht leert dat patiënten laagdrempelige vormen van klachtenopvang prefereren boven formele procedures. Laagdrempelige klachtenvoorzieningen moeten daarom worden gestimuleerd.

     

    Bij klachtenafhandeling gaat het ook om preventie: een klacht is een gratis advies.

    Een toetsbare opstelling van de arts houdt in dat hij/ zij bereid is tot reguliere gesprekken met afdelingshoofd, maatschapsvoorzitter, stafvoorzitter en/of, instellingsmanagement/ werkgever over zijn/ haar functioneren (zie ook thema 4 van dit manifest). Ook behoort er tussen collega’s over (vermeende) fouten of disfunctioneren te worden gesproken. Een arts die bemerkt dat een collega niet juist handelt en schade of risico’s voor patiënten veroorzaakt, behoort dit bespreekbaar te maken. Het negeren van dergelijke situaties is ongepast. Huisartsenpraktijken, maatschappen, medische staven en andere samenwerkingsverbanden van artsen behoren daarover afspraken te maken, waar nodig in overleg met het management van de instelling.

     

    Aanbevelingen

    • Artsen praten met patiënten open over klachten en fouten. Het beleid moet erop zijn gericht om op systematische wijze van klachten en fouten te leren;

    • Het beleid van de overheid zou gericht moeten zijn op een krachtige stimulans van laagdrempelige klachtvoorzieningen. Ook moet de informatie aan patiënten over de mogelijkheden en beperkingen van de verschillende klachtenprocedures (klachtencommissie, tuchtrechter, civiele rechter) worden uitgebreid;

    • Samenwerkingsverbanden van artsen maken afspraken over de beoordeling van individueel functioneren, zowel in reguliere situaties als in gevallen van disfunctioneren.

    De KNMG zal hiertoe samen met de federatiepartners een, waar nodig op specifieke situaties toegesneden, modelregeling ontwikkelen.

     

    Bijlage 2 – Openheid over fouten: aanbevelingen voor artsen

    (Tabel overgenomen uit J Legemaate, JJE van Everdingen, J Kievit, JWM Stappers,

    Openheid over fouten in de gezondheidszorg. Nederlands Tijdschrift voor

    Geneeskunde 2007; 151: 319-322)

     

    Aanbevelingen voor het omgaan met fouten in de gezondheidszorg

    - Beoordeel naar aanleiding van een incident (= een onbedoelde gebeurtenis) of het gaat om een fout, dat wil zeggen verwijtbaar handelen van een hulpverlener of de zorginstelling. Vermijd het gebruik van het woord “fout” in gevallen waarin er geen verwijtbaar handelen is of lijkt te zijn.

    - Neem in het geval van een fout zelf het initiatief en benader de patiënt. Stel dit niet uit, want dan wordt het steeds moeilijker.

    - Wees alert op het fenomeen dat na een fout de patiënt en zijn of haar naasten meer aandacht behoeven en niet minder en dat zowel patiënten als hulpverleners in zo'n situatie de neiging hebben juist afstand te creëren.

    - Laat zien dat u de verantwoordelijkheid neemt. Geef de fout toe en betuig spijt of maak excuses. Vermijd een afstandelijke houding of een defensieve reactie, maar trek ook niet te snel het boetekleed aan.

    - Draai niet om de feiten heen. Geef de patiënt duidelijke informatie en vermijd speculaties.

    Geef aan of er sprake is van nader onderzoek, en zo ja, op welke termijn daarvan resultaten zijn te verwachten.

    - Geef de patiënt de gelegenheid zijn verhaal te doen. Nodig de patiënt uit tot het stellen van vragen en geef hem de toelichting die hij behoeft. Maak duidelijk dat de patiënt desgewenst op een later moment opnieuw vragen kan stellen en informatie kan krijgen, tot wie hij zich dan kan wenden en hoe.

    - Laat u niet uit over aansprakelijkheid en schadevergoeding en voorkom dat u op dat punt verkeerde verwachtingen wekt. Verwijs de patiënt desgevraagd naar de persoon of de instantie waar de patiënt een claim kan indienen.

    - Maak duidelijk dat er alles aan gedaan zal worden om te voorkomen dat andere patiënten de dupe worden van dezelfde fout.

    - Informeer de patiënt nadien over maatregelen die naar aanleiding van de fout zijn getroffen.




     

    Reageer (1)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Categorie:2.7:Klachtrecht
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Klachtrecht

    Klachtrecht

     

     

     

    Wat houdt de Wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector (WKCZ) in?

    Deze wet bevat uitgangspunten waaraan alle klachtenprocedures van zorgverleners en hulpverleners moeten voldoen.

     

    Zo moeten zorgaanbieders volgens deze wet:

     

    Ø       een klachtenregeling hebben;

    Ø       een klachtencommissie instellen.

     

     

    Klachtencommissie

    Iedere hulpverlener en instelling moet een klachtencommissie hebben van tenminste drie leden.

    Vrij gevestigde hulpverleners moeten zich bij een klachtenregeling hebben aangesloten.

    Vaak is dit via een beroepsvereniging geregeld.

     

     

    Klachtenregeling

    De voorzitter van de klachtencommissie mag niet in dienst zijn bij de instelling, of voor de hulpverlener werken. De klachtencommissie moet haar werkwijze vastleggen in een reglement.

    Ook moet iedere zorginstelling een klachtenregeling opstellen en die onder de aandacht brengen van de cliënt. U leest daarin hoe u een klacht kunt indienen, en hoe uw klacht wordt behandeld.

     

      

    Klachtencommissies zijn op grond van de WKCZ verplicht om:

    ernstige klachten direct te melden bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), en niet eerst bij de zorgaanbieder;

    na te gaan wat een zorgaanbieder met een klacht doet;

    een jaarverslag te sturen aan de IGZ.

     

     

    Ondersteuning bij klacht

     

    De PVP voor ondersteuning en advies

    Een klacht met een hulpverlener bespreken is vaak moeilijk. Als u een klacht heeft vraag de pvp om advies en ondersteuning. De pvp is in dienst bij de landelijke Stichting Patiëntenvertrouwenspersoon en is onafhankelijk van de instelling. De pvp kan u informeren over de klachtenregeling en u helpen bij het indienen van een klacht, kan u helpen bij het schrijven van de brief. Hij/zij is een deskundige en bekijkt op welke wettelijke gronden uw klacht het best gebaseerd kan worden. Ook wanneer u gesepareerd bent, kunt u de pvp om advies vragen. Als het mogelijk is, kunt u de pvp zelf bellen, of een naastbetrokkene, medewerker van de afdeling of een medecliënt. Elders kunt u ondersteuning vragen bij de cliëntvertrouwenspersoon.

     

    Stichting Patiëntenvertrouwenspersoon

    F.C. Donderstraat 9, 3572 JA Utrecht

    tel 030 272 83 53/help desk 0900 444 88 88

    e-mail helpdesk@pvp.nl

     

     

    Zorgbelang Nederland

    Heeft u een klacht over de gezondheidszorg? Is er iets mis gegaan in de zorgverlening en u weet niet wat u moet doen? De afdeling informatie en klachtenopvang van uw Zorgbelangorganisatie kan u helpen. Zij bieden u informatie over de gezondheidszorg. Daarnaast adviseert en ondersteunt zij u kosteloos bij het indienen van uw klacht. 

     

    U kunt op verschillende manieren met de afdeling informatie en klachtenopvang in contact komen.

    Zo kunt u doormiddel van dit formulier uw klacht aan ons doorgeven.

     

          De Zorgbelangorganisatie in uw regio neemt dan contact met u op.

     

    Vindt u het prettiger om uw ervaring telefonisch door te geven? Dan kunt u uw ervaring ook telefonisch melden bij de afdeling informatie en klachtenopvang van de Zorgbelangorganisatie in uw buurt.

    Zoek de gegevens van uw Zorgbelangorganisatie of bel met 0900 - 243 70 70 (€ 0,10 per minuut). U wordt dan automatisch doorverbonden met de juiste Zorgbelangorganisatie.

    Meer informatie over de dienstverlening van de afdeling informatie en klachtenopvang vindt u bij informatie en klachtenopvang


    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:2.7:Klachtrecht
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ziektebeelden

     

    ADD

    ADHD


     

    Angststoornissen


    Bindingsangst

    Claustrofobie

    Gegeneraliseerde angststoornis

    Hoogtevrees

    Obsessief-compulsieve stoornis

    Paniekstoornis

    Pleinvrees

    Posttraumatische stress-stoornis (PTSS)

    Smetvrees

    Sociale fobie

    Somatoforme stoornissen 

    Somatisatie en hypochondrie

    Specifieke fobie

    Verlatingsangst




    Autismespectrum stoornissen

    Autistische stoornis

    Desintegratiestoornis van de kinderleeftijd

    Pervasive Developmental Disorders (PDD-NOS)

    De directe familie van PDD-NOS

    Stoornis van Asperger

    Stoornis van Rett

     

     

    Bipolaire stoornis

    Burnout

    CD en ODD

    Conduct disorder (CD)

    Oppositioneel-opstandige gedragsstoornis (ODD)

    Depressie

    Dissociatieve identiteitsstoornis (DIS)

    Dysthymie

     

     

    Eetstoornissen

    Anorexia Nervosa

    Boulimia Nervosa

    Binge Eating Disorder BED (eetbuistoornis)

    Orthorexia

     

     

    Persoonlijkheidsstoornissen

    Afhankelijke PS

    Antisociale PS 

    Borderline PS

    Dwangmatige PS

    Narcistische PS

    Ontwijkende PS

    Paranoïde PS

    Schizoïde PS

    Schizotypische PS            

    Theatrale PS         

     

     

    Premenstrueel Syndroom (PMS)

    Psychiatrische stoornissen in kraambed

    Schizofrenie

    Slaapstoornissen

    Verslaving




     

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (5 Stemmen)
    Categorie:1.6:Diagnose
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De psychiatrische diagnose volgens de DSM-IV-TR


    De psychiatrische diagnose volgens de DSM-IV-TR

     

     

     

    Bekwaam

    De diagnostische categorieën criteria en beschrijvingen kunnen alleen goed toegepast worden door diegenen die voldoende opleiding en ervaring hebben in het stellen van een psychiatrische diagnose.

    Het is van groot belang dat de DSM-IV niet op een mechanische wijze gebruikt wordt door onervaren en niet opgeleide personen. De diagnostische criteria zijn bedoeld als richtlijnen bij de beoordeling, en niet om gebruikt te worden als een soort kookboek. Een classificatie is alleen betrouwbaar te maken als de beoordelaar deze kan afwegen tegen zijn professionele ervaring.

     

    De DSM is gebaseerd op consensus van Amerikaanse psychiaters. Om de 5 à 10 jaar wordt tijdens een grote vergadering besloten of diagnoses worden gewijzigd, of verwijderd, of dat nieuwe diagnoses worden toegevoegd. Dat leidt dan weer tot een nieuwe versie van het handboek.

    In de gespecialiseerde GGZ in Nederland wordt de DSM in de dagelijkse praktijk ook vrijwel standaard gebruikt voor het stellen van diagnoses.

     

    Meerdere dimensies (assen)

    De stoornissen worden onderverdeel in meerdere dimensies, die in de DSM assen worden genoemd. Bij het stellen van de diagnose wordt per cliënt informatie verzameld op 5 assen:

     

    As I:  Klinische syndromen

    Hierbij gaat het om omschreven symptomen die in een bepaalde ernst en duur aanwezig moeten zijn. Alle stoornissen die tot nu toe zijn beschreven in het jaarboek behoren tot deze as.

     

    As II:  Persoonlijkheidsstoornissen

    Hierbij gaat het om stoornissen in de persoonlijkheid. Deze zijn nog niet uitgebreid aan de orde geweest in het jaarboek. Wel wordt naar persoonlijkheidsstoornissen verwezen in de subrubriek Comorbiditeit (het verschijnsel dat iemand aan meerdere chronische ziektes tegelijk lijdt).

     

    As III: Lichamelijke toestand

    Hier worden lichamelijke ziekten, aandoeningen of handicaps beschreven die van belang kunnen zijn voor de psychische stoornis en de behandeling. Dit wordt ook beschreven in subrubriek Comorbiditeit (het verschijnsel dat iemand aan meerdere chronische ziektes tegelijk lijdt).

     

    As IV: Psychosociale problemen

    Hier gaat het om negatieve levensgebeurtenissen, huisvestingsproblemen, economische problemen, studie- of werkproblemen, problemen in gezin of familie. Deze komen aan de orde in subrubriek

    Hoe vaak en bij wie.

     

    As V: Globale beoordeling van het functioneren

    Het functioneren op verschillende levensgebieden wordt globaal beoordeeld met 1 cijfer.

    De hoofdstukindeling van het jaarboek is gebaseerd op de eerste 2 assen. De informatie die valt onder de overige assen wordt verspreid over de hoofdstukken beschreven.

     

    Categoriaal en niet dimensionaal

    De DSM is vooral categoriaal opgebouwd: de diagnoses worden opgevat als elkaar uitsluitende catgorieën. Voordeel is dat over categorieën eenvoudig te communiceren is. Nadeel is dat de psychische problemen minder genuanceerd en gedetailleerd beschreven worden, dan mogelijk zou zijn in een dimensioneel systeem.

    Probleem van de categoriale benadering is dat veel cliënten in de praktijk niet voldoen aan de strenge criteria van de verschillende stoornissen. Daarom zijn veel diagnoses in de DSM-IV veel globaler omschreven: mensen hoeven slechts aan een beperkt aantal van een lange lijst met symptomen te voldoen om de diagnose te kunnen krijgen. Dat betekent dat 2 mensen met volstrekt verschillende symptomen wel dezelfde diagnose kunnen krijgen. Anders gezegd: de diagnoses zijn vrij breed omschreven, en bevatten vaak verschillende subtypen.

    Voor mensen die onder geen enkele diagnose vallen, zijn er restcategorieën gemaakt.

    Deze zijn te herkennen aan de toevoeging NOS (Not Otherwise Specified), of in het Nederlands NAO (Niet Anderszins Omschreven).

     

    Overlap en bijkomende stoornissen (comorbiditeit)

    Door het assensysteem in de DSM is het mogelijk dat iemand als diagnose zowel een as I als een as II stoornis krijgt. Voor meerdere stoornissen op as I is minder ruimte in de DSM. In de praktijk levert dat problemen op, omdat bijvoorbeeld angststoornissen vaak samenhangen met alcoholmisbruik en afhankelijkheid. Voor de behandeling van mensen met zo'n dubbele diagnose is het stellen van beide diagnoses van groot belang.

    De categoriale indeling van de DSM - en daarmee de hoofdstukindeling in dit jaarboek - suggereert dat de as I stoornissen elkaar uitsluiten. In werkelijkheid zijn bijkomende stoornissen eerder regel dan uitzondering. Om die reden wordt in subrubriek Comorbiditeit van ieder hoofdstuk aandacht besteed aan bijkomende psychische stoornissen (zowel op as I als as II) en lichamelijke aandoeningen (as III).

     

     

    Onderzoek Trimbos-Instituut naar zogenoemde ‘voordeuren’ van GGZ

     

    Uit dit onderzoek komt naar voren dat de protocollen vaak per instelling verschillen

    Een algemeen gegeven is wel het door veld en overheid in 1997 vastgestelde ‘modelprotocol’ Indicatiestelling in de GGZ. Dit protocol maakt onderscheid tussen langdurende zorg op basis van een meervoudige hulpvraag (traject II) en kortdurende zorg (traject I).

    De Trimbos-studie naar de voordeuren van de GGZ geeft aan dat de meeste instellingen de indicatiestelling volgens het eerdergenoemde ‘modelprotocol’ hebben gerealiseerd. Dat wil zeggen dat er een multidisciplinair ‘voordeurteam’ is gevormd dat de hulpvraag in ontvangst neemt.

    Hierna volgt een intakegesprek met de hulpvrager door een lid van het voordeurteam, waarbij onder meer de diagnose wordt gesteld. (We hopen dat het hier gaat om een mogelijk voorlopige diagnose)

    De voordeurteams zijn multidisciplinair en bestaan meestal uit psychiater en psychotherapeut, soms aangevuld met psycholoog en sociaal psychiatrisch verpleegkundige. De hulpverleners in het voordeurteam zijn meestal tevens werkzaam in een behandelteam.

    Zelfstandig gevestigde psychiaters, psychologen en psychotherapeuten zullen naar hen verwezen patiënten zelf diagnosticeren. Het Trimbosonderzoek geeft aan dat zij dit bijna steeds doen in één of meer face to face intakegesprekken.

    Voor het stellen van de diagnose kan zowel bij vrijgevestigde therapeuten als in instellingen gebruik worden gemaakt van interviewinstrumenten. Over de mate waarin dit het geval is, zijn geen gegevens voorhanden.

     

    Twijfelt u aan de diagnose of aan de voorgestelde behandeling, dan kan dat aanleiding zijn voor een zogenaamde second opinion. Dit betekent dat u een tweede hulpverlener vraagt om een mening over de diagnose.

     


     

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (4 Stemmen)
    Categorie:1.6:Diagnose
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het stellen van een diagnose


    Diagnose

     

     

     

     

    Bij psychische problemen is niet altijd snel of eenvoudig vast te stellen wat iemand heeft.

    Een diagnose wordt te vaak zonder deugdelijk psychologisch en psychiatrisch onderzoek gesteld. Bij het stellen van een diagnose is het van belang dat de cliënt en zijn omgeving zo veel mogelijk informatie geven. Kleine details kunnen van belang zijn.

     

    Een voorlopige diagnose kan in de meeste gevallen binnen drie maanden gesteld worden.

    Dit is van belang, omdat een goede behandeling altijd gebaseerd is op een (eventueel voorlopige) diagnose. In sommige gevallen kan het (maximaal) een half jaar duren voor een diagnose met zekerheid kan worden gesteld en dan nog kan ze later worden bijgesteld. Veel familieleden en cliënten hechten sterk aan een diagnose, omdat het houvast geeft. Toch kan men, juist voor hen, het belang ervan ook relativeren.

     

    Het is immers het belangrijkst hoe het met de cliënt gaat

    Als het goed gaat en hij reageert goed op de behandeling, dan heeft het etiketje veel minder waarde. Bijvoorbeeld een depressie bij ouderen. Veel ouderen rouwen om verloren vrienden of ze zijn eenzaam.

    Bij complexe problemen zoals borderline of manisch - depressieve stoornis is het stellen van een diagnose een taak voor soms meerdere specialisten en kost het tijd.

    De keuze van de behandeling en de effectiviteit van de ingezette behandeling moet tussentijds worden geëvalueerd.

     

    Hoe betrouwbaar en geldig is een psychiatrische diagnose?

    Als iemand met een titel een witte jas aan heeft betekend dat niet dat hij altijd gelijk heeft.

    Een psychiatrische diagnose is niet te bewijzen met objectief onderzoek dmv. een hersenscan, röntgenfoto, urinetest, of welk lichamelijk of psychologisch onderzoek dan ook.  Het simuleren van diagnosen is dan ook niet moeilijk. Dat betekent dat op grond van een diagnose vrijwel niets te voorspellen valt over prognose of aangewezen therapie. Gaandeweg de behandeling is het niet ongewoon dat een cliënt meerdere verschillende diagnosen krijgt. Een belastend stempel wordt dan vervangen door een gunstiger etiket bv: eerst heb je een persoonlijkheidsstoornis, gaat het op den duur beter dan is het bv. ineens een stemmingsstoornis etc.

     

    Het beste voor de cliënt is in een gelijkwaardige relatie; een aangenomen veronderstelling die leidt tot een gezamenlijke zoektocht naar een diagnose en behandeling, in plaats van iets dat eenzijdig wordt opgelegd. Een psychiatrische diagnose is zeer belastend voor de cliënt en vaak negatief beladen. Hulpverleners moeten ook zeker oog hebben voor de bijwerkingen van een diagnose zoals bv. verliesverwerking.

    Een diagnose verwijst altijd naar een individuele afwijking, ongeacht de, mede mogelijk oorzakelijke, problemen ook in de omgeving. Arbeidsproblemen, relatieproblemen, verliesverwerking of trauma worden gemakkelijk over het hoofd gezien als men alleen maar bv. de stemming van de depressieve ‘cliënt’ behandelt. Dan worden problemen, uit het verleden en heden, in de omgeving van de cliënt vertaald in een medische diagnose en worden medisch behandeld. Een diagnose is vaak te vermijden bij vrijgevestigde psychologen en het algemeen maatschappelijk werk. Tegenwoordig kunt u met een Persoongebonden Budget (PGB) een begeleider inhuren op uw eigen voorwaarden.

    Een voorwaarde kan dan zijn dat diagnose achterwege blijft.

     

    Psychische klachten met een lichamelijke oorzaak

    De meeste psychische klachten worden veroorzaakt door ingrijpende gebeurtenissen of psychische ziektes. Een klein percentage van de psychische klachten heeft een puur lichamelijke oorzaak. Een tumor in de hersenen kan bijvoorbeeld een depressie veroorzaken; na een auto-ongeluk met hersenletsel kan een karakterverandering optreden.

    Een lichamelijke oorzaak van psychische klachten is niet altijd meteen te achterhalen.

    Om het verband vast te stellen is uitgebreid onderzoek nodig.

     

    Diagnostiek is geen eenmalige vaststelling 

    Wat er met een patiënt aan de hand is, is een zich herhalende activiteit, die steeds nieuwe informatie op kan leveren. Dit kan leiden tot een aanpassing of bijstelling van een eerder opgestelde werkhypothese en van een eerder geformuleerd behandelplan.

