2025


2025

ElleElle était…
dans un lieu mythique,
une rencontre insolite
Elle m’ échappait,
éphémère, souriante,
éclatant sa présence
Elle m’attristait,
à jamais ruminant
comment et pour qui
combler cette nostalgie.
|
Elle était.. dans un lieu mythique, une rencontre insolite
Elle m'échappait, éphémère, souriante, éclatant sa présence
Elle m'attristait, à jamais ruminant comment et pour qui combler cette nostalgie. |
lieu : plaats rencontre : ontmoeting insolite : ongewoon, bevreemdend
échapper : ontsnappen éphémère: vluchtig, voorbijgaand sourire: glimlachen éclater : uiteenspatten attrister : bedroeven à jamais : voor altijd ruminer : piekeren combler : opvullen, ongedaan maken |
Huizen 19
Onderweg
|
Fileleed, ik reed en gleed de horizon tegemoet, Opgeslokt door de fijne streep waarmee de einder speelt;
En uitgespuwd aan de achterkant, Herrijst de zon, nooit opgebrand.
Erheen, op witte lijntjes schuiven, Een paddentrek op wielen, meegaand, zachtjes zwevend, instinct snuiven,
Van mensen, ingeblikt voor later, nu nog op weg achter de lokroep, Die altijd weerom keert, van de troep op zoek naar een eind voor dit begin. |
![]() ![]() |
Wandelen
Spanje IV

Prieeltje 4
78Jaren op een rijDe 8 nu nog van-8-erSchuift wat dichterbij
Oud & Nieuw 2
Op de Dijk|
DE DICHTER Dichter bij de dijk
Verzonken in gedachten
Wil het even kwijt
|
EEN KIND Levenslustig, vrij
Een kind is heer en meester
Bovenop de dijk
|
DE RIVIER Zwijgzaam stroomt de tijd
Zorgeloos aan U voorbij
Wandel verder, kijk !
|
Huizen 18
2024

Zaatman
DE ZAATMAN (*)Aan het water spelen kinderenMet Bootjes varen dromen mee,De Lokroep van de Zaat…Wenkt ook de vriendjes uit de straat:Kom Werken voor het levenDag na dag en zij aan zijOp helling en op stroomHet Beste van jezelf gevenZwoegen, zweten, zwijgenToch blijft de werf het kapitaal.Want schepen verdwijnenVeel werven vergaan,Gedenk hier de ZaatmanZijn taaie volhardingZijn harde Bestaan.
Oprit
Cars 6
Huizen 17
Dakkapel
Strodaken
Oud & Nieuw
RupelKLAAGLIED VAN DE RUPELHoelang nog zal mijn bochtig lijfHet spel van eb en vloed verdragenDie mij geen stonde rust verleentTussen de schorren en de hoge dijken.Mij voedt geen bron, geen wijdse plasTerwijl ik elke dag mijn kinderen laafVan Mechelen tot in ’t land van Lier,Van Brussel tot in Leuven.In ’t keurslijf heeft men mij gedrongenLangs Rumst tot Rupelmonde.De klei die ik hier achterlietTot klei vermalen en gekneed.Troost komt na de winterdagenOpstijgend uit het wuivend riet.Gejubel voor de nieuwe lenteVan blauwborst en de karekiet.Gij die nu aan mijn oever staat,Help mij mijn lot te dragen.Werp mij uw groet, die ‘k eeuwig zal bewarenZolang ik eb en vloed nog moet verdragen.Julien Rochtus