Vrijdag 12 april 2019
Dijkgedicht 2
TerugEr moet nog langs de rechteroever gereden.De wind doorkliefd, het hart moet nog dreigend bonzen.In geurige zakdoekjes gesnoten, waarbij wat grond, een draadje stof.Het slib moet zich nog tekenen,zijn grillige patronen aangepast.door alleen geklots, ge-eb, gevloed.Wolken moeten nog ontleed.Schoonheid worden gevonden en zichten verzameld.Oh heerlijkheid, elke gedachte voor mij alleen.Bloemen geteld, elk jaar meer.Terugkeren. Blijven. De beslissing dringt zich op.Laat ik vlug brood halen.De jongens wachten, ze lachen dralend en groeienzonder mij. Zonder mijvinden ze ook de weg.P.R.23.60.A.