     

    Het is belangrijk dat het contact met de cliënt plaats vindt in een open sfeer. Daarmee wordt de cliënt op zijn gemak gesteld, zodat de noodzakelijke, soms ook pijnlijke informatie kan worden verzameld. De diagnostische evaluatie moet per individu op maat worden gesneden, rekening houdend met persoonlijke ontwikkeling (biografie), culturele achtergrond, etniciteit, gender, seksuele oriëntatie, familie- of gezinsstructuur, religiositeit en spiritualiteit, sociale klasse, en met de fysieke en sociale omgeving. Ook verdient het aanbeveling waar mogelijk gezins- of familieleden, of andere belangrijke anderen, bij de diagnostiek te betrekken. Ten eerste in verband met het verkrijgen van gegevens met betrekking tot de voorgeschiedenis, en ten tweede om een beeld te krijgen van hun ervaringen (positieve en negatieve) met de cliënt in het recente verleden. 

     

     

    Psychische klachten grijpen vaak sterk in het dage­lijks leven in en kunnen het zelfvertrouwen van cliënten sterk onder­mijnen. Door onbegrip en door eigen of andermans schaamte over de klachten, zullen cliënten hun klachten, en met name hun suïcidale klachten, vaak niet uiten.

     

    De herkenning van klachten door hulpverleners is in de ogen van cliënten vaak een probleem. Hulpverleners hebben soms moeite met het duiden van de klachten, vooral als cliënten deze niet volgens de boek­jes presenteren of zelf geen inzicht hebben in hun problemen. Voor cliënten is het belangrijk dat hulpverleners meer doorvragen naar klachten en de gevolgen, en initiatief nemen om iets aan de klachten te (laten) doen.

     

     

    Tijdens de diagnostische fase is het belangrijk dat

    • Cliënten hun eigen verhaal kunnen vertellen en er niet uitsluitend naar klachten en symptomen wordt gekeken; de gevolgen van de klachten voor verscheidene levensgebieden, zoals werk en relatie, besproken worden.                                           
    • De diagnose gedeeld wordt door de cliënt en de hulpverlener. Hiervoor is het nodig dat de diagnose duidelijk wordt verteld en toegelicht en dat men uitgelegd krijgt welke klachten er allemaal bij kunnen horen. Verder is het belangrijk dat de cliënt zelf kan vertellen wat zijn beeld van een diagnose is;
    • Bij een verschil van mening over de diagnose ieders visie ter tafel komt en dat daaruit toch gezamenlijke afspraken voortkomen.
    • Cliënten de diagnose kunnen toetsen door middel van bijvoorbeeld een second opinion of contact met lotgenoten­organisaties of door objectieve voorlichting over de stoornis.

     

     

    Als er in de ogen van hulpverleners sprake is van een diagnose dan moet dit expliciet met de cliënt besproken worden. Het stellen van de diagnose en het praten over de diagnose kan een belangrijke eerste stap zijn in de opbouw van een goede werkrelatie van cliënt en hulpverlener.

    Zij dienen cliënten als de diagnose gesteld is, te wijzen op het bestaan van lotgenotenorganisaties en cliëntenverenigingen.

     

     

    Hulpverleners kunnen cliënten ondersteunen door aandacht te schenken aan de individuele beleving van de problemen, door begrip te tonen voor de door cliënten ervaren lijdensdruk en door onzekerheid over de juistheid van de hulpvraag weg te nemen. Zij moeten alert zijn op signalen van cliënten en doorvragen naar aanwezige doodswensen - ook na de intake



     

    Reageer (1)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (7 Stemmen)
    Categorie:1.6:Diagnose
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het Behandelplan / Begeleidingsplan

    Het Behandelplan / Begeleidingsplan

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    Samen Deskundig

    Samen werken aan Herstel

     

     

     

     

    U bent doorverwezen naar een vrijgevestigde hulpverlener of een instelling voor de Geestelijke Gezondheidszorg (GGz).

    Tijdens één of meerdere intakegesprekken bespreekt u met een behandelaar de (mogelijke) diagnose, die na  psychologisch / psychiatrisch onderzoek gesteld is en de behandeling of begeleiding die u nodig heeft . Het is belangrijk dat duidelijk wordt wat uw probleem is. 

    Een diagnose kan gesteld worden door een psychiater, en/of een ervaren psycholoog. Niet door een arts-asistent (arts in opleiding tot psychiater) of door basisartsen, deze zijn niet gespecialiseerd, zij hebben alleen de medicijnenstudie afgerond.

     

    Belangrijk is dat de hulpvraag duidelijk wordt en het hulpaanbod.

    Ter voorkoming van een langdurige en moeizame weg of erger nog, een levenslange ggz-problematiek met langdurige maatschappelijke uitschakeling als gevolg.

    Vervolgens hoe dit het beste kan worden aangepakt, en aan welke behandeldoelen er gezamenlijk gewerkt wordt. De afspraken die hierover gemaakt worden zullen voor u worden vastgelegd in een behandelplan, volgens de Wet Geneeskundige Behandel Overeenkomst (WGBO) 


    Behandelplan?

    Het komt regelmatig voor dat cliënten niet weten of ze een behandelplan / begeleidingsplan hebben, terwijl dit de start is van de behandeling.

    De hulpverlener heeft dan zelf een behandelplan opgesteld, waarvan hij denkt dat de problemen zijn (diagnose), of er is helemaal geen behandelplan.

    Vraag de hulpverlener om samen met u een behandelplan op te stellen, zie dit niet als een gunst van de hulpverlener maar als een wettelijk recht van de cliënt.

    Een behandelplan geeft u meer zicht op uw eigen situatie en de behandeling. Als verbetering van uw situatie uitblijft kan de behandeling ook eerder aangepast of gewijzigd worden.

     

     

    Samen met uw behandelaar gaat u dit plan opstellen

    Als u samen de juiste invulling hiervan hebt gevonden kan het plan ondertekend worden.

    U krijgt hiervan een kopie. Zo wordt het plan een overeenkomst tussen u beiden.

    U kunt altijd nog terugkomen op uw instemming of wijzigingen aanbrengen als dat nodig is.

    Om een goede samenwerking te bevorderen rondom het behandelplan kunt u deze handleiding als hulpmiddel gebruiken om samen met uw behandelaar de behandeling vorm te geven.

     

    Maak gerust aantekeningen

    U kunt bij ieder contact aantekeningen maken als u dat wenst. Noteer in ieder geval de afspraken die gemaakt worden.

     

     

    Belangrijk voor het Behandelplan

    Niet alleen de diagnose is doel van de behandeling, ook het sociaal maatschappelijk functioneren is van belang. Dit voorkomt dat stabilisatie niet het doel is maar dat rehabilitatie het einddoel is van de behandeling.

     

    Gezondheid is niet alleen de afwezigheid van ziekte,

    maar een toestand van lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk welbevinden.

     

     

     

    Lichamelijke functioneren

    Lichamelijk functioneren: fysieke gesteldheid en zelfzorg

     

     

    Psychisch functioneren

    Psychische klachten, eventueel psychiatrisch ziektebeeld en/of verslavingsgedrag

     

     

    Sociaal functioneren

    Relatie binnen de omgeving waaronder gezin, familie, maatschappelijk gedrag en/of justitie

     

    Dagbesteding

    werk, hobby's, studie, activiteiten

     

     

    Huisvesting

    huidige woonsituatie

     

     

    Financiën

    financiële situatie zoals inkomsten, uitgaven, schulden, bestedingspatroon

     

     

    Zingeving

    datgene wat motiveert om te leven, bv. een levens- of geloofsovertuiging

     

     

    Hulpvraag

    Waar hebt u naar aanleiding van deze klachten behoefte aan.

    Wat verwacht u daarbij van de behandelaar. Psychologische test?

     

     

    Doel

    Wat wilt u bereiken, nu en in de nabije toekomst?

     

     

    Middelen

    Hebt u een idee hoe u uw doel zou kunnen bereiken?

    Denk hierbij vooral ook aan de dingen waar u goed in bent.

    Waar denkt u uw sterke kanten in te kunnen zetten in dit behandelproces?

     

      

    Het voorgaande zal in het eerstvolgende gesprek met uw behandelaar aan bod komen.

    Hierdoor krijgt u samen ideeën waaraan gewerkt moet worden.

                                     

    Wat zijn de behandelmogelijkheden

    De mogelijkheden voor uw behandeling worden door de behandelaar uitgelegd en beschreven in een folder uitgereikt.

     

    Ø       Keuze man / vrouw

    Ø       Individuele therapie 

    Ø       Deeltijdtherapie (in groepsverband)

    Ø       Beeldende, creatieve therapie  

    Ø       Ergotherapie

    Ø       Psychiater

    Ø       Psycholoog

    Ø       Psychotherapeut

    Ø       Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige SPV

             etc.

     

     

    U heeft recht op deskundige hulp

    Het komt regelmatig voor in GGZ instellingen dat u bij ambulante hulp, individuele hulp of in groepstherapie, niet de hulp krijgt van de daarvoor bevoegde psychotherapeuten maar van daarin niet gespecialiseerde verpleegkundigen.

    Het behoeft geen uitleg dat deze begeleiding ten koste gaat van uw welzijn & herstel en van de kwaliteit van verantwoorde zorg. Informeer hiernaar voor u aan de behandeling begint, of tijdens uw behandeling.

     

     

    Keuzes maken

    Samen met de behandelaar maakt u een keuze uit de mogelijkheden.

    Zo kunt u samen komen tot een passend behandeladvies.

    U kunt natuurlijk om bedenktijd vragen of met anderen overleggen voor u beslist.

    Vraag dan uw behandelaar naar internetsites, lotgenotencontact of cliëntenorganisaties.

    U kunt ook een second opinion (tweede mening) aan een andere dan uw eigen behandelaar vragen.

    Als het contact naar uw mening niet goed verloopt breng dat dan gerust ter sprake, het kan het verloop van uw behandeling ten goede komen als u dit tijdig aangeeft. Dit komt vaker voor, samen kan dan gezocht worden naar een oplossing.

     

    Afspraken

    Samen bent u nu gekomen tot een keuze hoe verder te werken aan de doelen zoals u die in eerst instantie zelf hebt omschreven en zoals deze nu zijn geformuleerd.

    Deze afspraken komen terug in uw behandelplan in de vorm van de volgende punten:

     

     

    Doel(en) op korte termijn

     

     

    Doel(en) op lange termijn

     

      

    Hoe deze doelen te bereiken

     

      

    Wie doet wat

     

      

    Hoe vindt de behandeling plaats en hoe vaak

     

     

    Eventueel medicijnen, dosering (bij)werking, bijsluiter

    Kan ik dit medicijn gebruiken samen met andere medicijnen die ik al heb?

     

    Naam

    Dosis

    Dosering

     

    Wanneer u beiden tot overeenstemming bent gekomen wordt het behandelplan ondertekend.

    U krijgt hiervan een kopie. Hierdoor kunnen we nu spreken van een overeenkomst.

    De afspraken liggen voor beiden vast maar u kunt altijd nog wijzigingen aanbrengen.

    Nu moeten er afspraken gemaakt worden wanneer er contact tussen u beiden zal zijn en wanneer er geëvalueerd wordt over het proces en de doelen.

     

     

    Frequentie individuele contacten

    Eindverantwoordelijke psychiater dr. ......................, .... x per .........

    Behandelaar ................. functie .........................., .... x per .........

     

     

    Termijn en data voor evaluatie

    1 x per .........

    dd: ..............

     

     

     

    Behandelplan   datum:

     

     

    Klachten:

     

    Doelen op korte termijn:

     

    Doelen op lange termijn:

     

    Behandeling:

     

    Medicijnen:

     

    Frequentie behandeling:

     

    Evaluaties:

     

    Bereikte doelen:

     

    Nazorg:

     

     

     

    Nazorg

    In de nazorg biedt de behandelaar u, indien gewenst, begeleiding in de maatschappij zodat terugval, preventie van problemen en nieuwe hulpvragen worden gesignaleerd.

    De behandelaar informeert u over de keuzemogelijkheden aan nazorg. U krijgt de ruimte om uw wensen en verwachtingen over nazorg aan de behandelaar kenbaar te maken.

    Er worden heldere afspraken gemaakt tussen u en de behandelaar.

     

    Afspraken over nazorg

     

     

     

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:1.9:Behandelplan
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Beroepscodes

    Beroepscodes

     

     

     

     

    (van Dale: Geheel van ongeschreven regels waaraan de beroepsbeoefenaar zich moet houden bij de uitoefening van zijn beroep.) 

     

     

    Een beroepscode is een samenhangend geheel van principes en regels met betrekking tot de uitoefening van het beroep. Een bekend voorbeeld van een beroepscode is de eed van Hippocrates die medici afleggen wanneer ze hun beroep gaan uitoefenen:

     

    Ik zal mijn vermogens gebruiken om zieken naar beste weten en oordeel te helpen; ik zal me onthouden van het schaden en tekort doen van wie ook. Wat ik zie en hoor, hetzij beroepshalve of persoonlijk, en wat niet verder mag worden verteld zal ik geheim houden en aan niemand meedelen.

     

     

    Ethiek en Beroepshouding in de zorg

     

     

    Beroepsethiek

     

     

    Beroepsethiek is een tak van de ethiek of moraalfilosofie en heeft betrekking op de algemeen aanvaarde norm voor het professioneel handelen.

     

     

    Formele en informele beroepsethiek

    Ethiek gaat over plichten, of over wat je behoort te doen, en bestaan uit principes en regels die je nodig hebt om goed en kwaad van elkaar te kunnen onderscheiden. Je kunt in de beroepsethiek een onderscheid maken tussen een formele beroepsethiek middels de beroepscode zoals de wet en formele uitspraken waarin de waarden en doelen van het beroep zijn vastgelegd. Deze beroepscode beschrijft bijvoorbeeld wat er van de professionele zorgverlening mag worden verwacht en helpt de verzorgende en verplegende bij het nemen van ethisch verantwoorde beslissingen.

     

    Anderzijds is er ook een informele beroepsethiek, deze bestaat uit ongeschreven regels voor het beroepsmatig handelen. Ze zijn algemeen aanvaard en komen bijvoorbeeld tot uiting in het handelen van de zorgverlener. Door het goedkeuren of afkeuren van collega’s wordt duidelijk wat er van de ander ‘verwacht’ wordt en deze regels nageleefd worden. Men kan bij deze ongeschreven regels dingen bedenken als dat men vaardig blijft ook na diplomering, dat de zorgvrager op de eerste plaats komt, over machtsverhoudingen onderling en in relatie tot zorgvrager en zorgverlener en over loyaliteit jegens elkaar en tot slot over je (professionele) houding naar collegae en zorgvragers.

     

    De informele beroepsethiek kan eigen gemaakt worden op twee manieren, namelijk door zelfkennis en praktische kennis van zaken. De eerste, zelfkennis heeft te maken met openstaan voor jezelf, inzicht hebben in innerlijke processen en de mogelijkheid aangrijpen tot zelf ontplooiing te komen. Kennis van zaken opdoen doe je op door middel van intuïtie, oppikken van traditie, autoriteit en door ervaring.

     

    Uit Wikipedia

     

     

    Beroepscodes:

     

    Psychiater

     

    Psycholoog

     

    Psychotherapeut

     

    Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundigen

     

    Verpleegkundigen en Verzorgenden

     


     

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (3 Stemmen)
    Categorie:3.6:Beroepscodes
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector

    HKZ - Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector

     

     

     

     

    De organisatie HKZ

    De stichting Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector (HKZ) is in 1994 opgericht. Initiatiefnemers waren de brancheorganisaties van patiënten/consumenten, zorgaanbieders en zorgverzekeraars. De drie partijen besloten hiertoe tijdens de Leidschendamconferentie van 1990. Daar stelden ze gezamenlijk de noodzaak vast van samenhangend kwaliteitsbeleid en kwaliteitsborging in de zorg.

     

    De Kwaliteitswet Zorginstellingen verplicht instellingen om 'verantwoorde zorg' te leveren. HKZ zorgt ervoor dat kwaliteit genormeerd en toetsbaar wordt. En stelt zorginstellingen daarmee in staat om hun aanbod voortdurend te verbeteren.

    Het doel van HKZ is harmonisatie van kwaliteitsbeoordeling in zorg en welzijn. Opdat kwaliteit in de verschillende sectoren op dezelfde manier beoordeeld wordt.

    Optimale transparantie van kwaliteit kan bereikt worden door certificatie. HKZ ontwikkelt daar samen met de belanghebbende partijen de normen voor. Er zijn normenstelsels (certificatieschema's) ontwikkeld voor diverse sectoren in zorg en welzijn.

    De certificatieschema's hebben allemaal dezelfde basis: het HKZ Harmonisatiemodel.

    Het cliëntperspectief staat in dit model principieel centraal.

     

    Het HKZ Keurmerk

    Het HKZ Keurmerk heeft betrekking op het kwaliteitsmanagementsysteem van de organisatie. Zo'n systeem heeft een organisatie nodig om kwaliteit goed te kunnen managen. Het HKZ keurmerk maakt zichtbaar dat het kwaliteitsmanagementsysteem voldoet aan eisen die vanuit de sector zelf, door financiers, patiënten/consumenten en de overheid worden gesteld. Dit is vastgesteld door een onafhankelijke certificatie-instelling.

    Het keurmerk biedt een basisgarantie voor kwaliteit. De gecertificeerde instelling heeft het werk zodanig georganiseerd, dat aan alle voorwaarden is voldaan om optimale zorg te kunnen leveren. Het perspectief van de cliënt is daarbij altijd het vertrekpunt.

    Het HKZ Keurmerk betekent dat een organisatie:

    - De zaken intern goed op orde heeft

    - De klant principieel centraal stelt

    - Betrouwbare resultaten kan presenteren

    - Voortdurend werkt aan het verbeteren van de zorg- en dienstverlening

     

    De HKZ-systematiek is bijzonder in de volgende opzichten:

    • Een samenhangende benadering: alle processen in de zorgorganisatie zijn in hun samenhang genormeerd, met de nadruk op het primaire proces. De effectiviteit van de totale organisatie wordt dus beoordeeld bij certificatie.

    • Een breed draagvlak: HKZ-normen worden ontwikkeld door de belanghebbende partijen zelf. Daardoor beschikken de normen over een breed draagvlak.

    • Openbaarheid: De HKZ-normen zijn openbaar en worden regelmatig geactualiseerd.

    • Normontwikkeling en toetsing vinden strikt gescheiden plaats en staan beide onder formeel toezicht (RvA)

    • Toetsing voor het HKZ keurmerk is geen momentopname. Om het certificaat te behouden, laat een instelling zich jaarlijks extern en onafhankelijk toetsen.

     

    HKZ-normen

    Kwaliteit is geen toeval, maar een beredeneerd, georganiseerd en beheerst resultaat. Het is het vermogen om aan de verwachtingen en behoeften van de cliënten te voldoen.

    Een kwaliteitsmanagementsysteem is een hulpmiddel voor het management om processen te beheersen en om de kwaliteit van een organisatie op systematische wijze te sturen. Het doel is de kwaliteit van de zorgverlening te verbeteren (met als gevolg tevreden klanten) én ook de interne organisatie. De eigen processen van de organisatie zijn hierbij het uitgangspunt.

     

    HKZ-normen

    Om het HKZ Keurmerk te verkrijgen moet het kwaliteitsmanagementsysteem voldoen aan de

    HKZ-normen. Deze normen hebben de internationaal erkende ISO 9001:2000-normen als basis en omvatten daarnaast branchespecifieke eisen. Iedere branche heeft een eigen set normen (certificatieschema). De HKZ-normen hebben betrekking op zowel de kwaliteit van het zorgproces als op de organisatorische kwaliteit. Ze stellen eisen aan het primaire proces: intake/indicatie, de uitvoering van de diensten en evaluatie/nazorg. Daarnaast moeten ook de ondersteunende processen, zoals personeelsbeleid, diensten door derden, et cetera aan specifieke eisen voldoen. Het Harmonisatiemodel wordt bij de invulling van de normen als uitgangspunt genomen.

     

    Cliëntveiligheid

    HKZ vindt dat cliëntveiligheid een integraal onderdeel behoort te zijn van kwaliteit. Echter, niet iedere organisatie heeft een werkend kwaliteitsmanagementsysteem. Daarom ontwikkelt HKZ, mede op verzoek van de Inspectie en VWS, een aparte norm voor het toetsen van een veiligheidsmanagementsysteem. Deze norm richt zich op het in kaart brengen van de risico’s in de processen van zorg- en dienstverlening én op individueel cliëntniveau en op het reduceren van deze risico’s. De voor de ziekenhuizen ontwikkelde NTA (Nederlands Technische Afspraak) vormt input voor de norm.

    Cliëntveiligheid kan in de toekomst apart gecertificeerd te worden. Daarnaast wordt cliëntveiligheid met de vernieuwde norm onderdeel van (opstap)certificatie van het kwaliteitsmanagementsysteem.

     

    Hoe gaat certificatie in z’n werk?

    Certificatie is tweeledig.Ten eerste wordt nagegaan wat er in de organisatie is afgesproken en hoe het mogelijk wordt gemaakt dat iedereen de afspraken kan nakomen (bijvoorbeeld door middel van werkinstructies/procedures en opleiding/training).

    Ten tweede wordt gecheckt (o.a. door steekproeven in dossiers en interviews met uitvoerende medewerkers) of de afspraken ook worden nagekomen.

    Certificatie vereist dus een gedocumenteerd en geïmplementeerd kwaliteitsmanagementsysteem. De organisatie mag (behalve op kritische onderdelen) verbeterpunten hebben.

    Bij goedkeuring wordt een certificaat afgegeven dat drie jaar geldig is. Tussentijds wordt de organisatie minimaal jaarlijks getoetst. Daarbij moet men aantonen dat het kwaliteitssysteem onderhouden en verbeterd wordt.

     

    Is certificatie verplicht?

    Wettelijk gezien niet. De Kwaliteitswet Zorginstellingen stelt wel het hebben van een kwaliteitssysteem verplicht. Daarin moeten de resultaten van overleg met alle belanghebbenden tot uiting komen.

    De laatste jaren signaleert HKZ de trend dat de Inspectie en de zorgverzekeraars meer waarde aan het HKZ-keurmerk gaan hechten.

    Biedt het HKZ-keurmerk een garantie voor goede zorg?

    Het keurmerk biedt een basisgarantie voor kwaliteit. De gecertificeerde instelling heeft het werk zodanig georganiseerd, dat aan alle voorwaarden is voldaan om optimale zorg te kunnen leveren. Het perspectief van de cliënt is daarbij altijd het vertrekpunt.

     

    Wat levert een certificaat de zorginstelling op?

    Uit onafhankelijk onderzoek blijkt dat gecertificeerde instellingen veel profijt hebben van hun certificaat. Het levert hun waardering op van verzekeraars, patiënten-/consumentenorganisaties en samenwerkingspartners. Sommige verzekeraars werken zelfs al met een preferred providership voor gecertificeerde organisaties.

    De gecertificeerde organisatie wordt transparanter en werkt efficiënter. Cliënten worden helder en tijdig geïnformeerd. Hun wensen en behoeften zijn goed in beeld. Medewerkers zijn goed opgeleid en gemotiveerd voor hun werk. Fouten worden sneller ontdekt en beter voorkomen.

    De instelling kan zich met een certificaat positief onderscheiden in een markt waarin zich steeds meer nieuwe aanbieders aandienen. Naar de overheid toe kan men met het certificaat aantonen dat iwordt voldaan aan de wettelijke verplichting om 'verantwoorde zorg' te leveren. Tevens voldoet men aan de internationale standaard ISO-9001.



     

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Categorie:3.5:HKZ
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Cliëntenbelangenorganisaties

    Cliëntenbelangenorganisaties

     

     

     

     

    Landelijk Platform GGz

     

    Dé koepel in de ggz

     

    Het Landelijk Platform GGz is een koepel van 20 cliënten- en familieorganisaties in de geestelijke gezondheidszorg. Het Platform behartigt de belangen van alle mensen, jong en oud, met psychische problemen en hun familie.

    Lees verder

     

     

     

    Zorgbelang Nederland

     

    Wat doen ze?

    Bij een Zorgbelangorganisatie zijn gemiddeld 80 tot 400 patiënten- en consumentenorganisaties per regio aangesloten. Om goed op de hoogte te zijn van de wensen, vragen en klachten van burgers onderhoudt een Zorgbelangorganisatie intensief contact met die lidorganisaties. Ook richt zij zich rechtstreeks tot de regionale patiënten en consumenten door bijvoorbeeld meldweken rond een bepaald thema te organiseren.

     

    Taken

    Zorgbelangorganisaties zijn actief binnen zorg en welzijn.

    Het takenpakket van een Zorgbelangorganisatie bestaat uit de volgende onderdelen:

    • belangenbehartiging en beïnvloeding van zorg- en welzijnsbeleid
    • het geven van informatie en voorlichting aan burgers over de zorg en het zorgaanbod in de regio
    • het registreren van klachten en het bieden van ondersteuning bij klachtmeldingen
    • bevordering van de kwaliteit van zorg door het doen van onderzoek en het maken van verbeterafspraken.
    • ondersteunen van lidorganisaties bij verschillende activiteiten, zoals bijvoorbeeld het organiseren van bijeenkomsten en cursussen.

    Zorgbelangorganisaties zijn opgericht om de samenhang tussen alle zorg- en welzijnsvoorzieningen in de regio te bevorderen.

    Zij doen dat namens alle burgers. Daarnaast geven ze informatie over het regionale zorgaanbod.

    Door hun werkzaamheden wordt bewerkstelligd dat mensen, ondanks ziekte, ouderdom of handicap, goede keuzes kunnen maken over noodzakelijke zorg.

     

    Zo zijn er ook in iedere provincie cliënten belangenbureaus, platforms, bonden etc.

    Ze hebben allemaal gemeen dat ze opkomen voor de belangen van de cliënt in de geestelijke gezondheidszorg, de maatschappelijke opvang en de verslavingszorg, en anderen die daar op een of andere manier bij betrokkenen zijn. Ook werken zij aan vernieuwing van de zorg en verbetering van participatie van cliënten in de zorg, opvang en samenleving.

    Je kunt er met al je vragen en problemen terecht.

     

     

     

    Ervaringen van patiënten zijn een goudmijn

     

    Stille kennis moet beter benut worden

     

    Onder de achterban van patiënten- en cliëntenorganisaties bestaat een grote stille kennis over de gezondheidszorg, ook op het gebied van de ggz. Als artsen, zorgverzekeraars en overheid die kennis beter benutten, wordt zorg beter en misschien ook wel goedkoper. Deze conclusie komt naar voren uit een groot onderzoek dat het Julius Centrum van het UMC deed naar de maatschappelijke meerwaarde van patiënten- en gehandicaptenorganisaties in Nederland die van het Fonds PGO overheidssubsidie ontvangen.

     

    Stille kennis benutten

    De uitdaging is om de ‘stille kennis’ manifest te maken zodat de cliëntenorganisaties daarmee de boer op kunnen; bij artsenorganisaties om professionele zorgstandaarden te formuleren, bij zorgverzekeraars om de zorginkoop te beïnvloeden, bij politici om wetgeving aan te passen en bij de media om aandacht van het grote publiek te vragen.

     

    Rendement

    Het rendement van cliëntenorganisaties is hoog; tezamen bereiken zij via websites en folders bijna 9,7 miljoen leden en niet-leden (cijfers 2005). Er is echter nog steeds een grote stille kennis aanwezig die door beleidsmakers onvoldoende benut wordt. Bovendien leeft bij alle partijen (cliëntenorganisaties, beleidsmakers, zorgaanbieders én zorgverzekeraars) de wens om van de koepels van cliëntenorganisaties een stevige derde partij te maken. Daarvoor moeten deze organisaties hun werkwijze professionaliseren, zo luidt een aanbeveling in het onderzoeksrapport. En daarvoor is meer overheidssubsidie nodig, vooral op structurele basis.

     

    In het onderzoek is de ggz-cliëntenbeweging meegewogen. Zo hebben o.a. Anoiksis, Balans, VMBD, Impuls en Pandora meegewerkt. Het rapport werd op 28 mei j.l. door onderzoeksleider Guus Schrijvers overhandigd aan de voorzitter van het Fonds PGO, drs. Ferdinand Clevers

     

    Bron: Platform ggz



     

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Categorie:3.4:Cliëntenbelangen Organisaties
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Cursus - Opleiding - Baan (ex)Cliënt

    Cursus - Opleiding - Baan

     

     

     

     

    Het beroep ERVARINGSDESKUNDIGE

     

    Instellingen ontwikkelen steeds meer inzicht in het belang van het inzetten van ervaringsdeskundigen.

    Functiebeschrijvingen, takenpakketten en opleidingseisen voor ervaringsdeskundigen zijn nog in ontwikkeling.

     

     

    Rolmodel

    Een onderzoek brengt een aantal voordelen van de inzet van begeleiders met ervaringsdeskundigheid voor cliënten aan het licht.  Zoals een goede bejegening naar de cliënt, gelijkwaardiger contact, meer inlevingsvermogen en een positie als rolmodel. Voor de BGE’ers biedt het werk economische zelfstandigheid (betaalde baan), veel voldoening en een nieuwe stap in hun eigen herstelproces. Minder duidelijk is wat de invloed van BGE’ers is op de houding van teamleden en op het herstelproces van cliënten.

     

    Functie:

    Begeleider geestelijke gezondheidszorg met ervaringsdeskundigheid (BGE)

     

    Databank Ervaringsdeskundigen

    St Door en Voor Rosmalen Landelijk

     

     

     

    Cursus:

     

     

    Kijk hiervoor ook bij het Cliëntenbelangenbureau in je regioCu

     

    Cliënten trainen Ambtenaren

    Door en Voor Rosmalensus (

    Cliënten trainen hulpverleners

    Basisberaad Rotterdam

     

    De cursus ‘Werken met eigen ervaring’

     

    Je eigen ervaringen inzetten

    Mensen die psychiatrische- of verslavingsproblemen hebben gehad, staan voor de taak hun leven weer vorm en inhoud te geven naar hun mogelijkheden en wensen. De weg naar herstel is er één van vallen en opstaan en verloopt voor een ieder anders. Gedurende het herstelproces ontwikkelen mensen een eigen deskundigheid over hun leven. Ze leren wat wel werkt en wat niet, wat ze op verschillende momenten nodig hebben en vinden manieren om zich staande te houden in het leven. Sommige personen willen deze verworven deskundigheid later actief inzetten in (vrijwilligers)werk. Er komt echter nog al wat bij kijken om eigen ervaringen functioneel in te zetten. Daarom heeft het Basisberaad Rijnmond in samenwerking met St. Rehabilitatie ‘92 de cursus ‘Werken met eigen ervaring’ ontwikkeld. Het doel van de cursus is: de eigen ervaringen in het kader van herstellen te leren gebruiken in activiteiten met en voor cliënten.

     

    De cursus

    De cursus is ontwikkeld door een groep van ervaringsdeskundigen en leert de deelnemers hun eigen ervaringen te gebruiken om anderen te ondersteunen. Het geleerde kan in verschillende functies ingezet worden. Hierbij kan gedacht worden aan individuele advisering (consulentfunctie), het geven van voorlichting of trainingen, het deelnemen aan een cliëntenraad of het opzetten van cliëntgestuurde initiatieven.

     

    De cursus is opgebouwd uit drie blokken van in totaal 12 lessen die zijn opgenomen in het werkboek dat cursisten bij de cursus krijgen. In het eerste blok staat ‘het eigen verhaal’ centraal. De deelnemers wisselen onderling hun ervaringen als cliënt uit om ervaringskennis op te bouwen. Het tweede blok is gericht op werksituaties. Voor de lessen in dit blok zijn ervaringsdeskundige gastdocenten uitgenodigd om iets over hun werk te vertellen. In het derde blok worden vaardigheden geoefend die nodig zijn om te werken met eigen ervaringen.

     

    Voorafgaand aan de cursus hebben de belangstellenden een gesprek met één van de docenten waarin verwachtingen en wensen worden besproken en gekeken wordt of de cursus geschikt is voor de persoon. Tijdens de cursus wordt, indien gewenst, persoonlijke ondersteuning geboden om eventuele problemen met de cursus op te lossen. Deelnemers ontvangen aan het eind een certificaat als zij voldoende aanwezig zijn geweest (80%) en voldaan hebben aan de opdrachten. De cursus wordt gegeven door twee ervaringsdeskundige docenten.

     

    Praktische zaken

    De cursus bestaat uit 12 lessen van 3 uur die iedere week en soms om de week plaatsvinden. Met voorbereidingstijd en tijd voor opdrachten meegerekend moeten de deelnemers rekenen op een investering van ongeveer 8 uur per week.

    De groep bestaat uit minimaal 8 en maximaal 12 cursisten.

    Bij voldoende belangstelling start in april 2008 in Rotterdam een nieuwe cursus, de lessen zijn steeds op de vrijdag van 10.00-13.00 uur.

    Er zijn voor de deelnemers geen kosten aan de cursus verbonden, reiskosten komen echter wel voor eigen rekening.

     

    Geïnteresseerd?

    Heb je interesse voor de cursus of wil je meer weten? Neem dan contact op met Astrid van Bruggen bij het Basisberaad Rijnmond, tel. 010 - 466 59 62 of stuur een e-mail naar: a.vanbruggen@basisberaad.nl

     

     

     

    Opleidingen:

     

     

    Begeleider GGZ (BGE)

    Academie voor Psychiatrie A'dam 

     

    Begeleider GGZ

    Zadkine Rotterdam

     

    Begeleider GGZ

    Utrecht

     

    Begeleider GGZ 

    Transitie Progamma Apeldoorn

     

    Training Cliënten Participatie

    Coöperatie Conquest 

     

    Cliënten Participatie Jeugd

    Coöperatie Conquest 

     

    Cliënten Participatie Plus

    Coöperatie Conquest 

     

    Coach-Ondersteuner Cliëntenraden

    Coöperatie Conquest 

     

    Ervaringsdeskundige

    Transitie Progamma Apeldoorn

     

    Ervaringsdeskundigheid

    Kenniscentrum 

    Ervaringsdeskundigheid

    Fontys 

     

    Ervaringsdeskundigheid

    Coöperatie Conquest 

     

    Ervaringsdeskundigheid

    IGPB 

     

    Ervaringsdeskundigheid

    Zorgbelang Groningen

     

    GGz Ervaringsagoog

    IGPB

     

    Kwaliteitstoetsen

    Coöperatie Conquest 

     

    Schrijf persoonlijke verhalen

    IGPB 

     

    Trainingsvaardigheden

    Coöperatie Conquest 

     

    Voorlichting, Info en Advies

    Coöperatie Conquest 

     

    Werken vanuit Hart en Ziel 

    Coöperatie Conquest 

     

     

    BGE -  Begeleider GGz met Ervaringsdeskundigheid

     

    De geschiedenis van de opleiding SPW-BGE 4   (Zadkine Rotterdam)

     

     

    Maatwektraject begeleider GGz met ervaringsdeskundigheid

     

    Wat doe je als begeleider GGz met ervaringsdeskundigheid?

    Als begeleider GGz werk je in de geestelijke gezondheidszorg.

    Daar begeleid je mensen met langdurige en ernstige psychische problemen:

    • in het dagelijks leven;
    • in het omgaan met anderen en
    • in het (opnieuw) innemen van een betekenisvolle plek in de samenleving.

    Samen met de cliënt zoekt de begeleider naar wensen en doelen op levensterreinen als wonen, werken, leren, vrijetijdsbesteding en sociale contacten. Hierbij is het uitgangspunt dat de cliënt zoveel mogelijk de regie houdt over zijn eigen leven en waar nodig gesteund wordt door zijn omgeving. Zijn wensen, doelen, mogelijkheden en de kracht van het eigen herstelproces staan centraal. Je werkt samen in een team met collega’s en onderhoudt contacten met familie, vrienden en professionele ondersteuners van andere organisaties.

     

    Wat houdt de opleiding BGE in?

    Deze opleiding BGE is gericht op (aspirant-)deelnemers die zelf ervaring hebben opgedaan als cliënt in de geestelijke gezondheidszorg. Zij kunnen in combinatie met deze beroepsopleiding hun ervaringskennis ontwikkelen tot ervaringsdeskundigheid. De opleiding is een beroepsbegeleidende opleiding, wat wil zeggen een dag per week naar school en negentien klokuren per week beroepspraktijkvorming (bpv). De bpv kan alleen plaatsvinden in een door de OVDB (landelijk kwaliteitsorgaan) erkende werk- of stageplek.

    De BGE-opleiding is als volgt ingedeeld:

     

    Programma BGE voortraject (ongeveer zes maanden)

    Belangrijke onderdelen tijdens het voortraject zijn:

    kennismaking met beroep, werkveld, groepsgenoten en jezelf als toekomstig beroepskracht;

    onderzoeken van eerder opgedane kennis, vaardigheden en inzicht (portfolio, assessment);

    onderzoeken en oefenen van startvaardigheden (communicatieve en leervaardigheden);

    opstellen individueel leerplan met afspraken over leerdoelen en toetsing.

     

    Programma BGE middentraject (eerste opleidingsperiode - twaalf maanden)

    Het middentraject vormt het centrale deel van de opleiding en bestaat uit een aanbod van agogische vakkennis, vaardigheidstraining en theorie in combinatie met eigen praktijkinbreng vanuit de stage.

    Belangrijke onderdelen zijn reflectieve vaardigheden, ontwikkeling beroepshouding, beroepsethiek, ontwikkeling van werkrelatie met cliënten, professioneel omgaan met eigen ervaringen, methodisch werken, werken met individuen en groepen, rehabilitatiebenadering, betekenis herstel en presentie, maken van een begeleidingsplan, gespreksvaardigheden, presentatie en profilering, psychopathologie, cliëntenadvisering en -participatie, etc.

    Via de vijftien tweewekelijkse supervisiegesprekken leer je praktijkervaringen te verbinden met je eigen levenservaring en deze te ontwikkelen tot ervaringsdeskundigheid die je professioneel in kunt zetten. Je leert reflecteren op je eigen leren en functioneren in het werk en in de opleiding en ontwikkelt daarmee samenhangende persoonlijke leerdoelen.

     

    Programma BGE eindtraject (tweede opleidingsperiode - ongeveer zes maanden)

    Het eindtraject heeft het karakter van een individueel traject waarin gewerkt wordt aan verdieping en het onderzoeken van de individuele mogelijkheden tot doorstroming naar werk en eventueel vervolgonderwijs. 

    Individuele studie- en loopbaanbegeleiding wordt geboden in de vorm van een aantal consultgesprekken. Iedere deelnemer heeft tijdens de opleiding een persoonlijke coach die vanuit de opleiding ook het contact met de praktijkinstelling onderhoudt.

    De opleiding werkt met compentiegericht onderwijs en is sterk praktijkgericht. De leerstof is onderverdeeld in deelkwalificaties en wordt tussentijds op school en in de praktijkinstelling getoetst.

    De opleiding kwalificeert op SPW4-niveau en je kunt kiezen voor een afstudeerrichting Woonbegeleiding of Activiteitenbegeleiding. Voor de diplomering  moet je kunnen aantonen dat je kunt voldoen aan de competenties die van een beginnend beroepskracht worden verwacht.

     

    Wanneer kun je met de opleiding starten? 

    De opleiding start in september van het schooljaar. De opleidingsdag is op donderdag of vrijdag.

    Je kunt met de opleiding beginnen als je kunt aantonen aan de volgende criteria te voldoen:

    • een diploma vmbo in de theoretische leerweg, de kaderberoepsgerichte leerweg of de gemengde leerweg. Hoewel de opleiding geen eisen stelt aan het profiel worden de sectoren zorg en welzijn sterk aanbevolen;
    • minimaal diploma vbo met drie vakken op c-niveau, waaronder Nederlands (overige vakken minimaal op b-niveau);
    • of diploma mavo of overgangsbewijs van 3 naar 4 havo of vwo;
    • relevante werkervaring in de praktijk van de GGz;
    • eigen ervaring als cliënt van een GGz-instelling;
    • minimum leeftijd 18 jaar.

     

    Toelating wordt pas definitief na een intakegesprek en het inleveren van de noodzakelijke documenten. Voor degenen die onvoldoende vooropleiding hebben om met een beroepsbegeleidende leerweg te starten, kan Zadkine in sommige gevallen dispensatie en ondersteuning verlenen. Wordt niet voldaan aan bovengenoemde voorwaarden, dan moet rekening worden gehouden met een langere opleidingsduur.

    Veel aspirant-deelnemers hebben nog geen arbeidscontract. Zij zullen hun uitkerende instantie tijdig moeten betrekken bij hun plannen, dat wil zeggen toestemming vragen voor het volgen van de opleiding en meestal ook ondersteuning vragen bij de financiering.

     

    Wat kun je met je diploma?

    Met het diploma kun je onder andere werken bij instellingen voor beschermd wonen, dagactiviteitencentra, rehabilitatiecentra,  beschermd/begeleid werken, verslavingszorg, maatschappelijke opvang, ACT-teams, cliëntenorganisaties, etc.

    Bijzonder aan de begeleider GGz is dat deze zelf ervaring heeft opgedaan als cliënt in de GGz. Tijdens de opleiding heeft hij geleerd deze ervaring op een professionele wijze in te zetten in begeleidingsrelaties. Daardoor heeft hij een meerwaarde in het groeiende aantal GGz-functies, waarin deze ervaringsdeskundigheid als een kwaliteit wordt beschouwd.

    De behaalde competenties op het gebied van ervaringsdeskundigheid worden weergegeven in een bijlage bij het reguliere SPW4 diploma.

     

    Wat kost de opleiding?

    Je dient met de volgende kosten rekening te houden:

    • Lesgeld dat jaarlijks wordt vastgesteld door het ministerie van OCW 
    • Bijdrage voor leer- en hulpmiddelen, dit is een vaste bijdrage voor onder meer verzekeringen en lesmaterialen die jaarlijks opnieuw wordt vastgesteld
    • Aanschaf leerboeken en eventuele reiskosten

     

    Deelnemers van een beroepsbegeleidende opleiding komen niet in aanmerking voor studiefinanciering. Deelnemers met een arbeidscontract kunnen hun werkgever aanspreken op een bijdrage in de financiering van de opleiding. Bent je afhankelijk van een uitkerende instantie, neem dan zo snel mogelijk contact op om hun medewerking te vragen bij het realiseren van uw werk- en scholingsplannen. Wij adviseren je om in een zo vroeg mogelijk stadium te informeren naar de mogelijkheden tot ondersteuning en het aanvragen van financiering van de opleiding (bijvoorbeeld via aanvragen IRO. Daaraan voorafgaand of tegelijkertijd kunt je je bij ons melden om een afspraak maken voor een aanmeldingsgesprek of een oriënterend gesprek.

     

    Zadkine Rotterdam

    010-243 34 99

    bge@zadkine.nl

    Aparte website voor instellingen en geïnteresseerden

    Het maatwerktraject BGE heeft meer (achtergrond)informatie online beschikbaar als elektronische nieuwsbrief.



     

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:3.3:Cursus-Opleiding-Baan (ex)cliënt
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag Activiteiten Centrum

    DAC - Dag Activiteiten Centrum

     

     

     

     

    Ontmoeting

    Een DAC is een ontmoetingsplek en biedt mensen met een psychiatrische en/of psychosociale achtergrond, op vrijwillige basis, gelegenheid hun dag op een aangename en zinvolle wijze door te brengen. Belangrijke doelen zijn het bevorderen van sociale contacten, het ondersteunen bij het opbouwen van een dagritme en het aanbieden van steun bij het zoeken naar een passende dagbesteding.

     

     

    Allereerst is er de ontmoetingsruimte waar u terecht kunt voor een praatje met andere bezoekers, de inloopfunctie erg belangrijk. Ook kunt u hier iets eten en drinken. Tevens is er de mogelijkheid om in een ongedwongen sfeer mee te doen aan een activiteit, zoals tekenen, bloemschikken, darten maar ook muziek maken, internetten en uitstapjes. 

     

     

    U kunt vaardigheden aanleren of een hobby ontwikkelen. Er is de mogelijkheid voor spontane activiteiten zoals kaarten, puzzelen, tafeltennissen en biljarten. Ook kun je rustig een krant of tijdschrift lezen. Regelmatig worden activiteiten georganiseerd waaraan iedereen kan deelnemen, zoals bloemschikken, video, biljarten, bowlen, zwemmen, uitstapjes en museumbezoek.

    De inloopvoorzieningen bevatten naast ontmoetingsactiviteiten ook activiteiten gericht op scholing, werkprojecten, arbeidsrehabilitatie en trajectbegeleiding.

    Een DAC kan een organisatie zijn die helpt bij herstel en bij integratie in de samenleving.

     

     

    Het DAC heeft meestal een weekprogramma waarbij elk dagdeel verschillende activiteiten kent.

    Er zijn activiteiten in cursusvorm, andere zijn meer vrijblijvend.

    De bezoekers worden zoveel mogelijk bij activiteiten betrokken, als deelnemer en zo mogelijk als medeorganisator. In overleg met de medewerkers kunnen zij ook zelf nieuwe activiteiten organiseren.

     

     

    Er wordt ook veel werk verricht door bezoekers die zich hiervoor vrijwillig hebben aangemeld. Hierbij kunt u denken aan bijvoorbeeld; barwerkzaamheden, het registreren van in- en uitgaande bezoekers en het aannemen van de telefoon.

     

     

    Verder kunt u ‘werken aan werk’ door middel van een leerwerktraject als voorbereiding op vrijwilligerswerk of betaald werk. U kunt dan bijvoorbeeld werken in de houtwerkplaats, de winkel, de keuken of productiewerk doen. 

     

     

     

    Medezeggenschap

    Het is belangrijk om zoveel mogelijk samenspraak en samenwerking met de bezoekers te hebben, over zaken die binnen het dac georganiseerd worden.

    Tijdens de bezoekersraad is er de mogelijkheid om mee te denken over zaken die spelen binnen een DAC. Deze bezoekersvergadering vindt maandelijks plaats.

     

    Huisregels

    Om voor een goede sfeer te zorgen en de veiligheid te handhaven, zijn er een aantal huisregels opgesteld. Bijvoorbeeld: alcohol, drugs en agressie zijn taboe. Ook het bezorgen van overlast aan andere bezoekers en medewerkers wordt niet getolereerd.

     

     

    Reageer (1)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (5 Stemmen)
    Categorie:3.2:DAC
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Beschermend - Begeleid Wonen

    RIBW - Beschermende Woonvormen

     

     

     

     

    Beschermd wonen

     

    Als de overstap van een behandelomgeving (bijvoorbeeld een psychiatrisch ziekenhuis of kliniek voor verslaving) naar zelfstandig wonen te groot is kan er voor het beschermd wonen als tussenstap gekozen worden. Vanuit de veiligheid van zo'n beschermende woonvorm kunt u, in overleg met uw persoonlijk begeleider, samen vaststellen hoe u het aan gaat pakken om weer een eigen plek te krijgen. Hoe lang dat duurt, bepaalt u zelf. Anderen zien de beschermende woonvorm als ondersteuning waar ze veel langer gebruik van willen maken, de hulp is niet beperkt in tijd.

    Een RIBW biedt mensen met een psychische beperking een zo gewoon mogelijke plek in de samenleving met ondersteuning bij het wonen, de dagbesteding, de stap tot vrijwilligerswerk, de reguliere arbeidsmarkt en bij de vrijetijdsbesteding, zodat mensen naar tevredenheid en met succes kunnen deelnemen aan de samenleving.

     

    In een beschermende woonvorm heeft u een eigen zitslaapkamer, naar eigen smaak in te richten, en gebruik van een gemeenschappelijke woonkamer, keuken, sanitair en voorzieningen als berging, tuin, etc .

    Alle beschermende woonvormen vindt u in woonwijken. Dat betekent dichtbij voorzieningen als winkels, openbaar vervoer, apotheek en huisarts, buurthuizen, etc.

    U heeft een eigen voordeur met een sleutel en ook uw eigen kamer kunt u afsluiten. Begeleiders bellen aan en gebruiken slechts in noodgevallen een loper. Er zijn geen bezoekuren of tijdstippen waarop u 'binnen' moet zijn. Wanneer u met anderen samenwoont is wel van belang, dat er rekening wordt gehouden met huisgenoten. Regelmatig is er een huiskameroverleg, waarin zaken die de groep bewoners betreffen, worden besproken en waar afspraken worden gemaakt. Ook heeft een beschermende woonvorm een cliëntenraad, die opkomt voor de belangen van de bewoners tijdens regelmatig overleg met de directie.

     

     

    Een beschermende woonvorm bestaat uit een aantal huizen waar diverse woongroepen gehuisvest zijn. De woongroepen verschillen in groepsgrootte en zelfstandigheid en varieert van dagelijks 1 of 2 uur begeleiding tot 24 uur per etmaal aanwezigheid en begeleiding.

     

    Er zijn ook mogelijkheden om in een eenpersoonswooneenheid beschermd te wonen.

     

     

    Begeleid Zelfstandig Wonen (Ambulant)

    De RIBW biedt ook hulp aan huis voor mensen die zelfstandig (gaan) wonen en begeleiding en advies vragen omdat zo lang mogelijk te kunnen blijven doen. Een vaste begeleider komt op afspraak bij u thuis en bespreekt met u waar u hulp bij nodig heeft en hoe dat georganiseerd gaat worden.

    Wanneer u tussen de afspraken door behoefte heeft aan overleg, kunt u altijd contact opnemen met het team van waaruit de hulp geregeld is. De frequentie van de huisbezoeken kan variëren van 1 keer per 2 weken tot enkele keren per week. Doorgaans duurt een huisbezoek een uur.

    De onderwerpen waar de begeleiding zich op richt is afhankelijk van de wens van de cliënt.

     

     

     

    Begeleiding

    Uitgangspunt voor de begeleiding is, dat u daar waar nodig hulp krijgt.

    Dus niet te weinig, maar ook niet te veel.

    Ook speelt de begeleiding in op wisselingen in uw situatie. Wat de ene week wel lukt, valt u de andere keer zwaar. De begeleiding past zich hier zoveel mogelijk flexibel bij aan.

     

    • Hulp bij zelfverzorging. Hierbij moet u denken aan persoonlijke hygiëne, onderhoud van eigen kamer en kleding.
    • Praktische (huishoudelijke) vaardigheden als wassen, koken, inkopen doen.
    • Plannen en uitvoeren van schoonmaakwerkzaamheden.
    • Bankzaken regelen.
    • Budgetteren.
    • Beheren van medicijnen.
    • Hulp bij dagelijkse structuur. Het gaat hierbij om dag- en nachtritme waardoor uw stabiliteit behouden blijft.
    • Hulp bij omgaan met publieke instellingen, bijvoorbeeld uitkeringsinstanties, bewindvoerders, etc.
    • Bemiddeling en/of overleg met instellingen waar u specialistische hulp van ontvangt, bijvoorbeeld de psychiater van een polikliniek.
    • Leren van sociale vaardigheden; uw eigen mening verwoorden, een meningsverschil uitpraten, met afspraken omgaan.
    • Hulp bij het omgaan met de beperkingen die u ondervindt vanwege uw psychische handicap.
    • Hulp bij het leggen van contacten, opbouwen van vriendschappen.
    • Hulp bij het regelen en vasthouden van activiteiten op het gebied van werk, opleiding en vrije tijd.

     

    Het kan zijn dat de begeleiding de vorm heeft van ondersteuning en advies. Daarnaast kan het accent liggen op het u aanleren van nieuwe vaardigheden (bijvoorbeeld uw persoonlijke administratie zelfstandig doen). Soms is het noodzakelijk dat zaken vóór u worden gedaan, omdat het voor u (nog) niet mogelijk is het zelfstandig te doen. In dat geval wordt er gezocht naar oplossingen om het tekort op te vangen.

     

     

    Persoonlijk begeleider

    De bewoner krijgt een persoonlijk begeleider. Samen stellen zij een begeleidingsplan op.

    Uitgangspunten daarbij zijn de wensen en de behoeften van de bewoner, de mogelijkheden van de RIBW en de beschikbare indicatie.

    Iedere bewoner heeft zijn of haar eigen wensen en behoeften ten aanzien van de begeleiding. Daarom worden met iedereen apart afspraken gemaakt over de aard en de hoeveelheid begeleiding, maar ook over de doelstelling van de begeleiding en manier waarop de begeleiding geboden zal worden.

    Zowel u als uw persoonlijk begeleider hebben een begeleidingsplan in bezit. Per afgesproken periode worden de afspraken met u samen doorgesproken en zo nodig bijgesteld.

     

     

    Groepsgerichte begeleiding

    De groepsgerichte begeleiding richt zich op de verzorging van de huishouding, voeding en de hygiëne in huis. Per groep wordt besproken waar de wensen en behoeften uit bestaan. 

    Er wordt aandacht geschonken aan de afspraken die tussen de bewoners onderling gemaakt (moeten) worden.

     

     

    Dagbesteding en werken            

    Dagbesteding is een belangrijk aandachtspunt in de begeleiding van de RIBW’s. Een goede dagstructuur geeft immers invulling aan het dagelijks leven en voorziet in mogelijkheden voor sociale contacten. De begeleiders stimuleren en begeleiden de bewoners zoveel mogelijk bij het zoeken naar dagbesteding binnen de algemene voorzieningen. Ook begeleiding naar (vrijwilligers)werk behoort voor een deel van de bewoners tot de mogelijkheden.

    Daarnaast zijn er speciale dagbestedingvoorzieningen voor mensen met een psychiatrische achtergrond. Zoals daar zijn de dagactiviteitencentra en verschillende werkprojecten.

    De begeleiding van de dagactiviteitencentra en de verschillende werkprojecten is veelal vraaggestuurd en gericht op de persoonlijke ontwikkeling van de cliënt. Dit is per individu verschillend. Juist omdat er geen behandelsignatuur is, wordt de verantwoordelijkheid voor het reilen en zeilen binnen deze voorzieningen vaak gedeeld. Tegelijk wordt een grote mate van saamhorigheid gecreëerd.

     

    Relaties en sociale netwerken

    Mensen met een psychiatrische achtergrond hebben veelal een beperkt sociaal netwerk. Het gevaar van vereenzaming is groot. In de begeleiding binnen het beschermd en begeleid zelfstandig wonen wordt daarom geprobeerd de contacten met andere mensen (weer) tot stand te brengen. Veel bewoners hebben intensief onderling contact.

    De omgang met lotgenoten kan in belangrijke mate bijdragen aan de acceptatie van de situatie waarin mensen verkeren. Ook het aanhalen of herstellen van het contact met familieleden of bekenden is van belang. Begeleiders van de RIBW’s bieden hierbij ondersteuning op basis van de persoonlijke wensen van de bewoners. Ook als het gaat om vragen over intieme, persoonlijke relaties of seksuele contacten.

    Vanuit het beschermd en begeleid zelfstandig wonen zijn de laatste jaren verschillende initiatieven genomen. Om zodoende bij te dragen aan de vorming van sociale contacten buiten het eigen kringetje. Voorbeelden zijn inloopmogelijkheden in of nabij beschermende woonvormen. Ook vriendendiensten, waarbij cliënten gekoppeld worden aan vrijwilligers die hen begeleiden bij recreatieve en sociale activiteiten, zijn nog steeds in opkomst. Daarnaast zijn er speciale bureaus opgericht die cliënten bemiddelen bij het vinden van een relatie of vriendschap.

     

     

    Criteria

    Om bewoner te kunnen worden van de RIBW is er een indicatie nodig door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ).

    Verschillende instanties/hulpverleners kunnen u verwijzen.

    Uw aanmelding wordt beoordeeld door een regionale indicatiecommissie. Hierin zitten mensen van een Algemeen psychiatrisch ziekenhuis, een GGZ-centrum en vaak ook zorgverzekeraars. Deze commissie bepaalt of u geschikt bent voor beschermd wonen.

     

     

    De kosten

    Het beschermd wonen wordt door de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) betaald. U betaalt hiervoor ook een eigen bijdrage. De hoogte van deze bijdrage is afhankelijk van uw inkomen of uitkering. De zorgverzekeraar stelt de eigen bijdrage vast aan de hand van een inkomensonderzoek. De folder 'Eigen bijdrage AWBZ', verkrijgbaar bij uw zorgverzekeraar, geeft hierover meer informatie.

     

    Ambulante woonbegeleiding

    Aan de ambulante woonbegeleiding zijn voor u geen kosten verbonden.

     

     

    Meer informatie over de diverse specialismen van de RIBW's kunt u lezen op de site van  RIBW Alliantie

     

     

    Vestigingen Regio

     

     

     

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    Categorie:3.1:Beschermd wonen
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Verslavingszorg

    Verslavingszorg

     

     

     

     

    Wanneer ben je verslaafd?

    Voordat je kunt bepalen wanneer je verslaafd bent, moeten we duidelijk maken wat we verstaan onder verslaving. Ben je (nog) niet verslaafd als je elke dag zeven glazen alcohol drinkt maar bij acht glazen wel? Veel mensen zouden graag zo'n criterium hanteren maar dat is te simpel. De vraag die je moet stellen, is wie in welke situatie waarom alcohol of een ander middel gebruikt.

     

    Verslaving

    Sommige mensen reduceren verslaving tot lichamelijke afhankelijkheid, de gewenning. Maar gewenning is hoogstens een aspect van sommige vormen van verslaving en zeker niet van alle. Typisch voor verslaving is de geestelijke afhankelijkheid. Alle verslavingen hebben dit met elkaar gemeen.

     

    Onweerstaanbare behoefte

    Bij verslaving gaat het om een zéér grote, onweerstaanbare behoefte een bepaald middel te gebruiken of een bepaald gedrag te vertonen. Deze behoefte bepaalt het hele leven van de gebruiker. Verslaving gaat gepaard met het besteden van heel veel tijd en energie aan het verkrijgen van het middel. Ook geven verslaafden belangrijke maatschappelijke, arbeids- en/of ontspanningsactiviteiten op of verwaarlozen ze deze activiteiten volledig. Ook wordt gebruik voortgezet ondanks het besef van negatieve gevolgen die ermee verbonden zijn.

     

    Controlebeperking

    Een ander kenmerk van verslaving is controlebeperking: de controle over het gebruik of gedrag is niet meer optimaal. De gebruiker wórdt beheerst. De alcoholist kan alleen maar denken aan de alcohol, de drugsgebruiker aan zijn drugs en hoe hij daar zo snel mogelijk aan kan komen.

     

    Herkenning

    Verslaafden maken anderen graag deelgenoot van hun ervaringen of ontkennen juist verslaafd te zijn en proberen tegenover hun omgeving mooi weer te spelen. Verslaafden herkennen elkaar bovendien heel gemakkelijk.

     

    Signalering en dan?

    Hoe er gehandeld moet worden bij constatering van gebruik, is sterk afhankelijk van de houding van de gebruiker. Als het bijvoorbeeld gaat om een jongere die zijn gebruik niet als problematisch ervaart, kun je slechts op de regels wijzen en bij overtreding daarvan sancties toepassen. Ook kun je met de jongere naar oplossingen zoeken om de negatieve gevolgen van het gebruik en overtreding van de regels te voorkomen. Door bijvoorbeeld alternatieven te bieden en oplossingen te zoeken voor de problemen die meestal achter drugsgebruik schuilgaan.

    Wanneer een gebruiker aangeeft dat hij eigenlijk wil minderen of stoppen, kun je hem doorverwijzen naar bijvoorbeeld een huisarts of naar het Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs (CAD).

     

     

    Belangenvereniging Druggebruikers MDHG 

     

    Landelijke Stichting Ouders en Verwanten van Druggebruikers 

     

    Gokverslaving

    Relatieverslaving

    Seksverslaving

     

    Zelfhulp verslaving

    Informatie over zelfhulpgroepen (soorten groepen, locaties, werkwijze) voor cliënten en professionals uit de verslavingszorg. Brochures en presentaties van het Informatie- en Ontwikkelingscentrum zelfhulpgroepen en verslaving zijn online beschikbaar.

     

    AA Anonieme Alcoholisten

    NA Anonieme Verslaafden

    Informatie over het programma van Narcotics Anonymous, gegevens over bijeenkomsten en een test 'Ben ik verslaafd'.

     

    Cannabis onder controle  

    Cocaine Anonymous

     

    Zelfhulp alcohol

    Zelfhulp verslaving

    Webzorg

     

    De Twaalf Stappen

    Twaalfstappen Groepen

     

     

    Alcohol onder controle

    Online behandeling voor mensen die de controle over hun alcoholgebruik kwijt zijn. Met op de site een alcoholtest, forum en hulp van een persoonlijk begeleider. Initiatief van Brijder Verslavingszorg.

    Alcoholdebaas

    Informatieve site van TACTUS over alcohol en overmatig drinken. Mogelijkheid tot online behandeling gericht op mensen die zich zorgen maken over hun drinkgedrag. Deelname is anoniem en gratis.

    Cannabis onder controle

    Online hulp bij het stoppen met blowen of minderen van het gebruik van hasj of cannabis.

    Een cannabistest, hulp van een persoonlijk begeleider en toegang tot een forum maken onderdeel uit van de website.

    Drinktest

    Drinktest.nl is ontwikkeld door het NIGZ om mensen die alcohol drinken te voorzien van informatie en advies. De adviezen worden op basis van de antwoorden op de vragen geformuleerd en zijn gebaseerd op wetenschappelijke onderzoek.

    Infectieziekten en drugsgebruik

    Site gericht op professionals in de verslavingszorg met informatie over druggerelateerde infectieziekten, fact sheets voor cliënten, gegevens over spuitomruil en gebruiksruimten en informatie over lopende campagnes.

    Sick of it

    Informatie over de meest voorkomende infectieziekten voor druggebruikers en verslavingszorgmedewerkers. Verder een zelftest, forum en de mogelijkheid om online een vraag te stellen of een afspraak te maken voor een hepatitis B-vaccinatie bij de GGD.

    CrisisCare

    Een private verslavingszorg kliniek die door de overheid is erkend en verantwoordelijk is voor hoge slagingspercentages.

     

    Stichting Verslavingsreclassering GGZ

    Begeleidt verslaafden die een strafbaar feit hebben gepleegd of hiervan worden verdacht.

    Door vroegtijdig contact, advisering aan Openbaar Ministerie en Rechterlijke Macht, intensieve reclasseringsbegeleiding en adequate nazorg leveren wij een bijdrage aan een succesvolle reïntegratie in de maatschappij.

     

     

    Landelijk Verslavingszorg en hulpverlening

     

    Arta Lievegoed Landelijk

    Addiction Care Veldhoven

    Cascade Verslavingszorg

    Castle Craig Nederland

    De Hoop Landelijk

    Jellinek Minnesota

    Roder Consult

    Smith and Jones

    Solutions

    Hoog-Hullen Groningen

    Horeb Beekbergen

    The Home Clinic

     

     

    Regionaal Verslavingszorg en hulpverlening

     

    Brabant

    Novadic-Kentron, Netwerk voor verslavingszorg

    Informatie over middelen, veel gestelde vragen, een drinktest en een speciale jongerensite.

    Vrijwel iedereen gebruikt genotmiddelen. Dit kan problemen geven, soms leidt dat zelfs tot verslaving. Novadic-Kentron biedt hulp bij problemen door gebruik van of verslaving aan alcohol, drugs, medicijnen of gokken.

     

    Drente, Friesland en Groningen

    Verslavingszorg Noord Nederland

    In het noorden van het land zijn de drie instellingen voor verslavingszorg samengegaan in één organisatie: Verslavingszorg Noord Nederland (VNN).

     

    Gelderland

    IrisZorg

    Instelling voor verslavingszorg en maatschappelijke opvang, ontstaan uit een fusie tussen Arcuris, De Grift en Passade. Op de site algemene publieksinformatie en informatie over behandeling, opvang, wonen en dagbesteding aangeboden door IrisZorg.

    Tactus Instelling voor Verslavingszorg

    Tactus werkt in de regio Stedendriehoek (Apeldoorn, Deventer en Zutphen), Oost Gelderland en Twente. De site biedt een forum voor lotgenotencontact tussen partners van mensen met een alcohol, drugs of gokprobleem en een speciale jongerenrubriek.

     

    Limburg

    De Mondriaan Zorggroep

    Mensen met verslavingsproblemen kunnen terecht bij de huisarts. Wanneer dit nodig is kan de huisarts voor behandeling en begeleiding verwijzen naar een instelling voor geestelijke gezondheidszorg. De Mondriaan Zorggroep is zo'n instelling.

     

    Noord Holland

    Brijder Verslavingszorg

    De Brijder biedt hulpverlening, begeleiding en preventie bij verslaving in de regio Noord en Zuid Holland (met uitzondering van Amsterdam en 't Gooi). Op de site staat informatie over het hulpaanbod en wordt de mogelijkheid voor online hulp (chatten) geboden

    Jellinek

    Informatie over alcohol, drugs, slaap- en kalmeringsmiddelen en gokken. En over de verschillende vormen van hulpverlening van de Jellinek, zoals online zelfhulp en online behandelprogramma’s voor alcohol en cannabis.

    Verslavingszorg Noord Nederland

    Naast informatie over alcohol, drugs, gokken en verslaving ook een overzicht van de mogelijkheden voor hulp. Toegang tot drie fora, waarvan één speciaal voor jongeren. Via de weblog kunnen de ervaringen van vijf medewerkers worden gevolgd.

    Gezond Amsterdam

    In de rubriek drugs staat informatie over o.a. drugshulpverlening, methadonverstrekking en medische heroïne. Sommige GG&GD publicaties kunnen worden gedownload.

     

    Overijssel

    TACTUS, Instelling voor Verslavingszorg

    Welkom op de site van TACTUS, Instelling voor Verslavingszorg Wij bieden onze diensten aan in de Stedendriehoek (Apeldoorn, Deventer en Zutphen), Oost Gelderland en Twente. Via deze website bieden wij u actuele informatie over ons zorgaanbod en onze preventie-activiteiten.

     

    Utrecht

    Centrum Maliebaan

    Biedt verslavingszorg aan iedereen in de provincie Utrecht. Informatie over alcohol, drugs, medicijnen en gokken en adressen voor advies en hulp.

     

    Zeeland

    Emergis

    Dicht bij de eigen woon-, werk- en leefomgeving staan de hulpverleners van Emergis verslavingszorg klaar voor mensen die door middelengebruik of hieraan verwante risicovolle levensstijlen in de problemen zijn geraakt of dreigen te raken

     

    Zuid-Holland

    Bouman GGZ

    Instelling voor verslavingszorg en psychiatrie in Rotterdam. Naast informatie over het hulp- en preventieaanbod wordt ook publieksinformatie over psychiatrie en verslaving gegeven.

    Brijder Verslavingszorg

    De Brijder biedt hulpverlening, begeleiding en preventie bij verslaving in de regio Noord en Zuid Holland. Op de site staat informatie over het hulpaanbod en wordt de mogelijkheid voor online hulp (chatten) geboden

    De Hoop

    Stichting De Hoop is een instelling voor evangelische hulpverlening in Dordrecht. De Hoop biedt kinder-, jeugd- en volwassenzorg op het gebied van verslaving, psychosociale en psychiatrische problematiek. Ook heeft De Hoop preventieprojecten voor kinderen, tieners, jongeren en ouders.

     


     

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (2 Stemmen)
    Categorie:3.0:Verslavingszorg
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nazorg

    Nazorg

     

     

     

     

    In de nazorg biedt de behandelaar u, indien gewenst, begeleiding in de maatschappij zodat terugval, preventie van problemen en nieuwe hulpvragen worden gesignaleerd.

    De behandelaar informeert u over de keuzemogelijkheden aan nazorg. U krijgt de ruimte om uw wensen en verwachtingen over nazorg aan de behandelaar kenbaar te maken.

    Er worden heldere afspraken gemaakt tussen u en de behandelaar.

     

    Nazorg gericht op de individuele cliënt

    •  voortgezette behandeling, bijvoorbeeld ambulant, deeltijd, opname vervangende deeltijd, in lijn met de eerder uitgevoerde intramurale behandeling
    • instelling, begeleiding en bewaking medicatie, eventueel ook de beëindiging, afbouw of vervanging daarvan
    • ondersteunende begeleiding, structurerende contacten, op afspraak en via huisbezoek
    • organisatie en ondersteuning van cliëntengroepen, bemiddeling vrijwilligerswerk ten behoeve van de cliënt
    • trainingsprogramma's voor verwerven van sociale contacten
    • maatschappelijke dienstverlening (huisvesting, werk, sociale uitkeringen, vervoer, studie, dagelijkse verzorging, etc)
    • begeleiding plaatsing in beschermende woonvorm
    • beschikbaar stellen van dagbestedingsmogelijkheden, bijv. clubhuis, sociale vaardigheden, dagopvang
    • opvang acute toestanden, crisisinterventie

     

     Nazorg gericht op de sociale omgeving

    ·         voorlichting over omgaan met en opvang van de cliënt

    ·         gezinsbehandeling en gezinsbegeleiding

    ·         begeleiding integratie cliënt in werk/studiesituatie, woonsituatie

    ·         stimulering contacten tussen verzorgers van cliënten (bijv. oudergroepen)

    ·         time-out mogelijkheid bij overbelasting van het sociale systeem waarin de cliënt leeft

     

     

     

     

    Nazorg kan bestaan uit functies die door het ziekenhuis worden geboden, al dan niet als totaalpakket en op functies die een zo zelfstandig mogelijk bestaan in de samenleving tot doelstelling hebben (sociale contacten, huisvesting, onderlinge hulp, werk, vervoer). De nazorg die zich richt op de sociale omgeving valt onder de laatste categorie en is onder te verdelen in zorg voor opvang en begeleiding van de cliënt en zorg gericht op de verbetering van het functioneren van de sociale omgeving zelf.

    Per cliënt, en zijn sociale systeem, zal moeten worden bezien aan welke vormen van nazorg behoefte is en welke vormen noodzakelijk zijn. In welke samenstelling, in welk tijdsverloop, door wie de nazorg wordt geboden. De nazorg moet als programma geregeld zijn, vóór de cliënt ontslagen wordt. Onderdelen van het programma moeten beschikbaar zijn en voor het ontslag moet duidelijk zijn dat er concrete afspraken bestaan over de nazorg.

    Nazorg is dus een 'nazorgmix' op het niveau van het individu, een programma op maat, een continue zorg.

    Hierbij kun je denken aan een casemanager of zorgcoördinator, maar de verantwoordelijke instelling zelf moet supervisie houden over het pakket aan nazorg.

     

     

    Nazorg na een opname

    Nazorg wordt nogal eens gezien als een mix van medicatieverstrekking en een reeks gesprekken. Nazorg kun je veel breder zien, als hulp van huisartsen, maatschappelijke dienstverlening en sociale dienst, vormen van semi-murale zorg en vrijwilligershulp, zelfhulpgroepen, lotgenotencontacten en mantelzorg.

    De opname is een totaalaanbod. Er is niet alleen behandeling maar ook dagstructuur, dagelijkse begeleiding, gesprekken, contacten, bezigheden, voeding, onderdak, veiligheid, et cetera.

    De nazorg moet natuurlijk aansluiten op de opnamesituatie. Na ontslag vallen er allerlei functies weg en het is belangrijk te inventariseren voor welke functies nazorg nodig is. Nazorg kan ook gezien worden als voorzorg. Preventie van heropname.

     

     

    AWBZ: de zeven functies

     

    Denken over nazorg is denken over verschillende vormen van zorg: functies

    • huishoudelijke
    • verzorging
    • persoonlijke verzorging
    • verpleging
    • ondersteunende begeleiding
    • activerende begeleiding
    • behandeling
    • verblijf
    • vervoer

    De omschrijving van de zeven functies

    Hieronder tref je de letterlijke tekst van de zeven functies zoals omschreven in het concept besluit Zorgaanspraken alsmede de toelichting die hierbij door het kabinet is gegeven.

     

    Huishoudelijke verzorging (Artikel 3 BZA) 

    Huishoudelijke verzorging omvat het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van het verzorgen van het huishouden in verband met een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking, een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap of een psychosociaal probleem die of dat leidt of dreigt te leiden tot het disfunctioneren van de verzorging van het huishouden van de

    verzekerde dan wel van de leefeenheid waartoe de verzekerde behoort, teverlenen door een instelling.

    Toelichting bij Artikel 3

    Bij de huishoudelijke verzorging gaat het om het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de huishoudelijke dagelijkse levensverrichtingen (HDL).

    Bij deze zorg kan gedacht worden aan opruimen, schoonmaken, het verzorgen van planten en huisdieren, het bed of de bedden opmaken in situaties waarbij de verzekerde niet bedlegerig is en de maaltijd klaarmaken.

    Bij huishoudelijke verzorging gaat het om de verzorging van het huishouden van de verzekerde en dit speelt dus niet indien de verzekerde in een instelling verblijft. De huishoudelijke verzorging maakt dan onderdeel uit van de functie verblijf.

     

    Persoonlijke verzorging (Artikel 4 BZA)

    Persoonlijke verzorging omvat het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging in verband met een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking, een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap of een psychosociaal probleem, gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid, te verlenen door een instelling.

    Toelichting bij Artikel 4

    Bij de persoonlijke verzorging gaat het om het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL).

    Daaronder is tevens zorg begrepen die in directe relatie staat tot de persoonlijke verzorging,bijvoorbeeld het opmaken van het bed tijdens het wassen van een bedlegerige cliënt.

    Bij deze zorg kan gedacht worden aan het wassen en het kleden van de verzekerde al dan niet op bed, het douchen of baden van de verzekerde, de verzekerde opmaken, scheren, tandenpoetsen, het verzorgen van de huid, inclusief decubituspreventie en het aanbrengen van protheses, hulp bij de toiletgang, hulp bij eten en drinken en hulp bij beweging en houding (wisselligging, oefenen van ledematen, tillen, ondersteunen bij verplaatsen of houdingcorrectie, vervoeren in rolstoel).

    Ook het stimuleren van de zelfredzaamheid en het zo mogelijk aanleren van ADL-activiteiten behoort tot deze functie.

     

    Verpleging (Artikel 5 BZA)

    Verpleging omvat verpleging in verband met een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking of een lichamelijke handicap, gericht op herstel of voorkoming van verergering van de aandoening, beperking of handicap, te verlenen door een instelling.

    Toelichting bij Artikel 5

    Bij verpleging gaat het om het herkennen en analyseren van gezondheidsproblemen en het uitvoeren van de daarmee samenhangende verpleegtechnische handelingen. Bij verpleging valt te denken aan het toedienen van medicijnen, zuurstof, het aanbrengen van een infuus of katheter, wondverzorging, lichamelijke controles en het geven van injecties. Ook gaat het om het oefenen met de verzekerde om zelf injecties te geven en om te gaan met zuurstof. Verder omvat verpleging onderzoek naar de gezondheid alsmede het geven van advies, instructie en voorlichting over hoe om te gaan met ziekte, preventie en hulpmiddelen en dergelijke.

    De term 'voorkoming van verergering' houdt ook in dat het kan gaan om palliatieve zorg.

    Aangezien verpleging niet aangewezen is in verband met een zintuiglijke of verstandelijke handicap staan deze handicaps niet in de omschrijving genoemd.

     

    Ondersteunende begeleiding (Artikel 6 BZA)

    Ondersteunende begeleiding omvat ondersteunende activiteiten in verband met een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking, een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap of een psychosociaal probleem, gericht op bevordering of behoud van zelfredzaamheid of bevordering van de integratie van de verzekerde in de samenleving, te verlenen door een instelling.

    Toelichting bij Artikel 6

    Ondersteunende begeleiding neemt de aandoening, beperking of handicap voor gegeven aan en bouwt daarop verder. De begeleiding gaat dus uit van de (rest)mogelijkheden van de verzekerde.

    Bij ondersteunende begeleiding gaat het om activiteiten die de verzekerde ondersteunen bij zijn dagindeling en zijn participatie in de maatschappij bevorderen. Daarbij kan gedacht worden aan het structureren van de dag, het geven van praktische hulp, het in het kader van de doelstelling van de zorg vergezellen van de verzekerde, het bieden van ondersteuning bij het voeren van de regie over het leven en, met name als er sprake is van een verstandelijke handicap, het bieden van een gezinsstructuur. De ondersteunende begeleiding vindt onder andere plaats door middel van ondersteunende of structurerende gesprekken en non-verbale communicatie, het oefenen van dagelijkse vaardigheiden en het stimuleren van gedrag dat al bij de verzekerde aanwezig is.

    Afhankelijk van de situatie kan de zorg zowel individueel als in groepsverband geboden worden.

    Bij deze zorg gaat het derhalve ook om dag- of nachtopvang in een instelling.

     

    Activerende begeleiding (Artikel 7 BZA)

    Activerende begeleiding omvat door een instelling te verlenen activerende activiteiten gericht op:

    a. herstel of voorkomen van verergering van gedrags- of psychische problematiek; of

    b. het omgaan met de gevolgen van een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap.

    Toelichting bij Artikel 7

    Activerende begeleiding onderscheidt zich van ondersteunende begeleiding doordat activerende begeleiding de aandoening, beperking of handicap niet voor gegeven aanneemt, maar juist daarop ingrijpt. Met activerende begeleiding wordt de verzekerde geleerd om te gaan met de (gevolgen van de) aandoening, beperking of handicap. Bij deze zorg valt te denken aan het interveniëren in het gedrag van de verzekerde (gedragscorrectie), het houden van inzichtgevende gesprekken en non-verbale communicatie, het oefenen van sociale vaardigheden, onderzoek naar de aanwezigheid van problematiek alsmede advies, instructie of voorlichting over de aanpak van de problematiek.

    Tevens valt te denken aan het case-management op het terrein van de geestelijke gezondheidszorg. Hierbij gaat het onder meer om de begeleiding die sociaal-psychiatrisch verpleegkundigen geven aan verzekerden met een psychiatrische stoornis die thuis wonen.

    Deze begeleiding houdt in dat gedrags- en psychische problemen die voortkomen uit de psychiatrische stoornis zo mogelijk worden voorkomen of tijdig worden onderkend zodat een daarop afgestemde interventie kan plaatsvinden. Het gaat hier om begeleiding gericht op herstel of voorkomen van verergering van gedrags- en psychische problematiek. Voor de formulering van artikel 7 is het niet relevant dat het bij case-management gaat om een psychiatrische stoornis. Deze psychiatrische stoornis is dan ook niet in artikel 7 genoemd.

    Afhankelijk van de situatie kan de zorg zowel geboden worden aan het individu of in groepsverband. Activerende begeleiding gedurende een dagdeel in een instelling valt eveneens onder deze functie.

     

    Behandeling (Artikel 8 BZA)

    1. Behandeling omvat behandeling van medisch-specialistische, gedragswetenschappelijke of specialistisch-paramedische aard gericht op herstel of voorkoming van verergering van een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening, een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, te verlenen door een instelling of door een psychiater of zenuwarts.

    2. Indien de behandeling psychotherapeutische behandeling door een psychiater of zenuwarts betreft, bestaat aanspraak op ten hoogste negentig zittingen van vijfenveertig minuten per zitting bij individuele psychotherapie, van negentig minuten per zitting bij partnerrelatie psychotherapie en van honderdtwintig minuten per zitting bij gezins- en groepspsychotherapie.

    3. Op de behandeling, bedoeld in het tweede lid, bestaat geen aanspraak indien na beëindiging van een voorafgaande psychotherapeutische behandeling in verband met het bereiken van de negentig zittingen, nog geen jaar is verstreken.

    Toelichting bij Artikel 8

    In het eerste lid is de behandeling waarop aanspraak bestaat omschreven.

    Gezocht is naar een formulering van de AWBZ-behandeling die dusdanig afgebakend omschreven is dat er geen afwenteling plaatsvindt op de AWBZ van een ziekenfonds- of gelijke behandeling die voor rekening van een particuliere ziektekostenverzekering dan wel publiekrechtelijke ziektekostenregeling kan komen. Overwogen is om op te nemen dat behandeling datgene omvat, wat niet reeds uit hoofde van de ziekenfondsverzekering als verstrekking geldt. Het CVZ heeft dat voorgesteld. Het is echter de vraag is of een dergelijke regeling zich wel verhoudt met artikel 8, eerste lid, aanhef, van de Ziekenfondswet. Daarin is immers bepaald dat geen aanspraak bestaat op bij of krachtens de Ziekenfondswet omschreven zorg, indien daarop ingevolge de AWBZ aanspraak bestaat. Met andere woorden de AWBZ-aanspraak gaat voor op de ziekenfondsaanspraak.

    Hoewel het voorstel van het CVZ zich op de inhoud van de zorg richt en in die zin juridisch wellicht wel zou kunnen, is toch besloten dit voorstel niet over te nemen.

    Daarentegen is de afbakening bewerkstelligd door aan te geven dat het gaat om behandeling van medisch-specialistische, gedragswetenschappelijke of specialistisch-paramedische aard, door de in de bepaling opgenomen aandoeningen en handicaps en de doelstelling van de zorg.

    Voor verzekerden die in bepaalde instellingen verblijven, gold onder het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering dat, met uitzondering van paramedische zorg, ook behandelingen van algemeen medische aard, die onder de ziekenfondsverzekering vallen of waarvan de kosten ten laste van particuliere ziektekostenverzekeringen dan wel publiekrechtelijke ziektekostenregelingen komen, ten laste van de AWBZ komen. Dit is met dit besluit gehandhaafd en geregeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel a.

    Behandeling onderscheidt zich van activerende begeleiding in die zin dat bij activerende begeleiding de diagnose is gesteld en het bijbehorende onderzoek is verricht.

    De begeleiding richt zich op het leren omgaan met de (gevolgen) van de aandoening of handicap. Voor behandeling is kenmerkend dat de diagnose nog niet is gesteld en het onderzoek ten behoeve daarvan nog moet worden verricht. De behandeling is vervolgens gericht op het herstel of voorkomen van verergering van de aandoening of handicap, niet op het leren omgaan met de (gevolgen van de) aandoening of handicap. Dit laatste vormt onderdeel van de functie activerende begeleiding.

    In de praktijk zullen behandeling en activerende begeleiding vaak hand in hand gaan.

    Toch is het zaak behandeling en activerende begeleiding goed uit elkaar te houden.

    Het feit dat activerende begeleiding, zeker in de geestelijke gezondheidszorg, vaak wordt gegeven door personen die in hun beroepsgroep bekend staan als behandelaar, maakt van de te verrichten activiteit nog geen behandeling in de zin van de functie behandeling. Net zo min als uit de naam sociaal psychiatrische verpleegkundige kan worden afgeleid dat wat deze persoon doet, het bieden van de functie verpleging is.

    Onder behandeling in dit artikel valt ook behandeling van een verzekerde met verslavingsproblematiek.

    Zoals het CVZ opmerkt, vormt audiotechnische ondersteuning onderdeel van behandeling aan doven en slechthorenden. Verder stelt het CVZ de mogelijkheid van verpleging in gezinnen aan de orde. Deze zorg houdt in dat vanuit de instelling gezinsverpleging wordt georganiseerd geheel onder verantwoordelijkheid, waaronder de financiële verantwoordelijkheid, van de instelling. Het verblijf in een pleeggezin heeft vooral sociaal-therapeutisch en opvoedkundig betekenis en dient ter ondersteuning bij de behandeling.

    De keuze voor de huidige regeling van de aanspraken brengt met zich dat deze verpleging in gezinnen niet meer expliciet geregeld is. Dat wil niet zeggen dat een dergelijke organisatie van zorg niet meer mogelijk is. Desgewenst kunnen instellingen met zorgkantoren hierover afspraken maken.

    In de AWBZ gold tot nu toe, en dat is gehandhaafd, dat de zorg alleen in instellingsverband mag worden geleverd. Een uitzondering daarop heeft tot nu toe bestaan voor de zenuwarts en de psychiater. Ook deze uitzondering is gehandhaafd. Onder het oude besluit verleenden de regionale instellingen voor ambulante geestelijke gezondheidszorg de psychotherapie niet altijd zelf, maar schakelden daarvoor ook vrijgevestigde psychotherapeuten voor in. Om duidelijk te maken dat dit mogelijk was, stonden in de bepaling de woorden: door of vanwege. De toevoeging van de woorden 'of vanwege' is overbodig. Met het onderhavige besluit blijft de mogelijkheid dus bestaan om door of 'vanwege' een instelling zorg te laten verlenen door vrijgevestigde psychotherapeuten.

    Het tweede en het derde lid strekken ertoe de bestaande beperkingen in de aanspraak op psychotherapie te handhaven.

     

    Verblijf (Artikel 9 BZA)

    Verblijf omvat het verblijven in een instelling indien de zorg, bedoeld in de artikelen 4, 5, 6, 7 of 8, noodzakelijkerwijs gepaard gaat met een beschermende woonomgeving, therapeutisch leefklimaat dan wel permanent toezicht.

    Toelichting bij Artikel 9

    Bij verblijf wordt de verzekerde een therapeutische of beschermende leefomgeving geboden waarin toezicht beschikbaar is. Het verblijf kan tijdelijk of duurzaam zijn.

    Gaat het om tijdelijk verblijf dan staan herstel en het draaglijk maken van de gevolgen van hun aandoening of handicap centraal, dan wel het ontlasten van de mantelzorg.

    Bij mensen die langdurig op verblijf in een instelling zijn aangewezen en die op grond van hun aandoening of handicap ook behoefte hebben aan toezicht, staat het garanderen van een zo hoog mogelijke kwaliteit van leven centraal.

    De in het eerste lid opgenomen voorwaarden 'indien een therapeutische of een beschermende leefomgeving dan wel permanent toezicht is aangewezen' brengen met zich dat de verzekerde geen indicatiebesluit voor verblijf kan krijgen, als hij ook niet voor een of meer van de andere functies geïndiceerd wordt. Het is immers niet de bedoeling dat de verzekerde de functie verblijf los van een of meer andere zorgonderdelen kan krijgen.

    De omschrijving houdt ook in dat het altijd om een instelling moet gaan die voor meer functies dan alleen verblijf is toegelaten. Immers, anders kan een instelling het leveren van een beschermende woonomgeving, een therapeutisch leefklimaat of permanent toezicht niet waarmaken.

    Onder dit verblijf valt niet de dagzorg of de dag- en nachtopvang. Die zorg valt onder de twee begeleidingsfuncties die, in het kader van de indicatiestelling en bekostiging, naast de indeling gebaseerd op uren ook nog een indeling gebaseerd op dagdelen kent. 'Logeren' in de zin dat de verzekerde gedurende de dag en nacht een plaats in de instelling bezet, valt onder artikel 9.

    Indien het gaat om 'logeren' louter als nachtopvang dan valt deze onder begeleiding.

    Huishoudelijke verzorging maakt onderdeel uit van het verblijf. De verzekerde hoeft en dient dus geen indicatiebesluit voor huishoudelijke verzorging te krijgen indien hij in een instelling verblijft.

    De instelling dient dus, als onderdeel van de functie verblijf, bijvoorbeeld de kamer van de verzekerde gewoon schoon te maken.

     

    Vervoer (Artikel 10 BZA)

    Indien de verzekerde zorg als bedoeld in de artikelen 6 en 7 gedurende een dagdeel in een instelling ontvangt, omvat de zorg tevens vervoer naar en van de instelling indien daarvoor een medische noodzaak bestaat.

    Toelichting bij Artikel 10

    Het vervoer is momenteel zeer versnipperd vorm gegeven. Soms valt het vervoer onder de Wet voorzieningen gehandicapten, soms onder ziekenvervoer in de zin van de Ziekenfondswet en soms (zeer beperkt) voorziet de AWBZ in vervoer. In het laatste geval gaat het om vervoer van de verzekerde terzake van dagbehandeling in een verpleeginrichting, zorg door een dagverblijf voor lichamelijk of verstandelijk gehandicapten en zorg door een instelling voor auditief of communicatief gehandicapten. Waar ik op termijn naar streef, is een structurele, uniforme regeling buiten de AWBZ waarin gewaarborgd is dat mensen die voor hun zorg afhankelijk zijn van vervoer daar ook een beroep op kunnen doen. Deze situatie is met ingang van 1 april 2003 evenwel niet bereikt.

    Daarom heb ik gekozen voor een tussenoplossing die zoveel mogelijk parallel loopt aan hetgeen in het kader van de AWBZ reeds was geregeld. De tussenoplossing houdt in dat waar sprake is van zorg gedurende een dagdeel het daartoe medisch noodzakelijke vervoer wordt meegefinancierd.

    Bij zijn indicatiebesluit moet het indicatieorgaan oordelen of er sprake is van zo'n medische noodzaak. Daarbij gaat het om het oordeel of de verzekerde in staat is gebruik te maken van een eigen vervoersvoorziening dan wel in staat is gebruik te maken van openbaar vervoer.

    Beperking in het lopen, instappen, staan of desoriëntatie kan met zich brengen dat het indicatieorgaan oordeelt dat vervoer vanuit de AWBZ medisch noodzakelijk is.

    Over het vervoer ten behoeve van behandeling heeft het CVZ op 26 september 2002, CZ/22044800, gerapporteerd als antwoord op vragen die ik het CVZ op 8 januari 2002, CZ/EZ/2241541, heb gesteld over het Besluit ziekenvervoer ziekenfondsverzekering (een ministeriële regeling). Over de aanbevelingen zal binnen afzienbare tijd een beslissing genomen worden.



     

    Reageer (3)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (3 Stemmen)
    Categorie:2.8:Nazorg
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Psychische pijn

    Psychische pijn

     

     

     

     

    Door de pijn heen

     

    Filosoof Piet Winkelaar: stop met het bestrijden van pijn

    'Natuurlijk kan de psychische pijn heel groot zijn. Ik denk echter dat behandelaars verkeerd bezig als ze alleen maar pijn bestrijden. Je kunt mensen ook door de pijn heen leiden.'

     

    Interview met Winkelaar 

     

    Dr. Winkelaar, in uw boek 'Anders dan we denken' beschrijft u mystieke en religieuze ervaringen. Die zijn wat u betreft niet voorbehouden aan de godsdiensten.

    Ja, dergelijke ervaringen worden nogal eens geclaimd door de godsdiensten, maar iedereen kan ervaringen hebben van eenheid, heelheid en alomvattendheid die uitstijgen boven het dagelijkse leven.

     

    Geluk en lijden vormen een belangrijk thema in uw boek. Uiteindelijk komt u tot een beschrijving van geluk dat de pijn omvat.

    Meestal wordt met geluk het tegenovergestelde van pijn en verdriet bedoeld. Dan gaat het over lol, plezier en vermaak. Ik bedoel met geluk een ervaring die uitstijgt boven pijn en verdriet. Vergelijk het met een bergbeklimmer. Hij heeft vreselijke pijnen doorstaan en eindelijk komt hij aan de top. Dan heeft hij een geluksbeleving waar het verdriet en de pijn bij inbegrepen zijn.

     

    Maar moet je mensen met pijn dan niet helpen?

    Ja, maar niet door pijn alsmaar te onderdrukken. Het lijkt me beter om mensen te leren omgaan met de pijn die nou eenmaal bij het leven hoort. Gelukkig gaat het wel een klein beetje die kant op. In sommige klinieken spreekt men niet meer van pijnbestrijding, maar van pijnbehandeling.

     

    Dat geldt misschien als de pijn binnen de normale grenzen valt. Maar hoe zit het als je bijvoorbeeld een angststoornis hebt?

    Ik heb voor mijn boek veel studie gedaan naar de mystici. Dat waren vaak mensen met psychische stoornissen. Omdat er geen behandeling was, moesten ze door hun angsten of psychosen heen. En als je door je dieptepunten heengaat, dan kan er iets gebeuren wat onvoorstelbaar is. Je kunt dan tot dingen komen waar anderen geen kijk meer op hebben. Ik noem bepaalde psychisch gestoorden daarom soms ook wel de mystici van deze tijd.

     

    Vindt u dat medicijnen dit soort bijzondere ervaringen tegenhouden?

    Je moet zo gedoseerd mogelijk omgaan met medicijnen. Als je er een ander persoon door wordt of heel vlak, dan lijkt me dat niet de goede weg. Laat mensen zoveel mogelijk zijn wie ze zijn.

     

    Bent u ook tegen medicijnen als iemand een hersenaandoening heeft?

    Het is natuurlijk prettig dat er medicijnen zijn om zoiets als schizofrenie te behandelen. Maar ik ken ook de verhalen van mystici die geweldige ervaringen hebben door hun psychose. Wie ben ik dan om te bepalen dat zij medicijnen moeten nemen. Mensen moeten zoveel mogelijk zelf hun grenzen kunnen bepalen. Je moet elk geval apart bekijken.

     

    Is daar ruimte voor binnen de huidige GGz?

    Veel ziektebeelden in de huidige GGz worden gestigmatiseerd. Het zijn etiketten waaraan bepaalde therapieën en medicijnen worden vastgeplakt: als je deze verschijnselen hebt, dan moet je die pil nemen. Het eigene en individuele van de mens worden zo veralgemeniseerd.

     

    U ziet als gevaar dat medicijnen de mens vlak maken. Maar door angst en verdriet kan je leven ook vlak blijven.

    Je moet er natuurlijk wel doorheen gaan. Je kunt het vergelijken met wat in de topsport de 'second wine' wordt genoemd. Dat kan gebeuren als je tegen je eigen grenzen aanloopt. Je zit dan kapot, maar als je er doorheen gaat, dan boor je onvermoede energiereserves aan. Dan kom je tot iets wat je niet voor mogelijk hield.

     

    Dat lijkt me ook een risico. Dat de pijn zo groot wordt dat iemand zelfmoord wil plegen.

    In zekere zin gebeurt dat ook als mensen door hun dieptepunt heengaan. Je hoort dat ook in de mystiek: het is alsof je doodgaat. Juist door die dood te omarmen kom je er doorheen. Maar je moet mensen daar natuurlijk heel goed in begeleiden. Vaak kunnen mensen meer aan dan ze denken.

     

     

    Samenvallen met de pijn

     

    Dr. Douwe Tiemersma: beperkt ik-gevoel maakt het lijden groter

     

    Wij stellen wijsgerig antropoloog Dr. Douwe Tiemersma de vraag:

    hoe ga je om met psychische pijn?

    Tiemersma: 'Pijn hoort bij het leven. In de lente openen de bloemen zich. Maar die bloem kent, net als jij, naast bloei ook aftakeling en verdwijnt uiteindelijk weer. Dat moet op de koop toe genomen worden. Als je het over leven hebt, dan hoort daar groei en bloei bij, maar er hoort ook pijn bij.  

     

    Maar is die pijn soms niet onevenredig verdeeld? Als je een angststoornis hebt, dan lijd je onevenredig veel psychische pijn.

    Pijn hoort bij het leven, maar als mensen allerlei vormen van lijden ontwikkelen in verband met pijn, als er angsten bij komen, dan heb je een hele andere situatie.

     

    Vormen van lijden ontwikkelen?

    Dan gebeurt er iets met die pijn. Want wat gebeurt er waardoor lijden ontstaat? Dat gebeurt niet in elk organisme. Dan gaat het om een menselijk organisme dat vanuit een beperkte situatie die pijn ervaart en zegt: 'verschrikkelijk, ik wil dit niet', die zich verzet. Wanneer alles werkelijk losgelaten kan worden, als je bent zoals de bloemen die bloeien, de pijn automatisch inbegrepen, dan blijft het open.

     

    Zegt u nu dat het verzet het probleem is?

    Er is een bepaald persoon die zich verzet tegen de pijn en hoe heviger het verzet, des te groter is de pijn. Dat kan ook een positieve zin hebben. De grote vragen van het leven komen juist naar voren onder heel moeilijke omstandigheden met veel pijn. Dan kan er bewustwording optreden.

     

    Bewustwording waarvan?

    Dat verschilt. Het kan op een oppervlakkig niveau gebeuren. Dan ga je vragen stellen als: 'hoe kan ik die pijn vermijden' en 'waarom is dat zo', maar dan zit je in het denken en dan blijf je denken. Wat mensen doen in de ggz en de psychotherapie is natuurlijk allemaal prachtig; er is een probleem, door een stukje gedrag te veranderen verdwijnt dat probleem en klaar. Maar het is geen echte oplossing voor al die verwante problemen die daarna nog komen. Want het gaat niet tot de kern.

     

    Wat is dan de kern?  

    Dat is inzien dat die zware toestand niet komt door de pijn die er nu eenmaal is. maar door het beperkte 'ik' dat denkt dat het allemaal op zijn schouders terecht komt. Want we maken allerlei tegenstellingen die ons beperken. Wanneer je zegt: 'de pijn is kwaad', dan is er direct de tegenstelling met wat goed is; een staat van vitaliteit zonder pijn. Als je die tegenstelling absoluut maakt, dan accepteer je de pijn niet en dan verlengt de pijn zich in lijden. In de natuur zie je dat niet. De natuur is mooi, maar elkaars prooi zijn hoort er ook bij. Het is eten of gegeten worden. En natuurlijk zal een dier zich op lijfelijk niveau verzetten tegen pijn, dat hoort bij het overleven. Maar de mens verzet zich ook daarbuiten tegen de pijn.

     

    Dus je moet pijn niet te persoonlijk opvatten? 

    Het gaat om een werkelijk loskomen van de centrumgerichte ik-spanning. Je zijnssfeer komt dan open. Er is een openkomen van grenzen waardoor er geen scheiding meer is tussen jezelf en dat wat er gebeurt. Dan aanvaard je dat het gaat zoals het gaat. Het is zoals het is. Natuurlijk kunnen er nog vervelende gevoelens zijn, maar je zit er niet meer zo in vast. Dan neem je de pijn als een onderdeel van het leven, zoals in de natuur. Dat is werkelijk de enige oplossing.

     

    Ik snap het nog niet zo, je maakt je ik beperkt door tegenstellingen groter te maken dan ze zijn en daardoor maak je de pijn erger dan het is, zoiets?

    Al die tegenstellingen 'dit vind ik leuk' en 'dat vind ik niet leuk' bepalen grotendeels je gevoel van wie je bent. Zo neem je een identiteit aan die grotendeels wordt bepaald door het verzet tegen minder mooie dingen. Die beperkte identificatie en het verzet zijn twee dingen die bij elkaar horen. Dan is het óf die beperkte identiteit loslaten óf zeggen: 'ik accepteer alles', dat komt eigenlijk op hetzelfde neer. Wanneer alles geaccepteerd wordt, dan verdwijnt die hele structuur van een ik dat zich verzet tegen pijn.

     

    Als je kind omkomt of je komt in een rolstoel, dan accepteer je dat niet zo makkelijk.

    Natuurlijk is dat verschrikkelijk. Maar toch zul je ook met dat zware lijden in het reine moeten komen. Je hoeft het niet op het gewone menselijke vlak te accepteren, want het blijft verschrikkelijk. Maar op een bepaald niveau kan er een herkenning komen: ik kan er tegenaan blijven schoppen maar het is nou eenmaal zo gegaan.

    Er zijn verhalen van overlevenden van de kampen in Auswitsch die het vol hebben gehouden omdat ze dat hele diepe lijden accepteerden. Het lijkt niet mogelijk voor mensen, maar blijkbaar zijn er dimensies die uitgaan boven wat wij normaal menselijk vinden. Wanneer je die pijn kunt accepteren, blijft er best wel pijn over, maar dat is dan inbegrepen in dat grote geheel. Dan is er geen verzet meer.

     

    In accepteren zit ook iets van fatalisme.

    Een fatalist is iemand die zich eigenlijk wil verzetten, maar dat heeft opgegeven omdat het toch niet lukt. Dan accepteert hij het noodlot, het fatum. Maar als het werkelijk helemaal openkomt, verdwijnt de notie van ik tegenover het gebeuren. Er is dan acceptatie, maar je gaat nog steeds naar de tandarts als je kiespijn hebt.

     

    Hoe doe je dat, accepteren? Is het iets wat je kan leren?

    Het is veel meer een herkenning. Als je bij de tandarts bent en je verzet je tegen de pijn, dan identificeer je je juist met die kies. Terwijl als je zegt: 'laat maar komen, ik duik in die pijn', dan verdwijnt die structuur van verzet en lijden.

     

    Zou je kunnen zeggen dat je het puur op het lichamelijk gewaarworden houdt, zonder het denken dat vergelijkt en tegenstellingen maakt?

    Dan maak je het in ieder geval niet groter door het denken. Maar ook al beperk je het tot een gevoelservaring van die pijn, dan is er nog steeds een iksfeer tegenover de pijnsfeer. Dan blijft die structuur van ik tegenover pijn.

     

    Je zou dat 'ik' eraf moeten halen, dan is er alleen pijn.

    Nog sterker, er moet een sfeer zijn waarin je die pijn van binnenuit zelf bent. Wanneer je werkelijk samenvalt met de pijn, dan kom je in het centrum van die pijn. Is er dan nog pijn? Nee. Als ik naar mijn bril kijk, dan kan ik er van alles van zeggen. Zet ik hem op, dan is er geen bril. Waarom niet. Omdat het object bril samenvalt met mij als subject dat ziet.

     

    als je het zelf bent, dan.

    Dan ben je het zelf van het verschijnsel. Dan is het niet meer een verschijnsel dat van een afstand naar je toekomt en je wilt het niet.

     

    Ik snap het beeld wel van de bril die op je hoofd komt, maar hoe je dat precies doet.

    Je moet het gewoon eens uitproberen als je ergens een klein beetje pijn hebt. Niet als de pijn heel sterk is, want dan is het verzet vaak ook te sterk. Maar die kiespijn. Probeer dat eens te accepteren tot je geen afstand meer ervaart tussen jezelf en die kiespijn.

     

    Is dat je aandacht er naartoe brengen?

    Die aandacht wordt vanzelf wel opgeroepen als je kiespijn hebt, daar hoef je geen moeite voor te doen. Het gaat erom dat je van die pijn niet je vijand maakt. Als je je vijanden liefhebt, dan heb je geen vijanden meer. Omdat je die ander bent.

    Veel mensen zullen zeggen dat je juist afstand moet nemen van pijn. Als je het minder belangrijk maakt, dan heb je er minder last van.

    Zolang er nog een ik-lijd-pijn-ervaring in die afstand wordt geschapen, is de fundamentele problematiek niet weg. Want het lijden ontstaat door die structuur van: 'ik hier en de pijn daar en ik wil die pijn niet.' Je kunt wel afstand nemen, maar laat die afstand dan wel oneindig groot worden. Ga er niet halverwege mee stoppen. Want dan ben je er nog door gefascineerd. Dan houd je er nog een innerlijke relatie mee en je hebt er een oordeel over 'dat wil ik niet.' Als je doorgaat, dan gaat het omklappen en zie je dat alles in de sfeer van jezelf als openheid komt. Dus in wezen is het hetzelfde.

     

    Ik snap het niet zo dat afstand nemen van pijn hetzelfde is als opgaan in pijn.

    Omdat de pijn ook op die manier samenvalt met het grenzeloze zelf-zijn. Als die bril iets is wat je steeds weer ziet, als je je daar helemaal op fixeert, dan word je specialist in brillen of zo, maar dan is die bril het belangrijkste wat er is. Totdat je ziet dat de wereld veel groter is. Dan praat je niet meer over die bril. En bij pijnbestrijding wordt dit ook verteld: 'denk nu eens aan de mooie dingen.' Wanneer dat wordt doorgezet, dan merk je dat de eigen sfeer steeds groter wordt en dan wordt de pijn ook geaccepteerd. Het gaat er om dat je in beide situaties voorbij het begrensde ik komt dat het ene wel accepteert en het andere niet.

     

     

    Bron: NetCliënten


     

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (6 Stemmen)
    Categorie:2.6:Psychische pijn
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Crisiskaart

    Crisiskaart

     

    Spreekt voor mij

    als ik het zelf niet meer zeggen kan

     

    Wat is een crisiskaart?

    Een crisiskaart is een uitvouwbaar kaartje, ter grootte van een bankpas, dat makkelijk mee te nemen is. Het is een klein persoonlijk document waarop kort en duidelijk staat vermeld wat een crisis bij de betrokken cliënt inhoudt, welke hulp daarbij volgens deze nodig en wenselijk is.

    Welke afspraken hierover zijn gemaakt met de behandelaar, crisisdienst, vertrouwenspersoon en andere betrokkenen.

     

    Zo weten familie en vrienden of andere mensen uit de omgeving wat ze moeten doen en kan bijvoorbeeld voorkomen worden dat de crisis door een verkeerde benadering juist verder uit de hand loopt of dat de politie wordt gebeld. Wanneer een (ex-)cliënt van de geestelijke gezondheidszorg een acute crisis krijgt, is vaak onduidelijk wat er moet gebeuren. Om dat te voorkomen is de crisiskaart bedacht. Daarin staat duidelijk hoe met de persoon in kwestie om te gaan en wat wel en niet te doen.  Als je zelf niet (meer) goed in staat bent om aan te geven wat er aan de hand is, kunnen hulpverleners en anderen lezen hoe ze moeten handelen om zoveel mogelijk leed te voorkomen.

     

     

    Wat heeft u er aan?

    • De crisiskaart biedt alle betrokkenen houvast in een crisissituatie
    • Het dragen van een crisiskaart werkt geruststellend en biedt veiligheid.
    • Het maken van een crisiskaart biedt inzicht in eigen crisis, waardoor de kans op een crisis vermindert.
    • Familie en vrienden kunnen beter met de psychische crisis omgaan en zo nodig goede hulp bieden of vragen.
    • Er is duidelijkheid voor de hulpverlener en alle betrokkenen.
    • Het is mogelijk om sneller goede hulp te krijgen.
    • Door het opstellen van een crisiskaart met een crisisplan kan dwang voorkomen worden.

     

    Waarom een crisiskaart?

    Veel mensen hebben de ervaring dat het tijdens een psychische crisis moeilijk is om snel goede hulp te krijgen. Enerzijds is onduidelijk wat voor mogelijkheden er zijn en is er een gebrek aan crisisopvang, zeker buiten kantooruren. Anderzijds is het voor veel cliënten onmogelijk om tíjdens een crisis goede hulp te organiseren. De kern van de crisiskaart is dat er een plan opgesteld wordt op het moment dat u helder voor ogen heeft wat wel en niet wenselijk is in geval van een crisis. Op die manier weet u waar u op kunt rekenen tijdens een eventuele volgende crisis. De crisiskaart is een instrument waarmee hulpverleners en cliënt samen met de omgeving de juiste maatregelen kunnen nemen om de persoon in crisis adequaat te helpen. Het is niet goed als hulpverleners moeten gissen naar de beste aanpak. Ze moeten kunnen profiteren van (eerdere) ervaringen van de cliënt en van het overleg waarmee een crisiskaart tot stand komt.

     

    Welke informatie staat er op een crisiskaart?

    De cliënt beslist zelf welke informatie er op de crisiskaart komt.

    Meestal staat kort de noodzakelijke en duidelijke informatie vermeld:

     

    • Persoonlijke gegevens

    • Gegevens van vertrouwenspersonen (vrienden, familie en kennissen)

    • Gegevens van hulpverleners (behandelaar, huisarts, bewindvoerder e.a.)

    • Omschrijving van een crisissituatie

    • Welke medicatie u gebruikt

    • Afspraken met hulpverleners en anderen

    • Wensen omtrent bejegening en crisisopvang

    • Praktische informatie, zoals wie toegang heeft tot uw woning of wie uw huisdier verzorgt etc.

     

     

    Hoe gaat het maken van een crisiskaart?

    Voor het laten maken van een crisiskaart kun je een afspraak maken met de crisiskaartconsulent van een cliëntenbelangenorganisatie. Dit is meestal een ervaringsdeskundige.

    Je krijgt dan een vragenlijst toegestuurd met het verzoek deze in te vullen. Vind je het moeilijk om deze in te vullen, dan kun je daarbij hulp krijgen van de consulent. 

    In twee of meer gesprekken neemt u alle relevante gegevens samen door. Vervolgens worden officiële instanties en uw eigen netwerk op de hoogte gebracht en worden er afspraken gemaakt, met bijvoorbeeld uw partner, hulpverleners, uw huisarts, etc. Deze afspraken worden vastgelegd in het crisisplan.

    Als betrokkenen akkoord gaan met het plan ondertekenen ze het. Vervolgens wordt het plan kort samengevat en in uw eigen woorden op de crisiskaart gezet. Als u dat wilt krijgen de betrokkenen een kopie van uw crisispreventie-actieplan en uw crisiskaart. Het is belangrijk dat het plan en de kaart regelmatig worden geëvalueerd en bijgesteld.

     

    Overzicht Crisiskaartconsulenten per provincie

     

    Wat staat er in het crisisplan? 

    In het crisisplan staat gedetailleerde informatie over uw crisis, uw wensen en de afspraken die gemaakt zijn betreffende de opvang door uzelf, hulpverleners, vrienden en/of familie.

    U bepaalt zelf welke informatie er op de kaart en het plan komt te staan.  Het beste is dat u aan het crisisplan werkt op een moment dat u helder voor ogen heeft wat er wel en niet wenselijk is in geval van een crisis. Van het crisisplan wordt een beknopte samenvatting gemaakt op de crisiskaart. Alle afspraken staan zowel op de crisiskaart als in het crisisplan dat bij de crisisdiensten bewaard wordt.

    Deze afspraken worden in overleg met betrokken personen en hulpverleners gemaakt. Betrokkenen geven door middel van hun handtekening in het plan aan, de gemaakte afspraken naar beste kunnen, te zullen na komen.

     

    Voor wie is de crisiskaart?

    De crisiskaart is bedoeld voor mensen die, als ze in psychische crisis zijn, te zeer van streek zijn om duidelijke informatie te geven en goede opvang te regelen. Bijvoorbeeld omdat sprake is van een paniekaanval, psychose, manie of dissociatie. Door een crisiskaart te maken krijgen ook anderen een duidelijke plek in de aanpak van een crisissituatie. De kaart is daardoor niet alleen waardevol voor mensen die te maken hebben (gehad) met psychische crisis, maar zeker ook voor de omgeving. Familie, vrienden en (onbekende) hulpverleners hoeven dan niet te gissen naar de beste aanpak.

     

    Juridische status crisisplan

    Het crisisplan maakt deel uit van de behandelovereenkomst zoals beschreven in de Wet op de Geneeskundige Behandelovereenkomst (WGBO) en geldt als behandelplan tijdens een crisis.

    Het is klachtwaardig wanneer een behandelaar het crisisplan zonder gegronde motivatie naast zich neerlegt. In dat geval kan de crisiskaarthouder contact opnemen met de consulent crisiskaart.

     

    Het crisisplan is tevens een wilsverklaring

    Met negatieve wilsverklaringen worden dingen bedoeld die iemand niet wil (zoals weigering bepaalde medicatie te gebruiken of weigering in een bepaalde instelling opgenomen te worden).

    Negatieve wilsverklaringen moeten door hulpverleners altijd gerespecteerd worden, zolang het een vrijwillige behandeling of opname betreft. Alleen als er sprake is van een gedwongen opname volgens de wet Bijzondere Opnemingen Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ), kan de hulpverlener er voor kiezen de negatieve wilsverklaringen te negeren – als wordt voldaan aan de voorwaarden die in de wet BOPZ genoemd worden.

    Met positieve wilsverklaringen worden dingen bedoeld die iemand wél wil (zoals voorkeur voor bepaalde medicatie of voorkeur voor opname in een bepaalde instelling).

    Positieve wilsverklaringen leggen hulpverleners naast hun eigen professionele standaard.

     

    Er zijn geen kosten aan verbonden

    De crisiskaart consulent werkt vanuit een cliëntenbelangenbureau en is onafhankelijk van instellingen.

    Hij/zij informeert en geeft voorlichting over de crisiskaart aan cliënten, familie, hulpverleners en andere geïnteresseerden. 

     

    Verschillende instanties zoals huisartsen, politie, ambulancedienst, ziekenhuizen enzovoorts worden op de hoogte gebracht van het bestaan van de crisiskaart.

    Weten dus dat cliënten in verwarring en / of crisis zo'n kaart bij zich kunnen hebben.

     

    In steeds meer regio’s in Nederland wordt de crisiskaart met succes ingevoerd. Veel mensen die wel eens in een psychische crisis raken hebben hier baat bij en ook hulpverleners zien het voordeel van de crisiskaart.

    De huisarts kan het crisisplan vervolgens opnemen in het medisch dossier van de cliënt. Hierdoor kan het crisisplan 24 uur per dag geraadpleegd worden als iemand een crisiskaart heeft.



     

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (2 Stemmen)
    Categorie:2.4:Crisiskaart
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Links
    Lotgenoten

     

    Lotgenotencontact

     

    ADHD Cafe's

    Ememo dissociatie

    EMO-C Borderlinecafé

    OCD Vriendenkring

    PTSS voor & door lotgenoten

     

     

    Stichting Lotgenotencontact

    Stichting Psy-Café Breda

    Kwartiermakersfestival Breda

    Zelfhulpgroepen Fobieën Limburg

    Lotgenotenforum

     

    adhdXtra-Impuls

    Algemeen psyche

    Automutilatie

    AutSider

    Bipolaire stoornis

    Borderlinechat

    Borderline-hulpgroep

     

    Depressieve stoornis

    in Depressie

    Eetstoornissen

    Haven of Refuge

    Kids met CD/ODD

    Kids met een stoornis

    KrassenMijn kind heeft ODD

     

    Psychiatrie

    Psychotische stoornis

    Samen staan we sterk

    Stealing The Pain

    Take My Hand

    Vallen en Opstaan

    Verlies


    Telefonische hulp  

     


    Suïcidepreventie

     

    113online  Tip!

    Chathulp.nu

    Hulpverlening.nu 

    Befrienders

    Stichting Ex6

    Stop suïcide

    Geen zelfmoord

    Ivonne van de Ven Stichting

     


    Hulpverleners

     

    Overzicht

    Psychiater

    Psycholoog NIP

    Eerstelijnspsycholoog

    Klinisch psycholoog

    Gezondheidszorgpsycholoog

    Kinder en Jeugdpsycholoog

    Psychotherapeut

    Systeemtherapeut

    Vaktherapeut

    Beeldend therapeut

    Danstherapeut

    Dramatherapeut

    Muziektherapeut

    Psychomotorisch therapeut

    Maatschappelijk werker

    Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundi


    Zoek Hulpverlener 

     

    Alle coaching

    Alle Kindertherapeuten

    Alle Psychologen

    Beeldend therapeut

    Eerstelijnspsycholoog

    Gezondheidszorgpsycholoog

    GGZ Instelling

    Kies Beter GGZ

    Psychologennet

    Psycholoogdirect

    Therapeutdirect

    Vaktherapeut

    Zoek zorgverlener

    Zorgkaart Nederland


    Beroepsverenigingen

     

    BMJ     

    CVPPP

     

    FVB

    LEVV

    LVE

    LVMP

    NAAP

    NBGT

    NBVH

    NFZP

    NIP

    NOW

    NPG

    NU'91

    NVCT

    NVGP

    NVMW

    NVN

    NVO

    : Medewerkers Bureau Jeugdzorg 

    : Christelijke Psychiaters, Psychologen Psychotherapeuten 

    : Vaktherapeutische Beroepen

    : Verpleging en Verzorging

    : Eerstelijnspsychologen

    : Medisch Psychologen

    : Analytische Psychologie

    : Gestalttherapeuten

    : Hypnotherapeuten

    : Ziekenhuispsychiatrie

    : Psychologen

    : Oplossingsgericht Werkenden

    : Psychoanalytisch Genootschap

    : Verpleging en Verzorging

    : Creatieve Therapie

    : Groeps Psychotherapie

    : Maatschappelijk Werkers

    : Neuropsychologie

    : Pedagogen en Onderwijskund.

    NVP

    NVPA

    NVPMT

    NVPP

    NVRG

    NVSPV

    NVvP

    NVVP

    NVVS

    NVVS

    SPO

    V&VN

    VCGP

    VGCt

    VGVZ

    VKDP

    VKP

    VPO

    VVGN

    VVMW

    : Psychotherapie

    : Psychoanalyse

    : Psychomotorische Therapie

    : Psychoanalytische Psychoth

    : Relatie Gezinstherapie

    : Sociaal Psychiatrisch Verpleegk.

    : Psychiaters

    : Vrijgevestigd Psychotherapeuten

    : Seksuologie

    : Speltherapeuten

    : Psychologen ouderenzorg

    : Sociaal Psychiatrisch Verpleegkund.

    : Cliëntgerichte Psychotherapie

    : Gedrags-Cognitieve Therapie

    : Geestelijk Verzorgers

    : Kort Dynamische Psychotherapie

    : Klinische Psychotherapie

    : Psychologie en Ouderen

    : Verslavings Geneeskunde

    :Maatschappelijk werkers vrijgev.


    Beroepscodes

     

    Beroepshouding in de zorg

    Psychiater

    Psycholoog

    Psychotherapeut

    Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundigen

    Verpleegkundigen en Verzorgenden


     

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (3 Stemmen)
    Categorie:4.0:Links
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuws

    Nieuws
     

     

    Over vijf jaar voor elke stoornis specialistische behandeling

    Verplichte melding suïcide afgeschaft

     

    Verplichte suïcidemelding roept schuldgevoel op

    CIZ voert harde bezuiniging uit

    Inspectie treedt op tegen onterecht gebruik titel psychotherapeut

    Politiek raakt in de war door jeugd-ggz

    Familie doet meer dan hulpverlening

    NOVA: officiële separatiecijfers worden geflatteerd

    Klachtencommissie niet onafhankelijk

    Nieuwe website VWS: Dwang in de zorg bij psychische problemen

    Geen zorgplan maar leefplan   Leefplan

    DSM-5: De toekomst van de psychiatrische diagnostiek

    Terugdringen separaties? Gebrek aan lef en leiderschap bij bestuurders

    Ggz morrelt aan meldplicht incidenten

    Wmo biedt te weinig steun aan ggz-cliënt

    Zorgboek Schizofrenie, psychose en de naast betrokkenen

    Psychotherapie bij depressie overschat 
         (oorzaak: inzetten van incompetente verpleegkundigen?)

    Vermijd al te stellige diagnoses

    Richtlijn moet terugval anorexia voorkomen

    Inforsa opent kliniek voor psychiatrische cliënten die vastlopen in de reguliere GGZ

    Duizenden Triadekaarten verspreid onder familieleden

    Controle inzage EPD niet haalbaar

    Cliënten in psychiatrie en verslavingszorg dreigen pgb kwijt te raken

    Internetcursus tegen zelfmoorddrang

    Minister Klink laat anorexia-patiënt nog altijd in de steek

    Strafbare feiten ggz-instellingen melden

    Kamer wil separeren sneller terugdringen

    KRO De Wandeling: Opgesloten in een isoleercel

    Zorgzwaartepakket mogelijkheden geestelijke gezondheidszorg 2010

    Verzekeraar UVIT biedt PGB eerstelijnszorg aan

    Voorschrijven antipsychotica vaak slordig

    Grote verschillen tussen ggz crisisdiensten

    Manifest stimuleert aanstelling straatadvocaat

    Door bezuinigingen wordt er weer sneller geïsoleerd

    Innovatie in de ggz moet veel sneller

    Moet de nieuwe dwangwet van tafel?

    Kloof tussen wetenschap en ggz-praktijk

    Dagelijks leven en functioneren van 800 RIBW-cliënten onderzocht

    Intensive care voor psychiatrie nodig

    Ggz-instelling zet patiënten in als uitzendkracht

    Ypsilon publiceert rapport Familiester 2009

    UVIT geeft inzicht in kwaliteit GGZ-instellingen

    Inspectie gaat bestuurders afrekenen op zorgkwaliteit

    Samenvatting Rapport Familiebeleid in de GGZ: van moeilijkheden naar mogelijkheden

    Farmabedrijven beïnvloeden behandelrichtlijnen

    Cliënten dupe van herindicatie CIZ

    Belastingtoko vordert belastinggeld terug voor cliënten

    Onderhandelen over behandelplan maakt patiënt weerbaar

    Te weinig aandacht voor verslaafde schizofrenie-patiënt

     

    Nieuws Ervaringsdeskundigen

     

     

    ‘Zelfbeschadiging moet je nooit negeren’

     

    Ervaringsdeskundige vertelt over zelfbeschadiging

     

    Ervaringskennis als bron voor onderzoek

    'Als ervaringsdeskundige ken je de pijn van de straat'

    Nova: Nieuwe trend in de psychiatrie: Ervaringsdeskundigen

    De meeste ervaringsdeskundigen werken voor nop

    Project Prestaties getoond en beloond

    Ervaringsdeskundige nog 'vreemde eend' in GGZ

    Bemiddelingsbureau voor ervaringsdeskundigen

    Nieuwe opleiding ervaringsdeskundige van start

    Initiatieven vanuit cliënten- en familieperspectief: eiggenwijzer



     

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:3.9:Nieuws
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Persoonsgebonden Budget

    PGB - Persoonsgebonden Budget

     

     

     

     

    Wat is een Persoonsgebonden Budget (PGB)?

     

    Het Persoonsgebonden Budget (PGB) is een geldbedrag dat u krijgt toegekend om zelf de zorg in te kopen die u nodig heeft. U kunt een PGB krijgen via de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), en via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). 

     

    Indicatiestelling

    Wie in aanmerking wil komen voor een PGB via de AWBZ , neemt eerst contact op met het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Het CIZ stelt vast welke zorg en hoeveel zorg u nodig heeft.

    Deze vaststelling heet indicatiestelling. 

     

    Wet maatschappelijke ondersteuning

    Op 1 januari 2007 is de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) ingegaan. Hiermee zijn gemeenten verantwoordelijk geworden voor maatschappelijke ondersteuning.

    Als u individuele voorzieningen gebruikt die onder de Wmo vallen (zoals huishoudelijke verzorging, een rolstoel of een scootmobiel), dan kunt u ook hiervoor een PGB aanvragen bij uw gemeente.

     

    Rechten en plichten

    Krijgt u een PGB toegewezen, dan kunt u zelf bepalen wie uw zorgverlener wordt en op welke momenten u de zorg ontvangt. U moet een overeenkomst afsluiten met de zorgverlener van uw keuze. Ook moet u verantwoording afleggen over uw uitgaven, en een administratie bijhouden. 

     

    Zorg in natura

    In tegenstelling tot de zorg die u zelf regelt met een PGB bestaat er ook 'zorg in natura'.

    Heeft u zorg nodig door bijvoorbeeld langdurige ziekte, handicap of ouderdom, dan krijgt u die zorg op grond van de AWBZ. U ontvangt deze zorg in natura, bijvoorbeeld verpleging of verzorging, bij u thuis verleend door medewerkers van een zorginstelling. De zorgaanbieder levert de zorg en regelt de administratie daaromheen. U krijgt de zorg zonder kosten geleverd, maar u betaalt wel een eigen bijdrage voor zorg in natura.

     

    Combinatie van PGB en natura

    Er is ook een mengvorm mogelijk, als u meerdere soorten zorg nodig heeft. U kiest dan bijvoorbeeld voor verpleging in natura en koopt huishoudelijke verzorging in via uw PGB. Combineren van zorg in natura en als PGB is aan strikte voorwaarden gebonden. Het hangt sterk af van wie u de zorg krijgt, en waarvoor. Meer informatie vindt u bij het College voor Zorgverzekeringen (CVZ), en bij de organisatie die u de zorg levert.

     

    Vergelijk Persoonsgebonden budget en zorg in natura

     

    PGB

    Ø       Zelf bepalen door wie, wanneer, waar en hoe de benodigde zorg wordt verleend

    Ø       Zelf personeel werven

    Ø       Afspraken maken

    Ø       Zelf zorgverlener uitbetalen

    Ø       Administratie bijhouden

    Ø       Verantwoording afleggen

     

    Zorg in natura

    Ø       Zorgverlening kan op wissende tijdstippen plaatsvinden

    Ø       Kans op wisselende zorgverleners

    Ø       Vrijwel geen administratie

     

    Keuzevrijheid en flexibiliteit

    U bent niet verplicht om een PGB te nemen als u zorg nodig heeft. U kunt dus ook kiezen voor zorg in natura. U hoeft het PGB niet altijd volledig te besteden aan de zorg waarvoor u geïndiceerd bent. Dat hangt af van de soort zorg, en het aantal uren of dagdelen dat u er recht op heeft.

     

    Meer informatie

    Het servicecentrum van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) biedt hulp en advies bij het omgaan met een PGB. Het servicecentrum geeft ook diverse brochures en formulieren uit. De vereniging voor budgethouders, Per Saldo, heeft veel informatie over het aanvragen en omgaan met het Persoonsgebonden Budget, hoe u aan hulp komt, en hoe het zit met de belastingen.

     

    Voor welke zorg en voorzieningen kan ik een Persoonsgebonden Budget (PGB) krijgen?

    U kunt een Persoonsgebonden Budget (PGB) krijgen voor:

    Ø       persoonlijke verzorging en begeleiding (dit is vanuit de AWBZ);

    Ø       hulp in de huishouding, hulpmiddelen en woonvoorzieningen (vanuit de Wmo).

    Ø       Een PGB voor hulp bij herstel van een psychiatrische aandoening is vanaf 1 januari 2008 gebaseerd op de Zorgverzekeringswet.

     

    AWBZ

    Heeft u hulp of begeleiding nodig, bijvoorbeeld omdat u langdurig ziek bent, een handicap heeft of oud bent, dan kunt u een PGB vanuit de AWBZ aanvragen voor:

    Ø       persoonlijke verzorging: hulp bij alledaagse handelingen zoals opstaan, douchen, aankleden, eten en drinken en naar het toilet gaan; verpleging: hulp bij het gebruik van medicijnen, wondverzorging of beademing, het geven van injecties, het zelf leren injecteren;

    Ø       ondersteunende begeleiding: ondersteuning om de dag te structureren en de regie te voeren over uw eigen leven, om activiteiten ondernemen thuis en buiten de deur, zoals dagopvang. Sinds 1 januari 2008 kan dit niet meer als u alleen een lichamelijke handicap heeft;

    Ø       activerende begeleiding: leren omgaan met uw handicap of problemen, beter persoonlijk functioneren en veranderingen realiseren, bijvoorbeeld zelfstandig gaan wonen of werken;

    Ø       kortdurend verblijf buitenshuis: weekendopvang, vakantieopvang of logeeropvang, maximaal twee dagen per week.

     

    Geen PGB als u in een instelling verblijft

    Voor behandeling en langdurig verblijf in een AWBZ-instelling, bijvoorbeeld een verzorgingshuis of verpleeghuis, krijgt u geen PGB. U krijgt dan van de instelling alle zorg die u nodig heeft.

    Deze vormen van zorg krijgt u altijd in natura.

     

    Wmo

    U kunt een PGB Wmo aanvragen voor hulp in de huishouding, een gehandicaptenparkeerkaart, een voorziening of aanpassing in en rond uw huis, een rolstoel of een scootmobiel. Het moet gaan om een voorziening die voor u persoonlijk bestemd is en die u voor langere tijd nodig heeft.

    De gemeente bepaalt of u het beste geholpen bent met een individuele voorziening.

    Op 1 januari 2007 is de Wet maatschappelijke ondersteuning ingegaan. Huishoudelijke hulp valt sinds 1 januari 2007 niet meer onder de AWBZ maar onder de Wmo.

     

    PGB vanuit de zorgverzekering

    Als u herstelt van een psychiatrische aandoening, kunt u in sommige gevallen een PGB voor geneeskundige geestelijke gezondheidszorg (GGZ) krijgen. Vanaf 1 januari 2008 kunt u dit PGB aanvragen bij uw zorgverzekeraar, op grond van de Zorgverzekeringswet.

     

    Overgangsjaar PGB GGZ

    Had u in 2007 een PGB voor GGZ, omdat u herstelt van een psychiatrische aandoening?

    Uw PGB loopt dan door tot het einde van de termijn gesteld op de indicatie, maar uiterlijk tot 1 januari 2009. Heeft u daarna opnieuw recht op een PGB, dan valt dit onder de Zorgverzekeringswet.

     

    Meer informatie

    Meer informatie over de Wmo vindt in het dossier Wmo op de website van het ministerie van VWS of neem contact op met uw gemeente.

     

    Hoe krijg ik een Persoonsgebonden Budget (PGB)?

    Om te bepalen of u in aanmerking komt voor een Persoonsgebonden Budget (PGB), moet eerst worden vastgesteld welke zorg en hoeveel zorg u nodig heeft. U kunt een PGB krijgen voor bepaalde zorg uit de AWBZ, en voor individuele voorzieningen uit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

     

    PGB voor AWBZ-voorzieningen

    Voor voorzieningen uit de AWBZ stelt het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) vast welke zorg u nodig heeft. Meer hierover leest u onder de interne link ‘Hoe kan ik zorg uit de AWBZ aanvragen?' Als door het CIZ is bepaald welke zorg u nodig heeft, en u heeft voor het PGB-AWBZ gekozen, dan stelt het zorgkantoor uw budget officieel vast, en betaalt het uit.

     

    Toekenningsbeschikking

    Het zorgkantoor stuurt u de beslissing waarin staat dat u een PGB-AWBZ krijgt.

    Deze beslissing wordt toekenningsbeschikking genoemd; hierin staat uit welk bedrag uw PGB bestaat, voor welke periode uw budget geldt en wanneer u het geld krijgt uitbetaald. U bent dan budgethouder.

     

    PGB voor Wmo-voorzieningen

    Een PGB van de Wmo vraagt u aan bij het Wmo-loket van uw gemeente. De naam van het Wmo-loket kan per gemeente verschillen. Soms heet het Wmo-loket, Loket Wegwijs of Zorgloket.

    De gemeente beoordeelt of u recht heeft op de zorg waarvoor u een PGB Wmo wilt. De gemeente kan hier zelf regels voor opstellen, binnen het kader van de Wmo.

     

    Uitbetaling

    Heeft u een PGB van de AWBZ, dan krijgt u het geld van het zorgkantoor. Is het een PGB van de Wmo, dan betaalt de gemeente. Meestal krijgt u het jaarbedrag in gedeelten uitbetaald, per kwartaal, per half jaar of per jaar. Dit is het 'bevoorschottingsritme'.

     

    Meer informatie

    Budgethouders kunnen lid worden van Per Saldo, de belangenvereniging voor budgethouders.

    Per Saldo geeft haar leden ondersteuning, informatie en advies.

    Mensen met een (lichamelijke of verstandelijke) beperking kunnen zich met vragen over hun PGB wenden tot wenden tot de MEE-organisaties.

    Hoe ga ik om met mijn Persoonsgebonden Budget (PGB) van de AWBZ?

    Het beheer van een Persoonsgebonden budget (PGB) voor zorg uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) vereist een zorgvuldige administratie.

     

    Wmo en AWBZ

    U kunt een PGB gebaseerd op twee wetten, de AWBZ en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), aanvragen. Voor het PGB van de Wmo gelden andere regels dan voor het PGB van de AWBZ. De regels voor het PGB voor de Wmo worden vastgesteld door uw gemeente. Voor meer informatie over deze regels kunt u dus ook het beste contact opnemen met uw gemeente.

    De uitleg hieronder is van toepassing op het PGB van de AWBZ.

     

    Zorgovereenkomst

    Als uw PGB van de AWBZ is vastgesteld, kunt u op uw eigen voorwaarden een zorgovereenkomst sluiten met een zorgverlener die u zelf uitkiest. De zorgverlener kan iemand uit uw familie of een kennis zijn, maar ook iemand die u nu al regelmatig zorg verleent. U kunt ook zorg inkopen bij een zorginstelling of een particulier bureau. De voorwaarde is wel dat u zorg inkoopt bij iemand die kwaliteit kan leveren.

     

    Modelovereenkomsten

    Bij uw PGB krijgt u model-zorgovereenkomsten. In zo'n zorgovereenkomst vermeldt u welke soort zorg u afspreekt en de prijs die u daarvoor betaalt. U én de zorgverlener ondertekenen de overeenkomst. De zorgverlener kan een persoon of een instelling zijn. Extra modelovereenkomsten kunt u opvragen bij het SVB Servicecentrum PGB.

     

    Arbeidsrecht, loonbelasting en sociale premies

    Sluit u een overeenkomst met een persoon, dan bent u daardoor werkgever. U krijgt dan te maken met het arbeidsrecht. Als uw zorgverlener (dus werknemer) op meer dan twee dagen voor u werkt, krijgt u ook te maken met de inhouding en afdracht van loonbelasting en sociale premies.

    Als u verantwoordelijk bent voor inhouding en afdracht van loonbelasting en sociale premies, kunt u de salarisadministratie laten verzorgen door het SVB Servicecentrum PGB.

     

    Verantwoording afleggen

    Over de besteding van een PGB lager dan 2.500 euro hoeft u in 2007 geen verantwoording af te leggen. Dit bedrag heet het verantwoordingsvrije bedrag. Budgethouders met een PGB tot 5.000 euro per jaar verantwoorden eenmaal per jaar hun uitgaven aan het zorgkantoor.

     

    Verantwoordingsformulier

    Budgethouders met een PGB boven 5.000 euro per jaar moeten twee keer per jaar hun uitgaven verantwoorden. U krijgt daarvoor een verantwoordingsformulier van het zorgkantoor.

    Het zorgkantoor controleert of u het formulier goed heeft ingevuld. Het zorgkantoor kan ook declaraties en zorgovereenkomsten bij u opvragen.

     

    Terugbetalen

    Het gedeelte van het PGB dat u niet aan zorg uitgeeft, moet u terugbetalen aan het zorgkantoor. Ook als u een doorlopend PGB heeft, moet u het overblijvende deel terugbetalen. Dat geldt vanaf

    1 januari 2008 ook voor de tien procent van het netto toegekende budget die u mocht meenemen naar een volgend jaar.

     

    2008: groter bedrag

    Vanaf 1 januari 2008 gaat het verantwoordingsvrije bedrag omlaag van 2.500 euro naar 1.250 euro. Over 1,5 procent van uw PGB hoeft u dan geen verantwoording af te leggen, met een minimum van 250 euro en een maximaal vrij te besteden bedrag van 1.250 euro.

    U moet dus vanaf 1 januari over een groter deel van uw PGB verantwoorden hoe u het heeft besteed.

     

    Meer informatie

    Voor meer informatie over verantwoording van het PGB voor de AWBZ kunt u terecht op de website pgb.cvz.nl van het College voor zorgverzekeringen (CVZ).

    Hoe ga ik om met mijn PGB van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)?

    U kunt een Persoonsgebonden Budget (PGB) aanvragen gebaseerd op twee wetten, de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

    Voor het PGB van de Wmo gelden andere regels dan voor het PGB van de AWBZ. De uitleg hieronder is van toepassing op het PGB van de Wmo.

     

    Hoofdregel

    Kiest u voor een Persoonsgebonden Budget, dan krijgt u geld waarmee u zelf uw hulp en voorzieningen kunt regelen. U kunt dan zelf bepalen wie u inhuurt als hulp, of welk hulpmiddel u inkoopt. Maar u bent ook zelf verantwoordelijk voor alles rond de inkoop of inhuur.

     

    Afspraken vastleggen

    U kunt zelf met uw hulpverlener afspreken wat u wilt betalen voor de zorg, hulp en begeleiding die u krijgt. Leg deze afspraken altijd schriftelijk vast, en volg de wettelijke regels als u iemand inhuurt.

    U bent bijvoorbeeld verplicht om aan werknemers ten minste het minimumloon te betalen.

     

    Verantwoording

    De gemeente bepaalt zelf hoe u de besteding van het PGB van de Wmo verantwoordt.

    Sommige gemeenten zullen helemaal geen verantwoording van u vragen. Andere gemeenten zullen een deel van het budget vrijlaten en alleen over het meerdere verantwoording van u vragen.

    Weer andere gemeenten zullen van u vragen om uw uitgaven uit het Persoonsgebonden Budget voor hulp en voorzieningen volledig te verantwoorden.

     

    Hulp en informatie

    De vereniging van budgethouders Per Saldo kan u helpen bij het opstellen van de juiste overeenkomsten met de hulp die u wilt inhuren. U vindt er ook meer informatie over het inhuren van hulp.

    Als uw gemeente een contract heeft gesloten met het Servicecentrum PGB van de Sociale Verzekeringsbank, kunt u ook deze instantie vragen om hulp bij de administratie van uw PGB Wmo. 

    Wie biedt mij hulp bij het beheren van mijn Persoonsgebonden Budget (PGB)?

    Er zijn verschillende mogelijkheden om hulp te krijgen bij het beheer van een Persoonsgebonden Budget (PGB) voor AWBZ-zorg.

     

    SVB Servicecentrum PGB

    U krijgt gratis ondersteuning van het SVB Servicecentrum PGB. Het Servicecentrum PGB kan bijvoorbeeld de salarisadministratie van uw zorgverlener voor u verzorgen.

    Daarnaast voert het centrum voor alle persoonsgebonden budgethouders de volgende taken uit:

    wettelijk verplichte loondoorbetaling als uw werknemer ziek is. U kunt uw PGB dan gebruiken om een vervangende zorgverlener te betalen;

    telefonische beantwoording van vragen op het terrein van het arbeidsrecht;

    het versturen van model-zorg overeenkomsten.

    Het SVB Servicecentrum PGB geeft ook een eigen brochure uit over de werkzaamheden.

     

    Overige ondersteuning

    U kunt ook lid worden van Per Saldo, de belangenvereniging voor budgethouders. Per Saldo geeft haar leden ondersteuning, informatie en advies.

    Verstandelijk gehandicapten (of hun ouders) kunnen met vragen over het PGB terecht bij het budgethoudersnetwerk Naar Keuze.

    Alle mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking, chronisch zieken en autisten kunnen met vragen over het PGB terecht bij de MEE organisaties in Nederland..

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (3 Stemmen)
    Categorie:3.8:PGB
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Zorgverzekering

    Zorgverzekering

     

     

    *****************************************************************

    De behandeling van aanpassingsstoornissen

    (burnout, psychische stress bij belangrijke gebeurtenissen)

    wordt in 2012 niet meer vergoed vanuit het basispakket.

    U betaalt deze behandelingen zelf.

     

    Instellingen zoeken naar oplossingen:

     

    U kunt de behandelaar vragen deze diagnose in te delen (DBC) als depressie licht of remissie  dan wordt uw behandeling wel vergoed!

     

    Deze diagnose DBC "aanpassingsstoornis" kan ook tot eind januari, febr. 2012 omgezet worden worden naar de DBC depressie licht of remissie.

     

    Huisartsen en psychiaters kunnen op uw verzoek een code toevoegen op een recept voor kalmerings- slaapmiddelen, dan betaalt u geen eigen bijdrage.

    *****************************************************************

    Wie betaalt de behandeling van mijn psychische problemen?

    Een aantal behandelingen van psychische problemen door een psycholoog, psychiater of psychotherapeut wordt betaald uit het basispakket van de zorgverzekering. Het gaat dan om behandelingen als een wekelijks gesprek, dagbehandeling en medicijnen. Voor deze eerstelijnszorg betaalt u een eigen bijdrage. De behandeling van complexere psychologische zorg (tweedelijns) en opname in een ggz-instelling worden betaald uit de zorgverzekering of vanuit de AWBZ. Ook hiervoor betaalt u een eigen bijdrage. 


     

    Vergoeding eerstelijnspsycholoog

    Voor de eerstelijnsbehandeling van psychische problemen door een psychiater of psycholoog geldt in 2011:

    • De eerste 8 behandelingen worden vergoed vanuit het basispakket van de zorgverzekering.
    • U betaalt een eigen bijdrage van € 10 per consult.

     

    In 2012 veranderen de regels als volgt:

    • De eerste 5 behandelingen worden vergoed vanuit het basispakket van de zorgverzekering.
    • U betaalt een eigen bijdrage van € 20 per consult.
    • De behandeling van aanpassingsstoornissen (burnout, psychische stress bij belangrijke gebeurtenissen) wordt niet meer vergoed vanuit het basispakket. U betaalt deze behandelingen zelf. Het kan zijn dat uw zorgverzekeraar voor deze zorg een aanvullende verzekering heeft. Informeer hiernaar bij uw verzekeraar.
    • Voor een internetbehandelingstraject (E-health) geldt een eigen bijdrage van € 50. 

     


    Vergoeding tweedelijns geneeskundige ggz

    Voor de vergoeding van de tweedelijnsbehandeling van meer complexere psychische problemen zoals ADHD, depressie of een angststoornis geldt:

    • U krijgt deze behandelingen vergoed vanuit het basispakket, als u bent doorverwezen door de eerstelijn.
    • Voor sommige behandelingen betaalt u mogelijk een eigen bijdrage.
    • Informeer bij uw zorgverzekeraar welke behandelingen worden vergoed en onder welke voorwaarden.

     

    Bron: speciale pagina van de overheid

     

     

    Vergoeding tweedelijns geneeskundige ggz

     

    Wat betekent de eigen bijdrage in de ggz voor u?

     

    Met ingang van 2012 veranderen er belangrijke zaken in de ggz waarbij een eigen bijdrage gevraagd wordt van patiënten. Deze eigen bijdrage gaat gelden voor mensen van 18 jaar en ouder. Let op! Deze eigen bijdrage komt dus bovenop de al bestaande afdracht van het eigen risico, dat de zorgverzekeraar al bij u int.


     

    Bent u ambulant (poliklinisch) in behandeling?

    Dan krijgt u van uw zorgverzekeraar een rekening voor een eigen bijdrage van € 200,- (per jaar).

    • Alleen wanneer uw ambulante behandeling niet langer duurt dan 100 minuten (per jaar), is de eigen bijdrage lager:  € 100,-  (per jaar). Houd u er daarbij rekening mee, dat de tijd van de behandelaar daaromheen (voorbereiding, vastlegging, administratieve afhandeling) meetelt: die 100 minutengrens is dus snel gehaald!


     

    Wanneer u nu (eind 2011) al in behandeling bent, worden deze veranderingen pas belangrijk voor u, wanneer uw DBC* toe is aan verlenging. De eigen bijdrage geldt nl. voor nieuwe DBC’s, die geopend worden ná 1 januari 2012. Het secretariaat van uw afdeling kan vertellen wanneer dat is.

    *) DBC: staat voor Diagnose Behandel Combinatie. Voor iedere behandeling wordt een DBC geopend, die maximaal 365 dagen mag duren. (eventueel wordt er dus daarna een nieuwe DBC voor u geopend. Dat is het moment waarop u nu te maken gaat krijgen met de eigen bijdrage)


     

    Er komt géén eigen bijdrage voor:

    -  Jeugd en jongeren t/m 17 jaar

    -  Mensen die onvrijwillig, op basis van de Wet BOPZ worden behandeld.

    -  Patiënten met een crisis-DBC.

    -  Patiënten die via bemoeizorg binnenkomen.

    -  Patiënten die onder justitie vallen


     

    Bent u klinisch opgenomen?

    Wanneer u klinisch bent opgenomen, geldt er vanaf 1 januari 2012 een eigen bijdrage van €145 per maand (vanaf de 32e dag van de opname).

    Let op: deze kosten (voor onderdak en eten) komen bovenop de eigen bijdrage voor de behandeling. (die zijn maximaal € 200 per jaar)


     

    Uitzondering:

    De enige uitzondering hierop zijn patiënten onder de 18 jaar.


     

    Wat vindt men van deze maatregel?

    De maatregelen die door dit kabinet zijn gekozen, zijn absoluut discriminerend omdat patiënten met een lichamelijke aandoening deze eigen bijdrage (nog) niet hoeven te betalen. De politiek houdt echter voet bij stuk en dus zullen de zorgverzekeraars uw kosten in rekening gaan brengen voor uw behandeling. Voor sommige patiënten wordt het heel moeilijk  de zorg die zij hard nodig hebben te kunnen betalen en is pijnlijk. Laat u goed informeren, zodat u niet voor verrassingen komt te staan bij het afsluiten van uw behandeling.


     

    Overige wijzigingen

    Naast de eigen bijdrage verandert er nóg iets: als u een afspraak niet nakomt en u zegt niet op tijd af, dan kan u hiervoor een rekening gestuurd worden. (Vraagt u het na bij uw behandelaar!) Deze kosten kunt u niet declareren bij uw zorgverzekeraar.


     

    Wat is nu het verschil tussen eigen risico en eigen bijdrage?

    Iedereen in Nederland betaalt de eerste 220 euro die hij per jaar aan zorgkosten maakt, aan de zorgverzekeraar terug. Het gaat daarbij om alle kosten, lichamelijke (tandarts,  ziekenhuis of fysiotherapie) en geestelijke gezondheidszorg. Dat is het eigen risico.

     

    Daar bovenop komt dus nu voor de geestelijke gezondheidszorg de eigen bijdrage, die afhankelijk is van het soort zorg dat u nodig hebt.

    Uw zorgverzekeraar gaat dus zowel het eigen risico als de eigen bijdrage voor de geestelijke gezondheidszorg bij u in rekening brengen.


     

    Kan ik deze eigen bijdrage vergoed krijgen door de verzekeraar?

    Helaas kan dat niet. Sterker nog, de verzekeraar zal de eigen bijdrage juist bij u in rekening brengen op het moment dat u de behandeling afsluit. Er is hierin ook geen verschil tussen verzekeraars, het is een maatregel die door de politiek wordt opgelegd.


     

    Moet ik deze bijdrage ook betalen als ik nu al in behandeling ben?

    De eigen bijdrage wordt geheven bij het starten van een (nieuwe) behandeling na 1 januari 2012. Als u nu (eind 2011) al in behandeling bent, worden deze veranderingen pas belangrijk voor u, wanneer er ná 1 januari 2012 een nieuwe DBC (Diagnose Behandel Combinatie) voor u geopend wordt. Uw behandelaar kan u vertellen wanneer dat het geval is.


     

    Hoe lang geldt een DBC?

    DBC: staat voor Diagnose Behandel Combinatie. Voor iedere behandeling wordt een DBC geopend, die maximaal 365 dagen mag duren.

    Eventueel wordt er dus daarna een nieuwe DBC voor u geopend. Dat is het moment waarop u in 2012  te maken gaat krijgen met de eigen bijdrage.


     

    Bij wie moet ik zijn als ik vragen heb over mijn eigen situatie?

    De zorgverzekeraar gaat de eigen bijdrage innen, de patiënt krijgt hiervoor een rekening. Die rekening ontvangen patiënten na het afronden van de behandeling. Als de patiënt hierover vragen heeft, kunnen die het best gesteld worden aan de zorgverzekeraar.


     

    Meer informatie?

    Wilt u meer informatie over de wijzigingen in de ggz?

    Kijk dan op de speciale pagina van de overheid.

     

     

    Hoe gaat dit nu in de praktijk?

     

    Wanneer het behandeltraject wordt afgesloten, stuurt de instelling een factuur naar de zorgverzekeraar van de patiënt. Dit gebeurt als uw behandeling stopt, maar als u langdurig in behandeling bent, wordt dit jaarlijks gedaan. De zorgverzekeraar vergoedt deze factuur en gaat kijken welke kosten er aan u worden doorberekend.

    1. Eerst wordt de eigen bijdrage in rekening gebracht
    2. Dan wordt gekeken welke medische kosten u nog meer hebt gemaakt in dat jaar (ook tandarts, fysiotherapeut, etc) en of het eigen risico nog bij u in rekening gebracht moet worden.
    3. Uw zorgverzekeraar brengt bij u zowel het eigen risico als de eigen bijdrage bij u in rekening en vergoedt de overige kosten.

     

     

    Voorbeelden:

     

    U krijgt van februari tot oktober een ambulante behandeling.

    • U ontvangt in oktober dan een factuur van uw zorgverzekeraar van uw eigen risico (220) + uw eigen bijdrage (200) = 420 euro.



    Stel, dat u in  januari 2012 al behandeld bent geweest voor een gebroken pols.

    •  Omdat uw eigen risico al is gebruikt voor uw gebroken pols, ontvangt u in oktober alleen een factuur voor de eigen bijdrage van 200 euro.



    U volgt van januari 2012 tot april 2012 een ambulante behandeling, en van september tot december opnieuw.

    • Zowel de eigen risico als de eigen bijdrage (420 euro) worden in april bij u in rekening gebracht. Voor de behandeling in het najaar krijgt u verder geen facturen meer.


     

    U meldt zich in maart 2012 aan voor een ambulante behandeling. Begin juli wordt u opgenomen in de kliniek, waar u tot half  augustus verblijft. Vervolgens blijft u ambulant in behandeling tot december 2012.

    • Naast het eigen risico van uw verzekering, krijgt u een rekening voor de eigen bijdrage (200 euro) van de ambulante behandeling en de kosten van uw verblijf (omgerekend ongeveer 4,76 per dag).  Voor de eerste 31 dagen in de kliniek worden geen kosten aan u doorberekend. U krijgt in dit voorbeeld dus een rekening van 200 + 66,50 =  266,50 euro.


     

     

    Wilt u meer informatie? Kijk eens op: www.veranderingenindezorg.nl

    Dit is een de website van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De website gaat over veranderingen in het basispakket van de zorgverzekeringen de AWBZ.

     

    Op de website www.kiesBeter.nl vindt u alle informatie over de zorgverzekeraars en de polissen (inclusief de aanvullende verzekeringen) die zij op de markt brengen.

     

    Of bel gratis: Postbus 51: 0800-8051

    Bij Postbus 51 kunt u al uw vragen stellen over de zorgverzekering.

    U kunt Postbus 51 op werkdagen bellen van 8.00 uur tot 20.00 uur.

     

    U kunt natuurlijk ook informatie vragen aan uw behandelaar of zorgverzekeraar.

    Kijk op www.zorgverzekeraars.nl. 

     

    Of vraag informatie bij één van de cliënten- of familieorganisaties.

    Deze vindt u op www.platformggz.nl.

     

     

    Uitgave Ministerie van Volksgezondheid,Welzijn en Sport

    Internetadres www.veranderingenindezorg.nl



     

    Reageer (1)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (6 Stemmen)
    Categorie:3.7:Zorgverzekering
    Share on Facebook


    Rondvraag / Poll
    U bezoekt deze site voor informatie over de GGZ, u bent ... (bedankt voor het invullen!)
    cliënt
    familie / betrokkene
    hulpverlener
    Bekijk resultaat


    De cliënt wordt behandeld als een uniek persoon met een eigen leven, niet als iemand met een stoornis. De cliënt wordt als een mondig en serieus te nemen persoon gezien. De cliënt wordt vriendelijk en correct bejegend en te woord gestaan.

    E-mail

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in het gastenboek


    Laatste commentaren
  • moncler (linmei49)
        op Behandelingen
  • cadwangy3 (cadwangy3)
        op Nazorg
  • buy viagra online illegal (Eftefeevisola)
        op Budgetregeling
  • whats a good personal loan website (Zheglovisola)
        op Budgetregeling
  • instalment loans (Zheglovisola)
        op Budgetregeling
  • viagra cheap mastercard jelly (Pashaisola)
        op Budgetregeling
  • viagra sale cheap uk (Pashaisola)
        op Budgetregeling
  • Fitness Omni (samsam)
        op Behandelingen
  • Fitness Omni (samsam)
        op Behandelingen
  • Fitness Omni (samsam45)
        op Behandelingen

  • Blog als favoriet !

    Startpagina !




    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.nl - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jou eigen blog!